Concept raadsvoorstel richtlijnen zonneparken 2.0
Tekst van het document
PROCEDUREBLAD BEHANDELING RAADSVOORSTEL Het college verzoekt u dit raadsvoorstel te behandelen Onderwerp
Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0
Zaaknummer
11203-2021
B&Wvergadering
16 februari 2021
Agendacommissie
1 maart 2021
Raadsvergadering
18 maart 2021
Portefeuillehouder
dhr. F. (Frank) Niens dhr. W.J.M. (Wout) Wagenmans
Behandelend ambtenaar
Maaike van der Veen telefoon: 06-10021466, e-mail: maaike.vander.veen@raalte.nl
Fatale termijn(en)
Er is geen sprake van een wettelijke beslistermijn
Bijlage(n):
(beslisdocumenten die meegezonden moeten worden) 1.
Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0.
RAADSVOORSTEL Raadsvergadering
18 maart 2021
Zaaknummer
11203-2021
Onderwerp
Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0
Portefeuillehouder
dhr. F. (Frank) Niens dhr. W.J.M. (Wout) Wagenmans
Voor informatie
Maaike van der Veen telefoon: 06-10021466, e-mail maaike.vander.veen@raalte.nl
Samenvatting
Op 10 december 2020 heeft uw raad in de Rond-de-Tafel gesproken over de Evaluatie Richtlijnen zonneparken. In een informatienota bij de evaluatie gaven wij daarbij aan hoe wij met de aanbevelingen uit de evaluatie willen omgaan en welke andere (beleids)ontwikkelingen reden zijn om u voor te stellen de richtlijnen op onderdelen aan te passen. De uitkomsten van het Rond-de-Tafel gesprek hebben wij verwerkt in voorliggend raadsvoorstel en de ‘Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0’. Hierin zijn de aanbevelingen uit de Evaluatie voor het merendeel overgenomen. Daarnaast zijn een aantal actuele (beleids)ontwikkelingen in de richtlijnen verwerkt.
Beslispunten 1. 2. 3.
De ‘Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0’ vast te stellen; Te bepalen dat dit besluit de dag na publicatie in werking treedt; De ‘Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte’ (2019) in te trekken.
Inleiding
De Evaluatie Richtlijnen zonneparken geeft de volgende aanbevelingen voor aanpassing van de ‘Richtlijnen zonneparken gemeente Raalte’ zoals uw raad die in 2019 heeft vastgesteld: 1.
Laat de initiatiefnemer de dialoog met de omgeving pas starten als het participatie- en communicatieplan is getoetst door de gemeente. 2. Zorg ervoor dat de gemeente bij het overleg tussen initiatiefnemer en omwonenden aanwezig is. 3. Neem een aanvraag voor een ontwerpvergunning pas in behandeling op het moment dat de dialoog in een vergevorderd stadium is. 4. Laat de initiatiefnemer pas met de dialoog met de omgeving beginnen als door de gemeente een locatiescan is gedaan. 5. Overweeg om kavelruil in de richtlijnen in te zetten als middel om zonneparken gunstig te situeren. 6. Onderzoek of lokale partijen die mede-eigenaarschap kunnen invullen, voldoende zijn toegerust voor hun rol. 7. Voorkom onduidelijkheid en vrijblijvendheid ten aanzien van het basisuitgangspunt ‘een deel van de productie komt in handen van de lokale omgeving’. 8. Voorkom onduidelijkheid en vrijblijvendheid ten aanzien van maatschappelijke meerwaarde. 9. Werk de tijdelijkheid van zonneparken in het buitengebied specifieker uit. 10. Scherp het proces in de richtlijnen aan.
2
Op 10 december 2020 heeft uw raad in de Rond-de-Tafel gesproken over de evaluatie. In een informatienota bij de evaluatie gaven wij daarbij aan hoe wij met de aanbevelingen uit de evaluatie willen omgaan en welke andere (beleids)ontwikkelingen reden zijn u voor te stellen de richtlijnen op onderdelen aan te passen. De uitkomsten van het Rond-de-Tafel gesprek hebben wij verwerkt in voorliggend raadsvoorstel en de ‘Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0’.
