Hoofdlijnen Sportakkoord II Samenvatting
Tekst van het document
Samenvatting
Hoofdlijnen Sportakkoord II Sport versterkt
‘Sport versterkt’ Samenwerken om de kracht van sport beter te benutten. Want, sport versterkt. In het Hoofdlijnen Sportakkoord II breiden wij – het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Nederlands Olympisch Comité*Nederlandse Sport Federatie (NOC*NSF) en het Platform Ondernemende Sportaanbieders (POS) – onze strategische alliantie uit. We bouwen voort op de ervaringen die we hebben opgedaan met Sportakkoord I. De ambities in het Hoofdlijnen Sportakkoord zijn groot. De sport en sportcultuur staan voor nieuwe uitdagingen en tegelijkertijd kansen. Uitdagingen en kansen die passen bij de huidige maatschappelijke tijdsgeest. De sector moet hierin mee, een nieuwe aanpak is gevraagd en het Sportakkoord speelt hierop in. Om deze te realiseren moeten we vaste patronen doorbreken. De uitdagingen waar de sport en de sportcultuur voor staan, zijn: • Het sportaanbod bij sportaanbieders sluit (te vaak) onvoldoende aan op de veranderende behoefte van de sporter op zowel kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid. • De uitstroom bij sportclubs in bepaalde groepen zoals 12- tot 18-jarigen is te hoog. • Als volwassenen eenmaal zijn gestopt met sporten, komen zij moeilijk weer in beweging en terug bij de sportaanbieders.
• De ondersteuning van en dienstverlening aan de sportaanbieders is erg versnipperd. • De maatschappelijke waarde van (top)sport is nog te beperkt zichtbaar. • Sport en sportief bewegen zit te weinig in gedrag en routine van alle inwoners van Nederland. • Als we als samenleving doorgaan op de huidige voet, is in 2040 één op de drie Nederlanders chronisch ziek. We kunnen deze uitdagingen alleen aanpakken als we anders denken, anders werken en intensiever samenwerken. Een kentering is noodzakelijk. De komende vier jaren zetten we daarom in op een groei van de sportparticipatie bij duizenden sportclubs, sportparken en andere sportplekken. We gaan aanvullend daaraan voor topprestaties met grote maatschappelijke waarde, die mensen verbinden en inspireren. Met aansprekende topsportevenementen zoals de European Paralympic Championships in 2023, sterke teamtopsportcompetities en ontwikkelmogelijkheden voor talenten als wenkend perspectief. Met ‘Sport versterkt’ werken wij ook aan een stevigere positie van de sport in het landelijke, regionale en lokale beleid.
Onze lokale verbinders, adviseurs lokale sport, de buurtsportcoaches, maar ook onze ondernemers in de sport en de sportclubs, delen hun maatschappelijke betrokkenheid graag met anderen, zoals via het GALA (Gezonde en Actieve Leefstijl Akkoord), het IZA (Integraal Zorg Akkoord), het programma School & omgeving en de Maatschappelijke Diensttijd. Zodat het Sportakkoord ook in die sectoren landt. De sportsector zet zijn deuren open om een bijdrage te leveren aan deze akkoorden en programma’s. Het hoofdlijnen Sportakkoord II zorgt ervoor dat de sportsector daar kwalitatief en kwantitatief toe in staat is. Want, een sterke sport versterkt de maatschappij.
2
Ministerie van VWS, VSG/VNG, NOC*NSF en POS
Hoofdlijnen Sportakkoord II in het kort
Het Sportakkoord is een vorm van samenwerkend besturen. Samenwerking op drie niveaus draagt bij aan de gedeelde ambities: tussen de partners onderling, in de relatie landelijk -regionaal-lokaal en in de relatie tussen enerzijds sport, topsport en bewegen en anderzijds andere beleidsdomeinen zoals zorg, welzijn en onderwijs. Over de gedeelde ambities zijn afspraken gemaakt. Op basis van de geleerde lessen werken VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS met dit akkoord aan een hogere effectiviteit van de uitvoering. Waar de aandacht in het eerste Sportakkoord vooral uitging naar het creëren van samenwerking – en daar goed in is geslaagd – gaat dit hoofd akkoord over samenwerking met meer (meetbaar) resultaat.
