CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage brief Provincie Overijssel informatie Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof

Informatievoorziening raad 3 februari 2021, gemeente RaalteBij agendapunt: Informatienotitie Raad januari 2021 over stand van zaken stikstof8.616 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Provincie Overijssel

Luttenbergstraat 2

Kopie aan: Ingek.

Postbus 10078 8000 GB Zwolle

1 h JAN. 2021

Telefoon 038 499 88 99 Fax 088 118 86 71

Doe. nr.: Zaak nr.:

overijssel.nl postbus@overijssel.nl

Bericht v. ontv.

JA

NEE

De colleges van burgemeester en wethouders van de Overijsselse gemeenten en de dagelijkse besturen van de waterschappen in Overijssel

KvK 51048329 IBAN NL45 RABO 0397 3411 21 Inlichtingen bij

Joost Houtkamp | Frederike van Wijk 038 499 82 48 | 038 499 74 92 j.houtkamp@overiissel.nl fi.v.wnk@overi issel.nl

Datum

Kenmerk

Bijlagen

08.01.2021

2020/0358684

5

Uw brief

Uw kenmerk

Onderwerp: informatie Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof

Geachte dames en heren,

Met deze brief informeren wij u over de Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof (GGA) in Overijssel. Wij nodigen u uit om deel te nemen aan de Gebiedstafel(s) en daarmee bij te dragen aan het succes van de GGA. Immers, ook door en in üw gemeente of waterschap moeten weer vergunningen verleend worden en daar hebben we elkaar voor nodig. Daarnaast zullen waarschijnlijk in de wet doelstellingen voor stikstofreductie worden vastgelegd. De GGA is dé plek om keuzes te maken in de manier waarop we hier in Overijssel invulling aan geven. Aanleiding: Uitspraak Raad van State d.d. 29 mei 2019 Met de uitspraak van 29 mei 2019 bepaalde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet langer gebruikt mag worden als basis om toestemming te verlenen voor activiteiten die stikstof uitstoten, vanwege strijdigheid van (onderdelen uit) het PAS met de Europese Habitatrichtlijn. Dit had en heeft een direct effect op economische en maatschappelijke activiteiten in Overijssel en de rest van Nederland die gepaard gaan met stikstofuitstoot. Ook activiteiten, bedrijven en ambities in en door uw gemeente / waterschap hebben of krijgen hiermee te maken. Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof (GGA) Overijssel Wij ontwikkelden de Overijsselse Aanpak Stikstof om te komen tot een structurele, juridisch houdbare oplossing voor de stikstofproblematiek.

Deze aanpak bestaat uit vijf schakels, waarbij het uiteindelijk aankomt op maatwerk bij het vormgeven van concrete maatregelen. Een van de schakels is dan ook de Gebiedsgerichte Aanpak (GGA), waarbij we samen met alle gebiedspartners - overheden, maatschap­ pelijke organisaties, inwoners en bedrijven - op zoek gaan naar oplossingen die passen bij de kenmerken van de gebieden (bijlage 1). Bij het vormgeven van de GGA heeft de ambtelijke werkgroep stikstof met o.a. vertegenwoordigers van gemeenten en waterschappen een actieve rol gespeeld. Ook in het bestuurlijk platform Samen Werkt Beter hebben we van gedachten gewisseld over de GGA. In juli 2020 hebben Rijk en provincies (IPO), in aanwezigheid van VNG en Unie van Waterschappen, vanuit de gezamenlijke verantwoordelijkheid bestuurlijke uitgangspunten vastgesteld over de samenwerking bij de gebiedsgerichte aanpak stikstof (bijlage 2). Op basis van deze stappen hebben Provinciale Staten op 28 oktober 2020 de uitgangspunten voor de GGA vastgesteld (bijlage 3).

Datum verzending

1 2 JAN. 2021

informatie Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof

Hierin is opgenomen dat de GGA bijdraagt aan drie doelstellingen: • Een robuustere natuur, waarvoor een significante daling van de stikstofdepositie en (extra) natuurherstel nodig is. Hiermee verhogen we de biodiversiteit en verminderen we de kwetsbaarheid van de natuur. • Perspectief voor maatschappelijke en economische ontwikkelingen die stikstofdepositie veroorzaken. • Een toekomstbestendig Overijssel door waar mogelijk en nodig slimme combinaties met andere opgaven te maken. Voor de uitvoering van de GGA hebben Provinciale Staten ook procesgeld ter beschikking gesteld, waarmee o.a. de inzet van uren vanuit de partners in de werkorganisatie (gebiedsteams) vergoed kan worden. Zes gebieden We geven de GGA vorm in zes gebieden, die samen de hele provincie beslaan. De indeling is tot stand gekomen o.b.v. geografie en bestaande samenwerkingsverbanden. De gebieden zijn groot genoeg voor verbinden, klein genoeg om elkaar te kennen. Waar nodig zoomen we in op deelgebieden. Omdat stikstof zich niet aan grenzen houdt, is in alle gebieden aandacht voor gemeenten, buurprovincies en N2000gebieden die net buiten het betreffende GGA-gebied vallen.

Noordwest Overijssel

Vechtdal

Salland

WestTwente

NoordoostTwente

ZuidoostTwente

Gebiedstafels en Gebiedsteams De afstemming per gebied vindt plaats aan zogenaamde Gebiedstafels die we op zowel ambtelijk als bestuurlijk niveau organiseren. Aan de Gebiedstafels werken (vertegenwoordigende) organisaties met een belang bij het gebied samen op basis van noaberschap. Draagvlak en gedeeld eigenaarschap zijn cruciaal voor het slagen van de GGA. We willen de kracht van de gebieden en gebiedspartners maximaal benutten. Dit doen we door ruimte te geven voor het meekoppelen van andere opgaven, innovaties en lokale initiatieven die passen binnen de door PS en het Rijk vastgestelde kaders. Per gebied vormt een Gebiedsteam de werkorganisatie die de benodigde informatie verzamelt, de Gebiedstafels voorbereidt, de Gebiedsanalyses opstelt, communicatie en participatie organiseert, etc. Vanuit de provincie hebben we gezorgd voor een 'basisbemensing' per gebied met zgn. gebiedsregisseurs (bijlage 4). De Gebiedsteams zijn aangevuld met enkele medewerkers afkomstig van andere gebiedspartners (o.a. gemeenten en waterschappen), waarvan de inzet vergoed wordt door de provincie.

Pagina 2

informatie Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof

De eerste stappen: opstellen Gebiedsanalyses en elkaar helpen bij kansen en knelpunten We werken aan een plan voor de (middel)lange termijn en gaan tegelijkertijd aan de slag waar dat kan. Het plan voor de (middel)lange termijn is de Gebiedsagenda, die aangeeft aan welke opgaven we in het gebied willen werken en welke maatregelen we daarbij voor ogen hebben. Om dit te kunnen doen, is eerst meer inzicht nodig in de feiten en een vertaalslag van de algemene GGA-doelen naar concretere doelen per gebied. De vraag aan de Gebiedsteams en Gebiedstafels voor de komende maanden (eerste fase) is daarom tweeledig: • Stel een Gebiedsanalyse op die inzichtelijk maakt welke opgaven in een gebied van belang zijn, met in ieder geval een nadere duiding van de stikstofproblematiek en de gewenste ontwikkelingen tot 2030 (met een doorkijk naar 2050). De Gebiedsteams zorgen dat deze Gebiedsanalyses worden opgesteld. Hiervoor zijn externe bureaus ingeschakeld. Via de Gebiedstafels kunt u input leveren: welke opgave(n) en informatie mag in de Gebiedsanalyse niet ontbreken? • Informeer elkaar over en help elkaar bij kansen en knelpunten die op korte termijn spelen in relatie tot stikstof. De deelnemers aan de Gebiedstafels vormen met elkaar een netwerk dat kan helpen om bijvoorbeeld vraag en aanbod van stikstofruimte te koppelen.