Beoogd effect
Door het vaststellen van de ‘Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0’ wordt een actueel kader gegeven voor initiatieven voor zonneparken in het buitengebied. Zo is het voor initiatiefnemers en omwonenden duidelijk aan welke voorwaarden een zonnepark moet voldoen en welke procedures en stappen nodig zijn. Met het realiseren van zonneparken wordt een bijdrage geleverd aan de doelstelling binnen de regionale energiestrategie om in 2030 100 GWh aan elektriciteit duurzaam op te wekken.
Argumenten Aanpassingen in de richtlijnen op basis van de aanbevelingen in de Evaluatie Aanbevelingen 1,2, 3, 4, en 10 Deze vijf aanbevelingen gaan over de rol van de gemeente bij concrete initiatieven. Op basis van de huidige richtlijnen heeft de gemeente pas een rol als de dialoog met de omgeving al is afgerond. Uit de evaluatie blijkt dat het wenselijk is om de richtlijnen op dit punt aan te passen en de rol van de gemeente aan het begin van het proces te vergroten. Dit om onnodige onrust bij omwonenden en verspilde kosten bij initiatiefnemers te voorkomen en om te waarborgen dat de dialoog met omwonenden zorgvuldig plaatsvindt. Deze aanbevelingen hebben wij vertaald in de richtlijnen door: Als eerste stap in het proces als gemeente een locatiescan te doen omdat er diverse factoren kunnen zijn die maken dat een zonnepark op een voorgestelde locatie niet haalbaar is (aanbeveling 4 en 10). Bijvoorbeeld de samenloop met andere ruimtelijke ontwikkelingen of de voorgestelde schaal en omvang van een initiatief; Als gemeente te bewaken dat de dialoog met de omgeving zorgvuldig plaatsvindt door in de richtlijnen op te nemen dat het communicatie/participatieplan dat een initiatiefnemer opstelt, door de gemeente wordt getoetst voordat de dialoog met de omgeving plaatsvindt (aanbeveling 1).
Het communicatie/participatieplan geeft ook helder aan bij welke overleggen en bijeenkomsten en op welke wijze de gemeente betrokken is (aanbeveling 2); De aanvraag voor een omgevingsvergunning pas in behandeling te nemen op het moment dat de dialoog met de omgeving in een vergevorderd stadium is (aanbeveling 3). Dit uitgangspunt is in de huidige richtlijnen al vastgelegd. In de aangepaste richtlijnen is dit explicieter gemaakt door in hoofdstuk 3 en 4 aan te geven dat uit een aanvraag blijkt wat de opbrengsten zijn van de dialoog, wat er met de input vanuit de omgeving is gedaan en in hoeverre afspraken zijn geborgd. De aanvraag bevat ook een voorstel voor de invulling van het lokaal eigenaarschap. Door het overnemen van deze aanbevelingen wordt de rol van de gemeente in het proces groter. Wij blijven daarbij vasthouden aan de primaire rolverdeling in de huidige richtlijn, die stelt dat het organiseren en voeren van de dialoog de verantwoordelijkheid is van de initiatiefnemer. Aanbevelingen 6 en 7 over het basisuitgangspunt lokaal eigenaarschap In de huidige richtlijnen staat de ambitie dat ‘minimaal 50% van de hernieuwbare energieproductie op land in eigendom komt van de lokale omgeving’. Uit de evaluatie blijkt dat initiatiefnemers de richtlijnen op dit punt als vrijblijvend zien.