Hoofdlijnen Sportakkoord II geeft invulling aan gezamenlijke ambities
In Sportakkoord II ligt de nadruk op drie ambities, die weergeven wat de partners samen willen bereiken. Die ambities zijn leidend in dit Hoofdlijnen Sportakkoord en geven een kader mee voor de lokale Sportakkoorden. Het gaat om de volgende ambities: We werken samen aan een stevig fundament. De voorwaarden om te kunnen sporten en daar plezier aan te beleven, moeten verbeterd. Dat gaat over de mensen, organisaties, cultuur en materiële voorzieningen in de sport. Een belangrijk punt de komende jaren is het investeren in kwalitatief sterke sportaanbieders die toegankelijk en veilig voor iedereen zijn. We werken ook aan een groter bereik. Daarmee bedoelen we dat meer mensen zich aangesproken en uitgenodigd voelen te gaan sporten en sport te beleven, bijvoorbeeld door drempels te verlagen, mensen te prikkelen en meer succesverhalen te delen. En we werken aan meer betekenis van sport. Betekenis gaat over de waarde van sport voor de maatschappij: energie, plezier en zingeving in het dagelijks leven door en van de sport zelf, maar ook een bijdrage aan het tegengaan van eenzaamheid en kansenongelijkheid, of juist het bevorderen van gezondheid. Deze ambities vragen om verandering. Het Hoofdlijnen Sportakkoord II staat in het teken van samenwerking en meer integraal werken. De afgelopen jaren hebben we gewerkt met zes deelakkoorden.
De inhoudelijke thema’s hiervan houden we vooralsnog vast. Deze zijn lokaal en regionaal goed ingebed en bieden een handvat om te beschrijven welke strategieën in dit akkoord centraal staan om een positieve verandering te bereiken. De thema’s zijn: • Inclusie en diversiteit (voorheen: Inclusief sporten en bewegen) • Sociaal veilige sport (voorheen: Positieve sportcultuur) • Vitale sportaanbieders (voorheen: Vitale sport- en beweegaanbieders) • Vaardig in bewegen • Ruimte voor sport en bewegen (voorheen: Duurzame sportinfrastructuur) • Maatschappelijke waarde van topsport (voorheen: Topsport die inspireert) Tijdens Sportakkoord I is gebleken dat de thema’s inhoudelijk veel raakvlakken hebben en dat we door meer samenwerking effectiever zijn. Om de samenhang te stimuleren gaan we steeds minder vanuit deze thema’s problemen oplossen en steeds meer de ambities fundament, bereik en betekenis in het Sportakkoord vooropstellen.
3
De tien afspraken van het Hoofdlijnen Sportakkoord II
De ambities in het Sportakkoord, en de manier van werken aan deze ambities leidt tot tien afspraken. Deze vatten samen waar we de komende jaren aan werken en hoe we zorgen dat we het fundament op orde krijgen, een groter bereik generen en meer (zichtbare) betekenis van sport krijgen: 1. We gaan meer inwoners en sportaanbieders bij het Sportakkoord betrekken. Daarom verwelkomen we het POS naast VWS, NOC*NSF en VSG/VNG als strategische partner. 2. Een lokaal kernteam én een ‘coördinator sport en preventie’ zijn verplichte voorwaarden om een lokaal uitvoeringsbudget aan te vragen. Evenals het herijken van de lokale akkoorden. Dat biedt de basis voor een effectievere uitvoering. En zorgt voor samenhang met de onderdelen uit onder andere het Gezond en Actief Leven Akkoord. 3. De sportsector wordt lokaal sterker als samenwerkingspartner ingezet. In elke gemeente zorgt de adviseur lokale sport voor een goede samenwerking tussen de lokale sportsector en de coördinator sport en preventie van de gemeente. We zetten in op één loket voor clubondersteuning. 4. De Brede Regeling Combinatiefuncties wordt zo effectief mogelijk benut. Daarom spreken we af dat er een focus komt op zes profielen die gerelateerd zijn aan de ambities van het Sportakkoord en er extra aandacht komt voor de kwaliteit van de professionals die deze profielen invullen. 5.
Een sociaal veilige sport moet vanzelfsprekend zijn. Daarom werken we toe naar een aantoonbaar sociaal veilige sport, zodat iedereen een inclusieve, positieve en veilige sportcultuur ervaart. In het bijzonder minderjarigen en kwetsbare groepen. Dat doen we door sportaanbieders te stimuleren met de basiseisen (o.a. regeling gratis VOG, Gedragscode Sport, Vertrouwenscontactpersoon en cursus of e-learning voor trainer-coaches) sociale veiligheid te werken en door het aanstellen van integriteitsmanagers bij en versterken van sportbonden voor een integere en veilige sport. 6. De kwaliteit in de sportsector moet omhoog. Dit doen we door een norm voor pedagogische en didactische kwaliteit te ontwikkelen en zoveel mogelijk sportaanbieders te stimuleren aan die norm te voldoen. 7. We spreken af om de samenhang tussen breedtesport en topsport te vergroten. Het gaat hierbij om het totaalbeeld van de sporters voor ogen te houden: van beginnend in de jeugd, tot uiteindelijk de topsporter en alles wat daartussen zit. Zo komt bij het versterken van de teamtopsportcompetities, talentontwikkeling en doorontwikkeling van de Paralympische Sport breedte- en topsport bij elkaar. 8. We etaleren ‘hotspots’: 30 gemeenten en 100 plekken waar de ambities van Sportakkoord II worden waargemaakt.
