CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de motivering_Bijlage 1 Ruimtelijk kwaliteitsplan

Raadsvergadering 16 april 2026, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen TAM-Omgevingsplan 10 Raarhoeksweg 47/47a/47b/47c Raalte, hamerstuk2.526 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ruimtelijk kwaliteitsplan Raalte, Raarhoeksweg 47

Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Omgevingsanalyse 4 3. Landschapstype 5 4. PNV

6

5. Beleid

7

6. Uitgangspunten landschapsplan 8 7. Onderbouwing landschapsplan 10 8. Aanleg en beheer

12

Colofon 13

2

1 Inleiding Voorliggend plan heeft betrekking op het perceel aan de Raarhoeksweg 47 in het buitengebied van Raalte. De gronden staan kadastraal bekend als gemeente Raalte, sectie U nummers 263, 264, 265, 266 en 267. Het projectgebied betreft een agrarisch bedrijfsperceel waar een agrarisch (voormalig melkvee) bedrijf in transitie aanwezig. Het huidige erf bestaat uit twee bedrijfswoningen, een bijgebouw, een ligboxenstal, een jongveestal, een loods en bijbehorende voorzieningen. Initiatiefnemer wenst het agrarische bedrijf te transformeren naar een multifunctioneel agrarisch bedrijf waarbij, naast agrarische bedrijfsactiviteiten, ook ruimte is voor kleinschalige verblijfsrecreatie en kennisoverdracht. Samengevat bestaat de ontwikkeling uit: • Het slopen van de jongveestal (circa 680 m2); • Het realiseren van 12 recreatiewoningen met een totaaloppervlakte van 547 m2; • Ombouw van de voormalige ligboxenstal naar een verwerkingsruimte voor groenteteelt (180 m2) en een educatieruimte (480 m2); • Het uitbreiden van de bestaande kweekkas van 150 m2 naar 500 m2; Een voorwaarde om deze ontwikkeling mogelijk te maken is dat voorzien wordt in een streekeigen landschappelijke inpassing.

Raalte

Afbeelding 1 Projectgebied ten opzichte van Raalte (Bron: Plattekaart)

BJZ.nu is gevraagd om een visie te geven op de inrichting van het perceel in de gewenste situatie, waar in voorliggend ruimtelijk kwaliteitsplan invulling aan wordt gegeven. Het voorliggende ruimtelijk kwaliteitsplan is gebaseerd op een analyse van het landschap. Daarnaast zijn de wensen van de initiatiefnemer in het plan verwerkt.

3

Afbeelding 2 Luchtfoto projectgebied (Bron: Pdokviewer)

2 Omgevingsanalyse Geomorfologie

Bodem

Dalvormige laagte Beekoverstromingsvlakte

Veldpodzolgronden; lemig fijn zand

Dekzandrug Dekzandvlakte Beekeerdgronden; lemig fijn zand

Dalvormige laagte

Het projectgebied ligt in een dekzandvlakte. Dekzand, afgezet tijdens stormen onder zeer koude omstandigheden, heeft op sommige plaatsen een zeer vlakke ligging. Mogelijk zijn een geringe invloed van water, vochtige omstandigheden bij de afzetting of een latere invloed van de mens (egalisatie) hiervoor verantwoordelijk geweest.

De bodem betreft een veldpodzolgrond. Dit zijn humuspodzolgronden zonder ijzerhuidjes en met een dunne humushoudende bovengrond. Dit bodemtype wordt veel aangetroffen in de jonge heideontginningen, gebieden die tot eind de 19e - begin 20e eeuw met heide waren bedekt (de woeste gronden).

Afbeelding 3 Geomorfologische kaart (Bron: Bodemdata)

Afbeelding 5 Bodemkaart (Bron: Bodemdata)

Hoogte

4,2 m

4,3 m

Grondwatertrappen

5,0 m

V

4,6 m 4,8 m 4,3 m

VI

VI III

3,7 m

III

4

Op de hoogtekaart zijn de relatief vlakke ligging van de dekzandvlakte goed zichtbaar. De naastgelegen beekoverstromingsvlakte en dekzandrug zijn zichtbaar door de respectievelijk lagere en hogere ligging. De hoogte ter plaatse van het projectgebied bedraagt circa 4,5 meter boven NAP.

