CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Collegevoorstel en -besluit Heetenseweg 9a-9c

Raadsvergadering 18 juli 2024, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor uitbreidingsplannen varkenshouderij Heetenseweg 9a-9c, Heeten (bespreekstuk)3.735 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Collegevoorstel

Onderwerp

Uitbreidingsplannen varkenshouderij Heetenseweg 9a-9c te Heeten

Zaaknummer

37147-2024

B&W vergadering

11 juni 2024

Integrale advisering

Omgevingsdienst IJsselland, Frans Huner, Christian Linthorst, Remco van Riezen, Pieter Brouwer, Leonie van Dam

Portefeuillehouder

Dhr. B.J.M. (Ben) Nijboer

Voor informatie

Linda Brouwer

Bestuurssamenvatting De initiatiefnemer heeft een volledige aanvraag omgevingsvergunning inclusief alle bijbehorende stukken, zoals een milieueffectrapportage (MER) en een ruimtelijke onderbouwing (ROB) ten behoeve van de uitbreidingsplannen van varkenshouderij Tijs Heeten b.v. aan de Heetenseweg 9a-9c te Heeten ingediend. Deze aanvraag voldoet aan de voorwaarden die college en gemeenteraad met de principemedewerking en in de Nota Reikwijdte en Detailniveau hebben gesteld. Het college heeft daarom ingestemd met het ontwerpbesluit omgevingsvergunning en biedt de MER ter toetsing aan bij de commissie MER. Tevens wordt de gemeenteraad voorgesteld om een ontwerpverklaring van geen bedenkingen (ontwerp vvgb) af te geven om af te wijken van het bestemmingsplan voor de uitbreidingsplannen om een gesloten bedrijfsvoering te realiseren. Wanneer de raad positief besluit worden na de zomervakantie de ontwerp vvgb, het ontwerpbesluit omgevingsvergunning en de ingediende stukken gedurende 6 weken ter visie gelegd met de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen.

Beslispunten 1. 2. 3.

4.

5.

6.

In te stemmen met het ontwerpbesluit omgevingsvergunning voor de uitbreidingsplannen van varkenshouderij Tijs Heeten b.v. om tot een gesloten bedrijfsvoering te komen; In te stemmen met de milieueffectrapportage (Combi-MER) Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten en deze ter toetsing aan de commissie MER aan te bieden; De gemeenteraad voor te stellen een ontwerpverklaring van geen bedenkingen af te geven voor het afwijken van het bestemmingsplan met toepassing van artikel 2.12. eerste lid, onder a onder 3° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, ten behoeve van de uitbreidingsplannen van varkenshouderij Tijsheeten b.v.

aan de Heetenseweg 9a-9c te Heeten; Nadat de gemeenteraad de ontwerpverklaring van geen bedenkingen als genoemd onder beslispunt 3 heeft afgegeven, deze samen met de ontwerp omgevingsvergunning met de bijbehorende milieueffectrapportage en overige stukken gedurende 6 weken ter inzage te leggen voor zienswijzen; De gemeenteraad voor te stellen om de ontwerpverklaring van geen bedenkingen als definitief aan te merken, indien er geen zienswijzen tegen de ontwerpverklaring van geen bedenkingen en het ontwerpbesluit omgevingsvergunning zijn ingediend en het toetsingsadvies van de commissie MER geen onoverkomenlijke bezwaren oplevert; De kosten van deze ontwikkeling voor rekening en risico van aanvrager te laten komen middels een anterieure overeenkomst en deze overeenkomst niet openbaar te maken op grond van artikel 5.1, lid 2 onder b van de Wet open overheid (Woo).

