CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo spuitzonering

Raadsvergadering 11 juni 2026, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen Omgevingsvergunning voor het bouwen van een tweede bedrijfswoning aan de Verversweg 2 Heino, bindend adviesrecht (hamerstuk)2.782 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Docnr7

SPUITZONERING VERVERSWEG 2 HEINO

LOCATIE Verversweg 2 4181PM Heino

SPUITZONERING VERVERSWEG 2 HEINO Adviseur/contact:

FarmConsult Postbus 91 7240 AB Lochem farmconsult@forfarmers.eu KvK nummer: 08207868 Vestigingsnummer: 000016141881

december 2025 1

Spuitzonering Verversweg 2 Heino

Datum: Versie:

Projectnr 300181978/2417/LvL

1

Algemeen

Ter plaatse van de biologische varkenshouderij aan de Verversweg 2 te Heino wordt een tweede agrarische bedrijfswoning gerealiseerd. Het gaat hier om een vrijstaande woning met bijgebouw, aan de westkant van de bestaande bedrijfswoning. Het bedrijfsperceel, met een omvang van circa 1,1 Ha, is kadastraal gekenmerkt als Heino, sectie K, nummer 15. Het projectgebied ligt oosten van de kern Heino, ten noordwesten van de kern Raalte, in een gemengd buitengebied, waar agrarische functies en woonfuncties elkaar afwisselen.

Afbeelding 1 Impressie tweede bedrijfswoning

Projectnr 300181978/2417/LvL

Spuitzonering Verversweg 2 Heino

Afbeelding 2 Luchtfoto met kadastrale gegevens en globale duiding projectgebied (rood omlijnd)

Met de voorgenomen ontwikkeling moet worden aangetoond dat sprake is van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Ten noorden, westen en zuiden van het plangebied liggen percelen met een agrarische bestemming. Ingevolge de geldende agrarische bestemming is het mogelijk boom- en/of fruitteelt toe te staan. Vanwege deze mogelijkheid in het geldende bestemmingsplan kunnen spuitzones in juridische zin een rol spelen. Hierbij moet worden uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden van het betreffende perceel. Op onderstaande situatieschets is opgenomen welke gronden binnen een 50-meter contour van het projectgebied gelegen zijn. In de huidige situatie bevindt zich ter plaatse ten zuiden van het projectgebied agrarische grond die in gebruik is als schapenweide (kadastraal gekenmerkt als Heino, sectie K, nummer 78, ged.). Ten westen van het projectgebied is agrarische grond in gebruik als paardenbak (kadastraal gekenmerkt als Heino, sectie K, nummer 12, ged.). Aan de noordkant van het projectgebied, met tussenin de Verversweg, wordt momenteel op de agrarische grond graan verbouwd (kadastraal

Afbeelding 3 Situatieschets met contour spuitzonering

Projectnr 300181978/2417/LvL

Spuitzonering Verversweg 2 Heino

gekenmerkt als Heino, sectie K, nummer 37, ged.).

2 Spuitzones en gevoelige functies Er gelden in Nederland geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld en nabij gelegen, voorgewasbeschermingsmiddelen gevoelige objecten, zoals woningen. Vanwege mogelijk vrijkomende drift (verwaaiing van spuitvloeistof) bij het bespuiten van fruitbomen wordt in de bestemmingsplanpraktijk een vuistregel gehanteerd om een afstand van 50 meter aan te houden tussen een fruitboomgaard en een gevoelige bestemming 1. Dit is een in de praktijk gegroeide vuistregel, omdat het gebruik van rekenmodellen nog weinig succesvol is2. Gevoelige functies zijn plaatsen waar regelmatig en voor een groot gedeelte van de dag mensen verblijven of samenkomen. Een woning met tuin wordt als zodanig aangemerkt. Bij de afstand van 50 meter wordt ervan uitgegaan dat enerzijds de bedrijfsvoering van de agrariër niet wordt belemmerd en anderzijds dat er geen nadelige effecten optreden voor de gezondheid van de bewoners van de woningen. De 50 meter afstand is echter een indicatieve en willekeurige afstand. Een verantwoorde afstand hangt onder meer af van het soort teelt ter plaatse en de plaatselijke omstandigheden.

