CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9 aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Raadsvergadering 18 juli 2023, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III (hamerstuk)9.491 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

“Heeten, Uitbreiding bedrijventerrein Telgen III”

Januari 2023

Status: Definitief

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Heeten, uitbreiding bedrijventerrein Telgen III

AANMELDNOTITIE VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING “HEETEN, UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN TELGEN III”

Naam: Datum: Versie:

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling “Heeten, Uitbreiding bedrijventerrein Telgen III”. December 2023 Definitief

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Heeten, uitbreiding bedrijventerrein Telgen III

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING .................................................................................... 3 HOOFDSTUK 2 KENMERKEN VAN HET VOORNEMEN ................................................... 5 HOOFDSTUK 3 BESCHRIJVING VAN DE MILIEUEFFECTEN .............................................. 7 HOOFDSTUK 4 CONCLUSIE ................................................................................ 20

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Heeten, uitbreiding bedrijventerrein Telgen III

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

In november 2020 heeft de gemeente Raalte het Strategisch plan bedrijventerreinen Raalte vastgesteld. Middels dit plan is aangetoond dat er sprake is van een onderaanbod van bedrijventerreinen in de kernen Heeten en Heino. Dit onderzoek is afgestemd met de omliggende gemeenten in het bestuurlijk overleg ‘bedrijventerreinprogrammering West-Overijssel’. Vanuit het lokale bedrijfsleven in Heeten is er een toenemende vraag van ondernemers om hun bedrijf in Heeten uit te breiden, waaronder een aantal bedrijven die reeds zijn gevestigd op het aangrenzende bedrijventerrein De Telgen II gelegen aan de zuidzijde van de kern Heeten. Daarnaast is er een bedrijf dat wil verplaatsen vanuit de kern. Met de uitbreiding van het bedrijventerrein De Telgen III kan invulling worden gegeven aan deze concrete behoeften. De uitbreiding heeft een oppervlakte van circa 5 hectare, waarvan circa 2,8 hectare netto uitgeefbaar en sluit qua omvang en stedenbouwkundig ontwerp logisch aan op het reeds aanwezige bedrijventerrein De Telgen. In de begrenzing van het bestemmingsplan zijn de bestaande bedrijfsgronden ten noorden en ter plaatse van de huidige bedrijfslocatie Hutten Beef meegenomen, zodat de bouwvlakken op elkaar aansluiten en er voor het gebied Telgen III, inclusief de locatie van Hutten Beef, één eenduidige bestemmingsplan geldt.

In voorliggende notitie zijn alleen de milieueffecten van de daadwerkelijke uitbreiding beschouwd. Vanuit het ruimtelijke spoor (bestemmingsplanprocedure) is een vormvrije toets aan het Besluit Milieueffectrapportage noodzakelijk. In dit document worden de milieueffecten van deze ontwikkeling beschouwd. Eerst wordt een nadere toelichting op de M.e.r.-beoordeling gegeven.

M.e.r.-beoordeling De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in de integrale ruimtelijke afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: • Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. • Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (plan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het plan genoemd is in kolom 3 (plannen). • Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (plan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het plan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd.

Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. In voorliggend geval gaat het om directe eindbestemmingen en is sprake van een besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r.. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Heeten, uitbreiding bedrijventerrein Telgen III

Voorliggende ontwikkeling is niet als activiteit opgenomen in de C-lijst van het Besluit MER. In de D-lijst zijn de de volgende activiteit opgenomen: • •

‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein’

Het realiseren van de voorgenomen uitbreiding van het bedrijventerrein met circa 5 ha ter plaatse van het projectgebied is als een stedelijk ontwikkelingsproject aan te merken, waardoor toetsing aan de drempelwaarden dient plaats te vinden. De drempelwaarden zijn ten aanzien van de hiervoor genoemde activiteiten zien er als volgt uit: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. 1. 2. 3.

een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein’ 1. een oppervlakte groter dan 75 hectare of meer In voorliggend geval is geen sprake van het realiseren van een bedrijfsvloeroppervlakte groter dan 200.000 m2 of een bedrijventerrein groter dan 75 hectare. Van een directe m.e.r.-plicht is dan ook geen sprake. Desalniettemin dient, gelet op de aard en omvang van het project, wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. Voorliggende aanmeldnotitie voorziet hierin.

Inhoud en doel van de vormvrije m.e.r.-beoordeling Inhoudelijk gaat de vormvrije m.e.r.-beoordeling in op de mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het initiatief. Deze belangrijke nadelige gevolgen worden beoordeeld aan de hand van de selectiecriteria opgesomd in Bijlage III van de EEG-richtlijn Milieueffectbeoordeling, die drie hoofdthema’s noemt: • • •

De kenmerken van de activiteit; De plaats van de activiteit (ligging en samenhang met andere activiteiten (cumulatie)); De kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben.

Het doel van de notitie is om op objectieve wijze informatie over mogelijke, relevante milieugevolgen van het project te verzamelen en te presenteren. Betrokken partijen Bij het project zijn de gemeente Raalte en de ontwikkelende partij betrokken. Daarnaast is de gemeenteraad van de gemeente Raalte het bevoegd gezag in de bestemmingsplanprocedure. Verder worden de provincie Overijssel, het waterschap Drents Overijsselse Delta, Omgevingsdienst IJsselland en eventueel andere vooroverlegpartners gedurende het proces bij het project betrokken en zal de het bestemmingsplan inclusief deze aanmeldnotitie in het kader van het wettelijk vooroverleg (artikel 3.1.1. Bro) naar deze partijen worden toegezonden. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het voornemen beschreven. Daarbij komen aanleiding, achtergronden en uitgangspunten aan bod. Hoofdstuk 3 gaat in op de mogelijke milieueffecten van het project. In hoofdstuk 4 wordt bij wijze van samenvatting de beoordeling gedaan van de omstandigheden van het voornemen. Hierin wordt tevens de conclusie van de vormvrije m.e.r.-beoordeling beschreven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Heeten, uitbreiding bedrijventerrein Telgen III

HOOFDSTUK 2

KENMERKEN VAN HET VOORNEMEN

Dit hoofdstuk gaat in op de voorgenomen ontwikkeling, de projectlocatie en eventuele (samenhangende) ontwikkelingen in de omgeving waarmee rekening dient te worden gehouden. Voorgenomen ontwikkeling Het bestaande bedrijventerrein Telgen wordt in zuidelijke richting uitgebreid met circa 5 ha, waarvan circa 2,8 hectare netto uitgeefbaar. De uitbreiding sluit logisch aan op het reeds aanwezige bedrijventerrein De Telgen. Op het bedrijventerrein wordt net als op het bestaande terrein in de basis bedrijvigheid tot en met milieucategorie 3.2 toegestaan. Explorius Vastgoedontwikkeling heeft in samenwerking met Bureau Stedebouw en in afstemming met de lokale ondernemers en de gemeente Raalte een stedenbouwkundig schetsontwerp voor dit gebied opgesteld. In dit planproces is ook de omgeving geraadpleegd via een participatie-bijeenkomst. In afbeelding 1 is het stedenbouwkundig plan weergegeven. Opgemerkt wordt dat het plangebied van het bestemmingsplan groter is. De bestaande bedrijfsgronden ten noorden en ter plaatse van de huidige bedrijfslocatie Hutten Beef zijn meegenomen, zodat de bouwvlakken op elkaar aansluiten en er voor het gebied Telgen III inclusief de locatie van Hutten Beef één eenduidig bestemmingsplan geldt.