1

Collegevoorstel

Besluit

Inleiding Op 29 december 2020 heeft Tijs Heeten b.v. een Startnotitie voor de milieueffectrapportage (MER) voor de uitbreiding van de varkenshouderij aan de Heetenseweg 9a-9c in Heeten ingediend. Tevens is op 27 augustus 2021 een principeverzoek ingediend om ruimtelijk medewerking te verlenen en daarbij een concept MER ingediend. Dit principeverzoek is opiniërend besproken door de gemeenteraad in oktober en november 2021, waarbij de gemeenteraad in principe positief staat ten opzichte van de plannen. De gemeenteraad heeft een aantal uitdrukkelijke voorwaarden meegegeven: • de plannen moeten volgens het ‘Meest Milieuvriendelijke Alternatief” (MMA) uit het concept milieueffectrapport of daarmee vergelijkbaar, uitgevoerd worden; • afspraken met buren over (aanvullende) landschappelijke inpassing moeten worden nagekomen en geborgd; • dat zelfde geldt voor de borging van de technische maatregelen, vooral voor het aspect geur; • planschade dient voor risico en rekening van de ondernemer te komen. Op basis daarvan heeft u op 8 maart 2022 besloten om in principe mee te werken aan dit verzoek, mits aan alle voorwaarden wordt voldaan. De startnotitie MER en de bij het principeverzoek ingediende concept MER heeft ter inzage gelegen, waarbij 7 zienswijzen zijn ingediend. Op 19 juli 2022 heeft u de notitie Reikwijdte en Detailniveau MER alsmede de Reactienota zienswijzen vastgesteld.

Het gestelde in deze notitie inclusief het advies van de GGD en de ingediende zienswijzen zijn door initiatiefnemer verwerkt in deze Combi-MER en overige stukken. Aan het advies van de GGD kan niet geheel tegemoet gekomen worden, maar wel is sprake van een afname van de belasting met fijnstof en tevens neemt de geurbelasting bij de omliggende woningen in vrijwel alle gevallen af. Door het initiatief uit te voeren volgens het uitgewerkte MMA wordt in alle gevallen het woon- en leefklimaat verbeterd en bij 1 woning blijft dit gelijk. Op 9 juni 2022 heeft Tijs Heeten een aanvraagformulier voor een omgevingsvergunning uitgebreide procedure ingediend. De aanvraag omvat diverse activiteiten, zoals bouwen van bouwwerken, veranderingsvergunning van de milieu-inrichting, handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening, uitvoeren van werkzaamheden en het kappen van bomen. Met het aanvullen van de stukken zijn sommige activiteiten toegevoegd aan de aanvraag. De activiteit handelen in strijd met de regels van de Wet natuurbescherming is door de aanvrager juist uit de aanvraag bij de gemeente Raalte verwijderd, zodat wij dit onderdeel niet hoeven te betrekken bij de besluitvorming. Voor dit onderdeel heeft aanvrager zelf op 13 oktober 2023 rechtstreeks bij de provincie Overijssel een aanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming ingediend.

De familie Tijs is voornemens om op deze bedrijfslocatie het bestaande varkensbedrijf duurzaam te ontwikkelen tot een gesloten varkenshouderij. Hiertoe is het wenselijk om onder meer twee nieuwe stallen voor het huisvesten van vleesvarkens te realiseren en de biggenstal iets te vergroten. In de beoogde bedrijfsopzet worden de volgende dieren gehouden: • 1.526 fokzeugen (356 kraamzeugen & 1.170 guste en dragende zeugen) • 8.100 gespeende biggen • 288 opfokzeugen • 6 dekberen • 13.824 vleesvarkens Momenteel worden er 1.526 fokzeugen, 6.736 gespeende biggen, 6 dekberen en 3.526 vleesvarkens en 360 opfokzeugen gehouden in 5 emissiearme stallen. Dit is een uitbreiding van 1.364 gespeende biggen en 10.298 vleesvarkens en een vermindering van het aantal opfokzeugen met 72 dieren (360-288). 2

Collegevoorstel

Beoogd effect Het juridisch-planologisch kader te scheppen voor de realisering van nieuwe stalruimte en overige bouwwerken en voorzieningen, waarmee met de beoogde bedrijfsopzet op de locatie Heetenseweg 9a-9c te Heeten een volwaardige en duurzame gesloten varkenshouderij kan worden geëxploiteerd. Alle belanghebbenden te informeren en een ieder gelegenheid te geven op de plannen inclusief het ontwerpbesluit omgevingsvergunning te reageren met een zienswijze nadat de gemeenteraad een ontwerpverklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven. Tevens wordt een toetsingsadvies op de Combi-MER en bijbehorende stukken aan de commissie MER gevraagd om het milieubelang volwaardig te laten meewegen in de besluitvorming. Deze reacties zullen meegewogen worden bij de definitieve integrale besluitvorming omtrent dit initiatief, zijnde een (project)omgevingsvergunning op grond van de Wabo voor de onderdelen milieu, bouwen en handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening (afwijken bestemmingsplan).

