Bijlage Analyse toekomstperspectief buitengebied Raalte
Tekst van het document
Toekomstbestendig buitengebied Raalte Kansen en perspectief DEEL ANALYSE
Inhoudsopgave 1. Waarden 2. Opgaven 3. Ambitie
Waarden
Waarden buitengebied • Waarden zijn de basis • Ontwikkelen vanuit kwaliteit
LANDSCHAP • Afwisseling • Openheid • Bossen en beekdalen • Natuur • ….
ERFGOED • Landgoederen • Kanaal • ….
MENSEN • Noaberschap • Agrarisch ondernemerschap • Met en voor elkaar • ….
Onze opgaven Opgaven 1. Landbouw 2. Natuur en biodiversiteit 3. Recreatie 4. Wonen 5. Bodem en water 6. Energie
Opgave Landbouw
Landbouw grondgebruik In de gemeente Raalte is: -
81% van de gronden agrarisch in gebruik;
-
8% is bos en natuur;
-
6% is bebouwing;
-
3% bestaat uit wegen;
-
1% is recreatie;
-
1% is water.
Landbouw aantal landbouwbedrijven Er is een forse daling in het aantal landbouwbedrijven in de afgelopen 25 jaar, met ruim 40%. Het areaal
- 43% - 40% - 42%
landbouwgrond neemt
veel minder af, wat betekent dat de landbouwbedrijven gemiddeld groter worden.
Wat ook opvalt: ongeveer 50% van alle
- 10%
- 3% - 7%
landbouwbedrijven in Salland ligt in de gemeente Raalte!
Landbouw omvang landbouwbedrijven Raalte heeft opvallend meer landbouwbedrijven dan omliggende gemeenten. Dat onderbouwt het beeld van Raalte als landbouwgemeente
in Overijssel en binnen Salland. Meer dan de helft van de bedrijven wordt tot de kleine tot zeer kleine bedrijven gerekend in verdiencapaciteit.
Dat is vergelijkbaar met andere delen van Overijssel.
Landbouw type landbouwbedrijven Het merendeel van de agrarische bedrijven bestaat uit melkveebedrijven. Er worden 75 bedrijven tot de
intensieve bedrijvigheid gerekend, waaronder de vleeskuikens- en vleeskalverenbedrijven, net als de geitenhouderijen.
Landbouw functionele opzet landelijk gebied
Aantal melkveebedrijven naar aantal melken kalfkoeien per jaar
Landbouw opvolging bedrijven
In Raalte heeft 49% van de bedrijven in 2023 geen bedrijfsopvolger. Dat zijn 223 van de aanwezige 451 bedrijven.
Landbouw ontwikkeling landbouwbedrijven
De landelijke daling in het aantal landbouwbedrijven is ook in Raalte zichtbaar. Wat opvalt is dat vooral de melkveehouderij afneemt, terwijl de akkerbouw juist toeneemt. De overige sectoren
blijven redelijk gelijk in aantal.
Landbouw stikstofemissie Verschillende sectoren dragen in verschillende mate bij aan de uitstoot van
stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3). Deze uitstoot kent al jarenlang een dalende lijn. In Raalte komt het grootste deel van de stikstofemissie vanuit de landbouw, met name vanuit de mest.
Conclusies; wat zien we? -
Raalte is op provinciaal en regionaal niveau een belangrijke landbouwgemeente.
-
De gemeente heeft een sterk versnipperd landgebruik en grondbezit. Er zijn veel kleine agrarische ondernemers, tot midden MKB. En dus ook veel stakeholders.
-
Door economische prikkels is er een groeiende omwisseling van veehouderij naar deels akker- en tuinbouw met een hoger financieel rendement.
-
Omschakeling naar akker- en tuinbouw is positief voor stikstofemissie, maar een risico voor bodem- en waterkwaliteit gelet op bestrijdingsmiddelen.