Afbeelding 1

Stedenbouwkundig plan (Bron: Explorius/Bureau Stedebouw)

Locatiekenmerken Het projectgebied ligt aan de zuidkant van de kern Heeten en grenst direct aan het bestaande bedrijventerrein De Telgen. Ten westen grenst de locatie aan de Dorpstraat/Spanjaardsdijk. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Heeten en directe omgeving weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Heeten, uitbreiding bedrijventerrein Telgen III

Afbeelding 2:

Ligging van het plangebied (Bron: PDOK)

Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen De ontwikkeling van de voorziene activiteiten legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Tijdens het bouw- en woonrijp maken is grondverzet en fossiele brandstof (voertuigen) nodig. Daarnaast zal gebruik worden gemaakt van reguliere bouwmaterialen. Tijdens de gebruiksfase zal elektriciteit, water en fossiele brandstoffen (voertuigen) nodig zijn. Alle bebouwing wordt gasloos gebouwd. Productie van afvalstoffen Afvalstoffen worden zoveel mogelijk gescheiden om nuttige afvalstoffen op eenvoudige wijze te kunnen inzamelen en vervolgens te verwerken/recyclen. Er is geen sprake van de productie van gevaarlijk afval. De afvalstoffen zullen conform de daarvoor van toepassing zijnde regelementen worden afgevoerd. Verontreiniging en hinder In de aanlegfase kan sprake zijn van tijdelijke verkeers- en geluidhinder van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden op locatie. Het gaat dan om geluid en stof vanuit de bouwplaats en bouwverkeer van en naar het projectgebied. Vanwege de ligging aan de zuidrand van Heeten, de omvang van de ontwikkeling en de geschatte tijdsduur, is er geen noodzaak om verkeer tijdelijk om te leiden, met de daarbij behorende effecten. Na afronding van de bouwwerkzaamheden zal de genoemde tijdelijke hinder volledig vervallen.

Het aspect tijdelijke hinder leidt daarom niet tot mogelijk belangrijke milieugevolgen. In de gebruiksfase zullen ten gevolge van de bedrijfsfunctie geen nadelige effecten op het milieu en de omgeving plaatsvinden. Zoals in hoofdstuk 3 wordt geconstateerd is er geen sprake van een onevenredige aantasting van beschermende natuurgebieden en/of het woon- en leefklimaat ter plaatse. Risico op ongevallen, specifiek met gevaarlijke stoffen of technologieën De beoogde ontwikkeling zorgt niet voor een toename van risico’s voor de omgeving. Er worden geen gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd. Zoals in hoofdstuk 3 beschreven voorziet het plan in een verkeersveilige manier van ontsluiten.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Heeten, uitbreiding bedrijventerrein Telgen III

HOOFDSTUK 3

BESCHRIJVING VAN DE MILIEUEFFECTEN

Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling zijn de mogelijk negatieve milieueffecten van het voornemen relevant. Zoals in het vorige hoofdstuk is aangegeven, gaat het om de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein De Telgen met circa 5 ha. Relevante milieuaspecten zijn verkeer, geluid, luchtkwaliteit, water, bodem en ecologie waaronder ook specifiek de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. In dit hoofdstuk worden de te verwachten (tijdelijke) effecten per aspect beschreven. Verder wordt ingegaan op tijdelijke hinder als gevolg van de ontwikkeling. Voor een aantal van deze aspecten zijn onderzoeken uitgevoerd. De conclusies van deze onderzoeken zijn samengevat in onderstaande alinea’s.

Verkeer Voor het bepalen van de verkeersgeneratie zijn berekeningen gemaakt op basis van de CROW-publicatie ‘toekomstbestendig parkeren’ (december 2018). In de CROW-publicatie wordt uitgegaan van een minimum en maximum generatie. Dit is de bandbreedte. In dit geval wordt van het gemiddelde uitgegaan. Uitgangspunten Het projectgebied is gelet op de omgevingsadressendichtheid (CBS Statline) gelegen in een gebied met de stedelijkheidsgraad 'weinig stedelijk' in een deel van gemeente Raalte dat behoort tot het gebiedstype 'rest bebouwde kom'. In voorliggend geval gaat het om een bedrijventerrein waar bedrijven met een maximale milieucategorie 3.2 gehuisvest mogen worden. Wanneer voor een gebied met de functie bedrijventerrein nog geen bedrijfsspecifieke informatie voorhanden is, kan toch een globale berekening van de verkeersgeneratie op etmaalniveau worden gemaakt. De publicatie 'Toekomstbestendig parkeren' van het CROW heeft aan dat hiervoor wordt gekeken naar het type bedrijventerrein. In voorliggend geval is sprake van het bedrijventerreintype: 'Gemengd bedrijventerrein'. Voor een gemengd bedrijventerrein geldt per netto hectare bedrijventerrein de volgende verkeersgeneratie per weekdagetmaal:  

128 personenauto's 30 vrachtauto's

Voor het bepalen van de verkeersgeneratie is het aantal m2 bvo bepalend. In voorliggend geval wordt uitgegaan van circa 2,8 ha uitgeefbare gronden. Verkeersgeneratie Op basis van bovenstaande uitgangspunten is er sprake van een extra verkeersgeneratie van circa:  

359 personenauto's per weekdagetmaal 84 vrachtauto's per weekdagetmaal

De totale verkeergeneratie bedraagt hiermee circa 443 voertuigbewegingen per weekdagetmaal. Het nieuwe gedeelte van bedrijventerrein De Telgen wordt via de bestaande wegen ontsloten op de rotonde aan de Holterweg. Het verkeer kan vervolgens via de N332 in de richting van Raalte (noordelijk) rijden en in de richting van Holten en de snelweg A1 in (zuidoost). Het betreft hier een verkeersveilige ontsluiting van het bedrijventerrein. Het omliggende wegennet kan de aangegeven toename van verkeersbewegingen eenvoudig verwerken. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een goede en verkeersveilige ontsluiting van het plangebied in meerdere richtingen. Effect: Het effect van de ontwikkeling op het vlak van ‘verkeer’ wordt inschat op neutraal.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Heeten, uitbreiding bedrijventerrein Telgen III

