Bijlage 9 - N35 Actualiserend verkennend natuuronderzoek, Aveco de Bondt, 2021
Tekst van het document
Rapport
Aveco de Bondt BV Burgemeester van der Borchstraat 2, 7451 CH Holten Postbus 64, 7450 AB Holten T +31 548 85 33 33 www.avecodebondt.nl
Actualiserend verkennend natuuronderzoek vier deeltrajecten project
DP 11 Rapportage actualiserend onderzoek naar
datum
vleermuizen, jaarrond beschermde vogelnesten,
referentie
eekhoorn en das. Afronding Planuitwerking N35 Wijthmen - Nijverdal (SO3) projectnummer
203804
projectleider
Lex Weerkamp
opdrachtgever
Rijkswaterstaat
contactpersoon
Tetiana Faber
status
Definitief
versie
2.0
auteur
Daniël Tuitert
paraaf gecontroleerd
Lex Weerkamp
30 maart 2021 203804_R_AND_0283
Inhoudsopgave
datum referentie
1 1.1 1.2
Inleiding Aanleiding Doel
4 4 5
2
Afbakening onderzoek
6
3 3.1 3.2 3.3 3.4
Project- en onderzoeksgebied Heino Noord Heino – Raalte Mariënheem West Mariënheem Oost
7 7 8 9 11
4
Wettelijk kader
13
5 5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.1.5 5.2 5.3 5.4 5.4.1 5.4.2 5.4.3 5.5
Broedvogels met een jaarrond beschermde nestplaats Situatie 2017 Inleiding Deeltraject Heino Noord Deeltraject Heino – Raalte Deeltraject Mariënheem West Deeltraject Mariënheem Oost Werkwijze Bureauonderzoek Veldonderzoek Deeltraject Heino Noord Deeltraject Heino – Raalte Deeltrajecten Mariënheem West en Mariënheem Oost Conclusie
15 15 15 15 15 16 16 16 16 16 16 17 18 19
6 6.1 6.1.1 6.1.2 6.1.3 6.1.4 6.1.5 6.2 6.3 6.4 6.4.1 6.4.2 6.4.3 6.4.4 6.5
Vleermuizen Situatie 2017 Inleiding Deeltraject Heino Noord Deeltraject Heino – Raalte Deeltraject Mariënheem West Deeltraject Mariënheem Oost Werkwijze Bureauonderzoek Veldonderzoek Deeltraject Heino Noord Deeltraject Heino – Raalte Deeltraject Mariënheem West Deeltraject Mariënheem Oost Conclusie
20 20 20 20 21 21 21 22 22 22 22 23 23 23 24
30 maart 2021 203804_R_AND_0283
datum referentie
7 7.1 7.1.1 7.1.2 7.1.3 7.1.4 7.1.5 7.2 7.3 7.4 7.4.1 7.4.2 7.4.3 7.5
Eekhoorn Situatie 2017 Inleiding Deeltraject Heino Noord Deeltraject Heino – Raalte Deeltraject Mariënheem West Deeltraject Mariënheem Oost Werkwijze Bureauonderzoek Veldonderzoek Deeltraject Heino Noord Deeltraject Heino – Raalte Deeltrajecten Mariënheem West en Oost Conclusie
25 25 25 25 25 25 26 26 26 26 26 26 27 27
8 8.1 8.1.1 8.1.2 8.1.3 8.1.4 8.1.5 8.2 8.3 8.4 8.4.1 8.4.2 8.4.3 8.4.4 8.5
Das Situatie 2018 Inleiding Deeltraject Heino Noord Deeltraject Heino – Raalte Deeltraject Mariënheem West Deeltraject Mariënheem Oost Werkwijze Bureauonderzoek Veldonderzoek Deeltraject Heino Noord Deeltraject Heino – Raalte Deeltraject Mariënheem West Deeltraject Mariënheem Oost Conclusie
28 28 28 28 28 28 28 28 29 29 29 31 33 34 34
10 10.1 10.2 10.3 10.4
Conclusie Vogels met een jaarrond beschermde nestplaats Vleermuizen Eekhoorn Das
35 35 35 36 36
30 maart 2021 203804_R_AND_0283
1
Inleiding
1.1 Aanleiding De Rijksweg N35 is een belangrijke verbindingsroute tussen de economische centra Zwolle Kampen en Twente in de provincie Overijssel. De N35 is gecategoriseerd als regionale stroomweg tussen Zwolle en Twente. Deze is echter tussen Wijthmen en Nijverdal niet als zodanig ingericht maar heeft daar het karakter van gebiedsontsluitingsweg (zonder fysieke rijbaanscheiding, 1 x 2 rijbanen, 80 km/uur, gelijkvloerse kruisingen, vele oversteken en een beperkte obstakelvrije ruimte). Op de N35 zijn de nodige problemen waaronder veel ongevallen, mede door de hoge verkeersintensiteiten. De verkeersveiligheid op dit traject van de N35 is een belangrijk aandachtspunt: • De vele in- en uitritten die direct op de weg uitkomen veroorzaken gevaarlijke situaties: op veel niet duidelijk herkenbare locaties kan onverwacht verkeer oversteken. • Bomen staan vlak langs de weg. • Verkeer rijdt via de berm naar de parallelweg wat behalve illegaal ook onveilig is. • Er is landbouwverkeer op de rijbaan op sommige trajecten. • De scheiding tussen de rijbanen is soms lastig te zien. Op het hele traject worden algemene maatregelen uitgevoerd om de verkeersveiligheid te verbeteren. Op een aantal trajecten zijn er daarnaast ook specifieke oplossingen. Veel overleg en onderzoek heeft tot aanpassing van de oorspronkelijke plannen geleid.
Algemene maatregelen • Paaltjes aan beide kanten van de weg of een heg maken het gevaarlijk doorsteken via de berm van de N35 naar de parallelweg niet meer mogelijk. Gedeeltelijk is dit al gebeurd. • Reflectoren die de scheiding van de rijbanen duidelijk maakt zijn in het midden van de weg geplaatst. • Bomen die te dicht bij de weg staan worden gekapt. • Een aantal oversteekplaatsen van recreatieve routes wordt naar veiligere plekken verplaatst. Specifieke maatregelen op de deeltrajecten Heino Noord, Heino Raalte, Mariënheem West en Mariënheem Oost: • Aanleg van enkele nieuwe stukken parallelweg. • Aanleg van enkele nieuwe (bajonet)kruispunten. • In- en uitritten van woningen, bedrijven en percelen die nu gevaarlijke situaties veroorzaken omdat ze rechtstreeks op de weg aansluiten worden opgegeven en men kan in de toekomst gebruik maken van de nieuwe stuken parallelweg. • Landbouwverkeer, fietsers en voetgangers kunnen in de toekomst op de bajonet kruispunten in 2 keer de weg over te steken. In 2017 is door Arcadis een deelrapport natuur opgesteld ten behoeve van de wijziging van de bestemmingsplan voor de voorgenomen maatregelen. Omdat eerder bedachte maatregelen (deels) wijzigen, is actualisatie van de natuuronderzoeken noodzakelijk ten behoeve van de actuele ruimtelijke en vergunningprocedures.
In opdracht van Rijkswaterstaat wordt een actualiserend verkennend natuuronderzoek uitgevoerd naar enkele vooraf afgebakende soort(groep)en om vast te stellen of de resultaten van het eerder uitgevoerde natuuronderzoek nog bruikbaar zijn voor de nieuwe ruimtelijke en vergunningprocedures.
4
1.2 Doel Voordat de schop in de grond kan op de deeltrajecten Heino Noord, Heino - Raalte, Mariënheem West en Mariënheem Oost, moeten bestemmingsplannen worden gewijzigd en een aantal vergunningen worden aangevraagd. Dit gaat volgens een zogenaamde coördinatieprocedure. Dat betekent dat gemeente Raalte en Rijkswaterstaat zowel het bestemmingsplan als de benodigde vergunningen voor een deeltraject gelijktijdig voorbereiden. Onderdeel van de ruimtelijke en vergunningprocedures is toetsing van het voorgenomen project aan de bepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van beschermde soorten. Daarvoor gelden regels ten aanzien van de houdbaarheid van onderzoeksgegevens van beschermde soorten. Aangezien de meeste reeds uitgevoerde natuuronderzoeken dateren van 2017 en 2018, is gevraagd om een actualisatie in de vorm van een verkennend natuuronderzoek. Doel van het actualiserende verkennend natuuronderzoek is om vast te stellen of de in 2017 en 2018 uitgevoerde natuuronderzoeken ten behoeve van de wijziging van de bestemmingsplannen en de vergunningaanvragen voor het voorgenomen project nog een voldoende actueel en dekkend beeld geven van de aanwezigheid van zwaarder beschermde soorten in en rond het projectgebied. Indien dit niet het geval is, dan is mogelijk aanvullend soortenonderzoek noodzakelijk in de daarvoor geschikte onderzoeksperioden.
