CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept reactie Concept Omgevingsvisie Overijssel

Informatievoorziening raad 26 september 2024, gemeente RaalteBij agendapunt: Reactie op Concept nieuwe Omgevingsvisie Overijssel4.415 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactie Concept Omgevingsvisie Overijssel versie 18 juni 2024 Van: Gemeente Raalte Dit formulier kunt u gebruiken voor uw reactie op de conceptversie Nieuwe Omgevingsvisie. We leiden u langs alle onderwerpen en thema’s. Zo kunt u eenvoudig bij elk gewenst thema uw reactie, opmerking of toelichting geven. Eerst vragen we uw reactie over de visie en is er ruimte voor algemene opmerkingen. Tenslotte willen we graag uw reactie vragen op het proces van het opstellen van deze nieuwe omgevingsvisie. Bovenkant formulier

De Visie 1. Wilt u een reactie geven op Hoofdstuk 1: 'De aanleiding van de omgevingsvisie'? * Ja: In dit hoofdstuk wordt aangegeven dat u in de Omgevingsvisie afbakent wat u van provinciaal belangen vindt en hoe u de visie met medeoverheden, partners en ondernemers en inwoners wil gaan realiseren. We zien dit naar onze mening nog beperkt terug in de Visie. Zo is nog onduidelijk welke provinciale belangen u (voor ons bindend) door vertaalt in de Omgevingsverordening en welke rol u pakt om de doelen die geschetst worden te realiseren. 2. Wilt u een reactie geven op Hoofdstuk 2: 'Onze visie: Overijssel voor en met Elkaar!'? * Ja: De omgevingsvisie sluit voor een groot deel aan bij onze ambities als gemeente Raalte en ons gemeentelijke beleid. Ook in de aangegeven redeneerlijn kunnen we ons vinden al vraagt deze op een aantal punten nog om verduidelijking en moet er altijd ruimte blijven voor maatwerk bij bijzondere omstandigheden. U geeft aan dat er een aantal grote maatschappelijke opgaven op ons afkomen die ons raken. Waaronder de grote uitdaging om ruimte te vinden voor de vraag naar nieuwe woningen, voor verschillende doelgroepen (denk aan toename van de doelgroep ouderen (vergrijzing) en nieuwkomers/statushouders/ontheemden). We missen in de visie wat dit betekent voor de leefomgeving (sociale kwaliteit).

We sluiten aan bij de in de Omgevingsvisie aangeven economische doelstellingen. De Regio Zwolle heeft hierin een grote rol, niet alleen ten aanzien de verstedelijkingsstrategie maar ook ten aanzien bijvoorbeeld de ontwikkeling en innovatie met betrekking tot Agro en Food. We zien graag ook aandacht voor het bieden van ruimte aan creatieve broedplaatsen welke van belang is voor ontwikkeling en innovatie in de maakindustrie. Op pagina 37 geeft u onder Uitbreiding onder voorwaarden aan: Uitbreiding van bebouwing in landelijk gebied, bij voorkeur op bestaande erven of aansluitend op bebouwd gebied, hierbij kan de eis worden gesteld dat (elders) opstallen gesloopt worden. Wanneer is dit wel het geval en wanneer niet? Kan daar meer inzicht in gegeven worden? Op pagina 42 wordt aangegeven dat aan randen van de steden de overstap van privéauto wordt gefaciliteerd naar andere vormen van mobiliteit zoals OV, fiets lopen en deelmobiliteit. Hier missen wij het benoemen van de Hub strategie. Raalte heeft de positie waar mobiliteiten bij elkaar komen. Dus met auto, fiets of lopend naar het station Raalte vanuit de wijken en dorpen en dan met trein naar stedelijk gebied en willen dit ook benutten. In het Programma karakteristieke stationsomgevingen vanuit de Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle werken we onder andere aan versterking van de Hub bij station Raalte.

Het belang van de Hub en het programma zien we graag terug in uw omgevingsvisie.