-
Er is een voortgaande daling van het aantal agrarische bedrijven, met name melkveehouderij. Verwacht wordt dat deze
trend zich voortzet, zeker omdat voor 49% van alle bedrijven op dit moment geen opvolger is. -
Veel stoppers zitten in de kleine(re) landbouwbedrijven. Dat kan door opkoping leiden tot sterke groei van het aantal en de omvang van grote bedrijven en opkoop door bedrijven buiten de regio. Dat zal impact hebben op de huidige sociale structuur van het platteland met mogelijk minder lokale binding, minder familiebedrijven en mogelijk toenemende opschaling van landschap en erven.
-
De huidige stikstofimpasse en de noodzaak om snel tot een aanpak te komen met resultaat, zal leiden tot aanvullende maatregelen. Welke dat zijn, is nog onduidelijk. Het inzetten van bufferzones van 250 – 500 meter rond stikstofgevoelige natuurgebieden is een van de instrumenten die daar op inspeelt. Het Rijk kiest vooralsnog voor het beperkt werken met bufferzones.
Kernopgave landbouw Hoe blijft Raalte op provinciaal en regionaal niveau een belangrijke landbouwgemeente? •
Zorgen voor een toekomstbestendige, lokaal verankerde landbouwsector;
•
Herbestemmen van veel agrarische bebouwing.
Opgave Natuur en biodiversiteit
Natuur overzicht N2000 en NNN In de gemeente Raalte ligt één
Natura2000-gebied: het Boetelerveld. Ook liggen er grote NNN-gebieden, die zich vooral concentreren rondom de landgoederen. Van belang zijn verder de natuurgebieden van de IJssel, Sallandse Heuvelrug en het Vecht- en Benedenreggegebied. Deze natuurgebieden zijn, net als het Boetelerveld stikstofgevoelig.
Natuur stikstof Het Boetelerveld heeft een sterke overbelasting van stikstof; 100% van het gebied is overbelast. In de
afgelopen jaren zijn hier al veel natuurherstelmaatregelen uitgevoerd. Ook de Sallandse Heuvelrug en het Vecht- en Benedenreggegebied kennen een overbelasting met
stikstof. Deze overbelasting in combinatie met de huidige regelgeving zorgt voor beperkingen voor de ontwikkeling van Raalte. Tegelijkertijd onderstreept deze overbelasting de noodzaak om gezamenlijk te werken aan een toekomstbestendig Raalte waarin ook de natuur een stevige, duurzame plek inneemt.
Natuur klimaatdoelstelling CO2 - neutraal De natuur speelt een belangrijke
rol bij de opname van CO2. Daarmee neemt de natuur ook een wezenlijke plek in bij het halen van onze klimaatdoelstellingen, waarin alle gemeenten, ook
Raalte, hebben onderschreven in 2020 CO2 -neutraal te zijn. Het versterken van natuurgebieden en het aanplanten van bomen (bossenstrategie provincie Overijssel) kunnen helpen om dichterbij het CO2 -doel te komen.
Natuur zoekgebieden agrarisch natuurbeheer De provincie Overijssel heeft, onder andere voor het toekennen van ANLb-pakketten zoekgebieden
aangewezen. Agrarische collectieven kunnen in deze gebieden subsidie krijgen voor agrarisch natuurbeheer. Veel agrarische ondernemers willen deze regeling graag verbreden en af van de zogenoemde ‘witte gebieden’. De natuurwaarden van het ‘boerenland’ zijn immers belangrijk voor verschillende beschermde plant- en diersoorten. Deze soorten staan veelal onder druk. Om een goede staat van instandhouding voor die soorten te bereiken, is een goede natuurkwaliteit nodig van de landbouwgronden. Meer ruimte voor
agrarisch natuurbeheer biedt daarvoor kansen. Open grasland, weidevogelbeheer kritische soorten Open grasland, weidevogelbeheer niet-kritische soorten Open akkergebied/open grasland, weidevogelbeheer niet-kritische soorten Dooradering
Natuur groenblauwe dooradering
In het Nationaal Programma Landelijk Gebied is de doelstelling opgenomen dat elke provincie 10% groenblauwe dooradering (GBDA) realiseert. Dat wil zeggen dat ‘minstens 10 procent van het landbouwareaal uit landschap met grote diversiteit moet bestaan’ ,waardoor de biodiversiteit wordt vergroot. Het ontwikkelen van de GBDA kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren. In de provinciale gebiedstafel van Overijssel (PPLG) is verkend of en hoe deze 10% groenblauwe
dooradering vorm kan krijgen. In Raalte maakt nu 6.1% van het oppervlak landelijk gebied deel uit van de groenblauwe dooradering.
