Bijlage 8 Waterhuishoudkundig plan
Tekst van het document
RAPPORT Waterhuishoudkundig plan Velderhof te Mariënheem
Klant:
Gemeente Raalte
Referentie: BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001 Status:
Definitief
Datum:
17 april 2024
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Koggelaan 21 8017 JN Zwolle Netherlands Water & Maritime +31 88 348 65 00 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Waterhuishoudkundig plan Velderhof te Mariënheem Sub titel: Referentie: BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001 Uw kenmerk Status: Definitief Datum: 17 april 2024 Projectnaam: Waterhuishoudkundig plan Projectnummer: BJ5743 Auteur(s): Ruben Borst Opgesteld door: Ruben Borst Gecontroleerd door: Evert de Lange Datum: 17-04-2024 Goedgekeurd door: Evert de Lange Datum: 17-04-2024
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
ii
Projectgerelateerd
Inhoud 0
Samenvatting
1
1
Inleiding
2
1.1
Aanleiding
2
1.2
Doel
3
1.3
Gebruikte bronnen
3
1.4
Leeswijzer
3
2
Beschrijving huidige situatie
4
2.1
Ligging en maaiveldhoogte
4
2.2
Bodemopbouw
5
2.2.1 2.2.2
Geohydrologische bodemopbouw Ondiepe bodemopbouw
5 5
2.3
Grondwater
8
2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4
Grondwaterstand Grondwaterbeschermingsgebieden Grondwateronttrekkingen Grondwaterstroming
8 10 10 11
2.4
Oppervlaktewater
12
2.5
Riolering
15
2.6
Kwetsbaarheid bij extremen
16
3
Beleids- en ontwerpuitgangspunten
17
3.1
Grondwater
17
3.2
Oppervlaktewater
18
3.3
Afvalwater
21
4
Toekomstige situatie
22
4.1
Watersysteem plansituatie
22
4.2
Ontwatering en aanleghoogtes
23
4.3
Werking hemelwatersysteem
25
4.3.1 4.3.2
Waterberging Stresstest 90mm
26 28
4.4
Afvalwatersysteem
29
4.5
Waterkwaliteit
30
4.6
Beheer & Onderhoud
30
17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
iii
Projectgerelateerd
0
Samenvatting
Dit document beschrijft het waterhuishoudkundig plan voor de nieuwbouwwijk ‘Velderhof’ in Mariënheem. Huidige situatie: Het plangebied betreft een landbouwperceel in eigendom van de gemeente Raalte; De gemiddelde maaiveldhoogte is 6,7m +NAP, het laagste punt bedraagt 5,8m +NAP en het hoogste punt bedraag 7,3m +NAP; Het gebied bestaat overwegend uit lemig fijn zand. Dit is bevestigd door het geotechnisch bodemonderzoek; De GHG in het plangebied wordt conservatief ingeschat op 6,1m +NAP. Dit op basis van metingen in naast gelegen wijk en op basis van veldwerkgegevens in het plangebied; Er hoeft geen rekening gehouden te worden met grondwateronttrekkingen of grondwaterbeschermingsgebieden; In het plangebied zullen geen primaire of secundaire oppervlaktewateren beïnvloed worden. Belangrijke uitgangspunten: Gescheiden verwerking van afvalwater en hemelwater, waterkwaliteit mag niet aangetast worden; De trits: vasthouden, bergen en afvoeren, is leidend. Water niet afwentelen; Waarborgen bestaand oppervlaktewater en bovengrondse afstroming; Water stroomt van hoog naar laag: vloerpeilen voldoende niveau; Bergingseis van 80mm over verhard oppervlak moet gehaald worden; Stresstest: er is na 90mm in 1uur (T=250) geen wateroverlast meer na 4 uur na het begin van de regenval.
Toekomstige situatie: De omliggende sloot is de grens tussen de nieuwe woonwijk en de bestaande woonwijk. Deze is belangrijk als waterscheiding en als waarborging van de waterafvoer. Dit slootprofiel wordt vergroot; Hemelwater wordt opgevangen en geborgen in het plangebied (rand rondom het plangebied van +7,05m NAP). Er is minder waterafvoer in de nieuwe situatie t.o.v. huidige situatie. Het bestaande watersysteem van het waterschap hoeft daarom niet aangepast te worden; Hemelwater stroomt via het oppervlak af middels groenstroken naar de wadi’s; Van hoog naar laag ontworpen: huizen(+7,3m) > wegen(+7,0m) > groenvoorzieningen (+6,9m) > wadi’s (+6,4m); Waterkwaliteit wordt niet aangetast. Er wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende materialen. Hemelwater en vuilwater worden gescheiden aangeboden. Er zijn geen geïsoleerde vijverpartijen of watergangen; Het gebied voldoet aan de eis van 80mm waterberging per m2 voor verhard oppervlak. Er is 2559m3 waterberging beschikbaar, tegenover 1180m3 benodigde berging; Bij een stresstest (90mm in 1u) blijft de hoeveelheid water op straat beperkt en is er na 4 uur geen water meer op straat; Afvalwater wordt onder vrij verval op het riool in de naastliggende woonwijk ‘De Wörmink’ aangesloten. Naar inschatting is er 1,5 m3/uur aan DWA-aanbod. Het gemaal waarop aangesloten wordt heeft nog overcapaciteit van 14 m3/uur.
Dus er kan aangesloten worden op het bestaande gemaal.
17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
1
Projectgerelateerd
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
De gemeente Raalte werkt aan de ontwikkeling van een nieuwbouwplan in Mariënheem. Het plangebied is ongeveer 3,5 ha groot. Het stedenbouwkundigplan voor de wijk ‘Velderhof’ is al opgesteld. In figuur 1 is dit stedenbouwkundige plan weergegeven. Het bestemmingsplan is nog niet vastgesteld maar wel in ontwerp. Een watertoets is al opgesteld. Een waterhuishoudkundig plan en onderbouwende onderzoeken dienen de haalbaarheid te onderzoeken en de uitwerking van het plan verder te brengen.
Figuur 1. Nieuwbouwwijk Velderhof te Mariënheem in de gemeente Raalte
Het plangebied is momenteel in gebruik als agrarisch perceel.
Figuur 2. Overzichtsfoto vanaf de Hellendoornseweg aan de zuidkant van het perceel (bron: Cyclomedia)
17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
2
Projectgerelateerd
1.2
Doel
Dit waterhuishoudingsplan heeft als doel te komen tot een goede waterhuishouding binnen het nieuwbouwplan “Velderhof”. Het gaat hierbij om het hemelwater, grondwater en vuilwater. Dit plan is de basis voor de verdere uitwerking van het inrichtingsplan.
1.3
Gebruikte bronnen
De volgende bronnen zijn gebruikt voor de totstandkoming van dit document: Powerpoint ‘concept WHP’ ontvangen van de gemeente; ’07-23-12_Inrichtingsplan’ ontvangen van de gemeente; Ontvangen shapefiles riolering; Inmetingen sloot en plangebied;
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie van het plangebied. De beleids- en ontwerpuitgangspunten welke relevant zijn worden kort toegelicht in hoofdstuk 3. Vervolgens wordt het watersysteem voor de toekomstige situatie besproken in hoofdstuk 4.
17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
3
Projectgerelateerd
2
Beschrijving huidige situatie
2.1
Ligging en maaiveldhoogte
Het plangebied Velderhof ligt in de gemeente Raalte, in de provincie Overijssel en binnen het beheersgebied van Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD). Het is gelegen aan de oostelijke rand van het dorpje Mariënheem aan de Hellendoornseweg net naast woonwijk ‘De Wörmink'. Het plangebied is ongeveer 3,5 hectare groot.
Figuur 3. Ligging plangebied ten opzichte van de omgeving
De maaiveldhoogte van het gebied is weergeven in de volgende figuur. De gemiddelde hoogte in het plangebied is 6,7 m +NAP. Het laagste punt bedraagt 5,8 m +NAP (noordwesten plangebied) en het hoogste punt bedraagt 7,3 m+ NAP (zuidoosten plangebied). In de bijlage (A1.3) staat een overzichtskaartje met ingemeten hoogtes voor een gedetailleerdere inkijk.
Figuur 4. Hoogtekaart van het plangebied met relevante, huidige hoogtes weergeven (bron: AHN4) 17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
4
Projectgerelateerd
2.2
Bodemopbouw
2.2.1
Geohydrologische bodemopbouw
Er is geen hydrologisch onderzoek uitgevoerd in het plangebied.
