CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

GS nota verduidelijking leefgebieden weidevogels april 2023

Informatievoorziening raad 20 juli 2023, gemeente RaalteBij agendapunt: Collegevoorstel Zienswijze ontwerp actualisering Omgevingsvisie en -verordening 2023 provincie Overijssel3.804 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ADVIESNOTA VOOR GEDEPUTEERDE STATEN .. Onderwerp: verduidelijking beleid weidevogels Openbaar: Ja Portefeuillehouder: G.H. ten Bolscher (E) Registratiekenmerk: 2023-010345 Auteur: …, team NMLM Telefoonnummer: 038 499 …. Standpunt portefeuillehouder: conform Afgestemd met: .. (NM), … (RB), … (PDV) .. (NEO), … (PPM) Samenvatting voor de openbare besluitenlijst: GS hebben besloten om het bestaande beleid voor bescherming van de weidevogels te verduidelijken. Deze verduidelijking zal in de eerstvolgende actualisatieronde worden verwerkt in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Verder hebben GS compensatiebeleid vastgesteld dat aansluit bij de huidige praktijk. Daarmee wordt duidelijk hoe compensatieverplichtingen worden ingevuld, onder meer door verbetering van leefgebieden voor weidevogels elders. Voorstel Het college besluit: 1 2

Bestaand beleid voor bescherming van de leefgebieden voor weidevogels te verduidelijken en Provinciale Staten voor te stellen de Omgevingsvisie en –verordening op dit onderdeel aan te passen, conform de voorstellen in bijlage 1. Compensatiebeleid op te nemen in het Natuurbeheerplan, voor de gevallen waarbij aantasting van de leefgebieden voor weidevogels niet voorkomen kan worden.

GS besluit: 25 april 2023 Inleiding In ons omgevingsbeleid hebben wij de bescherming van leefgebieden voor weidevogels geregeld. Dit is met name gekoppeld aan de toetsing op het thema ruimtelijke kwaliteit. Bij toetsing van projecten en andere initiatieven, blijkt regelmatig dat dat beleid onvoldoende vindbaar is of leidt tot onduidelijkheden. Daarom stellen wij voor het bestaande beleid te verduidelijken en op logische plaatsen te benoemen. Verder stellen wij voor compensatiebeleid op te nemen in het Natuurbeheerplan, voor die gevallen waarin aantasting van de leefgebieden onontkoombaar is. Bijlage 1 bevat een overzicht van de concrete tekstwijzigingen. Dat betreft de volgende onderdelen: • Omgevingsvisie: verduidelijking van de beschrijving van doelen en opgaven; • Omgevingsverordening: toevoegingen binnen het hoofdstuk ‘natuur’ om leefgebieden concreet te beschermen in bestemmingsplannen, conform de huidige bescherming via het spoor ‘ruimtelijke kwaliteit’ en de Vogelrichtlijn; • Toelichting Omgevingsverordening: nadere uitleg op bepaalde onderdelen; • Catalogus Omgevingskenmerken: ondergeschikte tekstwijzing bij het onderdeel ‘Jong heideen broekontginningslandschap’, om de tekst in overeenstemming te brengen met de overige landschapstypen; • Natuurbeheerplan: opnemen compensatiebeleid.

Bijlage 2 bevat ter vergelijking de ongewijzigde teksten in de Omgevingsvisie en -verordening (zoals deze geldt na de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024) omtrent bescherming van de leefgebieden voor weidevogels.

Dit voorstel bevat niet de opgave voor het realiseren van extra leefgebied voor weidevogels (als onderdeel van de VHR-doelen) vanuit het NPLG. Die opgave wordt in samenhang met de andere NPLG opgaven uitgewerkt in het PPLG en separaat aan u voorgelegd. Beoogd effect Initiatiefnemers van (ruimtelijke) projecten duidelijkheid bieden over ons beleid voor de bescherming van de leefgebieden van weidevogels. Daarmee kunnen wij beter invulling geven aan de opgaven voor het beschermen van de (leefgebieden voor) weidevogels. Argumenten 1.1 Beleid voor weidevogels is niet consistent beschreven in het omgevingsbeleid Beleid en regels voor bescherming van de leefgebieden voor weidevogels zijn op diverse plekken verwoord in de Omgevingsvisie en -verordening, inclusief de Catalogus gebiedskenmerken. Waar verwacht mag worden dat dit in ieder geval duidelijk verwoord staat in de visie en verordening, is dit momenteel vooral het geval in de Catalogus (onder het kopje Norm-Sturing). Daar staat bij meerdere landschapstypen dat deze gebieden een beschermende bestemmingsplanregeling dienen te krijgen, gericht op instandhouding van onder meer de openheid. Via het spoor van de ruimtelijke kwaliteit kan hierop getoetst worden, maar in het hoofdstuk van de verordening dat gaat over natuurbeleid is dit onvoldoende herkenbaar terug te vinden.

