Bodemonderzoek voorafgaand
Tekst van het document
Docnr3
2025 Milieuhygiënisch vooronderzoek (NEN 5725)
Verversweg 2 te Heino
MM25228 Montferland Milieu B.V. 12-12-2025
TITELBLAD Projectnaam Projectnummer Adres Postcode en plaats Gemeente
Verversweg 2 te Heino MM25228 Verversweg 2 8141 PM Heino Raalte
Opdrachtgever
Initiatiefnemer
Adres
Verversweg 2
Postcode en plaats Gemeente Opdrachtnemer Adres Postcode en plaats
8141 PM Heino Raalte Montferland Milieu B.V. Zeddamseweg 77 7041 CN ‘s-Heerenberg
Opsteller Autorisatie E-mail
info@montferlandmilieu.nl
Website
www.montferlandmilieu.nl
Telefoonnummer
Versienummer
0314-640414
1
Status
Definitief
Datum
12-12-2025
Aanleiding
Planologische procedure
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ..................................................................................................................................................... 3 1.1
Achtergrond ........................................................................................................................................ 3
1.2
Betrouwbaarheid ................................................................................................................................ 3
1.3
Onafhankelijkheid ............................................................................................................................... 3
1.4
Leeswijzer ............................................................................................................................................ 3
2.
VOORONDERZOEK ........................................................................................................................................ 4 2.1
Geraadpleegde bronnen ..................................................................................................................... 4
2.2
Huidige en toekomstige situatie ......................................................................................................... 4
2.3
Historie ................................................................................................................................................ 5
2.4
Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten .......................................................................... 6
2.5
Asbest .................................................................................................................................................. 6
2.6
PFAS .................................................................................................................................................... 6
2.7
Voorgaande onderzoeken ................................................................................................................... 7
2.8
Geohydrologie ..................................................................................................................................... 7
2.9
Locatie inspectie.................................................................................................................................. 7
3.
CONCLUSIE .................................................................................................................................................... 8 3.1
Algemeen ............................................................................................................................................ 8
3.2
Conclusie en aanbevelingen ................................................................................................................ 8
BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6
Topografische kaart Kadastrale kaart met gegevens Situatietekening Locatie inspectie Informatie vooronderzoek Omgevingswet
1.
INLEIDING
1.1 Achtergrond In opdracht van de initiatiefnemer heeft Montferland Milieu B.V. een milieuhygiënisch vooronderzoek verricht aan de Verversweg 2 te Heino (gemeente Raalte). Het doel van dit onderzoek was om de milieukundige kwaliteit van de bodem in kaart te brengen, zodat een goed beeld ontstaat van eventuele risico’s of aandachtspunten. Deze informatie is noodzakelijk in het kader van de voorgenomen planologische procedure, waarbij inzicht in de huidige bodemgesteldheid een belangrijke rol speelt voor zowel de verkopende als de kopende partij. Het milieuhygiënisch vooronderzoek (archiefonderzoek/interview/locatie-inspecties) is uitgevoerd voorafgaand aan het feitelijk onderzoek (veld- en laboratoriumonderzoek) van de bodem. Doel van het vooronderzoek is het vormen van een totaalbeeld van mogelijke bodembedreigende activiteiten die op de bodemgevoelige locatie hebben plaatsgevonden of nog plaatsvinden. In het onderzoek wordt vastgesteld of er aanleiding is tot het uitvoeren van een verkennend bodem- en/of asbestonderzoek. 1.2 Betrouwbaarheid Het milieuhygiënisch vooronderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN5725 (NEN 5725:2023 nl 'Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). Voor de informatie is Montferland Milieu B.V. afhankelijk van bronnen en beschikbare gegevens. De conclusies zijn dan ook gebaseerd op deze gegevens.
Ondanks de zorgvuldigheid waarmee het onderzoek is uitgevoerd, is het altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Het vooronderzoek betreft een bureauonderzoek en een momentopname. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Opgemerkt wordt dat wij slechts een adviserende taak hebben en dat het bevoegd gezag de noodzaak tot de uitvoering van verkennend, nader of aanvullend onderzoek vaststelt. Montferland Milieu B.V. accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de initiatiefnemer naar aanleiding van het door Montferland Milieu B.V. uitgevoerde onderzoek neemt. 1.3 Onafhankelijkheid Tussen Montferland Milieu B.V. en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie, die de onafhankelijkheid en de integriteit zouden beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. Onze rapportage is opgesteld conform de ‘Handreiking omgaan met AVG in bodemonderzoeken’ opgesteld door de VKB (29 juni 2022).
Hiermee voldoet de rapportage aan de eisen die de wet, NEN en BRL protocollen ons stellen en wordt tevens voldaan aan de AVG. Hierbij wordt opgemerkt dat wetgeving, waaronder KWALIBO regelgeving uit het de regeling bodemkwaliteit, prevaleert boven de AVG. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende. 1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de historische informatie beschreven. Aan de hand van deze gegevens zijn in hoofdstuk 3 de conclusies en aanbevelingen gedefinieerd.
MM25228
3
2.
VOORONDERZOEK
2.1 Geraadpleegde bronnen Van de bodemgevoelige locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie en verhardingen. In bijlage 5 is de informatie van het vooronderzoek opgenomen. Bij het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: informatie van de initiatiefnemer informatie van de omgevingsdienst informatie uit voorgaande onderzoek informatie uit het provinciaal informatiesysteem informatie van de website topotijdreis.nl informatie van de website DINOloket.nl informatie van de website ruimtelijkeplannen.nl locatie inspectie Opgemerkt wordt dat de voor het vooronderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Montferland Milieu B.V. afhankelijk van deze bronnen, waardoor we niet kunnen instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Montferland Milieu B.V. streeft wel naar het geven van een zo volledig mogelijk en betrouwbaar beeld. Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet ingegaan. In bijlage 6 staan de belangrijkste nieuwe regels uit de omgevingswet samengevat.
