Memo met informatie naar aanleiding van RdT 28 oktober
Tekst van het document
MEMO Datum
23 november 2021
Aan
Gemeenteraad
Kopie aan Van
College
Onderwerp
Beantwoording naar aanleiding van bespreking verzoek tot uitbreiding varkenshouderij Heetenseweg 9A/9C in de Rond de Tafel van 28 oktober
Op 28 oktober is opiniërend gesproken over het verzoek tot uitbreiding van de varkenshouderij op het perceel Heetenseweg 9A/9C in Heeten. Hierbij zijn door een aantal fracties ook vragen gesteld aan het college. Met deze memo informeren we u over een aantal onderwerpen nader. Vergunningverlening uitbreiding veehouderij en recente jurisprudentie ten aanzien van stalmaatregelen stikstof. Naar aanleiding van onder ander een artikel in het NRC ( https://www.nrc.nl/nieuws/2021/10/24/honderdenveehouderijen-bij-natuurgebieden-mogen-toch-uitbreiden-a4062955 ) is dit aan de orde gekomen. Hierbij zijn een aantal uitspraken aangehaald waaronder de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de uitbreiding van een veehouderij in Blijham (d.d. 27-10-2021). De inhoud van deze uitspraak kunt u via de volgende link inzien. Uitspraak 201809457/2/R3 - Raad van State. Het betreft hier een situatie die niet vergelijkbaar is met het verzoek van de varkenshouderij. Dit omdat: 1. Het hier een rundveebedrijf betreft, wat gebruik maakt van andere stalsystemen 2. In dit geval de eerste vergunning en uitspraak was gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof (PAS), en omdat het PAS niet meer als basis gebruikt kan worden is het beroep in dit geval uiteindelijk nu gegrond verklaard.
Met deze uitspraak is geen uitspraak gedaan over de toepassing van (stikstof) berekeningen gebaseerd op specifieke stalsystemen. 3. Deze uitspraak slechts nog een formele afhechting van het proces was in dit geval. Op verzoek van de aanvrager heeft de betrokken gemeenteraad het uiteindelijke besluit om het bestemmingsplan vast te stellen voor de gevraagde uitbreiding inmiddels ingetrokken. Ten aanzien van de berekeningen en toepassing van emissiefactoren vanuit stallen voor verschillende stalsystemen zijn op dit moment nog enkele uitspraken gedaan op rechtbank niveau. (rechtbank Noord Nederland, Noord Brabant, Utrecht en recent : ECLI:NL:RBOVE:2021:3590, Rechtbank Overijssel, ak_20_723_tu (rechtspraak.nl) De Raad van State heeft hierover (nog) geen uitspraken gedaan. Provincies zijn bevoegd gezag in het kader van de vergunningverlening Wet Natuurbescherming (Wnb). Bij ruimtelijke besluiten moet de gemeente echter wel toetsen of aan de Wnb voldaan kan worden. Dit doen wij daarom in overleg met de provincie Overijssel. De provincie geeft hierover op dit moment aan dat zij bij vergunningverlening nog steeds de emissiefactoren uit de Regeling ammoniak en veehouderij hanteren. Dit is nog steeds de best beschikbare kennis.
Zoals ook in het voorstel benoemd is de jurisprudentie en wet- en regelgeving in beweging en wordt op het moment van een eventuele vergunningaanvraag naar de meest actuele situatie gekeken.
Werking en monitoring luchtwassers De werking van luchtwassers en monitoring onderdeel van de discussie geweest. In de bijlage is het rapport van de Omgevingsdienst IJsselland hierover. Op basis van de conclusies en aanbevelingen van het rapport wordt de controle op de werking van de luchtwassers als onderdeel van reguliere bedrijfscontroles opgenomen. Monitoring kan, via het uitlezen van de logboeken. Hoewel de luchtwassers hiervoor al wel geschikt zijn kan het op afstand monitoren nog niet en vraagt dus een bezoek ter plaatse. Het digitaal monitoren wordt landelijk verder ontwikkelt, de kennis van luchtwassers van toezichthouders wordt uitgebreid en er wordt en is al ingezet op de verbetering van kennis en inzicht van de agrariër op de werking van de luchtwasser en het goed laten functioneren daarvan. Ook met organisaties en leveranciers zal contact blijven om de werking van de luchtwassers verder te optimaliseren. Veehouderij op het industrieterrein. In de huidige wetgeving en jurisprudentie van de Wet geurhinder en veehouderij kunnen bedrijven op een bedrijventerrein ook aangemerkt worden als “geurgevoelig object”. Bovendien is een bedrijventerrein vaak onderdeel van “de bebouwde kom” en gelden daar strengere geurnormen dan buiten de bebouwde kom.
Het inpassen van een veehouderij op een bestaand bedrijventerrein wordt hiermee vrijwel onmogelijk, omdat ook bij toepassing van geur reducerende technieken er vrijwel altijd sprake blijft van enige geuruitstoot die zal zorgen voor een te hoge geurbelasting op een naastgelegen bedrijf. Toepassing rood voor rood na realisering mogelijk? Bij sloop na realisering kan er een beroep gedaan worden op de rood voor rood regeling. Dit zal maatwerk zijn op dat moment en daarbij wordt dan ook gekeken naar de mogelijkheden van de betreffende locatie om woningen te bouwen. Bij sloop van minimaal 2.000 m2 (vergunde en feitelijk bestaande gebouwen) mag een initiatiefnemer 2 kavels realiseren. Als de kosten zodanig hoog zijn dat de geprognotiseerde opbrengsten van 2 kavels dat niet kunnen dekken kan er sprake zijn van meer kavels. Hier zal dan een berekening aan ten grondslag moeten liggen en moet goed onderbouwd worden waarom er sprake is van meer dan twee woningen. Als een bedrijf uitbreiding op meerdere locaties realiseert, is toepassing van rood voor rood op meerdere locaties mogelijk. Daarbij geldt voor iedere locatie de hiervoor genoemde toepassing van rood voor rood. We zien het voorsorteren op rood voor rood door dit plan nu te ontwikkelen niet als reële optie: het vraagt een zeer grote investering om de plannen en bijbehorende vergunningen te realiseren.
2