Drift in bijvoorbeeld de fruitteelt is door de aard van de bespuiting, met name op- en zijwaarts gericht spuiten en spuitfrequentie intensiever dan bijvoorbeeld bespuitingen in de lage boomteelt of aardappelteelt3. Voor het betrokken bestuursorgaan bestaat zowel bij toepassing als

1

o.a. AbRS 6 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2340, r.o. 7.6

2

PRI 2015 → AbRS 16 December 2020, ECLI:NL:RVS:2020:6018. Plus EFSA-model → AbRS 19

Oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3023 3

AbRS 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1263

Projectnr 300181978/2417/LvL

Spuitzonering Verversweg 2 Heino

afwijking van deze afstand een onderzoeksplicht.

3 Onderzoek Zoals hiervoor staat aangegeven is de in de praktijk gegroeide vuistregel van 50 meter indicatief. Dat betekent dat er onder omstandigheden gemotiveerd van kan worden afgeweken. Omdat elk geval anders is, dient dit per locatie en per ontwikkeling te worden onderzocht en afgewogen. Dat is maatwerk. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en onderzoek komen de volgende aandachtspunten naar voren: 1.

wat wordt planologisch mogelijk gemaakt en geldende bestemming(en);

2.

welke gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt;

3.

wat zijn de effecten van de gewasbeschermingsmiddelen voor de mens bij blootstelling en het gebruik van drift reducerende middelen;

4. overheersende windrichting. Aan de hand van bovengenoemde stappen wordt in het navolgende onderbouwd of dat spuitzonering een belemmering vormt voor onderhavig planvoornemen en omliggende grondeigendommen en mogelijk gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de agrarische percelen. Stap 1: Wat wordt planologisch mogelijk gemaakt en geldende bestemming(en)? De projectlocatie aan de Verversweg 2 te Heino is op grond van het geldende bestemmingsplan bestemd als ‘Agrarisch’, zoals onder de Omgevingswet opgenomen in het tijdelijke deel van het Omgevingsplan. Het agrarische bedrijfsperceel, die met het voorgenomen plan wordt gewijzigd, beschikt over een ruim bouwvlak. Aan de westkant van het bouwvlak wordt een tweede bedrijfswoning gerealiseerd. Naast het agrarisch bouwvlak zijn de gronden bestemd met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie -2’. Verder geldt een gebiedsaanduiding ‘overige zone – geen reconstructiezone’. Bij het bepalen van een verantwoorde afstand tussen een woonperceel en agrarische gekeken naar wat het bestemmingsplan in juridische zin maximaal toelaat. Hierbij wordt uitgegaan van een maximale invulling van de planologische mogelijkheden van de betreffende gronden. Indien het bestemmingsvlak boomteelt en fruitteelt tot aan de perceelsgrens toelaat, dan dient te worden gemeten vanaf de perceelsgrens.

De geldende agrarische bestemmingen van de omliggende agrarische percelen zijn bestemd als ‘Agrarisch’. De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor: de uitoefening van een agrarisch bedrijf zoals genoemd in artikel 1 lid 1.10 onder a, b, e, f en g van het geldende bestemmingsplan.

Projectnr 300181978/2417/LvL

Spuitzonering Verversweg 2 Heino

percelen waarop boom- en/of fruitteelt in planologische zin zijn toegestaan, dient te worden

Artikel lid 1.10 agrarisch bedrijf een ter plaatse functionerend deeltijd, reëel of volwaardig agrarisch bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, nader te onderscheiden in de volgende productietakken: a. akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, daaronder niet begrepen sier-, fruit- en boomkwekerij; b. grondgebonden veehouderij: het houden van melk- en ander vee (nagenoeg) geheel op open grond, waaronder tevens een paardenfokkerij wordt verstaan; c. intensieve veehouderij: een agrarisch bedrijf of een deel daarvan met ten minste 250 m² bedrijfsoppervlakte dat wordt gebruikt voor veehouderij volgens de Wet milieubeheer en waar geen melkrundvee, schapen, paarden, of dieren 'biologisch' en geen dieren worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak ten behoeve van natuurbeheer; d. glastuinbouw: de teelt van gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen; e. sierteelt en boomkwekerij: de teelt van tuin- en potplanten en/of bomen in open grond, in potten of in containers, al dan niet met behulp van kassen en al dan niet gecombineerd met de handel in deze gewassen; f.

fruitteelt: de teelt van fruit op open grond;

g. intensieve kwekerij: de teelt van gewassen of dieren (anders dan bij wijze van intensieve veehouderij) (nagenoeg) zonder gebruik te maken van daglicht. In het bestemmingsplan is akkerbouw, vollegrondstuinbouw, fruitteelt, sierteelt en boomkwekerij dus rechtstreeks toegestaan. Stap 2: Welke gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt? -

Blijvend grasland, in gebruik als schapenweide (kadastraal gekenmerkt als Heino, sectie K, nummer 78, ged.).