Argumenten 1.1

Er zijn op voorhand geen belemmeringen gebleken om de omgevingsvergunning te verlenen

In het (ontwerp) besluit wordt de beoogde bedrijfsopzet, zijnde het Meest Milieuvriendelijke Alternatief als maximale dieraantallen i.c.m. de aangevraagde stalsystemen geborgd. Daarmee wordt de maximale ontwikkelingsruimte en de vergroting van het bouwvlak vastgelegd. Tevens worden de voorwaarden vastgelegd, zoals onder andere het uitvoeren van de landschappelijke inpassing.

De gewenste situatie/beoogde bedrijfsopzet, waarbij met de donkergrijze kleuren de nieuw te bouwen stallen en bouwwerken zijn weergegeven (bron: VanWestreenen Adviseurs)

3

Collegevoorstel

1.2

Geurbelasting van het initiatief zelf neemt bij omwonenden door extra maatregelen af

In de gewenste situatie (het MMA) is er ten opzichte van de huidige/vergunde situatie sprake van een ruime afname van de geurbelasting, zowel individueel als cumulatief. In de gewenste situatie worden de stallen, met uitzondering van de kraamstallen, uitgevoerd met gecombineerde of chemische luchtwassers en tevens worden de nieuwe stallen uitgevoerd met een aanvullend emissiearm stalsysteem in de mestkelder. Daarnaast worden alle stallen uitgevoerd met een verhoogd emissiepunt en een verhoogde uittreedsnelheid van de lucht. Hierdoor wordt bij alle omliggende geurgevoelige objecten voldaan aan de normstelling van 14,0 Odour-units (Ou) als voorgrondbelasting. Bij de maatgevende woning Heetenseweg 9 bedraagt de geurbelasting 10,6 Ou. Dit is een afname met 5,1 Ou ten opzichte van de vergunde situatie, waardoor er geen sprake meer is van een ‘met geuroverbelaste situatie’. Ook bij de cumulatieve geurberekening (waarbij de gewenste bedrijfssituatie samen met omliggende bestaande intensieve veehouderijen inzichtelijk wordt gemaakt, ook wel achtergrondbelasting genoemd), neemt de geurbelasting en het percentage gehinderden bij vrijwel alle omliggende woningen in het buitengebied af. Bij 1 woning blijft de cumulatieve geurbelasting nagenoeg gelijk, maar deze geurbelasting is grotendeels toe te schrijven aan een ander intensief veehouderijbedrijf.

Door het initiatief aan de Heetenseweg 9a-9c uit te voeren volgens het uitgewerkte MMA wordt in alle gevallen het woon- en leefklimaat verbeterd en bij 1 woning blijft dit gelijk.

1.3

Omgevingsdialoog is gevoerd en heeft tot aanpassingen geleid

In paragraaf 6.1 van de Ruimtelijke onderbouwing is een verslag van de buurtdialoog opgenomen. Een deel van de buren kan instemmen met de plannen, de erven van het naastgelegen landgoed zijn tegen deze ontwikkeling. Enkele andere omwonenden staan niet te springen, maar hebben wel een aantal wensen aangegeven. In de planontwikkeling heeft dit geleid tot nog iets hogere emissiepunten van de stallen en een aangepaste landschappelijke inpassing, waarbij rekening is gehouden met de wensen van omwonenden.

1.4

Waterbergingsgebied wordt deels bebouwd, maar hiervoor vindt compensatie plaats

In de vooroverlegreactie van het Waterschap Drents Overijsselse Delta is verzocht om compensatie voor het deel van het waterbergingsgebied wat met de nieuwe stallen bebouwd gaat worden. De aangepaste contour van het waterbergingsgebied is onderstaand weergegeven en groter zichtbaar op de tekening in bijlage 15 MER/bijlage 11 Ruimtelijke onderbouwing. De borging vindt plaats door het opnemen van een voorschrift voor deze berging.

