Bijlage 9a onderzoeksrapport geur
Tekst van het document
ANDERE AAN TE HOUDEN AFSTANDEN GEURHINDER MELKVEEHOUDERIJ GEURGEBIEDSVISIE BIJ DE GEURVERORDENING ASTEN 2020
-2-
GEURGEBIEDSVISIE BIJ DE GEURVERORDENING ASTEN 2020
gemeente Asten F. Stouthart en J. de Vries Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Postbus 8035 5601 KA Eindhoven Fred Stouthart 244964 14 september 2020 Definitief
14 september 2020
-3-
2.1
Overeenstemmen met geurnormen voor de intensieve veehouderij ................................................ 3
2.2
Afstanden voor gespecialiseerde bedrijven met vrouwelijk jongvee ................................................ 3
3.1
Uitgangspunten voor het bepalen van geur-emissiewaarden............................................................ 4
3.2
Emissiewaarden voor volwassen melkkoeien en voor vrouwelijk jongvee ....................................... 6
3.3
Gehanteerde geurnormen ................................................................................................................... 6
3.4
Uitvoering ............................................................................................................................................. 6
4.1
Relatie geuremissie, afstanden - geurnormen en aantal dieren ........................................................ 7
4.2
Voorstel afstanden melkveehouderij geurverordening 2020 ............................................................ 8
14 september 2020
-4-
Vergunningaanvragen worden sinds 1 januari 2007 voor het aspect geur beoordeeld onder de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) en getoetst aan: -
geurnormen, aan de hand van de berekende geurbelasting (odour units) voor diercategorieën waarvoor emissiefactoren beschikbaar zijn; of
-
vaste afstanden, voor diercategorieën waarvoor geen emissiefactoren beschikbaar zijn.
Op grond van artikel 6 van de Wgv mogen gemeenten van de standaard geurnormen en afstanden afwijken. Op 5 juli 2016 heeft de gemeenteraad de “Verordening geurhinder en veehouderij Asten 2016” (in het vervolg: geurverordening) vastgesteld, inclusief de daarbij behorende onderbouwing in de Geurgebiedsvisie. In de geurverordening zijn andere dan de wettelijke geurnormen opgenomen voor intensieve veehouderijen en andere dan de wettelijke afstanden voor de melkveehouderij en pelsdierhouderijen.
Voor de meeste diercategorieën in de intensieve veehouderij
Voor de meeste diercategorieën in de niet intensieve
zijn emissiefactoren voor geur beschikbaar en deze zijn
veehouderijen zijn geen emissiefactoren beschikbaar.
opgenomen in de Regeling geurhinder en veehouderij. Met
De geuremissie en de geurbelasting van de
de emissiefactor en het aantal dieren is de geuremissie van
veehouderij is dus niet te bepalen en niet te toetsen
een veehouderij bekend. Daarmee wordt met het
aan geurnormen. Voor deze diercategorieën gelden
verspreidingsmodel V-Stacks-vergunningen de geurbelasting
vaste afstanden.
op een nabij gelegen woning (geurgevoelig object) berekend. De uitkomst daarvan wordt getoetst aan de geurnorm uit de Wgv of de gemeentelijke geurverordening.
: vleesvarkens, zeugen, biggen, opfok- en
: melkkoeien, vrouwelijk
leghennen, (groot)ouderdieren, vleeskuikens, kalkoenen,
jongvee, nertsen, paarden, struisvogels en andere
eenden, parelhoenders, vleeskalveren, vleesstieren, schapen
diercategorieën waarvoor geen emissiefactor is.
en geiten.
De melkquotering is in 2015 vervallen en vervangen door een systeem van fosfaatproductierechten. Sindsdien neemt de omvang van melkveehouderijen toe. Op deze ontwikkeling heeft de gemeente Asten ingespeeld. Om geurhinder van grotere melkveehouderijen te voorkomen zijn in de geurverordening 2016 de afstanden gerelateerd aan de omvang van het bedrijf (vanaf 200 melkkoeien). Dit wil zeggen dat grotere melkveehouderijen een grotere afstand dienen aan te houden tot een geurgevoelige object. Tegelijkertijd is de melkveehouderij zich gaan specialiseren. De afgelopen jaren ontstonden veehouderijen welke uitsluitend of in hoofdzaak vrouwelijk jongvee van melkkoeien houden of gaan houden door omschakeling en/of verandering van de veehouderij. Deze ontwikkeling is in 2015/2016 niet voorzien en
14 september 2020
pagina 1 van 12
de geurverordening van 2016 is hierop niet ingericht1. Om geurhinder van gespecialiseerde vrouwelijk jongvee bedrijven te voorkomen wil de gemeente de geurverordening 2016 aanpassen. Daarnaast zijn een aantal tekortkomingen aan het licht gekomen welke gerepareerd dienen te worden. Om ongewenste ontwikkelingen in het gebied te voorkomen is op 22 oktober 2019 een aanhoudingsbesluit genomen (met een werkingsduur van 1 jaar). Dit aanhoudingsbesluit heeft betrekking op jongvee. Op 11 augustus 2020 is een aanvullend aanhoudingsbesluit genomen, voor melkkoeien.