Het projectgebied heeft grondwatertrap 5 en 6. De grondwaterstand ligt gemiddeld tussen de 175 cm en 30cm diep ten opzichte van het maaiveld. Dit betekent het een droog gebied is.

Afbeelding 4 AHN hoogtekaart (Bron: AHN-viewer)

Afbeelding 6 Grondwatertrappenkaart (Bron: Bodemdata)

3 Landschapstype

1870

1930

1970

2024

Het projectgebied ligt in het buitengebied van gemeente Raalte ten noorden van Raalte. In afbeelding 7 is de ontwikkeling van dit landschap in de omgeving van het projectgebied tussen 1870 en 2024 te zien. Het projectgebied ligt in een heideontginningslandschap. Lange tijd was een uitgestrekt heidegebied aanwezig, met plaatselijk opgaande beplanting. Door natuurlijke omstandigheden, vooral arme en droge bodems, waren deze gronden in eerste instantie niet geschikt voor landbouwgrond. Vaak werden de gronden gebruikt voor het steken van plaggen voor de bemesting van akkers en het weiden van vee. Onder invloed van verschillende maatschappelijke en economische factoren, is het overgrote deel van de heidevelden in Nederland uiteindelijk tussen 1850 en 1960 ontgonnen. Belangrijke factoren waren de invoering van kunstmest en de verdeling van de gronden onder de markegenoten met bijbehorende aanleg van wegen en watergangen. De heideontginningen kenmerken zich door hun rationele opzet, de duidelijke lijnen in het landschap en de grote regelmatige verkaveling. Erven liggen vaak aan de weg of iets verder van de weg op een kleine zandkop. Het gebied waarin het agrarisch bedrijfsperceel ligt is rond 1900 ontgonnen en in gebruik genomen.

Het gebied kenmerkt zich door de rechte wegen die als ontginningsassen toegang gaven tot het achterliggende gebied, vanwaar heide werd omgezet in grasland of bos. Door latere schaalvergroting zijn de meeste houtwallen op kavelgrenzen verdwenen.

5

Afbeelding 7 Historische kaarten (Bron: Topotijdreis)

4 PNV Aan de hand van het bodemtype en het grondwaterniveau kan de potentiële natuurlijke vegetatie (PNV) worden bepaald. Dit is de vegetatie die op de locatie voor zou komen zonder menselijk ingrijpen of rampen.

De gronden rondom het projectgebied bieden van nature een goede basis voor de volgende beplanting: Ilex aquifollium

Hulst

Op basis van de analyse van de natuurlijke ondergrond is het bijpassende bostype voor het projectgebied bepaald.

Alnus glutinosa

Zwarte els

Quercus robur

Zomereik

Betula pubescens

Zachte berk

Sorbus aucuparia

Wilde lijsterbes

Populus tremula

Ratelpopulier

Betula pendula

Ruwe berk

Prunus padus

Vogelkers

Corylus avellana

Hazelaar

Crataegus monogyna

Eenstijlige meidoorn

Viburnum opulus

Gelderse roos

Voor het projectgebied is dat het bostype ‘Elzen-Eikenbos’. Bij de plantkeuze verdient het de voorkeur om aan te sluiten bij de vastgestelde PNV. Door in het projectgebied gebruik te maken van de plantensoorten die passen bij deze natuurlijke ondergrond, wordt zwak plantmateriaal voorkomen.

6

5 Beleid Landschapsontwikkelingsplan Salland

Het projectgebied ligt in het deelgebied 'dekzandvlaktes' .