Conclusies; wat zien we? -
Raalte kent een fraaie dooradering met natuurgebieden. Het merendeel van de natuurgebieden is geclusterd: in de landgoederenzone tussen Laag Zuthem en Heino, in de landgoederenzone tussen Heino en Raalte en rond Nieuw Schoonheeten en het Boetelerveld.
-
Natuur en landbouw kunnen op veel manieren samengaan. Ze vormen geen tegenstelling. De wens om uitbreiding van de ANLb-pakketten laat dat zien.
-
Versterken van de natuur (meer natuurlijke vegetatie) helpt bij het halen van klimaatdoelen en verbetert de robuustheid van de natuur. Daardoor ontstaat ook ruimte voor een toekomstbestendig Raalte met ruimte voor groei en ontwikkeling.
-
Groenblauwe dooradering biedt kansen voor versterking van natuur en landschap en kan bijdragen aan wateropgaven (zie opgave 5).
Kernopgave natuur Hoe versterken we de natuur in het buitengebied? • Vergroten groenblauwe dooradering;
• Bossenstrategie uitrollen; • Natuurbehoud en ontwikkeling op bestaande landgoederen.
Opgave Recreatie en toerisme
Recreatie aanbod De recreatieve opgave wordt benaderd op basis van een vraagaanbodmodel, of recreatief behoeftemodel. Hiermee kan vraag, aanbod en tekort voor een recreatieve activiteit berekend worden. Het recreatieaanbod wordt bepaald op basis van de opvangcapaciteit van een landschap. Deze capaciteit hangt samen met het landschapstype. Bos
heeft bijvoorbeeld een hogere capaciteit dan agrarisch gebied. In Raalte is het aanbod relatief laag, uitgezonderd de bosgebieden in het noorden en rond landgoed
Schoonheeten.
Recreatie behoefte De recreatiebehoefte wordt bepaald op basis van het aantal inwoners, welk deel van hen gemiddeld genomen recreatief actief is en de afstand die ze bereid zijn af te leggen. Wat opvalt is dat met name de behoefte rond de steden groot is. Het aantal inwoners van Overijssel zal de komende jaren blijven groeien. Dit zal ook een grotere behoefte aan
recreatief uitloopgebied met zich meebrengen.
Recreatie confrontatie vraag en aanbod Als vraag en behoefte tegen elkaar worden afgezet ontstaat een beeld waar tekort aan recreatieve ruimte is en waar overschotten zijn. De tekorten zijn vooral rondom de grote steden en grotere kernen. In Raalte valt op dat rond Raalte en Rond Zwolle en Deventer gebieden ‘rood kleuren’. Inwoners moeten daar verder dan wenselijk reizen om natuuren recreatiegebieden te vinden. De gebieden
‘met ruimte’ zijn vaak beschermde natuurgebieden. Deze becijferde ruimte is in de praktijk niet reëel gelet op de druk en ecologische draagkracht van deze natuurgebieden.
In Raalte is in het algemeen vraag en aanbod goed in balans.