Na deze eerste fase worden op basis van die Gebiedsanalyse de uitgangspunten bepaald voor de volgende fase, het opstellen van de Gebiedsagenda. Het is onze insteek dat die uitgangspunten door alle betrokken gebiedspartners op bestuurlijk niveau vastgesteld worden. Ze zullen op dat moment dus ook aan u voorgelegd worden, waarbij de Gebiedsteams desgewenst kunnen ondersteunen bij het informeren van de raad / het AB. We zijn begonnen Op 17 november 2020 vond de gezamenlijke aftrap voor de ambtelijke Gebiedstafels plaats in een online sessie met circa 120 deelnemers, waarbij vrijwel alle gemeenten en waterschappen vertegenwoordigd waren. In alle gebieden zijn de eerste ambtelijke Gebiedstafels in 2020 gehouden. Die eerste bijeenkomst stond vooral in het teken van kennis maken en informatie delen. In bijlage 5 staan de nu bekende data van de verschillende Gebiedstafels. Na de eerste ambtelijke bijeenkomsten wordt bepaald wat een passend moment en inhoud is voor een bestuurlijke Gebiedstafel. De betreffende wethouders en DB-leden ontvangen daarvoor op korte termijn een uitnodiging. Rollen en verantwoordelijkheden gemeenten en waterschappen Wij zien de GGA als een proces om samen te werken aan de stikstofopgave en andere gebiedsopgaven. De huidige verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden vormt de basis voor deze samenwerking en latere besluitvorming.

In de eerste fase, het opstellen van de Gebiedsanalyses, bestaat uw rol vooral uit het inbrengen van opgaven die voor u belangrijk zijn. Op basis van de Gebiedsanalyse worden uitgangspunten opgesteld voor de volgende fase, het opstellen van de Gebiedsagenda. Deze uitgangspunten worden aan u ter besluitvorming voorgelegd, zodat er een gezamenlijk, bestuurlijk gedragen vertrekpunt is voor het opstellen van de Gebiedsagenda's. Op basis van de Gebiedsagenda's worden waarschijnlijk deelprojecten uitgewerkt waarbij besluitvorming door de raad of het AB aan de orde kan zijn. Bijvoorbeeld als voor de uitvoering van het project een bestemmingsplanwijziging nodig is, of in het geval van financiële consequenties. In de huidige fase is dat nog niet aan de orde. Meer informatie voor colleges, DB's, raadsleden en AB's via webinar U kunt deze brief ook benutten voor het informeren van uw raden en algemeen besturen. Aanvullend organiseren we begin 2021 een of meer webinar(s) over de GGA voor college- en raadsleden en de leden van het dagelijks en algemeen bestuur. Nadere informatie hierover ontvangt u via de bestuurssecretariaten resp. de raadsgriffies.

Pagina 3

informatie Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof

Vragen Hebt u naar aanleiding van deze brief vragen, neem dan contact op met de programmaleiders van de GGA: • Joost Houtkamp via i.houtkamp@overiissel.nl of 038 499 82 48 (voor Noordoost-Twente, Zuidoost-Twente, Vechtdal en Salland); • Frederike van Wijk via fi.v.wiik@overijssel.nl of 038 499 74 92 (voor West-Twente en Noordwest-Overijssel).

Gedeputeerde Staten van Overijssel,

voorzitter, A.P. HEIDEMA

secretaris, N. VERSTEEG

Pagina 4

Gebiedsgerichte Aanpak stikstof De Gebiedsgerichte Aanpak is één van vijf schakels in de Overijsselse stikstofaanpak:

1. Bronmaatregelen 2. Natuurversterking 3. Vergunningverlening, toezicht en handhaving 4. Gebiedsgerichte Aanpak 5. Verdeling van de stikstofruimte

Aan de gebiedstafels werken we aan: 1. Bij elkaar brengen vraag en aanbod stikstofruimte 2. Maatregelen die snel uitgevoerd kunnen worden

Samenwerking • Vertegenwoordiging agrarische en niet-agrarische bedrijven • Natuur- en milieuorganisaties • Gemeenten • Waterschappen • Overige gebiedspartners

Uitvoering en monitoring 2021-2030

Kijk voor meer informatie op overijssel.nl/stikstof

e Overijssel

provincie

Vergaderstukken Bestuurlijk Overleg Stikstof Breed 9 juli 2020 agendapunt 4

4. Bestuurlijke uitgangspunten Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof Ter Conclusie

Aanleiding In het bestuurlijk overleg van 28 mei 2020 is door de betrokken overheden onderling afgestemd hoe de samenwerking op de gebiedsgerichte aanpak stikstof tussen de betrokken verder wordt vormgegeven, waarbij een adaptieve werkwijze zal worden gehanteerd. Dit is uitgewerkt en geconcretiseerd in de bestuurlijke uitgangspunten die nu in bijlage 4.1 voorliggen.

Kernpunten •

• • •

De gebiedsgerichte aanpak is een cruciaal onderdeel van de aanpak stikstof, waarbij in acht wordt genomen dat maatwerk per gebied de basis van de gebiedsgerichte aanpak is en dat de betrokken partijen overkoepelende afspraken zullen maken waar verdere onderlinge afstemming nodig is. In de bestuurlijke uitgangspunten is voor een adaptieve en casusgerichte werkwijze gekozen. De interbestuurlijke Stuurgroep Gebiedsgerichte aanpak Stikstof is op 22 juni voor de eerste keer bijeengekomen. De Stuurgroep heeft twee casussen geselecteerd die nu al kunnen starten: Biomassa Plukmade (Noord-Brabant) en Maritieme Servicehaven Urk (Flevoland). Beide zijn zogenaamde diffuse belasters. In bijlage 4.2 vindt u een beknopte beschrijving van de casussen.

Bijlage 4.1 Bestuurlijke uitgangspunten Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof

Het Bestuurlijk Overleg voor de aanpak van het stikstofproblematiek, met de Minister voor LNV als vertegenwoordiger van het Rijk en het Interprovinciaal Overleg, als vertegenwoordiger van de provincies, en in aanwezigheid van de koepels van gemeenten en waterschappen, Overwegende dat:

Het als gevolg van de PAS-uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 nodig is om interbestuurlijk samen te werken aan een oplossing van de stikstofproblematiek en daar met elkaar over in overleg te treden; De stikstofproblematiek zich manifesteert op lokaal, regionaal, nationaal en internationaal niveau, waarbij problemen vaak op meerdere schaalniveaus tegelijk spelen en waarbij oplossingen niet in het bereik van één overheidslaag liggen; De stikstofproblematiek daarom alleen is op te lossen wanneer gemeenten, provincies, waterschappen en Rijk als één overheid samenwerken, waarbij geldt dat de verdeling van de bevoegdheden tussen Rijk en decentrale overheden elkaar niet in de weg moeten zitten maar elkaar juist kunnen versterken; Een gebiedsgerichte aanpak ook onderdeel is van de structurele aanpak stikstof als aangekondigd in de Kamerbrief van 24 april 2020; De huidige verdeling van bevoegdheden van Rijk en provincies het uitgangspunt is voor de rolverdeling tussen rijk en provincies in de gebiedsgerichte aanpak stikstof; Uitgangspunten voor de samenwerking de wederzijdse afhankelijkheid en partnerschap zijn en waarbij initiatieven in eikaars gebied worden gemeld en de rolverdeling blijft zoals deze nu is; De gebiedsgerichte aanpak een cruciaal onderdeel is van de aanpak stikstof, waarbij in acht wordt genomen dat maatwerk per gebied de basis van de gebiedsgerichte

aanpak is en dat de betrokken partijen overkoepelende afspraken zullen maken waar verdere onderlinge afstemming nodig is; De bestuurlijke afspraken over de kaders en de randvoorwaarden voor de gebiedsgerichte aanpak stikstof in samenhang zullen moeten worden gemaakt met de afspraken die overkoepelend worden gemaakt voor de structurele aanpak stikstof; In het bestuurlijk overleg van 28 mei 2020 door de betrokken overheden onderling is afgestemd hoe de samenwerking op de gebiedsgerichte aanpak stikstof tussen de betrokken verder wordt vormgegeven, waarbij een adaptieve werkwijze zal worden gehanteerd; Dat daarbij tevens vanuit de gezamenlijke verantwoordelijkheid en de één overheidgedachte is afgesproken om een Stuurgroep Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof in te stellen, die opdracht heeft de interbestuurlijke samenwerking in te richten en de gebiedsgerichte aanpak stikstof goed te laten functioneren; Dat het bestuurlijk wenselijk wordt geacht om de verdere programmering aan de hand van bouwblokken en het oprichten van de stuurgroep in de onderhavige bestuurlijke uitgangspunten op schrift te stellen, zonder dat daarbij sprake is van juridische bindende afspraken; Leggen gezamenlijk de volgende bestuurlijke uitgangspunten vast:

1. Werkwijze in bouwblokken Bij de uitwerking van de gebiedsgerichte aanpak stikstof wordt gewerkt op basis van een adaptieve aanpak. Er zal gewerkt worden met een jaarplanning, hierin wordt aangegeven aan welke onderwerpen (bouwblokken) gewerkt wordt en wanneer deze bouwblokken hun (tussen)resultaten opleveren. Op deze manier geeft de jaarplanning vooralle betrokken partijen een overzicht van de besluitvorming en de timing daarvan. De jaarplanning loopt van zomer tot zomer. De basis van deze adaptieve aanpak wordt gevormd door de programmering van onderling samenhangende bouwblokken. De afspraken uit verschillende bouwblokken zullen in de gebiedsgerichte aanpak per provincie verder worden geconcretiseerd. Deze adaptieve aanpak bestaat uit een gebiedsindeling per provincie en de volgende individuele bouwblokken: opgaven, data en informatie, instrumentarium, governance en samenwerking, monitoring en rapportage, prioritering en programmering en leren in de praktijk). De bouwblokken worden uitgewerkt in werkteams per bouwblok. Omdat de aanpak adaptief is, kunnen in de tijd bouwblokken afgerond worden of nieuwe gestart worden,

2. Opgaven (scope GGA) De Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof is de werkwijze om in beeld te brengen wat nodig is en om samenhangend maatwerk te leveren in de uitvoering, waarbij de landelijke (bron)maatregelen waar mogelijk maximaal worden ingezet. Het is daarmee de optelsom van de implementatie van alle maatregelen van het Rijk, provincies, waterschappen en/of gemeenten samen om het stikstofprobleem, en de daarmee in samenhang opgepakte opgaves rondom Natura 2000 gebieden, aan te pakken, weg te nemen en perspectief te geven aan de verbonden sectoren in het gebied. Daarmee omvat de Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof het volgende: 1 Natuurherstel en stikstofreductie genereren vanuit generieke en specifieke bronnen o Voor natuurherstel door structurele vermindering van de stikstofdepositie. Op korte termijn door gerichte maatregelen als op middellange termijn door verduurzaming van sectoren; o Voor economische en maatschappelijke ontwikkeling, zodat waar mogelijk ontwikkelruimte wordt gerealiseerd voor bestaande en nieuwe situaties en waar mogelijk vergunning verleend kunnen worden voor nationale en regionale projecten en opgaven. 2

Realiseren en versnellen natuurherstel in relatie tot Natura 2000 doelen Met als effect: o natuurbehoud en -herstel; o naar gunstige en waar dat nog niet mogelijk is een verbeterde staat van instandhouding van de Natura -2000 gebieden.

3

Werk met werk maken o omdat in gebieden integraal aan meerdere doelen gewerkt wordt en opgaven in samenhang worden uitgevoerd. We streven naar een integrale, toekomstbestendige benadering zolang die een tijdige en effectieve aanpak van de stikstofproblematiek niet in de weg staat. Programma's waarmee in de praktijk win-win situaties te bereiken zijn kunnen meegenomen worden. Zoals de Ruimtelijke verkenning stikstof, klimaatadaptatie, klimaatakkoord, circulaire economie en de landbouwvisie. Er is ruimte om per gebied gezamenlijke keuzes te maken t.a.v. de opgaven die meegenomen worden.

Deze drie onderdelen starten allemaal op zo kort mogelijke termijn, zo deze al niet gestart zijn. Op het eerste onderdeel staat de grootste tijdsdruk om tot resultaten te komen.

3. Governance en samenwerking De stikstofopgave en de gebiedsgerichte aanpak in het bijzonder vraagt om een intensieve en goede interbestuurlijke samenwerking tussen alle overheden en tussen Rijk en provincies in het bijzonder. De afspraken tussen de overheden voor de gebiedsgerichte aanpak vertrekken vanuit het perspectief van de netwerkende en samenwerkende overheid: van buiten naar binnen, gericht op maatschappelijke impact, waarbij het vraagstuk centraal staat. De verschillende partijen doen mee op basis van gedeeld eigenaarschap. Vertrouwen en transparantie staat centraal. De betrokken overheden zorgen ervoor dat ieder zijn belangen tijdig inzichtelijk kan maken en zoeken naar de gezamenlijke belangen. Sturing vindt plaats op basis van overeengekomen doelen; Het Rijk en de provincies zorgen voor een duidelijk en transparant besluitvormingsproces, met een mogelijkheid voor snelle escalatie bij knelpunten. Deze escalatieladders zijn uitgewerkt op het niveau van het Rijk intern, Rijk-provincies, provincies onderling, inclusief een rol voor de Landelijke Regietafel Stikstof; Er wordt een brede landelijke stuurgroep opgericht, bestaande uit een vertegenwoordig van provincies, Rijk, gemeenten en UvW. De voorzitter is de ambtelijk opdrachtgever van de provincies.

Deze stuurgroep krijgt van het Bestuurlijk Overleg de opdracht om de interbestuurlijke samenwerking van de gebiedsgerichte aanpak in te richten (hierbij meenemend de relatie met de Landelijke Regietafel Stikstof) en zorg te dragen dat de gebiedsgerichte aanpak in samenhang en qua voortgang goed gaat functioneren. De stuurgroep rapporteert periodiek aan het Bestuurlijk Overleg over de voortgang. De provincies zijn verantwoordelijk voor de inrichting van de gebiedsgerichte aanpak in hun gebieden, met inachtneming van de afspraken die in de stuurgroep worden voorbereid en het BO worden genomen over de provincie-overstijgende onderwerpen. De gebiedsgerichte aanpak wordt tevens in nauwe samenwerking met de koepelorganisaties van gemeenten en waterschappen en met relevante uitvoeringsorganisaties van het Rijk en provincies vormgegeven op basis van een vertrouwensrelatie. De afspraken met de mede-overheden zoals specifieke gemeenten en waterschappen worden in de gebieden zelf gemaakt onder regie van de provincie; Een van de uitgangspunten bij verdere uitwerking van de afspraken en verantwoordelijkheden in de gebiedsgerichte aanpak is dat bestaande structuren leidend zijn. Indien er knelpunten of geschillen zijn tussen (twee of meerdere) betrokken overheden is het uitgangspunt eerst decentraal; aan de gebiedstafels en/of de bestaande regionale sectorale overlegtafels.

De betrokken overheden proberen eerst onderling en/of via deze bestaande structuren oplossingen te vinden. Indien dit niet afdoende is, kan de stuurgroep een platform bieden voor hardnekkige of complexe knelpunten. Het Rijk en provincies zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de bekostiging van deze samenwerkingsstructuur, dit gaat met name om kosten die voortkomen uit de samenwerkingsstructuur zoals beschreven in dit document. Het gaat dan om kosten verbonden aan de inhuur van derden voor bijvoorbeeld de ondersteuning van de bouwblokken. Waar het gaat om de inzet van expertise vanuit de verschillende organisaties, dragen de organisaties hun eigen kosten.

4. Data en informatie De betrokken overheden maken afspraken over eenduidige en uitwisselbare data en analyses van zowel Rijk als provincies. Rijk en provincies brengen gezamenlijk, met ondersteuning vanuit BIJ12, in beeld:

o

welke informatie- en gegevensbronnen (waar) beschikbaar en bruikbaar zijn om zo tot een eenduidig beeld te komen (overheden, kadaster en kennisinstituten); welke informatie- en gegevensbronnen er nodig zijn om een gebiedsaanpak succesvol uit te rollen en deze informatie toegankelijk te maken en te delen;

BIJ 12 kan ondersteuning bieden bij de hierboven gesignaleerde benodigde analyses en rapportering. Afspraken tussen Rijk en Provincie over de analyses per gebied die voor onder meer de gebiedsgerichte aanpak relevant zijn worden uitgewerkt in de Stuurgroep.

5.