Bodem Door Terra Agribusiness is een verkennend (water)bodemonderzoek1 binnen het plangebied uitgevoerd om de huidige bodemkwaliteit in beeld te brengen. Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat in meerdere mengmonsters een tussenwaarde en interventiewaarde overschrijding van arseen is gemeten. Door de gemeente Raalte is aangegeven dat vaker verhoogde gehalten aan arseen in de omgeving voorkomen. De verhoogde gehalten aan arseen zijn naar alle waarschijnlijkheid van nature aanwezig. Dit metaal komt als complexgebonden metaal voor in de bodem en is niet te relateren aan (bedrijfsmatige) activiteiten op het terrein. Aanvullend onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. In het grondwatermonster Pb01wm1 zijn lichte verhogingen arseen en barium aangetroffen. In de grondwatermonsters Pb08 wm1, Pb10wm1, Pb14wm1 en Pb24wm1 zijn lichte verhogingen barium aangetroffen. In het grondwatermonster Pb23wm1 zijn lichte verhogingen nikkel en barium aangetroffen. Op basis van onderhavig onderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Waterbodemonderzoek NEN5720 De onderzoekslocatie betreft twee relatief jonge vijvers met oppervlaktewater. Op historische kaarten zijn ze te zien vanaf 2009.

De vijvers zijn ontstaan bij de aanleg van een nieuw bedrijventerrein de Telgen II. De vijvers liggen ten zuiden van de gebouwen gelegen aan de IJzerweg 1-3 in Heeten. De vijvers hebben een wateroppervlak van 2000 en 1300 m2. De baggerspecie van onderzoekstraject SM1 is verspreidbaar op aangrenzende percelen. De baggerspecie is toepasbaar op of in de landbodem en voldoet aan de klasse ‘industrie’. Tevens is de baggerspecie toepasbaar op of in oppervlaktewater en voldoet aan klasse A. De baggerspecie van onderzoekstraject SM2 is eveneens verspreidbaar op aangrenzende percelen. De baggerspecie is altijd toepasbaar op of in de land- en waterbodem en heeft de klasse ‘schoon’. Effecten tijdens realisatie Als grond van de locatie vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. Op hergebruik van grond is het “Besluit bodemkwaliteit” van toepassing. De toepassing van grond elders moet worden gemeld via het ‘meldpunt bodemkwaliteit’. Naast het “Besluit bodemkwaliteit” dient opgemerkt te worden dat in het kader van de “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond en baggerspecie” ook onderzoek naar PFAS noodzakelijk is. Tijdens de realisatiefase zal niet worden gewerkt met materialen die de bodem of het grondwater kunnen vervuilen.

Geluid In voorliggend geval is door Alcedo een akoestisch onderzoek 2 verricht naar zowel industrielawaai als wegverkeerslawaai. Op basis van het aantal verwachte kavels en de bijbehorende milieucategorie (max. 3.2) volgens de VNG-systematiek wordt in het onderzoek de geluidsemissie en de bijbehorende optredende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus vanwege het hele terrein op nabijgelegen woningen inzichtelijk gemaakt en beoordeeld. Als gevolg van de uitbreiding van het bedrijventerrein gaat er meer verkeer over de Telgenweg en de Holterweg rijden. Een aantal bedrijfswoningen is gelegen aan deze wegen. De geluidsbelasting afkomstig van deze wegen wordt getoetst in analogie met de Wet geluidhinder.

1 Verkennend (water)bodemonderzoek Telgen III te Heeten, Terra Agribusiness, november 2021 2

Akoestisch onderzoek Bedrijventerrein Telgen III Heeten, Alcedo, juli 2022

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Heeten, uitbreiding bedrijventerrein Telgen III

Naast toetsing van het industrielawaai en wegverkeerslawaai afkomstig van het projectgebied zelf is er sprake van industrielawaai afkomstig van nabijgelegen bedrijven op het terrein De Telgen II en aan de Dorpsstraat en wegverkeerslawaai van de omliggende wegen. De cumulatie van de verschillende geluidssoorten in de huidige en toekomstige situatie is daarom ook in beeld gebracht en beoordeeld. Hierna wordt ingegaan op de onderzoeksresultaten. Onderzoeksresultaten In de resultaten kan onderscheid worden gemaakt in de gevolgen voor de woning aan de Spanjaardsdijk 1, de woningen aan de Telgenweg en overige woningen. Woning Spanjaardsdijk 1 Ter plaatse van de woning gelegen aan de Spanjaardsdijk 1 bedraagt het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau vanwege industrielawaai afkomstig van De Telgen III ten hoogste 46 dB(A). Hiermee wordt de richtwaarde van 45 dB(A) voor een ‘rustige woonomgeving’ met 1 dB(A) overschreden op de eerste verdieping van de noordgevel. Op de overige gevels en op de begane grond wordt wel voldaan aan de richtwaarde. Het totale industrielawaai neemt na realisatie van De Telgen III bij deze woning met ten hoogste 3 dB(A) toe van 46 dB(A) naar 49 dB(A). De gecumuleerde geluidsbelasting (industrielawaai én wegverkeerslawaai) neemt op de betreffende gevel toe van 50 naar 52 dB.

Hiermee is er ter plaatse van deze woning sprake van een verslechtering van het woon- en leefklimaat op de noordgevel. Dit wordt met name veroorzaakt door industrielawaai. Op de overige gevels is er geen sprake van een verslechtering. Om de volgende redenen wordt de realisatie van De Telgen III voor deze woning wel toelaatbaar geacht: •

Vanwege industrielawaai zal het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de woning voldoen aan het toelaatbare niveau van 35 dB(A); • De woning beschikt aan de oostzijde over een buitenruimte die zowel voor wegverkeerslawaai als industrielawaai geluidsluw is; • De woning is in dit onderzoek beschouwd als gelegen in een ‘rustige woonomgeving’, maar is gezien de ligging aan de Spanjaardsdijk en de optredende geluidsbelastingen vanwege wegverkeerlawaai ook te beschouwen als ‘gemengd gebied’. Het totale geluid afkomstig van industrielawaai voldoet aan de richtwaarde voor ‘gemengd gebied’. Het vigerende bestemmingsplan maakt verplaatsing van de bestaande woning in de richting van het bedrijventerrein mogelijk. Hiervoor zijn echter geen concrete plannen bekend. Uit het onderzoek blijkt dat, ook bij verplaatsing, bij deze mogelijk nieuwe woning sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Woningen Telgenweg Bij de woningen aan de Telgenweg is sprake van een toename van wegverkeerslawaai van 2 tot 3 dB als gevolg van de verkeersgeneratie van de uitbreiding met De Telgen III. Bij deze woningen neemt de gecumuleerde geluidsbelasting echter niet toe, omdat het industrielawaai afkomstig van Telgen II hier maatgevend is. Om deze reden wordt realisatie van De Telgen III, ondanks de toename van wegverkeerslawaai, voor deze woningen toelaatbaar geacht.