Recreatie dichtheid verblijfsrecreatie In Raalte is de dichtheid van verblijfsaccommodaties (waaronder hotels, campings, vakantieparken en b&b’s) relatief laag. Zeker in vergelijking met de Twentse gemeenten. Logischerwijs is de dichtheid in de steden hoog door het grote aantal overnachtingsmogelijkheden en beschikbare bedden, vooral in hotels.
Recreatie aantrekkelijkheid landschap De aantrekkelijkheid van het
landschap heeft een sterke relatie met de waarde en de kansen van het gebied voor recreatie en toerisme. Deze kaart geeft een modelmatige voorspelling van hoe (visueel)
aantrekkelijk Nederlanders het landschap in een gebied vinden. Het stedelijk gebied is hierin niet meegenomen. De landgoederenstrook en het zuidelijk deel van Raalte scoren hoog. Dat is verklaarbaar omdat de aanwezigheid van bos en landschapselementen over het algemeen hoog worden gewaardeerd.
Recreatie groei toerisme
Er is een toename aan toerisme en toeristische overnachtingen
in Overijssel en ook in Salland, waar Raalte toe wordt gerekend. Voor Salland wordt een groei verwacht van 1,6mljn naar +/1,8mljn overnachtingen in 2030. De stijging concentreert zich vooral op plekken waar nu ook al de grootste concentratie aan overnachtingen is. Dat komt door het sterke toeristische profiel van deze plekken en omdat daar al een verblijfsaanbod is dat door uitbreiding en verhoging van de bezettingsgraad (denk aan seizoensverlenging) ook in de groei kan voorzien. Het is niet zeker of de toenemende vraag naar overnachtingen ook een ruimtevraag wordt. Dat hangt onder andere samen met: - Het al dan niet omzetten van bestaande vakantieparken naar woningen; - Trend van een extensieve en meer natuurinclusieve inrichting van terreinen (meer groen, minder plekken);
- Door flexibeler werken ook meer continue vrijetijd, dus meer spreiding in de tijd en minder piekperiodes.
Conclusies; wat zien we? -
In Raalte is de ruimte voor recreatie en de vraag naar ruimte redelijk in balans;
-
Het buitengebied wordt steeds belangrijker als uitloopgebied voor inwoners, recreanten en toeristen, zeker als dorpen en steden blijven groeien en verdichten;
-
Veel van de huidige verblijfsaccommodaties liggen in de gebieden die ook als aantrekkelijk worden beschouwd, maar er is potentie voor groei vanuit kwaliteit en waardering voor het landschap;
-
De verwachte ontwikkelingen op het gebied van recreatie en toerisme kunnen een bijdrage leveren aan sociaalmaatschappelijke opgaven in het gebied, bijvoorbeeld: -
als nieuwe functie in vrijkomende bebouwing of erfgoed;
-
in combinatie met te ontwikkelen mobiliteitsconcepten voor het landelijk gebied;
-
wederkerigheid en samenhang met de ontwikkeling van natuur (natuur kan recreatie faciliteren en omgekeerd)
Kernopgave recreatie Hoe gaan we om met de groeiende vraag naar ruimte voor recreatie? • Optimaal benutten van het landelijk gebied als uitloopgebied voor inwoners (spreiding en concentratie); • Recreatie en toerisme ontwikkelen als sterke economische drager.
Opgave Wonen
Wonen groeibeelden Om de woningbouwopgave een plek te geven kiest Raalte voor kerngebonden groei, met de meeste woningen in Heino en Raalte. Daarom zijn voor Raalte en Heino
groeibeelden gemaakt. Een ondergeschikt aantal woningen kan een plek vinden in andere kernen/buitengebied.
Raalte
Heino
Wonen sterke spreiding buitengebied In Raalte is een sterke mix van wonen en landbouw in het buitengebied. Deze mix is kenmerkend voor het buitengebied en ook een kwaliteit, maar tegelijkertijd een knelpunt uit het oogpunt van milieubelemmeringen.