Toekomstbeeld dekzandvlak-

Visie op dit gebied: Dit gebied vormt de oorspronkelijke overgang van het oude naar het jonge dekzandlandschap. Het is een oud dekzandlandschap dat onder sterke invloed stond van kwel uit de Sallandse heuvelrug. Het gebied is in de 20e eeuw ontgonnen wat heeft geresulteerd in een uitgesproken ontginningslandschap. Het ruimtelijk beeld van het gebied wordt voornamelijk bepaald door de karakteristieke lanen langs de wegen en de aanwezigheid van de landbouw. Er wordt ingezet op het versterken van het lanenstelsel. Doorgaande structuren zoals het Overijssels Kanaal en de (doorgaande) wegen passen zich aan deze karakteristiek aan: laanbeplanting past hierin. Op de hogere gronden zijn in het verleden essencomplexen en kampen (eenmansesssen) ontstaan. Ten oosten van Raalte en rondom Heeten komen deze escomplexen veelvuldig voor. Door het verdwijnen van randbeplanting rondom de essen zijn de complexen minder herkenbaar geworden. Een opmerkelijk gebied is de Luttenberg, dit is een uitloper van de stuwwal van de De structuur van een erf in de jonge Sallandse heuvelrug met een uitgesproken reliëf. landschappen is rechtlijnig en gericht Het landschapsbeleid is gericht op het behouden en versterk en van de karakteristieken. In het onderstaande schema is een gewenst toekomstbeeld geschetst van het landschap van de dekzandvlaktes.

Landschappelijke karakteristiek: • Open ruimtes omsloten door rechte wegen; • Erven met rationele opzet gekoppeld aan wegen; • Bebouwing gericht op weg; • Weg- en erfbeplantingen zijn belangrijkste ruimtevormende elementen; • Doorgaande structuren (weg/kanaal) passen zich aan omgeving aan, variatie open/gesloten • Erfbeplantingen langs lanen zijn rationeel en kennen heldere overgang van erf naar landschap (door middel van bijvoorbeeld een haag); • Blokvormige verkaveling; • Rationele bosblokken.

1

Afbeelding 10 Landschapsontwikkelingsplan Salland

6 Uitgangspunten landschapsplan Uitgangspunten Uitgangspunten initiatiefnemer: • Het slopen van de jongveestal (circa 680 m2); • Het realiseren van 12 recreatiewoningen met een totaaloppervlakte van 547 m2; • Ombouw van de voormalige ligboxenstal naar een verwerkingsruimte voor groenteteelt (180 m2) en een educatieruimte (480 m2); • Het uitbreiden van de bestaande kweekkas van 150 m2 naar 500 m2; Uitgangspunten gemeente Raalte: • Het erf dient ingepast worden conform de kenmerken van de dekzandlaagtes: • Rationeel opgezet erf; • Blokvormige verkaveling; • Erfbeplantingen langs lanen zijn rationeel en kennen heldere overgang van erf naar landschap (door middel van bijvoorbeeld een haag); • Er dient gebruik te worden gemaakt van streekeigen soorten.

Legenda 1.Bestaande woning 2.Bestaand bijgebouw 3.Ligboxenstal omzetten naar educatieruimte (480 m2) en verwerkingsruimte groenteteelt 4.Bestaande schuur gebruiken als strostal voor 30 zoogkoeien/jongvee en werktuigenberging 5. Parkeren educatieruimte, omzoomd met haag 6. Parkeren recreatiewoningen 7Zoekgebied 12 recreatiewoningen vanin totaal 547 m2 8.Groenstructuur versterken rationele rechtlijnige verkaveling. Groene omzoming, waarbij zichtlijnen naar achterland mogelijk blijven. 9.Gebintenwerk behouden en laten overgroeien 10.Ontsluitingsroute achterliggende agrarische percelen

10

11.Te slopen jongveestal

7

8 6 4

11

5 9

1 3 2

1

8

Legenda 1 Haag Lengte van de haag: 70 m1 = 280 stuks Plantwijze: enkele plantrij, 4 stuks/m1 Leveringskwaliteit plantmateriaal: bosplantsoen 80-120 cm Sortiment: Crataegus laevigata Tweestijlige Meidoorn of Fagus sylvatica Beuk 2 Bomen Alnus glutinosa, Zwarte els Aanplantmaat 16/18 (stamomtrek) Aantal: vijf stuks. 3 Aanplant struweel Sortiment: 20% Prunus spinosa (Sleedoorn) 20% Sorbus aucuparia (Wilde lijsterbes) 20% Viburnum opulus (Gelderse roos) 10% Corylus avelana (Hazelaar) 20% Rahmnus frangula (Vuilboom) 10% Euonymus europaeus (Wilde kardinaalsmuts) Soorten gemengd planten, niet opeenvolgend. Te beplanten oppervlakte: circa 1353 m2 Plantwijze: plantverband 1,5 x 1,5 meter in driehoeksverband Leveringskwaliteit plantmateriaal: bosplantsoen 80-100cm 4 Aan te planten bomen 30% Alnus glutinosa Els 30% Betula pendula Ruwe berk 40% Quercus robur Inlandse eik Aantal: 20 stuks met min. 8 m onderlinge afstand Aanplantmaat: 16-18cm (stamomtrek) 5 Aanleg retentievijver Oppervlakte circa 188 m2