4

Collegevoorstel

De bebouwing wordt deels gerealiseerd binnen het bestaande waterbergingsgebied (opgelicht), waarbij de compensatie hiervoor op het zuidoostelijke deel van perceel F 4707 (donkergrijs) plaatsvindt (bron: VanWestreenen Adviseurs) 2.1 MER voldoet aan voorwaarden/opmerkingen uit Notitie Reikwijdte en Detailniveau en voorwaarden raad Als voorkeursalternatief is een variant op het Meest Milieuvriendelijke Alternatief (MMA) uit de startnotitie uitgewerkt. Als voorwaarde voor medewerking had de raad bij de principemedewerking, wat tevens is verwoord in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD), gesteld dat het MMA of een vergelijkbaar alternatief uitgangspunt voor de plannen dient te zijn. Op basis van de startnotitie en de NRD werd als gewenste bedrijfsopzet het MMA gekozen, waarbij alle stallen zouden worden uitgevoerd met een gecombineerde luchtwasser. Gedurende de uitwerking van dit alternatief bleek vanwege de eisen op het gebied van brandveiligheid niet mogelijk om een luchtwasser te plaatsen bij de beide bestaande kraamstallen (stallen 2 en 3). Daarnaast wordt sinds het vaststellen van de NRD aan het aspect ammoniakemissie c.q. stikstofdepositie maatschappelijk een nog groter belang gehecht. Naar aanleiding hiervan heeft initiatiefnemer gekozen voor een verbeterd MMA door de nieuw te bouwen stallen (stallen 6 en 7) uit te voeren met chemische luchtwassers i.p.v.

de combi-luchtwassers. Dit zorgt voor een lagere ammoniakemissie vanuit de dierenverblijven (4.849,1 kg NH3/jr) dan waar in het concept-MER opgenomen MMA (5.681,2 kg NH3/jr) van was uitgegaan. Door het toepassen van een verhoogde uittreedsnelheid en verhoogde uitstroomopeningen bij de luchtwassers is de geurbelasting niet significant verslechterd t.o.v. het eerdere planvoornemen.

2.2 Stalmetingen bewijzen effectiviteit luchtwassers Bij diverse juridische procedures zijn de RAV-emissiefactoren van emissiearme stalsystemen ter discussie gesteld. De onzekerheidsmarge zou te groot zijn. Initiatiefnemer heeft daarom metingen bij de luchtwasser van zijn eigen biggenstal laten uitvoeren en met metingen van luchtwassystemen bij varkensstallen in Duitsland onderbouwd dat het emissiereductiepercentage in de praktijk ook behaald wordt. Deze metingen zijn opgenomen in bijlagen 37 en 38 van de MER. Zo voldoet de emissiereductie van de combi-luchtwasser bij de biggenstal met 92% ruimschoots aan de berekende emissiefactor van 85%. Daarmee is gemotiveerd dat de onzekerheidsmarge zeer gering is en de luchtwassers voldoende effectief zijn en voldoen aan de emissiefactoren. Het is aan de Commissie MER om dit nader te beoordelen. Met de geldende RAV-emissiefactoren wordt een afname van ammoniakemissie vanuit de dierenverblijven van 6.841,3 kg in de huidige/vergunde situatie naar een ammoniakemissie van 4.849,1 kg NH3 per jaar (een afname van 29,1%) in de gewenste situatie/MMA bereikt. Bij de totale emissie vanuit het bedrijf (inclusief verkeersbewegingen, bewegingen van landbouwwerktuigen, aardgasverbruik en mestsilo’s) betreft dit een wijziging van 7.104,3 kg NH3 en 78,1 kg NOx in de vergunde situatie naar 5.658,2 kg NH3 en 209,8 kg NOx.

Indien de daarbijbehorende stikstofdepositie wordt berekend, bedraagt de afname 2,21 mol/ha/jaar (bij de hoogste bijdrage in het Boetelerveld, van 6,62 naar 4,41 mol is dit een afname van 33,4%). Met dit planinitiatief is sprake van een goede ruimtelijke ordening door zowel de afname van ammoniakemissie als stikstofdepositie.