3. Wilt u een reactie geven op Hoofdstuk 3: 'Leidende principes en Redeneerlijn. Het Hart van onze omgevingsvisie!'? * Ja: Ten aanzien van de Leidende principes: Raalte ligt in de DUS regio Zwolle, maar ook de stedendriehoek en Twente zijn voor ons van wezenlijk belang, gelet op de centrale ligging hier tussenin. Zowel qua mobiliteitsverbindingen, maar ook voor wonen, werken en met voorzieningen zijn we aanvullend aan de omliggende grote steden. We hebben al sinds jaar en dag een duidelijke streekfunctie voor een groot verzorgingsgebied binnen de drie DUS regio’s. We zien deze streekfunctie dan ook graag zo benoemd in uw Omgevingsvisie.

Op pagina 62 is aangegeven dat de ruimtelijk economische bouwstenen per DUS-regio ook de ruimtelijk economische afweging aangeven voor de aanpak landelijk gebied. De DUS-regio’s en de gebieden in het kader van de aanpak Toekomst voor ons Platteland of PPLG en de bij de concept omgevingsvisie behorende gebiedseigen perspectieven zijn niet gelijk. Hoe gaat de provincie, als overkoepelende overheid, de afstemming tussen de verschillende (gebieds-)perspectieven en uitvoeringsagenda’s vormgegeven en borgen? Redeneerlijn Wij kunnen ons vinden in de voorgestelde redeneerlijn, waarbij we wel aandacht vragen voor een niet te rigide toepassen hiervan. Er moet altijd ruimte blijven voor maatwerk bij bijzondere omstandigheden. We hebben ten aanzien van een aantal “balken” nog wel vragen: De redeneerlijn geeft “maatregelen die nodig zijn om in te spelen op klimaatverandering” aan als tweede horizontale balk. De beoordeling hiervan wordt gekoppeld aan de vier gebiedstypen en de bebouwde omgeving waar richtinggevende uitspraken zijn opgesteld. Nieuwe functies dienen te passen bij de eigenschappen en doelen die bij het gebied horen. Wij vinden de gebieden terug in de visie maar krijgen graag ook inzicht in de eigenschappen, doelen en daarbij behorende richtinggevende uitspraken. Pas op dat moment kunnen we de consequenties van deze ‘balk’ in de redeneerlijn goed overzien.

‘Duurzaam omgaan met ruimte en voorraden”. Hierbij wordt opgemerkt dat het de voorkeur heeft om de invulling van de 10% groenblauwe dooradering met name te laten landen in gebieden met meervoudige opgaven en kansen voor klimaat, water en natuur. Wij onderschrijven de stap om zoveel mogelijk naar meervoudig ruimtegebruik te streven. Wel vragen we ons af of hierdoor niet kansen en mogelijkheden onbenut blijven om de groenblauwe dooradering in het gebied waar landbouw generieke opgaven en kansen heeft te realiseren. Bijvoorbeeld in combinatie met weteringen en/of in aansluiting op bestaande en al beschermde groene structuren om daarmee ook de basiskwaliteit van de natuur in deze gebieden te blijven borgen. Ook geeft u aan te zoeken naar balans tussen bijv. stedelijk en landelijk gebied, rust en reuring en natuurlijke omstandigheden en landgebruik. Dit streven naar balans onderschrijven we maar maakt de nu voorgestelde uitwerking in omgevingsprogramma’s op thema en in deelgebieden kwetsbaar. Redeneerlijn geeft richting bij ruimtelijke keuzes. Maar geeft nauwelijks richting op kansen en verbindingen tussen thema’s en/of gebieden. Hoe gaat dit invullen? 4. Wilt u een reactie geven op Hoofdstuk 4: 'Werken aan Brede Welvaart met Rode Draden'? * Ja: Voor sociale kwaliteit en gezondheid sluit goed aan bij onze gemeentelijke visie hierop.

