Bijlagen bij de motivering 9 Nader soortenonderzoek steenuil
Tekst van het document
Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Pereland te Broekland
Status van het document:
Definitief Datum:
24-04-2025
Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer Klant Auteur Controleur Datum
Handelsregister 30129769 Aanvullend ecologisch onderzoek 51027001-001 gemeente Raalte Jelle Moens Lobke van Wijk 24-04-2025
2/16
Inhoudsopgave 1 2
Inleiding ......................................................................................................................... 4 Gebiedsbeschrijving ...................................................................................................... 5 2.1 Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ................................................. 5 2.2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie ................................................... 6
3 4 5
Resultaten voorgaand onderzoek ................................................................................. 7 Onderzoeksmethodiek .................................................................................................. 7 Onderzoeksresultaten ................................................................................................... 8 5.1 Steenuil ............................................................................................................... 8 5.2 Egel ................................................................................................................... 10
6
Toetsing aan wet- en regelgeving ............................................................................... 11 6.1 Steenuil ............................................................................................................. 11 6.2 Egel ................................................................................................................... 11
7
Conclusies en aanbevelingen ..................................................................................... 12
Bijlages Geraadpleegde bronnen ............................................................................................. 13 Verklarende woordenlijst ............................................................................................. 14
3/16
1
Inleiding
Sweco heeft van de gemeente Raalte opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvullend ecologisch onderzoek aan de Pereland te Broekland.
Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen plannen voor het realiseren van een nieuwbouwwoningen.
Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de resultaten van de quickscan natuurwaarden die Econsultancy part of Sweco in mei 2024 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 25294.001, D1).
Sweco | Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Pereland te Broekland Projectnummer 51027001-001 Datum 24-04-2025
Versie D1 4/16
2
Gebiedsbeschrijving
2.1
Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving
De onderzoekslocatie (± 7.495 m²) ligt aan de Pereland in Broekland. In figuur 2.1 is de onderzoekslocatie weergegeven.
Figuur 2.1
Topografische ligging van de onderzoekslocatie.
De onderzoekslocatie betreft een grasveld, waarin een aantal bomen staan aangeplant. De onderzoekslocatie wordt aan de zuidkant begrensd door de Pereland en aan de oostkant door de Horstweg. Langs de Horstweg bevinden zich laanbomen. Ten westen bevindt zich al gerealiseerde nieuwbouw. Ten noorden en in de wijdere omgeving van de onderzoekslocatie bestaat uit agrarisch landschap.
Sweco | Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Pereland te Broekland Projectnummer 51027001-001 Datum 24-04-2025
Versie D1 5/16
2.2
Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie
De initiatiefnemer is voornemens nieuwbouwwoningen op de onderzoekslocatie te realiseren. De toekomstige inrichtingsplannen zijn opgenomen in figuur 2.2. Met de nieuwe plannen zal in het westen van de onderzoekslocatie een wadi met een aantal parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Te midden van de onderzoekslocatie zullen nieuwbouwwoningen en parkeerplaatsen gerealiseerd worden. De haag langs de Horstweg zal blijven bestaan. Het fietspad gelegen langs de Horstweg zal worden weggehaald en zal groen ingericht worden. In het noorden van de onderzoekslocatie zal een wadi/honden speelveld gerealiseerd worden. Verspreid over de onderzoekslocatie zullen nieuwe bomen worden aangeplant.
Figuur 2.2
Nieuwbouwplan ’t Broek fase 5 (Gemeente Raalte, 2025).
Sweco | Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Pereland te Broekland Projectnummer 51027001-001 Datum 24-04-2025
Versie D1 6/16
3
Resultaten voorgaand onderzoek
Uit de quickscan blijkt dat, om de effecten van de ingreep volledig te kunnen toetsen aan de Omgevingswet, er op sommige punten meer informatie is benodigd: Ten aanzien van de steenuil dient er een nader onderzoek uitgevoerd te worden naar aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied. Ten aanzien van de egel dient er indien de hagen verwijderd worden een mitigatie plan voor deze soort opgesteld te worden en een omgevingsvergunning te worden aangevraagd.
4
Onderzoeksmethodiek
Steenuil Voor het onderzoek naar de aanwezigheid van de steenuil zijn in de periode 15 februari tot 15 april een drietal avondbezoeken uitgevoerd, waarbij tussen het eerste en laatste veldbezoek een maand tijd heeft gezeten. Inventarisatie heeft tijdens goede weersomstandigheden en in een geschikte biotoop plaatsgevonden. Het onderzoek is uitgevoerd worden in de avondschemer, vanaf een halfuur na zonsondergang, tot 2 uur hierna. Hierbij is gebruik gemaakt van geluidsnabootsing en een warmtebeeldcamera. De inventarisatiemethode is overeenkomstig met de methode die opgesteld is door het Netwerk Groene Bureaus (Soortinventarisatieprotocollen, versie 2017). Tabel 4.1 bevat een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken.
Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van steenuil gunstig. De windsnelheid was bij allerondes 0 Bft. en er was geen sprake van neerslag.
Tabel 4.1
Omstandigheden aanvullend onderzoek steenuil.
Datum
Tijd
Temperatuur
Weersomstandigheden
17 februari 2025
17:50 - 20:17
1 oC
0 Bft, droog, helder
4 maart 2025
18:50 - 20:50
7 oC
0 Bft, droog, bewolkt
17 maart 2025
19:10 - 21:10
5 oC
0 Bft, droog, helder
Egel Het onderzoek naar de egel is gedaan door middel van een habitatbeoordeling en leefgebiedsanalyse waarin alle potentiële rust- en voortplantingsplaatsen in kaart zijn gebracht. Hierbij is gekeken naar aanwezige functies als dekking, schuilplaatsen, nestplaatsen verbindingsroutes/wildwissel en rustplaatsen op de onderzoekslocatie alsook de omgeving.
Sweco | Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Pereland te Broekland Projectnummer 51027001-001 Datum 24-04-2025
Versie D1 7/16
5
Onderzoeksresultaten
5.1
Steenuil
Ten zuiden van de onderzoekslocatie op een afstand van circa 50 meter en 150 meter zijn tijdens de veldbezoeken 2 steenuilen waargenomen die naar elkaar aan het roepen waren. Gezien het territorium van steenuilen deels kan overlappen maar dit vaak niet volledig overlapt (BIJ12, 2023), is het aannemelijk dat het hier over een koppel gaat en dit één territorium betreft. Hiernaast is er een steenuil waargenomen op circa 325 meter ten noorden van de onderzoekslocatie (figuur 5.1).
Figuur 5.1
Verspreiding van de steenuil op basis van inventarisatie in het seizoen 2025.
Steenuilen foerageren binnen 100 tot zo’n 300 meter vanaf de nestlocatie (Van Nieuwenhuyse, D., van Harxen, R., Johnson, D. H., & De Raedt, J., 2023). Op basis van een theoretische benadering, waarbij een homerange van 300 meter, wordt gehanteerd, valt de onderzoekslocatie binnen het territorium van de steenuil. Met de voorgenomen ingreep zal er circa 6060 m 2 aan foerageergebied voor de steenuil verdwijnen (figuur 5.2). Dit betreft het territorium van het koppeltje ten zuiden van de onderzoekslocatie. De waarneming van de steenuil ten noorden ligt buiten de invloedssfeer van het planvoornemen.
Binnen het territorium zijn geschikte foerageerplekken in kaart gebracht. Voor het bepalen van bejaagbaar gebied is gekeken naar de aanwezigheid van elementen vanwaar de steenuil jaagt: weidepaaltjes, hagen en bomen. Rondom deze elementen is een afstand van 20 meter aangehouden als bejaagbaar terrein (figuur 5.2).
Sweco | Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Pereland te Broekland Projectnummer 51027001-001 Datum 24-04-2025
Versie D1 8/16
Figuur 5.2
Territorium steenuil Broekland.
Het territorium omvat zo’n 28,27 ha waarvan circa 8,5 ha bejaagbaar gebied. Met de voorgenomen ingreep zal er circa 0,6 ha aan bejaagbaar gebied voor de steenuil vervallen.
Sweco | Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Pereland te Broekland Projectnummer 51027001-001 Datum 24-04-2025
Versie D1 9/16
5.2
Egel
De egel is een zeer algemene soort die in vrijwel elk landschap in Nederland voorkomt. Tuinen, struweel, bosranden en loofbos vormen zeer geschikt leefgebied voor de egel. Zolang er genoeg groene ruimte en beschutting aanwezig is, zal de egel zich al snel kunnen handhaven in een gebied. De grootte van het leefgebied verschilt per biotoop, van enkele hectares in bosgebied tot 30 hectare in open landschappen. Egels hebben min of meer een vast leefgebied, de grootte hiervan verschilt per geslacht. Toch kennen ze niet een ‘territorium’ die verdedigd moet worden tegen soortgenoten. Egels leven voornamelijk van ongewervelde dieren zoals slakken, wormen en insecten. Ook eten ze kleine hoeveelheden plantaardig voedsel zoals bessen (Zoogdiervereniging, 2024).