Indien erop basis van het vooronderzoek (NEN 5725) aannemelijk kan gemaakt worden dat er in alle redelijkheid geen verontreiniging zijn te verwachten (niet verdacht). Is het uitvoeren van een verkennend bodem- en/of asbestonderzoek niet noodzakelijk. 2.2 Huidige en toekomstige situatie De bodemgevoelige locatie is gelegen aan de Verversweg 2 te Heino (gemeente Raalte). Het perceel is kadastraal bekend als gemeente HNO01, sectie K, nummer 13. De bodemgevoelige locatie heeft een oppervlakte van circa 2.000 m². In bijlage 1 is de topografische kaart weergegeven. Bijlage 2 bevat de kadastrale kaart met kadastrale gegevens en in bijlage 3 is de situatietekening weergegeven. De bodemgevoelige locatie bevindt zich in het buitengebied van Heino. Het perceel betreft momenteel een braakliggend agrarisch perceel. De initiatiefnemer is voornemens om op deze locatie nieuwbouw te realiseren.
Figuur 1: Weergave ruimtelijkeplannen.nl
MM25228
Figuur 2: Toekomstige situatie
4
2.3 Historie Informatie van de initiatiefnemer/gemeente Van het perceel zijn geen relevante historische gegevens bekend die wijzen op bodembedreigende activiteiten. Er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van onder- of bovengrondse opslagtanks, (voormalige) bedrijfsactiviteiten of overige potentiële bronnen van bodemverontreiniging. Voor zover uit de beschikbare informatie kan worden opgemaakt, hebben zich op deze bodemgevoelige locatie in het verleden geen calamiteiten voorgedaan die aanleiding geven tot vermoeden van bodemverontreiniging. De bodemgevoelige locatie is nimmer bebouwd geweest. Informatie van de website topotijdreis.nl Uit historisch kaartmateriaal is gebleken dat de locatie in het verleden altijd in gebruik is geweest ten behoeve van agrarische- /natuurdoeleinden. De onderzoekslocatie is nimmer bebouwd geweest. Rond 1965 is de omgeving bebouwd is geraakt. Hierbij moet worden opgemerkt dat historische kaarten enigszins kunnen afwijken in positionering en geen volledig betrouwbaar beeld van de exacte situatie geven.
Figuur 3: Historische kaart (1950)
Figuur 4: Historische kaart (1970)
Figuur 5: Historische kaart (1990)
Figuur 6: Historische kaart (2010)
Informatie uit het provinciaal informatiesysteem Volgens gegevens uit het provinciaal informatiesysteem zijn op het perceel geen historische activiteiten bekend. Wel is een verkennend bodemonderzoek uit 2006 bekend, dat nader wordt toegelicht in paragraaf 2.7. De omgevingsrapportage is opgenomen in bijlage 5.
Figuur 7: Weergave omgevingsrapportage
MM25228
5
2.4 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten De gemeente Raalte beschikt, in samenwerking met andere gemeenten in de Regio IJsselland over een Nota Bodembeheer met bijbehorende Bodemkwaliteitskaart. De bodemgevoelige locatie is gelegen binnen de bodemfunctie ‘Landbouw/natuur’. Bodemkwaliteitskaart Ontgravingsklasse bovengrond Landbouw/natuur Ontgravingsklasse ondergrond Landbouw/natuur Toepassingsklasse bovengrond Landbouw/natuur Toepassingsklasse ondergrond Landbouw/natuur 2.5 Asbest Volgens de asbestdakenkaart van de is het nabije perceel onverdacht (groen) op het voorkomen van asbesthoudende dakplaten. Op de locatie heeft nimmer bebouwing plaatsgevonden en er zijn geen gegevens bekend omtrent eventuele verhardingslagen, dempingen of verdachte activiteiten.
Figuur 8: Weergave asbestdakenkaart 2.6 PFAS Op 29 december 2023 is het ‘Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, versie december 2023’ gepubliceerd. Dit kader is per 1 januari 2024 van kracht en vormt sindsdien een beleidsneutrale, maar formeel geïntegreerde uitwerking binnen de Omgevingswet. Het handelingskader beschrijft onder welke voorwaarden PFAS-houdende grond en baggerspecie mag worden hergebruikt. In de nabije omgeving van deze onderzoekslocatie (< 25 m) zijn geen gegevens bekend over de aanwezigheid van een puntbronlocatie van PFAS. Voor de definiëring van PFAS-puntbronlocaties zijn diverse documenten beschikbaar onder andere via Expertisecentrum PFAS. Daarnaast is gebruik gemaakt van een UBI-lijst waarop UBI’s/(bedrijfs-)activiteiten met een verdenking tot de aanwezigheid van PFAS voorkomen. Vooralsnog wordt aangenomen dat atmosferische depositie de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op de locatie is. Van atmosferische depositie is bekend dat dit beperkt tot verhoogde PFAS-gehaltes voornamelijk in de bovengrond.
MM25228
6
2.7 Voorgaande onderzoeken Op de bodemgevoelige locatie hebben voorzover bekend geen voorgaande bodemonderzoeken plaatsgevonden. Ten oosten van de bodemgevoelige locatie is in 2006 door Hunneman Milieu Advies Raalte B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit is gerapporteerd onder projectnummer: 20051137. Destijds werden er in zowel de boven- als ondergrond geen verhoogde gehalten aangetoond. Het grondwater bleek licht verontreinigd met 1,1,2-trichloorethaan. In de directe omgeving van de bodemgevoelige locatie zijn geen relevante bodemverontreiniging aanwezig die eventueel invloed hebben op de bodemgevoelige locatie. 2.8 Geohydrologie Op basis van de geologische overzichtskaarten en grondwaterkaart van Nederland kan het volgende beeld van de bodemopbouw worden geschetst. Het maaiveld bevindt zich volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) op een hoogte van circa 3,7 m +NAP. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 3,0 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 0,7 m -mv zou bevinden. Uit de grondwaterkaarten van TNO blijkt dat de regionale grondwaterstromingsrichting noordwestelijk is gericht. De lokale grondwaterstromingsrichting kan plaatselijk worden beïnvloed door sloten, beken, rivieren, rioleringen, onttrekkingen e.d.