Daarnaast wordt met een geluidswering van 22 dB in de woningen wel voldaan aan het toelaatbare geluidsniveau in de woning voor wegverkeerslawaai. Gezien het bouwjaar van de woningen en de staat van onderhoud, is het aannemelijk dat aan deze geluidswering voldaan wordt. Hiermee is de toename van wegverkeerslawaai toelaatbaar. Overige woningen Bij de overige woningen wordt voldaan aan de richtwaarde voor industrielawaai én is er geen sprake van een relevante toename van wegverkeerslawaai en/of industrielawaai. Om deze redenen levert het geluid als gevolg van de realisatie van De Telgen III bij deze woningen geen belemmering op. Maximale geluidsniveaus Uitgaande van een optrekkende vrachtwagen aan de rand van de uitbreiding wordt bij alle woningen voldaan aan de geluidsvoorschriften uit het Activiteitenbesluit. Daarom is het niet de verwachting dat pieken afkomstig van de bedrijven op de uitbreiding tot problemen gaan leiden bij de omliggende woningen. Op het moment dat een bedrijf zich gaat vestigen, moet het bedrijf bij de melding aantonen dat het kan voldoen aan de dan

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Heeten, uitbreiding bedrijventerrein Telgen III

geldende geluidsvoorschriften. Ook via deze weg wordt daarmee de woon- en leefkwaliteit bij de (mogelijke toekomstige) woning gewaarborgd. Effect: Het effect van de ontwikkeling op het vlak van ‘geluid’ wordt inschat op licht negatief, maar toelaatbaar in het kader van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).

Advieswaarden WHO/GGD De WHO hanteert advieswaarden voor fijnstof (PM10) van 20 microgram per kuub, en 10 microgram per kuub voor PM2,5; lager dan de wettelijke grenswaarden. Pas als aan deze waarden wordt voldaan kan vanuit het perspectief van gezondheid worden gesproken over acceptabele concentraties en een goed woon- en leefklimaat. Ook de landelijke GGD kent een beoordelingsmethode via de gezondheidseffectscreening (GES), welke ook gebruikt kan worden als criterium voor een goede ruimtelijke ordening, waarmee kan worden vooruitgelopen op de Omgevingsweg, waarin gezondheid en milieu meer aan elkaar worden gekoppeld.

Besluit niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Heeten, uitbreiding bedrijventerrein Telgen III

Beoordeling In het kader van luchtkwaliteit dient op twee manieren naar een project te worden gekeken:  

Externe werking van het project op de omgeving; Interne werking achtergrondwaarden op het project.

Externe werking Het voornemen voorziet in de ontwikkeling van het plangebied naar bedrijventerrein. Op basis van het stedenbouwkundig plan is aan de hand van de CROW-uitgave 'Toekomstbestendig parkeren' (publicatie 381) verwachte verkeersgeneratie globaal in beeld gebracht. De uitbreiding brengt op basis van het beoogde programma in totaliteit een verkeersgeneratie van circa 443 verkeersbewegingen per weekdagetmaal met zich mee. Via een NIBM-tool berekening is onderzocht of de ontwikkeling wel of niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het aandeel vrachtverkeer is gelet op de verhouding personenauto's (359) en vrachtwagens (84) op 19 % gezet.

Afbeelding 3

Berekening NIBM (Bron: Ministerie Infrastructuur en Milieu)

Uit de berekening blijkt dat voorliggend project gelet op de verkeersbewegingen 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. De effecten van toekomstige bedrijven die zich gaan vestigen op het terrein zijn niet nader onderzocht. Dit omdat nog onbekend is welke bedrijven zich exact gaan vestigen. Vervolgonderzoek naar effecten op de luchtkwaliteit wordt niet noodzakelijk geacht. Interne werking Op de “grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland”, gepubliceerd door het Rijksinstituut Volksgezondheid en Milieu op https://www.rivm.nl/gcn-gdn-kaarten/concentratiekaarten.nl zijn op schaal van vierkante kilometer vakken de gemiddelde achtergrondconcentraties aangegeven van diverse luchtverontreinigende stoffen. Op deze kaart is voor km 2 vak waarin het projectgebied is gelegen aangegeven dat: • De achtergrond concentratie Stikstofdioxide (NO2) voor projectgebied is 9.908 μg/m3. Dit is ruim onder grenswaarde NO2 40 μg/m3 van de Wet milieubeheer bijlage 2 voorschrift 2.1. • De achtergrondconcentratie fijnstof PM10 voor projectgebied is 14,44 μg/m 3. Dit is ruim onder grenswaarde PM10 40 μg/m3 van de Wet milieubeheer bijlage 2 voorschrift 4.1. • De achtergrondconcentratie fijnstof PM2,5 voor projectgebied is 7.73 μg/m 3. Voor fijn stof (PM10 en PM2,5) bevinden de concentraties zich onder de WHO-advieswaarde.

Tot slot wordt geconcludeerd dat de beoogde functies niet worden aangemerkt als gevoelige bestemmingen in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Heeten, uitbreiding bedrijventerrein Telgen III

Effect: Het effect van de ontwikkeling op het vlak van ‘luchtkwaliteit’ wordt inschat op neutraal tot licht negatief.

Geur Interne werking Het plan voorziet in bedrijfsvestiging met bedrijfsgebouwen waarbij sprake is van verblijf van personen. Verblijf van personen in gebouwen wordt op basis van ‘provinciale beleidsnota 2018 geur niet veehouderijen’ ingedeeld als categorie C verblijfsgebouwen ingedeeld met een beperkte mate van geurgevoeligheid. In de directe omgeving zijn geen industriële emissie bronnen van betekenis aanwezig. Op adres IJzerweg 1 is een slachterijbedrijf gevestigd. Aan de richtafstand voor het aspect geur van 100 meter wordt voldaan. Externe werking In voorliggende situatie gaat het om de uitbreiding van het bedrijventerrein Telgen, waarbij bij net als bij het bestaande bedrijventerrein bedrijven tot en met milieucategorie 3.2 worden toegelaten. Voor het bedrijventerrein wordt gebruik gemaakt van het principe ‘inwaarts zoneren’. Dit houdt in dat de in de maximaal toegestane bedrijvencategorie rekening worden gehouden met de omliggende gevoelige functies (woningen) en hun ligging in het omgevingstype ‘gemengd gebied’ of ‘rustige woonwijk’. In onderstaand kaartje is deze inwaartse zonering weergegeven. Hierbij wordt opgemerkt dat deze afstand zijn gebaseerd op de hoogste richtafstand voor geluidshinder. De richtafstanden voor geur zijn kleiner.