Waar een mix van functies lange tijd juist een planologisch streven was, staan functies ook steeds vaker op gespannen voet. Goede combinaties en goede afspraken zijn nodig om
voortdurende dilemma’s en spanningen tussen belangen te Wonen Landbouw
voorkomen.
Wonen planologische belemmeringen Deze kaart laat zien dat in het landelijk gebied veel milieuruimte ‘bezet’ is.
Uitgaande van een milieucontour van 50 meter rond agrarische bedrijven, zijn er maar enkele ‘witte’ vlekken zichtbaar. Ter informatie en voor de beeldvorming zijn rond het Boetelerveld 3 contouren van een bufferzone getekend van 100 – 200 – 500 meter.
Conclusies; wat zien we? -
De groeibeelden van Raalte en Heino zullen rond deze kernen een ruimtebeslag vragen in het buitengebied.
-
De sterke spreiding van agrarische bedrijven en hun milieucontouren zorgt ervoor dat een groot deel van het buitengebied niet ‘hindervrij’ is. Dit vraagt een passend antwoord op wat goede woon- en leefkwaliteit in het buitengebied moet zijn.
-
De grote hoeveelheid woningen in het buitengebied in relatie tot de mogelijk vele agrarische ondernemers die stoppen vragen ook duiding op de draagkracht van het landschap in relatie tot het potentiële aantal woningen en op de uitstraling en het beheer van het landschap in de toekomst.
Kernopgave wonen Hoe geven we vorm aan wonen in het buitengebied? 1. Gestuurde groei wonen in het buitengebied; 2. Meer waarde maken met wonen: koppelkansen met andere opgaven benutten en inzetten op
differentiatie in type woningen.
Opgave Bodem en water
Bodem en water hoogtekaart
+3,20m NAP
+2,40m NAP
Op de hoogtekaart is goed te zien hoe Raalte op de overgang ligt van de hogere Sallandse Heuvelrug en de lager liggende IJsselvallei. +22,60m NAP
+7,20m NAP +2,70m NAP
+3,10m NAP
LAAG
HOOG +61,80m NAP
+7,50m NAP
Bodem en water geomorfologie rivierkomvlakte
Raalte ligt op de overgang van
dekzandrug
de in de ijstijd ontstane Sallandse Heuvelrug en de IJsseldelta. In de geomorfologische kaart is dat goed zichtbaar. Een groot deel van Raalte is doorsneden met
oost-west lopende beekdalen stuwwal complex van dekzandwelvingen
dekzandrug
waarlangs aanvankelijk het smeltwater van de ijskappen
dekzandvlakte
richting het westen afwaterde. Nu zien we deze structuur nog
steeds terug in de vorm van weteringen die een belangrijke rol vervullen in de afwatering van het gebied.
Bodem en water bodemsoorten Ook in de bodemkaart is goed
Vaaggronden
zichtbaar hoe Raalte op de overgang ligt van hoog naar laag. In het uiterste noordwesten zien we veel kalkrijke vaaggronden. Dit past bij een jong rivierkleilandschap.
Aan de oostkant vinden we juist de zandgronden: veld- en holtpodzolgronden. Waar enken zijn Eerdgronden
ontstaan vinden we eerdgronden: zandgronden met een humusrijke bovenlaag. Op de plekken waar de invloed van
Mengelgronden
Zandgronden
de rivier minder is zien we zogenoemde mengelgronden. Hier ligt een laag(je) rivierklei op de dekzandgronden.
Bodem en water sturend Op de schaal van Salland is goed te zien hoe het bodem- en watersysteem samenhangen. Kenmerkend zijn de oost-west lopende watergangen vanaf de flanken van de Sallandse Heuvelrug richting de IJssel. Opvallend is het Overijssels Kanaal dat haaks op deze watergangen staat.