Op blijvend grasland worden slechts enkele soorten gewasbeschermingsmiddelen gebruikt, vooral herbiciden tegen breedbladige onkruiden (zoals paardenbloem en zuring). Er worden geen insecticiden of fungiciden zoals in de akkerbouw gebouw gebruikt. Toepassing is meestal 1 tot 2 keer per jaar. Het gebruik is dus beperkt en incidenteel, niet intensief zoals bij gewassen die wekelijks bespoten worden. Bovendien is er in onderhavig geval sprake van überhaupt niet aan de orde. Wettelijk is het verplicht om minimaal 75% van de drift te reduceren, in praktijk wordt vaak zelf 90 tot 95% gereduceerd door speciale doppen en technieken. Spuitmachines zijn gekeurd en ingesteld op een lage spuitdruk. Daarbij is aan de zuidkant van het projectgebied aanzienlijke begroeiing en beplanting aanwezig, wat de drift richting de op te richten bedrijfswoning aanzienlijk reduceert. Spuiten gebeurt tot slot enkel bij geschikte weersomstandigheden: weinig wind, geen regen en geen extreme temperaturen. De hoeveelheid middel die buiten het perceel terecht komt is dus zeer klein, gezien bij grasland de spuitboom dicht bij het gewas staat en geen hoge gewassen aanwezig zijn.

Projectnr 300181978/2417/LvL

Spuitzonering Verversweg 2 Heino

blijvend grasland waarop hobbymatig schapen worden gehouden, spuiten is hier dus

-

Paardenbak (kadastraal gekenmerkt als Heino, sectie K, nummer 12, ged.)

Ter plaatse van de agrarische grond aan het westen van de projectlocatie, wordt deze gebruikt als paardenbak. Hier is sprake van een zandondergrond en hier worden dus geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. -

Graan (kadastraal gekenmerkt als Heino, sectie K, nummer 37, ged.).

Ten noorden van de projectlocatie wordt momenteel graan verbouwd, er mag tot op circa 28 meter van de beoogde tweede bedrijfswoning worden gespoten. Tussen de projectlocatie en het betreffende perceel is de Verversweg gelegen. Bij het verbouwen van graan (tarwe, gerst, rogge) worden wel gewasbeschermingsmiddelen gebruikt, maar het aantal toepassingen is beperkt vergeleken met intensieve teelten zoals aardappelen of groente. Er vinden hier geen wekelijkse bespuitingen plaats zoals in hoog-intensieve teelten. Meestal wordt één tot drie keer per seizoen gespoten: 1.

Onkruidbestrijding in het vroege voorjaar;

2.

Eventueel schimmelbestrijding (fungicide) later in het seizoen;

3.

Soms een groeiregulator of insecticide, maar niet standaard.

Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij graan is dus matig en geconcentreerd in enkele momenten per jaar. Verder geldt ook hier: wettelijk is het verplicht om minimaal 75% van de drift te reduceren, in praktijk wordt vaak zelf 90 tot 95% gereduceerd door speciale doppen en technieken. Spuitmachines zijn gekeurd en ingesteld op een lage spuitdruk. Daarbij is voornamelijk sprake van zuidwestenwind, wat de drift richting de op te richten bedrijfswoning aanzienlijk beperkt. Spuiten gebeurt tot slot enkel bij geschikte weersomstandigheden: weinig wind, geen regen en geen extreme temperaturen. De hoeveelheid middel die buiten het perceel terecht komt is dus zeer klein, gezien bij graan de spuitboom dicht bij het gewas staat wanneer in het vroege seizoen wordt gespoten.