We zetten deze lokaal sterke sportclubs, ondernemers, Cruyff courts, bootcampgroepjes in de openbare ruimte op het podium om anderen te inspireren.
4
9. Lokaal en landelijk benutten we data voor beleid en uitvoering. We volgen de voortgang op de afspraken van het Sportakkoord II op de voet. Ook volgen we in welke mate de beoogde veranderingen van het Sportakkoord in de buurt of wijk plaatsvinden. De lokale, regionale en landelijke partners doen actief aan kennisdeling en benutten daar de beschikbare kennisinfrastructuur voor. In de governance wordt meer sturing aan de hand van monitoring op de uitvoering vastgelegd. 10. We werken met elkaar naar een toekomstbestendige sportinfrastructuur. De partners van het Sportakkoord spreken af de voor sport geoormerkte middelen zoveel mogelijk in te zetten zodat deze bijdragen aan de ambities en afspraken uit het Sportakkoord.
Samenwerking binnen het Hoofdlijnen Sportakkoord II
De samenwerking tussen de partners is gebaseerd op vertrouwen. Echter, er is een duidelijke behoefte aan borging van afspraken om het Sportakkoord niet te vrijblijvend te maken. Door het Hoofdlijnen Sportakkoord II te tekenen committeert elke partner zich hieraan. De rollen, taken en verantwoordelijkheden zijn niet wezenlijk anders dan bij het eerste Sportakkoord; het belangrijkste verschil is dat VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS in de uitvoering van het Sportakkoord elkaar nadrukkelijker opzoeken en scherp houden. Via monitoring wordt de voortgang van de ambities gevolgd. Wanneer bijsturing nodig is, wordt dit door de partners direct gedaan. Sportakkoord II is een akkoord op hoofdlijnen tussen vier organisaties. De ondertekening van dit Hoofdlijnen Sportakkoord II is de eerste stap naar concrete afspraken met de gehele sportsector in 2023. Het Sportakkoord kan pas echt impact hebben als er draagvlak en samenwerking is bij zoveel mogelijk uitvoerende partijen op lokaal, regionaal en landelijk niveau. Dat geldt voor sportclubs, ondernemers in de sport en gemeenten , maar ook voor maatschappelijke partners zoals scholen, zorg- en welzijnsorganisaties, en alle professionals en vrijwilligers die daar werkzaam zijn. Op de velden, in de sporthal, het zwembad, op een Cruyffcourt, of elders in de openbare ruimte.
Het Sportakkoord wordt dan wel gesloten tussen de vier partners, we hebben alle landelijke (koepel)organisaties nodig en roepen hen op om met ons samen te werken bij de uitvoering van dit akkoord. Daarbij doelen wij op landelijke organisaties die zich geïnspireerd voelen door dit Sportakkoord en willen bijdragen aan een gezond en sportief Nederland
Monitoring en lerend beleid Hoofdlijnen Sportakkoord II
We monitoren Hoofdlijnen Sportakkoord II aan de hand van ‘lerend beleid’. Gaandeweg moet namelijk blijken wat succesvolle strategieën en maatregelen zijn. We geven kennisontwikkeling en -deling daarom nadrukkelijker een plek in de governance van het hoofdlijnen akkoord. Zodat we niet alleen na afloop kunnen zeggen wat de resultaten en succesfactoren waren, maar we ook gedurende de komende jaren die kennis al kunnen gebruiken om in de goede richting bij te sturen. Ten eerste zetten we in op het monitoren van de beoogde uitkomsten van beleid. Dat gaat over concrete activiteiten binnen de thema’s van het Sportakkoord en meetbare uitkomsten die daarbij passen. Ten tweede monitoren we beoogde veranderingen in de uitvoering. Dat gaat over de verandering in gedrag die we hopen te zien bij verschillende partijen (gemeenten, sportbonden, buurtsportcoaches, etc.) om bij te dragen aan de ambities in het Sportakkoord. Ook spreken we af om in 2025 een evaluatie van het hele Sportakkoord te doen.
5