Bodem en water bodemverdichting Door ondergrondverdichting neemt het infiltratievermogen, de doorlatendheid en het vochtbergend vermogen van de
bodem af. Ondergrondverdichting kan leiden tot wateroverlast door plasvorming. Omdat water versneld wordt afgevoerd ontstaat piekbelasting bij poldergemalen en kunnen laag gelegen gronden onderlopen.
Er is meer kans op afspoeling van nutriënten en bestrijdingsmiddelen naar het oppervlaktewater. Een verdichte bodem zorgt ook dat gewassen oppervlakkig wortelen, waardoor ze water en stikstof in de bodem minder goed bereiken.
Bodem en water bodemdaling SCENARIO LAAG
2050
2100 In de voorspellingen voor bodemdaling is in beeld gebracht
wat de effecten van opwarming en verdroging zijn in combinatie met peilbeheer. De lage scenario’s gaan uit van beperkte opwarming in combinatie
van peilfixatie. De hoge scenario’s
SCENARIO HOOG
gaan uit van sterke opwarming en het mee laten zakken van het peil met de bodem (waardoor de bodem extra inklinkt). In Raalte speelt deze
ontwikkeling vooral in het noordelijkste puntje.
Bodem en water overstromingsrisico
Grote kans
Zeer kleine kans Het overstromingsrisico voor Raalte is beperkt en is gekoppeld aan de IJssel. Er is in het noordelijke deel
een middelgrote kans dat het gebied 1x per 100 jaar overstroomt.
Bodem en water bodemdaling en laagste grondwaterstand Er is een relatie tussen de voortgaande bodemdaling in de afgelopen jaren en de laagste grondwaterstanden in een extreem droog jaar. Waar de gemiddeld
laagste grondwaterstand (GLG) laag is, daalt de bodem relatief het meest.
Bodem en water kwel en wegzijging Op de hoge zandruggen zakt de neerslag in de grond. Het water
kwelt op aan de flanken van de rug en op enige afstand in de zone tussen Raalte en Heeten.
Huidig
Bodem en water kwel en wegzijging Klimaatverandering zorgt voor een versterkte werking van het
watersysteem. Dit leidt ertoe dat: •
de wegzijging op de heuvelrug en de kwel aan de flanken toeneemt;
•
net als de kwel in de
middenzone, met name tussen Raalte en Heeten (mogelijk als gevolg van moerige (veen) gronden in de bovenlaag van de bodem.
Verwachting 2050
Bodem en water hoogste grondwaterstanden Door toename van
neerslag in de winter is er een sterke kans op stijging van de gemiddeld hoogste grondwaterstanden op de hoge zandruggen. Dat komt omdat juist daar veel grondwater wegzijgt in de bodem. De overlast
is echter beperkt vanwege de gemiddeld lage grondwaterstand. Huidig
Verwachting verschil 2050
Bodem en water overlast door hoge grondwaterstand Het oostelijk deel van Raalte heeft
wel een toenemend risico op grondwateroverlast. Dat komt omdat de huidige GHG hier hoog is en er sprake is van kwel Het risico is een stijging van de GHG van 20-
50cm.
Analyse grondwaterstanden GLG Meer en langere periodes van droogte hebben invloed
op de GLG die we vooral in de zomer/begin najaar vinden. De GLG daalt met name in het westelijk deel van de gemeente. Op de
heuvelrug stijgt de GLG, omdat de GLG hier al laag is en de verdamping weinig invloed heeft op dit diepe grondwater dat toeneemt als gevolg van een toenemend neerslagoverschot.
Huidig
Verwachting verschil 2050
Bodem en water droogtestress De droogtestress geeft weer wat het
risico is van een uitdrogende bodem op de gewasopbrengsten in een gebied. In bodems met een grovere structuur, zoals zandbodems, waar het water gemakkelijk in wegzijgt is
het risico op uitdroging (en dus gewasderving) groot.