Brede welvaart is een breed begrip, waarbij we ook bewegen als belangrijk onderdeel zien. We missen bij de brede sociale kwaliteit aandacht voor culturele voorzieningen en de rol die toegankelijkheid van een breed cultureel aanbod hierin heeft. Deze culturele voorzieningen hebben, naast de genoemde MFA’s en dorpshuizen, ook een rol als ontmoetingsplek. Ook sportvoorzieningen en bijvoorbeeld de bibliotheek missen we als belangrijke ontmoetingsplekken. Daarnaast hebben we zorg voor onze ondernemers in het buitengebied die voortduurt nu de (juridische) onzekerheid voorlopig niet opgelost zal zijn. Daarbij komt dat het geheel onzeker is wanneer en of er voldoende middelen vanuit het Rijk komen om de transitie op een goede manier (bottom-up) vorm te kunnen geven nu het NPLG van de baan is. We zien dan ook graag blijvende aandacht voor de impact die dit sociaal en op de gezondheid voor deze specifieke doelgroep en het landelijk gebied als geheel kan hebben. 5. Wilt u een reactie geven op Hoofdstuk 5: 'Bestuursstijl, uitvoering, samenwerking en monitoring. Van visie naar Praktijk'? * Ja: Wij zijn voor een goede en gelijkwaardige ‘voorkantsamenwerking” deze is essentieel waarbij we ook op zoek moeten naar elkaars kwaliteiten en binnen de kaders respect voor elkaars (politieke) afwegingen moeten hebben. Daarnaast is voorkantsamenwerking wederzijds.

We vragen ook van de provincie om vroegtijdig ons bij plannen en standpuntvorming over initiatieven te betrekken. Alleen dan kunnen we ook meer als één overheid naar buiten treden.

Daarnaast geeft u aan op sommige dossiers verantwoordelijkheid te nemen en moeilijke keuzes te maken. Dit houdt dus verschillende rollen in. Wij missen in de visie op welke dossiers dit zal zijn en er dus minder sprake zou kunnen zijn van samenwerken. Dit kan mogelijk schuurpunten geven die we op basis van deze visie graag beter in beeld zouden krijgen. Ook geeft u aan heldere kaders voor gebiedsprocessen aan te geven. Deze vinden we in deze Omgevingsvisie maar beperkt terug. Ook bij uitwerking op thema en per gebied kunnen er verschillen zijn. Ook hier kunnen belangen nog gaan botsen, bijvoorbeeld tussen gebieden. Hoe denkt u hiermee om te gaan? We staan achter een doelgerichte samenwerking en uitvoering in gebiedsprocessen: Dit vraagt echter wel duidelijker zijn over rol, verwachtingen, instrumenten, doelen en toekomstperspectief. Maar ook over prioriteiten, nu capaciteit en wellicht ook de middelen beperkt zullen zijn met het vervallen van het NPLG op Rijksniveau. We hebben niets aan mooie uitvoeringsplannen die niet uitgevoerd kunnen worden, werken niet bevorderlijk voor de energie en het vertrouwen vanuit gebieden. Wie regisseert op de inzet en uitvoerbaarheid. En hoe wordt hierbij de inzet van gemeenten in gebiedsprocessen en de uitvoering geborgd? We vinden het positief dat er aandacht is voor monitoring, evalueren en leren.

We zien op proces dat er gekeken wordt naar het onderzoek van de rekenkamer Oost over gebiedsprocessen. In de praktijk van de huidige koplopergebieden PPLG wordt er vrijwel niets met de aanbevelingen gedaan, vooral om dat een duidelijk gezamenlijk doel nog niet helder is. Ook geeft dit onderzoek geen invulling aan lokale leerpunten uit eerdere processen, die zeer van belang kunnen zijn om ook nieuwe gebiedsprocessen tot een goed einde te kunnen brengen. Het vooraf ophalen van lokale leerpunten en gevoeligheden willen we zeker ook als gemeente een rol spelen, als overheid die vaak het dichts bij de inwoners staat en daarmee deze signalen vaak in beeld hebben. Over evalueren en de borging van het leren vinden we niets terug in deze concept Omgevingsvisie.