Bronmaatregelen en Instrumentarium De structuur van de gebiedsgerichte aanpak hangt zeer nauw samen met de maatregelen die in de gebiedsgerichte aanpak toegepast worden. Deze moeten in samenhang ontwikkeld worden. Voor een goede uitvoering van de gebiedsgerichte aanpak is het van belang duidelijkheid te hebben over instrumenten van de structurele aanpak. Zeker voor de instrumenten en bronmaatregelen waarbij al op korte termijn besluiten moeten worden genomen, is het belangrijk dat dit overzicht er snel komt. De gereedschapskist met bronmaatregelen en andere instrumenten wordt gezamenlijk nader ingevuld door Rijk en provincies. Daarbij geiden de volgende uitgangspunten: • •

« •

6.

Om de stikstofreductie van de bronmaatregelen die gebiedsgericht toegepast kunnen worden te maximaliseren wordt er een gezamenlijke implementatiestrategie opgesteld. De stikstofopbrengst van deze maatregelen, indien de daling van de stikstofdepositie en de staat van instandhouding van de natuur dit toelaat, kan dan ook gebiedsgericht weer gebruikt worden voor maatschappelijke/economische ontwikkelingen. Tevens worden afspraken gemaakt dat in de te verkennen casuïstiek wordt verkend welke kansen en knelpunten er zijn ten aanzien van het in te zetten instrumentarium. Omdat de bronmaatregelen en instrumenten die worden ontwikkeld ook onderlinge afhankelijkheden hebben en soms ook weer afhankelijk zijn van de voortgang van de gebiedsgerichte aanpak, zal er een stroomschema gemaakt worden dat de onderlinge afhankelijkheden in kaart brengt.

Monitoring en rapportage In de gebiedsgerichte aanpak stikstof wordt er aangesloten bij de monitoring en rapportage die als onderdeel van de structurele aanpak stikstof als benoemd in de kamerbrief van 24 april 2020 wordt uitgewerkt. Ook voor de gebiedsgerichte aanpak is monitoring en rapportage van groot belang. Zowel voor de voortgang van het proces en de resultaten als voor het kunnen bepalen van de effectiviteit van de maatregelen en de instrumenten in de gebieden. Op basis hiervan kan ook worden bijgestuurd en adviezen gegeven worden voor aanpassing. Via de reguliere bestuurlijke gremia rapporteert de stuurgroep aan het BO.

7. Leren uit de praktijk De activiteiten die dit bouwblok faciliteert zijn gericht op het leren uit de praktijk. Daarbij staat de leerbehoefte uit de praktijk voorop. Leren vanuit casussen staat centraal in dit bouwblok. De ervaringen die hier worden opgedaan dienen als input voor de verdere beleidsontwikkeling op het gebied van de gebiedsgerichte aanpak stikstof. Er wordt gewerkt op basis van tranches waarbij de casuïstiek aansluit bij de jaarplanning zoals opgesteld door de Stuurgroep en zoals bedoeld in artikel 8. Er is dus een duidelijk verband tussen de keuze en de planning van een casus en een beleidsvraag en de planning daarvan. De eerste casussen worden in beginsel in juni door de Stuurgroep geselecteerd. De leervragen worden opgesteld door de interbestuurlijke werkgroep voor het bouwblok Leren in de Praktijk in samenwerking met de desbetreffende kwartiermaker. De werkgroep faciliteert het leerproces en zorgt ervoor dat de juiste casuïstiek wordt geselecteerd en dat de leerervaringen eruit gehaald kunnen worden en de leerervaringen, waar nodig, terug worden gelegd bij de stuurgroep dan wel het bestuurlijk overleg. De uitwerking van de casus gebeurt door de partijen die betrokken zijn bij de betreffende casus.

Vanuit het bouwblok leren uit de praktijk (via BIJ12 voor de provincies en indien nodig via RVO voor het Rijk) wordt hulp aangeboden voor het goed beantwoorden van de specifieke leervragen van de casus en zorgen dat deze ervaringen besproken kunnen worden binnen dit bouwblok en de resultaten voorgelegd kunnen worden aan de Stuurgroep. De casussen worden geselecteerd op basis van criteria en leervragen. De casussen worden geselecteerd op basis van in ieder geval de volgende uitgangspunten: o o o

Het betreft casussen met een provincie-overschrijdend element, De casus geeft inzicht in de wijze waarop je welke Rijks- en provinciale instrumenten het meest effectief kunt inzetten, De casus gaat over een vraagstuk dat in meerdere provincies speelt.

8. Prioritering en programmering De impact van de landelijke streefwaarde (genoemd in de Kamerbrief van 24 april 2020) moet per gebied inzichtelijk worden gemaakt. Dat betekent ook inzicht in de benodigde acties voor natuurherstel, inzicht in benodigde ontwikkelingsruimte, mede (gebiedsgericht) implementeren van door het rijk te nemen bronmaatregelen en zodanig inzetten dat deze maatregelen het maximaal mogelijke effect hebben. Het verkrijgen van dit inzicht is een eerste stap in de implementatie van de gebiedsgerichte aanpak. De gebiedsgerichte aanpak wordt uitgewerkt in een jaarplanning. Deze volgt het concept van een plateauplanning: stapsgewijs van fijn naar grof (2020 -2030) jaarlijks wordt het plateau waar aan gewerkt wordt gedetailleerd uitgewerkt en ter besluitvorming voorgelegd. De bestaande werkteams in de bouwblokken zijn de basis voor de planning van het eerste jaar. Waar nodig worden deze teams uitgebreid zodat ze interbestuurlijk samengesteld zijn.

9. Inwerkingtreding Deze bestuurlijke uitgangspunten treden in werking na een akkoord hierover in het bestuurlijk overleg van 9 juli 2020.

Bijlage 4.2 Notitie Ter informatie Casuïstiek Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof Aanleiding In het BO van 28 mei is afgesproken dat we in juni starten met een eerste selectie van casussen met als doel de gebiedsgerichte aanpak (gga) stikstof te optimaliseren. Deze notitie wordt aan het BO voorgelegd ter informatie van de huidige stand van zaken m.b.t. de casuïstiek vanuit de gebiedsgerichte aanpak stikstof. Selectie le set van casussen Zowel aan het rijk als aan de provincies is gevraagd om casuïstiek aan te leveren. Daarbij zijn een aantal criteria meegegeven: • Het moet gaan over een concreet probleem of ontwikkeling die op dit moment niet of moeilijk oplosbaar is omdat goed instrumentarium ontbreekt; • Die in essentie wel oplosbaar zijn (geen onmogelijke opgaven); • Gaan over problematiek die in meerdere (zoveel mogelijk) provincies speelt; • Optioneel: gaan over provinciegrens overstijgende samenwerking; • Snel starten zodat we in juni kunnen starten met een set van eerste casussen; • Er is (of komt) overeenstemming over de leervraag; • De casus brengt vraag en aanbod (knelpunt en oplossing) bij elkaar; • Diversiteit in de casussen; De interbestuurlijke werkgroep heeft de ingediende casussen geanalyseerd op basis van de criteria en de mogelijke leereffecten van deze casussen. Er zijn twee casussen geselecteerd met een focus op diffuse belasters:

1. Biomassa Plukmade (Noord-Brabant) _____ ___ Achtergrondl De provincie Noord-Brabant werk als één van de 17 stakehoiders aan de realisatie van de biomassainstallatie Plukmade. Dit voor de verduurzaming van het energiegebruik in het glastuinbouwgebied Plukmade en van het Amerwarmtenet. Dit kan als volgt worden samengevat: Vervangen restwarmte Amernet door schonere warmte van efficiënte biomassa installatie (50% van de huidige warmtevraag) De C02-reductie die hiermee wordt bereikt is 7.140.000 kg C02. Die reductie komt overeen met een besparing van ongeveer 12.000.000 m3 aardgas door de glastuinbouw in het gebied. Potentieel: afvang C02 uit rookgassen biomassa installatie om toe te passen in de glastuinbouwbedrijven t b.v. teelten Grotere efficiency in warmtegebruik (uitkoeling) Lokale (150km) laagwaardige biomassa als grondstof voor warmteopwekkïng 50% van de doelstelling decentrale duurzame opwek vanuit de Amernet samenwerking kan worden gerealiseerd. Leervragen Efficiënte zoektocht naar stikstofreductie. Hoogste depositie 0,06 mol in Biesbosch en Langstraat tot 0,01 op 24 gebieden verspreid door heel Nederland. Compensatie via extern salderen lijkt de oplossing. Compenserende stikstof zijn kleine hoeveelheden, maar wel over een groot verspreidingsgebied (Heel Nederland). Aankoop van meerdere IV-bedrijven is mogelijk, maar een dure optie voor een beetje stikstof.