2.2.2
Ondiepe bodemopbouw
Van nature is de bodemopbouw ter plaatse van het plangebied zandgrond. Via DINOloket is te vinden dat de bovenste laag van de bodem overwegend bestaat uit lemig fijn zand (Hn23), weergegeven met de roze kleur in onderstaande figuur.
Figuur 5. Bodemopbouw plangebied (Bron: DINOloket)
RHDHV heeft een geotechnisch onderzoek laten uitvoeren in het plangebied. De volgende boringen zijn uitgevoerd: 18 grondboringen tot 3 meter onder het maaiveld; 4 grondboringen tot 4 meter onder het maaiveld inclusief plaatsing van een peilbuis. De boringlocaties zijn hieronder weergegeven in Figuur 6. De exacte details zijn in bijlage A1.1 te vinden. De boringen tot 4m zijn ‘wadi’ genoemd, omdat hier volgens het stedenbouwkundig plan wadi’s zullen komen.
Figuur 6. Boring locaties geotechnisch onderzoek.
17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
5
Projectgerelateerd
Geotechnisch bodemonderzoek In de bijlage (39A1.5) is het geotechnisch bodemonderzoek toegevoegd met alle informatie. Ter informatie is Figuur 7 hieronder weergeven om een indicatie te krijgen van de grondkarakteristiek in het plangebied. Alle boringen hebben vergelijkbare karakteristieken. Ten tijde van de boringen (halverwege december 2023) was het dusdanig nat dat infiltratieproeven niet uitgevoerd konden worden, omdat zij een onrealistisch beeld zouden geven. De grond bestaat uit fijn zand (150-200 micrometer korrelgrootte) met hier en daar een laagje zand met silt vermengd, rond -1m tot – 2m onder het maaiveld.
Figuur 7. Grondboring met bijbehorende gegevens in het plangebied
17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
6
Projectgerelateerd
Korrelgrootte-analyse Ter aanvulling is er een korrelgrootte-analyse uitgevoerd. Het bijbehorende analyserapport is in de bijlage (A1.7) te vinden. Op basis van de korrelgrootteverdeling kan een (theoretische) benadering van de doorlatendheid van de bodem worden afgeleid (k- waarde). De korrelgrootte-analyse laat de fractieverdeling zien van vier grondmonsters op de plek van toekomstige wadi’s (Tabel 1). Vanaf een korrelgrootte van 63 micrometer classificeert de grondfractie als zand, daaronder is het silt of klei. Uit het analyserapport blijkt dat voor de noordelijke wadi locaties (1 en 2) de fractie droge stof < 63 micrometer een stukje hoger is dan voor de zuidelijke wadi locaties (3 en 4): 8,6 % & 5,1 % versus 3,1 % & <1,0 %. Deze fracties zijn laag genoeg om de gehele grondsoort als ‘zand’ te classificeren. Het noordelijke stukje van het gebied is wat siltiger, hier is de doorlatendheid (k-waarde) kleiner dan in het zuidelijke gedeelte. De zandmediaan is 125 – 250 micrometer voor de vier zandmonsters. Tabel 1. Korrelgrootte-analyse grondmonsters Velderhof (bron: Analyse Korrelgroottes)
De doorlatendheid van de grond (k-waarde) kan geschat worden met de volgende tabel uit het grondwaterzakboekje 1. De grond wordt beschouwd als ‘sterk slibhoudend’ en met een zandmediaan van 150-250 micrometer resulteert dit in een k-waarde van zo’n 3-5 m/dag. Voor het gebied wordt een conservatieve k-waarde van 3 m/dag aangehouden. Tabel 2. Gemiddelde doorlatendheid van zand (m/dag)
Eerder heeft de gemeente Raalte een waterhuishoudingsplan laten opstellen voor het plangebied ‘De Wörmink’. Dit betreft de woonwijk gelegen aan de westkant van het plangebied. Op basis van de waargenomen korrelverdeling volgt uit de doorlatendheidsproef dat de doorlaatfactor 2,5m/dag bedraagt. Deze waarde heeft dezelfde orde van grootte als de huidige schatting op basis van de grondanalyse. Kortom, de doorlaatbaarheid van de grond in het plangebied ‘Velderhof’ wordt geschat op 3m/dag.
1
Grondwaterzakboekje, uitgegeven door Bot Raadgevend Ingenieur (2011). www.grondwaterzakboekje.nl
17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
7
Projectgerelateerd
IJzergehalte-analyse Als laatste is er een ijzergehalte-analyse uitgevoerd. Het bijbehorende analyserapport is in de bijlage (A1.6) te vinden. Het ijzergehalte is van belang bij het aanleggen van drainage of toepassen van infiltratievoorzieningen. Over het algemeen is er vanaf een concentratie van meer dan 1mg ijzer per liter meer kans op het dichtslibben van drains. Tabel 3. IJzer-analyserapport Velderhof te Mariënheem (bron: Analyse IJzergehaltes)
Bij het geotechnisch bodemonderzoek zijn ook de ijzergehaltes in de grond gemeten. Het ijzergehalte is bij 2 van de 4 monsters hoger dan 1mg/L, wat aangeeft dat de kans op het dichtslibben van eventuele drains hoog is.
2.3
Grondwater
2.3.1
Grondwaterstand
In het plangebied zelf zijn momenteel geen peilbuizen aanwezig. Het uitgevoerde geotechnisch bodemonderzoek bevat ook 4 peilbuizen (boring tot 4m onder het maaiveld). Onderstaande tabel geeft de informatie van de gemeten grondwaterstanden en de peilbuisgegevens. De benaming van de peilbuizen komt overeen met de vier wadi’s in Figuur 6. De tabel geeft een indicatie van grondwaterstanden die mogelijk zijn in het plangebied. De drie meetmomenten besloegen een erg natte periode. In de bijlage (A1.2) is nog informatie te vinden van 2 peilbuizen met informatie uit het DINOloket om een gevoel te geven van de grondwaterstanden in het grotere gebied. Peilbuis
Maaiveld [m +NAP]
GWS 6-12-2023 [NAP m]
GWS 12-12-2023 [NAP m]
GWS 31-1-2024 [NAP m]
1 wadi
5,92
5,6
5,74
5,8
2 wadi
6,17
5,65
5,77
5,4
3 wadi
6,99
5,67
5,8
5,9
4 wadi
6,65
5,72
5,85
5,9
Figuur 8. Peilbuizen en de resultaten van een peilbuismetingen op 6 en 12 december 2023 en op 31-1-2024
Uit het waterplan van de naastgelegen wijk ‘De Wörmink’ volgt dat de GHG toentertijd geschat is op +5,9m NAP voor de woonwijk, de toen gemeten grondwaterstand was +5,2m NAP (april 2007). Het maaiveldniveau varieerde van +5,9 m NAP tot ca. +7,0m NAP. Het huidige plangebied heeft een vergelijkbaar maaiveldniveau. In de naastliggende woonwijk ligt wel een peilbuis (zie figuur hieronder). De gemeente heeft ook gegevens van deze peilbuis in ‘De Wörmink’ aangeleverd. De RHG ter plekke van deze peilbuis is +5,88m NAP.
17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
8
Projectgerelateerd
Figuur 9. Peilbuis in ‘De Wörmink’ aangegeven met blauwe druppel naast het zwart-omrandde plangebied (bron: gemeente Raalte)
Figuur 10. Peilbuisgegevens in ‘De Wörmink’ met automatisch berekende RHG en maaiveldhoogte (groen) (bron: gemeente Raalte)
Bij het geotechnisch bodemonderzoek uitgevoerd op 6 december 2023 zijn ook GHG en GLG-waardes bepaald op basis van hydromorfe kenmerken in het bodemprofiel (zie bijlage 1). Het gemiddelde van alle GHG’s van de 18 boorpunten is +6,1m NAP. Het gemiddelde maaiveld in het plangebied ligt iets hoger dan in de naastgelegen wijk, en isohypsen lopen op t.o.v. de naastgelegen wijk (Figuur 13). Hierdoor is de verwachting dat de GHG in het plangebied iets hoger is dan in de naastgelegen wijk, waar de GHG op basis van metingen ingeschat is op +5,9m NAP. De gemeten waardes in Tabel 4 laten zien dat gedurende een extreem natte periode de waterstand niet boven de +6,1m NAP uitkomt voor de vier meetpunten. Op basis van het geotechnisch onderzoek en rekening houdend met het toekomstig klimaat, wordt voor de planvorming de GHG in het plangebied aangenomen op ca. 6,1 m+NAP.
17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
9
Projectgerelateerd
2.3.2
Grondwaterbeschermingsgebieden
Het plangebied ligt op zo’n 6 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde grondwaterbeschermingsgebied van de provincie Overijssel. Dit heeft geen invloed op de waterhuishouding.