Gewasbeschermingsmiddelen in andere teelten Momenteel worden de omliggende agrarische gronden gebruikt voor bovenstaande teelten toe te passen. Voor de volledigheid is daarom hieronder getoetst aan andere veelvoorkomende teelten: -

Aardappelen

Bij aardappelteelt is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen beperkt tot enkele toepassingen per seizoen, door verplichte driftreducerende technieken en aanvullende maatregelen is het risico op drift naar gevoelige functies laag. Er wordt laag bij de grond gespoten, waardoor de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel die buiten het perceel komt zeer gering is. De afstand van de projectlocatie tot aan de omliggende agrarische percelen wordt dus voldoende geacht.

Projectnr 300181978/2417/LvL

Spuitzonering Verversweg 2 Heino

toepassingen. Volgens de regels het bestemmingsplan is het echter mogelijk om andere

xirmConsult Onderdeel van ForFarmers

-

Maïs

In maïs worden gewasbeschermingsmiddelen slechts beperkt gebruikt. Meestal wordt één keer per jaar in het vroege groeistadium, laag bij de grond, gespoten tegen onkruid. Soms

wordt bladschimmelbestrijding toegepast, maar dat is niet standaard en allen bij hoge druk. Er zijn dus geen intensieve spuitschema's zoals bij groente- of fruitteelt. Gezien voorgenoemde is de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel die buiten het perceel komt zeer gering. De afstand van de projectlocatie tot aan de omliggende agrarische percelen

wordt dus voldoende geacht. Voor

Boom- en fruitteelt boomen fruitteelt

geldt

over

het

algemeen

dat

meer

met

gewasbeschermingsmiddelen wordt gespoten. Het spuiten gebeurt op een hogere hoogte dan bij lage gewassen, waardoor drift kan worden vergroot.

Ter plaatse van Verversweg 2 is sprake van een veldpodzolgrond (code bodemprofiel

(Hn21). Deze zandgronden hebben een lage pH, zijn arm aan voedingsstoffen, droog en waterdoorlatend. Organische stof heeft weinig kans om hierin te hechten. Fruitbomen

hebben een diep wortelgestel en vragen een bodem die vocht en voedingsstoffen goed vasthoudt. Bomen vragen ook een bodem die vocht en voedingsstoffen die goed vasthoudt,

daarbij zou de lage pH niet geschikt zijn voor de meeste boomsoorten. Voor bepaalde soorten die droogte en lage vruchtbaarheid verdragen (bijv, grove den, berken) kan het, maar voor commerciële boomteelt (zoals laanbomen) is het economisch vaak niet rendabel zonder zware bodemverbetering. Veldpodzolgronden zijn van nature niet geschikt

voor bomen- en fruitteelt, tenzij er grondverbetering, bekalking en irrigatie worden toegepast. Dat zou vervolgens niet rendabel zijn. Dat maakt dat de agrarische grond

rondom het projectgebied ongeschikt is voor het telen van fruit en bomen en waardoor het onwaarschijnlijk is dat de omliggende percelen ingericht worden voor de boom- en fruitteelt.

- Lelie- of bollenteelt Planologisch gezien is ter plaatse van het perceel ten noorden van de tweede bedrijfswoning tevens sierteelt en een boomkwekerij toegestaan. In deze teelt worden middelen ingezet als fungiciden, insecticiden en herbiciden. De frequentie waarmee de teelt

wordt bestreden varieert sterk per teelt en plaagdruk, maar er is een algemene trend van afnemend gebruik (gebruik is in vier jaar ruimschoots gehalveerd). Daarnaast is er sprake van een verschuiving naar biologische en minder schadelijke middelen.

De gronden waar sierteelt en een boomkwekerij planologisch is toegestaan, betreffen veldpodzolgronden met een bodemprofiel van leemarm tot zwak lemig fijn zand. Deze grondsoort is niet geschikt voor sier- en bomenteelt door de lage vruchtbaarheid, zuurgraad en soms droge omstandigheden. Vanwege de lage pH waarde is de grond

geschikt voor meer zuurminnende soorten. Door de lage waterbeschikbaarheid is er kans op uitdroging in droge perioden. Voor lelie- en boomteelt is een goede afwatering en

Projector 300181978/2417/LvL

O

C

O T N O 0)

50

9 9o C

O

c

8

5 O U

voldoende vochtvasthoudend vermogen essentieel. De gronden zijn dus niet geschikt voor sier- of boomteelt. -

