Brief beantwoording raadsvragen PvdA over zonnepark Kanaaldijk Zuid
Tekst van het document
De fractie van de PvdA t.a.v. de heer van der Wilt
Onderwerp Vragen over zonnepark Kanaaldijk Zuid
Uw kenmerk Zaaknummer Voor informatie Vincent Breen 0572-347799
Datum Bijlagen
19-10-2023 0
Geachte heer van der Wilt, U heeft vragen aan het college gesteld over de realisatie van het zonnepark aan de Kanaaldijk Zuid. Samengevat geeft u aan dat de werkgroep die in het voortraject bij dit plan betrokken was een brief aan de raad heeft gestuurd waarin aandacht wordt gevraagd voor wijzigingen in het plan die eruit bestaan dat in het park meer zonnepanelen worden geplaatst. Daardoor zal sprake zijn van minder zonlicht op de bodem. Dat vormt voor u aanleiding voor het stellen van een aantal vragen. Wij geven steeds na elke vraag onze reactie. Opmerking vooraf De vergunning voor dit park is in november 2020 verleend en de realisatie is in 2023 gestart. Wij hebben voor de zomer van 2023 – toen de uitvoering werd voorbereid - een onduidelijkheid in de in 2020 verleende vergunning ontdekt. Die onduidelijkheid komt neer op het volgende: In de situatietekening die bij de vergunningaanvraag in 2020 is ingediend en in de inrichtingstekening in het inrichtingsplan bedraagt de afstand tussen de rijen zonnepanelen 1,5m. In een dwarsdoorsnede in het inrichtingsplan wordt echter een afstand van 2,5m genoemd. Deze omissie hebben wij in het vergunningproces niet opgemerkt. Na nadere bestudering van de vergunningstukken hebben wij geconcludeerd dat de maatvoering op de situatietekening doorslaggevend is.
Dat betekent dat we vergunning hebben verleend voor 1,5m afstand tussen de rijen panelen. Wij kunnen ons goed voorstellen dat door de onjuiste maat in de dwarsdoorsnede bij omwonenden het beeld is ontstaan dat 2,5m tussen de rijen panelen zou worden aangehouden. Terugkijkend constateren we ook dat we over het ontdekken van deze onduidelijkheid en de conclusie die wij vervolgens getrokken hebben, direct hadden moeten communiceren met de werkgroep van omwonenden. Dit hadden we anders moeten doen en dat zullen we naar de omwonenden ook aangeven.
1.
Is het college het met ons eens dat de instandhouding van de bodemkwaliteit één van de aspecten dient te zijn waarmee rekening gehouden dient te worden bij vergunningverlening? Ja, dat zijn we met u eens. Daarbij merken we wel op dat er sinds het verlenen van deze vergunning in 2020 meer inzicht is ontstaan op dit onderwerp. Zo is bijvoorbeeld de provinciale handreiking voor zonneparken op dit onderwerp aangevuld. Die aanvulling vond plaats nadat de vergunning voor dit zonnepark was aangevraagd.
2.
Wat is de onderbouwing van het standpunt dat de wijziging van de vergunning dient te worden aangemerkt als een ondergeschikte wijziging? Wij hebben de manier waarop we eerder akkoord hebben gegeven op de laatste wijzigingen in de inrichting van dit zonnepark kritisch bekeken. De vergunninghouder heeft de wijzigingen aangeboden in
een zogenaamde revisietekening, die door ons is geaccepteerd. Het blijkt nu dat voor deze wijzigingen vergunning had moet worden aangevraagd. We hebben de vergunninghouder hier inmiddels van op de hoogte gesteld. De vergunninghouder bereidt op dit moment een vergunningaanvraag voor de beoogde wijzigingen voor. Die vergunningaanvraag zal dezelfde procedure volgen als de oorspronkelijke vergunning. Dat betekent dat omwonenden zienswijzen kunnen indienen. Uit de bij ons bekende revisietekening maken we op dat de door de vergunninghouder beoogde wijzigingen neerkomen op het verplaatsen van enkele ondersteunende bouwwerken (trafo- en inkoopstation), het verplaatsen van een hekwerk en het anders situeren van de rijen panelen. De vergunninghouder heeft aangegeven dat door technische aanpassingen de breedte van de rijen panelen wat toeneemt en het aantal rijen afneemt. Uitgangspunt bij onze beoordeling van dit laatste punt is dat de bedekkingsgraad van het terrein (in de zin van m2 aan zonnepanelen) niet toeneemt ten opzichte van de in 2020 verleende vergunning. Overigens is de vergunningaanvraag nog in voorbereiding. Het voorgaande is ons beeld op basis van de nu bij ons bekende informatie.
3.
Is het college het met ons eens dat ook voor de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet alleen dan medewerking kan worden verleend aan belangrijke ontwikkelingen als daarover op de juiste wijze met belanghebbenden is gecommuniceerd, niet alleen bij nieuwe aanvragen, maar ook bij wijzigingen van reeds verleende vergunningen? Dat zijn we met u eens. In dit geval hebben we te snel geconcludeerd dat sprake was van ondergeschikte wijzigingen. Dat wordt nu hersteld met het aanvragen van een gewijzigde vergunning, inclusief de daarbij horende communicatie.
4.
Hoe ziet u zelf het vervolgtraject naar de Werkgroep Kanaal Zuid? We hebben de werkgroep uitgenodigd voor een gesprek waarin we, samen met de ontwikkelaar van het park, de situatie toelichten en vragen die bij de werkgroep leven beantwoorden. We bespreken dan ook, of in een gesprek daarna, de wijzigingen waarvoor de ontwikkelaar vergunning wil aanvragen, zodat de werkgroep daarvan een goed beeld heeft en hierop kan reageren voordat die aanvraag wordt ingediend. Verder sturen we de werkgroep een afschrift van deze brief.
5.
Hoe kunt u garanderen dat in de toekomst op de juiste wijze invulling wordt gegeven aan inspraak van belanghebbenden? Wij zetten ons in om participatieprocessen zo goed mogelijk te laten verlopen. Bij processen waarvan het initiatief niet bij ons ligt, maar de initiatiefnemer het gesprek met de omgeving voert, is onze invloed begrensd. We stimuleren initiatiefnemers om op een passende manier het gesprek met de omgeving te voeren en bieden aan om mee te denken. Bij kleinere ontwikkelingen vindt dit gesprek meestal 1 op 1 tussen initiatiefnemer en omgeving plaats. Bij grotere ontwikkelingen zijn wij steviger aanwezig in het participatieproces, bijvoorbeeld op informatiebijeenkomsten om toe te lichten hoe vanuit gemeentelijk beleid naar de ontwikkeling wordt gekeken. Op die manier kunnen wij reacties uit de omgeving zelf horen en een eigen oordeel vormen over het verloop van het proces. Onder de Omgevingswet wijzigt deze situatie niet wezenlijk. Wat dan wel wijzigt is dat voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (afwijkingen van het omgevingsplan) de initiatiefnemer verplichte participatie moet uitvoeren. Dit is een extra middel om te zorgen dat het gesprek met de omgeving gevoerd wordt.
Ruimtelijke planprocessen en in het bijzonder de participatiekant daarvan blijft mensenwerk. Een garantie dat dit altijd ‘juist’ verloopt kunnen wij niet geven. We doen wel onze uiterste best om deze processen zo goed mogelijk te laten verlopen.
Met vriendelijke groet burgemeester en wethouders van de gemeente Raalte,
de secretaris Monique van Esterik
de waarnemend burgemeester Arco Hofland