CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo stikstof en geur berekening

Raadsvergadering 11 juni 2026, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen Omgevingsvergunning voor het bouwen van een tweede bedrijfswoning aan de Verversweg 2 Heino, bindend adviesrecht (hamerstuk)1.693 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Docnr5

MEMO Aan: Van: CC: Datum:

22-1-2026

Onderwerp:

Stikstof en geur berekening

Stikstofberekening Verversweg 2 te Heino Algemeen wenst een tweede bedrijfswoning aan de Verversweg 2 te Heino. De positie van de tweede bedrijfswoning vindt plaats aan de andere kant van de eerste bedrijfswoning dan de stallen gepositioneerd zijn. Hierbij is een stikstofberekening nodig van de aanlegfase (het realiseren van de benoemde nieuwbouw) en de gebruikersfase.

1. Aanlegfase Voor de bepaling van het aantal transportbewegingen en de benodigde werktuigen voor de bouw van een tweede bedrijfswoning is een inschatting gemaakt van de materialen die naar de bouwplaats vervoerd moeten worden. Daarnaast is een inschatting gemaakt van de benodigde mobiele werktuigen op de bouwplaats zelf.

1.1

Transporten

De transporten zijn opgedeeld in licht verkeer en zwaar verkeer. •

Licht verkeer: Het licht verkeer is gebaseerd op het aantal dagen waarbij busjes met aanvoer klein materiaal, auto’s aannemer en busjes aannemer zijn meegenomen. Hierbij wordt uitgegaan van circa 1 busje klein materiaal, 2 auto’s en 2 busjes aannemer per dag. Uitgaande van 150 werkdagen komt dit uit op 2.100 transporten per jaar.

Lichtverkeer Busjes aanvoer klein mat. Auto's aannemer Busjes aannemer

Totaal enkelvoudig •

300 900 900

2100

Zwaar verkeer: Het zwaar verkeer is gebaseerd op het aantal transportbewegingen voor de levering van benodigdheden voor de bouw van de tweede bedrijfswoning. Op basis van bovenstaande uitleg komt dit uit op de volgende transportbewegingen.

Zwaar verkeer 0 10 21 0

Bouw - Vrachtwagen (kiep) Bouw - Vrachtwagen (beton) Bouw - Vrachtwagen met trailer Extra verkeer (niet standaard)

Totaal enkelvoudig

32

Uitgaande dat deze transportbewegingen heen en terug over dezelfde weg gaan wordt dit aantal vermenigvuldigd met twee voor de invoer in Aerius.

Transportbewegingen 4200 per jaar 64 per jaar

Licht verkeer Zwaar verkeer

1.2

Werktuigen

Naast de aanvoer zullen er ook de nodige werktuigen aanwezig zijn tijdens de sloop en bouwfase. In de tabel hieronder het overzicht: Vermogen (kW)

Cilinder inhoud

75

3,75

23

50%

230

6,80

70

3,50

3

50%

32

1,00

Shovel

70

3,50

14

50%

130

4,10

Rupskraan

130

6,50

0

50%

0

0,00

walsen 50 kW

50

2,50

2

50%

14

0,60

Verreiker

65

11

50%

97

3,30

Vrachtwagen met betonpomp

100

2

50%

24

0,53

Mobiele werktuigen (diesel) Trekker met dumper

Uren

Belasting

Totaal Liters diesel

1.3

Liters per voertuig

Uren stationair

527 per jaar

Stationair draaiend en manoeuvrerend verkeer

De transportbewegingen tijdens de aanlegfase zorgen ook voor emissies tijdens het stationair draaien en manoeuvreren. Zie hieronder in tabelvorm de berekende emissies: Aanlegfase Emissiefactor Gram/ uur

Licht wegverkeer (Nox) Licht wegverkeer (NH3) Zwaar wegverkeer (Nox) Zwaar wegverkeer (NH3)

Totale emissie in kg

4,238 0,169 92,486 0,898

Totaal Nox Totaal NH3

4,44 0,09

Per jaar Enkel licht verkeer Enkel zwaar middel verkeer

1,48 0,06 2,95 0,03

4200 64

1.4

Koude start

De transportbewegingen tijdens de aanlegfase zorgen ook voor emissies tijdens de koude start. Zie hieronder in tabelvorm de berekende emissies:

Aantal koude starts van licht en zwaar verkeer Aanleg fase

Licht bewegingen Licht ritten Licht toedeling, 90% heeft koude start

4.200 2.100 1.890

Zwaar bewegingen Zwaar ritten Zwaar toedeling, 10% heeft koude start

64 32 3

Totaal koude start licht verkeer Totaal koude start zwaar verkeer

1890 3

Tijdens de aanlegfase is ten aanzien van het zwaar transport sprake van betonmixers, vrachtauto’s met trailers en laadkranen die niet uitgeschakeld worden omdat ze anders hun functie niet kunnen uitoefenen. Van het zwaar transport ‘vrachtwagen met trailer’ zullen slechts 3 vrachtauto’s vanwege het langer moeten wachten voordat de lading gelost is hun motor afschakelen. 3 vrachtauto’s van de 32 zwaar transporten komt dan overeen met 10%. Van de lichte verkeersbewegingen zal nagenoeg iedereen z’n auto of bestelbusje afschakelen. Aangenomen wordt dat slechts 10% (dus 210 auto’s of busjes) snel even wat materiaal komen brengen en vervolgens weer verder gaan. Bij deze 210 auto’s of busjes wordt de motor niet afgeschakeld en is derhalve geen sprake van een koude start. Conclusie Bovenstaande gegevens zijn in Aerius gebracht. Uit de berekening, zie bijlage, blijkt dat de aanlegfase voor de voorgenomen activiteiten geen negatief effect teweeg brengt op omliggende Natura2000-gebieden.

2. Gebruikersfase In dit voornemen vindt de bewoning van een tweede bedrijfswoning plaats. Hieronder wordt de gebruikersfase verder uitgewerkt.

2.1

Transporten

Voor de verkeersbewegingen is een inschatting gemaakt van de toename als gevolg van het gewijzigde gebruik. Hierbij is uitgegaan van een gemiddelde van 8,6 motorvoertuigbewegingen(mvt) pet etmaal op werkdagen. Uitgaande van 5 werkdagen per week en 52 weken per jaar, komt dit neer op een totaal van 3.139 verkeersbewegingen op jaarbasis.

2.2

Werktuigen

N.v.t.

2.3

Stationair draaiend en manoeuvrerend verkeer

De transportbewegingen tijdens de gebruikersfase zorgen ook voor emissies tijdens het stationair draaien en manoeuvreren. Zie hieronder in tabelvorm de berekende emissies:

Aanlegfase Emissiefactor Gram/ uur

Licht wegverkeer (Nox) Licht wegverkeer (NH3) Zwaar wegverkeer (Nox) Zwaar wegverkeer (NH3)

Totale emissie in kg

4,238 0,169 92,486 0,898

Totaal Nox Totaal NH3

1,11 0,04 0,00 0,00 1,11 0,04

Per jaar Enkel licht verkeer Enkel zwaar middel verkeer

2.4

3.139 0

Koude start

De transportbewegingen tijdens de gebruikersfase zorgen ook voor emissies tijdens de koude start. Zie hieronder in tabelvorm de berekende emissies:

Aantal koude starts van licht en zwaar verkeer Aanleg fase

Licht bewegingen Licht ritten Licht toedeling, 90% heeft koude start

3.139 1.570 1.413

Zwaar bewegingen Zwaar ritten Zwaar toedeling, 10% heeft koude start

0 0 0

Totaal koude start licht verkeer Totaal koude start zwaar verkeer

1413 0

Van de lichte verkeersbewegingen zal nagenoeg iedereen z’n auto of bestelbusje afschakelen. Aangenomen wordt dat slechts 10% (dus 157 auto’s of busjes) snel even wat materiaal komen brengen en vervolgens weer verder gaan. Bij deze 157 auto’s of busjes wordt de motor niet afgeschakeld en is derhalve geen sprake van een koude start.

2.5

Cv-installaties

Voor de uitstoot van NOx bij CV ketels is uitgegaan dat 1 Gigajoule (GJ) overeenkomt met 31,6 m3 aardgas. Door daarna de uitkomst te vermenigvuldigen met 56 g NOx per GJ geeft dit een totale hoeveelheid g NOx, wat overeenkomt met kg NOx per jaar. Onderstaand een overzicht van de uitstoot van de stookinstallatie van de tweede bedrijfswoning en van het bijgebouw.

Stookinstallatie Tweede bedrijfswoning Bijgebouw

M3 aardgas 2.000 1.500

Stikstofuitstoot 3,54 kg Nox per jaar 2,7 kg Nox per jaar

Conclusie Bovenstaande gegevens zijn in Aerius gebracht. Uit de berekening, zie bijlage, blijkt dat de voorgenomen gebruikersfase geen negatief effect teweeg brengt t.o.v. de omliggende Natura2000-gebieden.

