Bijlage 9 - N35 Rapport Wet natuurbescherming, Arcadis Nederland B.V. 2017
Tekst van het document
7
N35 inventarisatie jaarrond beschermde nesten
RWS-ON
Tabel 1. Deeltrajecten binnen het plangebied. Deeltraject
Kilometrering
Specifieke
Deeltraject A: Dalfsen
deeltraject km 6.8 – 10.2
Nee
Deeltraject B: Heino Noord
deeltraject km 10.2 – 12.8
Ja
Deeltraject C: Heino
deeltraject km 12.8 – 15.5
Nee
Deeltraject D: Heino – Raalte
deeltraject km 15.5 – 18.5
Ja
Deeltraject E: Raalte (Kruispunt Bos)
deeltraject km 18.5 – 21.5
Nee
Deeltraject F: Mariënheem West
deeltraject km 21.5 – 24.0
Ja
Deeltraject G: Mariënheem Oost
deeltraject km 24.0 – 27.0
Ja
Deeltraject H: Haarle
deeltraject km 27.0 – 29.6
Ja
Deeltraject I: Nijverdal
deeltraject km 29.6 – 32.5
Nee
maatregelen
1.3 DOEL Doel van het onderzoek is het verkrijgen van een beeld van de aanwezige jaarrond beschermde nesten van vogels binnen de projectscope. Op basis hiervan wordt duidelijk welke effecten de voorgenomen werkzaamheden op deze verblijfplaatsen hebben en welke risico’s dit met zich meebrengt voor het project. Deze kunnen vervolgens mee worden gewogen in de definitieve plan- en besluitvorming met betrekking tot de verschillende veiligheidsmaatregelen. De resultaten in voorliggende rapportage dienen als basis / uitgangspunt voor de aanvraag van een ontheffing Wet natuurbescherming, mocht dit nodig zijn.
1.4 LEESWIJZER Na deze inleiding volgt een beschrijving van de methode waarop het onderzoek is uitgevoerd. Hoofdstuk 3 bevat een beknopte omschrijving van het wettelijk kader. In hoofdstuk 4 zijn de bevindingen van het onderzoek per deeltraject (9 in totaal) uiteengezet. Tot slot zijn in hoofdstuk 5 conclusies en adviezen opgenomen met betrekking tot de risico’s / kansen en eventuele vervolgstappen in het kader van de voorgenomen ontwikkelingen. In de bijlagen van het rapport bevinden zich kaartmateriaal, coördinaten en foto’s van de gedane waarnemingen.
8
N35 inventarisatie jaarrond beschermde nesten
RWS-ON
2
WERKMETHODE
In dit hoofdstuk is de gehanteerde werkmethode van het onderzoek toegelicht. Daarbij is eerst beschreven welke uitgangspunten voor het onderzoeksgebied zijn gehanteerd. Vervolgens is ingegaan op de werkwijze van de inventarisatie. 2.1 ONDERZOEKSGEBIED Obstakelvrije zone (gehele traject) Het totale wegtraject van 26 kilometer wordt in zijn geheel onderzocht op aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten/verblijfplaatsen van vogels. Daarbij zijn alle bomen bekeken binnen de obstakelvrije zone van 4,5 meter (circa 400 stuks, bron RWS). Er is een onderzoeksgebied van circa 10 meter vanaf de weg aangehouden. Hierdoor worden bomen niet gemist en daarnaast wordt ook inzicht verkregen in mogelijk aanwezige verblijfplaatsen binnen de invloedszone van de voorgenomen werkzaamheden. Verblijfplaatsen van vogels in bomen in de directe omgeving kunnen hier namelijk ook hinder van ondervinden. Specifieke maatregelen Deze maatregelen op 5 deeltrajecten betreffen voorkeursvarianten waarvan nog niet concreet bepaald is wat deze inhouden (bijv. waar een kruispunt precies wordt gesitueerd). Daarom is hiervoor een ruimer onderzoeksgebied genomen. Hierbij worden logische grenzen aangehouden. In de basis zijn de volgende uitgangspunten voor het te onderzoeken gebied gehanteerd: -
-
Voor een aan te passen kruispunt is een straal van circa 50 meter aangehouden. Voor nieuw aan te leggen kruispunten is in de lengterichting (langs de N35) een afstand van 150 meter aangehouden, omdat de ligging hiervan nog niet definitief is. Daarnaast is een straal van circa 50 meter aangehouden. Voor een nieuwe parallelweg (incl. berm 11 meter breed) is een breedte van het onderzoeksgebied van circa 15 meter aangehouden. Particuliere tuinen zijn gedurende het onderzoek in overleg met de opdrachtgever wel of niet meegenomen.