Hoofdstuk 6 Kaderstelling voor beleidsuitwerking 6. Wilt u een reactie geven op onderdeel: 'Water, bodem en klimaatadaptatie'? * Ja: De opgaven, doelen en ambities in dit hoofdstuk zijn veel omvattend en kunnen lokaal grote impact hebben. Hierbij is een vierdeling in gebieden aangeven, maar ook dat lokaal de verschillen in deze gebieden groot zijn. De vier gebieden vinden we terug in de visie maar we krijgen graag ook inzicht in de eigenschappen, doelen en daarbij behorende richtinggevende uitspraken. We krijgen graag meer beeld welke impact dit op lokaal niveau krijgt en hoe dit uitgewerkt gaat worden als kader voor gebiedsprocessen en ruimtelijke ontwikkelingen. 7. Wilt u reactie geven op onderdeel 'Klimaatmitigatie en energie(transitie)'? * Ja: Op pagina 90 staat: ‘Daartoe prioriteren en programmeren wij de ontwikkelingen van de regionale energie-infrastructuur zodanig dat deze zo goed mogelijk aansluiten op de maatschappelijk gewenste ontwikkelingen (onder andere woningbouw en bedrijvigheid, verduurzaming, mobiliteit en industrie)’. Hier wordt dus geïmpliceerd dat de inrichting van het energiesysteem volgend is op andere ontwikkelingen. Wij waren in de veronderstelling dat de vraag of het energiesysteem volgend of leidend moet zijn nog onderwerp is van gesprek in het kader van de totstandkoming van de energievisie.

Als dit zo is vinden we het wenselijk dat dit ook expliciet wordt gemaakt. Ook hoeft dit in het kader van de energievisie dan geen onderwerp van gesprek meer te zijn naar onze mening. Overigens komt de keuze voor een ‘volgend’ energiesysteem komt terug het hele concept van de omgevingsvisie. Immers, in bijvoorbeeld de hoofdstukken over verstedelijking wordt nergens benoemd dat de aanwezigheid van energie een voorwaarde is. Als provinciaal doel wordt genoemd dat in 2030 de helft van allen beschikbare mest vergist wordt, wat zo’n 100 mln. m3 aardgas kan vervangen. Is dit voor deze korte termijn wel haalbaar? Dit vraag of op bedrijfsniveau (mono vergisting) of op regionaal niveau grote investeringen en ruimtebeslag naar onze mening die nu nog maar zeer beperkt aanwezig is. En wat wordt als “beschikbare mest” gezien? En op welke doelen vanuit Europa/Rijk sluit dit aan? U geeft aan dat uitwerking en mogelijkheden ten aanzien van waterstof en kernenergie nog volgen en u dit betrekt bij definitieve vaststelling omgevingsvisie. Hierop blijven we graag betrokken. 8. Wilt u reactie geven op onderdeel: 'Landbouw en voedselvoorziening'? *

Ja: We waarderen het onderscheid dat u in gebieden aangeeft ten aanzien van perspectief voor de landbouw en dit ook op kaart heeft vertaald. Om de impact te kunnen duiden hebben we nog wel een aantal vragen en aandachtpunten. Dit ook in samenhang met de concept provinciale landbouwvisie die u in juni met ons in de Gebiedstafel Salland heeft besproken. • We zien vooral inzet van middelen en instrumenten in de gebieden met ‘Gebiedsspecifieke opgaven en kansen’. Het merendeel van onze gemeente valt in het gebied ‘Landbouw met generieke opgaven en kansen’. Dit sluit aan bij onze ambitie voor een groen en productiegericht landelijk gebied te houden, maar in deze gebieden zien we toch ook grote opgaven bijvoorbeeld met betrekking tot waterkwaliteit, water vasthouden en het behouden van een goede bodemkwaliteit. Juist ook om hier goede landbouw perspectieven te houden voor de meer langere termijn. Om dus perspectief te houden in deze gebieden ook voldoende inzet van instrumenten en middelen moeten zijn. Ook nu het NPLG niet meer voortgezet wordt. We zien hier ook kansen voor groenblauwe dooradering, bijvoorbeeld in combinatie met de opgaven rond weteringen er zijn, zoals ook in het gebiedsperspectief Salland is aangegeven.