Stikstof verworven met LPM kan oplossing bieden, maar zijn de provincies waar de veehouderijen door Brabant zijn aangekocht bereid 0,01 af te staan voor biomassa Plukmade? Deze casus is ook interessant in het licht van het rapport Remkes, dat juist adviseert om subsidie aan biomassacentrales stop te zetten. Interessant om in de praktijk te onderzoeken wat een _______derqelijk koerswijziging betekent in een gebied.____________________________________________

2. Maritieme Servicehaven Urk (Flevoland) Achtergrond In Urk wordt een Maritieme Servicehaven ontwikkeld. Het bestemmingsplan is 'gesneuveld' op stikstof. Huidige situatie: Er is sprake van (beperkte) depositie in aanlegfase én gebruiksfase Het betreft een zeer wenselijke ontwikkeling vanuit economische dóórontwikkeling van de regio, vastgelegd in een regiodeal met het Rijk Depositie in gebruiksfase is max. 0,2 mol/ha/jr., in meerdere N2000-gebieden verspreid over 4 provincies. Leervragen Hoe geven we de afstemming rondom de ecologische onderbouwing Natura2000-gebieden in andere provincies vorm? Hoe kunnen partijen mitigeren zonder elkaar in de weg te zitten? Welke afwegingen zijn van belang bij extern salderen? Wat voor voorwaarden moeten er gesteld worden aan extern salderen’ Hoe kan de vrijgevallen stikstofruimte zo efficiënt mogelijk worden ingezet? Hoe houden we bij welke stikstofruimte er wordt gecreëerd en welke projecten hier gebruik van maken om te salderen? Aanpak casuïstiek De casussen worden opgepakt met de provincies die het aangaat (bij provinciegrensoverschrijdende casussen) c.q. die mee willen doen, de relevante Rijkspartners en waar nuttig en mogelijk derde partijen, zoals gemeenten of initiatiefnemers. Hoewel altijd sprake zal zijn van maatwerk, hopen we hieruit werkwijzen te destilleren die op meerdere plekken toepasbaar zijn.

Per casus worden de leerdoelen geformuleerd en worden lessen getrokken waar provincies en Rijk hun voordeel mee kunnen doen. Tegelijkertijd hopen we uiteraard ook daadwerkelijk tot oplossingen te komen voor de ingebrachte casussen. Voorwaarde bij iedere casus is dat de drie doelen van de gebiedsgerichte aanpak namelijk natuurherstel, stikstofreductie en de koppeling met andere opgaven centraal staan in de oplossingsrichtingen die onderzocht worden. Tijdslijn Belanghebbenden lopen op dit moment in de praktijk tegen problemen aan omtrent de stikstofmaatregelen. Het is daarom van belang dat we zo snel mogelijk starten met het uitwerken van een aantal casussen. Gezien de beperkte tijd en capaciteit is ervoor gekozen om in tranches van casussen te werken gebaseerd op een aantal criteria waarbij telkens andere leervragen aan de orde komen. De eerste tranche kent in eerste instantie een leertijd van maximaal een halfjaar. Er kunnen parallel continu casussen ingediend worden. De casuïstiek wordt vervolgens ingepast op basis van de planning zoals opgesteld door de stuurgroep GGA. De ervaringen uit de casussen zijn behulpzaam bij de besluiten die bij de ontwikkeling van de GGA worden gemaakt. Er is dus een duidelijk verband tussen de keuze en planning van een casus en een beleidsvraag en de planning daarvan.

Statenvoorstel nr. 2020/1102363

Datum

Inlichtingen bij

15.09.2020

2020/0254368

F. van Wijk, telefoon 038 499 74 92 e-mail: fl.v.wijk@overijssel.nl

Aan Provinciale Staten

Onderwerp

Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof Bijlagen

I.

Ontwerpbesluit nr. 2020/1102363 (bijgevoegd)

Samenvatting van het voorgestelde besluit Provinciale Staten stellen het Statenvoorstel Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof vast en daarmee de inhoudelijke en procesmatige kaders voor de Gebiedsgerichte Aanpak. Hiermee wordt nadere uitwerking gegeven aan de Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof in Overijssel voor de komende jaren. Met de Gebiedsgerichte Aanpak starten we een proces waarbij we samen met inwoners, bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties op zoek gaan naar oplossingen voor de stikstofproblematiek die passen bij de gebieden, zodat we samen kunnen blijven bouwen aan Overijssel. Aan prachtige natuur, voldoende woningen, een krachtige economie, een prettige leefomgeving, goede bereikbaarheid en een vitaal platteland.

Inleiding en probleemstelling Door de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 over het Programma Aanpak Stikstof (PAS) is de situatie rondom de invloed van stikstof op onze natuurgebieden ingrijpend veranderd. Dit had en heeft een direct effect op economische en maatschappelijke activiteiten in Overijssel en de rest van Nederland die gepaard gaan met stikstofuitstoot. Wij ontwikkelden de Overijsselse Aanpak Stikstof om te komen tot een structurele, juridisch houdbare oplossing voor de stikstofproblematiek, waar we stapsgewijs naartoe werken. Deze aanpak bestaat uit vijf schakels die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn: • Bronmaatregelen • Natuurherstel • Vergunningverlening, toezicht en handhaving • Verdeling stikstofruimte • Gebiedsgerichte Aanpak In de Gebiedsgerichte Aanpak komen alle hierboven beschreven schakels uiteindelijk samen: in de gebieden moet immers in de praktijk blijken hoe algemeen geformuleerde maatregelen concreet handen en voeten kunnen krijgen op een manier die past bij de kenmerken van het gebied.

Hoewel de stikstofaanpak ook op nationaal niveau nog volop in beweging is, is het belangrijk de kaders en uitgangspunten voor de Gebiedsgerichte Aanpak aan de voorkant zo duidelijk mogelijk vast te leggen. Daartoe leggen we u dit Statenvoorstel voor, waarin de inhoudelijke en procesmatige kaders staan beschreven. Gelijktijdig leggen wij met het Investeringsvoorstel Aanpak Stikstof het financiële kader voor de gehele stikstofaanpak aan u voor. In dat voorstel worden ook de andere vier schakels nader toegelicht.

Participatie samenleving Zowel draagvlak als concrete resultaten zijn van cruciaal belang voor het slagen van de stikstofaanpak in Overijssel. We zijn ambitieus maar vinden het belangrijk dat onze plannen en maatregelen ook te begrijpen en te behappen zijn. In de afgelopen maanden hebben we over de diverse onderdelen van onze aanpak afstemming gezocht met betrokkenen in Overijssel. Zo hebben we met de ambtelijke Werkgroep Stikstof1, de Overijsselse Regietafel en het bestuurlijk platform SamenWerktBeter onze ideeën voor de Gebiedsgerichte Aanpak besproken. Via een digitale nieuwsbrief informeren we een brede groep geïnteresseerden over de ontwikkelingen in de stikstofaanpak op zowel nationaal als provinciaal niveau. Uw Staten zijn via diverse brieven en infosessies geïnformeerd en hebben aandachts- en zorgpunten meegegeven tijdens de commissievergaderingen van 11 maart en 9 september jongstleden. Alle input die uit deze brede afstemming naar voren is gekomen, hebben we in onze afweging betrokken, wat heeft geleid tot de uitgangspunten zoals in dit Statenvoorstel beschreven. Het stikstofprobleem kent geen eenvoudige oplossingen en er zullen dan ook altijd organisaties, partijen en personen zijn die niet gelukkig zijn met de besluiten die worden genomen.