5
2
Afbakening onderzoek
Door Rijkswaterstaat is een actualiserend verkennend natuuronderzoek uitgevraagd naar de volgende soort(groep)en: • Vogels met een jaarrond beschermde nestplaats; • Vleermuizen; • Eekhoorn; • Das. Het onderzoek naar vogels met een jaarrond beschermde nestplaats is gebaseerd op de soorten die op de landelijke lijst met jaarrond beschermde nestplaatsen staan van RVO. Dat komt omdat voor de aanleg, uitbreiding en, voor zover van toepassing, inrichting, alsmede wijziging, gebruik, beheer en onderhoud van hoofdwegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Tracéwet geldt dat de minister van LNV bevoegd gezag is voor de Wet natuurbescherming. De N35 is een hoofdweg in de zin van artikel 1, eerste lid, van de Tracéwet. Dat betekent dat niet het vrijstellingenregime en de lijst met jaarrond beschermde vogelnesten van de provincie Overijssel van toepassing is op het voorgenomen project, maar het landelijke vrijstellingenregime en de landelijke lijst met jaarrond beschermde vogelnesten van RVO.
6
3
Project- en onderzoeksgebied
De volgende deeltrajecten maken onderdeel uit van de scope van het onderzoek: 1. Heino noord (hectometer 10.2 - 12.8); 2. Heino - Raalte (hectometer 15.5 - 18.5); 3. Mariënheem west (hectometer 21.5 - 24.0); 4. Mariënheem oost (hectometer 24.0 - 27.0). 3.1 Heino Noord Tijdens de participatiebijeenkomsten bleek een aantal nadelen aan het oorspronkelijke plan: aantasting van het beschermde landgoed en natuurgebied, het grote areaal aan grond dat verworven moet worden en de hoge aanlegkosten. Op basis daarvan is er een maatregel ontwikkeld waardoor een aantal in- en uitritten is gebundeld tot een veilige aansluiting: een bajonetkruispunt in combinatie met een (korte) parallelweg aan de noord oostzijde van de N35. De aansluiting ter plaatse van het restaurant Bij de buurvrouw (voorheen Peter Pan) wordt opgeheven en in plaats daarvan kan men gebruik maken van het kruispunt dat direct ten noorden van het restaurant is gepland. Figuur 3.1 Projectgebied deeltraject Heino Noord westelijk deel
7
Figuur 3.2 Projectgebied deeltraject Heino Noord oostelijk deel
3.2 Heino – Raalte Tijdens de verschillende participatiebijeenkomsten in het gebied zijn de oorspronkelijke plannen besproken. Er is waardevolle input verzameld over de lokale verkeersbewegingen, over het verkeer dat oversteekt en het verkeer dat via de berm de parallelweg oprijdt om de file bij knooppunt Bos te omzeilen. Op basis van deze inzichten is het oorspronkelijke plan verlaten en is een plan ontwikkeld waarbij het landgoed wordt ontsloten door een bajonetkruispunt met korte parallelweg aan de oostzijde van de N35. Hierdoor kunnen een aantal in- en uitritten worden opgeheven. Er zijn nog gesprekken over de manier waarop dat precies vormgegeven kan worden. Figuur 3.3 Projectgebied deeltraject Heino – Raalte westelijk deel
8
Figuur 3.4 Projectgebied deeltraject Heino – Raalte midden deel
Figuur 3.5 Projectgebied deeltraject Heino – Raalte oostelijk deel
3.3 Mariënheem West Plaatselijk Belang Mariënheem is zeer actief geweest en heeft bijgedragen aan de oplossing met het bajonetkruispunt. Ook kwam tijdens de bijeenkomsten aan de orde dat men de snelheid op het nieuwe kruispunt graag verlaagd zag. De vraag werd ook gesteld of er veilige oversteekmogelijkheden voor fietsers konden komen. Een ander punt dat ingebracht was aandacht voor automobilisten die op de parallelweg de basisschool naderen. Door de aanleg van een bajonetkruispunt met parallelweg is een veilige aansluiting op de N35 ontstaan en kunnen een aantal in- en uitritten worden opgeheven.
9
Figuur 3.6 Projectgebied deeltraject Mariënheem West westelijk deel
Figuur 3.7 Projectgebied deeltraject Mariënheem West midden deel
Figuur 3.8 Projectgebied deeltraject Mariënheem West oostelijk deel
10
3.4 Mariënheem Oost Voor dit deel van de N35 is Plaatselijk Belang Mariënheem zeer actief betrokken geweest bij het opstellen van de plannen. De oplossing met het bajonetkruispunt is aangedragen door hen. Andere aangedragen wensen zijn: ervoor zorgen dat men niet via de berm de parallelweg op kan rijden om de file te omzeilen, alle gronden goed bereikbaar via de parallelwegen, bestaande wandelroute van de Keizerveldweg naar de Kroepeweg behouden en een snelheidsverlaging op het nieuwe bajonetkruispunt. Door de aanleg van een bajonetkruispunt en parallelweg kunnen een aantal in- en uitritten worden en de aansluiting van de Keizersveldweg op de N35 worden opgeheven. Figuur 3.9 Projectgebied deeltraject Mariënheem Oost westelijk deel
Figuur 3.10 Projectgebied deeltraject Mariënheem Oost oostelijk deel
Onderzoeksgebied Voor broedvogels met een jaarrond beschermde nestplaats, eekhoorn en vleermuizen bestaat het onderzoeksgebied in beginsel uit de op bovenstaande kaarten van het projectgebied aangegeven (mogelijk) te kappen bomen. Daarnaast is voor broedvogels met een jaarrond beschermde nestplaats en eekhoorn in een zone van 50-75 meter rondom het projectgebied
11
gekeken naar aanwezigheid van nesten die tijdens de werkzaamheden verstoord zouden kunnen worden. Voor das is een ruimer onderzoeksgebied gehanteerd. Dit onderzoeksgebied komt grotendeels overeen met dat van het onderzoek van Das en Boom uit 2018. Daarbij zijn ook de buiten het projectgebied gelegen landgoederen en andere bosjes onderzocht op aanwezigheid van o.a. burchten, holen, (vlucht)pijpen en andere dassenactiviteit.
12
4
Wettelijk kader
In de Wet natuurbescherming is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten en worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.): • Lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; • Lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; • Lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; • Lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; • Lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5 e.v.); • Lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; • Lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; • Lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen; • Lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; • Lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere Soorten (artikel 3.10 e.v.) • Lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: - Onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; - Onderdeel b.
de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of - Onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In beginsel zijn Gedeputeerde Staten van de verschillende provincies bevoegd gezag voor de Wet natuurbescherming. Voor een afgebakende categorie van projecten of handelingen van nationaal belang is de minister van LNV bevoegd gezag voor de Wet natuurbescherming. Voor de aanleg, uitbreiding en, voor zover van toepassing, inrichting, alsmede wijziging, gebruik, beheer en onderhoud van hoofdwegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Tracéwet geldt dat de minister van LNV bevoegd gezag is voor de Wet natuurbescherming. De N35 is een hoofdweg in de zin van artikel 1, eerste lid, van de Tracéwet. Dat betekent dat niet het vrijstellingenregime en de lijst met jaarrond beschermde vogelnesten van de provincie
13
Overijssel van toepassing zijn op het voorgenomen project, maar het landelijke vrijstellingenregime en de landelijke lijst met jaarrond beschermde vogelnesten van RVO.
