I&O Research - opzet onderzoek naar ondermijning voor Rekenkamer Raalte
Tekst van het document
Offerte
Weerbaarheid tegen ondermijning Onderzoeksvoorstel voor de Rekenkamer Raalte maart 2024
www.ioresearch.nl
1
Inleiding
1.1
Achtergrond en aanleiding
Ondermijning vormt in ons land in toenemende mate een probleem voor de samenleving. Het kan vele verschillende vormen aannemen, maar het leidt er in alle gevallen toe dat de grenzen tussen de boven- en onderwereld vervagen. Criminelen richten voor hun activiteiten bijvoorbeeld bedrijven op, vragen vergunningen aan of huren en kopen panden. Hiervoor hebben ze in de ‘bovenwereld’ medewerking nodig van bijvoorbeeld makelaars of autoverhuurbedrijven. Ook individuele burgers en ondernemers kunnen ermee te maken krijgen. Zo benaderen criminelen eigenaren van bijvoorbeeld leegstaande schuren om daarin criminele activiteiten uit te voeren. Denk hierbij aan productie van drugs, de opslag van gestolen goederen of zelfs ondergronds bankieren. Criminelen verdienen hier veel geld mee en weten in veel gevallen – zo nodig met geweld – lange tijd onder de radar te blijven. Dit zorgt er voor dat deze onderwereldfiguren ongewenste machtsposities opbouwen.
Ondermijning is een bedreiging voor de samenleving. Dit omdat er maatschappelijke fenomenen mee samenhangen als verslaving, geweld, slachtofferschap en oneerlijke concurrentie. Tegelijkertijd gaat er een aantrekkingskracht vanuit, omdat er veel geld mee te verdienen valt. Dit maakt ondermijning een hardnekkig probleem. Het geweld dat met ondermijning gepaard gaat is zorgwekkend. Onschuldige burgers kunnen hierdoor (vaak onbedoeld) het slachtoffer worden. Ook bestuurders, overheidsfunctionarissen en anderen die door de uitvoering van hun taken de onderwereld dwarszitten kunnen te maken krijgen met intimidatie en bedreiging. Het is aan de politie en gemeente signalen over mogelijke ondermijning op waarde te schatten en hierop te acteren.
Weerbaarheid tegen ondermijning
2 van 13
Definitie en afbakening Het is niet makkelijk om ondermijnende criminaliteit af te bakenen, omdat het veel activiteiten kan omvatten. Waar veel geld te verdienen valt, komt ondermijning voor. Er bestaan verschillende definities van ondermijning: “Het verzwakken of misbruiken van de structuur van onze maatschappij, leidend tot een aantasting van haar fundament en/of van de legitimiteit van het stelsel dat haar beschermt”1 “Ondermijnende criminaliteit is criminaliteit die de formele (rechtsstaat) of de informele grondslag (fatsoenlijke verhoudingen), van onze samenleving systematisch aantast” 2 Ondermijning gaat dus over de schadelijke (lokale) effecten van georganiseerde criminaliteit op de samenleving. De definitie van georganiseerde criminaliteit, die nog steeds wordt gebruikt is van onderzoeksgroep Fijnaut uit 1996: “Er is sprake van georganiseerde criminaliteit indien groepen die primair gericht zijn op illegaal gewin systematisch misdaden plegen met ernstige gevolgen voor de samenleving, en in staat zijn deze misdaden op betrekkelijk effectieve wijze af te schermen, in het bijzonder door de bereidheid te tonen fysiek geweld te gebruiken of personen door middel van corruptie uit te schakelen.” Ondermijning kan dus worden opgevat als het probleem van verwevenheid tussen onderwereld en bovenwereld.