2.9 Locatie inspectie Tijdens de terreininspectie zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van bodemverontreiniging of mogelijke bronnen daarvan. Op het maaiveld is geen asbestverdacht (plaat)materiaal waargenomen. Wel is een gronddepot aangetroffen dat, volgens opgave van de initiatiefnemer, afkomstig is van de nieuwbouw van de stal in het voorgaande jaar.
Figuur 9: Gronddepot
MM25228
Figuur 10: Nieuwbouwlocatie
7
3.
CONCLUSIE
3.1 Algemeen In opdracht van de initiatiefnemer heeft Montferland Milieu B.V. een milieuhygiënisch vooronderzoek verricht aan de Verversweg 2 te Heino (gemeente Raalte). Het milieuhygiënisch vooronderzoek is uitgevoerd in het kader van een planologische procedure. 3.2 Conclusie en aanbevelingen Uit het uitgevoerde vooronderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: ▪ Op het naastgelegen perceel zijn geen noemenswaardige verhoogde gehalten aangetroffen die een significante invloed hebben op de bodemgevoelige locatie. ▪ Op of nabij de bodemgevoelige locatie hebben geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden die van invloed kunnen zijn (geweest) op de bodemgevoelige locatie. ▪ Tijdens de locatie inspectie zijn geen bijzonderheden zijn waargenomen. ▪ Op basis van de beschikbare informatie wordt het milieuhygiënisch verwachtingsbeeld van de bodemgevoelige locatie als niet verdacht aangemerkt. ▪ Derhalve kan worden gesteld dat er geen aanleiding is voor het uitvoeren van een verkennend bodemen asbestonderzoek volgens de NEN5740/NEN5707. ▪ Uit milieukundig oogpunt is er naar onze mening geen bezwaar tegen de voorgenomen planologische procedure. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik.
Standaard slotopmerking: Wanneer toch tijdens eventuele graafwerkzaamheden waarnemingen worden gedaan die op een verontreiniging wijzen, dan moet het werk direct gestopt worden en moet met het bevoegd gezag worden overlegd. Eventueel vrijkomende grond kan niet zondermeer in het grondverkeer worden opgenomen. Mocht de grond naar elders worden getransporteerd, dient te worden nagegaan in hoeverre de kwaliteit van de af te voeren grond overeenstemt met de verwerkingsmogelijkheden die voor de betreffende stort- c.q. hergebruikslocatie gelden. Deze zijn geformuleerd in het Besluit bodemkwaliteit. Aanbevolen wordt dan ook de eindverwerkingslocatie in overleg met het bevoegd gezag vast te stellen. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.
MM25228
8
BIJLAGE 1: Topografische kaart
Topografische kaart
A4
PROJECTNAAM: Verversweg 2 te Heino
SCHAAL:
PROJECTNUMMER: MM25228
GETEKEND: AEL DATUM: 12-12-2025
BIJLAGE: 1
BIJLAGE 2: Kadastrale kaart met gegevens
Kadastrale kaart
Kadastraal object Kadastrale gemeente:
HNO01
Sectie:
K
Perceel:
13
A4
PROJECTNAAM: Verversweg 2 te Heino
SCHAAL:
PROJECTNUMMER: MM25228
GETEKEND: AEL DATUM: 12-12-2025
BIJLAGE: 2
BIJLAGE 3: Situatietekening
Situatietekening
Legenda Locatiegrens Bebouwing Toekomstige bouwlocatie
A4
PROJECTNAAM: Verversweg 2 te Heino
SCHAAL:
PROJECTNUMMER: MM25228
GETEKEND: AEL DATUM: 12-12-2025
BIJLAGE: 3
BIJLAGE 4: Locatie inspectie
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
BIJLAGE 5: Informatie vooronderzoek
Bodeminformatie Verversweg 2 te Heino
Geselecteerd gebied
Locatie
25-meter contour
Percelen
(c) 2024 Visma Roxit B.V. (Nazca) - Pagina 1 van 11 - 11-11-2025
Inhoudsopgave Inleiding
3
Gegevens binnen het geselecteerde gebied
5
Locaties
5
Gegevens binnen de 25-meter contour rond het geselecteerde gebied
7
Locaties
7
Disclaimer
8
Toelichting
9
(c) 2024 Visma Roxit B.V. (Nazca) - Pagina 2 van 11 - 11-11-2025
Inleiding Indien er stoffen in de bodem voorkomen die van nature niet in de bodem zitten is sprake van bodemverontreiniging. De provincie Overijssel en vijf grote gemeenten in Overijssel (Almelo, Deventer, Enschede, Hengelo en Zwolle) zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) aangewezen als de instanties die toezien op het saneren van verontreinigde bodem en het voorkomen van nieuwe bodemverontreiniging (bevoegd gezag Wet bodembescherming). Zij sturen de bodemsaneringsoperatie aan en voeren zelf bodemsaneringen uit en beoordelen plannen en saneringen die door anderen (bedrijven, particulieren en gemeenten) worden uitgevoerd. Naast deze bevoegde gezagen voor de Wet bodembescherming zijn alle gemeenten bevoegd voor wat betreft de niet ernstige bodemverontreiniging. Sinds de oprichting van de Omgevingsdiensten in 2018 zijn (een deel van) de bodemtaken overgedragen van de provincie en gemeenten aan de Omgevingsdienst Twente en de Omgevingsdienst IJsselland. In Overijssel werken de provincie, omgevingsdiensten en een groot aantal gemeenten met hetzelfde Bodeminformatiesysteem (BIS); een overzicht hiervan is opgenomen in bijgevoegde tabel. In deze rapportage treft u gegevens aan die afkomstig zijn uit dat BIS. Hiermee krijgt u een indruk van de aan- of afwezigheid van gegevens over mogelijke bodemverontreiniging in het geselecteerde gebied.