14
5
Broedvogels met een jaarrond beschermde nestplaats
5.1
Situatie 2017
5.1.1 Inleiding Soortspecifiek onderzoek naar jaarrond beschermde nesten is uitgevoerd door BTL-advies (2017). Hiervoor is het totale wegtraject van 26 kilometer in zijn geheel onderzocht op aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten. Daarbij zijn alle bomen bekeken binnen de obstakelvrije zone van 4,5 meter (circa 400 stuks, bron RWS). Er is een onderzoeksgebied van circa 10 meter vanaf de weg aangehouden, bij aan te passen kruispunten en nieuwe parallelwegen is een groter onderzoeksgebied gehanteerd. Hierdoor worden bomen niet gemist en daarnaast wordt ook inzicht verkregen in mogelijk aanwezige verblijfplaatsen binnen de invloedzone van de voorgenomen werkzaamheden. 5.1.2 Deeltraject Heino Noord Ten zuiden van het Overijssels Kanaal bevinden zich in de acacia’s tussen de N35 en de parallelweg enkele spechtenholten. Ten tijde van het veldbezoek zijn in de buurt van de holten een grote bonte specht en enkele spreeuwen waargenomen, die deze als nestplaats gebruiken. De meeste bomen bevinden zich buiten de zone van 4,5 meter. Mogelijk dat een enkele boom met holten wel binnen of direct aangrenzend aan de zone staat. Ter hoogte van km 11.3 is boven het bosperceel aan de noordzijde van de N35 een zwevende buizerd waargenomen (d.d. 8 mei 2017). Tijdens het vervolgbezoek op 14 juni 2017 is de locatie nader bezocht.
Door de hoge dichtheid aan bomen en (doorn)struiken was de locatie ondoordringbaar en niet volledig te inspecteren. Deze locatie bevindt zich buiten de obstakelvrijezone van 4,5 meter maar mogelijk wel binnen de invloed zone van de specifieke maatregelen, namelijk het realiseren van een nieuw kruispunt. Ter hoogte van Landgoed De Gunne (km 12.1) is een overvliegende buizerd waargenomen, welke vermoedelijk zijn/haar horst heeft op het landgoed zelf. Op de grens van het landgoed met de weg bevindt zich een verlaten nestholte in een beuk. Vermoedelijk gaat het om een nest van kauw. Ten zuiden van de N35 bevinden zich enkele beuken met spechtenholten, welke vermoedelijk voor een deel als nestplaats voor spreeuw fungeren. Mogelijk dat een enkele boom zich binnen of aangrenzend aan de obstakelvrije zone bevindt. 5.1.3 Deeltraject Heino – Raalte Ter hoogte van km 16.3 is in het bos aan de oostzijde een potentieel roofvogel nest in een grove den aangetroffen. Tijdens de veldbezoeken op 10 mei, 14 juni en 28 juli jl. zijn geen vogels in de buurt van het nest waargenomen. Hierdoor kan de aanwezigheid van een jaarrond beschermd nest worden uitgesloten. In de bosstrook ter hoogte van menege ‘t Reelaer groeien meerdere beuken met holten. In één van holtes is een broedende spreeuw waargenomen. De dieren waren druk bezig met de aanvoer van voedsel voor de jongen.
Daarnaast zijn enkele grotere holten aangetroffen met oud nestmateriaal, vermoedelijk van kauw. De bomen met holten bevinden zich buiten de obstakelvrije zone, maar mogelijk wel binnen de scope van de voorgenomen aanleg van een nieuwe parallelweg. In het bosgebied (eigendom gemeente Raalte) in het noordwesten (tegenover het benzinestation) bevinden zich twee nesten welke vermoedelijk door zwarte kraai zijn gebouwd. Tijdens de veldbezoeken op 15 mei, 14 juni en 28
15
juli zijn geen vogels op of in de buurt van de nesten waargenomen. Ook deze nesten bevinden zich binnen de scope van de voorgenomen aanleg van de parallelweg. 5.1.4 Deeltraject Mariënheem West Ter hoogte van km 20.9 bevindt zich aan de noordzijde van de weg op het landbouwperceel een torenvalkkast op een paal. Op 14 juni is nestmateriaal waargenomen in de kast. Het is niet duidelijk of dit van torenvalk of een kraaiachtige is. Mogelijk dient de paal verplaatst te worden i.v.m. de aanleg van de beoogde parallelweg. Op het particuliere terrein ten noorden van de afslag naar de Schoonhetenseweg is een nestkast van steenuil waargenomen ter hoogte van km 22.9. Het is onduidelijk of deze gebruikt wordt: sporen (veren, braakballen, ontlasting) zijn niet waargenomen en uit de NDFF komen de afgelopen 10 jaar geen waarnemingen van steenuil in de omgeving van het gebied naar voren. De nestkast bevindt zich in het bosje, op relatief grote afstand van de weg (circa 150 m). 5.1.5 Deeltraject Mariënheem Oost In de boom aan de noordzijde van de weg ter hoogte van km 24.4, is op 5 mei een nest van zwarte kraai waargenomen. Op 15 juni zijn hier drie zwarte kraaien waargenomen. Daarnaast zijn in de eiken nabij km 24.9 twee lege nesten van vermoedelijk zwarte kraai aangetroffen. Op zowel 5 mei, 15 juni als 28 juli waren deze nesten niet bezet.
Ook is hier een verlaten nest van houtduif waargenomen. 5.2 Werkwijze Op 18, 21 en 24 december 2020 heeft een verkennend veldbezoek in het onderzoeksgebied plaatsgevonden, waarbij alle op kaart aangegeven te kappen bomen zijn bekeken op aanwezigheid van vogelnesten van vogels met een jaarrond beschermde nestplaats (o.b.v. landelijke lijst jaarrond beschermde vogelnesten). Tevens zijn globaal de bomen in een zone van ca. 75 rondom de N35 binnen de betreffende deeltrajecten bekeken op aanwezigheid van nesten van vogels met een jaarrond beschermde nestplaats i.v.m. mogelijke verstoring van de voorgenomen werkzaamheden. Het veldbezoek heeft plaatsgevonden in de winterperiode waarbij er geen blad aan de bomen zit. Nesten van o.a. roofvogels en roek zijn dan goed zichtbaar voor zover deze zich in loofbomen bevinden. Het veldonderzoek heeft een verkennend karakter en kan niet worden gezien als uitputtende soorteninventarisatie. 5.3 Bureauonderzoek Er zijn in de NDFF geen waarnemingen tussen 2018 en nu aanwezig van nesten, nestidicerend gedrag of van territoriumindicerend gedrag van boombewonende vogels met een jaarrond beschermde nestplaats zoals roofvogels, ransuil of roek.
Wel zijn enkele waarnemingen van soorten als havik, buizerd en sperwer gedaan in de bebouwde kommen van Heino en Raalte en in omliggende (bos)gebieden, zoals Soeslo, De Colckhof, Den Aalerdinck, ‘t Reelaer en de omgeving van het Boetelerveld. Van roek is een kolonie bekend langs de N35 bij Raalte buiten het onderzoeksgebied. Dit geeft geen ander verspreidingsbeeld dan de resultaten van het broedvogelonderzoek uit 2017. 5.4
Veldonderzoek
5.4.1 Deeltraject Heino Noord Op het deeltraject Heino Noord zijn tijdens de veldbezoeken geen nesten van vogels met een jaarrond beschermde nestplaats aangetroffen in bomen die als gevolg van het voorgenomen project (mogelijk) worden gekapt. Wel zijn twee kleinere roofvogelnesten van vermoedelijk 16
sperwer aangetroffen in een bosje langs de N35 ter hoogte van hmp. 11.4 (coördinaten 52.45655, 6.21529 en 52.456978, 6.215787). In het bosje is ook een plukplaats van vermoedelijk sperwer aangetroffen tijdens het veldbezoek. De nesten bevinden zich op respectievelijk ca. 25 en 70 meter afstand van de N35. Figuur 5.1
Locatie aangetroffen nesten van vermoedelijk sperwer (rode ster) in een bosje ter hoogte van hmp. 11.4
Figuur 5.2 en 5.3
Plukplaats sperwer en mogelijk sperwernest in bosje langs de N35 ter hoogte van hmp. 11.4
5.4.2 Deeltraject Heino – Raalte Op het deeltraject Heino – Raalte zijn tijdens de veldbezoeken geen nesten van vogels met een jaarrond beschermde nestplaats aangetroffen in bomen die als gevolg van het voorgenomen project worden gekapt. Wel is een groot roofvogelnest van vermoedelijk buizerd aangetroffen in een boom op ca. 70 meter afstand van de grens van het projectgebied (coördinaten
17
52.41904, 6.24916). Dit nest bevindt zich net op de grens van de maximale verstoringsafstand (75 meter) van de buizerd ten opzichte van de geplande werkzaamheden op dit deeltraject. Figuur 5.4
Locatie aangetroffen nest van vermoedelijk buizerd (rode ster) in een bomenrij ter hoogte van hmp. 16.8
Net buiten het onderzoeksgebied zijn twee (oude) nesten van zwarte kraai aangetroffen in een bosje langs de noordzijde van de N35 ter hoogte van hmp. 18.6 en 18.8. Het betreft het bosje tegenover het TinQ benzinestation aan de N35. De nesten bevinden zich op > 500 meter afstand van het projectgebied. 5.4.3 Deeltrajecten Mariënheem West en Mariënheem Oost Op de deeltrajecten Mariënheem West en Mariënheem Oost zijn tijdens de veldbezoeken geen grotere nesten van roofvogels zoals buizerd en havik of nesten van roek aangetroffen in bomen die als gevolg van het voorgenomen project worden gekapt. Ook in een zone van ca. 75 meter rondom het projectgebied zijn geen grotere nesten van roofvogels of nesten van roek aangetroffen tijdens de veldbezoeken. Wel is een oud houtduivennest gevonden in een te kappen boom langs de N35 ter hoogte van hmp. 24.9. Ook zijn (oude) nesten van zwarte kraai aangetroffen in enkele te kappen bomen op het deeltraject Mariënheem Oost ter hoogte van hmp. 24.4 en 24.9. Deze nesten bevinden zich in bomen in de berm van de N35. Het is niet de verwachting dat zo dicht op een drukke hoofdweg kritische soorten als boomvalk of ransuil zullen broeden op deze (oude) nesten van zwarte kraai. Ter hoogte van hmp 22.0 op het deeltraject Mariënheem West is een torenvalkkast aanwezig op een paal op korte afstand van de N35.