Figuur 11. Grondwaterbeschermingskaart 2022 met het plangebied in het rood ter referentie
2.3.3
Grondwateronttrekkingen
Op zo’n 300 meter ten zuidoosten van het plangebied bevindt zich een actieve wateronttrekking. Onduidelijk is hoe groot de onttrekking is. Maar gezien het een agrarische bestemming betreft is het naar alle waarschijnlijkheid geen grondwateronttrekking die een dusdanig effect heeft op 300 meter afstand dat hier rekening mee gehouden moet worden.
17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
10
Projectgerelateerd
Figuur 12. Dichtstbijzijnde grondwateronttrekking bij het plangebied (Bron: https://www.wkotool.nl/)
2.3.4
Grondwaterstroming
De volgende figuur geeft de isohypsen van het grondwater rondom het plangebied weer. De grondwaterstroming is gericht van oost naar west.
Figuur 13. Isohypsen ter indicatie van de grondwaterstroming (bron: https://www.grondwatertools.nl/gwsinbeeld/)
17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
11
Projectgerelateerd
2.4
Oppervlaktewater
Ten zuiden van het plangebied ligt een primaire watergang van het waterschap. Ten westen van het plangebied ligt een secundaire watergang in de vorm van een duiker. Dit zijn de dichtstbijzijnde elementen uit de legger van het waterschap 2. Het betreft een secundaire (B) watergang en een primaire (A) watergang. De secundaire watergang betreft een duiker zoals te zien is op het onderstaande overzicht.
Figuur 14. Overzicht van de dichtstbijzijnde watergangen uit de Legger van WDOD
Ook zijn er binnen het plangebied, conform de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), geen oppervlaktewaterlichamen in eigendom van de gemeente. Aan de rand van het gebied zijn kleinere slootjes gelegen die in het beheer zijn van de perceeleigenaar. Behalve aan de oostkant, liggen deze smalle slootjes direct grenzend aan het plangebied. Uit het geotechnisch onderzoek volgen 3 oppervlaktewater metingen van deze sloten op 12-12-2023. De twee slootjes ten zuiden en oosten van het plangebied zijn bermsloten.
2
Legger oppervlaktewateren WDODelta 2024 geraadpleegd op 15-01-2024: Legger oppervlaktewateren WDODelta vastgesteld (arcgis.com) 17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
12
Projectgerelateerd
De metingen zijn hieronder weergegeven.
Figuur 15. Oppervlaktewater metingen in bestaande sloten om het plangebied op 12-06-23 (betreft een zeer natte periode)
Het regenwater volgt het hoogteverloop van het terrein, totdat het een geschikt afvoerpunt tegenkomt. Het plangebied ligt in 1 peilvak; Linderte Leide (code 571). Het huidige peil wordt gereguleerd door stuw OK.20.94.S52 (handmatig bediende stuw). Volgens de legger is het streefpeil 4,88m +NAP. Volgens de peilbeheerder (WDOD) is het peil goed haalbaar.
17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
13
Projectgerelateerd
Figuur 16. Peilvak en omliggende watergangen
Er liggen geen regionale of primaire keringen in of nabij het plangebied 3. Daarnaast ligt het plangebied buiten het overstroombaar gebied volgens de omgevingsverordening Overijssel 2024 4.
3 4
Legger waterkeringen 2022 geraadpleegd op 15-01-2024: Legger waterkeringen 2022 (arcgis.com) Omgevingsverordening Overijssel 2024 geraadpleegd op 15-01-2024: viewer (tercera-ro.nl)
17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
14
Projectgerelateerd
2.5
Riolering
Binnen het plangebied is geen riolering aanwezig zoals te zien is op onderstaand figuur.
Figuur 17. Riolering en het plangebied weergegeven
Er is ingezoomd op de twee hoeken met riolering vanuit de bestaande woonwijk. Hier zijn de B.O.B.hoogtes te zien van de rioolleidingen (grijs) en drainageleidingen (gestippeld oranje). Daarnaast zijn er nog wat maaiveldhoogtes te zien naast de leidingen.
Figuur 18. Noordoostelijke b.o.b. aansluitingen riool en drainage
17 april 2024
WHP VELDERHOF
Figuur 19. Zuidoostelijke b.o.b. aansluitingen riool en drainage
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
15
Projectgerelateerd
2.6
Kwetsbaarheid bij extremen
RHDHV heeft in 2020 een hemelwater-stresstest uitgevoerd voor de gemeente Raalte. De resultaten van een 90mm bui in 1uur (T=250) zijn hieronder weergegeven. Bij de stresstest wordt binnen het plangebied op sommige plekken water op maaiveld berekend. Dit is voornamelijk aan de oostelijke rand te vinden. Verder verzamelt er water net op het maaiveld naast de rand van het plangebied. In de woonwijk naast het plangebied wordt water op straat berekend. Deze locaties komen overeen met bestaande wadi’s. Een wadi is nauwelijks weergegeven op de kaart, terwijl deze wel hoort te inunderen, hier zal een fout in de gegevens of calculatie het probleem zijn gezien de wadi wel degelijk aanwezig is in het plangebied.
Figuur 20. Hemelwaterstresstest RHDHV van gemeente Raalte 5
5
RHDHV stresstest voor gemeente Raalte in 2020: https://rhk.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=12ef3578d41c4976b2e2e9f3eb8a4ee5
17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
16
Projectgerelateerd
3
Beleids- en ontwerpuitgangspunten
Deze zorgplichten van de gemeente Raalte zijn in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) van Raalte 6 uitgewerkt in beleids- en ontwerpuitgangspunten. In dit hoofdstuk worden de relevante beleids- en ontwerpuitgangspunten benoemd en beschreven op het gebied van hemelwater, grondwater en afvalwater. Algemene punten zijn het ontvlechten van hemelwater, grondwater en afvalwater. Uit het Waterbeheerprogramma (2022-2027) 7 en de kadernotitie stedelijk water 8 volgen geen specifieke uitgangspunten voor de paragrafen. Uit de Waterschapsverordening Waterschap Drents Overijsselse Delta 9 volgen geen relevante eisen gezien er geen veranderingen aan oppervlaktewater of waterkeringen plaatsvinden. Er zijn geen activiteiten in beperkingsgebieden, er zijn geen wateronttrekkingsactiviteiten en ook geen lozingsactiviteiten. Uit de beleidsregels bij de Waterschapsverordening Waterschap Drents Overijsselse Delta 10 volgen ook geen uitgangspunten gezien er geen oppervlaktewateren of waterkeringen aanwezig zijn in het plangebied. WDOD heeft wel een uitgangspuntennotitie (bijlage A1.8) aangeleverd welke meegenomen is voor de planvorming. Het waterbeleid 21e eeuw stelt hogere eisen aan het waterbeheer. Duurzaam waterbeheer moet bestaan uit 2 principes, te weten tritsen: vasthouden, bergen en afvoeren; schoonhouden, scheiden en zuiveren.
Deze tritsen komen overeen met de tritsen uit het GRP van de gemeente, welke in de volgende paragrafen genoteerd staan. De ontwerpuitgangspunten uit het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) van de gemeente Raalte 11 worden aangehouden, de relevante ontwerpsuitgangspunten zijn in de bijlage (A1.4) neergezet. Tot slot, zijn uitgangspunten aangevuld vanuit de memo met offerteaanvraag vanuit de gemeente Raalte. Uitgangspunten welke al eerder genoemd zijn in een document, zijn achterwege gelaten.
3.1
Grondwater
Ontwerpeisen gemeente (bron: offerteaanvraag memo): In de omliggende gebieden is drainage toegepast. Er moet rekening gehouden worden met een hoge grondwaterstand in combinatie met een slecht doorlatende bodem. In het algemeen zijn de maatgevende vloerpeilen 20 cm voor de vloer, 60 cm voor de kruipruimte en 20 cm voor de dekking onder de kruipruimte. Gedetailleerdere eisen zijn te vinden in bijlage A1.4HIOR. Uitgangspuntennotitie WDOD: Voorkom verontreiniging door bijv. uitlogende materialen; Grondwateronttrekking is niet gewenst; In gebieden waar grondwateroverlast kan optreden is het advies om kruipruimteloos te bouwen of het gebied op te hogen; Om wateroverlast te voorkomen is een drempelhoogte van 30cm boven straatpeil het advies.