Onderdeel van dit voorstel is daarom om, in lijn met de strekking van de bestaande paragraaf 4.6.3, aan bestaande artikelen in de verordening een aantal toevoegingen te doen. Die paragraaf gaat over bescherming van natuurwaarden buiten het NNN. De voorgestelde toevoegingen zijn in lijn met de bestaande bepalingen zoals beschreven in de Catalogus gebiedskenmerken, waar naar wordt verwezen in afdeling 4.3 over ruimtelijke kwaliteit. 1.2 Wet- en regelgeving vraagt om doorvertaling in ons beleid De opgave voor het beschermen van weidevogels en hun leefgebieden (ook buiten het Natuurnetwerk Nederland – NNN) komt voort uit de EU Vogelrichtlijn. De bescherming van nesten en de bescherming van leefgebied binnen de N2000 gebieden is opgenomen in de Wet Natuurbescherming, een aantal overige bepalingen uit de Vogelrichtlijn niet. Deze werken daarom rechtstreeks door in ons beleid. Dit betreft onder meer de verplichting maatregelen te nemen om verslechtering te voorkomen van de populaties van weidevogels en de kwaliteit, gevarieerdheid en omvang van hun leefgebied te behouden en te versterken. Als invulling van deze verplichting worden momenteel landelijk maatregelen uitgewerkt voor verbetering van de leefgebieden van weidevogels buiten het NNN, zoals het Aanvalsplan Grutto, zie ook argument 1.4.

Ook onze provinciale staten ondersteunen deze opgave door middel van een aantal aangenomen moties in de afgelopen jaren. Bovendien is deze opgenomen in het door u vastgestelde Fundament van de Omgevingsvisie. Vanwege deze bestaande verplichtingen en opgaven, stellen we voor een aantal verduidelijkende toevoegingen te doen aan de tekst in de Omgevingsvisie en -verordening. 1.3 Het belang van weidevogels wordt onvoldoende meegewogen bij ruimtelijke initiatieven Toenemende verstedelijking, initiatieven voor windenergie en schaalvergroting in de landbouw hebben, op de betreffende locaties, een effect op leefgebieden voor weidevogels. In de praktijk zien we dat bij dergelijke ontwikkelingen binnen de leefgebieden vaak onvoldoende rekening wordt gehouden met de benodigde condities voor weidevogels of dit zich beperkt tot aanwezige nesten. Omvang en kwaliteit van de leefgebieden, buiten het NNN, neemt mede daardoor al een groot aantal jaren gestaag af. Kwalitatief goede leefgebieden voor weidevogels vragen specifieke eisen, met name in de vorm van openheid, rust en voldoende hoog waterpeil. Naast de huidige leefgebieden die in de Omgevingsvisie zijn aangewezen, zijn er vrijwel geen andere gebieden met deze kenmerken in Overijssel.

Omdat dit belang in de praktijk onvoldoende wordt meegewogen, ontstaat het risico dat leefgebieden versnipperd raken vanwege toenemende claims op het landelijk gebied, waardoor de