Niet bekend is of deze kast in gebruik is als nestplaats door torenvalk. Tijdens het veldbezoek was een rustende buizerd aanwezig op de kast. De kast staat op ca. 25 meter afstand van de N35.
18
Figuur 5.5 Locatie aangetroffen nestkast voor totenvalk (rode ster) ter hoogte van hmp. 21.9
5.5 Conclusie Er zijn tijdens de veldbezoeken geen nesten van vogels met een jaarrond beschermde nestplaats zoals roofvogels, uilen en roek aangetroffen in de op kaart aangegeven bomen die (mogelijk) als gevolg van het voorgenomen project worden gekapt. Wel zijn op het deeltraject Heino Noord twee vermoedelijke sperwernesten aangetroffen in een bosje langs de N35, waarvan één nest op ca. 20 meter afstand van de grens van het projectgebied ligt. Op het deeltraject Heino – Raalte is een groot roofvogelnest aanwezig van vermoedelijk buizerd op ca. 70 meter afstand van de grens van het projectgebied. Op het deeltraject Mariënheem West is een paalkast voor torenvalk aanwezig op ca. 20 meter afstand van de grens van het projectgebied. Deze nesten zouden – indien in gebruik – verstoord kunnen worden tijdens de werkzaamheden indien deze gedurende het broedseizoen van respectievelijk sperwer, buizerd en torenvalk plaatsvinden. Op de deeltrajecten Heino – Raalte en Mariënheem Oost zijn enkele (oude) nesten van zwarte kraai aangetroffen. De nesten op het deeltraject Mariënheem Oost bevinden zich in (mogelijk) te kappen bomen. Deze nesten bevinden zich in bomen in de berm van de N35. Het is niet de verwachting dat zo dicht op een drukke hoofdweg kritische soorten als boomvalk of ransuil zullen broeden op deze (oude) nesten van zwarte kraai. Verder zijn binnen een afstand van ca.
75 meter rond het projectgebied geen nesten van vogels met een jaarrond beschermde nestplaats aangetroffen die als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden verstoord zouden kunnen worden. Het in 2017 uitgevoerde gerichte veldonderzoek geeft in combinatie met voorliggende actualisatie een voldoende actueel en dekkend beeld van de aanwezigheid van nesten van boombewonende vogels met een jaarrond beschermde nestplaats in en rond het onderzoeksgebied.
19
6
Vleermuizen
6.1
Situatie 2017
6.1.1 Inleiding Soortspecifiek onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd door Antea (2017). Deeltrajecten waar op basis van aanwezigheid van bomen en de aard van de ingreep, zoals aanleg van een nieuwe parallelweg of kruispunt, impact kan worden zijn nader onderzocht op de aanwezigheid van vleermuizen. Het onderzoek naar vleermuizen langs de N35 Wijthmen - Nijverdal is te verdelen in het inventariseren van zomer- en kraamverblijfplaatsen, paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen, vliegroutes en foerageergebied. 6.1.2 Deeltraject Heino Noord In het deelgebied Heino Noord zijn geen kraamverblijven of zomerverblijven aangetroffen. Deelgebied Heino Noord bestaat uit het deel van de N35 tussen hectometerpaal 10.8 en 12.8 en sluit aan op onderzoeksgebied Wijthem. Tijdens het onderzoek heeft de focus gelegen op de gebieden die potentieel beschermde natuurwaarden voor vleermuizen bieden. Het deel tussen hectometerpaal 11.9 en 12.4, dat onderdeel uitmaakt van Landgoed De Gunne, het meest waardevol voor vleermuizen gebleken. Langs dit deel staan diverse bomen, voornamelijk oude beuken, die geschikte verblijfplaatsen als boomholtes bieden voor boombewonende vleermuizen. Ter hoogte van hectometerpaal 12.2 is een baltsterritorium aangetroffen van twee individuen van de rosse vleermuis.
De bomen direct aan de weg en de tweede en derde rij bomen worden op deze locatie gebruikt als baltsplaats, waarbij diverse holtes worden gebruikt als paarverblijf voor deze twee individuen. Figuur 6.1 Ligging baltsterritorium van twee rosse vleermuizen op landgoed De Gunne ter hoogte van hmp. 12.2
Gedurende de inventarisaties in het paarseizoen is een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aangetroffen in de bebouwing aan de Zwolseweg 77. Van de gewone dwergvleermuis is een belangrijke vliegroute van ten minste 49 individuen vastgesteld langs de paralelweg van de N35. Deze vliegroute is gevolgd tot ver in de bebouwde kom van Heino waar
20
zich vermoedelijk de verblijfplaatsen van deze individuen bevindt. De exacte locatie is echter niet vastgesteld. Er zijn diverse foeragerende en baltsende individuen van de laatvlieger en gewone dwergvleermuis waargenomen. Deze gebruiken het bosgebied als foerageergebied en zullen hun verblijfplaats elders in bebouwing hebben. In de zone bij Landgoed De Gunne zijn drie foeragerende franjestaarten waargenomen. Er zijn geen verblijfplaatsen van deze soort vastgesteld. 6.1.3 Deeltraject Heino – Raalte In het deelgebied Heino Raalte zijn geen kraamverblijven, zomerverblijven of paarverblijven aangetroffen. Gedurende de inventarisaties is in de directe omgeving van het deelgebied activiteit waargenomen van foeragerende en overvliegende individuen van de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger. Tevens is één overvliegend en één foeragerend individu van de rosse vleermuis waargenomen. Tijdens de inventarisaties in het paarseizoen is een tweetal baltsende individuen van de gewone dwergvleermuis waargenomen. Dit betrof balts in vlucht waarbij geen binding met de aanwezige bebouwing is vastgesteld. Er zijn gedurende de inventarisaties in het paarseizoen geen zwermactiviteiten van vleermuizen waargenomen die kunnen duiden op de mogelijke aanwezigheid van een winterverblijfplaats.