2.2 WERKWIJZE ONDERZOEK Bronnenstudie Voorafgaand aan het veldonderzoek is een bronnenstudie uitgevoerd, waarbij de nationale databank flora en fauna (NDFF) is geraadpleegd. Binnen een straal van circa 200 meter van het plangebied is bekeken welke meldingen van de relevante soorten in de afgelopen 5 jaar zijn gedaan. De hieruit voortkomende informatie is gebruikt bij de uitvoering van de veldbezoeken. Veldinventarisatie vogels jaarrond beschermde nesten De bomen binnen het onderzoeksgebied (zie § 2.1.) zijn geïnventariseerd op aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten. Provincie Overijssel heeft aangegeven de bestaande lijst met soorten (ten tijde van de Flora- en faunawet) hiervoor aan te houden. Deze is dan ook gehanteerd voor dit onderzoek (zie bijlage 1). Soorten waarvan de nesten alleen bij zwaarwegende omstandigheden een jaarrond beschermde status hebben, zijn niet standaard meegenomen in het onderzoek. Wanneer tijdens de inventarisatie in het veld is ingeschat dat een voorgenomen activiteit een mogelijke zwaarwegende omstandigheid tot gevolg heeft, zijn de relevante soorten wel onderzocht. Indien relevant zijn deze soorten ook in hoofdstuk 5 behandeld. De aanpak van de inventarisatie is gebaseerd op de ‘soortenstandaard buizerd’ (bron RVO). Deze methode is ook voor andere roofvogelsoorten goed toepasbaar.
Tijdens een eerste veldronde is het onderzoeksgebied geïnventariseerd op aanwezigheid van (potentiële) jaarrond te beschermen nesten. Indien uit deze inventarisatie nesten of locaties naar voren zijn gekomen waarvan niet duidelijk is of deze in gebruik zijn en/of voor welke soort het een broedlocatie betreft, dan zijn vervolgbezoeken uitgevoerd (zie tabel 4.1). Voor het aantonen van de aan- of afwezigheid van broedgevallen zijn twee tot vier gerichte veldbezoeken overdag uitgevoerd in de periode april tot en
9
N35 inventarisatie jaarrond beschermde nesten
RWS-ON
met juli, met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. Naast de nesten zelf is ook gelet op indicatoren die kunnen wijzen op een broedlocatie. Het gaat om de volgende aandachtspunten: baltsende vogels alarmroepen vaste zitplaatsen (o.a. solitaire bomen) schijtsporen en braakballen plukplaatsen (verlaten) kraaiennesten (mogelijke nestplaats boomvalk, ransuil) Avondbezoeken Op locaties welke in potentie geschikt zijn bevonden voor een broedlocatie van ransuil, maar waar de aanwezigheid van nesten niet goed te beoordelen was, is aanvullend in de laatste week van juni een avondbezoek uitgevoerd. Dit bezoek had ten doel om te luisteren naar het geluid van mogelijk aanwezige jonge ransuilen. Na inval van de duisternis beginnen deze intensief bij hun ouders om voedsel te bedelen, waarbij een herkenbaar geluid wordt voortgebracht.