Het omvat aan de ene kant bewuste of onbewuste betrokkenheid van legale dienstverleners bij de uitvoering van criminele activiteiten. Voorbeelden hiervan zijn het witwassen bij financiële dienstverleners of invloed uitoefenen op beleidsmakers of ambtenaren om gunstige wetten of regelgeving re verkrijgen die hun criminele activiteiten ten goede komen, Daarnaast omvat het ook het witwassen van misdaadgeld in vastgoed, bedrijvigheid of andere legale activiteiten. Het gaat dus niet alleen om georganiseerde criminaliteit op zichzelf, maar om de maatschappelijke schade daarvan. Gemeenten kunnen tegenover ondermijning bestuurlijk en wettelijk instrumentarium in stelling brengen. We zetten er hieronder een aantal op een rijtje3. • Bestaande bevoegdheden inzetten, zoals: - een bibob-onderzoek uitvoeren - bestuursdwang toepassen ter handhaving van de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet en toevoeging van artikel 13b (sinds 1999) - het ontbinden van een huurovereenkomst (artikel 7:231 Burgerlijk Wetboek) • Oprekken van bestaande bevoegdheden, zoals: - lokalen sluiten op basis van de APV op basis van verstoring van de openbare orde op basis van een verwevenheid tussen boven en onderwereld. • Nieuwe bevoegdheden gebruiken, zoals:
1
Bron: Politie Amsterdam-Amstelland. (2009). Over ondermijning: Een verkenning naar het fenomeen, de aanpak en mogelijke verbeteringen. 2 Bron: Tops, P., & Van der Torre, E. (2014). Wijkenaanpak en ondermijnende criminaliteit. Tilburg University. 3 Bron: Prof Vols, Michel; Ondermijning, Nederlands Tijdschrift voor Bestuursrecht, 2020
Weerbaarheid tegen ondermijning
3 van 13
-
gebieden aanwijzen waarin een vergunningsplicht bestaat voor bepaalde bedrijvigheid - autonome verordenende bevoegdheid gebruiken (artikel 149 Gemeentewet) om ondermijningsproblemen mee aan te gaan. Uiteraard zijn er voor en nadelen verbonden aan het toepassen van deze instrumenten. Een vergunningplicht invoeren voor een bepaalde bedrijvigheid in een bepaald gebied kan er bijvoorbeeld toe leiden dat de activiteit ergens anders opduikt. Wij zijn benieuwd naar de problematiek in Raalte, het instrumentarium dat de gemeente daar tegenover stelt en de effecten die dit tot nu toe heeft opgeleverd. We danken u hartelijk voor deze offerteaanvraag en brengen dit voorstel met plezier aan u uit. We gaan achtereenvolgens in op de doel- en vraagstelling van het onderzoek, ons plan van aanpak, de planning, referentie-projecten, het beoogde onderzoeksteam en de begroting.
Weerbaarheid tegen ondermijning
4 van 13
1.2
Doel- en vraagstelling
Centrale vraag De centrale vraag van het onderzoek zouden wij als volgt formuleren: Is de gemeente Raalte voldoende weerbaar voor eventuele criminele ondermijningsaangelegenheden.
Deelvragen Vanuit deze hoofdvraag heeft u een aantal deelvragen geformuleerd. Deze verdeelt u onder in drie typen: vragen over de problematiek, vragen over het beleid en vragen over de rol van de raad. Vragen over de problematiek 1 Wat is de aard en de omvang van ondermijning in de gemeente Raalte, gemeten in: a Ervaringen/casussen b Cijfers c Inzet (van middelen en fte’s)4 Vragen over het beleid 2 Evaluatie van het beleid aan de hand van vragen als: a Welk beleid is er gevoerd en in hoeverre is hierbij een bestuurlijk, wettelijk of ander instrumentarium ingezet? b Was het beleid robuust5 genoeg? c Was het beleid doelmatig? d Was het beleid effectief6? Vragen over de rol van de raad 3 Evaluatie van de rol van de raad aan de hand van: a Het bestuderen van raadstukken die over de ondermijningsproblematiek gaan b Wat stakeholders over raadsbesluiten zeggen
Afbakening Het onderzoek richt zich specifiek op een afgebakende periode omdat het anders te veelomvattend zou worden. Tijdens het startoverleg zal deze periode worden bepaald. Voordat we ingaan op de aanpak, presenteren we graag eerst onze visie op het onderzoek. Dat doen we door een eerste uitwerking van de vraagstelling.