6
Gemeentelijk rioleringsplan Raalte 2021-2030 (GRP Raalte) Waterbeheerprogramma WDOD (2022-2027) geraadpleegd op 12-01-2024: Waterbeheerprogramma | Waterschap Drents Overijsselse Delta (wdodelta.nl) 8 Kadernotitie stedelijk water WDOD, geraadpleegd op 15-01-2024: 3-2-2-Bijlage-Kadernotitie-stedelijk-water.pdf (wdodelta.nl) 9 Waterschapsverordening WDOD, geraadpleegd op 15-02-2024: Waterschapsverordening Drents Overijsselse Delta | Lokale weten regelgeving (overheid.nl) 10 Beleidsregels bij Waterschapsverordening WDOD, geraadpleegd op 15-01-2024: Beleidsregels bij de Waterschapsverordening Waterschap Drents Overijsselse Delta | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl) 11 Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR), geraadpleegd op 15-01-2024: HIOR - Raalte 7
17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
17
Projectgerelateerd
3.2
Oppervlaktewater
Kaderrichtlijn water De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn. Het doel is om de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater op goed niveau te houden. Dit betekent dat er geen directe lozingen mogen plaatsvinden. Uitgangspunten WDOD: De functie van watergangen dient altijd gegarandeerd te blijven; Bij kortstondige buien mag hemelwater dat niet lokaal kan worden verwerkt, afgevoerd worden zonder dat dit tot wateroverlast benedenstrooms van het plangebied leidt; Toetsbui voor extreme neerslag resulteert in een bergingsopgave van 80mm; Advies om een stresstest uit te voeren tussen 60 en 150mm in 1 uur; De afvoer uit de nieuwe en de bestaande wijk moet bepaald worden. Daarbij moet blijken dat de Cwatergang en de duiker langs de Krusestraat voldoende capaciteit hebben; Te hanteren afvoernorm voor een situatie die 1 of 2 dagen per jaar voorkomt is 1,6L/s/ha; Indien het waterpeil wijzigt door ontwikkeling van het gebied moet het waterschap voortijdig betrokken worden; Zorg voor verversing van oppervlaktewater; Voorkeur voor bovengronds en gescheiden afvoer van hemelwater naar oppervlaktewater. Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP 2021-2030): Trits ‘vasthouden > bergen > afvoeren’. Infiltreer in eerste instantie (gebiedseigen) water in de bodem. Indien dit niet mogelijk is; sla afstromend regenwater lokaal op in vijvers en watergangen.
Pas als laatste optie dient water (zo traag mogelijk) afgevoerd te worden naar de omgeving. Trits ‘schoonhouden > scheiden > schoonmaken’. Kwaliteit van water mag niet verslechteren. Houd schone en vuile waterstromen gescheiden. Als laatste dient verontreinigd water gescheiden te worden. Bij nieuwbouw is de aanleg van een gemeentelijk hemelwaterstelsel gebruikelijk, waar de particulier het hemelwater oppervlak naar kan afvoeren indien het op eigen terrein niet verwerkt kan worden; Trits: ‘Bovengronds verwerken > ondergronds infiltreren > ondergronds transporteren’; Trits: ‘verwerken op eigen perceel > lokaal in de straat > centraal in de buurt; Hemelwater blijf zoveel mogelijk zichtbaar in de openbare ruimte; Het hemelwatersysteem in een nieuwbouwwijk kan de klimaatbui (90mm in 1 uur) probleemloos verwerken. Ontwerpeisen gemeente (memo gemeente) Belangrijkste regels kort samengevat: Bestaand oppervlaktewater en bestaande waterafvoer waarborgen. Dit geldt ook voor laagtes in het terrein (zaksloten, greppels, wadi’s en dergelijke) waar water in natte perioden naartoe kan stromen en tijdelijk wordt geborgd/kan infiltreren in de bodem; Water niet afwentelen op de buren (aangrenzend terrein of de omgeving).
17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
18
Projectgerelateerd
Ontwerpprincipe Hoog en Droog Water stroomt van hoog naar laag. Houd hier in de planvoorbereiding rekening mee door gebouwen een voldoende hoog vloerpeil te geven. Ideaal is de volgende volgorde (van hoog naar laag) qua waterveiligheid: Gebouwen; Tuinen; Straten; Groenvoorziening; Oppervlaktewater. De gemeente heeft een sterke voorkeur voor bovengrondse afstroming en waterberging (in wadi’s) Regels voor regenwaterberging in nieuwbouwlocaties Onder nieuwbouwlocaties vallen locaties waar in de huidige situatie geen verharding aanwezig is en waar in de nieuwe situatie verharding/bebouwing komt. Regenwaterberging nieuwe situatie minimaal 90 mm, gerekend over het verharde oppervlak (wegen, pleinen, stoepen, daken en dergelijke). Onderdeel daarvan is dat perceeleigenaren zorgen voor het verwerken van 20mm regenwater op het eigen perceel (gerekend over het verharde oppervlak op het perceel); Afvloeiend water (zowel bovengronds als ondergronds) mag niet leiden tot knelpunten op aangrenzend terrein of de omgeving. Regels voor regenwaterafvoer Voor bestaand gebied, voor inbreidingslocaties en voor nieuwbouwlocaties geldt de volgende regel voor de afvoer van regenwater: Ondergrondse en bovengrondse systemen voor de afvoer van regenwater moeten een zodanige capaciteit krijgen dat Bui08 (kennisbank Riolering) kan worden afgevoerd, zonder dat er water-opstraat ontstaat.
Randvoorwaarden WHP: In het noorden van het projectgebied ligt een sloot waarop afgewaterd kan worden.
17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
19
Projectgerelateerd
Figuur 21. Mogelijke afwateringssloot ten noordenwesten van het plangebied
HIOR Gemeente Raalte: Belangrijkste inrichtingscriteria wadi (uitgebreide eisen staan in bijlage A1.4): □ Helling talud 1:4 of flauwer; □ Bodemdiepte maximaal 0,40 cm; □ Waking minimaal 10cm.
17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
20
Projectgerelateerd
3.3
Afvalwater
Uitgangspuntennotitie WDOD: Vuilwater en hemelwater worden gescheiden aangeboden. Hemelwater komt niet in de rioolwaterzuivering; Huishoudelijk afvalwater wordt op het gemeentelijke rioolstelsel geloosd; Houd rekening met de capaciteit van het bestaande stelsel. Kennisbank Stedelijk water: Verder zijn de volgende standaarden overgenomen uit de Kennisbank Stedelijk Water: Bodem verhang beginriolen (0 tot 150 m) minimaal 1:250; Bodem verhang overige riolen (150 tot 450 m) minimaal 1:500; Bodem verhang overige riolen (langer dan 450 m) minimaal 1:750; Maximale vullingsgraad bij DWA is 50%. GRP (2021-2030) gemeente Raalte: Bij voorkeur vindt vuilwatertransport plaats onder vrij verval dan met gemalen. Ontwerpeisen gemeente (offerteaanvraag memo): Het huishoudelijke afvalwater wordt ingezameld via de openbare riolering. Er moet worden aangesloten op de leidingen van de bestaande, naastgelegen wijk; Gescheiden afvoeren van huishoudelijk afvalwater. Gedetailleerdere eisen zijn te vinden in het HIOR van de gemeente Raalte in bijlage A1.4 HIOR.
17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
21
Projectgerelateerd
4
Toekomstige situatie
Dit hoofdstuk beschrijft de toekomstige situatie van de gebiedsontwikkeling. Hierin wordt ingegaan op het watersysteem van de plansituatie, ontwatering en aanleghoogtes, werking van het hemelwatersysteem en tot slot de werking van het afvalwatersysteem. Per deelonderwerp zijn figuren ingevoegd welke een idee van de werking en het principe laten zien. In bijlage A1.9 is een gedetailleerd overzicht van de gehele waterhuishouding toegevoegd. Verschillende detail-doorsnedes zijn bijgevoegd in bijlage A1.10.