We zien het als onze taak om juist in de Gebiedsgerichte Aanpak te stimuleren dat organisaties, bedrijven en inwoners met uiteenlopende belangen met elkaar in gesprek blijven. Zodat kleine misverstanden niet uitgroeien tot grote ruzies en mensen zich gehoord voelen, ook al zijn ze het niet eens met de uitkomst. In Overijssel hebben we daar een mooi woord voor: noaberschap, waarbij vertrouwen, open communicatie, onderling begrip en verbinding de waarden zijn van waaruit we samenwerken. Voor het noodzakelijke commitment en om de kracht van de mensen, bedrijven en organisaties in de gebieden te gebruiken, streven we naar een zo hoog mogelijke trede op de participatieladder. Waarbij daar ook beperkingen aan zitten, als provincie zijn we immers, deels wettelijk, verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van plannen die bijdragen aan natuurherstel, stikstofreductie en ruimte voor economische en maatschappelijke ontwikkelingen.

Overwegingen Uitgangspunten Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof Overijssel

In onze brief van 1 september 2020 (kenmerk 2020/0232758) gaven we aan wat in onze optiek de uitgangspunten voor de GGA kunnen zijn. We wisselden hierover al van gedachten tijdens de commissievergadering van 9 september 2020, waarna we de uitgangspunten aangepast, aangevuld en nader toegelicht hebben. In het Investeringsvoorstel gaan we dieper in op hoe we de GGA in de praktijk willen aanpakken en organiseren. We stellen u voor de volgende uitgangspunten vast te stellen als kader voor de gebiedstafels.

1 Waterschap Vechtstromen, Waterschap Drents Overijsselse Delta, Waterschap Rijn en IJssel, VNG / vertegenwoordigende gemeenten (Deventer, Dinkelland/Tubbergen, Hardenberg, Zwolle), Rijkswaterstaat Oost-Nederland, Rijksvastgoedbedrijf namens ministerie van Defensie, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Landschap Overijssel, Overijssels Particulier Grondbezit, Natuur en Milieu Overijssel, LTO Noord, Boerennatuur, VNO-NCW, MKB, Transport en Logistiek Nederland, Bouwend Nederland, Vitens

2

De GGA draagt bil aan drie doelstellingen De doelstellingen van de GGA zijn: • Een robuustere natuur, waarvoor een significante daling van de stikstofdepositie en (extra) natuurherstel nodig is. Hiermee verhogen we de biodiversiteit en verminderen we de kwetsbaarheid van de natuur. • Perspectief voor maatschappelijke en economische ontwikkelingen die stikstofdepositie veroorzaken. • Een toekomstbestendig Overijssel door waar mogelijk en nodig slimme combinaties met andere opgaven te maken. We lichten deze doelen hieronder toe. Een robuustere natuur betekent én een significante daling van de stikstofdepositie én het verder verbeteren van andere condities (natuurherstel) De GGA kent haar aanleiding in de uitspraak van de Raad van State, waardoor het PAS niet meer als basis voor vergunningverlening mag worden gebruikt. Uit de uitspraak werd duidelijk dat de kwaliteit van stikstofgevoelige N2000-gebieden moet verbeteren vóórdat activiteiten met extra stikstofemissie kunnen worden toegestaan. De gebiedsgerichte aanpak heeft dan ook tot doel om de kwaliteit van de Overijsselse N2000-gebieden te verbeteren, waarvoor én een significante daling van de stikstofdepositie nodig is én het verder verbeteren van andere condities zoals hydrologie en (grond-)waterkwaliteit.

We willen vanuit Overijssel bijdragen aan het zogenaamde '100% VHR-doelbereik in 2050' dat op nationaal niveau moet worden bereikt2. Wat daarvoor per N2000-gebied nodig is, staat beschreven in de N2000beheerplannen, die elke zes jaar worden geactualiseerd. Er zal dan ook een nauwe wisselwerking zijn tussen het proces van actualisatie van de N2000-beheerplannen (onderdeel van de schakel Natuurherstel) en de gebiedsgerichte aanpak. Perspectief voor maatschappelijke en economische ontwikkelingen die stikstofdepositie veroorzaken Omdat de stikstofdepositie niet van vandaag op morgen onder de KDW zit en de natuur (dus) ook nog niet aan de VHR-doelen voldoet, zijn voor de tussentijd ook oplossingen nodig voor economische en maatschappelijke ontwikkelingen die stikstofdepositie veroorzaken. De techniek is immers ook nog niet ver genoeg gevorderd om voor alle voertuigen, projecten en agrarische en niet-agrarische bedrijven een zero-emissie-beleid te voeren. Dankzij de aanpassingen aan onze beleidsregels zijn deze mogelijkheden er inmiddels in de vorm van intern en extern salderen. Deze beleidsregels vormen het juridisch kader, maar zorgen er nog niet voor dat vraag en aanbod van stikstofruimte elkaar weet te vinden. Bovendien kan het nodig blijken te zijn om het beschikbaar komen van stikstofruimte te stimuleren als het 'aanbod' te laag blijkt te zijn.

Het bij elkaar brengen van vraag en aanbod en het doen van voorstellen om extra stikstofruimte te creëren, is daarom ook een belangrijk doel van de GGA, die nauw samenhangt met de schakels 'VTH' en 'Verdeling stikstofruimte'. Een toekomstbestendig Overijssel door waar mogelijk en nodig slimme combinaties met andere opgaven te maken De stikstofaanpak en het aanvullend natuurherstel zullen een forse impact hebben voor de (bedrijven en inwoners in de) gebieden. Tegelijkertijd zijn er andere majeure maatschappelijke opgaven die ook iets voor bedrijven en inwoners gaan betekenen. We kunnen elke hectare in principe maar voor één doel gebruiken, en willen bovendien als overheid niet meerdere keren achter elkaar bij hetzelfde bedrijf aanbellen. We willen ons daarom niet blindstaren op stikstof alleen, maar meekoppelkansen in beeld brengen en waar mogelijk benutten. Hiervoor willen we de partners in het gebied ook ruimte geven, zodat zij met initiatieven en innovaties kunnen komen. We staan hier positief tegenover zolang dit meekoppelen het tempo van de stikstofaanpak niet in de wegstaat. Vanuit onze eigen opgaven zien we mogelijkheden voor verbinding met onder andere de programma's en opgaven op het gebied van Leefbaar Platteland, Agro&Food, Ontwikkelopgave, Veenweide, klimaatadaptatie, Nieuwe Energie en RES, Circulaire Economie, woningbouw en mobiliteit.

Een schematische weergaven van (de samenhang tussen) deze doelen is op de volgende pagina opgenomen.

2 Hiermee wordt het volgende bedoeld. Het bereiken van de gunstige Staat van Instandhouding ('VHRdoelbereik') is een opgave voor de Nederlandse staat die wordt vertaald naar habitattypen en soorten. Omdat habitattypen in meerdere N2000-gebieden voorkomen bepaalt de som van die gebieden of de gunstige Staat van Instandhouding wordt bereikt.

3

We sluiten aan bii het kabinetsbeleid: 100% doelbereik in 2050 en 50% van de stikstofoevoelioe hectares onder de KDW in 2030 als tussendoel Wij sluiten aan bij het beleid van het kabinet, dat in wetgeving wil vastleggen dat in 2030 50% van de stikstofgevoelige hectares moet voldoen aan de Kritische Depositie Waarde. Dit is een tussendoel op weg naar volledig doelbereik in 2050. Middels het wetsvoorstel 'stikstofverbetering en natuurverbetering' wordt dit als resultaatsverplichting vastgesteld. Het Rijk heeft een pakket met bronmaatregelen aangekondigd, waarmee volgens de berekeningen van het PBL deze streefwaarde behaald kan worden. In afstemming met het Rijk zullen deze maatregelen een gebiedsgerichte uitwerking krijgen. In onze GGA hanteren we deze streefwaarde als vertrekpunt, wat betekent dat we in beeld zullen brengen of met de door het Rijk aangekondigde maatregelen in onze gebieden aan de streefwaarde kan worden voldaan. Ook maken we inzichtelijk wat de eventuele restopgave is en welke aanvullende maatregelen denkbaar zijn om de streefwaarde te bereiken. We vinden het behoud van toekomstbestendiae en innovatieve agrarische bedrijven van belang Agrarische bedrijven vervullen een belangrijke rol bij het beheer van en de leefbaarheid in ons mooie landelijke gebied.