Vanuit voorgaande achtergrond is de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant gevraagd om met een voorstel te komen voor een geurverordening 2020.
1
De gemeentelijke geurverordening (2016) bevat namelijk alleen afstanden voor volwassen melkkoeien (waartoe ook jongvee voor vervanging is inbegrepen). De reikwijdte van de verordening beslaat niet de gespecialiseerde veehouderijen voor de opfok van jongvee. Om geurhinder te voorkomen kunnen nu geen andere / grotere afstanden worden gehanteerd bij de vergunningverlening.
14 september 2020
pagina 2 van 12
Voor een veehouderij is een omgevingsvergunning milieu nodig bij het houden van meer dan 200 stuks melkrundvee (exclusief vrouwelijk jongvee). Doorgaans ondervinden omwonenden weinig of geen geuroverlast van gangbare melkveehouderijen met een omvang tot zo’n 200 melkkoeien met bijhorend vrouwelijk jongvee. In de geurgebiedsvisie 2016 is geconstateerd dat het realistisch is om bij een grotere omvang van een melkveehouderij ook een grotere afstand tot geur gevoelige objecten aan te houden. Enerzijds om geuroverlast voor omwonenden te voorkomen van nabij gelegen melkveehouderij. Anderzijds om de lokale bijdrage van de melkveehouderijen in een gebied aan de cumulatieve (achtergrond) geurbelasting te beperken. Dit laatste is namelijk ook de insteek van de geurnormen voor de intensieve veehouderij (diercategorieën waarvoor een emissiefactor beschikbaar is).
De afstanden voor melkveehouderijen zoals opgenomen in de geurverordening 2016 zijn onderbouwd met geuremissiemetingen (Wageningen Universiteit) en daarop gebaseerde berekeningen van de geurbelasting en geurnorm welke ‘vertaald’ zijn naar afstanden die gerelateerd zijn aan de omvang van de melkveehouderij (aantal stuks volwassen melkkoeien). De gehanteerde geurnormen zijn 3 odour units voor de woonkernen en 10 odour units voor het buitengebied. Deze normen wijken af van de gehanteerde normen voor andere diersoorten in de intensieve veehouderij. De visie op de geurverordening 2020 is om de afstanden voor de melkveehouderij in overeenstemming te brengen met de geurnormen voor diersoorten in de intensieve veehouderij. Het beoogd resultaat is dat: -
de woonkernen beter beschermd worden tegen geur van melkveehouderijen;
-
in het buitengebied ruimte blijft voor ontwikkeling van melkveehouderijen.
Het voorgaande betekent dat het doel van de geurverordening 2020 is om de grootschalige ontwikkeling van melkveehouderijen in de nabijheid van woonkernen tegen te gaan om geuroverlast te voorkomen. Kanttekening hierbij is dat met de geurverordening de omvang van de melkveehouderij niet wordt gereguleerd. Aanbevolen wordt om bij het opstellen van een Omgevingsvisie en het daarop gebaseerde Omgevingsplan na te gaan of het mogelijk is om de omvang van de melkveehouderij per gebied / in zones rond woonkernen te reguleren.
Net als voor melkkoeien zijn voor het houden van vrouwelijk jongvee afstanden te bepalen op basis van geuremissies. Ware het niet dat voor het jongvee geen emissiemetingen zijn uitgevoerd. Daarom is de geur-emissiewaarde voor vrouwelijk jongvee afgeleid van die van melkkoeien (hoofdstuk 3).
14 september 2020
pagina 3 van 12
Dit hoofdstuk behandelt de uitgangspunten voor het bepalen van de afstanden voor melkkoeien en voor gespecialiseerde bedrijven met vrouwelijk jongvee. Op basis daarvan zijn de geurberekeningen uitgevoerd om te komen tot afstandstabellen.