• Daarnaast zien we dat de gemiddelde grondprijs dusdanig hoog is, dat dit voor een huidig ‘generiek (familie) bedrijf’ niet of nauwelijks mogelijk is om grond te verwerven en daarmee het bedrijf toekomstbestendig te maken. We zien nu al dat gronden door partijen van elders in gebruik worden genomen of opgekocht. De lokale binding “het noaberschap” kan daarbij verminderen en dit kan directe effecten hebben op de ruimtelijk en sociale kwaliteit in deze gebieden. Wij vragen uw aandacht voor deze ontwikkeling zodat er op een goede wijze uitvoering gegeven kan worden aan de opgaven die ook op deze gebieden afkomen. • Hoe gaat de Provincie, in samenhang met de concept landbouwvisie, hun rol pakken in de gebieden met Generieke opgaven en kansen. Bijvoorbeeld ten aanzien van stimuleren van optimaal grondgebruik, stimuleren van plantaardige teelten en groene grondstoffen en het tegengaan van ongewenste teelten? • Voor niet grondgebonden veehouderij missen we een perspectief. Dit ook in aansluiting op de voorontwerp Nota Ruimte vanuit het Rijk, waarin wordt gestreefd naar het behouden van mogelijkheden voor “gebouw gebonden veehouderij” op de “meest geschikte” locaties. Heeft u een visie op wat deze “meest geschikte” locaties zijn of criteria hiervoor? Zowel in deze Omgevingsvisie en in de concept Landbouwvisie geeft u hiervoor geen aanknopingspunten op dit moment.

• We missen in deze paragraaf aandacht voor mogelijkheden voor innovatie en samenwerking en de ondersteuning hiervan om de Agro en Food keten in zijn geheel toekomstbestendig te maken. Raalte wil hierin, ook vanuit de regio Zwolle, verder samenwerken. 9. Wilt u reactie geven op onderdeel: 'Natuur en Landschap'? * Ja: We zien her en der in de concept Omgevingsvisie staat dat er nog besluiten genomen moeten worden over de “basiskwaliteit natuur” door PS. We blijven graag hierover op de hoogte wat consequenties en afwegingen hiervan zullen zijn. 10. Wilt u reactie geven op onderdeel: 'Cultureel erfgoed'? * Ja: Bij het ontwikkelen van cultureel erfgoed, zoals het stimuleren van het herbestemmen en hergebruik van cultureel erfgoed (p.98), wordt naar onze mening onder andere geduid op de (binnen afzienbare tijd) aan de eredienst onttrokken kerkgebouwen. We zien deze graag in de visie terug omdat het herbestemmen van die kerkgebouwen de kerkgebouwen – allemaal Rijks- of gemeentelijk monument - behoedt voor verval van deze voor dorpen vaak beeldbepalende gebouwen. Beeldende kunst kan ingezet worden om (immaterieel) erfgoed te verbeelden en daarmee een rol vervullen om erfgoed zichtbaar te maken en houden. 11.

Wilt u reactie geven op onderdeel: 'Verstedelijking'? * Ja: Wij geven invulling aan de gewenste verstedelijking van de Regio Zwolle, zowel op het gebied van wonen, werken en mobiliteit. In onze Groeibeelden voor de kernen Heino en Raalte hebben we uitgewerkt hoe we deze opgave vorm willen geven en waar. Dit gaat vertaald worden in een programma onder onze Omgevingsvisie. Onze Groeibeelden sluiten één op één aan op de Verstedelijkingsstrategie van de regio Zwolle met daarin opgenomen de Warme Harten benadering. De provincie Overijssel heeft de Verstedelijkingsstrategie eveneens mede opgesteld en onderschreven. Dit lezen we echter nauwelijks in uw concept visie terug. We horen graag hoe u het voorgenomen ruimtelijk beleid bij de Warme Harten strategie aan laat sluiten. Met de keuze voor extra (regionale) groei in de middelgrote kernen, waaronder Raalte. Hoe verhoudt dit zich tot de door u benoemde streekcentra?