Dit omdat sprake is van (slechts) een ambitie en omdat de richtlijnen ook voorbeelden geeft voor een andere invulling waarbij sprake is van financiële deelneming zonder eigenaarschap. Uit de gesprekken met uw raad over het initiatief Kanaaldijk-Zuid en uit het Rond-de-Tafel gesprek op 10 december blijkt dat 50% lokaal eigenaarschap voor u een harde randvoorwaarde is. Daarom stellen wij voor de richtlijnen op dit punt aan te scherpen door vast te leggen dat 50% lokaal eigenaarschap een harde voorwaarde en een ondergrens is. Deze aanpassing sluit ook aan bij de verkenningen in de RES naar de mogelijkheden van 3
lokaal eigendom waarbij - in nauw overleg met energiecoöperaties - ook gekeken wordt naar het goed borgen en vergroten van lokaal eigendom. Aanbeveling 6 pleit voor onderzoek of lokale partijen die mede-eigenaarschap kunnen invullen, voldoende zijn toegerust op hun rol. Dit onderzoek loopt al: sinds halverwege 2020 zijn we in gesprek met de duurzaamheidswerkgroepen, stichtingen en lokale coöperaties in de dorpen over hoe we hun (beter) kunnen faciliteren en ondersteuning kunnen bieden op diverse gebieden (kennis, juridisch, organisatorisch, financieel). Dit gesprek zetten we dit jaar voort. Omdat deze aanbeveling geen betrekking heeft op het beleid i.c. op de basisuitgangspunten is aanpassing van de richtlijnen niet nodig. Aanbeveling 5 over het inzetten van kavelruil als instrument om zonneparken gunstig te situeren In de evaluatie wordt kavelruil voorgesteld als instrument om zonneparken ‘minder willekeurig te laten landen’. Dit onderschrijven wij in die zin dat kavelruil mogelijk kan bijdragen aan een betere situering, landschappelijke inpassing of maatschappelijke meerwaarde van initiatieven. In de huidige richtlijnen is de mogelijkheid van herverkaveling daarom ook al aangegeven (paragraaf 3.4.1.). We willen de inzet van dit instrument echter niet dwingend voorschrijven.
Dit zou de dialoog met de omgeving en het proces tot aan de vergunningaanvraag onnodig kunnen vertragen en frustreren. Aanbeveling 8 over de onduidelijkheid en vrijblijvendheid van maatschappelijke meerwaarde Deze aanbeveling zet allereerst in op het voorkomen van overlap tussen de basisuitgangspunten ‘lokaal eigenaarschap’ en ‘maatschappelijke meerwaarde’. Met de hiervoor voorgestelde aanpassing van de richtlijnen op het onderdeel lokaal eigenaarschap is deze overlap weg. Daarnaast pleit deze aanbeveling voor het kwantificeren van maatschappelijke meerwaarde. Wij stellen voor om dit niet te doen omdat dit de ruimte om per initiatief te zoeken naar maatwerk en het aansluiten bij specifieke wensen en opgaven in een gebied te veel zou beperken. De uiteindelijke afweging die we als college maken en aan uw raad voorleggen hangt af van de bijdrage van een initiatief aan de energieopgave enerzijds en alle basisuitgangspunten anderzijds. Aanbeveling 9 over de tijdelijkheid van zonneparken Om de geconstateerde onduidelijkheid over de tijdelijkheid van zonneparken te voorkomen, stellen wij voor om in de richtlijnen op te nemen dat het hierbij gaat om een termijn van instandhouding van 25 jaar. Het ruimtelijke effect van het zonnepark, en dus het in stand zijn van het zonnepark, is hetgeen waarvoor een vergunning wordt afgegeven en bepaalt daarmee ook de tijdelijkheid.
Daarna moeten de gronden weer leeg en ontruimd achter worden gelaten, zodat deze weer als agrarische gronden in gebruik kunnen worden genomen. Deze eis wordt (ook) in de vergunning vastgelegd.
Aanpassingen in de richtlijnen vanwege (beleids)ontwikkelingen Aansluiten bij de vernieuwde ‘Handreiking Zonnevelden’ van de provincie Overijssel Bij het basisuitgangspunt ‘omvang en inpassing in de omgeving’ sluiten de huidige richtlijnen aan bij de ‘Handreiking Kwaliteitsimpuls Zonneparken’ van de provincie Overijssel uit 2017. In april 2020 is een vernieuwde versie van de handreiking vastgesteld. Hierin wordt eenvoudiger en eenduidiger dan voorheen verwoord hoe de regels in de provinciale verordening toegepast kunnen worden. De handreiking is een hulpmiddel voor initiatiefnemers, omwonenden en gemeenten bij de afweging en landschappelijke inpassing van zonneparken. De (juridische) regeling voor zonneparken in de provinciale verordening blijft ongewijzigd. Opnemen uitgangspunt rondom vergunde zonneparken een zonneparkvrije zone Bij de vergunde zonneparken aan de Wijheseweg en de Kanaaldijk-Zuid is met omwonenden afgesproken dat binnen een bepaalde zone rond en gedurende de looptijd van het zonnepark geen medewerking wordt verleend aan nieuwe initiatieven voor een zonnepark. Wij stellen voor om dit uitgangspunt in het algemeen ook in de richtlijnen op te nemen. De omvang van de zone is daarbij maatwerk.