4
Wij nemen hier aan dat het hierbij om de inzet vanuit de gemeente, handhaving en politie gaat Wij nemen aan dat hiermee (juridische) houdbaarheid wordt bedoeld 6 Hier komen wij nog op terug: effectiviteit kan namelijk worden gemeten in output en outcome 5
Weerbaarheid tegen ondermijning
5 van 13
1.3
Uitwerking vraagstelling en aanzet normenkader
We gaan in deze paragraaf iets dieper in op de onderzoeksvragen en geven we alvast een aanzet voor enkele (hoofd)normen waarmee de weerbaarheid van de gemeente in beeld kan worden gebracht. Uiteraard wordt het definitieve normenkader op basis van de deskresearch en in samenspraak met de Rekenkamer verder verfijnd en vastgesteld. Om inzicht te krijgen in de factoren die de gemeente Raalte vatbaar maken voor ondermijning, is het van belang om gebruik te maken van een risicoprofiel of ondermijningsbeeld. Wij weten niet of er in gemeente Raalte al een ondermijningsbeeld of risicoprofiel is gemaakt. Doorgaans bestaat het uit verschillende elementen. Dit kunnen tastbare en minder tastbare elementen zijn. De aanwezigheid van een groot buitengebied met boerenschuren is bijvoorbeeld een element dat in zo’n beeld of profiel zou passen. Vervolgens kan met behulp hiervan worden onderzocht in hoeverre de gemeentelijke organisatie: • al anticipeert op de mogelijke risico’s, • weerbaar is tegen ondermijning. De driedeling die u aan ons heeft meegegeven nemen wij als overkoepelende thema’s waaronder de volgende pijlers aan bod komen. Figuur 1 – Weerbaarheid gemeentelijke organisatie Problematiek
Inzicht en bewustzijn
1.
Beleid & rol van de raad
Bestuurlijke en beleidsmatige borging
Instrumentarium /
Problematiek
Praktijk
organisatie
Inzicht en bewustzijn • •
Cijfers ondermijning in de gemeente Raalte Wat weten het bestuur, de raadsleden en de medewerkers van de gemeente over ondermijning en kunnen zij signalen van ondermijnende activiteit (voldoende) herkennen? Is er ook een (recent) ondermijningsbeeld voor de gemeente Raalte van het RIEC en hoe goed is de organisatie hiermee bekend?
2. Bestuurlijke en beleidsmatige borging •
In hoeverre is ondermijning een bestuurlijke prioriteit? Is er beleid of zijn er speerpunten in het beleid voor de aanpak van ondermijning?
3. Instrumentarium/organisatie •
Op welke manier is in protocollen en processen vastgelegd hoe kan/moet worden geanticipeerd op mogelijke risico’s? Denk hierbij aan de eerder genoemde vergunningsverplichtingen, het bibob-beleid en het inzetten van bevoegdheden.
Weerbaarheid tegen ondermijning
6 van 13
•
Hoe is de aanpak van ondermijning geregeld binnen de gemeentelijke organisatie? Welke instrumenten heeft de gemeente om in te zetten tegen ondermijning? Wordt er samengewerkt met andere instanties (bijv. politie en RIEC)? En is de organisatie in staat en bereid om het instrumentarium optimaal in te zetten tegen ondermijning? - Hoeveel en welke medewerkers hebben ondermijning in hun taakveld en hoe is deze formatie georganiseerd? Is dat voldoende volgens de stakeholders? - Hoe is de informatiehuishouding van de organisatie ingericht om signalen over ondermijning te herkennen, agenderen en aan te pakken? Is er ook een overlegstructuur met (regionale) partners om informatie over signalen uit te wisselen? - Met welke andere instanties wordt samengewerkt in de aanpak van ondermijning? Hoe ziet deze samenwerking eruit? - Welke instrumenten en beheersmaatregelen heeft de organisatie om ondermijnende criminaliteit tegen te gaan? - Zijn er binnen de organisatie voldoende waarborgen ingebouwd om de integriteit en veiligheid van medewerkers zeker te stellen?