De provincie is intensief betrokken geweest bij het opstellen van onze groeibeelden en waar nodig hebben wij rekening gehouden met provinciale belangen. Zowel ambtelijk als bestuurlijk is door de provincie waardering uitgesproken over het proces en het resultaat. Onze groeibeelden sluiten aan bij de beleidskaders die nu voorgesteld worden in de Omgevingsvisie. Naar onze mening wordt in de Omgevingsvisie nog te weinig de nadruk gelegd dat, naast de grote steden, kernen waaronder Raalte en Heino een rol hebben in de opvang van bovenregionale groei, dit in aansluiting op de Warme Harten strategie uit de Verstedelijkingsstrategie van de regio Zwolle. 12. Wilt u een reactie geven op onderdeel: 'Wonen'? * Ja: Binnen de gemeente Raalte bouwen we voor de lokale en bovenregionale groei. Dit doen we in Raalte en Heino en naar verhouding in de kleinere kernen. Dit ligt in lijn met wat op gemeentelijk en provinciaal niveau is afgesproken. Pagina 101 van het concept Omgevingsvisie geeft aan dat het de voorkeur heeft te bouwen in goed bereikbare steden en dat aanvullende bovenregionale groei ook wordt opgevangen in steden. Om te kunnen bouwen voor de bovenlokale groei in kleinere kernen worden aanvullende voorwaarden gesteld. Meer dan tot nu toe gebruikelijk.

Dit is naar onze mening ook niet in lijn met de “Warme Hartenstrategie uit de Verstedelijkingsstrategie van de regio Zwolle die ook u als Provincie mede heeft opgesteld en onderschreven. Wat zijn de afwegingen voor deze koerswijziging? Voor de gemeente Raalte dragen de kleinere kernen ook bij aan de opgaven op het gebied van wonen en werken en is woningbouw van essentieel belang voor de leefbaarheid van de kleineren kernen. Met de aanvullende voorwaarden wordt het bouwen in deze kleinere kernen lastiger. Met name de punten betreft het OV en de afspraken in de woondeals. Het wordt met deze punten moeilijker om de ambitieuze woningbouwambitie te realiseren. Hoe kijkt de provincie daar tegenaan? Verder vragen wij ons af wat wordt bedoeld met ‘Flexwonen is meer dan tijdelijk gebruik van locaties’? 13. Wilt u reactie geven op onderdeel: 'Ondernemen, werken, voorzieningen en logistiek'? * Ja: Zoals aangegeven sluiten onze groeibeelden aan bij de beleidskaders die nu voorgesteld worden in de Omgevingsvisie. In dat kader zouden we graag erkenning krijgen en aangemerkt worden als Streekcentrum. Ook om ruimte en focus te houden op behoud van functies zoals een theater, een goed winkelgebied en vitale bedrijvigheid zowel op bestaande als eventuele nieuwe bedrijventerreinen (zowel lokaal als regionaal). 14.

Wilt u reactie geven op onderdeel: 'Mobiliteit en luchtvaart'? * Ja: We onderschrijven het STOMP principe, maar zijn van mening dat in de omgevingsvisie de ambitie voor de T te beperkt is uitgewerkt. Zo wordt de hoofdinfrastructuur voor gemotoriseerd verkeer en treinverbindingen wel aangegeven op een afbeelding in de bijlage maar de regionale hoofdfietsverbindingen worden niet weergegeven of tekstueel benoemd. Onzes inziens wordt de ambitie voor de fiets nadrukkelijker uitgewerkt en wordt hierbij eveneens ingegaan op het (door)ontwikkelen van snelle fietsroutes/doortraproutes Raalte heeft de positie waar mobiliteiten bij elkaar komen. Dus met auto, fiets of lopend naar het station Raalte vanuit de wijken en dorpen en dan met trein naar stedelijk gebied en willen dit ook benutten. Het station Raalte is aangemerkt als regionale HUB. Dit sluit aan bij het Programma karakteristieke stationsomgevingen van de regio Zwolle. We zien deze Hub-functie dan ook graag benoemd in de Omgevingsvisie. De in de omgevingsvisie genoemde aanpak van de N35 voor de doorstroming, leefbaarheid en verkeersveiligheid vinden wij belangrijk en blijven we onder uw aandacht brengen. Het is een langdurig proces waarin we graag de voortgang willen houden.