Indien uit de tabel blijkt dat de gemeentelijke gegevens niet of gedeeltelijk worden meegenomen in het BIS, dan verzoeken wij u contact op te nemen met de betreffende gemeente voor het verkrijgen van de relevante bodemdata. Indien er bij de in deze rapportage vermelde locaties ook documenten met links zijn vermeld kunnen deze documenten vanuit deze rapportage gedownload worden. Deze documenten zijn zo zorgvuldig mogelijk geautomatiseerd geanonimiseerd. Desondanks kan het voorkomen dat deze documenten toch nog persoonsgegevens bevatten. Op verzoek zullen wij deze gegevens alsnog uit het document verwijderen. Als u vragen heeft over de in dit rapport vermelde gegevens, of melding wilt maken van niet goed geanonimiseerde documenten of andere fouten of onvolkomenheden in de rapportage dan kunt u contact opnemen met de betreffende Omgevingsdienst of gemeente. De contactgegevens staan in onderstaande tabel.
Gemeente
Gegevens opgenomen in het gezamelijke BIS en in deze rapportage
Almelo
Ja
Borne
Ja
Dalfsen
Ja
@odijsselland.nl
Deventer
Ja
@odijsselland.nl
Dinkelland
Ja
Enschede
Nee
https://www.enschede.nl/ondergrond
Haaksbergen
Deels
@haaksbergen.nl
Hardenberg
Ja
Hellendoorn
Ja
@hellendoorn.nl
Hengelo
Ja
@hengelo.nl
(c) 2024 Visma Roxit B.V. (Nazca) - Pagina 3 van 11 - 11-11-2025
Aanvullende informatie op te vragen via @almelo.nl @borne.nl
@dinkelland.nl
@odijsselland.nl
Hof van Twente
Ja
info@hofvantwente.nl
Kampen
Ja
bodem@odijsselland.nl
Losser
Deels
gemeente@losser.nl
Oldenzaal
Ja
info@oldenzaal.nl
Olst-Wijhe
Ja
bodem@odijsselland.nl
Ommen
Ja
bodem@odijsselland.nl
Raalte
Ja
bodem@odijsselland.nl
Rijssen-Holten
Ja
gemeente@rijssen-holten.nl
Staphorst
Ja
bodem@odijsselland.nl
Steenwijkerland
Ja
bodem@odijsselland.nl
Tubbergen
Ja
gemeente@tubbergen.nl
Twenterand
Ja
info@twenterand.nl
Wierden
Ja
bouwenenwonen@wierden.nl
Zwartewaterland
Ja
bodem@odijsselland.nl
Zwolle
Ja
bodem@odijsselland.nl
Omgevingsdienst Twente
Ja van Provincie
info@odtwente.nl
Omgevingsdienst IJsselland
Ja van Provincie
bodem@odijsselland.nl
(c) 2024 Visma Roxit B.V. (Nazca) - Pagina 4 van 11 - 11-11-2025
Gegevens binnen het geselecteerde gebied Locaties De volgende bodemlocaties zijn bekend in het geselecteerde gebied:
Locatie: Locatienaam Adres
Verversweg 2
Woonplaats
HEINO
Gemeente
Raalte
Locatiecode
AA017702417
Locatiecode bevoegd gezag Wbb
OV017702417
Gegevensbeheerder
Omgevingsdienst IJsselland
Vervolgactie Wbb
voldoende onderzocht
Statusverontreiniging op basis van onderzoeken Laatst uitgevoerd onderzoek
Verkennend onderzoek NEN 5740:
Mogelijk overgangsrecht
nee
01-01-2006
Uitgevoerde onderzoeken De volgende bodemonderzoeken zijn bekend binnen deze locatie: Datum
Type
01-012006
Verkennend onderzoek NEN 5740
Naam
Auteur
Opdrachtnummer
Archief
Hunneman
1186
Gemeente
Beschikbare documenten per onderzoek Bij de Omgevingsdiensten Overijssel zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Verontreinigende activiteiten Bij de Omgevingsdiensten Overijssel zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Geconstateerde verontreinigingen Bij de Omgevingsdiensten Overijssel zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Besluiten Bij de Omgevingsdiensten Overijssel zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Beschikbare documenten per besluit Bij de Omgevingsdiensten Overijssel zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
(c) 2024 Visma Roxit B.V. (Nazca) - Pagina 5 van 11 - 11-11-2025
Conclusie overheid
Sanering Bij de Omgevingsdiensten Overijssel zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Saneringscontouren Bij de Omgevingsdiensten Overijssel zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Zorgmaatregelen Bij de Omgevingsdiensten Overijssel zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Overige beschikbare documenten Bij de Omgevingsdiensten Overijssel zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
(c) 2024 Visma Roxit B.V. (Nazca) - Pagina 6 van 11 - 11-11-2025
Gegevens binnen de 25-meter contour rond het geselecteerde gebied Locaties Bij de Omgevingsdiensten Overijssel zijn over locaties, onderzoeken en documenten geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
(c) 2024 Visma Roxit B.V. (Nazca) - Pagina 7 van 11 - 11-11-2025
Disclaimer De bodeminformatie die je in deze rapportage aantreft is met zorg door gemeenten, provincie en omgevingsdiensten in het bodeminformatiesysteem ingevoerd. Toch kan het voorkomen dat informatie is verouderd, onvolledig is of onjuistheden bevat. De gemeenten, provincie en omgevingsdiensten zijn niet aansprakelijk voor enigerlei schade die het directe of indirecte gevolg is van of in verband staat met het gebruik van deze informatie. Het ontbreken van gegevens in het BIS of deze rapportage wil niet zeggen dat er geen bodemverontreiniging op een perceel of in een gebied aanwezig is.