Er is geen soortspecifiek onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de egel op de planlocatie. In het onderzoeksgebied bieden de haag langs de Horstweg en de haag die de bomengaard omheind geschikte vaste rust- of verblijfplaatsen voor de egel. Met de voorgenomen ingreep zal de haag langs de Horstweg blijven bestaan. De haag die de boomgaard omheind zal met de voorgenomen ingreep wel verdwijnen. Het is aannemelijk dat er meerdere verblijfplaatsen van de egel aanwezig zijn in deze dichte begroeiing op de onderzoekslocatie. Op basis van de soortecologie en het oppervlak van de planlocatie wordt ingeschat dat er op de planlocatie maximaal 2 volwassen egels voorkomen.
Er is een analyse uitgevoerd om de oppervlakte van geschikt habitat voor de egel in kaart te brengen dat verloren gaat door de huidige planvoornemens. Dit betreft ongeveer 145 m 2 aan dichte begroeiing die als geschikt wordt aangemerkt (figuur 5.3).
Figuur 5.3
Met het huidige planvoornemen verdwijnt er circa 145 vierkante meter aan geschikt leefgebied voor de egel.
Sweco | Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Pereland te Broekland Projectnummer 51027001-001 Datum 24-04-2025
Versie D1 10/16
6
Toetsing aan wet- en regelgeving
6.1
Steenuil
De steenuil valt onder het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn ondergebracht in paragraaf 11.2.2 (Bal). Het is verboden de voortplantings- en rustplaatsen te beschadigen of te vernielen en de nesten mogen niet worden weggenomen. Het foerageergebied van de steenuil valt onder het functionele leefgebied en draagt bij aan het functioneren van de nestlocatie.
Als gevolg van de voorgenomen plannen voor het realiseren van nieuwbouw woningen op de onderzoekslocatie is overtreding van artikel 11.37, lid 1 (Bal) van de Omgevingswet ten aanzien van de steenuil niet te voorkomen. Er zijn maatregelen benodigd om de functionaliteit als foerageergebied voor de steenuil te allen tijde te behouden. Er dienen maatregelen genomen te worden zoals het aanbrengen van permanente en tijdelijke voorzieningen om het foerageergebied voor de steenuil te behouden. De maatregelen dienen uitgewerkt te worden in een ecologisch activiteitenplan en ter goedkeuring voorgelegd te worden aan het bevoegd gezag via het aanvragen van een omgevingsvergunning. Deze maatregelen zijn niet opgenomen in deze rapportage.
6.2
Egel
De egel is een beschermde inheemse diersoort. Volgens artikel 11.54, eerste lid, onder a (Bal) is het verboden de egel opzettelijk te doden of te vangen. Volgens artikel 11.54, eerste lid is het verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de egel opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Bij het verwijderen van de haag om de boomgaard heen van de egel zijn maatregelen nodig om de functionaliteit van het lokale leefgebied voor de soort te behouden. Hiermee kan worden voorkomen dat de staat van instandhouding van de lokale populatie wordt aangetast. Omdat er circa 145 m2 aan geschikt leefgebied voor de egel verdwijnt, is een vergunning flora- en fauna-activiteit van de Omgevingswet nodig om de functionaliteit van een vaste voortplantings- of rustplaats te beschadigen of te vernielen. Deze maatregelen dienen te worden opgenomen in een mitigatieplan voor de egel. Deze maatregelen zijn niet opgenomen in de huidige rapportage.
Sweco | Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Pereland te Broekland Projectnummer 51027001-001 Datum 24-04-2025
Versie D1 11/16
7
Conclusies en aanbevelingen
Sweco heeft in opdracht van de gemeente Raalte een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd aan de Pereland in Broekland.
Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen plannen voor het realiseren van nieuwbouwwoningen op de onderzoekslocatie.
Voorgenomen ingreep De initiatiefnemer is voornemens nieuwbouwwoningen op de onderzoekslocatie te realiseren. Met de nieuwe plannen zal in het westen van de onderzoekslocatie een wadi met een aantal parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Ten midden van de onderzoekslocatie zullen nieuwbouwwoningen en parkeerplaatsen gerealiseerd worden. De haag langs de Horstweg zal blijven bestaan. Het fietspad gelegen langs de Horstweg zal worden weggehaald en zal groen ingericht worden. In het noorden van de onderzoekslocatie zal een wadi/honden speelveld gerealiseerd worden. Verspreid over de onderzoekslocatie zullen nieuwe bomen worden aangeplant.