Voor het verbeteren van de treinverbinding Zwolle – Twente - Munster willen we ook graag een goede afweging tussen de regionale voor- en nadelen en bovenregionale/internationale voor- en nadelen. 15. Wilt u reactie geven op onderdeel: 'Vrije tijd, recreatie en toerisme'? * Ja: Hoe verhouden de aangegeven ‘Vrijetijdslandschappen” zich tot de gebiedsindeling zoals aangegeven vanuit de landbouw? Dit ook ten aanzien van het beleid op verspreiding van bezoekers vanuit bijvoorbeeld de Nationale Parken.

16. Wilt u reactie geven op onderdeel: 'Milieu en (milieukundige) gezondheid'? * Ja: Aangegeven wordt: voorkomen van normopvulling op het gebied van geur? En we bezien mogelijkheden voor doelsturing: Dit vraagt naar onze mening een aanpassing van de wet en om mogelijkheden om dit juridisch voldoende te borgen? Hoe gaan provincie hierop inzetten? 17. Wilt u reactie geven op onderdeel: 'Sociale Kwaliteit en (positieve) gezondheid'? * Ja: U geeft aan een “Inspiratieboek positieve gezondheid en beleid sociale kwaliteit op te gaan stellen. Wij krijgen graag beeld bij wat u hiermee wil bereiken en hoe u hier daarna uitvoering aan wil geven. Welke middelen komen hiervoor beschikbaar? Dit is mede van belang om dat we als gemeenten hiervoor in de basis de verantwoordelijkheid dragen. Daarnaast missen we in deze paragraaf de link het culturele aanbod en ontplooiingsmogelijkheden. Deze kunnen bij uitstek zorgen voor een inclusieve samenleven waarin iedereen kan meedoen, ook bijvoorbeeld in de openbare ruimte. Bij sociale ontmoetingsplekken missen we de (sport- en) culturele voorzieningen, zoals de sportverenigingen, bibliotheken, theaters, musea en filmhuizen. Lokale theaters kunnen talentvolle jonge makers en makers die meer inhoudelijk en daardoor kwetsbaar werk produceren een podium geven. Deze creatieve ontplooiing draagt mede bij aan de sociale kwaliteit en positieve gezondheid. 18.

Heeft u met de kaderstellingen zoals omschreven in de beleidsuitwerking uit hoofdstuk 6, nu voldoende om afwegingen te kunnen maken of tot gebiedsgerichte keuzes te kunnen komen? * Nee: We kunnen ons vinden in deze Omgevingsvisie op hoofdlijnen. Wel zien wij nog een heel aantal vraagtekens bij de aangegeven uitwerkingen en hoe deze Omgevingsvisie uitvoering gaat krijgen. Een aantal uitwerkingen en informatie zoals aangegeven in de verschillende deelaspecten missen nog om de impact op gemeentelijk niveau goed in te kunnen schatten. Daarmee is op die punten verduidelijking nog gewenst waarbij we wel graag de mogelijkheden voor maatwerk in afwegingen behouden. 19. Wilt U een reactie geven op de Kaartenbijlage? * Ja: Op de kaart Verstedelijking en mobiliteit staan “kernrandzones” aangegeven. Deze vinden wij niet terug in de concept visie. Wat is de status van deze kernrandzones? Ten aanzien van water missen wij het Overijssels kanaal op de kaart. Deze heeft een belangrijke functie voor de waterhuishouding in Salland en in verbindingen (groenblauw, recreatie) en is daarmee naar onze mening van provinciaal belang. 20.

Wilt U een reactie geven op de Gebiedseigen perspectieven? * Ja: Vier windstreken worden als gebieden benoemd, hoe verhouden deze zicht tot de gebiedsgerichte aanpak Landelijk gebied (6 deelgebieden) en de DUS-regio’s (3 gebieden)? De tekst gaat uit van Salland als breder gebied gebiedsgerichte aanpak landelijk gebied (ook voorbeelden uit Holten, Haarle). De verbinding tussen deze gebiedsperspectieven en de concept Omgevingsvisie is daarmee onduidelijk. Het perspectief van Salland is erg beschrijvend naar de huidige situatie en spreekt veel van natuurverbindingen ecologisch raamwerk, groenblauwe bufferzones, waterberging/vasthouden van water, aantrekkelijk vrijetijdslandschap, agrarisch natuurbeheer, bosaanplant enz. Er wordt aangegeven dat er balans moet zijn tussen ruimte voor landbouw en natuur en ook waterbergende functie van de weteringen. Deze balans komen we alleen niet direct meer tegen in de concept Omgevingsvisie, waarin de landbouw (met generieke opgaven en kansen) voorop staat. Hoe verhoudt dit zich tot elkaar? We hebben ook behoefte aan bovenlokale voorzieningen in Raalte. Voor een heel aantal van de genoemde voorzieningen, zoals de poli van het ziekenhuis, of een podium, hoef je nu en in de toekomst niet direct naar Deventer of Zwolle.