(c) 2024 Visma Roxit B.V. (Nazca) - Pagina 8 van 11 - 11-11-2025
Toelichting Samenstelling van bodeminformatie in het bodeminformatiesysteem (BIS) Verontreinigende activiteiten (HBB) Dat verontreinigende stoffen toch in de bodem terecht komen is vaak het gevolg van bedrijfsactiviteiten. Maar er kan ook sprake zijn van bodemverontreiniging door bijvoorbeeld het ophogen van terreinen voor het bouwrijp maken, het lekken van een brandstoftank of een ongeval. Op basis van (archief)onderzoek zijn potentiële verontreinigingen op basis van (voormalige)bedrijfsactiviteiten (UBI’s) en de bekende bodemverontreinigingen in beeld gebracht, het zgn. landsdekkend beeld (LDB, 2004). De potentiële verontreinigingen vormen het zgn. HistorischBodemBestand (HBB). Deze gegevens vormen de basis voor de werkvoorraad van de provincie. Afhankelijk van de score van de UBI behoort een locatie tot de werkvoorraad (potentiële)bodemverontreiniging die voor 2030 gesaneerd danwel beheerst moet zijn of de spoedeisende werkvoorraad die voor 2015 gesaneerd danwel beheerst moet zijn. Ook voor het bewaken van de voortgang van de bodemsaneringsoperatie van de locaties waar de provincie bevoegd gezag is en de eigen werkprocessen maakt de provincie gebruikt van het BIS. Het Wbb-traject / vervolg Wbb (potentiële)bodemverontreinigingslocaties doorlopen een zgn. Wbb-traject van onderzoek en sanering totdat de locatie niet meer tot de werkvoorraad van de provincie behoort.
De locatie is dan voldoende onderzocht of gesaneerd. Indien op de locatie na sanering nog een restverontreiniging achterblijft (bijv. indien een verontreiniging wordt afgedekt met een verharding of leeflaag) dan is sprake van nazorg. Nazorgmaatregelen worden vastgelegd en gecontroleerd. In dit rapport wordt per locatie aangegeven in welke fase van het Wbb-traject een locatie zich bevindt (Vervolg Wbb-traject):
Wbb traject starten (Wbb-vervolg=Uitvoeren historisch onderzoek) De locatie behoort op basis van vooronderzoek of vanuit het HBB tot de werkvoorraad van de provincie maar er is nog geen (historisch)onderzoek uitgevoerd. Op enig moment zal onderzoek plaats moeten vinden. Bodemonderzoek uitvoeren (Wbb-vervolg=Uitvoeren (aanvullend) OO, NO) Vooronderzoek of historisch onderzoek geeft aanleiding om bodemonderzoek te doen. Daarbij kan sprake zijn van verkennend of nader onderzoek. Saneringsonderzoek uitvoeren (Wbb-vervolg=Uitvoeren (aanvullend) SO) Op basis van nader onderzoek is bepaald dat gesaneerd moet worden. Het saneringsonderzoek is gericht op de inventarisatie van de mogelijke wijzen van sanering en zal uitmondend in een keuze van de wijze van sanering Verontreinigende activiteiten (HBB) Dat verontreinigende stoffen toch in de bodem terecht komen is vaak het gevolg van bedrijfsactiviteiten. Maar er kan ook sprake zijn van bodemverontreiniging door bijvoorbeeld het ophogen van terreinen voor het bouwrijp maken, het lekken van een brandstoftank of een ongeval. Op basis van (archief)onderzoek zijn potentiële verontreinigingen op basis van (voormalige)bedrijfsactiviteiten (UBI’s) en de bekende bodemverontreinigingen in beeld gebracht, het zgn. landsdekkend beeld (LDB, 2004). De potentiële verontreinigingen vormen het zgn. HistorischBodemBestand (HBB).
Deze gegevens vormen de basis voor de werkvoorraad van de provincie. Afhankelijk van de score van de UBI behoort een locatie tot de werkvoorraad (potentiële)bodemverontreiniging die voor 2030 gesaneerd dan wel beheerst moet zijn of de spoedeisende werkvoorraad die voor 2015 gesaneerd dan wel beheerst moet zijn. Ook voor het bewaken van de voortgang van de bodemsaneringsoperatie van de locaties waar de provincie bevoegd gezag is en de eigen werkprocessen maakt de provincie gebruikt van het BIS. Het Wbb-traject / vervolg Wbb (potentiële)bodemverontreinigingslocaties doorlopen een zgn. Wbb-traject van onderzoek en sanering totdat de locatie niet meer tot de werkvoorraad van de provincie behoort. De locatie is dan voldoende onderzocht of gesaneerd. Indien op de locatie na sanering nog een restverontreiniging achter blijft (bijv. indien een verontreiniging wordt afgedekt met een verharding of leeflaag) dan is sprake van nazorg. Nazorgmaatregelen worden vastgelegd en gecontroleerd. In dit rapport wordt per locatie aangegeven in welke fase van het Wbb-traject een locatie zich bevindt (Vervolg Wbb-traject): Wbb traject starten (Wbb-vervolg=Uitvoeren historisch onderzoek)
(c) 2024 Visma Roxit B.V. (Nazca) - Pagina 9 van 11 - 11-11-2025
De locatie behoort op basis van vooronderzoek of vanuit het HBB tot de werkvoorraad van de provincie maar er is nog geen (historisch)onderzoek uitgevoerd. Op enig moment zal onderzoek plaats moeten vinden.
