Informatienotitie geur veehouderij
Tekst van het document
INFORMATIENOTITIE RAAD Onderwerp
Informatie over geurregelgeving veehouderij
Zaaknummer
12807-2025
B&W vergadering
25 februari 2025
Portefeuillehouder
Dhr. A. (Alexander) Kreule
Behandelend ambtenaar
Leonie van Dam/Frans Huner telefoon: , e-mail:
Kennis te nemen van De informatie over wet- en regelgeving rond geurhinder van veehouderijen en invloed van de gemeenteraad hierop.
Inleiding Bij de behandeling van de voorgenomen uitbreiding van de varkenshouderij aan de Heetenseweg 9a/9c in de gemeenteraad is gevraagd om een toelichting op de wet- en regelgeving rond geurhinder van veehouderijbedrijven. Op basis hiervan zijn enkele vragen naar voren gekomen. Na een algemene inleiding worden deze vragen worden in deze informatienotitie beantwoord.
Kernboodschap Algemeen Geur kan hinder veroorzaken en gezondheidsrisico’s meebrengen. Geur is echter lastig te meten omdat de beleving van geur subjectief kan zijn. Er zijn daarom afstanden en normen gesteld ten aanzien van geur vanuit de veehouderij ten opzichte van een geurgevoelige bestemming, bijvoorbeeld een woning of school. In sommige gevallen moet berekend worden of hieraan kan worden voldaan, in andere gevallen gelden er vaste afstanden. De normen waren voor een groot deel opgenomen in landelijke wet- en regelgeving (Wet geurhinder en veehouderij en het Activiteitenbesluit) opgenomen maar vallen per 1-1-2024 onder de Omgevingswet. Geur regelgeving is complex en er zijn verschillen tussen soorten vee, gebieden en binnen of buiten de bebouwde kom. Ook zijn er regels die aangeven hoe er om moet worden gegaan met cumulatie van geur van veehouderijen en hoe er getoetst moet worden als in de huidige vergunde situatie de toegestane geurbelasting al wordt overschreden. In deze notitie houden we het bij de hoofdlijnen en de regels met betrekking tot geur vanuit veehouderijen. Voor andere vormen van bedrijvigheid gelden andere (aanvullende) regels. Op dit moment gelden de geurregels vanuit de bruidsschat Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft elke gemeente een omgevingsplan met regels die eerst in de rijksregels stonden. Dit heet de bruidsschat.
Hierin staan ook de geurregels voor veehouderijen die voorheen in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) en het Activiteitenbesluit stonden. Ook zijn binnen de gemeente Raalte voor enkele voor specifieke gebieden vastgestelde geurverordeningen van toepassing gebleven.
De gemeente kan in de overgangsfase tot eind 2031 in hun eigen omgevingsplannen deze geurregels vervangen door eigen geurregels. Hiervoor geeft het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) instructieregels. 1 Voor verschillende dieren en gebieden gelden verschillende normen. De maximale toegestane geurbelasting verschilt in de huidige wetgeving tussen concentratiegebieden en nietconcentratiegebieden. De concentratiegebieden zijn aangegeven in de Meststoffenwet. Binnen de gemeente Raalte valt de voormalige gemeente Heino in het niet-concentratiegebied en de voormalige gemeente Raalte is wel concentratiegebied. Ook wordt onderscheid gemaakt tussen binnen en buiten de bebouwde kom (zie Tabel 'Maximale toegestane geurbelasting'). De in de tabel aangegeven grenswaarde is de uiterste geurbelasting die er in een omgevingsplan gemotiveerd opgenomen kan worden. Gebied
Maximaal toegestane geurbelasting (oue/m3)
Grenswaarde
Concentratiegebied binnen bebouwde kom Concentratiegebied buiten bebouwde kom Niet-concentratiegebied binnen bebouwde kom Niet-concentratiegebied buiten bebouwde kom
3,0 14,0 2,0 8,0
14 35 8,0 20
Tabel Maximale toegestane geurbelasting Diersoorten waarvoor een geuremissie factor geldt Er zijn diersoorten waarvoor een zogenaamde “geuremissiefactor” is opgenomen in de Omgevingsregeling. Voorbeelden van dieren met een geuremissiefactor zijn varkens, pluimvee, vleeskalveren en geiten. Het toetsen aan de geurnorm gebeurt met aangewezen geuremissiefactoren en het voorgeschreven rekenmodel V-stacks. In een aantal gevallen wordt daarbij ook gekeken worden naar de optelsom (cumulatie) die verschillende bedrijven in de omgeving op een geurgevoelig object kunnen hebben.
Vaste afstanden bij diersoorten waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld Voor dieren waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, zoals melkkoeien, gelden vaste afstanden: • Een minimumafstand van 50 m buiten de bebouwde kom of 100 m tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom. Hiervan kan een gemeente in het omgevingsplan afwijken. Hiervoor is wel een ondergrens aangegeven. • Minimaal 50 of 100 m afstand tot agrarische bedrijfswoningen. Dit geldt ook voor: o Voormalige agrarische bedrijfswoningen die op of na 19 maart 2000 geen onderdeel waren van een veehouderij o Voor ruimte-voor-ruimte-woningen • Een minimumafstand van gevel-tot-gevel van 25 m of 50 m. Bijvoorbeeld van gevel van stal tot gevel van woning buurman. Beantwoording van de vragen:
1. Wie/ welke organisatie (s) is/zijn verantwoordelijk voor het opstellen van de beleidsregels voor geuroverlast? En kan kort wat over worden uitgelegd over de inhoud van deze beleidsregels? Sinds de inwerkingtreding van den Omgevingswet moet de gemeente geurregels opnemen voor veehouderijen in het omgevingsplan. Deze regels hebben als doel te beschermen tegen geur door veehouderijen en andere landbouwactiviteiten. Omdat de gemeenteraad bevoegd is om een omgevingsplan vast te stellen, stellen zij dus
1
(In paragraaf 5.1.4.6.3 Bkl. staan regels voor geur door het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf op ene geurgevoelig gebouw (bijvoorbeeld een woning). Voor andere activiteiten zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.4.6.4 Bkl. ‘Geur door andere agrarische activiteiten’.)