10
N35 inventarisatie jaarrond beschermde nesten
RWS-ON
3
WETTELIJK KADER
Onderstaand is in het kort beschreven wat het wettelijk kader, op basis waarvan dit onderzoek is uitgevoerd. Wetgeving De bescherming van soorten en hun leefgebieden is geregeld in de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn en op nationaal niveau verankerd in de Wet natuurbescherming (hierna Wnb genoemd). Enerzijds richt de Wnb zich op de bescherming van daartoe aangewezen gebieden. Deze gebieden bestaan uit Natura 2000-gebieden en bijzondere nationale natuurgebieden. Natura 2000-gebieden is de overkoepelende naam voor de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Activiteiten die schade toebrengen aan de beschermde natuur in deze gebieden zijn verboden. Anderzijds richt de wet zich op de bescherming en het behoud van in het wild levende planten- en diersoorten binnen en buiten de beschermde natuurgebieden. Het uitgangspunt van de wet is het ‘Nee, tenzij…” principe. Dit betekent dat geen schade mag worden toegebracht, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan (in de vorm van een vrijstelling of verleende ontheffing). In de Wet natuurbescherming wordt onderscheid gemaakt in een drietal beschermingsregimes. Onderstaand is alleen ingegaan op het relevante beschermingsregime, namelijk dat van de vogels. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (§ 3.1 in de Wnb): Dit zijn Europees beschermde soorten.
In de wet staat beschreven dat het verboden is om opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als beschreven in de Vogelrichtlijn te doden, storen of vangen. Daarnaast mogen nesten/rustplaatsen niet opzettelijk worden vernield en is het verboden eieren te rapen. In de Wnb geldt dat de provincies overwegend het bevoegd gezag vormen. De provincie Overijssel heeft 7 december 2016 besloten ‘Hoofdstuk 7 Natuur’ in de ‘Omgevingsverordening Overijssel 2009’ in te voegen. Hierin zijn aanvullende voorwaarden opgesteld, waarin onder andere de vrijstelling van soorten voor bepaalde activiteiten is geregeld. In dit specifieke geval zijn, wat betreft de vergunningaanvragen in het kader van de Wnb, het ministerie van EZ en de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) de bevoegde gezagen. Dit omdat de N35 een rijksweg betreft.
11
N35 inventarisatie jaarrond beschermde nesten
RWS-ON
12
N35 inventarisatie jaarrond beschermde nesten
RWS-ON
4
RESULTATEN PER DEELTRAJECT
Onderstaand zijn de waarnemingen en bijzonderheden per deeltraject beschreven. Deze komen zowel voort uit de bronnenstudie als de veldinventarisatie. Daarbij wordt indien relevant de relatie gelegd met de algemene maatregel (obstakelvrije zone) en de locatie specifieke maatregelen. Voor foto’s en kaartmateriaal wordt verwezen naar de bijlagen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de datums waarop de verschillende deeltrajecten bezocht zijn. Tabel 4.1. Uitgevoerde veldbezoeken Deeltraject
Kilometrering
Data veldbezoeken in 2017
Deeltraject A: Dalfsen
deeltraject km 6.8 – 10.2
10 mei
Deeltraject B: Heino Noord
deeltraject km 10.2 – 12.8
8 mei, 14 juni, 28 juli
Deeltraject C: Heino
deeltraject km 12.8 – 15.5
10 mei
Deeltraject D: Heino – Raalte
deeltraject km 15.5 – 18.5
10 mei, 15 mei, 14 juni, 28 juli
Deeltraject E: Raalte (Kruispunt Bos)
deeltraject km 18.5 – 21.5
10 mei, 14 juni
Deeltraject F: Mariënheem West
deeltraject km 21.5 – 24.0
5 mei, 14 juni, 28 juli
Deeltraject G: Mariënheem Oost
deeltraject km 24.0 – 27.0
5 mei, 15 juni, 28 juli
Deeltraject H: Haarle
deeltraject km 27.0 – 29.6
5 mei, 15 juni, 26 juni (avond)
Deeltraject I: Nijverdal
deeltraject km 29.6 – 32.5
5 mei, 15 juni, 26 juni (avond)
4.1 BRONNENSTUDIE Uit de gegevens van de NDFF (opgehaald d.d. 7 augustus 2017) komt een beperkt aantal relevante waarnemingen naar voren. De meest relevante zijn die van roeken ter hoogte van Raalte (deeltraject E). In maart 2017 zijn hier bij elkaar opgeteld 93 exemplaren (maximum aantal vogels) waargenomen. Uit het veldbezoek (zie paragraaf 4.6) is gebleken dat het om een broedkolonie gaat. Daarnaast zijn in de geraadpleegde data van de NDFF waarnemingen van vogels met jaarrond beschermde nesten bekend (o.a. buizerd, sperwer, kerkuil), maar dit betreft geen waarnemingen van nestlocaties. Het gaat voornamelijk om overvliegende exemplaren of verkeersslachtoffers (kerkuil). Voor het onderzoek naar jaarrond beschermde nestplaatsen heeft deze informatie weinig toegevoegde waarde.