kwaliteit van overblijvende leefgebieden onder druk staat. Door het beleid te verduidelijken, verwachten wij dat initiatiefnemers en gemeenten beter belangen kunnen afwegen en invulling kunnen geven aan de opgaven. 1.4 Het Aanvalsplan Grutto vraagt om actievere inzet op bescherming van de leefgebieden Vanuit het Aanvalsplan Grutto wordt met een groot aantal partners gewerkt aan een forse extra inzet voor verbetering van de leefgebieden van weidevogels en het beheer. De inzet is om landelijk 35 gebieden te realiseren van ongeveer 1000 ha met optimaal weidevogelbeheer (rustperiode in het broedseizoen, hoog waterpeil en plas-drasgebieden). In Overijssel betreft het drie gebieden. Dit betreffen geen nieuwe gebieden, ze vallen namelijk binnen de bestaande ‘leefgebieden open grasland’. Over de extra inzet in deze gebieden heeft u eerder besloten op 12 januari 2021 (kenmerk 2021/0180569) en door instemming met het Nationaal Strategisch Plan (NSP) als uitwerking van het EU Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Binnen het recent vastgestelde NSP is voor deze gebieden vanaf 2023 jaarlijks 1,1 miljoen euro extra beschikbaar gesteld voor agrarisch natuurbeheer, oplopend tot circa 2,3 miljoen per jaar in 2025.

Daarnaast wordt in deze gebieden extra ingezet op inrichtingsmaatregelen (onder andere het aanleggen van plas-drasgebieden) en het ontwikkelen van verdienmodellen voor de betreffende boeren met intensief weidevogelbeheer. 2.1 Compensatiebeleid biedt vooraf duidelijkheid aan initiatiefnemers en voorkomt willekeur Wanneer bij de ruimtelijke planvorming wordt gekozen om een initiatief toe te staan binnen een leefgebied voor weidevogels, ligt compensatie voor de hand om verdere verkleining en achteruitgang in kwaliteit van het leefgebied te voorkomen. Dit is momenteel niet helder vastgelegd in ons beleid, terwijl dit volgens jurisprudentie en de praktijk van ‘goede ruimtelijke ordening’ wel afdwingbaar is. In de praktijk is (de mate van) compensatie nu afhankelijk van de goede wil van de initiatiefnemer of de daadkracht van een gemeente. In overleg met provinciale ecologen wordt in die gevallen adhoc een compensatieopgave afgesproken. Dit principe is onder meer gehanteerd bij de aanleg van de bypass bij Kampen, enkele windmolens bij Tolhuislanden en bij de uitbreiding van een bedrijventerrein bij IJsselmuiden. Door vooraf duidelijkheid te bieden wanneer welke compensatie nodig is, wordt willekeur voorkomen en bieden we initiatiefnemers vooraf duidelijkheid over de compensatieopgave.

Kanttekeningen 1.1 De ambities van het Aanvalsplan Grutto vragen om verdere aanscherping van ons beleid Zoals in argument 1.4 is aangegeven, zijn zowel op landelijk niveau als ook door PS en GS besluiten genomen over extra inzet voor de bescherming van de weidevogels in die gebieden. Om desinvesteringen en een (dreigende) aanwijzing voor een extra Vogelrichtlijngebied (op landbouwgrond) te voorkomen, zou een dwingender beschermingsregime (nee, tenzij) in deze gebieden voor de hand liggen. Omdat dit neigt naar een verdere aanscherping van bestaand beleid en een afweging vraagt van belangen, stellen wij voor dit mee te nemen in de discussie over de nieuwe Omgevingsvisie. 1.2 Initiatiefnemers kunnen deze verduidelijking van beleid zien als aanscherping De voorgestelde verduidelijking op verschillende plaatsen in de Omgevingsverordening en -visie en het kader voor compensatie, kan worden opgevat als aanscherping van beleid, aangezien dit beleid als minder goed ‘vindbaar’ of onbekend werd ervaren door gemeenten en initiatiefnemers. Wij schatten de gevolgen van dit risico laag in. Enerzijds vanwege de ervaring dat bij nadere uitleg van ons beleid dit als logisch wordt gezien, anderzijds omdat dit voorstel duidelijkheid aan de

voorkant biedt en daarmee voorkomt dat een plan vanwege de opgave voor weidevogels bij de rechter wordt afgekeurd, zie ook argument 2.1. Uitvoering De wijzigingen in de Omgevingsvisie en -verordening (inclusief toelichting en catalogus gebiedskenmerken) nemen wij mee in het voorstel aan PS voor actualisatie van de Omgevingsvisie in mei/juni 2023. Het compensatiebeleid nemen wij op in de eerstvolgende wijziging van het Natuurbeheerplan in september 2023. Financiële/personele gevolgen Geen financiële en personele gevolgen voorzien. Communicatie Aangezien dit voorstel geen nieuw beleid bevat, voorzien wij geen actieve communicatie. De wijzigingen nemen wij mee bij de actualisatie van de Omgevingsvisie en worden via dat proces gecommuniceerd. Bijlagen 1. 2.