4. Praktijk •
Worden signalen van ondermijning gemeld en opgepakt? - Wat is de aard en omvang van bestuurlijke rapportages van politie en gemeentelijk boa’s ten aanzien van ondermijningssignalen? - Wat is de aard en omvang van bestuurlijke maatregelen tegen ondermijning (zoals boetes, waarschuwingen, bestuursdwang) - Wat is de aard en omvang van bibob-toetsen die de gemeente uitvoert, en wordt er ook casuïstiek opgeschaald naar RIEC of LBB?
Aanzet voor het normenkader Vanuit het hierboven beschreven conceptuele kader zijn normen te herleiden. Deze normen zijn ook te koppelen aan de deelvragen waar ze op van toepassing zijn. Norm
Hoort bij pijler
De gemeente is zich bewust van ondermijningsrisico’s in Raalte
1
De gemeente heeft zicht op de aard en omvang van ondermijning in Raalte
1
De gemeente beschikt over samenhangend beleid of een programmatische aanpak
2, 3
van ondermijning De gemeenteraad heeft de kaders van het beleid gesteld
3
De gemeenteraad wordt voldoende geïnformeerd over de resultaten en effecten van
4
het beleid Voor de uitvoering van het beleid is voldoende capaciteit, kennis, kunde en mandaat
3
beschikbaar in de formatie De gemeente heeft een goede informatiepositie
2, 4
Er is een heldere samenwerkingsstructuur, zowel intern als met (regionale) partners
3
Veiligheidspartners delen informatie binnen de wettelijke mogelijkheden en werken
4
goed samen Het bestuurlijk instrumentarium wordt op een adequate manier ingezet
Weerbaarheid tegen ondermijning
3
7 van 13
Zoals we eerder al in een voetnoot schreven, zijn er twee manieren om naar het effect van beleid te kijken: output en outcome. Output is daarbij datgene wat het beleid feitelijk heeft opgeleverd en outcome datgene wat het beleid heeft veranderd en wat daaruit is voortgekomen. • Outputmetingen zijn lastig omdat effecten vaak pas op langere termijn zichtbaar worden. We kunnen bijvoorbeeld meldingen bij de verschillende meldpunten in beeld brengen en/of het aantal keer dat bepaalde bestuurlijke instrumenten zijn ingezet. Maar dit kan op dit moment waarschijnlijk alleen als nulmeting fungeren. Op langere termijn is het misschien wel mogelijk om outputeffecten te meten. • De outcome van het anti-ondermijningsbeleid is zeer waarschijnlijk makkelijker in beeld te brengen door het gesprek aan te gaan met alle betrokkenen en misschien zelfs ook met de doelgroep van het beleid. Wij gaan er dan ook vanuit dat wij ons in dit onderzoek hoofdzakelijk op outcome zullen richten.
2
Plan van aanpak
Wij zien de volgende stappen voor ons: 1 Start en oriëntatie 2 Deskresearch 3 Raadpleging intern betrokkenen 4 Raadpleging extern betrokkenen 5 Groepsgesprek met raadsleden 6 Bestuurlijk interview 7 Afronding en rapportage Hieronder beschrijven we de uitvoering van het onderzoek per onderdeel.
Stap 1 Start en oriëntatie Startoverleg Voordat we daadwerkelijk aan de slag gaan, spreken we in een startoverleg (met behulp van beeldbellen) het onderzoek met u door. Er is onder meer aandacht voor de wijze van samenwerken, de opzet van het rapport, de planning en wat er nog meer aan onderwerpen ter tafel komt. Wij bereiden het overleg voor en zetten de belangrijkste afspraken in een kort verslag.