Vollegrondsgroenteteelt

Voor vollegrondsgroenteteelt geldt ook dat meer met gewasbeschermingsmiddelen gespoten wordt om de groente vrij van ziekten en ongedierte te houden. Veldpodzolgronden zijn niet ideaal voor vollegrondsgroenteteelt, er is hier namelijk weinig natuurlijk vruchtbaarheid, het water zakt snel weg en er is dus risico op droogte. Door de zure pH is het niet geschikt voor de meeste groentegewassen zonder bekalking en door het gebrek aan organische stof is er een beperkt bufferend vermogen. Een veldpodzolgrond zou dus veel gecorrigeerd moeten worden om geschikt te maken voor vollegrondsgroenteteelt, denk aan: grondverbetering, bekalking, beregening en bemesting. Dat zou vervolgens niet rendabel zijn, wat maakt dat de agrarische grond rondom het projectgebied ongeschikt is voor het telen van vollegrondsgroenten en waardoor het onwaarschijnlijk is dat de omliggende percelen ingericht worden voor de vollegrondsgroententeelt. Stap 3: Wat zijn de effecten van de gewasbeschermingsmiddelen voor de mens bij blootstelling en het gebruik van drift reducerende middelen; Gewasbeschermingsmiddelen zijn ontwikkeld om ziekten, plagen en onkruiden te bestrijden, maar bij onjuist gebruik of blootstelling kunnen ze schadelijk zijn voor de mens. Directe blootstelling (bijvoorbeeld door spuitdrift) kan leiden tot irritatie van huid, ogen of luchtwegen.

Bij langdurige, herhaalde blootstelling kunnen er gezondheidsrisico’s ontstaan, zoals ademhalingsklachten of andere chronische effecten. Driftreducerende maatregelen spelen hierbij een cruciale rol. In Nederland is wettelijk vastgelegd dat spuittechnieken minimaal 75% driftreductie moeten realiseren, en vaak wordt zelfs 90–95% reductie toegepast. Dit gebeurt door: -

Speciale spuitdoppen en machines die grotere druppels maken en drift beperken;

-

Laag bij de grond spuiten;

-

Spuiten onder geschikte weersomstandigheden (weinig wind, geen regen).

Door deze maatregelen is de hoeveelheid middel die buiten het perceel terechtkomt zeer gering. Onderzoek en praktijkervaring tonen aan dat bij toepassing van erkende technieken

Stap 4: Overheersende windrichting De overheersende windrichting in Nederland is zuidwestenwind. Voor het perceel aan de zuidzijde van het projectgebied geldt dat verwaaiing van drift richting de projectlocatie mogelijk is, het gaat hier om het perceel met blijvend grasland waar niet tot weinig wordt gespoten. Voor de percelen aan de west- en noordzijde geldt dat de drift richting de projectlocatie beperkt zal zijn.

Projectnr 300181978/2417/LvL

Spuitzonering Verversweg 2 Heino

en naleving van regels het risico voor omwonenden en het milieu aanzienlijk wordt verlaagd.

4 Conclusie Rondom het plangebied zijn gronden aanwezig met een agrarische bestemming. Binnen 50 meter vanaf de projectlocatie zijn geen landbouwgronden in gebruik voor open teelten van sierplanten, bomen, boomgaarden of fruitteelt, De gronden zijn namelijk in gebruik als blijvend grasland, paardenbak en graanteelt. In het vigerende bestemmingsplan, zoals onder de Omgevingswet opgenomen in het tijdelijke deel van het Omgevingsplan, zijn akkerbouw, vollegrondstuinbouw, fruitteelt, sierteelt en boomkwekerij rechtstreeks toegestaan. Gelet op de aard van het voornemen, de huidige teelten en de afstand tot de projectlocatie, is er ten gevolge van het aspect spuitzones en gewasbeschermingsmiddelen geen sprake van onaanvaardbare volksgezondheidsrisico’s. Daarnaast leidt het planvoornemen niet tot het schaden van de belangen van omliggende waarden en functies en leidt het planvoornemen niet tot het schaden van belangen van de eigenaren en/of gebruikers van nabijgelegen gronden. Het planvoornemen wordt ten aanzien van het aspect spuitzonering aanvaardbaar en

Spuitzonering Verversweg 2 Heino

uitvoerbaar geacht.

Projectnr 300181978/2417/LvL

Spuitzonering Verversweg 2 Heino

1

Spuitzonering Verversweg 2 Heino

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=830b8d7e-1cc8-400f-8dcf-968c12551cc9