4.2 DEELTRAJECT A: DALFSEN (KM 6.8 – 10.2) Het traject eindigt halverwege de Ganzepanbrug over het Overijssels kanaal. Ter hoogte van deze brug zijn in de bomen aan de noordzijde een drietal nesten van zwarte kraai waargenomen. Twee nesten bevonden zich in vervallen staat. Het andere nest was in gebruik (d.d. 10 mei 2017). Ter hoogte van hectometerpaal 9,5 is in een boom een rustende buizerd waargenomen.
4.3 DEELTRAJECT B: HEINO NOORD (KM 10.2 – 12.8) Ten zuiden van het Overijssels kanaal bevinden zich in de acacia’s tussen de N35 en de parallelweg enkele spechtenholten. Ten tijde van het veldbezoek zijn in de buurt van de holten een grote bonte specht en enkele spreeuwen waargenomen, die deze als nestplaats gebruiken. De meeste bomen bevinden zich buiten de zone van 4,5 meter. Mogelijk dat een enkele boom met holten wel binnen of direct aangrenzend aan de zone staat. Ter hoogte van hectometerpaal 11.3 is boven het bosperceel aan de noordzijde van de N35 een zwevende buizerd waargenomen (d.d. 8 mei 2017). Tijdens het vervolgbezoek op 14 juni 2017 is de locatie nader bezocht. Door de hoge dichtheid aan bomen en (doorn)struiken was de locatie ondoordringbaar en niet volledig te inspecteren. Deze locatie bevindt zich buiten de obstakelvrijezone van 4,5 meter maar mogelijk wel binnen de invloedszone van de specifieke maatregel, namelijk het realiseren van een nieuw kruispunt. De bomen op het perceel zijn relatief jong en daardoor vrij laag. In vergelijking met de bosrijke omgeving maakt dit het een minder geschikte broedlocatie voor buizerd en havik. De sperwer is een soort die vaker in struweel / lage bomen tot broeden komt.
Ter hoogte van Landgoed De Gunne (hectometerpaal 12.1) is een overvliegende buizerd waargenomen, welke vermoedelijk zijn/haar horst heeft op het landgoed zelf. Op de grens van het landgoed met de weg bevindt zich een verlaten nestholte in een beuk. Vermoedelijk gaat het om een nest van kauw. Ten zuiden van de N35 bevinden zich enkele beuken met spechtenholten, welke vermoedelijk voor een deel als nestplaats voor spreeuw fungeren. Mogelijk dat een enkele boom zich binnen of aangrenzend aan de obstakelvrije zone bevindt.
13
N35 inventarisatie jaarrond beschermde nesten
RWS-ON
4.4 DEELTRAJECT C: HEINO (KM 12.8 – 15.5) Nabij de brug over de Lemelerveldseweg bevindt zich een horst van havik in een bosje op een particulier terrein ten oosten van de N35. Op 10 mei 2017 is hier een alarmerende havik waargenomen en is ook de nestlocatie aangetroffen. Deze locatie bevindt zich buiten de projectscope (op circa 50 meter van de weg). Tussen de weg en het bosje op het particuliere terrein bevindt zich een bosstrook, grasstrook en sloot. Mogelijk wordt een smalle rand met bomen (1 of 2 rijen) gekapt van de bosstrook langs de N35. Deze maatregel heeft geen effect op de functionaliteit van de nestlocatie. In de bosrand ten noorden van de Lemelerveldseweg en ten westen van de N35 is een dode buizerd (doodsoorzaak onbekend) en een vervallen nest van houtduif aangetroffen.
