CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen toelichting_Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek

Raadsvergadering 16 februari 2023, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan De Huttert, Nieuwe Twentseweg 3, Luttenberg (bespreekstuk)17.439 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 www.sigma-bm.nl E-mail info@sigma-bm.nl

Onderwerp: Projectnummer: Opdrachtgever: Datum:

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg 15-M7423 BJZ.nu 21 oktober 2015

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg

onderwerp datum

verkennend milieukundig bodemonderzoek Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg 21 oktober 2015

projectnummer

15-M7423

in opdracht van

BJZ.nu Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo

uitgevoerd door

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2008, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen” Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018” Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Milieukundige begeleiding (water)bodemsaneringen en nazorg SIKB 6000, protocol 6001: Milieukundige begeleiding landbodemsanering met conventionele methoden”

(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002) Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.

oktober 2015

2

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg

INHOUD

1 INLEIDING...................................................................................................................................... 4 1.1 Algemeen............................................................................................................................. 4 1.2 Aanleiding van het verkennend milieukundig bodemonderzoek.......................................... 4 1.3 Doel van het onderzoek ....................................................................................................... 4 1.4 Referentiekader van het onderzoek..................................................................................... 4 1.5 Opbouw van het rapport....................................................................................................... 5 2 VOORONDERZOEK ...................................................................................................................... 6 2.1 Basisinformatie .................................................................................................................... 6 2.2 Keuze type vooronderzoek .................................................................................................. 8 2.3 Standaard vooronderzoek....................................................................................................

8 2.4 Hypothese .......................................................................................................................... 12 3 VELDONDERZOEK...................................................................................................................... 13 3.1 Uitvoering van het veldonderzoek...................................................................................... 13 3.2 Resultaten van het veldonderzoek..................................................................................... 14 4 CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK................................................................................... 16 4.1 Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek.................................................. 16 4.2 Toetsingscriteria grond en grondwater .............................................................................. 17 4.3 Analyseresultaten en interpretatie...................................................................................... 18 4.3.1 Milieuhygiënische kwaliteit grond........................................................................................ 18 4.3.2 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater .............................................................................. 21 5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN.........................................................................................

23 Aanbevelingen .............................................................................................................................. 24 LITERATUURLIJST...................................................................................................................... 26 COLOFON ......................................................................................................................................... 27 BIJLAGEN 1. Topografisch overzicht incl. oude topografische overzichten 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:1.000) 3. Boorbeschrijvingen 4. Analysecertificaten SGS BV 5. Onafhankelijkheidsverklaring

oktober 2015

3

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van BJZ.nu is in september/oktober 2015 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd op een deel van de locatie gelegen aan de Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg (gemeente Raalte). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2008. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.

De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van VROM. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.

1.2

Aanleiding van het verkennend milieukundig bodemonderzoek

Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de wens inzicht te verkrijgen in de kwaliteit van de bodem in verband met de geplande bestemmingswijziging van de onderzoekslocatie.

1.3

Doel van het onderzoek

Dit onderzoek heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.

1.4

Referentiekader van het onderzoek

Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740 (literatuur 1). oktober 2015

4

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg

1.5

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • vooronderzoek, (hoofdstuk 2) • veldonderzoek, (hoofdstuk 3) • chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) • conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).

oktober 2015

5

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg

2

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. Het vooronderzoek richt zich tevens op informatie betreffende de bodemgesteldheid en geohydrologie van de onderzoekslocatie. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de leidraad bij het uitvoeren van verkennend, oriënterend en nader bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5725 (literatuur 9). Afhankelijk van de aanleiding van het onderzoek en/of de initiële verdenking van een locatie wordt de diepgang van het vooronderzoek bepaald. De norm NEN 5725 onderscheidt hiermee drie verschillende typen vooronderzoek te weten: 1) een beperkt vooronderzoek, 2) een standaard vooronderzoek of 3) een uitgebreid vooronderzoek. Om te kunnen bepalen welk type vooronderzoek van toepassing is moet van de locatie eerst de basisinformatie worden verzameld, vervolgens wordt de aanleiding van het onderzoek vastgesteld en ten slotte wordt de mate van verdachtheid van de locatie bepaald.

2.1

Basisinformatie

In tabel 2.1 is een overzicht van de basisinformatie weergegeven. tabel 2.1 overzicht basisinformatie adres plaats gemeente topografisch overzicht coördinaten kadastrale aanduiding

Nieuwe Twentseweg nr. 3 Luttenberg Raalte Zie bijlage 1 X = 223,624 Y=492,365 gemeente Raalte sectie O nr. 675(ged.) 2 ca. 20.000 m camping weide weide/agrarische grond niet bekend

oppervlakte onderzoekslocatie (bouwblok) toekomstig bodemgebruik huidig bodemgebruik voormalig bodemgebruik ophogingen/dempingen/stortingen opvullingen en verhardingen toepassing van asbesthoudende bouw-, bodem- of niet bekend verhardingsmaterialen voorgaand ► Nieuwe Twentseweg nr. 3 (erf) bodemonderzoek ● verkennend onderzoek, Hoogveld, HA02822, 07-10-2005; op de onderzoekslocatie ● saneringsplan, RW051205\02, 21-02-2006 ● saneringsevaluatie, RW060504\03, 01-06-2006 betreft een brandstoftank buiten de onderzoekslocatie Voorgaand bodemonderzoek in de omgeving

► Nieuwe Twentseweg nr. 5 ● verkennend bodemonderzoek, MOS Grondmechanica B.V., R6012210RH_1, 10-03-2010 Beoordeling: niet ernstig licht tot matig verontreinigd.

