CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de motivering 7 Aanvullend ecologisch onderzoek

Raadsvergadering 10 juli 2025, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen TAM-omgevingsplan 6 Lierderholthuis fase 3 (hamerstuk)2.201 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAPPORTAGE aanvullend ecologisch onderzoek Molenerven Lierderholthuis

Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Molenerven, Lierderholthuis Opdrachtgever

Gemeente Raalte Zwolsestraat 16 8101 AC Raalte

1

Rapportnummer

25318.002

Versienummer

D1

Status

Definitief

Datum

28 augustus 2024

Opsteller1

De heer J.A.S. Moens, MSc

Kwaliteitscontrole

De heer J.G. Boogaard, BSc

Vrijgave

In onze rapportages wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. Conform protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem wordt het rapport aantoonbaar vrijgegeven.

KWALITEITSZORG Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus die werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en die de belangen behartigt van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NENEN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Daarnaast staat veilig werken bij Econsultancy voorop en zijn we gecertificeerd voor VCA*. BETROUWBAARHEID Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van soorten. De gebruikte informatie omtrent verspreiding van soorten is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.

Al onze rapportages worden opgesteld conform de ‘Handreiking omgaan met AVG in bodemonderzoeken’ opgesteld door de VKB (29 juni 2022). Hiermee voldoet de rapportage aan de eisen die de wet en NEN normen ons stellen en wordt tevens voldaan aan de AVG. In het kader van de AVG dient, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, bijlagen met kadastrale uittreksels en namen van opdrachtgevers, door de publicerende instantie, verwijderd dan wel zwart gelakt te worden. GELDIGHEID ONDERZOEK In het algemeen kan gesteld worden dat een quickscan geldig is voor een periode van 2 tot 3 jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Omgevingswet, dan wel inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan 3 jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van de quickscan opnieuw te toetsen.

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................................. 1

2

GEBIEDSBESCHRIJVING .............................................................................................................................. 2 2.1 2.2

Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................................ 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie .............................................................................. 2

3

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK .................................................................................................. 3

4

ONDERZOEKSMETHODIEK ......................................................................................................................... 3

5

ONDERZOEKSRESULTATEN ........................................................................................................................ 4

6

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING.................................................................................................... 5

7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN............................................................................................................. 6

25318.002

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van de gemeente Raalte opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvullend ecologisch onderzoek aan de Molenerven te Lierderholthuis. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een omgevingsvergunning en ontwikkeling van woongelegenheid in Lierderholthuis. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de resultaten van de quickscan natuurwaarden die Econsultancy in 8 mei 2024 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 25318.001 D2). Econsultancy is lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen.

25318.002 versie D1

1/6

2

GEBIEDSBESCHRIJVING

2.1 Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving De onderzoekslocatie (± 7.495 m²) ligt aan de Molenerven te Lierderholthuis. In figuur 2.1 is de onderzoekslocatie weergegeven.

Figuur 2.1 Luchtfoto van de onderzoekslocatie.

De onderzoekslocatie bestaat uit een agrarisch perceel. De onderzoekslocatie is gelegen op de grens van de bebouwde kom van Lierderholthuis en het buitengebied hiervan. Ten noorden van dit perceel is ten tijden van het veldbezoek droogstaande greppel gelegen. Dit desondanks de vele regenval en hoge waterstand in deze periode. Ten zuiden en oosten van de onderzoekslocatie bevindt zich de bebouwde kom van Lierderholthuis. De directe omgeving bestaat uit agrarisch landschap.

2.2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie De initiatiefnemer is voornemens een nieuwbouwwijk te realiseren op de onderzoekslocatie. Ten tijden van het schrijven van dit rapport zijn de voorgenomen inrichting van de onderzoekslocatie nog niet bekend.

25318.002 versie D1

2/6

3

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK

Uit de quickscan blijkt dat, om de effecten van de ingreep volledig te kunnen toetsen aan de Omgevingswet er op sommige punten meer informatie is benodigd: op de onderzoekslocatie dient er een aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden naar aanwezigheid van de teunisbloempijlstaart.