De waarnemingen van overvliegende individuen van de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger betroffen zowel bewegingen parallel aan de N35 als in andere richtingen. Er is in het deelgebied geen duidelijke vaste vliegroute waargenomen. De groenstructuren in het deelgebied worden gebruikt als foerageergebied door de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger. Hierbij worden de bomen(rijen) voornamelijk gebruikt door de gewone dwergvleermuis en maakt de laatvlieger voornamelijk gebruik van de randen van aanliggende weilanden. 6.1.4 Deeltraject Mariënheem West In het deelgebied Mariënheem West zijn geen kraamverblijven, zomerverblijven of paarverblijven aangetroffen. Gedurende de inventarisaties is in het deelgebied activiteit waargenomen van foeragerende individuen van de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger. Tevens is één foeragerend individu van de ruige dwergvleermuis en twee foeragerende individuen van de rosse vleermuis waargenomen. Tijdens de inventarisaties in het paarseizoen is één baltsend individu van de gewone dwergvleermuis waargenomen. Dit betrof balts in vlucht waarbij geen binding met de aanwezige bebouwing is vastgesteld. Er zijn gedurende de inventarisaties in het paarseizoen geen zwermactiviteiten van vleermuizen waargenomen die kunnen duiden op de mogelijke aanwezigheid van een winterverblijfplaats.
Er is in het deelgebied geen duidelijke vaste vliegroute waargenomen. De groenstructuren in het deelgebied worden gebruikt als foerageergebied door de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger. De rosse vleermuis maakt incidenteel gebruik van het bosgebiedje ten westen van de Schoonhetenseweg als foerageergebied. 6.1.5 Deeltraject Mariënheem Oost In het deelgebied Mariënheem Oost zijn geen kraamverblijven, zomerverblijven of paarverblijven aangetroffen. Gedurende de inventarisaties is in het deelgebied activiteit 21
waargenomen van foeragerende individuen van de gewone dwergvleermuis. Tijdens de inventarisaties in het paarseizoen is een tweetal baltsende individuen van de gewone dwergvleermuis waargenomen. Dit betrof balts in vlucht waarbij geen binding met de aanwezige bebouwing is vastgesteld. Er zijn gedurende de inventarisaties in het paarseizoen geen zwermactiviteiten van vleermuizen waargenomen die kunnen duiden op de mogelijke aanwezigheid van een winterverblijfplaats. Er is in het deelgebied geen duidelijke vaste vliegroute waargenomen. De gewone dwergvleermuis maakt gebruik van de bomenrijen in het deelgebied als foerageergebied. 6.2 Werkwijze Op 18, 21 en 24 december 2020 zijn de (mogelijk) te kappen bomen als gevolg van het voorgenomen project en de bomen in een zone van ca. 50 meter rondom het projectgebied tijdens een aantal verkennende veldbezoeken door een ecoloog onderzocht op aanwezigheid van potentiële verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen. Er is een visuele inspectie uitgevoerd, waarbij is gekeken naar aanwezigheid van holtes, scheuren, andere gaten of loshangende schorsdelen die kunnen dienen als verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen. Omdat er geen gebouwen worden gesloopt, is niet gekeken naar potentiële verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen in gebouwen.
Tevens is gekeken of het landschap sinds 2017 zodanig is veranderd dat andere vliegroutes of foerageergebieden van vleermuizen verwacht kunnen worden. Dit in relatie tot de (mogelijk) als gevolg van het voorgenomen project te kappen bomen. 6.3 Bureauonderzoek Er zijn in de NDFF geen waarnemingen uit de periode tussen januari 2018 en januari 20212 aanwezig van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen in het onderzoeksgebied. Er zijn ook geen waarnemingen van (essentiële) vliegroutes van vleermuizen uit het onderzoeksgebied. Uit de omgeving van het onderzoeksgebied zijn enkele losse waarnemingen gedaan van foeragerende exemplaren van gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Dit geeft geen ander verspreidingsbeeld dan de resultaten van het vleermuisonderzoek uit 2017. 6.4
Veldonderzoek
6.4.1 Deeltraject Heino Noord Tijdens de veldbezoeken zijn geen holtes, gaten, scheuren of loshangende schorsdelen aangetroffen in de op kaart aangegeven bomen die (mogelijk) als gevolg van het voorgenomen project worden gekapt. Aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen in (mogelijk) te kappen bomen kan op voorhand worden uitgesloten. In de beuken langs de N35 ter hoogte van landgoed De Gunne bij hmp. 12.2 zijn enkele spechtengaten aanwezig. Hierin zijn in 2017 twee paarverblijfplaatsen van de rosse vleermuis aangetroffen. Deze paarverblijfplaatsen zouden hier nog steeds aanwezig kunnen zijn, er hebben rond deze bomen sinds 2017 geen wijzigingen in het landschap plaatsgevonden. Deze beuken of aangrenzende bomen worden echter niet gekapt als gevolg van het voorgenomen project. De mogelijk nog steeds aanwezige paarverblijfplaatsen van de rosse vleermuis worden dus niet aangetast. Er worden ook geen gebouwen gesloopt als gevolg van het voorgenomen project, waardoor aantasting van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen op voorhand kan worden uitgesloten.
22
In 2017 is een belangrijke vliegroute van de gewone dwergvleermuis aangetroffen langs de parallelweg van de N35. Tijdens het veldbezoek is geconstateerd dat hier nog steeds een voor gewone dwergvleermuizen geschikte landschappelijke structuur aanwezig is die kan dienen als vliegroute. Er worden als gevolg van het voorgenomen project echter geen bomen gekapt langs deze parallelweg. Wel worden enkele bomen gekapt die tussen de N35 en de parallelweg staan ter hoogte van hmp. 12.1. Dit heeft geen invloed op de functionaliteit van de vliegroute van de gewone dwergvleermuis langs de parallelweg. Er heeft tussen 2017 en januari 2021 niet een zodanige verandering van het landschap plaatsgevonden, dat het aannemelijk is dat momenteel andere structuren of landschapselementen dan in 2017 worden gebruikt om te foerageren of dat nu langs andere routes een essentiële vliegroute moeten worden verwacht. 6.4.2 Deeltraject Heino – Raalte Tijdens de veldbezoeken zijn geen holtes, gaten, scheuren of loshangende schorsdelen aangetroffen in de op kaart aangegeven bomen die (mogelijk) als gevolg van het voorgenomen project worden gekapt. Aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen in (mogelijk) te kappen bomen kan op voorhand worden uitgesloten.
Er worden ook geen gebouwen gesloopt als gevolg van het voorgenomen project, waardoor aantasting van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen op voorhand kan worden uitgesloten. In 2017 is in het deeltraject geen duidelijke vaste vliegroute van vleermuizen waargenomen. De groenstructuren in het deelgebied worden gebruikt als foerageergebied door de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger. Hierbij worden de bomen(rijen) voornamelijk gebruikt door de gewone dwergvleermuis en maakt de laatvlieger voornamelijk gebruik van de randen van aanliggende weilanden. Er heeft tussen 2017 en januari 2021 niet een zodanige verandering van het landschap plaatsgevonden, dat het aannemelijk is dat momenteel andere structuren of landschapselementen dan in 2017 worden gebruikt om te foerageren of dat nu wel essentiële vliegroutes moeten worden verwacht. 6.4.3 Deeltraject Mariënheem West Tijdens de veldbezoeken zijn geen holtes, gaten, scheuren of loshangende schorsdelen aangetroffen in de op kaart aangegeven bomen die (mogelijk) als gevolg van het voorgenomen project worden gekapt. Aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen in (mogelijk) te kappen bomen kan op voorhand worden uitgesloten.
Er worden ook geen gebouwen gesloopt als gevolg van het voorgenomen project, waardoor aantasting van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen op voorhand kan worden uitgesloten. In 2017 is in het deeltraject geen duidelijke vaste vliegroute van vleermuizen waargenomen. De groenstructuren in het deelgebied worden gebruikt als foerageergebied door de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger. Hierbij worden de bomen(rijen) voornamelijk gebruikt door de gewone dwergvleermuis en maakt de laatvlieger voornamelijk gebruik van de randen van aanliggende weilanden. Er heeft tussen 2017 en januari 2021 niet een zodanige verandering van het landschap plaatsgevonden, dat het aannemelijk is dat momenteel andere structuren of landschapselementen dan in 2017 worden gebruikt om te foerageren of dat nu wel essentiële vliegroutes moeten worden verwacht. 6.4.4 Deeltraject Mariënheem Oost Tijdens de veldbezoeken zijn geen holtes, gaten, scheuren of loshangende schorsdelen aangetroffen in de op kaart aangegeven bomen die (mogelijk) als gevolg van het voorgenomen project worden gekapt. Aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen in 23
(mogelijk) te kappen bomen kan op voorhand worden uitgesloten. Er worden ook geen gebouwen gesloopt als gevolg van het voorgenomen project, waardoor aantasting van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen op voorhand kan worden uitgesloten. In 2017 is in het deeltraject geen duidelijke vaste vliegroute van vleermuizen waargenomen. De groenstructuren in het deelgebied worden gebruikt als foerageergebied door de gewone dwergvleermuis. Er heeft tussen 2017 en januari 2021 niet een zodanige verandering van het landschap plaatsgevonden, dat het aannemelijk is dat momenteel andere structuren of landschapselementen dan in 2017 worden gebruikt om te foerageren of dat nu wel essentiële vliegroutes moeten worden verwacht. 6.5 Conclusie Er zijn tijdens de veldbezoeken geen holtes, gaten, scheuren of loshangende schorsdelen aangetroffen in de op kaart aangegeven bomen die (mogelijk) als gevolg van het voorgenomen project worden gekapt. Aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen in (mogelijk) te kappen bomen kan op voorhand worden uitgesloten. Er worden ook geen gebouwen gesloopt als gevolg van het voorgenomen project, waardoor aantasting van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen op voorhand kan worden uitgesloten.