De melkveehouderij kent traditionele en emissiearme stalsystemen. Bij de bouw van nieuwe stallen moeten emissiearme systemen worden toegepast op grond van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en op grond van het Besluit emissiearme huisvesting veehouderij. De Wgv (Wet geurhinder en veehouderijen) maakt voor de vaste afstanden geen onderscheid tussen traditionele en emissiearme stallen. Echter, wanneer voor het huisvesten van melkkoeien emissiearme stallen worden toegepast, dan is de geuremissie lager en kan de afstand kleiner zijn (in vergelijking met een traditionele stal). Deze geurgebiedsvisie gaat er vanuit dat alle melkveehouderijen in de (nabije toekomst) emissiearme stallen toepassen als gevolg van de ammoniakeisen van het Besluit emissiearme huisvesting en de (Interim) omgevingsverordening Noord-Brabant. De geur-emissiewaarden voor melkveestallen zijn gemeten door de Wageningen Universiteit. Zie daarvoor paragraaf 4.6.2.1 van de geurgebiedsvisie 2016. De gemiddelde geuremissiewaarde bedraagt van een:
traditionele stal 165,5 ouE/s (odour units per seconde);
emissiearme stal is 79,3 ouE/s (afgerond op 80 ouE/s).
De emissiewaarden zijn gemeten voor melkkoeien inclusief bijbehorend vrouwelijk jongvee (eigen opfok voor vervanging; doorgaans 70% het aantal volwassen melkkoeien).
Uit het rapport van Geelen2 e.a. uit 2015 blijkt dat de geur uit rundveestallen door omwonenden gemiddeld de helft minder hinderlijk wordt ervaren als die van varkens en pluimvee (vanaf een geurbelasting van 1 odour unit). Dit is vertaald naar een halvering van de geur-emissiewaarde.
De hiervoor besproken geur-emissiewaarden voor melkvee zijn gemeten voor melkvee inclusief 70% bijbehorend vrouwelijk jongvee. Dit betekent dat de geur-emissiewaarde in beginsel voor 1 deel bestaat uit de emissie van volwassen melkkoeien en voor 0,7 deel uit de emissie van vrouwelijk jongvee. Echter, het aandeel van het jongvee in de geuremissie is gecorrigeerd voor de leeftijd van de dieren, dit wil zeggen gehalveerd omdat:
melkkoeien volwassen zijn vanaf 2 jaar;
het vrouwelijk jongvee is 0 - 2 jaar oud. Gemiddeld is de jongveebezetting op een melkveehouderij 1 jaar oud.
2
Geelen e.a. Maart 2015. Academische werkplaats. Geurhinder van veehouderij nader onderzocht: meer hinder dan Handreiking Wgv doet vermoeden?
14 september 2020
pagina 4 van 12
Het voorgaande betekent dat het aandeel van het jongvee aan de mestproductie 35% is (0,7 / 2).
14 september 2020
pagina 5 van 12
Voor de geurverordening van 2020 worden voor het bepalen van de afstanden de volgende geuremissiewaarden gehanteerd: -
voor melkkoeien 30 ouE/s;
-
voor vrouwelijk jongvee 15 ouE/s.
In de onderstaande tabel is de onderbouwing van de gehanteerde geur-emissiewaarden uitgewerkt en toegelicht.
De afstanden voor melkkoeien in de geurverordening 2016 zijn gebaseerd op geurnormen van 3 odour units voor de woonkernen en 10 odour units voor het buitengebied. Zoals in paragraaf 2.1. is besproken is het de visie om de geurverordening 2020 voor de afstanden voor de melkveehouderij (volwassen dieren en vrouwelijk jongvee) in overeenstemming te brengen met de geurnormen voor de diersoorten in de intensieve veehouderij. In de geurverordening 2016 zijn de onderstaande normen voor de maximale geurbelasting opgenomen. Deze zijn gehanteerd om te komen tot de andere afstanden in de geurverordening 2020. 1.
2.
Fijnstof concentratiegebied rondom Heusden: -
Woonkern Heusden 0,5 odour units.
-
Buitengebied rondom woonkern Heusden5,0 odour units.
Het overige grondgebied: -
Woonkernen Asten en Ommel 1,0 odour units.