De Raalter ontwikkeling van de Stationsomgeving zien we als onderdeel van de uitvoering van de verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle graag benoemd in het gebiedsperspectief met daarbij aandacht voor ‘Overstap’ mogelijkheid van modaliteit (van auto/bus/fiets/wandelend naar trein) richting Zwolle (en Deventer) in Raalte en de uitwerking volgens het Programma karakteristieke stationsomgevingen regio Zwolle. Daarnaast zijn wij van mening dat de ambitie voor het versterken van de regionale fietsstructuren (bijvoorbeeld middels het opwaarderen van regionale routes tot snelle fietsroutes/doortraproutes)

explicieter benoemd mag worden. Ook de ambitie voor de spoorverbinding Zwolle-Enschede is ons inziens te beperkt benoemd. Salland heeft nu en in de toekomst een rol voor (nieuwe) drinkwatervoorziening voor Overijssel (o.a. Salland Diep) Niet alleen landgoederen rond Deventer maar ook de landgoederen rond Heino hebben een rol in het Natuurnetwerk. Deze aspecten zien we ook graag terug in het gebiedsperspectief.

Overige opmerkingen 21. Heeft u nog een opmerking die u ons graag wilt meegeven? * -

Vraag over het proces 22. Wat is u, over het afgelopen jaar, in positieve zin het meest bijgebleven van het proces om te komen tot een nieuwe omgevingsvisie? * Reactie: We waarderen de inzet en het meenemen van de gemeenten in het traject om tot de Omgevingsvisie te komen. De bezoeken en gesprek met gedeputeerde Grijsen hebben we daarbij als positief ervaren. 23. Wat is u, over het afgelopen jaar, in negatieve zin het meest bijgebleven van het proces om te komen tot een nieuwe omgevingsvisie? * Reactie: De planningen van de conceptvisie zijn een aantal malen opgeschoven. Hierbij is het een aantal malen voorgekomen dat bijeenkomsten of reactietermijnen verschoven zijn. Vaak wordt op dat moment de is er vaak sectoraal en in verschillende gremia overleg over de inhoud geweest. Dit was soms niet duidelijk wie waar inbreng kan geven en dus ook niet het belang van wie waar aanwezig diende te zijn. Daarnaast vinden we de omvang van de Omgevingsvisie (en aantal tekstuele herhalingen) en leesbaarheid hiervan voor iedereen nog wel een aandachtpunt. 24. Wat is volgens u de volgende stap die nodig is om tot een voor uw provinciale organisatie relevante Omgevingsvisie te komen? * Reactie: Op de door ons aangegeven vragen en opmerkingen zouden we graag een inhoudelijke reactie van u krijgen.

Hiermee krijgen we graag inzicht hoe u onze reactie meeneemt in de volgende (ontwerp) versie van uw Omgevingsvisie. Daarnaast krijgen we graag: • Duidelijkheid over inzet van instrumenten/ uitwerking in programma’s. Wie is aan zet op welke thema’s, in welke gebieden en hoe wordt dit uitgevoerd en hoe wordt de integraliteit bewaakt. • Duidelijkheid over provinciaal belang en hoe wij kunnen meekijken en meedenken met teksten voor de concept omgevingsverordening. 25. Welke rol ziet u hierin voor uzelf? * Reactie: Wij wensen om mee te kijken en te denken over instrumenten en uitvoering en aanpak die ons als gemeente gaat raken. Bijvoorbeeld de concept omgevingsverordening. Maar ook de OER en de uitwerking van programma’s.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=597a14ea-c3fe-40e2-ab17-442f742447e8