Bodem en water watertekort In de toekomst zullen er steeds vaker
periodes voorkomen waarin er geen inlaatwater kan worden aangevoerd vanuit de rivieren. Doordat grote delen van de Sallandse weteringen in de zomer afhankelijk zijn van inlaatwater uit de IJssel, Vecht,
Zwarte Water of Twentekanalen heeft dit grote consequenties voor dit gebied. De gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) zakt verder weg en aanvoer is op enkele locaties niet mogelijk vanwege de hoogteligging.
Bodem en water sponswerking bodem Hoe meer het bodem- en watersysteem water kan vasthouden, des te beter dat is in tijden van droogte. We noemen dat de sponswerking van de bodem. Sponsprincipes Sallandse Weteringen 1. Houd een druppel zo lang mogelijk en zo hoog mogelijk vast
2. Vertraag de afvoer via oppervlaktewater (beekdalen en weteringen) 3. Vergroot het bergend vermogen van oppervlaktewater en directe omgeving 4. Creëer ruimte voor waterretentie in laaggelegen delen
Bodem en water sponswerking Voor een goede sponswerking wordt de hellende ligging van het gebied optimaal benut. Grofweg zijn er 3 zones te onderscheiden. 1.
Op de hogere gronden in het oosten kan het water meer worden vastgehouden;
2.
In het middendeel kan het water nog meer vertraagd worden afgevoerd;
3.
In het laagste, westelijke deel kan
het water worden opgevangen en uiteindelijk afstromen.
Bergen
Vertragen
Infiltreren
Conclusies; wat zien we? -
De ligging van de gemeente op de overgang van Sallandse Heuvelrug naar IJsselvallei zorgt voor verschil: in bodem, in water
en in risico’s. -
In het noordelijk deel van de gemeente is het grootste overstromingsrisico. Bodemdaling kan dit risico versterken.
-
Klimaatverandering versterkt de extremen van kwel en wegzijging. In de late winter kan dit leiden tot grondwateroverlast in het oostelijk deel van de gemeente. Meer kwel leidt tot een hogere grondwaterstand, die in die periode al hoog is. Gronden zullen daardoor natter worden en langer nat zijn. Dat kan van invloed zijn op de bewerkbaarheid. Bovendien kan
het consequenties hebben voor funderingen, kruipruimtes die op de huidige/vroegere GHG zijn berekend. -
Klimaatverandering kan vooral in de zomer ook leiden tot langere en meer periodes van droogte. Het risico op uitdrogen van de bodem en daarmee opbrengstenderving van gewassen is aanzienlijk in het westelijk deel van de gemeente. In lange periodes van droogte drogen de kwelstromen op in dit deel van de gemeente en daardoor daalt de grondwaterstand aanzienlijk.
-
Door langere periodes van droogte in de zomermaanden zal steeds vaker minder inlaatwater vanuit de rivieren beschikbaar zijn. De weteringen zijn in grote mate afhankelijk van dit inlaatwater in de zomermaanden. De weteringen komen dan droog te staan. Dat heeft grote impact op de mogelijkheden voor (hoogproductieve) landbouw. Er is geen (beregenings)water beschikbaar.
-
Grote perioden van droogte hebben ook gevolgen voor de natuur. Op de hoge gronden waar natuur afhankelijk is van hangwater kan een uitdrogende bodem onherstelbare schade opleveren. Dit speelt o.a. rond de landgoederen.
Kernopgave bodem en water Hoe maken we ons buitengebied klimaatadaptief? 1. Beter benutten natuurlijk systeem; 2. Vergroten sponswerking van de bodem.
Opgave Energie
Energie wind In Raalte staan enkele kleinere windturbines met een ashoogte van 15-18 meter. Deze windturbines staan
in de noordelijke helft van de gemeente. De provincie Overijssel heeft voorkeursgebieden aangewezen voor
grootschalige windenergie. Raalte hoort niet bij deze voorkeursgebieden. Voor Raalte zijn geen specifieke afspraken gemaakt, waardoor het hele grondgebied beschikbaar blijft voor hoge(re) windturbines binnen de geldende regels.