Een duurzaam verdienvermogen en leefbaarheid zijn belangrijke aspecten bij de toekomst van het landelijk gebied. In de Gebiedsgerichte Aanpak leggen we daartoe nadrukkelijk de verbinding met programma's als Agro&Food en Leefbaar Platteland. Zo faciliteren en stimuleren we innovatie via het programma A&F en dragen daarmee bij aan een transitie naar vormen van kringlooplandbouw en een verduurzaming van de voedselketen, mét een gezonde toekomstbestendige bedrijfsvoering. Vanuit het Rijk ligt er een duidelijke visie rondom kringlooplandbouw. Gekoppeld aan de herziening van de Omgevingsvisie zal de betekenis voor Overijssel in beeld worden gebracht. Dit biedt een toekomstperspectief voor de landbouw op lange termijn en geeft inzicht in het verdienpotentieel per gebied. Dit zal na vaststelling kaderstellend zijn voor de Gebiedsgerichte Aanpak.

Verdeling Rüksmiddelsn naar ratg.van.de. opflave Samen met de andere provincies maken we met het Rijk afspraken over de verdeling van de middelen die het Rijk beschikbaar stelt voor herstel- en bronmaatregelen. Dit betreft een bedrag van 2 miljard euro voor bronmaatregelen en 3 miljard euro voor herstelmaatregelen, voor de periode tot 2030. De afspraken over de verdeling van middelen voor aanvullende herstelmaatregelen maken we met het Rijk in het kader van het Programma Natuur ('Natuurpact 2.0') waarover we u op 15 juli 2020 informeerden (2020/0201084). In Overijssel hebben we een grote natuur- en stikstofopgave. Onze inzet is dan ook dat de Rijksmiddelen worden verdeeld naar rato van de opgave.

4

Aan de qebiedstafels werken (vertegenwoordigende) organisaties met een belang bii het gebied als geheel samen op basis van noaberschap Draagvlak en gedeeld eigenaarschap zijn cruciaal voor het welslagen van de Gebiedsgerichte Aanpak. Hierbij past een bestuursstijl hoog op de participatieladder. We willen dan ook de kracht van de gebieden en gebiedspartners maximaal benutten. Dit doen we door ruimte te geven voor het meekoppelen van andere opgaven, innovaties en lokale initiatieven, uiteraard zolang deze passen binnen de door u en het Rijk vastgestelde kaders. Iedereen kan een bijdrage leveren aan de GGA, maar de samenstelling van de gebiedstafels beperken we tot (vertegenwoordigende) organisaties met een belang bij het gebied als geheel. We geven dus ruimte aan de gebiedspartners maar zitten ook zelf aan tafel, om de doelen en voortgang van de GGA te bewaken en provinciale opgaven in te brengen. We hanteren een gefaseerde, adaptieve aanpak en stellen gebiedsanalyses en gebiedsagenda's op In de gebieden faciliteren we vanaf dag één het bij elkaar brengen van vraag en aanbod om acute knelpunten op te lossen en quick wins te verzilveren. Parallel werken we aan een plan voor de (middel)lange termijn: de gebiedsagenda. We hanteren hiertoe een gefaseerde, adaptieve aanpak die hieronder schematisch is weergegeven.

Het schema geeft aan dat er in feite een PDCA-cyclus wordt doorlopen, waarbij op basis van monitoring en voortschrijdend inzicht analyses en plannen worden aangevuld en bijgesteld. De lichte pijlen in het midden geven aan dat het soms niet nodig is de hele cyclus te doorlopen: indien mogelijk worden ervaringen en ideeën meteen toegepast. We starten de GGA met de verkenningsfase: het opstellen van gebiedsanalyses en gebiedsagenda's. De gebiedsanalyses bevatten een overzicht van de opgaven in het gebied en analyses van onder andere de omvang en herkomst van stikstofdepositie. Zodra deze gebiedsanalyses gereed zijn zullen we de duiding daarvan met u bespreken. Vervolgens stellen we gebiedsagenda's op. Die omvatten een gebiedsgerichte uitwerking en effectanalyse van reeds beschikbare maatregelen en middelen, en een voorstel voor mogelijke aanvullende maatregelen inclusief de daartoe benodigde middelen. Op basis van de gebiedsagenda vindt afstemming en besluitvorming plaats over eventuele aanvullende maatregelen en middelen. Waarschijnlijk zijn daarbij besluiten nodig door meerdere overheden, ieder vanuit de eigen bevoegdheid en verantwoordelijkheid. Dit is dus ook het moment dat aan uw Staten besluiten zullen worden voorgelegd over de vervolgstappen, de daartoe benodigde financiering en de daarmee te bereiken resultaten.

We blijven de instrumentenkoffer voor de GGA vullen Vanuit de andere vier schakels binnen de stikstofaanpak ontwikkelen we instrumenten die we kunnen toepassen binnen de GGA. Op 15 september stelden we beleidsregels vast die - met de nodige

5

waarborgen - extern salderen met veehouderijen mogelijk maken. Verder werkt het RIVM in opdracht van provincies en het Rijk aan een regionaal stikstofregistratiesysteem. Dit systeem maakt het vanaf 2021 mogelijk om stikstofwinst van lokale maatregelen te registreren en vervolgens beschikbaar te stellen. Zowel beleidsmatig als technisch zijn er nog de nodigde keuzes te maken voordat zo'n systeem er ook daadwerkelijk is; dit duurt naar verwachting tot het voorjaar 2021. We willen voorkomen dat er tot die tijd stikstofruimte verloren gaat die juridisch geschikt is voor nieuwe initiatieven. Daarnaast ontstaan er bij extern salderen kleine verschillen in de depositie van de aanbieder en de vrager. Die verschillen vervallen in principe wanneer de vergunning (gedeeltelijk) wordt ingetrokken en komen daarom niemand toe. Vanaf het openstellen van extern salderen zullen we die ruimte in Overijssel vastleggen. Op dit moment is het nog niet mogelijk die ruimte weer uit te geven. Hier wordt landelijk aan gewerkt. Kracht van SamenWerktBeter benutten op basis van een nieuw convenant We zijn als provincie één van de partijen in het platform SamenWerktBeter. Net als de andere SWBpartners denken we dat het platform een meerwaarde kan vervullen voor de Gebiedsgerichte Aanpak3.

Tussen partijen met uiteenlopende belangen is immers een vertrouwensband ontstaan waardoor verschillen van inzicht op constructieve wijze besproken en overbrugd kunnen worden. Binnen SWB zijn we nog met elkaar in gesprek hóe we de kracht van SWB een plek kunnen geven in de GGA. Wij zien daarbij voor het platform SWB geen besluitvormende, maar een adviserende en stimulerende rol voor ons. Daarbij is belangrijk dat de samenstelling van SWB wordt heroverwogen zodat deze aansluit bij de verschillende aspecten van de stikstofproblematiek. We zullen een Benen-op-Tafelsessie organiseren om met u én leden van SWB van gedachten te wisselen over de mogelijke rol en positie van SWB in de toekomst. Dit nemen we vervolgens mee bij het opstellen van een nieuw convenant waarin de rol en positie van SWB in relatie tot de GGA duidelijk wordt omschreven.

Start inventariserende fase van de GGA

Op korte termijn zullen we in alle gebieden starten met de gebiedstafels en de eerste, inventariserende fase van de GGA. Tijdens deze inventariserende fase brengen we de opgaven in het gebied in beeld en bedenken we met de gebiedspartners hoe we de inwoners en bedrijven bij de GGA kunnen betrekken. Ook bieden we met de gebiedstafels een platform om - zodra extern salderen ook met veehouderijen mogelijk is - vraag en aanbod van stikstofruimte te verbinden, binnen de kaders van onze beleidsregels. Betrokkenheid PS

In dit Statenvoorstel stelt u het kader voor de Gebiedsgerichte Aanpak vast (inhoud en proces). In het separate Investeringsvoorstel Aanpak Stikstof dat gelijktijdig aan u wordt voorgelegd, geven we aan hoe we de door u voor de gehele stikstofaanpak beschikbaar gestelde middelen willen besteden. Wij informeren uw Staten over de voortgang van onze Aanpak Stikstof via de reguliere P&C cyclus. Daarnaast geven we u in de vergaderingen van de commissie Landbouw en Natuur steeds een mondelinge update van de stand van zaken van de Gebiedsgerichte Aanpak. Door middel van een beknopt dashboard informeren we u per kwartaal over de stand van zaken van de GGA. Wanneer naar verwachting eind 2020 de eerste gebiedsanalyses gereed zijn, willen we daarover met u van gedachten wisselen. Voor de zomer van 2021 verwachten we met u in gesprek te kunnen gaan over de eerste contouren van de gebiedsagenda's. De gebiedsagenda's omvatten een gebiedsgerichte uitwerking en effectanalyse van reeds beschikbare maatregelen en middelen, en een voorstel voor mogelijke aanvullende maatregelen inclusief de daartoe benodigde middelen. Op basis van de gebiedsagenda vindt afstemming en besluitvorming plaats over eventuele aanvullende maatregelen en middelen. Waarschijnlijk zijn daarbij besluiten nodig door meerdere overheden, ieder vanuit de eigen bevoegdheid en verantwoordelijkheid.