Bodemonderzoek uitvoeren (Wbb-vervolg=Uitvoeren (aanvullend) OO, NO) Vooronderzoek of historisch onderzoek geeft aanleiding om bodemonderzoek te doen. Daarbij kan sprake zijn van verkennend of nader onderzoek. Saneringsonderzoek uitvoeren (Wbb-vervolg=Uitvoeren (aanvullend) SO) Op basis van nader onderzoek is bepaald dat gesaneerd moet worden. Het saneringsonderzoek is gericht op de inventarisatie van de mogelijke wijzen van sanering en zal uitmondend in een keuze van de wijze van sanering. Saneringsplan opstellen (Wbb-vervolg= Opstellen/uitvoeren ( aanvullend) SP) Als op is vastgesteld dan sanering moet worden uitgevoerd dient een saneringsplan opgesteld te worden. Het saneringsplan wordt door het bevoegd gezag beschikt. In de beschikking op het saneringsplan kan het bevoegd gezag nadere eisen stellen aan de sanering. De saneerder voert de sanering uit overeenkomstig het door het bevoegd gezag goedgekeurde saneringsplan en de voorschriften die zij aan de instemming hebben verbonden. Sanering en/of evaluatie uitvoeren (Wbb-vervolg=start sanering of uitvoeren (aanvullende) evaluatie) Als het bevoegd gezag heeft ingestemd met het saneringsplan kan de sanering worden uitgevoerd. Na afronding van de sanering stelt de saneerder een evaluatierapport op. Op basis van het evaluatierapport zal het bevoegd gezag beoordelen of een sanering voldoende is uitgevoerd.
Voldoende gesaneerde locatie behoren daarmee niet meer tot de werkvoorraad van de provincie. Zorgmaatregelen uitvoeren (Wbb-vervolg=uitvoeren tijdelijke beveiliging, actieve nazorg, monitoring en registratie restverontreiniging) Na sanering kan sprake zijn van restverontreiniging (bijv. indien sprake is van een afdeklaag als saneringsmaatregel). Deze maatregelen kunnen bestaan uit beperkingen in het gebruik van de locatie of het voorkomen blootstelling aan of verspreiding van de restverontreiniging. Gesaneerd (Wbb-vervolg=voldoende gesaneerd) Indien een sanering is uitgevoerd wordt door het bevoegd gezag het evaluatierapport beoordeeld. Indien met een beschikking wordt ingestemd met de uitgevoerde sanering (aan de saneringsdoelstelling is voldaan) behoort de locatie niet meer tot de werkvoorraad van de provincie. Wel kan nog sprake zijn van nazorg zoals bijvoorbeeld het in stand houden van een afdeklaag of het verplicht melden van gewijzigd gebruik. Geen werkvoorraad (meer) (Wbb-vervolg=voldoende onderzocht of leeg) De locatie behoort op basis van de UBI score niet tot de werkvoorraad of is voldoende onderzocht of er is geen aanleiding tot onderzoek maar wel bodeminformatie beschikbaar. Toelichting op de gerapporteerde informatie
Locatie Algemene gegevens waaronder de locatie in het BIS bekend is. Daarnaast wordt aangegeven of de locatie betrekking heeft op een verontreiniging die na 1 januari 1987 is ontstaan (een zorgplicht geval dat onmiddellijk ongedaan gemaakt moet worden/zijn). Status In de wet bodembescherming wordt onderscheid gemaakt tussen ernstige en niet ernstige verontreinigingen. Op basis daarvan wordt bepaald of een locatie door het bevoegd gezag wordt opgepakt. Voordat het bevoegd gezag hierover in een beschikking een uitspraak doet wordt de beoordeling op basis van historisch- en/of verkennend onderzoek vastgelegd (beoordeling). Indien er een uitspraak is van het bevoegd gezag dan wordt dat vermeld bij het veld 'Beschikking'. Sanering In een saneringsplan wordt aangegeven hoe de sanering wordt uitgevoerd. Dit kan in fasen gebeuren of in delen van de verontreiniging. Indien het bevoegd gezag een termijn heeft afgegeven voor het starten van de sanering dan wordt dat hier vermeld. Door het beoordelen van een evaluatierapport van de sanering wordt tevens de einddatum van de sanering bepaald.
(c) 2024 Visma Roxit B.V. (Nazca) - Pagina 10 van 11 - 11-11-2025
Uitgevoerde onderzoeken Een lijst van rapporten die betrekking hebben op de locatie. Deze rapporten worden in het geval van ernstige verontreiniging beoordeeld door het bevoegd gezag Wbb (provincie). Door uitwisseling van gegevens met gemeenten worden ook rapporten vermeld die in het bezit zijn van de betreffende gemeente maar die niet bij de provincie aanwezig zijn. (mogelijk) Verontreinigende activiteiten Dit is een overzicht van potentieel verontreinigende (bedrijfs)activiteiten die op de locatie (mogelijk) zijn uitgevoerd, worden vermoed (HBB) en/of zijn onderzocht. Met ‘vervallen’ wordt aangegeven of een activiteit werkelijk op de locatie heeft plaatsgevonden. Met ‘Benoemd’ wordt aangegeven of deze activiteit ook in de bodemonderzoeken zijn benoemd. Vervolgens wordt aangegeven of er een verontreiniging veroorzaakt door deze activiteit aanwezig is. Geconstateerde Verontreinigingen Indien verontreinigingen in de grond of het grondwater zijn aangetroffen wordt in deze tabel aangegeven in welke mate overschrijding van de normen heeft plaatsgevonden. Tevens wordt vermeld welke omvang de verontreiniging heeft en op welke diepte deze zit.