4.1
Watersysteem plansituatie
In opdracht van de gemeente Raalte heeft RHO Adviseurs een stedenbouwkundig plan opgesteld voor de uitbreidingswijk Mariënheem. De volgende figuur geeft een totaalbeeld van het stedenbouwkundig ontwerp. Hierin is rekening gehouden met 54 woningen. Het gebied kent een groene hoofdstructuur, waarbinnen speelruimte gerealiseerd wordt. Het gehanteerde hemelwater-principe is als volgt: hemelwater wordt geborgen in het gebied door infiltratie in de bodem in plaats van het water direct af te voeren richting het omliggende watersysteem. Hierdoor komt er niet meer afvoer van water op de omliggende watergangen dan in de huidige situatie. Het hemelwater dat in het plangebied valt, stroomt af naar één van de twee wadi’s. Als deze vol zijn met hemelwater, wordt water middels een slokop in beperkte mate afgevoerd naar de omliggende slootjes. Om te voorkomen dat de wadi’s voor lange tijd een drassige plek blijven kan hemelwater ook langzaam afstromen door grindsleuven in de bodem van de wadi’s zolang het nog niet geïnfiltreerd is in de grond. De afwaterende sloot tussen Velderhof en woonwijk ’t Wörmink is belangrijk om de scheiding tussen de gebieden te behouden en om waterafvoer bij extremen te kunnen garanderen. Afvalwater zal via ondergronds riool middels vrij verval worden aangesloten op het vuilwaterriool in de bestaande woonwijk ‘De Wörmink’ ten oosten van het plangebied.
Onderstaand figuur toont het schetsontwerp welke de basis voor de waterhuishouding vormt. In dit hoofdstuk is de onderbouwing voor de waterhuishouding opgenomen.
Figuur 22. Stedenbouwkundig plan (07-12-2023)
17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
22
Projectgerelateerd
4.2
Ontwatering en aanleghoogtes
Het maaiveld binnen het plangebied varieert van 5,8m +NAP tot 7,3m +NAP. De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) is geschat op 6,1m +NAP op basis van de boringen in het plangebied. Om voldoende drooglegging te garanderen voor inrichtingszaken, zoals huizen en wegen, zal de hoogteligging van het gebied aanpast worden. Wadi’s Uit het HIOR van de gemeente Raalte volgt dat wadibodems bij voorkeur minimaal 50cm boven GHG liggen. In dit ontwerp is gekozen voor een veelvoorkomende afstand van 30 cm boven de GHG. De wadibodem ligt dan op 6,4m +NAP. Zo kan de wadidiepte (en dus wateropslag) gemaximaliseerd worden terwijl de rest van het plangebied niet onnodig wordt opgehoogd. Aangezien dit net iets minder is dan de geprefereerde ontwateringsdiepte (50cm) van de gemeente, wordt als onderdeel van de wadiconstructie een grindsleuf geadviseerd om te voorkomen dat het hemelwater in de wadi’s in natte omstandigheden niet wegzakt. De bodemdiepte van een wadi mag maximaal 40 cm zijn en de waking moet minimaal 10cm zijn. Om hieraan te voldoen ligt er, als onderdeel van de wadiconstructie, een slokop op 6,8m +NAP welke afvoert naar de omliggende sloot. De slokops bestaan uit een inspectieput met zandvang (50cm diep) en een verbindingsbuis. Bij het geotechnisch bodemonderzoek zijn ook de ijzergehaltes in de grond gemeten.
Het ijzergehalte is bij 2 van de 4 monsters hoger dan 1mg/L, wat aangeeft dat de kans op het dichtslibben van buizen hoog is. Aanbevolen wordt om iets grotere diameters (Ø200mm) te hanteren dan normaal (Ø125mm) en het onderhoud moet wat intensiever zijn. Hiermee voldoen de wadi’s aan het HIOR. Huizen en wegen Bij maximale wadidiepte plus minimale waking zorgt dit ervoor dat het toekomstige maaiveld minimaal op 6,9 m +NAP moet liggen. Hiervoor dient de hoogteligging van het huidige maaiveld aangepast te worden. Door aanpassing van het maaiveld is de ontwateringsdiepte voor wegen en woningen ook voldoende. Bebouwing met kruipruimte moet een ontwateringsdiepte van 0,8m vanaf de onderkant vloer hebben t.o.v. GHG. Als norm wordt vaak een vloerdikte van 0,2m aangehouden. Dit betekent dat er tussen de GHG en bovenzijde van de vloer minimaal 1,0m moet zitten. Voor wegen is de ontwateringsdiepte 0,7m (volgens HIOR). De wegen worden zo’n 10cm hoger gelegd dan de naastgelegen groenstroken om natuurlijke afwatering te creëren. De weghoogte is minimaal 7,0m +NAP. Daarnaast moet het minimaal verschil tussen het vloerpeil en wegpeil 0,30m zijn bij woningen met een voortuin >3m, dit is aangehouden. De woningen zullen een vloerpeil van 7,3m +NAP hebben nabij de wadi en van 7,6m +NAP in het gebied tussen de wadi’s om verhang in het hemelwaterafvoersysteem te krijgen.
Dwarsprofiel gebied Onderstaand figuur geeft schematisch de ontwatering- en aanleghoogtes weer voor het laagste deel van het plangebied nabij de wadi’s. In bijlage A1.10 zijn detaildoorsnedes opgenomen. De ontwateringsdieptes in het gebied zijn weergeven in de Tabel 4, op basis van de voorgestelde inrichting van het maaiveld. Om te voorkomen dat het water het gebied uitstroomt, wordt de rand van het gebied op +7,05m NAP gelegd.
Figuur 23. Ontwatering- en aanleghoogtes van het gebied rondom de wadi’s
17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
23
Projectgerelateerd
Tabel 4. Ontwateringsdieptes in het plangebied o.b.v. voorgestelde aanleghoogtes
Hoogte
Ontwateringsdiepte conform HIOR
Ontwateringsdiepte in plan
m +NAP
m
m
Wegen
> 7,0 – 7,3
0,7
0,9 – 1,2
Bebouwing
7,3 – 7,6
1,0
1,2 – 1,5
Groen (inclusief verdiept groen)
6,9 – 7,2
0,5
0,8 – 1,1
Wadi’s
6,4
0,5
0,3
Type landgebruik
De omliggende perceelslootjes blijven gehandhaafd. De sloot tussen de bestaande woonwijk en de nieuwe woonwijk (westen) krijgt een groter profiel om een robuust watersysteem te blijven behouden in de toekomst. De volgende figuur geeft de indicatieve hoogtes (zwarte getallen) in het plangebied weer. De hoogtes waarop aangesloten wordt zijn donkerrood weergeven. De meeste maaiveldhoogtes van wegen binnen het plangebied komen vrijwel overeen met de maaiveldhoogtes buiten het plangebied waarop aangesloten moet worden. Alleen in het noordwesten zal het pad onder wat meer verhang aangesloten worden gezien daar het aanliggende maaiveld wat lager ligt (rond de 6m +NAP).
Figuur 24. Indicatieve hoogtes in het plangebied a.d.h.v. uitgangspunten
Als er grond aangevoerd zal moeten worden omdat uitgegraven zand m.b.t. wadi’s en funderingen van huizen niet voldoende is of niet voldoet, zal er bij de aanvoer van de grond rekening gehouden moeten worden met richtlijn GWK-VB-003 uit het HIOR m.b.t ophoging en aanvulling van grond van de gemeente Raalte.
17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
24
Projectgerelateerd
4.3
Werking hemelwatersysteem
De volgende figuur geeft de werking van het hemelwatersysteem weer. Het hemelwater wordt gescheiden afgevoerd van het vuilwater. Hemelwater dat valt op particuliere verharding of daken wordt, tot 20mm, afgevoerd naar een particuliere berging. Het overschot aan water stroomt via de kavels af naar de openbare weg. Vervolgens watert de straat af op de dichtstbijzijnde groenvoorziening. De groenstroken liggen gemiddeld 10cm lager dan de omliggende wegen. Groenstroken in het hart van het gebied liggen gedeeltelijk 20cm lager. Via de groenstroken vloeit het water richting de wadi’s aan noord- of zuidzijde van het gebied. Rondom het gebied ligt de rand op +7,05m NAP om te voorkomen dat water uit de groenstroken het gebied uitstroomt. Deze principetekening is ook vertaald naar een detailtekening, te zien in bijlage A1.10.
Figuur 25. Afwateringspatroon in het plangebied
17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
25
Projectgerelateerd
Afvoer Het uitgangspunt is dat het hemelwater binnen het plangebied wordt opgevangen en in de bodem infiltreert. Dit gebeurt in de wadi’s en groenstroken. Het is van belang dat het water in de bodem in natte periodes in het gebied blijft, zodat er reserve is voor een droge tijd. Indien er zeer heftige regenval is en het waterpeil in de wadi’s boven de 6,8m+NAP (40 cm vanaf bodem) stijgt, zal er via slokops (PVC Ø200mm) vertraagd afgewaterd worden op de omliggende slootjes. Bij zeer extreme regenval (90mm in 1uur, T=250) zal het waterniveau nog meer dan dat stijgen en zal het aanliggende maaiveld (en de wegen) ook tijdelijk inunderen met enkele centimeters water. Dit is uitgewerkt in de volgende waterbergingsparagraaf. Als het nog harder regent (>T=250) dan loopt het water, via de grasranden (+7,05m NAP) om het gebied, over in de aangrenzende sloten op de secundaire watergangen en vervolgens op de primaire watergangen. De aangrenzende secundaire watergang ten noordwesten van het plangebied heeft een afvoercapaciteit van maximaal 25L/s. Momenteel komt hier maximaal 22L/s doorheen volgens het waterschap. De infiltratie in het nieuwe gebied vindt binnen het gebied zelf plaats, er wordt niet afgewenteld op de omgeving. De afvoersituatie zal hierdoor dus beter worden t.o.v. de huidige situatie.