2.3 Toetsingsadvies bij commissie MER kan aangevraagd worden Een ondersteunend medewerker van de Commissie MER heeft aangegeven dat zij willen kunnen toetsen of de voorwaarden van het voorkeursalternatief/MMA voldoende geborgd worden in het ontwerpbesluit omgevingsvergunning. Daarom worden de door initiatiefnemer aangeleverde stukken tezamen met het ontwerpbesluit van de omgevingsvergunning aan de Commissie MER ter beschikking gesteld.

3.1

De gewenste situatie is ruimtelijk aanvaardbaar

Met de principe-medewerking is reeds uitgesproken dat de impact van de uitbreiding en een bouwvlak tot 3,5 ha acceptabel is, mits de nodige investeringen op het gebied van duurzaamheid, landschap en milieu gedaan worden. Met de planontwikkeling wordt een gesloten bedrijfsvoering gerealiseerd, waardoor minder transportbewegingen nodig zijn en het dierenwelzijn wordt vergroot (minder stress, minder risico’s op dierziektes). De landschappelijke inpassing is uitgewerkt op basis van de adviezen van Het Oversticht en de reacties vanuit de omgevingsdialoog. De beoogde ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast, waarbij ook ruimtelijk wordt voldaan aan de benodigde inspanningen op het gebied van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Ook de milieumaatregelen, zoals genoemd onder het kopje ‘Duurzaamheid’ van dit voorstel, dragen bij aan een goede ruimtelijke ordening.

5

Collegevoorstel

3.2

Extra KGO-maatregelen naar aanleiding van vooroverlegreactie provincie

Het huidige provinciale ruimtelijke beleid geeft geen eisen ten aanzien van de omvang van het bouwvlak. Wel moet er sprake zijn van uitbreiding van een bestaand agrarisch bedrijf en moet bij een grootschalige uitbreiding er sprake zijn van een grote plus voor ruimtelijke, duurzame en sociale kwaliteit. In de vooroverlegreactie d.d. 1 juni 2023 is de provincie ingegaan op deze aspecten. De gewenste extra kwaliteitsinvesteringen zijn grotendeels opgenomen in het op 1 september 2023 geactualiseerde landschappelijke inpassingsplan (bijlage 14 MER/bijlage 5 Ruimtelijke onderbouwing), waarbij wel rekening is gehouden met de wens van omwonenden.

Links het erfinrichtingsplan/landschappelijk inpassingsplan, rechts de extra kwaliteitsinvesteringen/KGO-maatregelen landschapsversterking (bron: Natuurbank Overijssel) De wens van de provincie voor compensatie door bijvoorbeeld elders stallen te slopen, vanuit de gedachte dat de ruimte die hier méér nodig is, elders minder nodig is omdat de biggen niet meer elders gehuisvest worden, is niet reëel. Dat is tijdens de wedstrijd de spelregels veranderen. Bovendien koopt initiatiefnemer reeds varkensrechten op binnen de regio Oost, zodat die productierechten elders binnen de regio sowieso vervallen. M.b.t. de sociale kwaliteit geeft de provincie aan dat er voldoende aandacht is geschonken aan de dialoog met omwonenden. Daarnaast vindt zij het positief dat aan de voorzijde informatie aan de passant wordt geboden en de mogelijkheid om in de stal te kijken. Ook qua duurzaamheid is de provincie tevreden, al is haar onduidelijk welke bovenwettelijke investeringen worden gedaan. Deze zijn benoemd in paragraaf 5.4 onder het kopje ‘overige aspecten’ van de Ruimtelijke onderbouwing, waarbij onder andere de reductie van geuremissie en stikstofdepositie specifiek benoemd zijn. Tot slot heeft de provincie vraagtekens bij de juridische houdbaarheid van intern salderen. Zie hiervoor de opmerking onder kanttekening 1.1.

4.1

Inzagetermijn gedurende 6 weken voor een ieder om te reageren

Na een positief besluit van de gemeenteraad omtrent de ontwerp verklaring van geen bedenkingen wordt het ontwerpbesluit voor de omgevingsvergunning inclusief de bijbehorende combi-MER en alle bijbehorende stukken gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Om een ieder de mogelijkheid te geven om een zienswijze in te dienen, vindt deze inzagetermijn na de zomerschoolvakantie plaats. De formele inzagetermijn wordt daarom begin september 2024 gestart.