De onderzoekslocatie is gelegen achter het erf van de Nieuwe Twentseweg nr. 3 buiten de bebouwde kom van Luttenberg (gemeente Raalte). De topografische ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1. De onderzoekslocatie betreft een deel van een weideperceel gelegen achter de Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg. oktober 2015

6

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg

Op de locatie Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg bevindt zich een minicamping (De Huttert) met woonhuis en bijgebouwen. De opdrachtgever is voornemens om de bestaande camping uit te breiden. De uitbreiding is noordelijk van het huidige campingterrein gepland. De onderzoekslocatie, het beoogde bouwblok, betreft het terrein t.p.v. de nieuw aan te leggen camping. De onderhavige onderzoekslocatie, het beoogde bouwblok, maakt thans nog deel uit van een weideperceel. Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het terreindeel t.p.v. het nieuw geplande campingterrein (bouwblok) zoals weergegeven in bijlage 2. 2 De onderzoekslocatie, het beoogde bouwblok, heeft een oppervlakte van ca. 20.000 m (zie bijlage 2). In de directe omgeving bevinden zich agrarische percelen en boerderijen buiten de bebouwde kom. Aan de zuidzijde grenst de onderzoekslocatie aan de achtergelegen minicamping. Aan de westzijde grenst de onderzoekslocatie aan de Brandweg en achtergelegen agrarische percelen. Aan de oostzijde grenst de onderzoekslocatie aan naastgelegen agrarische percelen. Aan de noordzijde grenst de onderzoekslocatie aan een naastgelegen agrarisch perceel/het perceel Brandweg 2.

oktober 2015

7

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg

2.2

Keuze type vooronderzoek

Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van een geplande nieuwbouw van een dubbele woning op de onderzoekslocatie. Op basis van het stroomschema (figuur 1 blz.14) uit de NEN 5725 wordt in dit geval een standaard vooronderzoek volgens hoofdstuk 6 uit de NEN 5725 uitgevoerd.

2.3

Standaard vooronderzoek

Het standaard vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over vijf onderzoeksaspecten, te weten: 1) het voormalige bodemgebruik, 2) het huidige bodemgebruik, 3) het toekomstige bodemgebruik, 4) bodemopbouw en geohydrologie en 5) (financieel-) juridische situatie. De hieronder vermelde historische gegevens zijn ontleend aan gegevens die door de opdrachtgever zijn verstrekt alsmede gegevens uit het milieuarchief van de gemeente Raalte (verkregen via mevr. E. Jansen), de bodematlas van de provincie Overijssel (met historisch bodembestand), het bodemloket, topografische kaarten, WatWasWaar.nl en het handelsbestand van de Kamer van Koophandel. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter.

voormalige bodemgebruik bodemgebruik in het verleden tot heden: (bron: opdrachtgever/gemeente/topografische kaarten) • Op de locatie Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg bevindt zich een minicamping (De Huttert) met woonhuis en bijgebouwen. De opdrachtgever is voornemens om de bestaande camping uit te breiden. De uitbreiding is noordelijk van het huidige campingterrein gepland. De onderzoekslocatie, het beoogde bouwblok, betreft het terrein t.p.v. de nieuw aan te leggen camping. De onderhavige onderzoekslocatie, het beoogde bouwblok, maakt thans nog deel uit van een weideperceel. Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het terreindeel t.p.v. het nieuw geplande campingterrein (bouwblok) zoals weergegeven in bijlage 2. 2 De onderzoekslocatie, het beoogde bouwblok, heeft een oppervlakte van ca. 20.000 m (zie bijlage 2). • De onderhavige onderzoekslocatie, het beoogde uitbreiding, is geruime tijd onderdeel van een agrarisch perceel. • De bestaande bebouwing op de locatie Nieuwe Twentseweg nr. 3 dateert van ca. 1984 tot 2008. • Op basis van oude topografische kaarten vanaf 1890 is op de locatie, voor zover te beoordelen, reeds bebouwing aanwezig. De onderzoeklocatie wordt aangegeven als agrarisch perceel. • Ten behoeve van de bestaande bebouwing op de locatie en zijn bouwvergunningen verleend: • Ten behoeve van de locatie Nieuwe Twentseweg nr.

3 zijn door de gemeente Raalte milieuvergunningen verleend. • De onderzoekslocatie wordt in het handelsbestand van de Kamer van Koophandel vermeld onder: - De Huttert.

onder- of bovengrondse brandstoftanks: (bron: opdrachtgever/eigenaar/gemeente/provincie) • Op het erf van de Nieuwe Twentseweg nr. 3, buiten de invloedssfeer van de onderzoekslocatie, was in het verleden een ondergrondse tank gesitueerd. De tank is gesaneerd in 2006. Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie, t.p.v. het beoogde bouwblok. aanwezigheid van asbest (bron: opdrachtgever/gemeente) • Op basis van de provinciale asbestsignaleringskaart geldt voor het erf van de locatie Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg een grote kans op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Ter plaatse van de onderzoekslocatie, het beoogde bouwblok, geldt een kleine kans op de aanwezigheid van asbest. oktober 2015

8

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg

voormalige en huidige potentieel belastende agrarische en bedrijfsactiviteiten (bron: opdrachtgever/ eigenaar/ gemeente/ provincie) • Op de locatie Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg was in het verleden geruime tijd een agrarisch bedrijf gevestigd. Midden jaren ’90 van de vorige eeuw werd de bestemming gewijzigd naar camping. De onderhavige onderzoekslocatie, het beoogde bouwblok, betreft een deel van een weideperceel ten noorden van de bestaande camping. De onderhavige onderzoekslocatie, het beoogde bouwblok, is in het verleden voor zover bekend niet anders dan als agrarische grond in gebruik geweest. Voor zover bekend heeft zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen bebouwing bevonden. • Er is geen informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie, t.p.v. het beoogde bouwblok. • Er is geen informatie omtrent evt. andere (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie, t.p.v. het beoogde bouwblok. • Er is geen informatie omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten op de onderzoekslocatie. • In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich boerderijen en agrarische percelen binnen de bebouwde kom.

Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie. verrichte handelingen met grond, verhardingsmateriaal en/of afval: (bron: opdrachtgever/gemeente) • Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/sloten t.p.v. de onderzoekslocatie. • Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de locatie. ondergrondse infrastructuur in het heden verleden: • geen informatie

(bron: opdrachtgever)

archeologische waarden: (bron:gemeente/provincie) • De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) van de provincie Overijssel een lage verwachting. Voor aanvullende archeologische informatie wordt verwezen naar de gemeente. niet gesprongen explosieven: (bron:gemeente/provincie) • In Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen van niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente.

huidige bodemgebruik huidige bodemgebruik van de locatie: (bron:opdrachtgever/terreininspectie) • De onderzoekslocatie, het beoogde bouwblok, betreft een deel van een weideperceel. De onderzoekslocatie is onbebouwd en begroeid met gras. aanwezigheid van asbest: (bron:opdrachtgever/terreininspectie) • Op basis van de provinciale asbestsignaleringskaart geldt voor het erf van de locatie Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg een grote kans op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal.

oktober 2015

9

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg

Ter plaatse van de onderzoekslocatie, het beoogde bouwblok, geldt een kleine kans op de aanwezigheid van asbest. huidige verdachte/bedrijfsmatige/bodembelastende activiteiten: (bron:opdrachtgever/gemeente) • Op de onderzoekslocatie vinden thans geen bodembedreigende activiteiten plaats. •

verhardingslagen: De onderzoekslocatie is onverhard.

(bron:opdrachtgever/terreininspectie)

toekomstige bodemgebruik geplande herinrichting/ bouwplannen: • uitbreiden camping.

(bron:opdrachtgever)

geplande bedrijfsactiviteiten: • camping

(bron:opdrachtgever)

geplande potentieel bodemverontreinigende activiteiten: • niet bekend

(bron:opdrachtgever)

oktober 2015

10

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg

geologie en bodemsamenstelling: De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland, (TNO/DGV 1976). Hoewel de dikte van de verschillende lagen van plaats tot plaats kan variëren is de volgorde van de aangetroffen lagen in het onderzoeksgebied constant. De lithostratigrafie wordt in het onderstaande beschreven. De bovenste laag, de deklaag, (ca. 7.5 m+NAP) is in het boven Holoceen afgezet. De holocene veenafzettingen zijn in het gebied Emmen slechts plaatselijk aanwezig, alleen in beekdalen. De bovenste laag, het holocene pakket, is van plaats tot plaats zeer wisselend van opbouw. Het holocene-pakket bestaat voornamelijk uit afzettingen van de formatie van Drenthe en Twente. De formatie van Drenthe bestaat voornamelijk uit keileem alsmede uit fijne tot grove zanden. De formatie van Twente bestaat uit fluvioperiglaciale zanden en beekzanden, bestaande uit matig fijn tot matig grof, soms lemig, zand. Plaatselijk komen gyttalaagjes en grindafzetting (Scandinavisch materiaal) voor. Plaatselijk komen, door de wind afgezette, dekzanden voor, het betreft zeer fijne tot matig fijne, leemarme zanden. De deklaag heeft een dikte welke varieert van enkele decimeters tot ca. 20 meter (nabij het Hunzedal). Onder de deklaag bevindt zich een fijne tot matig fijne zandlaag bestaande uit afzettingen van de formaties van Peelo en Eindhoven.

Deze fijne zandlaag heeft een dikte van ca. 30 meter. De formatie van Peelo bestaat uit fijne soms sterk lemige zanden met weinig klei. De formatie van Eindhoven bestaat voornamelijk uit eolische fijne tot zeer fijne zanden met plaatselijk grind, leem en veen. Op grotere diepte, van ca. 20 m-NAP tot 60 m-NAP bevinden zich matig fijne tot grove zanden behorende tot de formatie van Urk. Plaatselijk is, met name in het oosten, in dit pakket Cromer-klei afgezet.

geohydrologie: Voor de beschrijving van de geohydrologie in het onderzoeksgebied is gebruik gemaakt van de Grondwaterkaart van Nederland, (TNO/DGV 1976). De geschematiseerde geohydrologische opbouw is gebaseerd op lithologische-, hydrochemische- en geofysische gegevens. Gezien de beperkte verbreiding van scheidende lagen en aaneensluiting van de scheidende lagen, bestaan regionaal grote verschillen in de samenstelling en de dikte van de aanwezige watervoerende pakketen. Het eerste watervoerend pakket is slechts plaatselijk als zelfstandig pakket te onderscheiden. In de meeste gevallen wordt het eerste watervoerende pakket tot h et bovenste deel van het tweede en soms derde watervoerend pakket gerekend. Het eerste watervoerend pakket bestaat voornamelijk uit fijne tot grove zand (formatie van Twente). Het eerste watervoerend pakket heeft een dikte van ca. 30 meter. Het tweede watervoerend pakket bestaat uit fijne tot matig fijne zanden (formaties Peelo en Eindhoven). In tabel 2.2 is de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 2.2 diepte m-mv 0-20