4.5 DEELTRAJECT D: HEINO-RAALTE (KM 15.5 – 18.5) Ter hoogte van hectometerpaal 16.3 is in het bos aan de oostzijde een potentieel roofvogel nest in een grove den aangetroffen. Tijdens de veldbezoeken op 10 mei, 14 juni en 28 juli jl. zijn geen vogels in de buurt van het nest waargenomen. In de bosstrook ter hoogte van de manege ’t Reelaer groeien meerdere beuken met holten. In één van de holten is een broedende spreeuw waargenomen. De dieren waren druk bezig met de aanvoer van voedsel voor de jongen. Daarnaast zijn enkele grotere holten aangetroffen met oud nest materiaal, vermoedelijk van kauw. De bomen met holten bevinden zich buiten de obstakelvrije zone, maar mogelijk wel binnen de scope van de voorgenomen aanleg van een nieuwe parallelweg. In het bosgebied (eigendom gemeente Raalte) in het noordwesten (tegenover het benzinestation) bevinden zich twee nesten welke vermoedelijk door zwarte kraai zijn gebouwd. Tijdens de veldbezoeken op 15 mei, 14 juni en 28 juli zijn geen vogels op of in de buurt van de nesten waargenomen. Ook deze nesten bevinden zich binnen de scope van de voorgenomen aanleg van de parallelweg.
4.6 DEELTRAJECT E: RAALTE (KRUISPUNT BOS) (KM 18.5 – 21.5) Ter hoogte van hectometerpaal 20.3 hangt een nestkast in een boom langs de weg. De kast is vermoedelijk bedoeld voor torenvalk. Zowel op 10 mei als 14 juni (2017) was de kast niet in gebruik. Ook zijn geen sporen van gebruik waargenomen. Ter plaatse van de brug over het Overijsselsch kanaal broedt een kolonie roeken. In totaal zijn op 10 mei 120 nesten geteld. De bomen met nesten bevinden zich binnen de obstakelvrije zone.
4.7 DEELTRAJECT F: MARIËNHEEM WEST (KM 21.5 – 24.0) Ter hoogte van hectometerpaal 20.9 bevindt zich aan de noordzijde van de weg op het landbouwperceel een torenvalkkast op paal. Op 14 juni is nestmateriaal waargenomen in de kast. Het is niet duidelijk of dit van Torenvalk of een kraaiachtige is. Mogelijk dient de paal verplaatst te worden i.v.m. de aanleg van de beoogde parallelweg. Op het particuliere terrein ten noorden van de afslag naar de Schoonhetenseweg is een nestkast van steenuil waargenomen. Het is onduidelijk of deze gebruikt wordt, sporen (veren, braakballen, ontlasting) zijn niet waargenomen. De nestkast bevindt zich in het bosje, op relatief grote afstand van de weg (circa 150 m).
4.8 DEELTRAJECT G: MARIËNHEEM OOST (KM 24.0 – 27.0) In de boom aan de noordzijde van de weg ter hoogte van hectometerpaal 24.4, is op 5 mei een nest van zwarte kraai waargenomen. Op 15 juni zijn hier drie zwarte kraaien waargenomen. Daarnaast zijn in de eiken nabij hectometerpaal 24.9 twee lege nesten van vermoedelijk zwarte kraai aangetroffen. Op zowel 5 mei, 15 juni als 28 juli waren deze nesten niet bezet. Ook is hier een verlaten nest van houtduif waargenomen.