Besluiten Op basis van de aangeleverde rapporten doet het bevoegd gezag uitspraak over de mate van verontreiniging (ernst), de spoedeisendheid van saneren (spoed), te nemen maatregelen voor, na en tijdens sanering, saneringsplannen en de uitvoering van de sanering (evaluatie). In dit overzicht worden de door de provincie genomen besluiten vermeld. Saneringscontouren Indien sprake is van sanering in delen of fasen dan worden meerdere contouren vermeld. Per fase of deel wordt aangegeven welke saneringsvariant voor de boven- of ondergrond uiteindelijk is uitgevoerd. Zorgmaatregelen Indien na sanering nog verontreiniging is achtergebleven zullen maatregelen worden genomen om blootstelling aan of verspreiding van de restverontreiniging te voorkomen. Deze maatregelen worden in het BIS geregistreerd. Het bevoegd gezag houdt toezicht op het in stand houden van deze maatregelen.
(c) 2024 Visma Roxit B.V. (Nazca) - Pagina 11 van 11 - 11-11-2025
Bouwbedrijf Te Kiefte B.V. Verkennend bodemonderzoek op de locatie aan de Verversweg 2te Heino etSW
projectnummer: 2005113 7/hb/sh datum: januari 2006
Opdrachtgever: Bouwbedrijf Te Kiefte BV Kerkstraat 26 8151 AP LEMELERVELD
Hunneman Milieu Advies Raalte BV Postbus 253, 8100 AG RAALTE Tel: 0572-360998 Fax: 0572-351574 E-mail: info(iThunnernan-milieu.ii1
t \ 17
19
I I I I I I I I I I I I I I I 1 I
Hunneman Milieu-Advies
4
INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN
In opdracht van Bouwbedrijf Te Kiefte BV is in december 2005 door Hunneman MilieuAdvies een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Verversweg 2te Heino. Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen nieuwbouw van een woning op de locatie. Het onderzoek heeft tot doel aan te geven of op de locatie redelijkerwijs well geen sprake is van bodemverontreiniging. 4.1
Vaste bodem en grondwater
Tijdens het veldonderzoek zijn op of in de bodem zintuiglijk geen indicaties waargenomen die duiden op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Zintuiglijk zijn geen asbestverdachte materialen in of op de bodem aangetroffen. In het mengmonster van de bovengrond (MM-01) zijn, van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de streefwaarden. In het mengmonster van de ondergrond (MM-02) zijn, van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de streefwaarden. In het grondwater (peilbuis 1) is een licht verhoogd gehalte aan 1,1,2-trichloorethaan aangetoond. Het aangetoonde gehalte overschrijdt de streefwaarde, maar blijft beneden de toetsingswaarde voor nader onderzoek. Van de overige onderzochte parameters zijn geen gehalten aangetoond boven de streefwaarden. 4.2
Conclusies en aanbevelingen
Tijdens het veldonderzoek zijn op of in de bodem zintuiglijk geen indicaties waargenomen die duiden op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Zintuiglijk zijn geen asbestverdachte materialen in of op de bodem aangetroffen. In de vaste bodem zijn, van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de streefwaarden. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte aan 1,1,2-trichloorethaan aangetoond. Het aangetoonde gehalte overschrijdt de streefwaarde maar vormt geen aanleiding voor nader onderzoek. Op basis van de onderzoeksresultaten bestaan er naar onze mening, vanuit milieuhygiënisch oogpunt, geen bezwaren voor de voorgenomen nieuwbouw op de locatie.
I I I I
Verkenn end bodemonderzoek Verversweg 2le Heino
8
Weiland x
x
x
11
x
x
X
)<
X
X
X
X
X
X
X
Tuin garage
zv
woonhuis
kw
N2
Weiland Weiland
IV
Tuin
x
ZW
0
2
4
6
8
lOm
LEGENDA peitbuis mei nummer boring mei nummer
Bouwbedrijf Te Kiefte B.V. Verkennend bodemonderzoek Verversweg 2 te Heino Situotie met boringen en peilbuis
Afmetingen
20051137 1-1 1:200 A4_p
Datum
jan.-2006
Projectnummer Tekening
Schaal
Getekend
Filename
r-IL HUNNEMAN MILIEU ADVIES -
Spitsstroat ii Postbus 253 8100 AG Rxolte Tel.: 0572-360998 Fox.: 0572 -351574
20051137A Postbus 25 6850 M Huissen Tel.: 026-3275129
Fax.: 026-32758 15
392-K-12
1
392-K-8
8
bos behouden
Te bouwen woning
eg Verversw
13.220
12
392-K-36
36
3
3.000 8.300
2.000
5.000
verharding
123,14 m2
7.500
2.500 3.000
inrit
6.725
Bijgebouw
13.220
weg Kroepan
16.085
11.000
3.700
2
N
392-K-15
15
Situatie gemeente Raalte Sectie K nr: 15
BIJLAGE 6: Omgevingswet (OW)
Omgevingswet (OW) De Omgevingswet is per 1 januari 2024 ingegaan en vervangt onder andere de Wbb. De OW stelt regels om de bodem (grond en grondwater) te beschermen. Daarnaast wordt graven en saneren van (verontreinigde) grond door middel van de OW geregeld. In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan rijksregels voor burgers en bedrijven. De regels gelden voor bijvoorbeeld milieubelastende activiteiten, activiteiten in een beperkingengebied of activiteiten met gevolgen voor de natuur. Het Bal bevat algemene regels, meldingsplichten, vergunningplichten, maatwerkmogelijkheden en specifieke zorgplichten. In het Bal wordt het werken in de bodem gezien als een Milieu Belastende Activiteit (MBA). In het Bal zijn de volgende regels met betrekking tot bodemwerkzaamheden opgenomen. Regels bij graven en tijdelijk uitnemen (omvang geldt voor het gehele graafwerk) Graven
< Interventiewaarde
< 25 m3
Geen
