CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept-referendumverordening Raalte

Informatievoorziening raad 29 januari 2026, gemeente RaalteBij agendapunt: Initiatiefvoorstel en besluit referendumverordening gemeente Raalte2.609 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Referendumverordening Besluit van de raad van de gemeente Raalte tot vaststelling van de Referendumverordening Raalte De raad van de gemeente Raalte, gelet op de artikelen 84, 149 en 154 van de Gemeentewet; gezien het advies van (datum advies college) besluit vast te stellen de volgende verordening: Referendumverordening Raalte 2026 Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - kiesgerechtigd: stemrecht hebben voor de verkiezing van de leden van de raad; referendum: volksraadpleging waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken over een ontwerp raadsbesluit. Artikel 2. Referendum, initiatief, onderwerpen 1. Er kan een referendum worden gehouden op initiatief van kiesgerechtigden en/of de raad. 2. Onderwerp van een referendum is een ontwerp raadsbesluit, met uitzondering van besluiten: ● a. over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen en schenkingen; ● b. over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers en hun nabestaanden; ● c. over de vaststelling, wijziging of intrekking van de arbeidsvoorwaardenregeling en daaruit voortvloeiende besluiten met betrekking tot de griffier en de medewerkers van de griffie; d. over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de rekening; ● e. over de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen; ● f.

ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft; ● g. die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen besluit waarover een referendum is gehouden. Artikel 3. Samenstelling referendumcommissie 1. De raad stelt een referendumcommissie in en benoemt haar leden. 2. De referendumcommissie bestaat uit vijf leden en kiest uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. 3. De referendumcommissie wordt ondersteund door de griffier of een door de griffier aan te wijzen medewerker van de griffie. 4. De voorzitter en de leden van de referendumcommissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van bestuursorganen van de gemeente. 5. De leden worden benoemd voor een periode van zes jaar. Aftredende leden kunnen worden herbenoemd. Artikel 4. Taken en vergaderingen referendumcommissie 1. De referendumcommissie heeft tot taak: ● a. de raad te adviseren over: ○ 1°. de vraag of sprake is van een uitgezonderd besluit als bedoeld in artikel 2, tweede lid;

○

2°. de vraagstelling van een referendum inclusief de antwoordmogelijkheden en stemprocedure, en ○ 3°. de datum van het te houden referendum; ● b. de voorzitter van de raad te adviseren over het papieren en digitale formulier voor de ondersteuningsverklaringen; ● c. burgemeester en wethouders te adviseren over: ○ 1°. de stembiljetten, en ○ 2°. de verstrekking van subsidies als bedoeld in artikel 11; ● d. toezicht te houden op: ○ 1°. de uitvoering van deze verordening, en ○ 2°. het objectieve of neutrale karakter van de door de gemeente te verstrekken voorlichting over het referendum; ● e. klachten te behandelen in het kader van de toezichttaak, genoemd onder d; ● f. binnen drie maanden na de dag waarop het referendum wordt gehouden dan wel binnen drie maanden nadat duidelijk is dat er geen referendum plaatsvindt, een evaluatie uit te brengen over het referendumproces. ● g. De gemeenteraad kan op verzoek van de commissie besluiten de termijn zoals genoemd onder 4f met maximaal drie maanden te verlengen. 2. De referendumcommissie kan op eigen initiatief advies uitbrengen over aanpassingen van deze verordening, over de bij referenda en referendumverzoeken te volgen procedure en over alle overige zaken die het referendum betreffen en die zij van belang acht. 3. De referendumcommissie vergadert in beslotenheid. 4. De adviezen van de referendumcommissie zijn openbaar. 5.

de leden van de referendumcommissie ontvangen per vergadering een vergoeding overeenkomstig artikel 3.4.1. van het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Artikel 5. Initiatief van kiesgerechtigden, stap 1: inleidend verzoek 1. Het inleidend verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ten minste 150 Ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat het formulier, bedoeld in het vierde lid, wordt verstrekt. 2. Een inleidend verzoek wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de raad, uiterlijk zeven dagen voor de raadsvergadering waarin het ontwerp raadsbesluit wordt besproken. 3. Een ondersteuningsverklaring voor het inleidend verzoek bestaat uit een handtekening met de daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 4. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de voorzitter van de raad verstrekt formulier waarop de titel van het ontwerp raadsbesluit is opgenomen. 5. De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid. 6. De raad beslist of het inleidend verzoek wordt ingewilligd. 7. Als het verzoek wordt ingewilligd, behandelt de raad het ontwerp raadsbesluit waarop het verzoek zich richt.