Dit komt overeen met de situatie uit 2017, hoewel toen enkele paarverblijfplaatsen van rosse vleermuizen in bomen (landgoed De Gunne) en van gewone dwergvleermuizen in gebouwen zijn aangetroffen. Inmiddels is duidelijk dat deze bomen en gebouwen niet worden aangetast als gevolg van het voorgenomen project. Er heeft tussen 2017 en januari 2021 niet een zodanige verandering van het landschap plaatsgevonden, dat het aannemelijk is dat momenteel andere structuren of landschapselementen dan in 2017 worden gebruikt om te foerageren of dat nu op andere plekken essentiële vliegroutes moeten worden verwacht. Het in 2017 uitgevoerde gerichte veldonderzoek geeft in combinatie met voorliggende actualisatie een voldoende actueel en dekkend beeld van de verspreiding van vleermuizen in en rond het onderzoeksgebied.
24
7
Eekhoorn
7.1
Situatie 2017
7.1.1 Inleiding Soortspecifiek onderzoek naar eekhoorn is uitgevoerd door BTL-advies (2017). Hiervoor is het totale wegtraject van 26 kilometer in zijn geheel onderzocht op aanwezigheid van verblijfplaatsen van eekhoorn. Daarbij zijn alle bomen bekeken binnen de obstakelvrije zone van 4,5 meter (circa 400 stuks, bron RWS). Er is een onderzoeksgebied van circa 10 meter vanaf de weg aangehouden, bij aan te passen kruispunten en nieuwe parallelwegen is een groter onderzoeksgebied gehanteerd. Hierdoor worden bomen niet gemist en daarnaast wordt ook inzicht verkregen in mogelijk aanwezige verblijfplaatsen binnen de invloedzone van de voorgenomen werkzaamheden. Verblijfplaatsen van eekhoorn in bomen in de directe omgeving kunnen hier namelijk ook hinder van ondervinden. Ten behoeve van dit onderzoek is geïnventariseerd op aanwezigheid van verblijfplaatsen, (vraat)sporen en exemplaren van eekhoorn. De verblijfplaatsen kunnen bestaan uit nesten gemaakt van takken, maar ook uit holten in bomen. 7.1.2 Deeltraject Heino Noord Ter hoogte van Landgoed De Gunne is op 11 augustus 2016 op de Zuthemerweg een eekhoorn waargenomen (bron: NDFF), die de weg overstak. De waarnemingslocatie bevindt zich op circa 200 meter van de N35.
Tijdens het veldbezoek is in het bos ten zuiden van de voorgenomen nieuwe particuliere weg (toegangsweg landgoed De Gunne) vanaf de Moerweg op 28 juli 2017 een vermoedelijk eekhoornnest waargenomen. Het bevond zich hoog in een beuk en was niet goed zichtbaar. Op basis van de zichtbare kenmerken van het nest (bolvormig en dode bladeren) en de waarneming van eekhoorn in de omgeving gaat het waarschijnlijk om een eekhoornnest. Uit gegevens van de NDFF blijkt dat op 29 en 16 maart 2017 twee dode exemplaren (verkeersslachtoffers) ter hoogte van de kruising met de Raalterdwarsweg (km 15.4) zijn waargenomen. In de bomen binnen de projectscope zijn ter hoogte van de bovengenoemde kruising (Raalterdwarsweg) tijdens de veldbezoeken geen verblijfplaatsen van eekhoorn aangetroffen. In de bosrand ten noorden van de Lemelerveldseweg en ten westen van de N35 is een nest van vermoedelijk eekhoorn waargenomen hoog in een boom. In het bosgebied ten zuiden van de Lemelerveldseweg zijn nog eens twee eekhoornnesten waargenomen. Deze nesten bevinden zich buiten de projectscope. Eekhoorns zijn niet aangetroffen. 7.1.3 Deeltraject Heino – Raalte Er zijn geen waarnemingen gedaan van eekhoorns of eekhoornnesten op dit deeltraject. 7.1.4 Deeltraject Mariënheem West Er zijn geen waarnemingen gedaan van eekhoorns of eekhoornnesten op dit deeltraject.
25
7.1.5 Deeltraject Mariënheem Oost Op 1 juni 2016 is ter hoogte van de kruising met de Nijverdalseweg een eekhoorn waargenomen (bron: NDFF). Tijdens de veldinventarisatie zijn geen verblijfplaatsen waargenomen. Mogelijk betrof de waarneming uit 2016 een doortrekkend dier. Ter hoogte van de spoorwegovergang, de Keizersveldweg en langs de spoorlijn is wel geschikt habitat aanwezig (bosje, houtwal). 7.2 Werkwijze Op 18, 21 en 24 december 2020 zijn de (mogelijk) te kappen bomen als gevolg van het voorgenomen project en de bomen in een zone van ca. 50 meter rondom het projectgebied tijdens een aantal verkennende veldbezoeken door een ecoloog onderzocht op aanwezigheid van eekhoornnesten. Het betreft een visuele inspectie, waarbij is gekeken naar aanwezigheid van grotere holtes in bomen die kunnen dienen als nestplaats en naar bladernesten in de boomkronen. 7.3 Bureauonderzoek Er zijn in de NDFF geen waarnemingen uit de periode tussen januari 2018 en januari 2021 aanwezig van eekhoornnesten in de bomen in het onderzoeksgebied die gekapt moeten worden als gevolg van het voorgenomen project. Er zijn wel enkele waarnemingen van eekhoorn uit omliggende bosgebieden en in de (randen van de) bebouwde kommen van Heino en Raalte, maar niet op korte afstand van de N35. Dit geeft geen ander verspreidingsbeeld dan de resultaten van het eekhoornonderzoek uit 2017. 7.4
Veldonderzoek
7.4.1 Deeltraject Heino Noord Tijdens de veldbezoeken zijn in de bomen die (mogelijk) als gevolg van het voorgenomen project worden gekapt geen eekhoornnesten aangetroffen. Ook in een zone van ca. 50 meter rondom te kappen bomen zijn geen eekhoornnesten aangetroffen die tijdens de werkzaamheden verstoord zouden kunnen worden. Op landgoed De Gunne is geschikt leefgebied voor de eekhoorn aanwezig. Het onderzoeksgebied vormt geen essentieel leefgebied voor de eekhoorn, aangezien dit bestaat uit een smalle strook direct langs de N35 en/of de parallelweg. In de directe omgeving blijft voldoende geschikt foerageergebied voor de eekhoorn aanwezig voor het behoud van buiten het onderzoeksgebied gelegen nestplaatsen van de soort. 7.4.2 Deeltraject Heino – Raalte Er zijn tijdens de veldbezoeken geen eekhoornnesten aangetroffen in op kaart aangegeven (mogelijk) te kappen bomen binnen het deeltraject. Wel werd een eekhoornnest gevonden in een bosvak van landgoed ’t Reelaer ter hoogte van hmp. 17.2 aan de zuidzijde van de N35. Het nest bevindt zich op ca. 60 meter afstand van de N35. Net buiten het onderzoeksgebied zijn twee eekhoornnesten aangetroffen in een bosje langs de noordzijde van de N35 ter hoogte van hmp. 18.6 en 18.8. Het betreft het bosje tegenover het TinQ benzinestation aan de N35. De nesten bevinden zich op > 500 meter afstand van deeltraject.