Afbeelding 4

Milieu categorieën de Telgen III/inwaartse zonering (Bron: BJZ.nu)

Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat inzake geurhinder voor de omliggende functies (woningen). Effect: Het effect van de ontwikkeling op het vlak van ‘geur’ wordt inschat op neutraal.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Heeten, uitbreiding bedrijventerrein Telgen III

Externe veiligheid Binnen het plangebied zijn BEVI inrichtingen in principe uitgesloten. Ten noorden van het plangebied bevindt zich wel reeds een bestaande risicobron. Het betreft hier Slachterij Hutten en Zonen BV aan de IJzerweg 1. Uit het advies van de Omgevingsdienst IJsselland blijkt dat het hier een ammoniakopslag betreft. Aan deze installatie zijn geen contouren voor het plaatsgebonden risico gebonden die vallen buiten de grens van de inrichting. Het betreft hier wel een Bevi-inrichting. De gronden van het bedrijf zijn meegenomen in het plangebied. Via een aanduiding is in voorliggend bestemmingsplan regeld dat alleen daar een Bevi-inrichting is toegestaan in de vorm van een slachterij. Effect: Het effect van de ontwikkeling op het vlak van ‘Externe veiligheid’ wordt inschat op neutraal

Water Buro Hoogstraat heeft voor de ontwikkeling een waterhuishoudkundig plan opgesteld 3. Hierna wordt aan de hand hiervan op de belangrijkste aspecten van de waterhuishouding in het plangebied ingegaan. Hemelwaterafvoer De berging in het plangebied wordt integraal gerealiseerd. Dit betekent dat in openbaar terrein alle benodigde berging gerealiseerd gaat worden. In tabel 7 van de rapportage is de te realiseren berging weergegeven met de bergingseisen van 80 mm en 90 mm. De gemeente Raalte stelt dat 90 mm in 4 uur in de wadi geborgen dient te worden. Dit betekent dat 4 uur aan infiltratiecapaciteit meegerekend mag worden als berging. Vervolgens dient een bui van 90 mm in het plangebied niet tot schade te leiden. Dit betekent dat het de gebouwen niet in mag stromen. Beschrijving van het watersysteem Huidig watersysteem In afbeelding 6 van de rapportage is het huidige watersysteem weergegeven op basis van de legger van het waterschap. Hierin is te zien dat het water vanaf de westelijke watergang via de vijvers richting de oostelijke watergang stroomt. Onder de Dorpstraat (aan de westzijde van het plangebied) ligt een hemelwaterriool met een overstort op de westelijke watergang. Deze overstort heeft een leidingdiameter van ø400 mm. Vanuit de IJzerweg komt aan de westzijde van de vijvers een ø400 mm hemelwaterriool uit. Dit is een overstort riool van de wadi’s in Telgen II.

Aan de oostzijde van de IJzerweg ligt een ø800 mm hemelwaterriool dat afwatert op de vijvers aan de oostzijde. Tussen de vijvers en de oostelijke watergang staat een vaste stuw met een geknepen afvoer. Onderkant geknepen afvoer staat op +6,09 m NAP en bovenkant stuw op +6,39 m NAP. In de bestaande situatie staat in de vijvers, voor zover bekend, permanent water. Toekomstig watersysteem Om het bedrijventerrein Telgen III te kunnen aanleggen is het plan om de bestaande vijvers, de wadi ten noordoosten van het plangebied en de oostelijke ±18 meter van watergang west te dempen. De watergangen die gedempt worden, worden één op één gecompenseerd. Hiervan wordt een deel aan de oostzijde gecompenseerd door deze watergang te verbreden naar maximaal 16 meter (insteek talud). Aan de westzijde van het plangebied wordt een vijver aangelegd ter compensatie. Naast de vijver aan de westzijde van het plangebied wordt een wadi aangelegd ten behoeve van de bergingsopgave voor de toename aan verhard oppervlak van het nieuwe plangebied. Een principe schets van dit systeem is hieronder weergegeven en in afbeelding 7 van de rapportage.

3

Waterhuishoudkundig plan Uitbreiding bedrijventerrein Telgen III, Buro Hoogstraat, december 2022

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Heeten, uitbreiding bedrijventerrein Telgen III

Afbeelding 4

Principeschets toekomstig watersysteem (Bron: Buro Hoogstraat)

De wadi wordt aangelegd om directe vervuiling van het oppervlaktewater tegen te gaan door het afstromen van hemelwater. Het hemelwater kan eerst infiltreren in de wadi. Wanneer de wadi’s vol zijn storten deze bovengronds over naar de bergingsvijver aan de westzijde van het plangebied. De voorkeur vanuit de gemeente is om zo veel mogelijk hemelwater bovengronds naar de wadi te laten afstromen. Dit dient in het hoogteplan nader uitgewerkt te worden. Wanneer dit niet mogelijk is wordt het hemelwater door middel van een hemelwaterriool op de wadi’s aangesloten. Het hemelwaterriool onder de Dorpstraat heeft een overstort op de noordelijke watergang. In de nieuwe situatie kan deze overstort gehandhaafd blijven. De overstort vanaf de wadi’s in Telgen II stort nu over op de vijvers. Deze overstort wordt verlegd naar de noordelijke watergang. De noordelijke watergang wordt door middel van een duiker verbonden met de nieuwe vijver. De nieuwe vijver wordt door middel van een overstort met vertraagde afvoer verbonden met de zuidelijke watergang. De zuidelijke watergang wordt verbreed en verdiept zodat deze het hemelwater kan afvoeren. Daarbij wordt de afvoercapaciteit verhoogd ten opzichte van de huidige situatie. Op de zuidelijke watergang zijn twee overstorten die afwateren op de nieuwe vijver en het te ontwikkelen plangebied aangesloten.

Er wordt circa 19,8 ha afgevoerd door de zuidelijke sloot. Met een afvoercapaciteit van 1,6 l/s/ha betekent dit dat de zuidelijke watergang circa 32 l/s af moet kunnen voeren. Dit is meer dan 25 l/s waarmee het een A-watergang dient te worden. Aan de hand van de herprofilering kan deze sloot circa 48 l/s afvoeren (bijlage 4 van de rapportage) en voldoet daarmee aan de gestelde eisen. In de bestaande situatie komt een ø800 mm riool bovenstrooms van de debietbegrenzer uit in de bestaande vijver. Met het dempen van de bestaande vijvers wordt dit riool verlegd naar de oostelijke watergang. Om de berging en afvoercapaciteit te waarborgen wordt de oostelijke watergang verbreed. Ten zuiden van deze watergang wordt een stuw geplaatst met vertraagde afvoer. Berging en infiltratiecapaciteit wadi Het totale verwerkende vermogen van een wadi wordt bepaald door de som van de berging en de infiltratiecapaciteit: hoe kleiner de infiltratiecapaciteit, des te groter de benodigde berging moet zijn en omgekeerd. In totaal dient er circa 90 mm in 4 uur verwerkt te kunnen worden door de wadi. Dit wordt gebaseerd op totaal 27.840 m2 verhard oppervlak (zie tabel 6 rapportage). Berging kan alleen boven de grondwaterspiegel worden gerealiseerd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Heeten, uitbreiding bedrijventerrein Telgen III