4.9 DEELTRAJECT H: HAARLE (KM 27.0 – 29.6) De particuliere tuin nabij de kruising met de Tunnelweg bestaat uit een naaldbosje. Vanwege de onoverzichtelijkheid van de bomen en potentiele geschiktheid voor roofvogels en ransuil, is de locatie ook op 26 juni in de avond bezocht. Hierbij is geluisterd of er sprake was van aanwezige jonge ransuilen. Deze zijn niet gehoord.
4.10 DEELTRAJECT I: NIJVERDAL (KM 29.6 – 32.5) Ook op dit traject is in de avond nader onderzocht of jonge ransuilen aanwezig waren. Hier gaat het om een aantal onoverzichtelijke douglas bomen. Ook hier zijn geen ransuilen gehoord.
14
N35 inventarisatie jaarrond beschermde nesten
RWS-ON
5 EFFECTBEOORDELING In dit hoofdstuk is de relatie gelegd tussen de resultaten van de inventarisatie en de voorgenomen maatregelen. Per relevant deeltraject is ingegaan op de effecten van de voorgenomen werkzaamheden op vogels met jaarrond beschermde nesten en wat dit voor de uitvoering van de werkzaamheden betekent.
5.1 DEELTRAJECT C: HEINO (KM 12.8 – 15.5) Tussen de weg en het bosje op het particuliere terrein met het haviksnest bevindt zich een bosstrook, grasstrook en sloot. Mogelijk wordt een smalle rand met bomen (1 of 2 rijen) gekapt van de bosstrook langs de N35. Deze maatregel heeft geen effect op de functionaliteit van de nestlocatie.
5.2 DEELTRAJECT E: RAALTE (KRUISPUNT BOS) (KM 18.5 – 21.5) Zoals beschreven in hoofdstuk 4 bevindt de roekenkolonie zich binnen de obstakelvrije zone. Ter plaatse is echter ook een vangrail aanwezig. Dit betekent mogelijk dat het verwijderen van bomen niet noodzakelijk is. Indien nestbomen en bomen in de directe omgeving van de kolonie verwijderd worden, dient ontheffing van de Wnb aangevraagd te worden bij het bevoegd gezag. Afhankelijk van de schaal van de ingreep moet een roekenbeschermingsplan worden opgesteld. Wanneer de locatie door de werkzaamheden ongeschikt wordt voor de kolonie moet in het roekenbeschermingsplan worden aangetoond dat geschikte alternatieve locaties in de omgeving aanwezig zijn. Mogelijk kan het aantal te kappen bomen beperkt blijven, waardoor de roekenkolonie hier niet onder te lijden heeft. Zodra de concrete plannen bekend zijn, zal een ter zake deskundige dit moeten beoordelen.
5.3 DEELTRAJECT F: MARIËNHEEM WEST (KM 21.5 – 24.0) Het is niet duidelijk of de steenuilenkast op het particuliere terrein ter hoogte van hectometerpaal 22.9 in gebruik is. Er zijn echter geen sporen van activiteit waargenomen en uit de NDFF komen de afgelopen 10 jaar geen waarnemingen van steenuil in de omgeving van het gebied naar voren. Mocht er toch een steenuilenterritorium aanwezig zijn, dan heeft de eventuele kap van de bomen aan de rand van het bos (ten behoeve van de beoogde parallelweg) hier geen effect op. De bomen staan op enige afstand (circa 130 meter) en bovendien is steenuil geen bossoort, maar een soort die gedijt bij kleinschalige landschapselementen. De realisatie van een parallelweg betekent dat verkeer zich in de nieuwe situatie op kortere afstand (een tiental meters dichterbij) van de nestkast bevindt. Een mogelijk aanwezige steenuil zal hier geen last van ondervinden omdat er een areaal bos tussen nestkast en weg aanwezig is, de nestkast hangt op een geïsoleerde locatie. Ook wordt niet verwacht dat de intensiteit van verkeer op de weg door de voorgenomen maatregel toeneemt. Alleen de veiligheid wordt vergroot doordat de betreffende particulier via een parallelweg/kruising de hoofdweg op kan rijden, in plaats van direct via de oprit.