Afstemming met ambtelijke organisatie We werken graag met een vast aanspreekpunt vanuit de ambtelijke organisatie. Via hem/haar regelen we de meer praktische zaken, zoals toegang tot documenten en contacten met de te interviewen personen. We gaan ervan uit dat de rekenkamer en/of de griffie het eerste contact met de ambtelijke organisatie zal leggen en de contactgegevens van ons aanspreekpunt levert.
Ambtelijke kick-off Wij hebben goede ervaringen met een ambtelijke kick-off bijeenkomst, waarbij intern betrokkenen worden geïnformeerd over het doel en aanpak van het onderzoek en uiteraard
Weerbaarheid tegen ondermijning
8 van 13
wat er van hen verwacht wordt. Hierbij zullen we in ieder geval de vaste contactpersoon betrekken en daarnaast (andere) vertegenwoordigers van de afdelingen die zich bezig houden met vergunningverlening. College- of raadsleden kunnen wanneer zij willen, eveneens aansluiten. Hiermee is iedereen op de hoogte, kunnen er direct vragen worden gesteld over het onderzoek en kan er tevens al informatie worden opgehaald bij de betrokkenen. De bijeenkomst kan wat ons betreft op het gemeentehuis worden gehouden. In de praktijk blijkt echter een bijeenkomst via Teams of Zoom praktischer.
Opstellen normenkader Het laatste onderdeel van de voorbereidende fase is het opstellen van een normenkader. Dat doen we uiteraard in nauw overleg met de Rekenkamer (zie eerste aanzet in par. 1.3).
Stap 2 Deskresearch Documentanalyse De documentanalyse geeft al een eerste beeld van de aard en omvang7 van ondermijnende activiteiten, het instrumentarium dat daar tegenover kan worden gezet en het gebruik daarvan. De precieze aard van de te bestuderen lokale informatie is nog niet geheel duidelijk. Dit zal pas duidelijk worden naar aanleiding na het startoverleg. Wij denken in ieder geval aan de volgende stukken: • het beleidsmatige kader (denk hierbij aan stukken waarin de visie op ondermijning en de bestrijding daarvan binnen verschillende relevante overheden wordt beschreven, richtlijnen op het gebied van vergunningverlening, et cetera); • de beschikbare informatie over risico’s op ondermijning uit het RIEC Oost-Nederland; • de Toolbox bewustwording ondermijning (Taskforce – RIEC Brabant – Zeeland); • Handboek bestuurlijke aanpak georganiseerde criminaliteit; • Menukaart bestuurlijke interventies ondermijning; • Puntsgewijs naar een veilige(r) publieke taak in de strijd tegen ondermijning (Taskforce – RIEC Brabant – Zeeland).
7
Wij hopen hierin ook landelijke referentiecijfers in te vinden
Weerbaarheid tegen ondermijning
9 van 13
Stap 3. Interviews intern betrokkenen Door middel van interviews starten we vervolgens de verdiepende fase. Deze geeft inzicht in de wijze waarop het anti-ondermijningsbeleid in Raalte in de praktijk vorm is gegeven. De aandacht gaat daarbij uit naar Interviewprotocol bewustzijn van ondermijning en de wijze • de te interviewen personen ontvangen voorafgaand waarop er binnen verschillende aan het gesprek een afspraak-bevestiging en een korte aanduiding van de gespreksonderwerpen. geledingen van de gemeente en • de interviews hebben een vertrouwelijk karakter. ketenpartners wordt omgegaan met • van ieder gesprek stellen we een verslag op signalen van ondermijning. hoofdlijnen op. •
Wij denken aan interviews met: • ambtelijk betrokkenen bij Openbare Orde en Veiligheid, toezicht en handhaving; • handhavers; • burgers/ondernemers die met het onderwerp ondermijning in aanraking zijn geweest. Ook hierover zal afstemming plaatsvinden tijdens het startoverleg.