Het ontwerp raadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen, wordt vervolgens aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop de uitslag van het referendum wordt bekendgemaakt, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van het referendumverzoek wordt beslist. Artikel 6. Initiatief van kiesgerechtigden, stap 2: definitief verzoek 1. Het definitief verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ten minste 1500 ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat de raad heeft

besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd. 2. Een definitief verzoek wordt ingediend bij de voorzitter van de raad binnen zes weken na de dag dat de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd. 3. Een ondersteuningsverklaring voor het definitief verzoek bestaat uit een handtekening met de daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 4. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de voorzitter van de raad verstrekt formulier waarop de titel van het ontwerp raadsbesluit is opgenomen. In aanvulling hierop voorziet de gemeentelijke website in de mogelijkheid om digitale ondersteuningsverklaringen in te dienen. Deze digitale mogelijkheid komt zoveel mogelijk overeen met het papieren formulier voor de ondersteuningsverklaringen. 5. De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid. 6. In de eerstvolgende vergadering van de raad na afloop van de termijn, bedoeld in het eerste lid, neemt de raad een besluit over het houden van het referendum. Artikel 7. Initiatief van de raad 1. De raad kan besluiten tot het houden van een referendum. 2. Zo spoedig mogelijk nadat dit besluit is genomen, behandelt de raad het ontwerp raadsbesluit waarover het referendum zal worden gehouden.

Het ontwerp raadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen, wordt vervolgens aangehouden totdat de uitslag van het referendum bekend is gemaakt. Artikel 8. Datum stemming 1. De raad bepaalt tegelijk met het besluit om een referendum te houden, of zo spoedig mogelijk daarna, de dag waarop de stemming over het referendum plaatsvindt. 2. De stemming vindt plaats uiterlijk vier maanden na de dag waarop besloten is tot het houden van een referendum. De raad kan deze termijn met ten hoogste twee maanden verlengen om de stemming te combineren met een reguliere verkiezing of om te voorkomen dat de stemming in een schoolvakantie voor het basis- en voortgezet onderwijs valt die voor de regio is aangewezen. Artikel 9. Vraagstelling referendum 1. De raad stelt tegelijk met het besluit om een referendum te houden, of zo spoedig mogelijk daarna, de vraagstelling vast. 2. Bij een referendum op initiatief van de kiesgerechtigden wordt aan de kiesgerechtigden de vraag voorgelegd of zij voor of tegen het ontwerp raadsbesluit zijn. Deze vraag kan geen betrekking hebben op afzonderlijke onderdelen van het ontwerp raadsbesluit. 3. Bij een referendum op initiatief van de raad wordt aan de kiesgerechtigden de vraag voorgelegd of zij vóór of tegen het ontwerp raadsbesluit zijn en kan de vraag bestaan uit verschillende antwoordcategorieën of oplossingsrichtingen.

Artikel 10. Procedure voorbereiding, stemming, uitslagbepaling en bekendmaking Op de procedure ter voorbereiding, stemming, en de vaststelling en bekendmaking van de uitslag van het referendum zijn de hoofdstukken E, paragrafen 2 en 4, J, L, N, paragraaf 1, en P, paragrafen 1 en 4, van de Kieswet van overeenkomstige toepassing, voor zover bij deze verordening niet anders is bepaald. Artikel 11. Uitslag 1. Het centraal stembureau berekent de uitslag van het referendum en geeft aan hoeveel stemmen voor en tegen het ontwerp raadsbesluit zijn uitgebracht alsmede het aantal blanco en ongeldige stemmen en het aantal stemmen bij volmacht. Het centraal stembureau stelt vast of een meerderheid voor dan wel tegen het ontwerp raadsbesluit heeft gestemd waarbij blanco en