Dit is dus ook het moment dat aan uw Staten besluiten zullen worden voorgelegd over de vervolgstappen, de daartoe benodigde financiering en de daarmee te bereiken resultaten. Aanvullend organiseren we minimaal eens per jaareen bijeenkomst voor uw Staten om met betrokkenen van gedachten te wisselen over de voortgang en (tussen-)resultaten in de zes gebieden.

3 httDs://www.overiissel.nl/best;uur/samen-werkt-beter/actueel/@P5Li/inkleurlna-rol-samen-werkt-beter-aebiedsaerichte/

6

Conclusie Met voorliggend Statenvoorstel geven wij de kaders en uitgangspunten aan waarbinnen we met onze gebiedspartners aan de slag gaan in de Gebiedsgerichte Aanpak. Zodat we met de inwoners, bedrijven, mede-overheden en maatschappelijke organisaties samen kunnen blijven bouwen aan Overijssel. Aan prachtige natuur, voldoende woningen, een krachtige economie, een prettige leefomgeving, goede bereikbaarheid en een vitaal landelijk gebied.

Voorstel Gelet op het voorgaande stellen wij u voor het besluit te nemen, als in concept in bijlage I verwoord.

Gedeputeerde Staten van Overijssel,

voorzitter, A.P. Heidema

secretaris, N. Versteeg

7

s

Bijlage I

Ontwerpbesluit nr. 2020/1102363

Provinciale Staten van Overijssel, gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten d.d. 15 september 2020 (kenmerk 2020/xxxxxx)

besluiten: de volgende uitgangspunten vast te stellen voor de Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof:

1. De GGA draagt bij aan de volgende drie doelen: • Een robuustere natuur, waarvoor een significante daling van de stikstofdepositie en (extra) natuurherstel nodig is. Hiermee verhogen we de biodiversiteit en verminderen we de kwetsbaarheid van de natuur. • Perspectief voor maatschappelijke en economische ontwikkelingen die stikstofdepositie veroorzaken. • Een toekomstbestendig Overijssel door waar mogelijk en nodig slimme combinaties met andere opgaven te maken. 2. We sluiten aan bij het kabinetsbeleid: 100% doelbereik in 2050 en 50% van de stikstofgevoelige hectares onder de KDW in 2030 als tussendoel. 3. We vinden het behoud van toekomstbestendige en innovatieve agrarische bedrijven van belang. 4. We zetten in op verdeling van de Rijksmiddelen naar rato van de opgave. 5. Aan de gebiedstafels werken (vertegenwoordigende) organisaties met een belang bij het gebied als geheel samen op basis van noaberschap. 6. We hanteren een gefaseerde, adaptieve aanpak en stellen gebiedsanalyses en gebiedsagenda's op. 7. We blijven de instrumentenkoffer voor de GGA vullen. 8. We benutten de kracht van SamenWerktBeter op basis van een nieuw convenant.

Zwolle, Provinciale Staten voornoemd,

voorzitter,

griffier,

9

PROGRAMMA GEBIEDSGERICHTE AANPAK STIKSTOF OVERIJSSEL (GGA)

CONTACTGEGEVENS

Programmaleiders

Joost Houtkamp | i.houtkamp@overiissel.nl | 038 499 82 48 Frederike van Wijk | fi.v.wiik@overiissel.nl | 038 499 74 92

Vechtdal

gebiedsregisseurs:

gemeenten: waterschappen: N2000 gebieden:

Paul van Bruggen | cp.v.bruqaen@overiissel.nl | 038 499 77 09 Judith Muis | i.muis@overiissel.nl | 038 499 94 52 Ommen, Dalfsen, Hardenberg Waterschap Drents Overijsselse Delta, Waterschap Vechtstromen Vecht- en Beneden-Regge

Noordwest-Overijssel

gebiedsregisseurs:

gemeenten: waterschap: N2000 gebieden:

Vincent Klijnsma | vq.kliinsma@overiissel.nl | 038 499 81 01 Geertje Martens | qapm.martens@ovehissel.nl | 038 499 73 86 Steenwijkerland, Zwartewaterland, Kampen, Staphorst, Zwolle Waterschap Drents Overijsselse Delta Wieden-Weerribben, Zwarte Meer, Rijntakken, Uiterwaarden Zwarte Water-Vecht

Salland

gebiedsregisseurs:

gemeenten: waterschap: N2000 gebieden:

Wietse Douwes | w.douwes@overiissel.nl | 038 499 81 53 Gerritjan Meppelink | q.meppelink@overiissel.nl | 038 499 84 02 Deventer, Olst-Wijhe, Raalte Waterschap Drents Overijsselse Delta Rijntakken, Boetelerveld, invloed van Sallandse Heuvelrug

West-Twente

gebiedsregisseurs:

gemeenten: waterschap(pen): N2000 gebieden:

Manuela Steenberg-Vinke | meq.steenberq-vinke@overiissel.nl | 038 499 85 44 Renske Graafland | r.qraafland@overiissel.nl | 038 499 71 28 Hellendoorn, Wierden, Twenterand, Rijssen-Holten, Almelo Waterschap Drents Overijsselse Delta, Waterschap Rijn en IJssel, Waterschap Vechtstromen, Sallandse Heuvelrug, Wierdense Veld, Engbertsdijksvenen, De Borkeld

Noordoost-Twente

gebiedsregisseurs:

gemeenten: waterschap: N2000 gebieden:

Elselien Koning-Jaspers | el.koninq@overiissel.nl | 038 499 86 41 Rein Jonkhans | rp.ionkhans@overiissel.nl | 038 499 93 94 Losser, Oldenzaal, Tubbergen, Dinkelland Waterschap Vechtstromen Dinkelland, Landgoederen Oldenzaal, Springendal & Dal van de Mosbeek, Lonnekermeer, Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek, Bergvennen & Brecklenkampse Veld, Lemselermaten

Zuidoost-Twente

gebiedsregisseurs:

gemeenten: waterschappen: N2000 gebieden:

Freerk Dommershuijzen | fi.dommershuiizen@overiissel.nl | 038 499 78 91 Jeroen Schuurman | ieroen.schuurman@overiissel.nl | 038 499 94 21 Borne, Haaksbergen, Hengelo, Hof van Twente, Enschede Waterschap Vechtstromen, Waterschap Rijn en IJssel Witte Veen, Buurserzand-Haaksbergerveen, Aamsveen

Gebiedstafels Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof 2020 en planning 2021

Gebied

ambtelijke Gebiedstafel

Salland

26 november 2020 14 januari 2021 11 februari 2021 11 maart 2021

West-Twente

Noordoost-Twente

Zuidoost-Twente

Noordwest-Overijssel

18 februari 2021

14 december 2020 8 februari 2021 8 maart 2021

20 januari 2021

1 december 2020

9 december 2020

28 januari 2021

4 februari 2021

8 december 2020 27 januari 2021

Vechtdal

bestuurlijke Gebiedstafel

begin maart 2021

9 december 2020 27 januari 2021

nog niet bekend

29 september 2020 3 november 2020 15 december 2020

18 november 2020 8 december 2020

16 februari 2021 23 maart 2021 20 april 2021 ljuni 2021 22 juni 2021 24 augustus 2021 14 september 2021 26 oktober 2021 30 november 2021

7 januari 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=61c2a223-96b3-473d-97e3-3767c13c82d1