2
ook de regels voor geur vast. Op dit moment geldt het Omgevingsplan van rechtswege, met de aangegeven regels vanuit de bruidsschat en de daarvoor ook al geldende gemeentelijke geurverordeningen. In het nog op te stellen omgevingsplan moeten deze geurregels (waarde voor de toelaatbare geur op een gebouw) opgenomen worden. Hierbij kan de gemeenteraad binnen de wettelijk aangegeven kaders hun eigen normen stellen. Bij het vaststellen van de geurnorm en de minimale afstanden houdt moet rekening gehouden worden met: • Dat de gemeente vanwege zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen ook een hogere waarde dan de grenswaarde of kleinere afstand dan de ondergrens kan vaststellen. Dit kan alleen in een zeer beperkt aantal gevallen. • Dat het Bkl bepaalt welke geurgevoelige gebouwen, zoals woningen, altijd geurgevoelig zijn. De gemeente kan extra gebouwen of gedeelten daarvan als geurgevoelig aanwijzen, mits er sprake is van verblijf van mensen2. • Dat de gemeente in het omgevingsplan een bebouwingscontour geur moet vaststellen. Binnen de contour is een hoger beschermingsniveau dan erbuiten. We werken op dit moment aan de eerste wijziging van het omgevingsplan Op dit moment is de gemeente Raalte bezig met de ontwikkeling van de eerste wijziging van het omgevingsplan. De opdracht vanuit de gemeenteraad is om dit zoveel mogelijk beleidsarm te doen.
Dit houdt in dat we zoveel mogelijk de huidige geldende regels en wet- en regels uit de bruidsschat overnemen. Het betreft hier een wijziging voor de kern Luttenberg. De ontwikkeling van de eerste wijziging van het omgevingsplan vindt plaats middels een intensieve samenwerking met de gemeenten Olst-Wijhe en Deventer. De andere gemeenten hebben voor hun eerste wijziging ook een kleine kern uitgekozen. Er is expliciet gekozen voor Luttenberg, aangezien het hier een kleine kern betreft waarbij veel verschillende activiteiten samenkomen. Deze activiteiten zien we in hoofdlijn terug in al onze kernen. Op deze manier kan er voor bestaand stedelijk gebied een eerste aanzet worden gemaakt van het omgevingsplan en hoe die er voor al onze kernen uit zal komen te zien.
2. Wie/ welke organisatie (s) is/zijn verantwoordelijk voor de handhaving van deze regels? De gemeente is verantwoordelijk voor controle of veehouderijen zich aan de regels houden. De uitvoering van controle bezoeken ligt bij de Omgevingsdienst IJsselland. Hierbij wordt gekeken naar de “zwaarte” van het bedrijf. Sommige bedrijven worden om de twee of vijf jaar bezocht. Andere bedrijven jaarlijks. Als handhaving aan de orde is doet de Omgevingsdienst hierover een voorstel aan de gemeente. De gemeente is uiteindelijk degene die daarover het besluit neemt.
3. Tot wie kan een inwoner zich wenden bij geuroverlast? Voor ernstige milieuklachten kun je terecht bij Meldpunt Milieu van provincie Overijssel. Je kunt een milieuklacht maken via Meldpunt Milieu of bellen naar telefoonnummer 088 - 52 51 050 (ook buiten kantoortijden). Als inwoners niet weten waar de geur vandaan komt kunnen ze via de gemeentelijke website bij “maak een melding” hun klacht/melding bij de gemeente indienen. Het Meldpunt Milieu is onderdeel van de Omgevingsdienst IJsselland. Het Meldpunt Milieu is een gezamenlijke wachtdienst, die buiten kantoortijd bereikbaar is voor ernstige milieuoverlast en calamiteiten bij bedrijven.
4.
Welke handvaten heeft de gemeenteraad raad, wat kan de raad doen als het gaat om geuroverlast?
De gemeenteraad kan in het Omgevingsplan regels stellen ten aanzien van geur. Binnen de regels die het Bkl kwaliteit leefomgeving en de wettelijk vastgestelde grenswaarde die het Bkl geeft. Het opnemen van specifieke geurnormen vraagt echter een zeer goede onderbouwing en motivering die integraal en in samenhang met het gehele omgevingsplan overwogen moeten worden.
2
artikel 5.91 lid 4 en 5 Bkl. 3
Vervolg Bij de wijziging van het omgevingsplan moeten geurregels worden opgenomen. Voor het eerste plan voor de Kern Luttenberg wordt nader uitgezocht hoe dit toe te passen. Naar verwachting komt dit plan in het tweede kwartaal van 2025 naar de gemeenteraad. Het wijzigen van het omgevingsplan voor het buitengebied vraag nog veel uitzoekwerk en is complex en vraagt nog veel beleidsmatige afwegingen. Dit deel van het omgevingsplan wordt daarom pas op de wat langere termijn opgepakt. Tot die tijd blijft het huidige omgevingsplan van rechtswege met de regels uit de bruidsschat hier gelden.
Communicatie Niet van toepassing
burgemeester en wethouders van de gemeente Raalte,
de secretaris Monique van Esterik
de burgemeester Rob Zuidema
4