Daarom is het niet de verwachting dat de afvoer van de aangrenzende secundaire watergang boven de 25L/s komt. Een andere afvoerroute vanuit het gebied is niet nodig. Duikers De wadi’s kunnen op de aangrenzende slootjes afwateren. De omliggende sloten worden onderbroken door enkele wegen welke aangelegd worden. Om het watersysteem zoals vanouds te laten functioneren zullen hier duikers onderdoor worden aangelegd. Dit geldt alleen voor de 3 duikers waar een pijl bij staat in bovenstaand Figuur 25. Zij zullen allen een binnendiameter van 500mm (rond, beton) krijgen om een robuust watersysteem te krijgen. Gezien zij korter dan 12m zijn en in een C-watergang liggen is er geen vergunning voor nodig. Dit is in lijn met de waterschapsverordening van WDOD. Daarnaast wordt het gehele slootprofiel vergroot om de watergang robuuster te maken.
4.3.1
Waterberging
Onderstaande tabel geeft de oppervlaktes van het plangebied weer voor de nieuwe situatie van het stedenbouwkundig plan. Deze indeling is gemaakt aan de hand van het aangeleverde stedenbouwkundigplan (Figuur 22) waarin de plansituatie geschetst is. Type
Oppervlak verhard [m2]
Openbare verharding (wegen)
7.333
Openbaar onverhard (groenstroken, wadi)
14.645
Particulier: daken
3.750
Particulier: tuin (uitgaande van 40% verhard)
3.669
Totaal verhard
14.753
Totaal onverhard
Oppervlak onverhard [m2]
5.504 20.148
Bergingseis Ter compensatie van de toename van het verhard oppervlak moet er waterberging op het terrein gerealiseerd worden. Uit de uitgangspuntennotitie van WDOD volgt dat de waterberging groot genoeg moet zijn voor 80mm gerekend over verhard oppervlak in het plangebied. In project wordt er 14753m2 aan verharding aangelegd, wat neerkomt op 1180 m3 aan compenserende waterberging.
17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
26
Projectgerelateerd
Waterbergingscapaciteit wadi Onderstaande tabel geeft de beschikbare berging weer in de nieuw te realiseren wadi’s in het plangebied. De volgende uitgangspunten zijn aangehouden: Wadi’s aangehouden zoals in het schetsontwerp; Talud 1:4; Bij een extreme bui kan het waterniveau stijgen tot het maaiveld, de bergende hoogte is dan 50 cm. Dit resulteert in de volgende schets, een doorsnede van een wadi. In bijlage A1.10 zijn meerdere detaildoorsnedes opgenomen.
Figuur 26. Schets van een doorsnede van een wadi
Dit resulteert in de volgende gegevens m.b.t. de bergingscapaciteit. Waarin de berging in mm’s gerekend is over het totale afstromend verhard oppervlak (14753 m2). Tabel 5. Bergingsruimte wadi's
Wadi
Noord
Zuid
Boven oppervlak [m2]
1255
1755
Omtrek [m]
344
357
Berging bij vulling van 40cm [m3]
502
702
Talud volume [m3]
344
357
Bergingsruimte – talud [m3]
158
345
Totale berging wadi’s samen [m3]
503
Totale berging wadi’s samen t.o.v. totaal verhard oppervlak [mm]
34
Waterbergingscapaciteit groenstroken In het gebied liggen de groenstroken op 6,9m +NAP (maaiveldhoogte). De wegen liggen 10 cm hoger. De groenstroken kunnen dus ook water bergen gedurende extreme regenval, zo’n 10 cm. Niet alle groenstroken zullen evenveel water kunnen bergen. Een aantal groenstroken kunnen meer bergen (20 cm in theorie). Gemiddeld is 13 cm ingeschat als berging. Gezien er in de huidige stedenbouwkundige schets al bomen ingetekend, is er minder effectieve bergingsruimte. Er is met een conservatieve waarde van 5% minder gerekend; 12,5 cm gemiddelde berging in de groenstroken. Het oppervlak van wadi’s is ook meegenomen omdat bij vulling van de groenstroken het peil daarin ook verder stijgt tot het wegpeil. Van NAP +6,80m naar NAP +7,0m resulterend in zo’n 20 cm. Onderstaande tabel geeft de bergingsruimte weer voor de groenstroken.
17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
27
Projectgerelateerd
Tabel 6. Bergingsruimte groenstroken
Oppervlak [m2]
Waterhoogte [m]
Bergingsruimte Groenstroken [m3]
Groenstroken
11635
0,125
1545
Wadi
3010
0,2
602
Totaal
2056
Totale berging alle groenstroken t.o.v. totaal verhard oppervlak [mm]
140
Invulling bergingseis De statische bergingseis van 80mm over het verhard oppervlak resulteert in 1180 m3 aan water wat geborgen moet worden. In de wadi’s en groenstroken samen kan 503+2056 = 2559 m3 aan water geborgen worden. Conclusie: er wordt ruim voldaan aan de 80mm bergingseis van WDOD.
4.3.2
Stresstest 90mm
Uit het HIOR volgt dat de inrichting een T=250 bui (90mm/1u) aan moet kunnen. Er mag inundatie ontstaan op de straten, maar binnen 4u moeten straten weer begaanbaar zijn. Op grond van de beleidsuitgangspunten is er uitgegaan van de volgende processen ten aanzien van de neerslag-afvoer: Verhard particulier terrein en panden voeren af op particuliere infiltratie-/bergingsvoorzieningen, tot een maximum van 20 mm (berging). Hierna zal er overloop richting openbaar terrein, en vervolgens de wadi’s, plaatsvinden; Onverhard particulier terrein kent een initiële infiltratie van 20mm. Extra aanname is dat er 5mm berging in borders en gras is. Hierna zal het extra water via openbaar terrein afgevoerd worden naar de wadi’s. De aanname is dat onverhard particulier terrein (tuinen) voor 40% bestaan uit verhard oppervlak (bijv. tegels) en voor 60% uit onverhard oppervlak; Wegen voeren volledig af op wadi’s; In groenstroken is er 20 mm initiële infiltratie, hierna zal het water oppervlakkig afstromen. De bergingscapaciteit van de groenstroken is gemiddeld 12,5 cm voor het totale groenstrook oppervlakte. Resulterend in 1454 m3 berging; Bij een extreem scenario stijgt allereerst het water in de wadi tot het maaiveld (6,9m +NAP) omdat de afvoer van de slokops beperkt is.
Vervolgens begint overal het maaiveld (de groenstroken) ook vol te lopen tot aan het wegniveau (7,0m +NAP); De bergingscapaciteit van de wadi’s, rekening houdend met een peilstijging tot het wegpeil van 7,0 m +NAP, is 1105 m3 (503 m3 + 3010m2 * 0,20m). Omdat er water op het maaiveld (en dus ook wadi) tot wegpeil van 7,0 m+ NAP komt te staan bij een 90mm stresstest; Hemelwater dat op wadi’s valt wordt ter plekke geborgen en/of geïnfiltreerd. Gedurende 4 uur kan er over het oppervlak van de wadi’s infiltratie plaatsvinden. Aangenomen wordt dat de wadi’s met een goed doorlatende bodem worden aangelegd (k-waarde = 2). De maximale berging wordt dan bepaald door de ruimte in de grond. Het verschil in GHG en de bodem van de wadi is 0,3m. Conservatief gerekend geeft dit de maximale waterbergingsruimte van de grond. De bergingscoëfficiënt voor goed doorlatende grond (0,15) keer 0,3m resulteert in 0,045m aan berging. De wadi’s hebben samen een oppervlak van 3010 m2, dit houdt in dat er in 4 uur zo’n 135 m3 aan water kan infiltreren.