-
Buitengebied overig (niet vallend onder punt 1.) 10,0 odour units
De methode voor het bepalen van de afstanden is als beschreven in de geurgebiedsvisie 2016, paragraaf 4.6.1.
14 september 2020
pagina 6 van 12
De aan te houden afstanden naar geurgevoelige objecten voor melkveebedrijven en gespecialiseerde bedrijven met vrouwelijk jongvee zijn bepaald aan de hand van de hiervoor besproken emissiewaarden en daarop gebaseerde berekeningen van de geurbelasting, de geurnorm en zijn ‘vertaald’ naar afstanden die gerelateerd zijn aan de omvang van de melkveehouderij (aantal stuks volwassen melkkoeien, met inbegrip van bijbehorend jongvee voor vervanging).
In onderstaande tabel is de relatie tussen de geuremissie en afstanden weergegeven voor de geurnormen van de Geurverordening 2016 (eerste 5 kolommen). In de laatste twee kolommen is het overeenkomend aantal volwassen melkkoeien en vrouwelijk jongvee weergegeven uitgaande van de geur-emissiewaarden van respectievelijk 30 en 15 odour units per seconde.
norm 0,5
norm 1
norm 5
Afstand
Afstand
Afstand
328
202 313 404 484 557 624 688 748 806 861 914 966 1016 1064 1112
Emissie (odour units) 3.000 6.000 9.000 12.000 15.000 18.000 21.000 24.000 27.000 30.000 33.000 36.000 39.000 42.000 45.000
14 september 2020
505 649 776 891 998 1098 1192 1283 1369 1453 1533 1611 1687 1761
norm 10
overeenkomend aantal volwassen Afstand melkkoeien
Overeenkomemd aantal vrouwelijk jongvee
100 200 300 400 500 600 700 800 900 1.000 1.100 1.200 1.300 1.400 1.500
200 400 600 800 1.000 1.200 1.400 1.600 1.800 2.000 2.200 2.400 2.600 2.800 3.000
206
137
227
157
248
176
269
196
289
217
310
237
331
258
351
280
372
302
393
324
413
346
434
369
455
392
pagina 7 van 12
Op grond van de vorige paragraaf wordt voorgesteld om de volgende afstandstabel en toelichtende tekst in de geurverordening 2020 op te nemen (ter vervanging artikel 4 uit de geurverordening 2016 over de afstanden voor de melkveehouderij). Tabel 1.1: in de gebieden genoemd in artikel 2 lid 1en lid 2 aan te houden afstanden tot geurgevoelige objecten, niet zijnde bedrijfswoningen bij andere veehouderijen en niet zijnde voormalige agrarische bedrijfswoningen, die na 19 maart 2000 onderdeel uitmaakten van een veehouderij, wordt onderstaande tabel gehanteerd. Deze tabel met afstanden is van toepassing op melkveehouderijen voor het houden van volwassen melkkoeien en/of vrouwelijk jongvee. Het aantal dieren genoemd in kolom 2 betreft het aantal volwassen melkkoeien dat overeenkomt met de geuremissie in kolom 1. Omdat de geuremissie van vrouwelijk jongvee de helft is van de geuremissie van volwassen melkkoeien (de gehanteerde geuremissiewaarden is respectievelijk 15 en 30 odour units per seconde), is het overeenkomend aantal vrouwelijk jongvee 2 keer het aantal stuk volwassen melkkoeien. Leeswijzer bij de tabel: -
Een melkveehouderij met 250 volwassen melkkoeien en 176 stuks vrouwelijk jongvee (opfok in eigen beheer) houdt een afstand aan 250 + 83 = 333 stuks volwassen melkvee (2 stuks jongvee telt voor 1 volwassen melkkoe). Deze afstand bedraagt 404 meter tot geurgevoelige objecten in de woonkernen Ommel en Asten.
Gebied
overeenkomend Geuremissie (odour aantal volwassen units) waarop de melkkoeien (c.q. afstanden zijn aantal stuks gebaseerd jongvee x 2) nvt (standaardafstanden Wgv) 9.000 12.000 15.000 18.000 21.000 24.000 27.000 30.000 33.000 36.000 39.000 42.000 45.000
14 september 2020
301 - 400 401 - 500 501 - 600 601 - 700 701 - 800 801 - 900 901 - 1000 1001 - 1100 1101 - 1200 1201 - 1300 1301 - 1400 1401 - 1500 1501 en >
Grondgebied gemeente Asten anders dan het fijnstof concentratiegebied
Fijnstof concentratiegebied Heusden e.o.