5.4 OVERIGE DEELTRAJECTEN Op de overige deeltrajecten zijn geen nesten/verblijfplaatsen aangetroffen waar de voorgenomen werkzaamheden op afgestemd moeten worden of specifieke aandachtspunten gelden.
15
N35 inventarisatie jaarrond beschermde nesten
RWS-ON
16
N35 inventarisatie jaarrond beschermde nesten
RWS-ON
6 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Onderstaand zijn de belangrijkste conclusies en aanbevelingen van het onderzoek beschreven.
6.1 CONCLUSIES De aanwezigheid van de roekenkolonie ter hoogte van Raalte (deeltraject E) maakt dat alle bomen binnen de obstakelvrije zone die bijdragen aan het functioneren van de kolonie niet zonder ontheffing van de Wnb verwijderd mogen worden. Of ontheffing nodig is, hangt daarmee af van welke- en hoeveel bomen in de directe omgeving van de kolonie uiteindelijk weggaan. Dit moet zodra de planvorming concreet is, nader beoordeeld worden door een ter zake deskundige. Een roekenkolonie is dynamisch in aantallen broedparen. Dit aantal fluctueert per jaar. Ook waaien nesten van roeken regelmatig uit de boom in het najaar, waarna de vogels in het voorjaar weer nieuwe nesten bouwen. Het kan daardoor gebeuren dat nieuwe nesten in andere bomen worden gebouwd dan de nestbomen van dit jaar. Het is daarom van belang om bij de definitieve beoordeling of ontheffing nodig is, gebruik te maken van actuele gegevens (van het betreffende broedseizoen).
6.2 AANBEVELINGEN Roeken Waar roeken zich na verjaging naar toe verplaatsen is moeilijk voorspelbaar. De vogels kunnen door hun geluid en ontlasting voor veel overlast zorgen als deze in de buurt van woonhuizen broeden. De huidige kolonielocatie lijkt vanwege de ligging op dit gebied weinig overlast te veroorzaken. Daarom wordt geadviseerd om de kolonie niet te verjagen en de veiligheid van verkeer te waarborgen door de huidige vangrail te behouden en eventueel te verlengen. Deeltraject B: Heino Noord (km 11.6) Het bosperceel aan de noordzijde van de N35 ter hoogte van hectometerpaal 11.3 kon vanwege de dichte structuur en aanwezigheid van doornstruiken niet volledig worden geïnspecteerd. Indien met de realisatie van de nieuwe kruising bos verwijderd moet worden, wordt geadviseerd om in de bladloze periode nogmaals een inspectie op aanwezigheid van roofvogelnesten (met name sperwer) uit te voeren.
17
N35 inventarisatie jaarrond beschermde nesten
RWS-ON
18
N35 inventarisatie jaarrond beschermde nesten
RWS-ON
BIJLAGE 1: KAARTEN MET WAARNEMINGEN Deeltraject B: Heino noord (km 10.2 – 12.8)
Figuur 1 en 2. Bomen met holten (rode stippen).
Deeltraject D: Heino-Raalte (km 15.5 – 18.5)
Figuur 3. Bomen met holten (rode stippen) ter hoogte van manege ’t Reelaer.
19
N35 inventarisatie jaarrond beschermde nesten
RWS-ON
Deeltraject E: Raalte (km 18.5 – 21.5)
Figuur 4. Roekenkolonie (rode stippen) op traject E.
5
2
Figuur 5. Roekenkolonie detail, inclusief aantal nesten per boom.
20
N35 inventarisatie jaarrond beschermde nesten
RWS-ON
Deeltraject F: Mariënheem West (km 21.5 – 24.0)
Figuur 6. Nestkast steenuil (rode stip) op particulier terrein.