• •
•
de respondent krijgt gelegenheid om het concept gespreksverslag te corrigeren en/of aan te vullen (per e-mail). de verslagen worden niet openbaar gemaakt. we gebruiken de relevante elementen uit deze verslagen voor het onderzoeksrapport, maar op dusdanige wijze dat herleiding tot individuele personen in beginsel niet mogelijk is aan de gesprekken kan desgewenst een lid van de toetsingskamer deelnemen
Het aantal gesprekspartners per soort interview kan wat ons betreft variëren. Om de leden van de rekenkamer de gelegenheid te bieden zich inhoudelijk in de materie te verdiepen kunnen zij de onderzoekers vergezellen bij de interviews. Hier maken we tijdens de startbijeenkomst graag afspraken over. Bij het opstellen van de begroting zijn we uitgegaan van: • een combinatie van beeldbellen en persoonlijke interviews op locatie. We trekken in principe een dag uit voor op het gemeentehuis of in de omgeving. De andere interviews doen we door middel van beeldbellen; • ondersteuning bij het inplannen van gesprekken van de Rekenkamer of de ambtelijke contactpersoon; • een gemiddelde interviewduur van een uur.
Stap 6 Groepsgesprek raad In een groepsgesprek met vertegenwoordigers van alle raadsfracties komt de vraag aan de orde wat zij zien als goede dienstverlening in het kader van vergunningverlening, maar ook hoe zij hun eigen rol hierin zien. Dan gaat het in de eerste plaats om de kader stellende en controlerende rol. Krijgt de raad voldoende informatie om hieraan invulling te geven? En anderzijds wat is hun perceptie van het dossier? Zien zij het als bedrijfsvoering waarbij de keuzes vooral bij het college liggen of zien zij voor zichzelf een rol? Uiteraard gaan we ook in op de hoofdlijnen van de voorgaande onderzoeksfasen. Iedere fractie krijgt een uitnodiging waarbij het streven ligt op een of twee deelnemers per fractie. We gaan ervan uit dat het gesprek online zal plaatsvinden en dat dat de gemeente het groepsgesprek met de raad voor ons kan inplannen. Te denken valt aan een inloopmoment voor of na een raadsvergadering.
Weerbaarheid tegen ondermijning
10 van 13
Stap 7 Bestuurlijk interview We sluiten de gegevensverzameling af met een interview met de burgemeester. Dit interview wordt uitgevoerd door middel van beeldbellen en heeft een overstijgend karakter. Door het bestuurlijk interview in deze fase van het onderzoek te plaatsen kunnen we uitkomsten voorleggen en toetsen. De portefeuillehouder krijgt hiermee de gelegenheid te reflecteren op de uitkomsten en (voorlopige) conclusies. We gaan ervan uit dat de gemeente Raalte het bestuurlijk interview voor ons kan inplannen.
Stap 8 Afronding en rapportage De rapportage beschrijft op heldere wijze de uitkomsten van het onderzoek. Het rapport biedt een scherp beeld van de huidige wijze waarop de gemeente Raalte de vergunningverlening vormgeeft. We gaan uit van circa 30 pagina’s in een voor de Rekenkamer wenselijk format. We integreren de uitkomsten van de verschillende onderzoeksfasen tot een geheel. Per onderzoeksvraag beschrijven we de bevindingen. Dit mondt uit in een aantal conclusies en aanbevelingen. We maken onderscheid in aanbevelingen voor respectievelijk het college (en de ambtelijke organisatie) en (voor zover van toepassing) de raad. Bij het rapport leveren we een aantal bijlagen zoals een lijst van geïnterviewden, een verantwoording over de uitvoering van het onderzoek, en een overzicht van documenten en literatuur en overige bronnen.