Aan te houden
Aan te houden
Aan te houden
Aan te houden
Afstand
Afstand
Afstand
Afstand
100
50
100
50
404 484 557 624 688 748 806 861 914 966 1016 1064 1112
137 157 176 196 217 237 258 280 302 324 346 369 392
649 776 891 998 1098 1192 1283 1369 1453 1533 1611 1687 1761
206 227 248 269 289 310 331 351 372 393 413 434 455
pagina 8 van 12
Wanneer een geurgevoelig object (meestal een burgerwoning) binnen de aan te houden afstand ligt, dan kan de betreffende melkveehouderij niet uitbreiden (Wgv artikel 4, lid 3). Met andere woorden, er is sprake van een standstil. Dit hoofdstuk beschrijft de effecten c.q. het aantal melkveehouderijen dat te maken heeft of krijgt met het standstil als gevolg van de (andere) afstanden. De aan te houden afstanden die gelden onder de geurverordening 2016 (huidige afstand) zijn vergeleken met het voorstel voor de aan te houden afstanden voor de geurverordening 2020 (nieuwe afstand). De resultaten zijn opgenomen in tabel 5.1 voor bedrijven met zowel volwassen melkkoeien en jongvee en in tabel 5.2 voor bedrijven die alleen vrouwelijk jongvee houden (zie volgende pagina. Uit de tabellen blijkt het volgende: -
In Asten bevinden zich 104 bedrijven waarop melkkoeien en/of jongvee worden gehouden. Daarvan worden op 73 bedrijven zowel melkkoeien als jongvee gehouden en op 31 bedrijven wordt alleen jongvee gehouden (gespecialiseerde bedrijven voor de opfok van vrouwelijk jongvee).
-
Onder de geurverordening 2016 hebben 10 melkveehouderijen te maken met een standstil en onder de geurverordening 2020 zijn dat er 14. Dit betekent dat de geurverordening 2020 de 4 ‘nieuwe’ melkveehouderijen in de ontwikkelingsmogelijkheden zal belemmeren.
-
Onder de geurverordening 2016 hebben 4 gespecialiseerde jongveebedrijven te maken met een standstil en onder de geurverordening 2020 (voorstel) zijn dat er ook 4. Dit betekent de geurverordening 2020 deze bedrijven niet benadeeld in hun huidige ontwikkelingsmogelijkheden. De grotere bedrijven lopen door de grotere afstanden (vanaf 600 stuks jongvee) eerder tegen hun limiet aan wat betreft omvang.
NB. Vier ‘nieuwe’ melkveehouderijen worden onder nieuwe geurverordening 2020 belemmerd door de grotere aan te houden afstanden. Het is aannemelijk dat deze melkveehouderijen ook door andere aspecten kunnen worden belemmerd in hun bedrijfsvoering, zoals door de stikstofproblematiek na het vervallen van de PAS als gevolg van een gerechtelijk uitspraak in mei 2019. Noten: 1.
De geurverordening c.q. de andere afstanden hebben geen directe gevolgen voor de melkveehouderijen:
het inwerking treden van de geurverordening met andere afstanden heeft geen rechtstreekse gevolgen voor de aanwezige melkveehouderijen. Ze worden niet verplicht om door de ‘wetswijziging’ te voldoen aan de nieuwe afstanden uit de verordening (blijven hun ‘recht’ behouden).
op grond van de geurverordening kunnen melkveehouders niet verplicht worden hun stallen emissiearm aan te passen.
14 september 2020
pagina 9 van 12
2.
De geurverordening heeft geen gevolgen voor de melkveehouders die moeten voldoen aan nieuwe ammoniakeisen (landelijk Besluit emissiearme huisvesting of Interim omgevingsverordening NoordBrabant.
Nee, het voldoen aan de scherpere ammoniakeisen door het bouwen van emissiearme stallen, heeft geen relatie met de afstanden in de geurverordening. Die afstanden zijn namelijk gerelateerd aan het aantal dieren – niet aan het huisvestingssyteem (emissiearm of traditioneel maakt niet uit).
14 september 2020
pagina 10 van 12
Tabel 5.1. Effect andere afstanden voor melkveehouderijen (melkkoeien met inbegrip van jongvee). Het effect uit zich in een standstil voor de melkveehouderij zodra zich een geurgevoelig object binnen de aan te houden afstand bevindt. Aan te houden afstanden uit de geurverordening 2016 zijn vergeleken met het voorstel voor aan te houden afstanden voor de geurverordening 2020.