ongeldige stemmen buiten beschouwing worden gelaten. 2. Het centraal stembureau brengt de uitslag over aan de raad, vergezeld van het proces-verbaal, en maakt beide onverwijld bekend op een algemeen toegankelijke wijze. 3. In geval van een meerkeuze referendum op initiatief van de raad wordt de keuzemogelijkheid die de meeste stemmen heeft gekregen als referendumuitspraak vastgesteld en bekendgemaakt op een algemeen toegankelijke wijze. 4. De raad doet op basis van het door het centraal stembureau vastgestelde proces-verbaal een uitspraak over of de stemming op wettige wijze is geschied. Artikel 12. Strafbepaling Met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie wordt gestraft degene die: ● a. stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen namaakt of vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; ● b. stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen die hij zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken; ● c. stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen voorhanden heeft met het oogmerk om deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; ● d. als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is overleden; ● e.

bij een referendum door gift of belofte een kiesgerechtigde omkoopt om volmacht te geven tot het uitbrengen van zijn stem; ● f. stelselmatig personen aanspreekt of anderszins persoonlijk benadert ten einde hen te bewegen het formulier op hun oproepingskaart, bestemd voor het stemmen bij volmacht, te ondertekenen en deze kaart af te geven. Artikel 13. Budget, subsidieplafond en subsidiecriteria 1. Zodra is besloten tot het houden van een referendum, stelt de raad een budget vast voor de organisatie van het referendum en voor de objectieve voorlichting daarover. 2. De raad stelt een subsidieplafond vast voor activiteiten die het publieke debat en de meningsvorming over het ontwerp raadsbesluit waarop het referendum betrekking heeft ondersteunen. De raad kan dit subsidieplafond onderverdelen in deelplafonds voor activiteiten die zich richten op: a. het bevorderen van stemmen vóór het ontwerp raadsbesluit; b. het bevorderen van stemmen tégen het ontwerp raadsbesluit, en c. het op neutrale wijze bevorderen van debat en meningsvorming over het ontwerp raadsbesluit. 3. Voor subsidie komen niet in aanmerking activiteiten die: ● a. geheel of gedeeltelijk plaatsvinden na de dag van de stemming; ● b. met winstoogmerk worden ondernomen; ● c. zijn begonnen voordat over de subsidieaanvraag is beslist; ● d.

niet of slechts in ondergeschikte mate betrekking hebben op het onderwerp van het referendum. 4. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan: ● a. collectieven van ten minste zes kiesgerechtigde inwoners van de gemeente, en ● b. rechtspersonen, met uitzondering van politieke groeperingen als bedoeld in hoofdstuk G van de Kieswet. 5. De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de naar het oordeel van het college redelijke kosten van de activiteiten, met uitzondering van loonkosten, en tot een maximum van € 5.000 per aanvraag. 6. Het college maakt het subsidieplafond en eventuele deelplafonds, alsmede de begin- en

einddatum van de aanvraagtermijn bekend op een algemeen toegankelijke wijze. 7. Op subsidies die op grond van deze verordening worden verstrekt is de [citeertitel Algemene subsidieverordening gemeente Raalte] niet van toepassing. Artikel 14. Besluitvorming door college 1. Binnen 2 weken na afloop van de sluitingsdatum van de aanvraagtermijn beslist het college over de subsidieverlening. 2. Subsidieverlening vindt plaats in volgorde van een door het college vastgestelde rangschikking van de aanvragen, totdat het vastgestelde subsidieplafond of deelplafond is bereikt. 3. Bij de rangschikking als bedoeld in het negende lid worden aan de aanvragen punten toegekend op basis van in ieder geval de mate waarin: ● a. de activiteiten bijdragen aan het publieke debat en de meningsvorming onder kiesgerechtigden; ● b. de activiteiten openbaar en voor het publiek toegankelijk zijn; ● c. de activiteiten voldoende onder de aandacht van het publiek worden gebracht; ● d. verschillende doelgroepen worden bereikt, en ● e. het gevraagde subsidiebedrag in redelijke verhouding staat tot het beoogde effect van de activiteiten. 4. De verleende subsidie wordt verstrekt in de vorm van een voorschot. 5. Uiterlijk acht weken na de dag van de stemming dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in.