GEURBEREKENING VERVERSWEG 2, HEINO Algemeen Naast de stikstofberekening is ook de beoordeling van geurhinder van belang bij de realisatie van de tweede bedrijfswoning aan de Verversweg 2 te Heino. Het omgevingsplan stelt vast welke waarden voor geurhinder van toepassing zijn op geurgevoelige objecten, zoals woningen. Op de planlocatie worden landbouwhuisdieren gehouden waarvoor geuremissiefactoren gelden. Hierbij zijn regels voor specifieke geurnormen en minimale afstanden van toepassing.

3. Geurbelasting In het programma V-Stacks is een berekening uitgevoerd om de geurbelasting in beeld te brengen voor het realiseren van een tweede bedrijfswoning. Voor deze berekening is uitgegaan van de dichtstbijzijnde veehouderij, dit is een gemend bedrijf met rundvee en varkens gelegen aan de Lemelerveldseweg 15 te Heino. Hierbij zijn de bijbehorende geurgevoelige locaties en de bijbehorende bronnen van dit bedrijf ingevoerd. Op onderstaande afbeelding is de veehouderij aan de Lemelerveldseweg 15 te Heino weergeven. Het rode vakje is de locatie van de tweede bedrijfswoning.

Verversweg 2,

Lemelerveldseweg 15,

Heino

Heino

Als bijbehorende geurgevoelige locatie zijn de vier hoeken van de beoogde tweede bedrijfswoning ingevoerd. Voor de bijbehorende bronnen is één emissiepunt gebruikt, namelijk van de stal die het dichtst bij de tweede bedrijfswoning is gelegen. Dit emissiepunt vertegenwoordigt de totale geurbelasting van het gehele bedrijf. Deze werkwijze is toegepast omdat, niet alle gedetailleerde gegevens van het bedrijf beschikbaar waren. Door alle geur afkomstig van het bedrijf toe te rekenen aan dit dichtstbijzijnde emissiepunt, is uitgegaan van worst case scenario. Aangezien de overige stallen en emissiepunten verder van de woning af liggen, zal de werkelijke geurbelasting in de praktijk niet hoger liggen dan in deze berekening is weergegeven. In onderstaande afbeelding is weergeven de tweede bedrijfswoning inclusief de coördinaten.

X-213 846 Y-494 902

X-213 854 Y-494 902

X-213 854 X-213 846

Y-494 885

Y-494 886

Uit de resultaten, zoals weergegeven in onderstaande tabellen, blijkt dat de geurbelasting van de naastgelegen veehouderij geen belemmering vormt voor de ontwikkeling van de tweede bedrijfswoning. De maximale toegestane geurbelasting is 8 ouE/m³. De hoogst gemeten waarde, bij de hoek rechts achter van de woning, bedraagt 3,9 ouE/m³. Dit ligt ruim onder de norm, wat betekend dat de geurbelasting aanvaardbaar is voor het realiseren van de woning op deze locatie.

In de directe omgeving van de veehouderij aan de Lemelerveldseweg 15 te Heino (de buurman) bevinden zich meerdere woningen die dichter bij het bedrijf liggen dan de tweede bedrijfswoning. Zo liggen onder andere de woning aan de Verversweg 7 en aan de Lemelerveldseweg 17 en 21 op een afstand van minder dan 100 meter van de veehouderij. Deze woningen vormen reeds een milieubeperkende factor voor de veehouderij. Aangezien deze woningen eerder beperkingen opleggen aan de milieugebruiksruimte van de veehouderij dan de tweede bedrijfswoning, kan de tweede bedrijfswoning niet aangemerkt worden als de eerst beperkende factor.

4. Afstandsnormen De afstandsnorm waar aan moet worden voldaan, betreft een minimale afstand van 25 meter van het dichtstbijzijnde dierenverblijf tot een geurgevoelig object. In dit planvoornemen bedraagt de afstand tot het bijgebouw 35 meter en de afstand tot de tweede bedrijfswoning 41,4 meter, waarmee aan de minimale norm van 25 meter wordt voldaan. Tevens blijkt hieruit dat het eigen bedrijf geen belemmering vormt voor deze ontwikkeling. Deze afstanden zijn weergeven in de onderstaande afbeeldingen.

Bijlagen Bijlage 1: Stikstofdepositieberekening aanlegfase (AERIUS) Bijlage 2: Stikstofdepositieberekening gebruikersfase (AERIUS) Bijlage 3: Voorgrondbelasting geur berekening (V-Stacks)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=4f2cba73-e843-4a1a-8e12-15c9c24c92b5