5.1

Toetsingsadvies wordt betrokken bij definitieve besluitvorming

Het milieubelang wordt bij het definitieve besluit volwaardig meegewogen door hierbij het toetsingsadvies van de commissie MER te betrekken. De kans de ontwerpverklaring als definitief kan worden aangemerkt, is zeer klein. Dat zou immers betekenen dat het advies van de commissie MER niet tot aanpassingen leidt, maar ook dat er geen zienswijzen zouden worden ingediend. Bij dit dossier is dit niet waarschijnlijk. Hoewel wij verwachten dat de gemeenteraad te zijner tijd opnieuw een voorstel ter behandeling zal krijgen, is er geen reden om de standaardformulering bij een ontwerpverklaring van geen bedenkingen niet op te nemen.

6

Collegevoorstel

Duurzaamheid De ondernemer investeert naast uitbreiding ook in de verduurzaming van zijn bedrijf. Met de gesloten bedrijfsvoering zijn er minder verkeersbewegingen door de regio noodzakelijk. Door de milieumaatregelen neemt de ammoniakemissie/stikstofdepositie en de geurbelasting af. Met zonnepanelen op de daken wordt het bedrijf per saldo volledig zelfvoorzienend. Met de warmte van de luchtwassers worden de vloeren verwarmd, zodat de bedrijfsvoering niet meer afhankelijk is van aardas.

Kanttekeningen 1.1

Mogelijk heeft initiatiefnemer wel een vergunning Wet natuurbescherming nodig

In de oorspronkelijke aanvraag van 9 juni 2022 had Tijs Heeten tevens een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) aangevraagd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Gedeputeerde Staten van Overijssel (GS) zijn immers het bevoegd gezag voor de Wnb. Op basis van de huidige wetgeving heeft Tijs Heeten geen Wnb-vergunning nodig, omdat er sprake is van intern salderen waarbij een afname van ammoniakemissie ten opzichte van de referentiesituatie en daarmee ook afname van ammoniakdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Bij intern salderen is volgens de rechtspraak van de Raad van State op grond van objectieve gegevens uitgesloten dat die wijziging significant negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden heeft. Een aantal jaren heeft GS op aanvragen bij situaties waarbij sprake was van intern salderen, een besluit genomen waarbij een vergunningsaanvraag werd geweigerd. Met deze zogenaamde positieve weigering gaf GS een verklaring af dat de aangevraagde activiteiten binnen de geldende Wnb-vergunning zijn toegestaan. Sinds 6 juni 2023 geeft GS dergelijke positieve weigeringen in een aantal situaties niet meer af, zie hiervoor kanttekening 1.2. Uit ingewonnen advies is gebleken dat het mogelijk is om op een later moment het onderdeel Wnb in te trekken.

Dit om er alsnog voor te zorgen dat de natuurtoestemming (voor zover deze is benodigd) niet aanhaakt bij de aanvraag om omgevingsvergunning. Voor het aspect natuurbescherming is mogelijkerwijs wel toestemming dan wel een positieve weigering benodigd van GS als bevoegd gezag. Op 13 oktober 2023 heeft de aanvrager daarom een separate aanvraag Wnb bij GS ingediend en vervolgens in de aanvraag omgevingsvergunning het verzoek om vvgb Wnb ingetrokken, zodat verlening van de omgevingsvergunning niet in de weg gestaan wordt door het ontbreken van een vvgb van GS. Dit betekent dat initiatiefnemer mogelijk wel een besluit op de omgevingsvergunning van gemeente verkrijgt, maar het risico loopt dat de positieve weigering in het kader van de Wnb bij intern salderen door GS mogelijk niet wordt afgegeven. Dit risico is met aanvrager besproken en is zijn verantwoording.