De bosgebieden van landgoed ’t Reelaer en het bosje tegenover het TinQ benzinestation zijn geschikt leefgebied voor de eekhoorn. Het onderzoeksgebied vormt geen essentieel leefgebied voor de eekhoorn, aangezien dit bestaat uit een smalle strook direct langs de N35 en/of de parallelweg. In de directe omgeving blijft voldoende geschikt foerageergebied voor de eekhoorn aanwezig voor het behoud van buiten het onderzoeksgebied gelegen nestplaatsen van de soort.
26
7.4.3 Deeltrajecten Mariënheem West en Oost Er zijn tijdens de veldbezoeken geen eekhoornnesten aangetroffen in op kaart aangegeven (mogelijk) te kappen bomen binnen de betreffende deeltrajecten. Ook in een zone van ca. 50 meter rondom te kappen bomen zijn geen eekhoornnesten aangetroffen die tijdens de werkzaamheden verstoord zouden kunnen worden. Langs het tracé is geen geschikt leefgebied voor de eekhoorn aanwezig. 7.5 Conclusie Er zijn tijdens de veldbezoeken geen eekhoornnesten aangetroffen in op kaart aangegeven (mogelijk) te kappen bomen binnen de betreffende deeltrajecten. Dit komt overeen met de situatie uit 2017. Ook in een zone van ca. 50 meter rondom te kappen bomen zijn geen eekhoornnesten aangetroffen die tijdens de werkzaamheden verstoord zouden kunnen worden. Van essentieel leefgebied van de eekhoorn binnen het onderzoeksgebied is geen sprake. In de directe omgeving blijft voldoende geschikt foerageergebied voor de eekhoorn aanwezig voor het behoud van buiten het onderzoeksgebied gelegen nestplaatsen van de soort. Het in 2017 uitgevoerde gerichte veldonderzoek geeft in combinatie met voorliggende actualisatie een voldoende actueel en dekkend beeld van de verspreiding van eekhoornnesten en de aanwezigheid van essentieel leefgebied in en rond het onderzoeksgebied.
27
8
Das
8.1
Situatie 2018
8.1.1 Inleiding Soortspecifiek onderzoek naar das is uitgevoerd door Das & Boom (2018). Hiertoe is het onderzoeksgebied op 17 mei, 31 mei en 12 juli 2018 onderzocht op aanwezigheid van dassenholen, graafsporen van dassen, snuitputjes, mestputjes, wissels, pootafdrukken en dassenharen. Zo zijn mogelijke verblijfplaatsen en essentieel leefgebied in kaart gebracht. Daarnaast zijn faunavoorzieningen in het onderzoeksgebied onderzocht op hun functionaliteit en is gebruik gemaakt van eerder verkregen inventarisatiegegevens in diverse databases. 8.1.2 Deeltraject Heino Noord Tijdens het dassenonderzoek in 2018 zijn enkele dassenburchten aangetroffen op de landgoederen Den Alerdinck en De Gunne (locatie Davenschot) en landgoed De Gunne zelf. De burchten liggen zowel aan de noordzijde als aan de zuidzijde van de N35. Op dit deeldeeltraject zijn ook enkele faunapassages/dassentunnels aanwezig ter hoogte van het Overijssels Kanaal (hmp. 10.2), bij Davenschot (hmp. 10.9) en bij landgoed De Gunne (hmp. 11.9 en 12.2). Ook zijn verspreid over het deeltraject enkele verkeersslachtoffers van de das bekend. 8.1.3 Deeltraject Heino – Raalte Tijdens het dassenonderzoek in 2018 zijn enkele dassenburchten aangetroffen op landgoed ’t Reelaer, zowel aan de noordzijde als aan de zuidzijde van de N35. Op dit deeldeeltraject zijn geen faunapassages aanwezig.
Wel zijn verspreid over het deeltraject enkele verkeersslachtoffers van de das bekend. 8.1.4 Deeltraject Mariënheem West De enige locatie met recente dassenactiviteit langs dit deeltraject is gevonden in een grondwal nabij een vervallen vakantiehuisje. In de oostelijk gelegen grondwal waren 2 holen aanwezig die mogelijk door dassen zijn gegraven. Ook is in het westelijk hiervan gelegen bosje een wissel gevonden. Deze locatie bevindt zich precies ten noorden van een dassentunnel die onder de N35 door loopt ter hoogte van hmp. 23,0. 8.1.5 Deeltraject Mariënheem Oost Er zijn geen waarnemingen gedaan burchten, holen, wissels of andere sporen van aanwezigheid van de das op dit deeltraject. Er bevinden zich ook geen faunapassages op dit deeltraject. 8.2 Werkwijze Op 18, 21 en 24 december 2020 en 5 januari 2021 is het onderzoeksgebied door een ecoloog bekeken op aanwezigheid van burchten, holen, (vlucht)pijpen, wissels en andere sporen van dassen. De in 2018 door Das en Boom gevonden burchtlocaties en andere plekken met dassenactiviteit zijn zo veel mogelijk bezocht om vast te stellen of deze nog in gebruik zijn. Andere bosjes in het onderzoeksgebied zijn bekeken op recente bewoningssporen van das. Het veldonderzoek heeft een verkennend karakter en kan niet worden gezien als uitputtende soorteninventarisatie.
Daarnaast is door Diana Veldhuis van de Dassenwerkgroep Salland in januari 2021 in het veld gekeken naar aanwezigheid dassenactiviteit in het onderzoeksgebied. Deze gegevens zijn door haar beschikbaar gesteld ten behoeve van het actualiserende verkennend natuuronderzoek.
28
8.3 Bureauonderzoek Er zijn in de NDFF geen waarnemingen van dassen(burchten) uit de periode tussen juli 2018 en januari 2021 aanwezig binnen de grenzen van het projectgebied. Wel zijn enkele waarnemingen van dassen(activiteit) gedaan in omliggende (bos)gebieden, zoals Soeslo, De Mataram, Den Aalerdinck en de omgeving van het Boetelerveld. In de NDFF zijn ook geen meldingen van dassenslachtoffers op de N35 uit de verschillende deelgebieden uit de periode tussen juli 2018 en januari 2021. Ook door de dassenwerkgroep Salland is aangegeven dat er in de afgelopen 2 jaar geen dassenslachtoffers bekend zijn van de betreffende deeltrajecten (mededeling Diana Veldhuis). Dit geeft geen ander verspreidingsbeeld dan de resultaten van het dassenonderzoek uit 2018. 8.4
Veldonderzoek
8.4.1 Deeltraject Heino Noord Op het deeltraject Heino Noord zijn de uit 2018 bekende verblijfplaatsen en faunavoorzieningen/dassentunnels wederom bezocht om te kijken of deze nog in gebruik zijn. Verder is gekeken of er nieuwe plekken zijn met dassenactiviteit ten opzichte van 2018. Door de dassenwerkgroep Salland is een nieuwe burcht gevonden in een bosgebied aan de noordzijde van landgoed Den Alerdinck vlak onder het Overijssels Kanaal (A). De bekende burcht in een bosje dichter op de N35 (B) is iets verschoven in oostelijke richting. De bekende burcht bij Davenschot (C) is hier nog steeds aanwezig. Alleen aan de zuidwestzijde van het bosgebied tegen het weiland aan zijn nog meerdere belopen pijpen aangetroffen. Op landgoed De Gunne werden op dezelfde plek als in 2018 twee belopen pijpen gevonden (D). In het aangrenzende bosvak waar in 2018 ook enkele pijpen zijn gevonden waren nu geen belopen pijpen te vinden. Voor de faunapassages/dassentunnels geldt dat net als in 2018 dassenactiviteit is waargenomen bij de passages 2 en 4. Anders dan in 2018 werd nu ook een duidelijke wissel gevonden bij het viaduct over het Overijssels Kanaal. De wissel loopt aan de oostzijde het weiland in in de richting van Davenschot. Bij deze faunapassage (1) werd ten tijde van het veldbezoek net een nieuw fauna kerend raster aangebracht.
De tunnelbuis bij passage 3 staat aan de oostzijde onder water en aan de westzijde komt de buis hoog boven de vegetatie uit. Hier werd – net als in 2018 – geen dassenactiviteit waargenomen.