Tekstuele wijzigingen in Omgevingsvisie, -verordening, Catalogus gebiedskenmerken en het Natuurbeheerplan. Huidige beleidsteksten met betrekking tot de bescherming van leefgebieden voor weidevogels.

Bijlage 1 – Voorstel wijzigingen teksten in Omgevingsvisie en - verordening Wijzigingen/toevoegingen zijn geel gemarkeerd. Te verwijderen woorden zijn doorgehaald. Omgevingsvisie 10.3.2 Bos- en natuurwaarden buiten het Natuurnetwerk Ambitie: Behouden en versterken van de bos- en natuurwaarden buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN) Strekking van het beleid: Ook buiten het NNN, in het landelijk gebied en in de stad, versterken we de natuur en zorgen we voor samenhang tussen diverse gebieden met natuurkwaliteiten. Die versterking van de natuur buiten het NNN combineren we zoveel mogelijk en op verschillende manieren met andere functies van natuur(gebieden) en het gebruik door de mens. Dat doen we bijvoorbeeld door het stimuleren van natuurinclusieve landbouw en natuurinclusief bouwen én door het vergroenen van steden en dorpen (de schoolpleinen bijvoorbeeld). Naast deze algemene inzet op het versterken van natuurwaarden buiten het NNN zetten we samen met partners in op behoud, versterking en ontwikkeling van specifieke bos- en natuurgebieden buiten het NNN. Hiervoor geldt dat aantasting alleen is toegestaan als er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang waarin niet op een andere manier kan worden voorzien. Dergelijke ingrepen dienen vervolgens voldoende te worden gecompenseerd.

Gemeenten vragen we voor deze gebieden een specifieke bestemming op te nemen in hun ruimtelijke plannen. We ondersteunen de kwaliteitsverbetering van gebieden die in aanmerking komen voor (agrarisch) natuurbeheer. Toelichting (waarom?): Het leefgebied van (beschermde) planten en dieren beperkt zich niet tot vastgestelde natuurgebieden. Buiten het NNN zijn in onze provincie in ruime mate natuurwaarden aanwezig in bos- en andere natuurgebieden én in landbouwgebieden en steden en dorpen. Deze natuurwaarden dragen veelal bij aan de essentiële gebiedskenmerken en (inter)nationale opgaven. Daarom willen we deze natuurwaarden behouden en versterken en verslechtering voorkomen. Uitvoering/instrumenten: Regels in de verordening de bescherming van bos- en natuurwaarden buiten het NNN (Omgevingsverordening Paragraaf 4.6.3)

10.3.2.1 Leefgebieden agrarisch natuurbeheer (inclusief weidevogelgebieden) Strekking van het beleid: In het agrarische gebied hebben wij leefgebieden voor te beschermen en te beheren planten, weidevogels en andere dieren aangewezen. De volgende leefgebieden zijn aangewezen: een leefgebied open grasland met voornamelijk weidevogelbeheer, een leefgebied open akker, en een leefgebied droge dooradering. Deze leefgebieden zijn onderscheiden op basis van voorkomen van soorten en kansrijkheid voor instandhouding door beheer. In deze leefgebieden zetten wij in op (herstel van) passende gebiedskenmerken en een efficiënt en effectief agrarisch natuurbeheer. Voor het beheer van weidevogels is een passend peilbeheer in het leefgebied open grasland en open akkerland zijn de gebiedskenmerken