Geohydrologische opbouw beschrijving

formatie

Eenheid

slibhoudende fijne zanden, veen, keileem

Drenthe/Twente

Deklaag

20-115

fijn tot matig fijne zanden

1 +2 +3 watervoerend pakket

115-175

kleien en zanden

o.a. Peelo Eindhoven Urk /Harderwijk

e

e

e

e

3 scheidende laag

oktober 2015

11

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg

(financieel-) juridische situatie In tabel 2.3 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 2.3 financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens Gemeente Raalte, sectie O, nummer 675 (ged.) opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen

2.4

Hypothese

Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat zich op de locatie Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg geruime tijd een agrarisch bedrijf gevestigd was. Midden jaren ’90 van de vorige eeuw kreeg de locatie de bestemming camping. De onderhavige onderzoekslocatie, de beoogde uitbreiding, betreft een deel van een weideperceel ten noorden van de bestaande camping. De onderhavige onderzoekslocatie, het beoogde bouwblok, is in het verleden voor zover bekend niet anders dan als agrarische grond in gebruik geweest. Voor zover bekend heeft zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen bebouwing bevonden. Er is voor zover bekend geen informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen) of (voormalige) bodembedreigende activiteiten t.p.v. het beoogde bouwblok (onderzoekslocatie). De onderzoekslocatie, het beoogde bouwblok, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v.

het beoogde bouwblok uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV) (literatuur 1). In tabel 2.4 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 2.4

gehanteerde onderzoeksstrategie mogelijke verontreiniging (deel)locatie grond grondwater bouwblok geen geen

onderzoeksstrategie ONV

Bij de toetsing van de hypothese wordt een enkele overschrijding van de achtergrondwaarde geïnterpreteerd als “onverdachte locatie”. Dit geldt vooral voor parameters welke van nature verhoogd aanwezig zijn en de achtergrondwaarde overschrijden. Op basis van voorgaand bodemonderzoek is bekend dat in het gebied verhoogde gehalten nikkel in het grondwater gemeten kunnen worden. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem /puin volgens NEN-5707 resp. NEN-5897. Tevens dient opgemerkt te worden dat eventueel aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.

oktober 2015

12

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg

3

VELDONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven.

3.1

Uitvoering van het veldonderzoek

Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. plaatsen van boringen en peilbuis Het uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuis en het nemen van grondmonsters heeft plaatsgevonden op 09 september 2015. Het bemonsteren van het grondwater is conform NEN-5740 ruim een week na plaatsing van de peilbuis op 02 oktober 2015 uitgevoerd. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door dhr. M. van Wuykhuyse erkende en geregistreerde veldwerkers van Sigma Bouw & Milieu te Emmen. Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (http//www.senternovem.nl/bodemplus/erkenningen). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Voorafgaand aan het plaatsen van boringen is een locatie-inspectie gehouden. Op basis van de locatieinspectie zijn geen bijzonderheden aangetroffen. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. Alle boringen zijn uitgevoerd met behulp van een edelmanboor en geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2.

In totaal zijn, gelijkmatig verdeeld, op de onderzoekslocatie dertig boringen geplaatst. Alle boringen zijn doorgezet tot in de aanwezige deklaag (0.5 m-mv). Negen boringen zijn doorgezet 2.0 m-mv. Drie boringen zijn doorgezet tot in het freatisch grondwater, deze boring is ten behoeve van de bemonstering van het grondwater afgewerkt met een peilbuis, filtertraject van ca. 1.7-2.7 m-mv. De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0.5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het -protocol 2001.

oktober 2015

13

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg

monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0.5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het VBK-protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het VBK-protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald.

3.2

Resultaten van het veldonderzoek

Bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 3.1 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 3.1 lokale bodemopbouw bodemlaag hoofdbestanddeel m-mv 0.0-0.5 zand 0.5-1.1 zand 1.1-3.0 zand

Toevoeging

Kleur

zwak siltig zwak siltig zwak siltig

donkerbruin/grijs oranje/geel lichtgeel

Veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn in tabel 3.2 weergegeven. tabel 3.2 Peilbuis

veldwaarnemingen grondwater filtertraject grondwaterstand voorpompen pH m-mv m-mv liter

1 2 3

2.0-3.0 1.7-2.7 1.5-2.5

1.59 0.99 1.10

7 7 7

6.04 6.11 6.23

EGV geleidingsvermogen µS/cm 417 426 386

troebelheid (NTU) 9.75 10.85 11.65

In het genomen grondwatermonster is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen

oktober 2015

14

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg

Zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het bodemmateriaal zijn geen bodemvreemde afwijkingen of bijmengingen waargenomen welke duiden op een vorm van bodemverontreiniging. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 7 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.

Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Overigens wordt in algemene zin opgemerkt dat in de bodem aanwezig puinmateriaal asbest kan bevatten. Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707 / NEN-5897 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.

oktober 2015

15

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg

4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK

In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van SGS BV (certificaat L086). Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor SGS is geaccrediteerd en erken door het ministerie van VROM. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”.