Voor de infiltratiecapaciteit van de wadi wordt het bodemoppervlak meegerekend en de wanden worden voor 40% meegerekend. Dit omdat, met dat het waterpeil daalt, het infiltrerend oppervlak kleiner wordt. Voor het bepalen van de ledigingstijd van de wadi wordt gerekend met een K-waarde van 1,5 m/dag. Op basis van het ontwerp van de wadi in afbeelding 6.1 is de inhoud en de wand- en bodemoppervlak bepaald van de wadi. In tabel 7 van de rapportage is weergegeven hoeveel m3 berging gerealiseerd dient te worden in 4 uur in de wadi. In tabel 8 van de rapportage is weergegeven hoeveel m 3 statische berging in de twee wadi’s gerealiseerd wordt. Hierbij is uitgegaan van een diepte van 0,4 m. Daarnaast is bepaald wat de infiltratiecapaciteit van de wadi’s is en het totale verwerkende vermogen in 4 uur. Tot slot is berekend wat de ledigingstijd van de wadi’s is na volledige vulling. Nieuwe vijver In het plangebied wordt een vijver aangelegd en een watergang verbreed om het water te compenseren van de bestaande vijvers die gedempt worden De vijver aan de westzijde heeft een oppervlak van circa 3.235 m2 en de verbreedde watergang aan de oostzijde van het heeft een oppervlak van circa 970 m 2. De vijvers samen hebben ongeveer dezelfde afmeting als de bestaande vijvers. In totaal wordt er met de bestaande vijvers (4.110 m2) en een deel van watergang noord (60 m2) 4.170 m2 watergang gedempt.

De nieuwe vijver die wordt aangelegd heeft een oppervlakte van circa 4.205 m 2. Het waterschap stelt de eis dat wanneer een watergang/ vijver breder is dan 16 meter, van insteek talud tot insteek talud, de watergang dieper dient te zijn dan 1,10 meter. Wanneer de watergang namelijk breder is dan 16 meter kan er geen rijdend onderhoud worden gepleegd en dient onderhoud plaats te vinden door middel van een maaiboot. In dit ontwerp is de vijver aan de westzijde breder dan 16 meter en dient een maaiboot voorziening aangelegd te worden. Het streefpeil in de huidige situatie is +6,10 m NAP tot +6,40 m NAP. Dit betekent dat de bodem van de watergang minimaal op +5,00 m NAP dient te liggen. Met een GLG van circa +5,80 m NAP (§ 2.5, tabel 3 rapportage) ligt de bodem van de vijver circa 0,80 m onder de GLG. Aan de oostzijde is van insteek tot insteek talud de watergang maximaal 16 meter. Hiervoor dient aan beide zijde een obstakelvrije ruimte aanwezig te zijn (van 5 meter) ten behoeve van rijdend onderhoud. In het huidige systeem staat er (voor zover bekend) altijd water in de bestaande vijvers. De bodem van deze vijvers ligt op circa +5,00 m NAP. In de nieuwe situatie heeft de vijver een gelijke waterbodemdiepte.

Aangezien de vijver in de huidige situatie en in de nieuwe situatie eenzelfde bodemdiepte hebben en een peil regulerend kunstwerk, is het aannemelijk dat er altijd water in zal staan. In de bestaande situatie zijn er drie hemelwaterafvoeren op de vijvers en watergangen aangesloten. Twee ø400 mm en één ø800 mm riool. In de nieuwe situatie wordt het hemelwaterriool ø800 mm aangesloten op de watergang aan de oostzijde die wordt verbreed. De twee ø400 mm hemelwater afvoeren worden/ blijven aangesloten op de westelijke watergang, deze staat in verbinding met de nieuwe vijver. Bij beide vijvers wordt een stuw geplaatst met een peil +6,10 m NAP en vertraagde afvoer tot +6,40 m NAP. Tussen +6,10 en +6,40 m NAP wordt het hemelwater vertraagd afgevoerd. Wanneer de wadi aan de westzijde volledig is gevuld stort deze bovengronds over op de vijver. Om een goed functionerende vijver aan te leggen is van belang dat deze voldoende gevoed wordt met water een dat dit water van voldoende kwaliteit is. In het plangebied wordt de vijver gevoegd door het hemelwater vanuit de overstorten van de IJzerweg, Dorpstraat en Telgen III. Het uitgangspunt is dat de overstorten voor voldoende hemelwater zorgen voor de doorstroming, echter is niet exact bekend hoeveel hemelwater hier overstort.

Daarnaast ligt de bodem van de vijver circa 0,80 m onder de GLG, dit betekent dat de vijver ook door het grondwater wordt gevoed. 6.2.2.2 Vuilwaterafvoer Voor de vuilwaterafvoer zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • • • • •

Aantal bedrijven : 10; Totale afmeting percelen ha : 3 ha; VWA per ha : 1200 liter per dag; Piekafvoer : 120 liter per uur per medewerker; Totaal afvoer : 36 m3 per dag/ 3,6 m3/u.

De maximaal af te voeren hoeveelheid vuilwater bedraagt 3 ha x 120 l/u = 3600 l/u ofwel 1 l/s. Een kunststofleiding met een diameter van ø250 mm en een verhang van 1:250 heeft een afvoercapaciteit van

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Heeten, uitbreiding bedrijventerrein Telgen III

circa 22, l/s bij een half gevulde buis. Voor het vuilwaterriool volstaat een leidingdiameter van ø250 mm ruimschoots. De gemeente Raalte heeft aangegeven dat het rioolsysteem in Telgen II krap is. Daardoor is een beperkte afvoercapaciteit van 3,6 m3/u toegestaan om te lozen vanuit het plangebied. Aangezien het plangebied een heel stuk lager ligt dan Telgen II kan het vuilwaterriool niet onder vrij verval naar het rioolgemaal aan de IJzerweg stromen. Voor Telgen III dient een nieuw gemaal gerealiseerd te worden. Effect: Het effect van de ontwikkeling op het vlak van ‘water’ wordt inschat op neutraal.

Ecologie Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Natuurbeschermingswet en het Nederlands Natuurnetwerk. Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming Natura 2000 Volgens het wettelijk kader ten aanzien van gebiedsbescherming zoals vastgelegd in de Wet natuurbescherming zal Nederland aan de hand van een vergunningenstelsel de zorgvuldige afweging waarborgen rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, ‘Boetelerveld’ ligt op een afstand van circa 4,3 kilometer van het plangebied. Daarnaast ligt de ‘Sallandse Heuvelrug’ op een afstand van circa 5,1 kilometer. Direct negatieve effecten zoals geluid- en lichthinder zijn gelet op de grote afstand uit te sluiten. Naast directe hinder dient tevens te worden gekeken naar de mogelijke toename van stikstofdepositie op kwetsbare habitattypen binnen Natura 2000-gebieden. Er is daarom een stikstofdepositieberekening gemaakt met behulp van de AERIUS Calculator 4. Hierbij is gekeken naar de aanlegfase en gebruiksfase van de ontwikkeling van het bedrijventerrein.