17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
28
Projectgerelateerd
Aan de hand van de verharde en onverharde oppervlaktes in combinatie met de bovenstaande uitgangspunten komt dit neer de volgende afstromingssituatie. Tabel 7. Afstroming bij een T=250 (90mm) neerslagsituatie
Oppervlak Particulier: daken Particulier onverhard Particulier verhard Openbare verharding: wegen Openbaar onverhard: groen Wadi’s Totaal
(m3) 75 28 0
Infiltratie in 4 uur (m3) 0 110 73
Waterbalans na 4 uur (m3) -263 -358 -257
0
0
-660
1454
233
+640
1105 2662
135 551
+969 +72
Oppervlak
Neerslag
Hemelwater
Berging Berging
(m2) 3.750 5.504 3.669
(mm) 90 90 90
(m3) 338 495 330
(mm) 20 5 0
7.333
90
660
0
11.635
90
1047
3.010 34.901
90 -
271 3141
-
De waterbalans na 4 uur heeft 72 m3 capaciteit over, wat inhoudt dat al het water geborgen kan worden binnen de daarvoor bestemde bergingsruimte in het gebied. In praktijk is er nog iets meer capaciteit doordat er nog een kleine hoeveelheid water uit het gebied kan stromen. Het enige water dat bij deze bui zal uitstromen is het water in de wadi’s via de slokop en grindsleuven. Dit is, gezien het beperkte verschil in stijghoogte van het water en de grootte van de buizen, minimaal en daarom niet meegerekend. Concreet betekent dit dat de wegen bij een extreme bui ook begaanbaar blijven. De waterbalans behorend bij de stresstest (tabel 4) brengt de situatie na 4 uur in beeld, omdat er dan volgens het beleid van de gemeente geen water meer op straat mag staan. De hoogste waterstand van de ‘90 mm in 1 uur bui’ zal optreden aan het eind van dit uur. Het enige verschil met de balans na 4 uur in tabel 4 is dat er dan 3 uur minder infiltratie is in de wadi’s. Dit betreft zo’n 135m3 minder. De balans komt dan uit op ca. 63 m3 negatief ten opzichte van ca. 70 m3 positief. Deze hoeveelheid (ca. 63m3) verdeelt zich over het oppervlak aan wadi’s, groenstroken en de laag gelegen wegen (totaal ca. 14900 m2) wat neer komt op een laag water van circa 0,5 cm. Een aandachtspunt bij zo’n extreem scenario is de afstroming van het hemelwater naar aanliggende percelen.
Door aan de buitenzijde van het plangebied het maaiveld af te werken op een niveau dat iets hoger ligt dan de laagstgelegen wegen (+7,05m NAP) wordt voorkomen dat het water afstroomt naar de omgeving en daar tot wateroverlast kan leiden. Conclusie Het projectgebied voldoet aan de richtlijnen van gemeente Raalte die gelden bij een stresstest van 90mm in 1 uur. De hoeveelheid water op straat is beperkt, het water komt niet op het niveau van de particuliere kavels en na 4 uur staat er geen water meer op de straat.
4.4
Afvalwatersysteem
De nieuwe woningen worden voorzien van afvalwaterriolering. De woonwijk wordt aangesloten op het rioleringsstelsel van de aanliggende woonwijk ‘Het Wörmink’. De riolering kan onder vrij verval ingericht worden en er zijn 2 aansluitmogelijkheden in de nabije woonwijk. De lijnen aan de linkerzijde van het plangebied (zie legenda) geven de mogelijke aansluiting op de bestaande riolering aan.
17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
29
Projectgerelateerd
Figuur 27. Bestaande riolering in naastgelegen woonwijk 'Het Wörmink'.
In bijlage A1.9 is een overzichtstekening opgenomen waarin de ligging van het mogelijke nieuwe riool is aangegeven. Het riool wordt op de noordelijkste en zuidelijkste aansluitmogelijkheid aangesloten, in totaal 2 aansluitingen. De b.o.b. van het huidige noordelijke riool is NAP +4,58m, de aansluitende b.o.b. van het nieuwe riool zal op NAP +4,78m komen in de huidige schets. De b.o.b. van het huidige zuidelijke riool is NAP +4,21m, de aansluitende b.o.b. van het nieuwe riool zal op NAP +4,54m komen in de huidige schets. Het verval is minimaal 1:250 en maximaal 1:500 in het huidige ontwerp. Als leidingdiameter is 250mm aangehouden. De b.o.b.’s zijn gebaseerd op de planhoogtes en een minimale gronddekking van 1,30m. Gemaalcapaciteit Het gemaal van de woonwijk ‘De Wörmink’ moet deze extra aansluiting wel kunnen verwerken. Uit informatie van de gemeente Raalte blijkt dat het gemaal aan de Hellendoornseweg (zie Figuur 20) een capaciteit heeft van 21 m3/uur. Het werkelijke en theoretische aanbod van het afvalwater (DWA) is respectievelijk 2,54 m3/uur en 1,58 m3/uur. De beschikbare restcapaciteit is daarom 18,5 m3/uur. Met een veiligheidsmarge van 25% eroverheen is het beschikbare debiet in het gemaal ongeveer 14 m3/uur. Binnen het plan zullen circa 54 woningen gerealiseerd worden.
Buiten het huishoudelijk afvalwater van deze woningen, valt er geen aanbod van afvalwater te verwachten. Uitgaande van een gemiddelde bezetting van 2,3 inwoners per woning, en een 10 uurs DWA-aanbod van 120l/inwoner/dag, is er sprake van een gemiddelde DWA-aanbod van 1,5 m3/uur. Dit past ruim binnen het beschikbare debiet van het gemaal aan de Hellendoornseweg (14m3/uur).
4.5
Waterkwaliteit
De waterkwaliteit mag niet verslechteren t.o.v. de huidige situatie en waar mogelijk wordt een verbetering nagestreefd. De waterkwaliteit wordt beïnvloed door het (veranderende) ruimtegebruik en gebruik van bouwmaterialen. Bij het beoogde bouwplan worden geen uitlogende materialen gebruikt. Scheiding van het afvalwater en hemelwater zorgt voor een betere zuivering van het afvalwater op de RWZI.
4.6
Beheer & Onderhoud
Deze paragraaf bespreekt in het kort enkele beheer en onderhoud gerelateerde aandachtspunten. 17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
30
Projectgerelateerd
Algemeen: Het ‘dijkje’ tussen de wadi en Hellendoornseweg dient voldoende breed te zijn om een bomenrij in het verlengde van de bomenrij langs woonwijk ’t Wörmink aan te leggen; Water stroomt over de voetpaden in de groenstroken richting de wadi’s. Dit kan ervoor zorgen dat de voetpaden glad en/of vies worden. Hiervoor dient aandacht te zijn in het beheerplan; Water zal vanuit de groenstroken over de weg stromen richting de wadi’s. Hierdoor kan de weg plaatselijk vervuild raken of glad zijn. Om te zorgen dat het water de bedachte routes volgt is het belangrijk om in het onderhoudsplan deze plekken te controleren en schoon te maken/houden. Waterafvoer: De duiker ten noordoosten van het plangebied zorgt voor de afwatering uit de naastgelegen woonwijk ‘t Wörmink evenals de afwatering uit het plangebied van de slokops. Volgens de gegevens van de gemeente Raalte blijkt dat de duiker regelmatig (deels) verstopt is en beperkte afvoer heeft. Om te kunnen garanderen dat er voldoende afvoercapaciteit blijft, is het van groot belang om hier regelmatig onderhoud te plegen, met name in de periode dat de bomen hun bladeren verliezen.
(Bovengrondse) Infiltratievoorzieningen: Voor de grindsleuven is het advies om deze regelmatig schoon te maken; De groenstroken en wadi’s dienen gemaaid te worden om voldoende doorstroming te garanderen; De toplaag van de wadi’s dient eens per 5 à 10 jaar gecontroleerd te worden op doorlatendheid en zo nodig vervangen of verbeterd te worden, om de doorlatendheid van de toplaag te kunnen waarborgen; Slokops dienen regelmatig geïnspecteerd te worden op zwerfaval en zand/slib; minimaal 1x per jaar.