4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek

grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. Van het totaal aantal genomen grondmonsters op de locatie zijn zeven grond(meng)monsters samengesteld en geanalyseerd. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 4.1 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 4.1 Analyse-schema Monstercode

boringnummer(s)

diepte (m-mv)

zintuiglijke waarnemingen

analysepakket

grond 1 (MM1) 2 (MM2) 3 (MM3) 4 (MM4) 5 (MM5) 6 (MM6) 7 (MM7)

1+4+5+10 t/m 14 2+6+15 t/m 19 7+8+21 t/m 25 3+9+26 t/m 30 1+4+5 2+6+7 3+8+9

0.0-0.5 m-mv 0.0-0.5 m-mv 0.0-0.5 m-mv 0.0-0.5 m-mv 0.5-2.0 m-mv 0.5-2.0 m-mv 0.4-2.0 m-mv

-

NEN-grond +AS3000 (*) NEN-grond +AS3000 (*) NEN-grond +AS3000 (*) NEN-grond +AS3000 (*) NEN-grond +AS3000 (*) NEN-grond +AS3000 (*) NEN-grond +AS3000

grondwater 1 (peilbuis) 2 (peilbuis) 3 (peilbuis)

1 2 3

2.0-3.0 m-mv 1.7-2.7 m-mv 1.5-2.5 m-mv

-

NEN-grondw. AS3000 (**)+ NEN-grondw. AS3000 (**)+ NEN-grondw. AS3000

verklaring van de gebruikte afkortingen en codes: * NEN-grond

=

**NEN-water

=

Zware metalen

=

Vluchtige aromaten

=

PCB PAK VOH Bromoform

= = = =

oktober 2015

(*)

(**)+

(1)

Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); Polychloorbifenylen; Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Tribroommethaan 16

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg

4.2

Toetsingscriteria grond en grondwater

Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” (Staatscourant 22335, 02 november 2012) (literatuur 5) 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) (literatuur 6) De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.

De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 3 3 25 m grond of 100 m grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering.

De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu. oktober 2015

17

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg

4.3

Analyseresultaten en interpretatie

In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van SGS BV opgenomen. 4.3.1 Milieuhygiënische kwaliteit grond boven- en ondergrond (0.0-2.0 m-mv) In tabel 4.2 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 4.2: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb in het kader van WBB (BoToVa toetsing T.12 versie 2.0.0 is uitgevoerd op 21 oktober 2015 om 10:12) Monster ID Klant Ref. Bodemtraject (m-mv) Bodemtype Zintuiglijke waarnemingen BoToVa Monster Conclusie

GP15-43859.001 15-M7423 0-0.5 Zs1 Voldoet aan AW

GP15-43859.002 15-M7423 0-0.5 Zs1 Voldoet aan AW

GP15-43859.003 15-M7423 0-0.5 Zs1 Voldoet aan AW

MaxBI:0,0 Parameter Toetsingswaarden Algemeen Eenheid AW TW Korrelgroottefractie % Droge stof % m/m Organisch stof % 1. Metalen barium (Ba) mg/kg cadmium (Cd) mg/kg 0,6 6,8 kobalt (Co) mg/kg 15 102,5 koper (Cu) mg/kg 40 115 kwik (Hg) mg/kg 0,15 18,08 lood (Pb) mg/kg 50 290 molybdeen (Mo) mg/kg 1.5* 95,75 nikkel (Ni) mg/kg 35 67,5 zink (Zn) mg/kg 140 430 4. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) naftaleen mg/kg fenantreen mg/kg antraceen mg/kg fluorantheen mg/kg chryseen mg/kg benzo(a)antraceen mg/kg benzo(a)pyreen mg/kg benzo(k)fluorantheen mg/kg indeno(1,2,3cd)pyreen mg/kg benzo(ghi)peryleen mg/kg PAK’s (som 10) mg/kg 1,5 20,75 5. Gechloreerde koolwaterstoffen e. overige gechloreerde koolwaterstoffen PCB 28 ug/kg PCB 52 ug/kg PCB 101 ug/kg PCB 118 ug/kg PCB 138 ug/kg PCB 153 ug/kg PCB 180 ug/kg PCB’s (som 7) ug/kg 20 510 7. Overige stoffen minerale olie mg/kg 190 2595

oktober 2015

IW

BW 1 2,5 85 6,2

BTV 1

– 13 190 190 36 530 190 100 720

73 0,34 7,0 14 0,048 25 1,1 7,8 44

– – – – – – – – – – 40

0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,35

MaxBI:0,0 BW 2 1,9 85 5,4

BTV 2

BTV 3

BTV 4

-≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW

85 0,21 7,4 15 0,049 16 1,1 8,2 52

-≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW

77 0,23 7,0 12 0,050 11 1,1 7,8 32

-≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW

81 0,22 7,4 12 0,049 11 1,1 8,2 32

-≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW

≤AW

0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,35

≤AW

0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,35

≤AW

0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,35

≤AW

1000

1,1 1,1 1,1 1,1 1,1 1,1 1,1 7,9

≤AW

1,3 1,3 1,3 1,3 1,3 1,3 1,3 9,1

≤AW

2,4 2,4 2,4 2,4 2,4 2,4 2,4 17

≤AW

1,8 1,8 1,8 1,8 1,8 1,8 1,8 12

≤AW

5000

23

≤AW

26

≤AW

48

≤AW

35

≤AW

--

SGS 3

MaxBI:0,0 BW 4 1,5 86 4,0

--

SGS 2

MaxBI:0,0 BW 3 2,5 86 2,9

--

SGS 1

GP15-43859.004 15-M7423 0-0.5 Zs1 Voldoet aan AW

SGS 4

--

18

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg

Vervolg tabel 4.2 Monster ID Klant Ref. Bodemtraject (m-mv) Bodemtype Zintuiglijke waarnemingen BoToVa Monster Conclusie