Energie RES In het kader van RES1.0 heeft Raalte destijds een bod gedaan voor een totale opwek van 100GWh. De gemeente heeft ervoor gekozen om in haar Beleidsplan Duurzaamheid deze 100Gwh als
eigen doelstelling over te nemen. Daarin worden ook de zonnedaken meegerekend. De provincie staat nieuwe
zonneparken op natuur- en landbouwgrond niet toe.
Conclusies; wat zien we? -
De ontwikkelingen op het gebied van energie zijn dynamisch en met grote onzekerheid omgeven;
-
De mogelijkheden voor duurzame energie worden in grote mate bepaald door het Rijk en de provincie. Ook de opgave voor duurzame energie is niet goed te bepalen door verschuivende denklijnen bij het Rijk (bijvoorbeeld wel of geen kerncentrales). Daardoor is het moeilijk in te schatten of en welk ruimtebeslag met de opwek van duurzame energie gepaard gaat op de langere termijn.
-
De gemeente zoekt ruimte voor 100GwH duurzame energie. In welke vorm is nog onduidelijk, omdat zon-op-land projecten door regels en door netcongestie nauwelijks mogelijk zijn.
-
Besparing van energie door verduurzaming van woningen en bedrijven helpt om de energietransitie verder te brengen.
-
Biogas van mest kan een goede rol vervullen in de energietransitie. Onduidelijk is wat de potentie is van het buitengebied voor biogas.
Thema energie en subdoelen (uit: Overkoepelend beleidsplan duurzaamheid)
Kernopgave energie Provincie en Rijk zijn kaderstellend voor de ruimte voor duurzame opwek van energie (zon en
wind). In buitengebied is de opgave voor energie vooral: • Ruimte om te komen tot opwek van 100gWh duurzame energie; • Verduurzaming van vastgoed in het bijzonder voor agrariërs en landgoederen;
• Onderzoek naar energie als (koppel)kans, zoals biogas / vergisting.
Ambitie 1. Provincie Overijssel 2. Gemeente Raalte
Omgevingsvisie Overijssel De provincie Overijssel onderscheidt in haar Ontwerp- Omgevingsvisie twee typen gebieden in het buitengebied: •
Landbouwgebieden met generieke opgaven: beschermen
van de ruimte voor de landbouw. •
Landbouwgebieden met gebiedspecifieke opgaven en kansen: mix van functies.
Kortgezegd betekent dit dat in de eerstgenoemde gebieden de landbouw prioriteit heeft en in de andere gebieden landbouw gelijkwaardig is aan andere functies in het buitengebied.
Omgevingsvisie Overijssel Ambitie: Salland als rijk boerenland Uitwerking gebiedsvisie Salland -
Landbouw is en blijft vormend voor het landschap
-
Landbouw staat voorop in Raalte
-
Weteringen bieden ruimte voor water vasthouden en opvangen
-
Rond natuur en in natte gebieden landbouw gecombineerd met nevenfuncties
-
Sterk natuurnetwerk en fijnmazige groenblauwe dooradering
-
Zorgvuldig omgaan met RvR/VAB’s
Omgevingsvisie Raalte Ambitie: Raalte als groen en innovatief productielandschap -
Vitaal, divers en modern productie- en werklandschap, met ruimte voor: •
toekomstbestendige landbouw,
•
wonen,
•
natuur- en landschapswaarden,
•
kleinschalige recreatie (o.a. op vrijkomende erven),
•
energieopwek van onderop.
-
Inzet op technologie, innovatie en experiment voor een toekomstbestendige landbouw;
-
Opgaven inzetten voor verbetering landschappelijke kwaliteit;
-
Mozaïek van functies is kracht en vat vol belangen.