Bespreking, wederhoor en definitief rapport Wat betreft het ambtelijk en bestuurlijk wederhoor volgen we uiteraard de bij uw rekenkamer gebruikelijke werkwijze. • Opstellen conceptrapportage. Deze eerste versie van het rapport heeft het karakter van een feitenrelaas zonder conclusies en aanbevelingen. • Bespreking. De conceptrapportage bespreken we met u. In deze bespreking delen we tevens al onze ideeën voor conclusies en aanbevelingen met u. Eventuele opmerkingen en suggesties zullen we verwerken. • Ambtelijk wederhoor. Vervolgens gaat het rapport (of nota van bevindingen) – zonder conclusies en aanbevelingen – het ambtelijk wederhoor in. Hiermee wordt de ambtelijke organisatie in de gelegenheid gesteld om de inhoud te verifiëren op een juiste weergave van de feiten. Voor deze fase staat een periode van drie weken. • Opstellen concept eindrapport. De opmerkingen uit het ambtelijk wederhoor verwerken we in het rapport. Indien daar aanleiding voor is, zullen we de conclusies en aanbevelingen in samenspraak met u aanscherpen. Deze voegen we toe aan het rapport. Hiermee is het rapport gereed voor het bestuurlijk wederhoor. • Bestuurlijk wederhoor. Nadat de feiten geverifieerd zijn en waar nodig aanpassingen zijn aangebracht worden de conclusies en aanbevelingen toegevoegd.
De Rekenkamer kan het rapport inclusief conclusies en aanbevelingen in het kader van het bestuurlijk wederhoor aanbieden aan het college van B&W. Definitief rapport. We zijn beschikbaar voor het eventueel verwerken van de reacties vanuit het bestuurlijk wederhoor. • Het intellectuele eigendom van het onderzoeksrapport (bestaande uit de bestuurlijke nota en de nota van bevindingen) ligt bij de Rekenkamer, die dan ook het recht heeft om redactionele wijzigingen in het rapport aan te brengen.
Presentatie in raadscommissie
Weerbaarheid tegen ondermijning
11 van 13
Het onderzoeksteam is beschikbaar voor een presentatie van het onderzoeksrapport in de raad of raadscommissie. Uiteraard is deze opzet niet in beton gegoten. We gaan ervan uit dat de uiteindelijke opzet in goed overleg toot stand zal komen.
3
Planning
De doorlooptijd van het onderzoek bedraagt – mede dankzij de zomervakantie - circa 7 maanden, gerekend van start tot oplevering van het conceptrapport met voorstellen voor conclusies en aanbevelingen. Bij opdrachtverlening in juli, benutten we de zomermaanden voor een eerste oriëntatie door middel van deskresearch. In september gaat het project echt van start met een kick-off bijeenkomst. In december leveren we een conceptrapport op (nota van bevindingen) met daarbij een eerste opzet voorde conclusies en aanbevelingen. De afronding met daarin ambtelijk en bestuurlijk wederhoor volgt dan in begin 2024. Globale planning8
maand
Startoverleg met rekenkamer
mei
Deskresearch
mei
Kick off bijeenkomst
Mei
Analyse vergunningenbestand en dossiers
Juli + augustus
Interviews
Juni - augustus
Terugkoppeling interviews
Eind augustus
Bestuurlijk interview en raadsgesprek
Eind september
Conceptrapportage
Eind oktober
Presentatie aan de raad
november
Wanneer er wijzigingen in de aanpak of planning optreden, dan stellen we graag in overleg met u een aangepaste planning op. We voorzien drie overlegmomenten met de rekenkamer: een startoverleg, een tussentijds overleg en een bespreking conceptrapportage. Tussentijds is er uiteraard afstemming en overleg over onder andere het normenkader de te interviewen personen etc.
8
Bij gunning wordt na het startoverleg een detailplanning opgesteld.
Weerbaarheid tegen ondermijning
12 van 13
I&O Research Enschede Zuiderval 70 Postbus 563 7500 AN Enschede T (053) 200 52 00 E info@ioresearch.nl KvK-nummer 08198802
I&O Research Amsterdam Piet Heinkade 55 1019 GM Amsterdam T (020) 308 48 00 E info@ioresearch.nl KvK-nummer 08198802
Weerbaarheid tegen ondermijning
www.ioresearch.nl
13 van 13