Hieronder worden de conclusies van het onderzoek weergegeven. Onderzoeksresultaten stikstofonderzoek Aanlegfase Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de aanlegfase blijkt dat in de aanlegfase van de voorgenomen ontwikkeling sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j (zie bijlage 1 van de onderzoekrapportage). Echter blijkt dat als gevolg van de aanwezige N-emissie veroorzakende activiteit reeds sprake is van stikstofdepositie. Deze depositie vervalt, zoals eerder vermeld, permanent als gevolg van het voornemen. Wanneer de (tijdelijke) depositie als gevolg van de aanlegfase tegenover de depositie als gevolg van de aanwezige activiteit wordt gezet (intern salderen) is per saldo geen sprake van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Er is daarentegen per saldo sprake van een afname van de stikstofdepositie (ten hoogste 0,02 mol/ha/jr.), waardoor als gevolg van de aanlegfase geen sprake is van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Voor de bijbehorende salderingsberekening wordt verwezen naar bijlage 3 van de rapportage. Gebruiksfase Uit de AERIUS-berekening blijkt dat in de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j (zie bijlage 2 van de rapportage).

Echter blijkt, zoals eerder vermeld, dat als gevolg van de aanwezige N-emissie veroorzakende activiteit reeds sprake is van stikstofdepositie. Deze depositie vervalt, zoals eerder vermeld, permanent als gevolg van het voornemen. Wanneer de depositie als gevolg van de gebruiksfase tegenover de depositie als gevolg van de aanwezige activiteit wordt gezet (intern salderen) is per saldo geen sprake van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Er is daarentegen per saldo sprake van een afname van de stikstofdepositie (ten hoogste 0,03 mol/ha/jr.),

4

AERIUS Berekening Uitbreiding bedrijventerrein Telgen III, BJZ.nu, juni 2022

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Heeten, uitbreiding bedrijventerrein Telgen III

waardoor geen sprake is van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Voor de bijbehorende salderingsberekening wordt verwezen naar bijlage 4 van de rapportage. Conclusie Geconcludeerd wordt dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase van het voornemen per saldo geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Daarentegen is in beide fasen sprake van een permanente afname van de stikstofdepositie, hetgeen een positief effect heeft ten aanzien van de Natura 2000-gebieden. Het plan is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. Gebiedsbescherming Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) de kern van het Nederlands natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland. De dichtstbijzijnde NNN gronden liggen op enige afstand ten noorden van de kern Heeten.

Gelet op de grote afstand is er geen sprake van aantasting van wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Verder onderzoek naar invloeden van het plan op het NNN is niet van toepassing. Soortenbescherming Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. Door natuurbank Overijssel is een Quickscan natuurwaarden onderzoek uitgevoerd 5 uitgevoerd binnen het projectgebied. Hieronder worden de onderzoeksesultaten beschreven. Resultaten natuurtoets soortenbescherming De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Beschermde diersoorten benutten het plangebied als foerageergebied en vermoedelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën en grondgebonden zoogdieren er een rust- en voortplantingsplaats. Grondgebonden zoogdieren bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied maar gebruiken het wel als foerageergebied. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied maar gebruiken het wel als foerageergebied. Het plangebied vormt geen functioneel leefgebied van beschermde vissen.

Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien het plangebied bouwrijp gemaakt wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten worden mogelijk amfibieën gedood en wordt mogelijk een (winter)rust- en voortplantingsplaats van een amfibie beschadigd of vernield. Voor de meeste beschermde amfibieënsoorten, die een winterrust- of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaats’. Deze vrijstelling geldt echter niet voor de poelkikker. Van deze soort is de winterrust- en voorplantingsplaats beschermd. Poelkikkers mogen niet gedood worden en hun leefgebied mag niet aangetast worden zonder ontheffing. Andere amfibieënsoorten mogen ook niet gedood worden. Geadviseerd wordt een ontheffing aan te vragen voor het aantasten van het functionele leefgebied van de poelkikker.

Tevens dient gewerkt te worden buiten de kwetsbare periode van amfibieën om te voorkomen dat broed beschadigd/vernield wordt of larven of dieren in winterrust gedood worden.

5

Quickscan natuurwaardenonderzoek Uitbreiding bedrijventerrein Telgen III, Heeten, Natuurbank Overijssel, oktober 2021

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Heeten, uitbreiding bedrijventerrein Telgen III

Het nader onderzoek poelkikker Het nader onderzoek naar de aanwezigheid van de poelkikker dient conform het poelkikkerprotocol plaats te vinden in de periode maart-juli. Omdat deze periode in 2022 reeds is verstreken dient het onderzoek in maart 2023 te worden opgestart. In de regels van voorliggend bestemmingsplan is daarom een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de uitvoering van dit onderzoek en het nemen van eventuele vervolgmaatregelen die hieruit voorkomen. Deze voorwaardelijke verplichting luidt als volgt: “Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het dempen van watergangen en waterpartijen en bijbehorende grondwerkzaamheden zonder voorafgaand onderzoek naar de poelkikker conform het poelkikkerprotocol en de uitvoering van eventueel hieruit door de gemeente Raalte goedgekeurde volgende compenserende of mitigerende maatregelen die significant negatieve effecten voor de poelkikker voldoende compenseren/mitigeren.” Effect: Het effect van de ontwikkeling op het vlak van ‘ecologie’ wordt, mits het benodigde vervolgonderzoek en de daaruit volgende benodigde mitigerende maatregelen bij uitvoering van de werkzaamheden worden getroffen, inschat op neutraal.

Cultuurhistorie en archeologie Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Erfgoedwet. Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Er bevinden zich in en rondom het plangebied geen rijks- of gemeentelijke monumenten en overige cultuurhistorische waarden. Van aantasting van monumentale en cultuurhistorische waarden als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling is dan ook geen sprake. Archeologie De gemeente Raalte heeft haar archeologische verwachtings- en beleidskaart deels doorvertaald in haar bestemmingsplannen. Een groot deel van het gebied kent geen dubbelbestemming inzake een archeologische verwachting. Echter het gebied ten noordwesten betreft een AMK-terrein. Dit zijn terreinen van zeer hoge waarden (hoogste waarde die er is). Om die reden is door Laagland Archeologie een archeologisch bureau en verkennend veldonderzoek6 uitgevoerd en vervolgens een inventariserend veldonderzoek-proefsleuven7. De onderzoeksrapportages zijn bijgevoegd in bijlage 6 en 7.