Omvang bedrijven met zowel melkkoeien als jongvee
Aantal bedrijven
Standstil Huidige afstand, Nieuwe afstand, geurverordening geurverordening 2016 2020
Toelichting Afstand wijzigt niet, wettelijk standaard afstanden van 50 en 100 meter
0-200 Melkkoeien
61
10
10
201-300 Melkkoeien
4
0
0
Andere afstanden GV 2020 hebben geen effect voor de otwikkelingsmogelijkheden van de bedrijven.
301-400 Melkkoeien
4
0
3
3 bedrijven krijgen te maken met standstil vanwege de nieuwe/grotere aan te houden afstanden tot een geurgevoelig object gelegen worden daardoor onder de GV 2020 belemmerd in hun ontwikkelingsmogelijkheden
401-500 Melkoeien
4
0
1
1 bedrijf krijgt te maken met standstil vanwege de nieuwe/grotere aan te houden afstanden tot een geurgevoelig object en wordt daardoor onder de GV2020 belemmerd in zijn ontwikkelingsmogelijkheden
Totaal bedrijven met melkoeien
73
10
14
Bij de huidige afstanden hebben 10 melkveehouderijen te maken met een standstil. In de nieuwe situatie zijn dat er 14
Opgemerkt moet worden dat andere afstanden worden gehanteerd vanaf 300 volwassen melkkoeien. Tot en met 300 volwassen melkkoeien worden de wettelijke afstanden van 100 meter tot geurgevoelige objecten in de woonkeren en 50 meter tot geurgevoelige objecten in het buitengebied gehanteerd. Tabel 5.2. Effect andere afstanden voor bedrijven met alleen vrouwelijk jongvee. Het effect uit zich in een standstil voor de melkveehouderij zodra zich een geurgevoelig object binnen de aan te houden afstand bevindt. Aan te houden afstanden uit de geurverordening 2016 zijn vergeleken met het voorstel voor aan te houden afstanden voor de geurverordening 2020.
Omvang bedrijven met alleen vrouwelijk jongvee Aantal bedrijven
Standstil Huidige afstand, Nieuwe afstand, geurverordening geurverordening 2016 2020
Toelichting Andere afstanden GV 2020 hebben geen effect voor de otwikkelingsmogelijkheden van de bedrijven.
0-200 Vrouwelijk jongvee
27
4
4
201-300 Vrouwelijk jongvee
3
0
0
Andere afstanden GV 2020 hebben geen effect voor de otwikkelingsmogelijkheden van de bedrijven.
301-400 Vrouwelijk jongvee
1
0
0
Andere afstanden GV 2020 hebben geen effect voor de otwikkelingsmogelijkheden van de bedrijven.
401-500 Vrouwelijk jongvee
0
0
0
Andere afstanden GV 2020 hebben geen effect voor de otwikkelingsmogelijkheden van de bedrijven.
4
4
Andere afstanden GV 2020 hebben geen effect voor de otwikkelingsmogelijkheden van de bedrijven.
Totaal bedrijven met alleen Vrouwelijk 31 jongvee
14 september 2020
pagina 11 van 12
Voor bedrijfswoningen (en andere geurgevoelige objecten) die onderdeel zijn van andere veehouderijen gelden altijd vaste afstanden. Dit is geregeld in de Wgv artikel 4 lid 1: De afstand tussen een veehouderij waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld, en een geurgevoelig object bedraagt: a. ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en b. ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Wanneer de gemeente in de geurverordening andere (grotere) afstanden vaststelt voor de (melk)rundveehouderij, dan gelden deze ook voor de aan te houden afstanden naar bedrijfswoningen van andere (melk)rundveehouderijen. Dit is een onbedoeld neveneffect van de Wgv, dat de ontwikkeling van buur (melk)rundveehouderijen kan belemmeren. Dit kan in de geurverordening 2020 worden opgelost door de afstanden voor de (melk)rundveehouderij te beperken tot de geurgevoelige objecten niet zijnde bedrijfswoningen bij een andere (melk)veehouderij) en voormalige agrarische bedrijfswoningen, die na 19 maart 2000 onderdeel uitmaakten van een veehouderij.
14 september 2020
pagina 12 van 12