Informatienotitie sociaal domein december 2024
Tekst van het document
Informatienotitie Sociaal Domein
Voor u ligt de informatienotitie Sociaal domein. U ontvangt drie keer per jaar een informatienotitie waarin naast de Jeugdwet ook informatie over de Wmo, Participatiewet en schulddienstverlening is opgenomen. Op de website waarstaatjegemeente.nl zijn nog meer cijfers te vinden over het sociaal domein.
Algemeen Raalte
Algemeen
2022
Het aantal huishoudens met en zonder zorg en ondersteuning ten opzichte van het totaal aantal huishoudens wordt getoond. Onder zorg en ondersteuning wordt verstaan de individuele voorzieningen op grond van de Wmo 2015, de Jeugdwet en/of de Participatiewet. Het aandeel huishoudens met zorg en ondersteuning ligt iets lager dan gemiddeld in Nederland.
2022
Wmo In de gemeente Raalte ligt het beroep op ondersteuning vanuit de Wmo relatief iets hoger dan gemiddeld in Nederland. We zien dat het beroep op begeleiding, hulp bij het huishouden, vervoersvoorzieningen en woonvoorzieningen de afgelopen jaren gestegen is. Het aantal cliënten wat een beroep doet op Wmo-ondersteuning neemt toe als gevolg van de toenemende vergrijzing en het feit dat inwoners langer zelfstandig (met ondersteuning vanuit de Wmo) thuis wonen. De invoering van het abonnementstarief Wmo heeft invloed op de toegenomen zorgvraag. Het abonnementstarief, een vast tarief voor de eigen bijdrage voor Wmo ondersteuning, is sinds 1 januari 2020 van kracht. De wetswijziging heeft tot gevolg gehad dat meer cliënten een beroep doen om ondersteuning vanuit de Wmo. Alle gemeenten in Nederland worstelen hiermee. Vanaf 1 januari 2026 zal, zoals het er nu uitziet, weer een inkomensafhankelijke bijdrage worden ingevoerd door het Rijk. Vergrijzing Het percentage ouderen in de gemeente Raalte stijgt van 22% in 2020 naar 32% in 2040 en is hoger dan gemiddeld in Nederland. Dit is van invloed op de toekomstige zorgvraag, beschikbaarheid van mantelzorgers en de vraag naar maatwerkvoorzieningen vanuit de Wmo.
Aantal individuele cliënten per 1ste van de maand Wmo 1-1-19
1-1-20
1-1-21
1-1-22
1-1-23
1-1-24
Begeleiding
325
364
356
386
364
399
Dagbesteding
245
239
215
222
197
211
Hulp bij huishouding
830
927
957
995
1057
1105
Rolstoelen
321
335
327
293
276
268
Vervoersdiensten (vv dagbesteding)
599
593
540
519
531
560
Vervoersvoorzienin gen
1189
1225
1247
1239
1256
1290
Woonvoorziening
250
289
337
370
368
341
Wmo
Percentage 65 jaar en ouder
Wmo Aantal unieke cliënten maatschappelijke opvang naar herkomstgemeente
Bron: Monitor beschermd wonen & maatschappelijke opvang
Jeugdhulp Het aandeel jongeren met specialistische jeugdhulp ligt relatief laag ten opzichte van het gemiddelde in Nederland. In 2024 is gedurende het jaar een lichte stijging zichtbaar van het aantal jeugdigen dat specialistische jeugdhulp ontvangt. Er heeft zich een specialistische jeugdhulpaanbieder gevestigd in Raalte waardoor een aanzuigende werking zichtbaar is naar deze aanbieder. Ook blijven de verwijzingen vanuit de gecertificeerde instellingen naar de specialistische jeugdhulp hoog. Hierover vinden gesprekken plaats. Tegelijkertijd zien we een lichte daling in het aantal jeugdigen dat door het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) ondersteund wordt. Het CJG werkt sinds het voorjaar met de methode Van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag (positieve gezondheid). De uitwerking hiervan is dat meer vragen met enkelvoudige gesprekken kunnen worden beantwoord, de regie meer teruggelegd wordt bij ouders of een oplossing wordt gevonden vanuit een andere wet. Ook heeft het CJG nog meer collectief aanbod geboden, zoals een lessenreeks op de Taalschool en inloopspreekuren op diverse scholen, waardoor minder jeugdigen en ouders een individueel traject starten bij het CJG. Daarnaast loopt het CJG vanwege een administratieve wijziging wat achter in de registratie. Dit wordt momenteel rechtgetrokken waardoor het aantal cliënten mogelijk nog iets toeneemt.
Het percentage jeugdigen dat jeugdhulp met verblijf ontvangt of een jeugdbeschermingsmaatregel heeft, ligt in lijn met het gemiddelde in Nederland.
Participatiewet Het aantal personen dat een bijstandsuitkering ontvangt, ligt in de gemeente Raalte relatief laag ten opzichte van gemiddeld in Nederland. Een derde van de redenen om een bijstandsuitkering aan te vragen betreft het verkrijgen van een verblijfsstatus. We zien een lichte stijging in het aantal verstrekte participatiewet, dit heeft te maken met de toename van het aantal statushouders. In de afgelopen jaren hebben we een stijging gezien van het beroep op de bijzondere bijstand en minimaregelingen. De ingezette communicatie om de bekendheid van de regelingen te vergroten heeft geleid tot meer aanvragen minimaregelingen, in 2023 loopt dit voor de minimaregeling iets terug. Vanaf 2022 moet de studietoeslag ook uit de BUIG uitkering betaald worden (voorheen uit het participatiebudget).
Aantal unieke klanten per regeling Aantallen bijzondere bijstand/mini mabeleid
Unieke klanten t/m april 2022
Unieke klanten t/m april 2023
Verloop aantal Participatiewet uitkeringen Unieke klanten t/m april 2024
Unieke klanten tot en met november 2024
Bijzondere bijstand
218
237
206
424
Minimaregeli ng (Meedoen 18+)
202
186
490
616
Totaal unieke klanten
329
339
515
?
Omschrijving
Beginstand 1-1-2020
Beginsta nd 1-1-2021
Beginstan d 1-1-2022
PW IOAW/ IOAZ B3BfZ Studietoeslag Totaal
353 22 1 0 376
366 24 2 0 392
363 17 5 0 385
Beginstan d 1-1-2023
359 374 16 1 12 403
Beginstan Beginstan d d 1-1-2024 01-7-2024 383 12 2 11 408
389 12 2 10 413
Meedoen regeling wordt sinds maart 2024 automatisch toegekend aan inwoners met een bijstandsuitkering.
Bron: CBS 2024
Bron: CBS 2019 - 2023
Beginstan d 1-12-2024 415 10 1 13 439
Participatiewet Reden aanvang uitkering 2024
Reden beëindiging 2024
Let op:“wijziging uitkering” heeft te maken met nieuwkomers waarvan sprake is van gezinshereniging. Dus het dossier “alleenstaande” wordt beëindigd en er wordt een nieuw dossier gemaakt “gehuwd”.
Schulden Het aandeel huishoudens met problematische schulden ligt relatief iets lager dan gemiddeld in Nederland. Het aantal achterstandsmeldingen wisselt per maand. Sinds de start van vroegsignalering via 'RIS Vroeg Er Opaf' is er sprake van een stijging van meldingen. Dit heeft te maken met een toename van het aantal signaalpartners die achterstandsmeldingen met ons delen en met een wijziging van de termijnen van achterstanden op het gebied van energie en water, waardoor signalen eerder met ons gedeeld worden.