De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag en een financieel overzicht waaruit blijkt in hoeverre de activiteiten zijn verricht en welke kosten zijn gemaakt. 6. Het college beslist uiterlijk acht weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling over de definitieve vaststelling van de subsidie. Artikel 15. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op [datum]. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Referendumverordening Raalte jaartal. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum]. De voorzitter, De griffier,

Toelichting: Een bindend referendum is in Nederland niet mogelijk vanwege art 129, lid 6 van de Grondwet waarin is bepaald dat raadsleden verplicht zijn te stemmen zonder last. De Raad van State heeft in 1996 een Referendumverordening Amsterdam vernietigd omdat in deze verordening was opgenomen dat raadsleden gehouden waren te stemmen conform de uitslag van het referendum. RvS oordeelde dat dit in strijd was met de plicht tot stemmen zonder last. Artikel 2: Dit artikel beoogt het aantal onderwerpen waarop een referendum wordt uitgesloten te beperken tot alleen die onderwerpen die wettelijk zijn uitgesloten (arbeidsvoorwaarden medewerkers), niet tot de bevoegdheid van de gemeenten behoren of niet uitvoerbaar zijn (bijv. goedkeuring begroting). Art 3.2: De modelverordening van de VNG adviseert een commissie met 3 of 5 personen. We stellen hier voor 5 leden te kiezen. Dat voorkomt dat bij afwezigheid van een van de leden, om welke reden dan ook, er slechts twee zijn. Kortom, de kwetsbaarheid met een iets grotere club is kleiner. Artikel 4g: Het is belangrijk elk initiatief tot een referendum na afloop wordt geëvalueerd. In principe moet dat zo snel mogelijk (lees: binnen 3 maanden), maar er kunnen praktische argumenten zijn dat de commissie meer tijd nodig heeft, bijv. als de referendumperiode vlak voor de zomervakantie valt.

Artikel 5 en 6: De verordening voorziet met deze twee artikelen in zowel een inleidende stap als een definitief verzoek. Met deze opbouw wordt beoogd de raad de gelegenheid te bieden om, zodra het initiatief tot een referendum is genomen, nog eens extra naar het voorgenomen besluit te kijken en mogelijk in gesprek te gaan over de vraag op welke wijze aan zorgen en/of argumenten tegemoet gekomen kan worden. Vervolgens is het aan de initiatiefnemers om wel of niet over te gaan tot het definitieve verzoek. 5.1. en 6.1.: Uit inventarisatie lijken hierin grote verschillen, met als rode draad dat voor een inleidend verzoek vaak voor een relatief laag aantal (<1,0% van kiesgerechtigden) wordt gekozen met een wat hoger aantal voor het definitieve verzoek (5%-7%). Voorstel is om deze hoofdlijn te volgen en voor het inleidend verzoek 0,5% (peil 2020: circa 150) voor het definitieve verzoek 5% van het aantal kiesgerechtigden (peil 2020: 1500). Gemeente

Inwoners

Inleidend verzoek

Definitief verzoek

Losser

22.600

150

1500

Zwolle

123.600

0,15% kiesgerechtigden

6% kiesgerechtigden

Houten

49.900

0,7% kiesgerechtigden, max 200

7% kiesgerechtigden, max 2250

Cuijk

24.900

125

1250

Steenwijkerland

43.900

600

1800

Noordoostpolder

46.849

200

2250

Dronten Voorstel voor Raalte

40.800

0,5% kiesgerechtigden

6% kiesgerechtigden

38.000 (30.000 kiesgerechtigden)

0,5% van het aantal kiesgerechtigden: 150

5% kiesgerechtigden 1500

Artikel 9.2: Hiermee wordt geregeld dat inwoners zich, op het moment dat de raad voornemens is een besluit te nemen, kunnen uitspreken over het totale besluit zoals dat aan de orde is. Binnen dat besluit kan ieder een eigen afweging maken, maar de finale keuze is altijd: vóór of tegen het totale voorstel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=68326423-3a82-41c3-a017-1bce16fdb162