4

ONDERZOEKSMETHODIEK

Voor het onderzoek naar de teunisbloempijlstaart is eenmaal een inventarisatieronde uitgevoerd in de periode juni - juli, tijdens de bloeiperiode van de teunisbloem en andere waardplanten en wanneer de teunisbloempijlstaart in de rupsstadium is. Hierbij is elke in de onderzoekslocatie voorkomende waardplant gecontroleerd op de aanwezigheid van rupsen. Het inspecteren van de planten op aanwezigheid van rupsen van de teunisbloempijlstaart levert naar verwachting voldoende zekerheid op om de aanwezigheid van de teunisbloempijlstaart vast te stellen, dan wel uit te sluiten. Tabel 4.1 bevat een overzicht van de omstandigheden tijdens het veldbezoek. Tabel 4.1

Omstandigheden aanvullend onderzoek teunisbloempijlstaart.

Datum

Tijd

Temperatuur

Weersomstandigheden

15-07-2024

16:00 - 17:00

24oC

1 Bft, zonnig

Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van rupsen van de teunisbloempijlstaart gunstig. Er was geen sprake van neerslag.

25318.002 versie D1

3/6

5

ONDERZOEKSRESULTATEN

Op de onderzoekslocatie zijn tijdens het soortgerichte veldonderzoek geen rupsen waargenomen van de teunisbloempijlstaart. Hierdoor kan er gesteld worden dat de onderzoeklocatie geen beschermde functie voor de teunisbloempijlstaart heeft. In figuur 5.1 zijn de groeiplaatsen van de teunisbloem opgenomen.

Figuur 5.1

Groeiplaatsen Teunisbloem.

25318.002 versie D1

4/6

6

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING

De teunisbloempijlstaart valt onder het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn ondergebracht in paragraaf 11.2.3 (Bal). De schadelijke handelingen die van toepassing zijn op de teunisbloempijlstaart betreft het opzettelijk verstoren, doden of vangen van de dieren en het beschadigen of vernielen van de rust- en voortplantingsplaatsen. Omdat de onderzoekslocatie geen beschermde functie heeft voor de teunisbloempijlstaart, is er geen sprake van overtreding van de Omgevingswet ten aanzien van de teunisbloempijlstaart als gevolg van de werkzaamheden. De werkzaamheden kunnen uitgevoerd worden zonder verdere maatregelen te treffen ten aanzien van de teunisbloempijlstaart.

25318.002 versie D1

5/6

7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Econsultancy heeft in opdracht van de gemeente Raalte een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd aan de Molenerven te Lierderholthuis. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een omgevingsvergunning en ontwikkeling van woongelegenheid in Liederholthuis. Voorgenomen ingreep De initiatiefnemer is voornemens een nieuwbouwwijk te realiseren op de onderzoekslocatie. Functie onderzoekslocatie voor beschermde soorten Er zijn geen beschermde functies van de teunisbloempijlstaart op de onderzoekslocatie waargenomen. Derhalve kan er gesteld worden dat er geen zich geen beschermde functies van deze soort op de onderzoekslocatie bevinden. Conclusie Omdat de onderzoekslocatie geen beschermde functie heeft voor de teunisbloempijlstaart is er geen sprake van overtreding van de Omgevingswet ten aanzien van de teunisbloempijlstaart als gevolg van de werkzaamheden. De werkzaamheden kunnen uitgevoerd worden zonder verdere maatregelen te treffen ten aanzien van de teunisbloempijlstaart.

Econsultancy 28 augustus 2024.

25318.002 versie D1

6/6

Geraadpleegde bronnen

De Vlinderstichting (z.d.). Teunisbloempijlstaart. Geraadpleegd op 29 juli 2024 van https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/teunisbloempijlstaart.

Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een vergunningssaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of voortplantingsplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Broedseizoen Voor het broedseizoen staat in de wet geen vaste periode. De looptijd verschilt per soort en varieert per jaar. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart 1 september. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/NNN hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/NNN, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Foerageergebied Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of voortplantingsplaats te behouden.

Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamkolonie De kraamkolonie bestaat uit alle vruchtbare vrouwtjes binnen een kolonie vleermuizen een kraamkolonie bestaat uit meerdere kraamgroepen. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water.

Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied. Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras.

Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen. Omgevingsvergunning Het onderdeel soortbescherming onder de Omgevingswet heeft als om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Omgevingswet een aantal schadelijke handelingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een omgevingsvergunning benodigd zijn. Een omgevingsvergunning is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren.

Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Omgevingswet. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Omgevingswet significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening.

Het bepaalt of een uitvoerige toetsing moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voortplantingsplaats of rustplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Omgevingswet omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is. Dit is soortafhankelijk. Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door groepjes vrouwtjes en jongen gebruikt, in de kraamperiode door individuele mannetjes.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=91ce4000-29c6-4de0-9c5a-e1061021b6ff