Functie onderzoekslocatie voor beschermde soorten
Steenuil Tijdens het veldbezoek is er ten zuiden van de onderzoekslocatie een koppelsteenuilen waargenomen. Op de onderzoekslocatie zijn geen nestlocaties van de soort aanwezig en hier zijn ook geen roestplaatsen van deze soort aanwezig. Echter biedt de onderzoekslocatie wel geschikt foerageergebied voor deze soort. Dit foerageergebied is onderdeel van het essentiële leefgebied van dit steenuilen paar. De onderzoekslocatie biedt een beschermde functie aan de steenuil.
Egel De haag die de boomgaard omheind biedt geschikte rust- en verblijfplaatsen voor de egel. De onderzoekslocatie bied een beschermde functie voor de egel.
Conclusie Voor beide de steenuil en de egel zullen maatregelen getroffen moeten worden om de beschermde functie van de onderzoekslocatie voor deze soorten te behouden. De maatregelen dienen uitgewerkt te worden in een ecologisch activiteitenplan en ter goedkeuring voorgelegd te worden aan het bevoegd gezag via het aanvragen van een omgevingsvergunning. Deze aanvullende maatregelen en de omgevingsvergunning geen onderdeel uitmaken van onderhavige rapportage.
Sweco | Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Pereland te Broekland Projectnummer 51027001-001 Datum 24-04-2025
Versie D1 12/16
Bijlages Geraadpleegde bronnen BIJ12 (2023). Kennisdocument steenuil. content/uploads/2023/11/Kennisdocument-Steenuil.pdf
Opgehaald
van https://www.bij12.nl/wp-
Van den Bremer L., van Harxen R. & Stroeken R. 2009. Terreingebruik en voedselkeus van broedende Steenuilen in de Achterhoek. SOVON-Onderzoeksrapport 2009/02. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Beek-Ubbergen.
Van Harxen R. et al. 2014. Reproductieonderzoek aan de steenuil in de Achterhoek en Liemers in de periode 1979—2014. Uilen 5: 12-29.
Van Nieuwenhuyse, D., van Harxen, R., Johnson, D. H., & De Raedt, J. (2023). In The Little Owl: Population Dynamics, Behavior and Management of Athene noctua (pp. i–ii). half-title-page, Cambridge: Cambridge University Press.
Veldman, J., Troost, C. & Klink, A. (2021). Brochure soortenbescherming in Overijssel: bunzing, egel, hermelijn en wezel. Provincie Overijssel, Zwolle.
Zoogdiervereniging (z.d.) Zoogdiersoorten. 22 april 2025 van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten
Sweco | Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Pereland te Broekland Projectnummer N/A Datum 24-04-2025
Versie
Documentreferentie 51027001-001 Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Pereland in Broekland
Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een vergunningssaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of voortplantingsplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen.
Broedseizoen Voor het broedseizoen staat in de wet geen vaste periode. De looptijd verschilt per soort en varieert per jaar. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart 1 september.
Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring.
Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/NNN hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/NNN, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied.
Foerageergebied Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt.
Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied).
Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of voortplantingsplaats te behouden. Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen.
Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype.
Habitat
Sweco | Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Pereland te Broekland Projectnummer N/A Datum 24-04-2025
Versie
Documentreferentie 51027001-001 Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Pereland in Broekland
Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten.
Kraamkolonie De kraamkolonie bestaat uit alle vruchtbare vrouwtjes binnen een kolonie vleermuizen een kraamkolonie bestaat uit meerdere kraamgroepen.
Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren.
Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied. Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap.
Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren.
Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen.
Omgevingsvergunning Het onderdeel soortbescherming onder de Omgevingswet heeft als om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Omgevingswet een aantal schadelijke handelingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een omgevingsvergunning benodigd zijn. Een omgevingsvergunning is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt.
Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken.
Sweco | Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Pereland te Broekland Projectnummer N/A Datum 24-04-2025
Versie
Documentreferentie 51027001-001 Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Pereland in Broekland
Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen.
Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Omgevingswet. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten.
Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Omgevingswet significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen.
Voortplantingsplaats of rustplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Omgevingswet omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is. Dit is soortafhankelijk.
Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden.
Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen.
Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door groepjes vrouwtjes en jongen gebruikt, in de kraamperiode door individuele mannetjes.
Sweco | Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Pereland te Broekland Projectnummer N/A Datum 24-04-2025
Versie
Documentreferentie 51027001-001 Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Pereland in Broekland