GP15-43859.005 15-M7423 0.5-2.0 Zs1 Voldoet aan AW

GP15-43859.006 15-M7423 0.5-2.0 Zs1 Voldoet aan AW

GP15-43859.007 15-M7423 0.5-2.0 Zs1 Voldoet aan AW

MaxBI:0,0 MaxBI:0,0 Parameter Toetsingswaarden Eenheid AW TW IW BW 5 BTV 5 SGS 5 BW 6 BTV 6 SGS 6 BW 7 Algemeen Korrelgroottefractie % 1,3 1,2 1,8 Droge stof % m/m 87 -83 -83 Organisch stof % 1,1 1,1 0,95 1. Metalen barium (Ba) mg/kg – 54 -85 -81 0,24 ≤AW 0,24 ≤AW 0,24 cadmium (Cd) mg/kg 0,6 6,8 13 kobalt (Co) mg/kg 15 102,5 190 7,4 ≤AW 7,4 ≤AW 7,4 7,2 ≤AW 7,2 ≤AW 7,2 koper (Cu) mg/kg 40 115 190 kwik (Hg) mg/kg 0,15 18,08 36 0,10 ≤AW 0,050 ≤AW 0,050 11 ≤AW 11 ≤AW 11 lood (Pb) mg/kg 50 290 530 molybdeen (Mo) mg/kg 1.5* 95,75 190 1,1 ≤AW 1,1 ≤AW 1,1 8,2 ≤AW 8,2 ≤AW 8,2 nikkel (Ni) mg/kg 35 67,5 100 zink (Zn) mg/kg 140 430 720 33 ≤AW 33 ≤AW 33 4. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) naftaleen mg/kg – 0,035 0,035 0,035 fenantreen mg/kg – 0,035 0,035 0,035 antraceen mg/kg – 0,035 0,035 0,035 fluorantheen mg/kg – 0,035 0,035 0,035 chryseen mg/kg – 0,035 0,035 0,035 benzo(a)antraceen mg/kg – 0,035 0,035 0,035 benzo(a)pyreen mg/kg – 0,035 0,035 0,035 benzo(k)fluorantheen mg/kg – 0,035 0,035 0,035 indeno(1,2,3cd)pyreen mg/kg – 0,035 0,035 0,035 benzo(ghi)peryleen mg/kg – 0,035 0,035 0,035 PAK’s (som 10) mg/kg 1,5 20,75 40 0,35 ≤AW 0,35 ≤AW 0,35 5. Gechloreerde koolwaterstoffen e.

overige gechloreerde koolwaterstoffen PCB 28 ug/kg 3,5 3,5 3,5 PCB 52 ug/kg 3,5 3,5 3,5 PCB 101 ug/kg 3,5 3,5 3,5 PCB 118 ug/kg 3,5 3,5 3,5 PCB 138 ug/kg 3,5 3,5 3,5 PCB 153 ug/kg 3,5 3,5 3,5 PCB 180 ug/kg 3,5 3,5 3,5 PCB’s (som 7) ug/kg 20 510 1000 25 ≤AW 25 ≤AW 25 7. Overige stoffen minerale olie mg/kg 190 2595 5000 70 ≤AW 70 ≤AW 70 MonsterID Monsteromschrijving GP15-43859.001 MM1: 01 (0-50) 04 (0-40) 05 (0-50) 10 (0-50) 11 (0-50) 12 (0-50) 13 (0-50) 14 (0-50) GP15-43859.002 MM2: 02 (0-40) 06 (0-50) 15 (0-50) 16 (0-50) 17 (0-50) 18 (0-50) 19 (0-50) 20 (0-50) GP15-43859.003 MM3: 07 (0-50) 08 (0-40) 21 (0-50) 22 (0-50) 23 (0-50) 24 (0-50) 25 (0-50) GP15-43859.004 MM4: 03 (0-50) 09 (0-40) 26 (0-50) 27 (0-50) 28 (0-50) 29 (0-50) 30 (0-50) GP15-43859.005 MM5: 01 (50-100) 01 (110-150) 01 (150-200) 04 (50-100) 04 (100-150) 04 (150-200) 05 (100-150) 05 (150-200) GP15-43859.006 MM6: 02 (40-90) 02 (100-150) 02 (150-200) 06 (50-100) 06 (100-150) 06 (150-200) 07 (50-90) 07 (100-150) 07 (150-200) GP15-43859.007 MM7: 03 (50-100) 03 (110-150) 03 (150-200) 08 (40-90) 08 (110-150) 08 (150-200) 09 (40-90) 09 (110-150) 09 (150-200) Legenda's AW: Achtergrondwaarde; TW: Tussenwaarde; IW: Interventiewaarde BW n: Botova Berekende Waarde; BTV n: Botova conclusie; SGS n: SGS toevoeging --: Geen toetsoordeel mogelijk; ≤AW: <= Achtergrondwaarde Additionele Info Als de BW waarde in groen is afgedrukt

betreft dit een waarde kleiner dan de officiele rapportage grens SGS n bevat de BodemIndex, BI = (BW-AW)/(IW-AW). Als AW=IW: #DIV/0

MaxBI:0,0 BTV 7

SGS 7

--

-≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW

≤AW

≤AW ≤AW

interpretatie onderzoeksresultaten grond bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 (boring 1+4+5+10 t/m 14) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Bovengrondmengmonster MM2 (boring 6+15 t/m 19) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Bovengrondmengmonster MM3 (boring 7+8+21 t/m 25) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Bovengrondmengmonster MM4 (boring 3+9+26 t/m 30) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.

oktober 2015

19

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg

ondergrond (0.4-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM5 (boring 1+4+5) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Ondergrondmengmonster MM6 (boring 2+6+7) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Ondergrondmengmonster MM7 (boring 3+8+9) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.

Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000). Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde.

oktober 2015

20

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg

4.3.2 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater In de tabel 4.3 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 4.3 gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb in het kader van WBB (BoToVa toetsing T.13 versie 1.1.0 is uitgevoerd op 20 oktober 2015 om 16:01) Monster ID Klant Ref. Peilbuis (filterstelling) BoToVa Monster Conclusie

GP15-45411.001 15-M7423 Pb 1 (2.0-3.0) Voldoet aan SW

GP15-45411.002 15-M7423 PB 2 (1.7-2,.7) Overschrijding SW MaxBI:0,0

Parameter Toetsingswaarden 1. Metalen Eenheid SW TW IW BW 1 BTV 1 barium (Ba) ug/l 50 337,5 625 28 ≤SW cadmium (Cd) ug/l 0,4 3,2 6 0,14 ≤SW kobalt (Co) ug/l 20 60 100 4,9 ≤SW koper (Cu) ug/l 15 45 75 15 ≤SW kwik (Hg) ug/l 0,05 0,175 0,3 0,035 ≤SW lood (Pb) ug/l 15 45 75 1,4 ≤SW molybdeen (Mo) ug/l 5 152,5 300 1,4 ≤SW nikkel (Ni) ug/l 15 45 75 7,9 ≤SW zink (Zn) ug/l 65 432,5 800 19 ≤SW 3. Aromatische stoffen benzeen ug/l 0,2 15,1 30 0,14 ≤SW 0,14 ≤SW ethylbenzeen ug/l 4 77 150 tolueen ug/l 7 503,5 1000 0,14 ≤SW 0,070 1,2-xyleen ug/l som 1,3- en 1,4-xyleen ug/l 0,14 xylenen (som) ug/l 0,2 35,1 70 0,21 ≤SW styreen (vinylbenzeen) ug/l 6 153 300 0,14 ≤SW isopropylbenzeen (cumeen) ug/l 0,21 -aromatische oplosmiddelen (som) ug/l [150] 0,98 -4. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) naftaleen ug/l 0,01 35,005 70 0,014 ≤SW PAK’s (som 10) DIMSLS 1 0,00020 (para!) 5. Gechloreerde koolwaterstoffen a.

(vluchtige) chloorkoolwaterstoffen 0,14 ≤SW monochlooretheen (vinylchloride) ug/l 0,01 2,505 5 dichloormethaan ug/l 0,01 500,005 1000 0,14 ≤SW 1,1-dichloorethaan ug/l 7 453,5 900 0,14 ≤SW 1,2-dichloorethaan ug/l 7 203,5 400 0,14 ≤SW 0,070 ≤SW 1,1-dichlooretheen ug/l 0,01 5,005 10 cis-1,2-dichlooretheen ug/l 0,070 trans-1,2-dichlooretheen ug/l 0,070 1,2-dichlooretheen (som) ug/l 0,01 10,005 20 0,14 ≤SW 0,14 1,1-dichloorpropaan ug/l 1,2-dichloorpropaan ug/l 0,14 1,3-dichloorpropaan ug/l 0,14 dichloorpropanen (som) ug/l 0,8 40,4 80 0,42 ≤SW trichloormethaan (chloroform) ug/l 6 203 400 0,14 ≤SW 1,1,1-trichloorethaan ug/l 0,01 150,005 300 0,070 ≤SW 1,1,2-trichloorethaan ug/l 0,01 65,005 130 0,070 ≤SW trichlooretheen (Tri) ug/l 24 262 500 0,14 ≤SW 0,070 ≤SW tetrachloormethaan (Tetra) ug/l 0,01 5,005 10 tetrachlooretheen (Per) ug/l 0,01 20,005 40 0,070 ≤SW 7.

Overige stoffen minerale olie ug/l 50 325 600 35 ≤SW tribroommethaan (bromoform) ug/l – 315 630 0,14 -MonsterID Monsteromschrijving GP15-45411.001 Pb 1: 01 (200-300) GP15-45411.002 Pb 2: 02 (170-270) GP15-45411.003 Pb 3: 03 (150-250) Legenda's SW: Streefwaarde; TW: Tussenwaarde; IW: Interventiewaarde BW n: Botova Berekende Waarde; BTV n: Botova conclusie; SGS n: SGS toevoeging --: Geen toetsoordeel mogelijk; >SW: > Streefwaarde; ≤SW: <= Streefwaarde para!: Enkele parameters ontbreken in de berekening van de somfractie Additionele Info Als de BW waarde in groen is afgedrukt betreft dit een waarde kleiner dan de officiele rapportage grens SGS n bevat de BodemIndex, BI = (BW-AW)/(IW-AW). Als AW=IW: #DIV/0 Als waarde in kolom IW is afgedrukt met [] dan betreft dit een indicatief niveau voor ernstige verontreiniging

oktober 2015

SGS 1

0,0

GP15-45411.003 15-M7423 Pb 3 (1.5-2.5) Overschrijding SW MaxBI:0,2

BW 2 190 0,14 4,8 1,4 0,035 1,4 1,4 8,3 31

BTV 2 >SW ≤SW ≤SW ≤SW ≤SW ≤SW ≤SW ≤SW ≤SW

0,14 0,14 0,14 0,070 0,14 0,21 0,14 0,21 0,98

≤SW ≤SW ≤SW

SGS 2 0,2

MaxBI:0,4 BW 3 280 0,14 4,9 1,4 0,035 1,4 1,4 30 20

BTV 3 >SW ≤SW ≤SW ≤SW ≤SW ≤SW ≤SW >SW ≤SW ≤SW ≤SW ≤SW

≤SW ≤SW ---

0,14 0,14 0,14 0,070 0,14 0,21 0,14 0,21 0,98

0,014 0,00020

≤SW (para!)