openheid, rust en een passend peilbeheer noodzakelijk. Bij het ontwikkelen van nieuwe initiatieven in deze leefgebieden wordt, naast de agrarische ontwikkelmogelijkheden, de functie van het leefgebied voor weidevogels meegewogen. Voor het beheer werken we We werken hierbij nauw samen met de collectieven voor agrarisch natuurbeheer. Het beheer van de leefgebieden wordt zoveel mogelijk afgestemd op het gebied van aangrenzende natuurgebieden. Dit vraagt om goede samenwerking tussen de agrarische collectieven en beheerders van de natuurterreinen en waterschappen. Toelichting (waarom?): In landbouwgebieden komen waardevolle planten en dieren voor die om bescherming en beheer vragen. Wij richten ons hierbij vooral op soorten die onder de bescherming vallen van de Europese vogel- en habitatrichtlijnen en de zogenoemde ‘rodelijstsoorten’. Gezien de internationale sleutelrol van Nederland voor weidevogels en de nationaal gemaakte afspraken is speciale aandacht nodig voor de instandhouding, en bescherming en het herstel van weidevogelgebieden. Daartoe zijn onder meer 3 gebieden aangewezen binnen het nationale Aanvalsplan Grutto, die onderdeel zijn van de bestaande leefgebieden open grasland: 1. West-/zuidkant Weerribben-Wieden (Blankenhammerpolder-LeeuwterveldBarsbekerbinnenpolder), 2. IJsseldelta/Mastenbroek, 3. Lierder- en Molenbroek.

In deze gebieden zetten wij in op optimale condities voor weidevogels in gebieden van circa 1000 hectare. Uitvoering/instrumenten: Regels in de verordening Catalogus Gebiedskenmerken (specifieke gebiedskenmerken: openheid en rust) en Omgevingsverordening afdeling 4.3 over ruimtelijke kwaliteit, artikel 4.53 over Nationaal landschap IJsseldelta, artikel 4.63 e.v. over leefgebieden weidevogels en paragraaf 5.1.5 over peilbesluiten.

Omgevingsverordening Paragraaf 4.6.3 Bos en natuurgebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN) Artikel 4.63 (werkingsgebied instructieregel bestaande bos- en natuurgebieden) Lid 1 Deze paragraaf is van toepassing op bestaande bos- en natuurgebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland alsmede op de leefgebieden voor weidevogels., waarvoor het geldende omgevingsplan regels stelt gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden. Lid 2 Bestaande bos- en natuurgebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland zijn de gebieden waarvoor het geldende omgevingsplan regels stelt gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden. Lid 3 Binnen Overijssel worden gebieden aangewezen als Leefgebied weidevogels met daarbinnen de categorieën open grasland en open akker, die vanwege aanwezige en te ontwikkelen condities zoals openheid, rust en voldoende hoog waterpeil van groot belang zijn als leefgebieden voor weidevogels. Artikel 4.64 (handhaven beschermingsregime bestaande natuur) Lid 1 Omgevingsplannen die betrekking hebben op bestaande bos- en natuurgebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland als bedoeld in artikel 4.56 moeten blijven voorzien in regels voor deze gebieden die gericht zijn op behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden, waarbij in ieder valt het kappen van houtopstanden niet is toegestaan. Lid 2

Omgevingsplannen die betrekking hebben op bestaande bos- en natuurgebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland voorzien niet in nieuwe ontwikkelingen waardoor de aanwezige en te ontwikkelen natuur- en landschapswaarden worden aangetast. Lid 3 Omgevingsplannen die betrekking hebben op functies binnen leefgebieden voor weidevogels, voorzien in een specifieke, daarop toegesneden functie die gericht is op instandhouding van de leefgebieden voor weidevogels dat in ieder geval tot uiting komt in behoud van openheid, rust en voldoende hoog waterpeil. Artikel 4.65 (afwijking beschermingsregime bestaande natuur) Lid 1 In afwijking van artikel 4.64, tweede lid kan een omgevingsplan ontwikkelingen toelaten die de aanwezige en te ontwikkelen natuur- en landschapswaarden kunnen aantasten als: a. b. c. d.

deze ontwikkelingen noodzakelijk zijn uit een oogpunt van zwaarwegende maatschappelijke belangen; er geen reële alternatieven zijn; de negatieve effecten van de ontwikkelingen zo beperkt mogelijk worden gehouden; en de overblijvende negatieve effecten in voldoende mate worden gecompenseerd.