29
Figuur 8.1
Locatie faunapassages/dassentunnels (1 t/m 4) en locaties burchten, holen of met andere dassenactiviteit (A t/m D)
30
Figuur 8.2 t/m 8.7
Nieuw dassenraster (linksboven) en wissel (rechtsboven) ter plaatse van faunapassage bij het Overijssels Kanaal (1), belopen dassenpijp (midden links) bij Davenschot (C) en dassenwissel (midden rechts) vanuit de faunapassage ter hoogte van Davenschot (2), belopen dassenpijpen (linksonder) op landgoed De Gunne (D) en belopen faunapassage (rechtsonder) ter hoogte van landgoed De Gunne (4)
8.4.2 Deeltraject Heino – Raalte Op dit deeltraject is een faunapassage/dassentunnel aanwezig ter hoogte van hmp 15.8. Deze tunnel ligt hier al langere tijd, maar is tijdens het onderzoek in 2018 niet weergegeven. Tijdens de veldbezoeken is geconstateerd dat langs een groot deel van het tracé van de N35 ter hoogte van landgoed ’t Reelaer recent een dassenkerend raster is geplaatst. Het raster heeft wel enkele terugkeerkleppen, maar er zijn behalve de faunapassage/dassentunnel bij hmp. 15.8 geen 31
dassentunnels of andere faunavoorzieningen onder de N35 aanwezig. Dat betekent dat uitwisseling tussen de dassenburchten aan de oost- en westzijde van de N35 niet meer goed met elkaar kunnen uitwisselen. Het dassenkerend raster is aanwezig tussen hmp. 15.8 t/m 16.4 en van hmp. 17.1 t/m 18.2. Er heeft geen gericht onderzoek plaatsgevonden naar aanwezigheid van dassenburchten op het landgoed ’t Reelaer, omdat hiervoor geen toestemming was van de terreineigenaar. Wel is recente informatie over dassenactiviteit op en rond landgoed ’t Reelaer ontvangen van de dassenwerkgroep Salland. Op landgoed ’t Reelaer zijn de bekende burchten uit 2018 (A, B, C en D) nog steeds aanwezig. Daarnaast wordt door de dassenwerkgroep nog een burcht in de omgeving van het landhuis verwacht (E), maar deze is nog niet gevonden. Er is recent wel veel dassenactiviteit door de werkgroep aangetroffen rond het landhuis (mededeling Diana Veldhuis). Ook aan de zuidzijde van de N35 is recent dassenactiviteit waargenomen in een bosperceel langs de Pruimersallee (F). Een burcht is hier nog niet gevonden (mededeling Diana Veldhuis). Figuur 8.8 Locatie faunapassage/dassentunnel (1) en locaties (mogelijke) dassenburchten/-holen (A t/m F)
Foto 8.9 en 8.10
Nieuw dassenraster (links) en dassentunnel (rechts) ter hoogte van landgoed ‘t Reelaer
32
8.4.3 Deeltraject Mariënheem West Tijdens de veldbezoeken zijn geen dassenburchten, (vlucht)pijpen, wissels of andere indicaties voor aanwezigheid van de das aangetroffen langs de N35 op dit deeltraject. Dit komt overeen met de resultaten van het onderzoek uit 2018. De bosjes die langs dit deeltraject liggen zijn te nat voor dassen. Ter hoogte van hmp. 23.0 bevindt zich een faunapassage/dassentunnel (1). Tijdens het veldbezoek zijn geen duidelijke gebruikssporen rond deze dassentunnel aangetroffen. Wel is geconstateerd dat het raster aan de noordzijde van de N35 op sommige plaatsen kapot is en dus niet goed meer functioneert. In het bosje aan de noordzijde van de N35 is in 2018 door Das en Boom een (verlaten) pijp aangetroffen in een grondwal op een particulier terrein (A). Tijdens het veldbezoek is hier geen recente activiteit van dassen aangetroffen. De grondwal lijkt ook recent opnieuw te zijn ingeplant. Wel is een wildwissel gevonden in het bosje, maar er zijn geen sporen (graafsporen, snuitputjes, pootafdrukken, etc.) van das aangetroffen. Het kan ook een reenwissel zijn, er op enkele plekken in het bosje zijn slaapplekken van reeën aangetroffen. Het bosje aan de zuidzijde van de N35 is erg nat en daardoor ongeschikt als verblijfplaats voor dassen. Figuur 8.11 Locatie faunapassage/dassentunnel (1) en locatie oud hol van mogelijk das (A)
33
Figuur 8.12 en 8.13 Dassentunnel (links) en wildwissel (rechts) in het bosje langs de N35 ter hoogte van hmp. 23.0
8.4.4 Deeltraject Mariënheem Oost Tijdens de veldbezoeken zijn geen dassenburchten, (vlucht)pijpen, wissels of andere indicaties voor aanwezigheid van de das aangetroffen langs de N35 op dit deeltraject. Dit komt overeen met de resultaten van het onderzoek uit 2018. De bosjes die langs dit tracé liggen zijn te nat voor dassen. Er bevinden zich geen faunavoorzieningen in dit deeltraject. 8.5 Conclusie Er zijn tijdens de veldbezoeken geen dassenburchten, -holen of (vlucht)pijpen aangetroffen op de verschillende deeltrajecten binnen het projectgebied. Ook in een zone van ca. 200 meter rondom het projectgebied zijn geen dassenburchten, -holen of (vlucht)pijpen aanwezig die tijdens de werkzaamheden verstoord kunnen worden. Dit komt overeen met de situatie uit 2018. Op grotere afstand van het tracé liggen wel verschillende dassenburchten. Dit was ook in 2018 het geval. Weliswaar zijn sommige burchtlocaties iets gewijzigd ten opzichte van 2018 en zijn er enkele buchtlocaties bijgekomen op de landgoederen De Alerdick en ‘t Reelaer, maar deze liggen allemaal op grote afstand van de N35. Wel liggen enkele faunapassages/dassentunnels binnen het projectgebied. Er is ten opzichte van 2018 een faunapassage/dassentunnel bijgekomen op het deeltraject Heino – Raalte ter hoogte van hmp. 15.8. Deze tunnel ligt hier al langere tijd, maar is tijdens het onderzoek in 2018 niet weergegeven.
Tijdens de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van deze faunapassages/dassentunnels. De werking daarvan mag niet negatief beïnvloed worden door het voorgenomen project. Het in 2018 uitgevoerde gerichte veldonderzoek geeft in combinatie met voorliggende actualisatie een voldoende actueel en dekkend beeld van de verspreiding van de das in en rond het onderzoeksgebied. Hoewel dit niet met zekerheid uit te sluiten is, is er geen aanleiding om te veronderstellen dat zich op korte termijn alsnog dassen zullen vestigen binnen het projectgebied. Gelet op de minimale verschuiving van enkele dassenburchten die op grote afstand van de N35 liggen, wordt geen wezenlijk verschil in gebruik van foerageergebieden en passages van de N35 verwacht ten opzichte van 2018.
34
10
Conclusie
10.1 Vogels met een jaarrond beschermde nestplaats Er zijn tijdens de veldbezoeken geen nesten van vogels met een jaarrond beschermde nestplaats zoals roofvogels, uilen en roek aangetroffen in de op kaart aangegeven bomen die (mogelijk) als gevolg van het voorgenomen project worden gekapt. Wel zijn op het deeltraject Heino Noord twee vermoedelijke sperwernesten aangetroffen in een bosje langs de N35, waarvan één nest op ca. 20 meter afstand van de grens van het projectgebied ligt. Op het deeltraject Heino – Raalte is een groot roofvogelnest aanwezig van vermoedelijk buizerd op ca. 70 meter afstand van de grens van het projectgebied. Op het deeltraject Mariënheem West is een paalkast voor torenvalk aanwezig op ca. 20 meter afstand van de grens van het projectgebied. Deze nesten zouden – indien in gebruik – verstoord kunnen worden tijdens de werkzaamheden indien deze gedurende het broedseizoen van respectievelijk sperwer, buizerd en torenvalk plaatsvinden. Op de deeltrajecten Heino – Raalte en Mariënheem Oost zijn enkele (oude) nesten van zwarte kraai aangetroffen. De nesten op het deeltraject Mariënheem Oost bevinden zich in (mogelijk) te kappen bomen. Deze nesten bevinden zich in bomen in de berm van de N35. Het is niet de verwachting dat zo dicht op een drukke hoofdweg kritische soorten als boomvalk of ransuil zullen broeden op deze (oude) nesten van zwarte kraai.