4

3 5 4

7 4

4

3

3 1

3

2

2

9

7 Onderbouwing landschapsplan In het landschapsplan wordt op twee aspecten ingegaan, namelijk: de erfinrichting en de groenstructuren. De erfinrichting gaat in op de situering van de bebouwing op het erf en de groenstructuren gaat in op de passende beplanting op het erf.

inheemse struiken en bomen. Naast dat dit past binnen de kenmerken van het landschap, draagt deze begroeiing bij aan de biodiversiteit, biedt schaduw en zorgt voor een natuurlijke afscherming tussen het recreatieterrein en het omliggende landschap.

Kenmerken landschapsplan

Beeldkwaliteit recreatiewoningen

Het erf en het omliggende landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De ligging en vormgeving van een erf worden grotendeels bepaald door de bodemopbouw en het karakter van het landschap. Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt zorgvuldig aangesloten bij de karakteristieke indeling van het erf, passend binnen het bestaande landschap.

Erfinrichting

Met de voorgenomen ontwikkeling blijft de karakteristieke opbouw van het agrarisch erf behouden. De woningen bevinden zich aan de voorkant met daarachter de schuren. De landschapsontsierende jongveestal zal gesloopt. Enkel het gebintenwerk van het voorste deel van de schuur blijft in stand als referentie naar deze schuur. Deze krijgt een groene aankleding door deze te laten overgroeien met klimplanten. De huidige ligboxenstal zal intern worden verbouwd tot een educatieen verwerkingsruimte. Dit doet geen afbreuk aan de opbouw van het erf. Om in de bijbehorende parkeerbehoefte te kunnen voorzien wordt op de locatie van de huidige, te slopen, jongveestal een parkeerkoffer gerealiseerd. Om deze uit het zicht te ontnemen en een groene aankleding te geven, wordt deze omzoomd door een haag. De bestaande loods aan de noordzijde van het erf zal in gebruik worden genomen voor het houden van rundvee. Daarmee houdt het erf een agrarisch karakter. Het nieuw te realiseren verblijfsrecreatieve concept krijgt een plek aan de achterzijde van het erf. Dit betreft een ondergeschikte plek op het erf, uit het zicht, zodat geen afbreuk wordt gedaan aan de agrarische uitstraling van het erf. De recreatiewoningen worden zodanig gepositioneerd dat deze aansluiten op de rationele rechtlijnige structuur van het erf.

De positie en uitstraling van deze recreatiewoningen is verder uitgewerkt in de beeldkwaliteitsparagraaf. Achter de bestaande loods, aansluitend op het recreatieterrein, is parkeerruimte gereserveerd. De parkeerruimte is te bereiken via de bestaande toegangsweg.

Landschappelijk Het huidige erf kent al diverse elementen die aansluiten op het gewenste landschappelijke beeld voor een agrarisch erf. Zo is het voorerf voorzien van diverse hagen en is op het voorerf een fruitboomgaard aanwezig. Ook is op het erf een boomgroep aanwezig, welke aansluit bij de maat en schaal van de bebouwing en een silhout vormen.

10

Om de rationele, rechtlijnige opzet van het erf te versterken en zodoende aan te sluiten bij de kenmerken van erven in de dekzandlaagtes, wordt het nieuwe recreatietrein omzoomd door

De recreatiewoningen kunnen bij recht een gezamenlijk bebouwd oppervlak krijgen van 547 m².