Lid 2 In afwijking van artikel 4.64, tweede lid kan een omgevingsplan kleinschalige ontwikkelingen toelaten die de aanwezige en te ontwikkelen natuur- en landschapswaarden kunnen aantasten als: a. b. c.

daardoor de waarde van een bestaand bos of natuurgebied alleen in beperkte mate wordt aangetast; er in redelijkheid geen alternatieven voor de ingreep zijn; en per saldo sprake is van een versterking van de waarden van het gebied of vergroting van het oppervlakte daarvan

Lid 3 In afwijking van artikel 4.64, derde lid, kan een omgevingsplan ontwikkelingen binnen leefgebieden voor weidevogels toelaten indien dat mogelijk is op basis van artikel 4.7 tot en met artikel 4.10 als: daardoor de omvang van een leefgebied voor weidevogels niet wordt verkleind; er per saldo sprake is van een versterking van de kwaliteit van het leefgebied voor weidevogels; er is aangetoond dat er in redelijkheid geen alternatieven voor de ingreep mogelijk zijn; overblijvende negatieve effecten op leefgebieden voor weidevogels in voldoende mate worden gecompenseerd. Toelichting Omgevingsverordening Toelichting bij artikel 4.63 en 4.64 De bescherming van leefgebieden voor weidevogels is deels geregeld binnen afdeling 4.3 ruimtelijke kwaliteit (inclusief de catalogus gebiedskenmerken) en paragraaf 5.1.5 watersysteem. Met de toevoeging van lid 3 aan artikel 4.64 is de bescherming van leefgebieden voor weidevogels ook geregeld in de afdeling landschap en natuur binnen de Omgevingsverordening. Als leefgebieden voor weidevogels zijn gebieden aangewezen met daarbinnen de categorieën open grasland en open akker, waar condities als openheid, rust en voldoende hoog waterpeil aanwezig zijn of ontwikkeld kunnen worden die van groot belang zijn voor de instandhouding en versterking van de weidevogelpopulatie. De leefgebieden weidevogels zijn door de provincie geometrisch begrensd.

Voor bos- en natuurgebieden buiten het NNN is ervoor gekozen om die niet zelf op kaart te zetten. Hier geldt de constructie dat het werkingsgebied van de instructieregels van de provincie gekoppeld zijn aan gebieden waarvoor het geldende omgevingsplan regels stelt gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden. Toelichting bij artikel 4.65 Leefgebieden voor weidevogels Lid 3 geeft de overblijvende mogelijkheden weer voor initiatieven en functies binnen de leefgebieden voor weidevogels. Ter uitwerking van de bepalingen van de Vogelrichtlijn mag de omvang van een leefgebied niet worden verkleind en dient verdere verslechtering te worden voorkomen. Overblijvende effecten op

leefgebieden dienen in voldoende mate te worden gecompenseerd volgens het in het Natuurbeheerplan Overijssel beschreven compensatiebeleid. Catalogus gebiedskenmerken 2.4 Laag van het agrarisch cultuurlandschap • Jong heide- en broekontginningslandschap Ambitie De ambitie is de ruimtelijke kwaliteit van deze gebieden een stevige impuls te geven en soms een transformatie wanneer daar aanleiding toe is. De dragende structuren worden gevormd door landschappelijk raamwerken van lanen, bosstroken en waterlopen, die de rechtlijnige ontginningsstructuren versterken. Binnen deze raamwerken is ruimte voor verdere ontwikkeling van bestaande erven en soms de vestiging van nieuwe erven, mits deze een stevige landschappelijke jas krijgen. De ambitie is verder de landschappelijke karakteristieken voor weidevogels in stand te houden en te versterken. De maat en schaal van het jonge heide- en broekontginningslandschap biedt kansen voor de ontwikkeling van grote clusters windturbines. Hierbij wordt de beschikbare ruimte optimaal benut en rekening gehouden met toekomstige clusters. De ontwikkeling van grote clusters windturbines kan een impuls geven aan de kwaliteit van dit landschap. Sturing – Norm - De jonge heide- en broekontginningslandschappen krijgen in de leefgebieden met voor weidevogels een beschermende bestemmingsplanregeling, gericht op instandhouding van de openheid.