0,014 0,00020

≤SW (para!)

0,14 0,14 0,14 0,14 0,070 0,070 0,070 0,14 0,14 0,14 0,14 0,42 0,14 0,070 0,070 0,14 0,070 0,070

≤SW ≤SW ≤SW ≤SW ≤SW

0,14 0,14 0,14 0,14 0,070 0,070 0,070 0,14 0,14 0,14 0,14 0,42 0,14 0,070 0,070 0,14 0,070 0,070

≤SW ≤SW ≤SW ≤SW ≤SW

35 0,14

≤SW --

35 0,14

≤SW --

≤SW

≤SW ≤SW ≤SW ≤SW ≤SW ≤SW ≤SW

0,0

SGS 3 0,4

0,3

≤SW ≤SW ---

≤SW

≤SW ≤SW ≤SW ≤SW ≤SW ≤SW ≤SW

0,0

21

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg

interpretatie resultaten grondwater peilbuis 1 (2.0-3.0 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de streefwaarde en/of detectiewaarde. peilbuis 2 (1.7-2.7 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 2 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. peilbuis 3 (1.5-257 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 3 bevat een verhoogd gehalte barium en nikkel (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten barium en/of nikkel (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 2 en 3 overschrijden de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) wordt in deze gevallen niet benaderd. Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen in het freatisch grondwater kan worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen o.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen.

Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate in het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden. De overige onderzochte stoffen zijn in het grondwater t.p.v. peilbuis 2 en 3 niet verhoogd gemeten t.o.v. de streefwaarde en/of detectiewaarde.

Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2-dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen.

oktober 2015

22

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan grond bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 (boring 1+4+5+10 t/m 14) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Bovengrondmengmonster MM2 (boring 6+15 t/m 19) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Bovengrondmengmonster MM3 (boring 7+8+21 t/m 25) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Bovengrondmengmonster MM4 (boring 3+9+26 t/m 30) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. ondergrond (0.4-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM5 (boring 1+4+5) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Ondergrondmengmonster MM6 (boring 2+6+7) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Ondergrondmengmonster MM7 (boring 3+8+9) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.

grondwater peilbuis 1 (2.0-3.0 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de streefwaarde en/of detectiewaarde. peilbuis 2 (1.7-2.7 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 2 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. Het verhoogd gemeten gehalte barium (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 2 overschrijdt de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) niet en geeft daardoor geen aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. peilbuis 3 (1.5-257 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 3 bevat een verhoogd gehalte barium en nikkel (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten barium en nikkel (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 3 overschrijden de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) niet en geven daardoor geen aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek.

oktober 2015

23

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Nieuwe Twentseweg nr. 3 te Luttenberg

Toetsing hypothese Op basis van de vooraf in paragraaf 2.4 gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieukundig onverdacht aangemerkt. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet geheel vrij is van bodemverontreiniging. Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie bevat plaatselijk verontreinigingen t.o.v. de streefwaarde. De plaatselijk verhoogd gemeten chemische verontreinigingen overschrijden de tussenwaarde niet en geven daardoor geen formele aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. De onderzoeksresultaten stemmen niet geheel overeen met de gestelde hypothese, de vooraf gestelde hypothese “onverdacht” dient formeel verworpen te worden. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er beïnvloeding van de bodemkwaliteit heeft plaatsgevonden. Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek conform de NEN 5707 maakt geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek.

Afwijkingen in de werkzaamheden Er hebben bij de uitvoering van veldwerkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen BRL SIKB 2001 en 2002.

Er hebben bij de uitvoering van analysewerkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen AS3000 en/of overige geldende analysemethoden.

Aanbevelingen Indien op de locatie, als gevolg van grondverzet, grond vrijkomt dienen de toepassingsmogelijkheden te worden vastgesteld aan de hand van het Besluit Bodemkwaliteit (besluit november 2007). Indien grond van het eigen terrein moet worden afgevoerd zal deze verwerkt dienen te worden conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit. De mogelijkheden hiertoe kunnen worden vastgesteld na overleg met de betrokken overheidsinstanties. Volledige duidelijkheid omtrent de bodemkwaliteitsklasse van vrijkomende grond wordt pas verkregen op basis van een partijkeuring conform het Besluit Bodemkwaliteit. Opgemerkt dient te worden dat de vertaalslag van verkennend bodemonderzoek naar hergebruik van grond volgens het Besluit Bodemkwaliteit, veelal, niet mogelijk is. In de meeste gevallen zijn aanvullende gegevens noodzakelijk, het bevoegd gezag (de gemeente waarin de grond wordt toegepast) kan hier uitsluitsel over geven. Indien het noodzakelijk is dat er grond afgevoerd moet worden van de locatie zal er een melding grondverzet gedaan moeten worden via het landelijk meldpunt: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=50d10475-f7b7-49fa-ba98-94ffbec0c413