1.2

Emissiearme stalsystemen voldoen wel aan goede ruimtelijke ordening

Op 6 juni 2023 heeft GS besloten om de vergunningverlening voor emissiearme stalsystemen vanwege de voortdurende onzekerheid rondom de effectiviteit van emissiearme stalsystemen opgeschort en daarna nogmaals verlengd tot vooralsnog 1 februari 2025. Hoewel de onzekerheid en de juridische uitspraken met name betrekking hebben op emissiearme stalvloeren bij melkveehouderijen, trekt GS de beperkingen door voor alle emissiearme stalsystemen. Uit de metingen (zie argument 2.2) blijkt dat de luchtwassers wel voldoende effectief zijn. Met de toepassing van de luchtwassystemen bij dit planinitiatief is sprake van een goede ruimtelijke ordening door zowel de afname van ammoniakemissie als stikstofdepositie. Wij zien daarom geen reden om de gevraagde omgevingsvergunning te weigeren.

2.1

Risico op nieuwe terinzagelegging als toetsingsadvies van Commissie MER tot grote aanpassingen leidt

Naar aanleiding van het toetsingsadvies kan het noodzakelijk zijn om onderdelen van de aanvraag te wijzigen. In beginsel is het na het ter inzage leggen van het ontwerpbesluit niet meer geoorloofd de aanvraag nog te wijzigen en aan te vullen zonder dat een nieuw ontwerpbesluit ter inzage wordt gelegd, tenzij de wijziging van ondergeschikte aard is dan wel aannemelijk is dat daardoor geen derden worden benadeeld. Het is niet de verwachting dat er grote aanpassingen nodig zullen zijn, dan wel dat de grondslag van de aanvraag wordt verlaten. Wel is het reëel dat n.a.v. zienswijzen en/of het toetsingsadvies de aanvraag op onderdelen wordt gewijzigd, waarbij dit positief zal zijn en in het belang van derden.

7

Collegevoorstel

Omdat de terinzagelegging van de ontwerp omgevingsvergunning tegelijkertijd plaatsvindt met de advisering door de Commissie MER, kan het risico dat een hernieuwde terinzagelegging als ontwerp omgevingsvergunning noodzakelijk wordt niet geheel uitgesloten worden.

Financiën en Fiscale aspecten 6.1

Ontwikkeling is geheel voor rekening en risico van initiatiefnemer

Naast de leges komen ook eventuele planschade en de kosten die verbonden zijn aan de advisering door de Commissie MER voor rekening van initiatiefnemer. In een anterieure overeenkomst worden hierover afspraken vastgelegd. Deze overeenkomst wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 5.1, lid 2 onder b van de Wet open overheid (Woo).

Vervolg Na uw collegebesluit wordt de complete vergunningsaanvraag inclusief het ontwerpbesluit voor de omgevingsvergunning toegezonden t.b.v. de advisering aan de Commissie M.E.R. Met dit besluit wordt een voorstel om de ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor het afwijken van het bestemmingsplan af te geven aan de gemeenteraad voorgelegd. Wanneer de raad positief besluit worden de ontwerp vvgb, het ontwerpbesluit omgevingsvergunning en de ingediende stukken gedurende 6 weken ter visie gelegd. Het ontwerpbesluit wordt tevens toegestuurd aan GS van Overijssel en het waterschap Drents Overijsselse Delta. Gedurende de inzagetermijn kunnen zienswijzen worden ingediend. In dezelfde periode zal de Commissie MER haar toetsingsadvies afgegeven. Dit advies en eventuele zienswijzen worden samengevat in een zienswijzennota, van een concept beantwoording voorzien en voor besluitvorming aangeboden aan college en raad.

Communicatie Zie vervolg. Na uw collegebesluit zullen tevens de indieners van een zienswijze op de startnotitie MER met een brief geïnformeerd worden over de vervolgstappen.

Bijlagen • • • • •

Ruimtelijke onderbouwing (ROB Tijs Heeten – mei2024, in 2 bestanden) Milieueffectrapportage (MER Tijs Heeten b.v. - 22 mei 2024, in 4 bestanden) Ontwerpbesluit omgevingsvergunning Tijs Heeten Niet-openbaar (Concept) Anterieure overeenkomst Tijs Heeten Raadsvoorstel en -besluit ontwerp vvgb Tijs Heeten

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=023214f6-405a-427e-940e-4eaba78629f5