Postionering • De recreatiewoningen volgen de rechtlijnige, rationele structuur van het erf. Dit wordt bereikt door de woningen langs de nieuw te realiseren houtsingel te plaatsen; • Recreatieverblijven krijgen een onderlinge afstand van minimaal 6 meter. Massa en vormgeving • De massa’s zijn nevengeschikt aan elkaar; • De gebouwen bestaan uit één bouwlaag met kap; • De maximale goot- en bouwhoogte bedragen respectievelijk 3,5 meter en 6 meter. Gevelopbouw • De architectuur van de recreatiewoningen dient bescheiden van karakter te zijn; • Bij de recreatiewoning is toepassing van robuuste vormen, zoals spanten, heldere vooral gesloten dakvlakken etc. beeldbepalend. • Eerlijke en natuurlijke materialen, zoals hout, zink en riet; • Kleurstelling wordt gedomineerd door ingetogen tinten: naturel, bruin, grijs en zwart; Materiaal, kleurgebruik, detaillering • Overwegend traditioneel, natuurlijk en streekeigen materiaalgebruik met gedekte kleuren, die de sfeer en het karakter van een agrarisch ensemble ondersteunen; • Daken: donkere gebakken pannen, leisteen, een rieten afdekking, incidenteel zink en sedum, of een combinatie van deze materialen. Geglazuurde dakpannen zijn uitgesloten; • Felle kleuren en glimmende materialen zijn uitgesloten; • Terughoudend gebruik van details; detaillering dient sober/subtiel maar zorgvuldig vormgegeven te zijn, passend bij een agrarisch ensemble.

• Details als kozijnen worden ook in gedekte, donkere kleuren uitgevoerd, zodat ze één worden met de massa en gevel. • Bij toepassing van zonnepanelen in het dak, dienen deze in het vlak te worden geplaatst in samenhang met een donkere tint dakpannen, zodat één gesloten vlak ontstaat.

Sfeerbeelden

11

8 Aanleg en beheer Algemene aanplantinstructie

Beheer

Specifieke aanplantinstructie

Boom Beheer is bij een solitaire boom niet of nauwelijks nodig. Door middel van een visuele beoordeling kan worden bekeken of onderhoudssnoei noodzakelijk is. Het verdient aanbeveling om regelmatig zogeheten zuigers, schurende takken en dood hout te verwijderen. Snoeien kan over het algemeen in de wintermaanden, met uitzondering van haagbeuk, walnoot, wilde paardenkastanje, esdoorn en berk.

Het aanplanten van een landschapselementen kan plaats vinden tussen (half) november en (half) maart, mits het niet vriest.

Boom Voor het aanplanten is een ruim plantgat noodzakelijk waarin de wortels zich wijd kunnen uitspreiden. Het plantgat dient daarom ongeveer een afmeting te hebben van 70x70x70cm groot. Spit na het graven de bodem van het plantgat los. Struweel Houd rekening met het type bodem en kies daar de soorten bomen en struiken op uit. Veel verschillende soorten, geeft meer diversiteit in het element. Haag Voor het ontwikkelen van een dichte haag is de aanplant van 1 rij met bosplantsoen voldoende, meer rijen mag ook. Per strekkende meter kunt u 4 stuks bosplantsoen aanplanten. Graaf voor het planten een sleuf, die diep en breed genoeg is om de wortels van het plantgoed er ruim in te leggen. Eventueel kunt u een draad spannen als hulpmiddel bij het graven van de plant- sleuf. Sluit de plantsleuf na aanplant weer af met aarde.

12

Struweel Na ongeveer 5 – 6 jaar zullen de takken in de heesterrand elkaar gaan raken en dient er waar nodig gesnoeid en gedund worden. Na tien jaar is de eerste keer onderhoud noodzakelijk. Dit kan door middel van gefaseerd hakhoutbeheer. Haag De beste snoeiperiode is eind februari of begin maart.

Colofon

Project: Raalte, Raarhoeksweg 47 Auteur: BJZ.nu Datum: Oktober 2025 Status: Concept

www.bjz.nu 0546 434 466 info@bjz.nu

Vestiging Almelo Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo

13

Vestiging Zwolle Dr. van Wiechenweg 2 8025 BZ Zwolle

Vestiging Utrecht Wattbaan 51 3439 ML Nieuwegein

Vestiging Groningen Helperpark 284 9723 ZA Groningen

1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=14b52609-87c8-4849-bacb-75ee892efc33