Hierna worden de onderzoeksresultaten besproken. Onderzoeksresultaten Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat het noordelijke deel van het plangebied (op de dekzandrug) een tot in de C-horizont verstoord bodemprofiel heeft. Elders is sprake van een opgebracht zanddek waaronder kleiige beekafzettingen liggen. Deze beekafzettingen zijn zeer ijzerrijk. Daaronder ligt dekzand (C-horizont). Voor wat betreft het lagergelegen gebied blijft het verwachtingsmodel gehandhaafd. Eventueel aanwezige resten zijn alleen door middel van intensief gravend onderzoek op te sporen. Het gemeentelijke archeologiebeleid van Raalte geeft aan dat hiervoor geen archeologisch onderzoek benodigd is. De gemeente Raalte – hierin vertegenwoordigd door de regio-archeoloog – heeft aangegeven dat een karterend proefsleuvenonderzoek noodzakelijk is. Het feit dat dit deel van het plangebied als een gebied met een lage archeologische verwachting is opgenomen op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart is geen reden om het plangebied vrij te geven. Het uitgevoerde onderzoek geeft juist aan dat de nu geldende lage archeologische verwachting moet worden aangepast naar een hoge archeologische verwachting specifiek voor off-site resten samenhangend met de, bij eerder uitgevoerde onderzoeken aangetroffen, omheinde nederzetting uit de Romeinse tijd.

6 Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende fase, Laagland Archeologie, oktober 2021 7

Archeologisch inventariserend veldonderzoek-proefsleuven, Laagland Archeologie, oktober 2022

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Heeten, uitbreiding bedrijventerrein Telgen III

Inventariserend veldonderzoek proefsleuven Laagland Archeologie heeft op 11 tot en met 14 juli 2022 een Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven uitgevoerd aan de Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV). Op het terrein is eerder archeologisch onderzoek uitgevoerd. Uit het bureau- en booronderzoek komt naar voren dat het plangebied in een laagte naast een dekzandrug ligt. Op deze dekzandrug heeft in de Romeinse tijd een omheinde nederzetting gestaan waar sporen van ijzerproductie zijn aangetroffen. Geomorfologisch ligt het plangebied in een beekdaloverstromingsvlakte . De leemrijke beekafzettingen zijn zeer ijzer houdend. Op basis van het vooronderzoek worden er resten van ijzerwinning uit de Romeinse tijd in het plangebied verwacht. Op basis van dit onderzoek is door het bevoegd gezag besloten dat er een aanvullend onderzoek dient plaats te vinden in de vorm van een Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Het doel van de archeologische proefsleuvenonderzoek is om vast te stellen of er zich in het onderzoeksgebied archeologische vindplaatsen bevinden. En om eventuele aanwezige vindplaatsen te waarderen. Op basis van de waardering kan de behoudenswaardigheid van de vindplaats worden vastgesteld. Het onderzoek bestond uit een proefsleuvenonderzoek conform het KNA protocol 4003 IVO-P Samengevat zijn tijdens het onderzoek 111 sporen uit de Nieuwe tijd aangetroffen.

Deze sporen bestonden uit kuilen, greppels en paalkuilen. De paalkuilen vormen geen duidelijke structuur en bevinden zich in het hele onderzoeksgebied. De kuilen bestaan voornamelijk uit ondiepe kuilen. Er is één kuil die wordt geïnterpreteerd als een ijzerwinningskuil. Uit deze kuil is pijpaardewerk afkomstig wat deze kuil in de late 18e tot vroege 19e eeuw dateert. De greppels bestaan uit noord-zuid en een oost-west georiënteerde greppel. De noord-zuid georiënteerde greppel kan in de 18e tot begin 20e eeuw worden gedateerd. De oost-west greppel heeft twee gebruiksfasen gehad, dit is ook op de historische kaarten zichtbaar. De eerste fase loopt oost-west, deze is zichtbaar op de kadastrale kaart van 1832. Een tweede fase is zichtbaar op de kaarten vanaf 1900. Deze greppel loopt oostwest waarna hij een scherpe bocht richting het zuiden maakt, deze greppel is op de kaart uit 2008 nog zichtbaar. In de vulling van de greppel zijn deze twee fasen niet te onderscheiden. Het oudste fragment aardewerk uit deze greppel dateert uit de 17e eeuw, al dateert de rest van het vondstmateriaal uit de 18e tot begin 20e eeuw. Laaglandarcheologie adviseert om geen vervolgonderzoek uit te voeren en het gebied vrij te geven voor de geplande werkzaamheden. Het advies is overgenomen door de gemeente Raalte.

Effect: Het effect van de ontwikkeling op het vlak van ‘Cultuurhistorie en archeologie’ wordt inschat op neutraal.

Landschap De uitbreiding van het bedrijventerrein genaamd De Telgen III heeft een oppervlakte van circa 5 hectare, waarvan circa 2,8 hectare netto uitgeefbaar. De uitbreiding sluit logisch aan op het reeds aanwezige bedrijventerrein De Telgen. Bij de inrichting van De Telgen III is gestreefd naar een groene inrichting van de buitenruimte. De groenstructuur zorgt ervoor dat het zicht op de toekomstige bedrijven grotendeels wordt ontnomen. In het zuidwesten wordt de bestaande IJzerweg doorgetrokken. De weg eindigt in een groen vizier richting het landschap. De groenstructuur draagt daarnaast bij aan een prettige wandelroute. De buitenruimte nodigt hierdoor uit voor een lunchwandeling of een ommetje vanuit de aangrenzende buurt. Effect: Het effect van de ontwikkeling op het vlak van ‘Landschap’ wordt inschat op licht negatief.

Cumulatie Cumulatie van effecten treedt op wanneer werkzaamheden in direct omliggende gebieden vergelijkbare effecten veroorzaken met de hierboven beschreven effecten en in dezelfde periode worden uitgevoerd. Cumulatie kan met name optreden ten aanzien van gebiedsoverschrijdende gezamenlijke effecten, zoals stikstof of verkeerseffecten. In voorliggend zijn in de directe omliggende gebieden geen ontwikkelingen bekend waarbij sprake is van vergelijkbare effecten. Cumulatie is daarom niet aan de orde.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Heeten, uitbreiding bedrijventerrein Telgen III

HOOFDSTUK 4

CONCLUSIE

Dit hoofdstuk dient als samenvatting van de conclusies van de hoofdstukken 2 en 3. In dit hoofdstuk wordt de voorgenomen activiteit aan onderstaande criteria getoetst en een eindafweging gemaakt. 1. De kenmerken van de activiteit; 2. De plaats van de activiteit; 3. De samenhang met andere activiteiten (cumulatie); 4. De kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben. Kenmerken van de activiteit Het voornemen betreft het realiseren van een uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein De Telgen met circa 5 hectare. Het gaat om bedrijfsfuncties van maximaal milieucategorie 3.2. Bij de kenmerken van de activiteit dient in het bijzonder in overweging te worden genoemd: • De omvang van het project; • hinder. Omvang De ontwikkeling is gelet op de schaal van het project beperkt van omvang. Het voornemen past in het streven van de gemeente om bedrijventerreinen naar lokale behoefte uit te breiden. Geconcludeerd wordt dat dit project ver beneden de drempelwaarden van de m.e.r.- plicht blijft. Hinder Tijdens de uitvoering van het voornemen kunnen flora en fauna hinder ondervinden. Uit de stikstofberekening is echter gebleken dat de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming leiden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=060a04ba-6420-49e9-b35b-5b4778c08d1e