Geen of bruidsschat* dan melden één week bij • Beschikte gevallen • BKK-zones > Interventiewaarde • BRL6000 bij het doorgraven van afdeklaag, leeflaag of andere duurzame afdeklaag
> 25 m3
•
• • • • •
• •
*
> Interventiewaarde
Melding start één week vooraf (informatieplicht) Voorafgaand onderzoek (NEN) Gescheiden ontgraven en opslag
Melding vier weken vooraf Voorafgaand onderzoek (NEN) Gescheiden graven, opslag Kwalibo: BRL6000, BRL7000 één week evaluatie (informatieplicht)
zie informatie opgenomen onder bruidsschat Tijdelijk uitnemen
< Interventiewaarde
> Interventiewaarde
< 25 m3
Geen
• •
Geen Gescheiden ontgraven en opslag
> 25 m3
• • •
• • • • •
Melding één week vooraf Voorafgaand onderzoek (NEN) Gescheiden ontgraven Kwalibo: BRL6000, BRL7000 één week evaluatie (informatieplicht)
Geen Voorafgaand onderzoek (NEN) Gescheiden ontgraven en opslag
De inzet van een BRL 6000 gecertificeerde milieukundige begeleider (MKB) is noodzakelijk: • als terugplaatsen van de grond niet mogelijk is en dus sprake is van afvoer van grond. Maar enkel bij meer dan 25 m3 afvoer; • bij het doorgraven van een afdeklaag, leeflaag of andere duurzame afdeklaag; • bij meerdere partijen grond van verschillende kwaliteit waarbij gescheiden graven aan de orde is. Saneren Het Bal kent twee standaardaanpakken om de bodem geschikt te maken voor de (toekomstige) functie: 1. verwijderen van verontreiniging; 2. afdekken van de verontreiniging (leeflaag of duurzame verharding). Voor saneren geldt een procedure met een standaardaanpak: • Melden sanering vier weken voor aanvang (saneringsaanpak, detail gegevens). • Informatie met betrekking tot de uitvoering vier weken voor aanvang (begrenzing, start). • Informatie met betrekking tot Kwalibo één week voor aanvang (BRL7000 aannemer, BRL 6000 MKB). • Binnen vier weken na beëindiging indienen evaluatieverslag.
• •
Wijzigingen melden ten minste één week voor aanvang. Bij onvoorziene wijzigingen deze direct en in overleg melden.
Overgangsrecht Het oude recht, in dit geval de regels uit de Wbb, blijven gelden voor bodemsaneringen of maatregelen die onder de Wet bodembescherming zijn of worden voorbereid. Dit geldt voor: • Vastgestelde beschikkingen Wbb (spoedeisend) van voor 1 januari 2024. Deze blijven gelden. • Saneringsplannen en BUS meldingen die voor 1 januari 2024 zijn ingediend blijft onder de Wbb vallen. • Dit geldt ook voor de uitvoering en de evaluatie • Lopende nazorg. • Voor nieuwe verontreinigingen ontstaan tussen 1987 en 1 januari 2024 geldt de Wbb zorgplicht en de bijbehorende regels. Voor deze gevallen geldt dat het oude bevoegd gezag hetzelfde blijft zoals vastgelegd voor 1 januari 2024. Bruidsschat Set van regels die ervoor zorgen dat bepaalde bestaande regels blijven bestaan totdat gemeenten hun omgevingsplannen hierop hebben aangepast (overgangsregels). De regels gelden bij graven in de landbodem in een omvang die kleiner is dan 25 m3 op: • locaties waarbij een beschikking ‘ernst en geen spoed’ is afgegeven op basis van de Wbb of • locaties waarbij uit een Bodemkwaliteitskaart blijkt dat de grond diffuus is verontreinigd tot boven de interventiewaarde. Uitzondering hierop is: • als sprake is van alleen tijdelijk uitnemen van grond of • als sprake is van een spoedreparatie aan de vitale ondergrondse infrastructuur.
Toevalsvondst Bij een situatie waar sprake blijkt te zijn van een bodemverontreiniging met onaanvaardbare risico’s voor de gezondheid die nog niet bekend is (ontstaan voor 1987) spreek men van een toevalsvondst. De veroorzaker is meestal niet bekend. In beginsel moeten beheermaatregelen worden genomen om directe contactmogelijkheden te voorkomen en risico’s te verwijderen (tenzij er een specifieke noodzaak is tot saneren). De eigenaar is verantwoordelijk. Indien de eigenaar geen maatregelen neemt, kan bevoegd gezag (gemeente) ingrijpen en kan zij de eventuele kosten verhalen/afdwingen. Het betreft geen saneringsplicht maar het nemen van (tijdelijke) maatregelen die contact met de verontreiniging voorkomen en risico’s wegnemen. Zorgplicht bodemverontreiniging Zorgplicht onder overgangsrecht van de Wbb naar de Omgevingswet Er geldt overgangsrecht voor 'nieuwe' verontreinigingen of aantastingen van de bodem die vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn veroorzaakt. Dat wil zeggen dat artikel 13 Wbb op die verontreinigingen of aantastingen (die op of na 1 januari 1987 zijn veroorzaakt) van toepassing blijft. Handhaving van de vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet veroorzaakte 'nieuwe' verontreinigingen of aantastingen van de bodem valt dus onder het oude recht.
Zorgplicht onder de Omgevingswet: ongewoon voorval en specifieke zorgplicht De zorgplicht geldt voor nieuwe bodemverontreinigingen of aantastingen die na inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn ontstaan. Nieuwe verontreinigingen of aantastingen van de bodem moeten zoveel als mogelijk worden voorkomen of beperkt. Een ongewoon voorval dat verontreiniging of aantasting van de bodem tot gevolg heeft, valt onder het begrip ongewoon voorval uit de Omgevingswet. De specifieke zorgplicht uit art. 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is van toepassing als de bodemverontreiniging of aantasting ontstaat (of dreigt te ontstaan) bij een milieubelastende activiteit.