Bij een locatiescan voor een nieuw initiatief wordt gekeken of een initiatief dicht bij een ander vergund of gerealiseerd zonnepark is gelegen waar met omwonenden afspraken zijn gemaakt.
4
Verduidelijken 2 ha omvang De Evaluatie geeft de aanbeveling om de 2 ha grens, waarbij het college bevoegd is om over de vergunningaanvraag te beslissen, te verduidelijken. Daarom stellen wij voor om in de richtlijnen aan te geven dat het daarbij gaat om de netto oppervlakte van het zonnepark. Dit is de oppervlakte binnen de uiterste begrenzing van de zonnepanelen. Redactionele aanpassingen vanwege actuele (beleids)ontwikkelingen In de richtlijnen zijn diverse (redactionele) aanpassingen gedaan naar aanleiding van ontwikkelingen op het gebied van beleid of duurzame opwek sinds de vaststelling van de vorige richtlijnen in juni 2019 (o.a. de stand van zaken duurzame opwek in Raalte en de RES). COVID-19 en de mogelijkheid van digitale bijeenkomsten Het voeren van een dialoog met de omgeving is een belangrijk basisuitgangspunt in de richtlijnen. Uw raad heeft eerder, in het begin van de corona tijd, aangegeven dat digitale bijeenkomsten met inwoners fysieke bijeenkomsten niet kunnen vervangen. Dit betekent in de praktijk wel dat de dialoog over de lopende en ook nieuwe projecten op dit moment stilligt. In een apart voorstel willen wij binnenkort met uw raad bespreken of en op welke wijze wij de dialoog met omwonenden kunnen voortzetten. Dit omdat wij het belangrijk vinden dat de energietransitie en het gesprek daarover met de samenleving doorgaat.
Duurzaamheid
Zonneparken leveren een bijdrage aan de doelstelling van de gemeente om in 2030 100 GWh aan elektriciteit duurzaam op te wekken en daarnaast de doelstelling van rijk, provincie en gemeente om in 2050 energieneutraal te zijn.
Kanttekeningen
Niet van toepassing.
Financiën
Niet van toepassing.
Vervolg
Na de vaststelling door uw raad en de publicatie van het besluit treedt dit in werking. Als een initiatief voldoet aan de richtlijnen en de vergunning wordt aangevraagd, wordt voor een zonnepark van meer dan 2 ha netto uw raad gevraagd om het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen. In de lopende initiatieven anticiperen wij al een tijdje op de aanpassing van de richtlijnen door aan de voorkant een grotere rol te spelen in het proces. We gaan daarnaast door met het stimuleren van zon op dak en kleinschalige zonprojecten in de dorpen en op agrarische erven. Uw raad ontvangt ieder kwartaal een actueel overzicht van de initiatieven voor zonneparken.
Communicatie
De richtlijnen worden op de wettelijk voorgeschreven wijze gepubliceerd en de informatie over zonneparken op www.raalte.nl wordt aangepast. Ook de initiatiefnemers van mogelijke zonneparken in de gemeente, voor zover die nu bij ons bekend zijn, worden op de hoogte gesteld.
Bijlage
Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0.
Burgemeester en wethouders van Raalte,
5
de (loco)secretaris Arie Nijman
de burgemeester Martijn Dadema
6
RAADSBESLUIT 11203-2021
Zaaknummer
De raad van de gemeente Raalte, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 februari 2021
Besluit: 1. 2. 3.
De ‘Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0’ vast te stellen; Te bepalen dat dit besluit de dag na publicatie in werking treedt; De ‘Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte’ (2019) in te trekken.
Aldus besloten in de vergadering van 18 maart 2021.
de griffier Jan Bouke Zijlstra
de voorzitter Martijn Dadema
7