21
N35 inventarisatie jaarrond beschermde nesten
RWS-ON
BIJLAGE 2: COORDINATEN WAARNEMINGEN Deeltraject B: Heino noord (km 10.2 – 12.8) Waarneming Grote bonte specht bij boomholte Spechtenholten in acacia bomen (mogelijk broedplaats spreeuw) Spechteholten in beuken (mogelijke broedplaats spreeuw) Boomholten (2 langwerpig) in beuk (mogelijke nestplaats kauw)
X-coördinaat 210606,85
Y-coördinaat 497697,04
210615,60
497693,08
211667,45
496260,00
211658,68
496316,98
Deeltraject D: Heino-Raalte (km 15.5 – 18.5) Waarneming Broedpaar spreeuw in spechtenholte Boomholte (langwerpig) (mogelijke broedplaats kauw) Boomholte (langwerpig) (mogelijke broedplaats kauw)
X-coördinaat 213717,45
Y-coördinaat 492447,05
213709,90
492470,67
213729,44
492425,35
Deeltraject E: Raalte (km 18.5 – 21.5) Waarneming Boom met roekennesten (1) Boom met roekennesten (9) Boom met roekennesten (2) Boom met roekennesten (2) Boom met roekennesten (5) Boom met roekennesten (1) Boom met roekennesten (1) Boom met roekennesten (1) Boom met roekennesten (4) Boom met roekennesten (4) Boom met roekennesten (3) Boom met roekennesten (4) Boom met roekennesten (4) Boom met roekennesten (5) Boom met roekennesten (5) Boom met roekennesten (7) Boom met roekennesten (3) Boom met roekennesten (14) Boom met roekennesten (2) Boom met roekennesten (5) Boom met roekennesten (4) Boom met roekennesten (6) Boom met roekennesten (3) Boom met roekennesten (1) Boom met roekennesten (1) Boom met roekennesten (10) Boom met roekennesten (4) Boom met roekennesten (2) Boom met roekennesten (3) Boom met roekennesten (4)
X-coördinaat 216120,23 216162,58 216159,87 216168,17 216179,65 216186,23 216176,05 216185,67 216224,65 216215,34 216235,77 216234,09 216238,18 216251,73 216253,41 216248,33 216269,98 216265,11 216271,53 216281,48 216299,93 216290,16 216308,50 216300,37 216320,25 216309,58 216311,25 216313,59 216318,09 216334,38
Y-coördinaat 489478,15 489434,32 489416,47 489409,83 489416,46 489410,09 489398,84 489393,27 489372,96 489358,92 489364,58 489340,10 489335,57 489348,24 489347,90 489326,24 489330,70 489309,34 489301,17 489290,21 489306,95 489281,27 489297,97 489272,78 489281,55 489263,40 489255,10 489257,46 489253,12 489269,67
22
N35 inventarisatie jaarrond beschermde nesten
RWS-ON
Deeltraject F: Mariënheem West (km 21.5 – 24.0) Waarneming Nestkast steenuil
X-coördinaat 217623,33
Y-coördinaat 488823,89
23
N35 inventarisatie jaarrond beschermde nesten
RWS-ON
BIJLAGE 3: FOTO’S WAARNEMINGEN Deeltraject B: Heino noord (km 10.2 – 12.8)
Foto 1 en 2. Boomholten (2 langwerpig) in beuk op Landgoed De Gunne (mogelijke oude nestplaats kauw).
Foto 3 en 4. Beuken met spechtenholten tegenover Landgoed De Gunne (mogelijke broedplaats spreeuw).
24
N35 inventarisatie jaarrond beschermde nesten
RWS-ON
Deeltraject D: Heino-Raalte (km 15.5 – 18.5)
Foto 5 en 6. Broedpaar spreeuw in spechtenholte en grote holten/spleten in beuk nabij Manege ’t Reelaer.
Deeltraject E: Raalte (km 18.5 – 21.5)
Foto 7. Nesten van roeken (geel omlijnd).
25
N35 inventarisatie jaarrond beschermde nesten
RWS-ON
Deeltraject F: Mariënheem West (km 21.5 – 24.0)
Foto 8. Nestkast steenuil op particulier terrein.
26
N35 inventarisatie jaarrond beschermde nesten
RWS-ON