Compensatiebeleid conform het derde lid van artikel 4.65 van de Omgevingsverordening (op te nemen in het Natuurbeheerplan Overijssel) Uitgangspunt voor compensatie van leefgebieden voor weidevogels is dat de compensatie direct wordt gerelateerd aan het verstorende effect dat de aanleg heeft op het (potentiële) leef- en broedgebied van weidevogels. Hoe groot de compensatie moet zijn, hangt af van de omvang van het leefgebied voor weidevogels en de kwaliteit (aantal broedparen van weidevogels dat hier voorkomt). Dit beperkt zich niet tot grutto, tureluur en wulp. Ook alle andere voorkomende weidevogelsoorten (kievit, scholekster, slobeend, graspieper enz.) moeten hierbij worden betrokken. Daarbij gaat het om de realisatie van het initiatief zelf, maar ook om het verstorend, uitstralend effect op de directe omgeving, waardoor weidevogels in deze zone niet of nauwelijks meer broeden (het effect van bebouwing is bijvoorbeeld circa 200-300 m, effect van windturbines is circa 200 m). Dit effect moet bij de compensatie worden betrokken. Uitwerking compensatie: • Voor het verdwijnen van x hectare aan leefgebied weidevogels, dienen in de directe omgeving binnen of direct aansluitend aan het leefgebied weidevogels extra maatregelen te worden genomen ter versterking van de kwaliteit van het weidevogelgebied.

Deze maatregelen houden in dat met belangstellende eigenaren/agrariërs afspraken voor weidevogelbeheer worden gemaakt voor optimaal weidevogelbeheer (x hectare rustperiode van 1 april-15 juni (kruidenrijk grasland) en x hectare aanleg en beheer plas-dras in het broedseizoen). Door optimaal beheer kan de weidevogelstand op de betreffende percelen met een factor 3-4 worden verhoogd in vergelijking met gebruik in reguliere landbouw. Dit is gebaseerd op het feit dat in percelen met weidevogelbeheer (rustperiode) ca. 3-4 keer hogere dichtheden voorkomen van soorten als grutto en tureluur, dan in percelen zonder weidevogelbeheer. Zo kan bijvoorbeeld een verstoord leefgebied van weidevogels van 20 hectare zonder beheer gecompenseerd worden door elders in het leefgebied (open grasland weidevogel) 6 ha optimaal weidevogelbeheer te realiseren. • Als aanleg leidt tot verdwijnen van percelen met lopende contracten weidevogelbeheer, dan zal het beheer (en eventuele inrichting) volledig moeten worden gecompenseerd (1 op 1). Bovendien moet hier extra compensatie plaatsvinden, omdat investeringen in beheer en inrichting van de afgelopen jaren (en de ontwikkelde weidevogelpopulatie) verloren gaan en het meerdere jaren in beslag zal nemen om weer tot een vergelijkbare weidevogelstand te komen.

Uitgangspunt is dat als er de afgelopen 6 jaar 3 jaar weidevogelbeheer (ANLb) op de betreffende percelen is

• • •

afgesloten, een compensatie van 1 op 1 moet plaatsvinden. Dit voorkomt dat als op het laatste moment het beheercontract wordt beëindigd, de 1 op 1 compensatie niet in beeld komt. Het ANLb-beheerpakket legselbeheer (bescherming legsels) wordt hier niet bij betrokken. o Voor compensatie van “leefgebied open grasland weidevogels - kritische soorten” (grutto, tureluur leidend) betreft compensatie optimaal beheer met beheerpakketten: rustperiode 1 april-15 juni, kruidenrijk grasland en plas-dras 1 maart-1 juni. De gemiddelde kosten van deze drie pakketten (conform vergoedingen ANLb-pakketten) zijn leidend voor de vergoeding per ha (exclusief uitvoeringskosten ca. 20%). o Voor compensatie van “leefgebied open grasland weidevogels - niet kritische soorten” (kievit leidend) betreft compensatie optimaal beheer met lichtere beheerpakketten: rustperiode 1 april-1 juni, voorbeweiding en plas-dras 1 maart-1 juni. De gemiddelde kosten van deze drie pakketten (conform vergoedingen ANLb-pakketten) zijn leidend voor de vergoeding per ha (exclusief uitvoeringskosten ca. 20%). Op basis van bovengenoemde uitgangspunten is het aan de initiatiefnemer van het project om nadere uitwerking te geven aan de weidevogelcompensatie. De compensatie voor weidevogels wordt bij onomkeerbare ontwikkelingen langjarig vastgelegd voor een periode van minstens 25 jaar.

De uitvoering van de compensatie moet worden vastgelegd in een overeenkomst en/of een kwalitatieve verplichting en dient fysiek in uitvoering te komen voor de start van de ingreep. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de financiering van de volledige compensatie voor de start van de ingreep.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=2f9b7673-f285-4b26-b0e5-ad315a3dee27