17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
31
Projectgerelateerd
A1
Bijlage
A1.1
Veldonderzoek
De volgende tabel geeft de boring locaties weer in het plangebied Velderhof. Nr Beschrijving Coördinaten GLG GHG
Maaiveld
X
Y
[m +NAP]
[m +NAP]
[m +NAP]
5,19
5,79
5,99
5,16
5,86
6,16
5,23
5,93
6,23
5,36
6,06
6,36
5,28
5,88
6,08
5,55
6,25
6,55
5,57
6,37
6,67
5,29
5,79
6,19
5,49
6,14
6,49
5,43
6,13
6,63
5,77
6,42
6,77
5,02
6,12
6,82
-
6,4
6,9
5,72
6,32
6,82
5,71
6,41
6,91
5,62
6,32
6,82
5,4
6,2
6,7
-
-
7,11
-
-
5,92
-
-
6,17
-
-
6,99
-
-
6,65
-
-
-
1
3m -mv boring
219057,9
489108,4
2
3m -mv boring
219107,3
489126,3
3
3m -mv boring
219167,2
489132,1
4
3m -mv boring
219213,3
489130,8
5
3m -mv boring
219042,4
489073,1
6
3m -mv boring
219114,2
489088,5
7
3m -mv boring
219172,6
489095,9
8
3m -mv boring
219053
489041,3
9
3m -mv boring
219091,2
489052,1
10
3m -mv boring
219119,1
489059,5
11
3m -mv boring
219189,1
489066,4
12
3m -mv boring
219060,3
489016,3
13
3m -mv boring
219117,8
489025,3
14
3m -mv boring
219216,4
489056,8
15
3m -mv boring
219155,1
489008,3
16
3m -mv boring
219191,8
489025,7
17
3m -mv boring
219203,2
488994,2
18
3m -mv boring
219085,7
488976,9
1 wadi
4m -mv boring
219041,9
489121,1
2 wadi
4m -mv boring
219175,4
489141,7
3 wadi
4m -mv boring
219125,4
488998,5
4 wadi
4m -mv boring
219188,9
488986,2
k1
Doorlatendheidsmeting
219052,1
489126,7
k2
Doorlatendheidsmeting
219145
489140,7
k3
Doorlatendheidsmeting
219080
488960,7
k4
Doorlatendheidsmeting
219176,2
488982
De volgende tabel geeft de gemeten ijzerwaardes weer in de grond op de wadi-locaties.
17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
32
Projectgerelateerd
A1.2
Peilbuizen DINOloket
In het plangebied staan geen peilbuizen. Er zijn twee peilbuizen die gepositioneerd zijn op zo’n 600 meter van de rand van het plangebied.
Figuur 28. Dichtstbijzijnde peilbuizen bij het plangebied
Ter indicatie van het grondwaterverloop is de onderstaande figuur weergeven. Het gaat hier om peilbuis B27F0235. De gegevens zijn vanaf december 2012 tot en met december 2020 verzameld. De andere peilbuis bevat veel oudere data van de periode 1998 tot en met 1996. De meest recente gegevens resulteren in een GHG van 5,87m +NAP en een GLG 5,35m +NAP. Het maaiveld bevindt zich hier op 7,31m +NAP. De GHG bevindt zich 1,45m onder het maaiveld en de GLG bevindt zich 1,97m onder het maaiveld.
Figuur 29. Grondwaterverloop van peilbuis B27F0235. De bruine horizontale lijn betreft het maaiveld.
17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
33
Projectgerelateerd
A1.3
Gemeten hoogtes
Figuur 30. Ingemeten hoogtes in het plangebied t.o.v. NAP
17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
34
Projectgerelateerd
A1.4
HIOR
Uit het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) van de gemeente Raalte volgen de volgende ontwerpeisen: Grondwater: SPE-ON-006: GHG minimaal -0,70m t.o.v. maaiveld zijn van de speelvoorzieningen. WTR-ON-016: leg ondergrondse infiltratievoorzieningen boven de GHG aan • Houd rekening met de ontwateringsdiepte bij de gemiddelde hoogste waterstand (GHG). Ontwateringsdiepte bij GHG minimaal: o Wegen, parkeerplaatsen, pleinen 0,7m vanaf peil wegverharding o Bebouwing met kruipruimte 0,8m vanaf onderkant vloer o Bebouwing zonder kruipruimte 0,5m vanaf onderkant vloer o Groenvoorzieningen met bomen 0,7m vanaf maaiveld o Groenvoorzieningen zonder bomen 0,5m vanaf maaiveld o Wadi’s (met drainage) 0,5m beneden bodem Hemelwater WTR-DE-001: reserveer 10% van het projectgebied voor water WTR-DE-002: maak capaciteitsberekening voor het vuilwaterstelsel en hemelwaterstelsel conform de Kennisbank Riolering (Stichting Rioned). WTR-DE-003: toets de inrichting aan de ‘toekomstige’ klimaatbui: • T=250 (90 mm/1 uur). • Binnen 4 uur moet de straat begaanbaar zijn. • Hierbij mag het hemelwatersysteem volledig gevuld zijn, inclusief de niet-kwetsbare openbare ruimte (openbaar groen, ontsluitingswegen). Er vindt geen inundatie van de gebouwen en andere kwetsbare functies plaats in of ten gevolge van de ontwikkeling.
• Toets de inrichting aan de ‘toekomstige klimaatbui’ WTR-DE-006: lever vuil- en schoonwater gescheiden aan. WTR-DE-007: zorg ervoor dat infiltratievoorzieningen voldoende hemelwater kunnen verwerken • Infiltratievoorziening van elk perceel (woning) moet een hoeveelheid hemelwater kunnen verwerken dat overeenkomt met 20mm gerekend over het afstromend oppervlak. Opritten mogen afwateren naar de weg WTR-ON-004: laat hemelwater infiltreren nabij de plek waar het valt. • Laat bewoners water bij voorkeur op de kavel infiltreren. • Laat infiltratie van water in de openbare ruimte plaatsvinden via een verlaagde graspassage of een wadi als centrale infiltratievoorziening. • Het gebied moet zo worden ingericht dat er genoeg berging is om een bui van 90 mm in één uur op te vangen. Na vier uur moeten de wegen weer begaanbaar en vrij van water zijn. • Houd er bij infiltreren rekening mee dat de kwaliteit van de grond en het grondwater geschikt is. Controleer of er beperkende voorwaarden zijn op grond van de Wet Bodembescherming. WTR-ON-007: zorg ervoor dat ondergrondse infiltratievoorzieningen toegankelijk zijn voor inspectie en reiniging. WTR-ON-13: maak de inrichting van de wadi functioneel en toegankelijk, voorzien van de juiste afvoer en bodemlagen. • De inrichtingscriteria van de gemeente Raalte zijn: o Bodembreedte: minimaal 2,0m. o Taludbreedte: minimaal 2,0m.
o Helling taluds: 1 : 4 of flauwer, in scherpe bochten met R(onder insteek)<2,0m: 1:6 of flauwer. 17 april 2024
WHP VELDERHOF
BJ5743-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
35
Projectgerelateerd
Breedte vlak gedeelte tot aan insteek wadi: minimaal 1,0m (aangrenzend is sprake van verharding) of 3,0m (aangrenzend is sprake van opgaande elementen/beplanting). o Bodemdiepte: maximaal 0,40m. o Om dichtslempen van de wadi te voorkomen is het effectief oppervlak van de wadibodem minimaal 5% van het afstromend verhard oppervlak. o Waking: minimaal 0,10m t.o.v. van de verharding (laagste straatpeil). Maatvoering conform principedetail PvE-04A. • Houd bij de drainage rekening met de volgende criteria: o Onder wadi’s een drain aanleggen om eventuele hoge grondwaterstanden af te toppen en infiltratie te garanderen. Deze drain dient onder de GLG te worden aangelegd om de kans op verstopping ten gevolge van ijzerafzetting zo veel mogelijk te vermijden. o Materiaal drain: PP minimaal Ø200mm met PP700-omhulling. o Materiaal draindoorspuitputten: PP minimaal Ø400mm, voorzien van doorspuitarmen (minimaal Ø125mm). o Wadi’s dienen een overloopconstructie te hebben naar oppervlaktewater of naar een andere hoofdafvoer. o Bij doorsnijding of onderbreking van de wadi’s worden deze door middel van slokops verbonden. De slokops bestaan uit een inspectieput met zandvang (50cm diep) en een verbindingsbuis van minimaal Ø200mm. o Ledigingstijd wadi: maximaal 24 uur. o Maatvoering conform principedetail.
• Houd bij de bodemlaag rekening met de volgende criteria: o Leeflaag: Leeflaag van 0,30m dik aanbrengen Grondsoort: zwak humeus, leemarm zand Maximaal aanvaardbare gehalten fijne delen en organische stof: • Gehalte lutum (<2 μm): < 3% • Gehalte silt (<63 μm): <10% • Gehalte organische stof: < 5 % De k-waarde van de leeflaag moet minimaal 1,5 m/dag zijn. Dit zal na aanleg aangetoond moeten worden. o Infiltratie laag: De grondlaag onder de toekomstige leeflaag (infiltratielaag) zo nodig “doorspitten en verschralen”. Deze laag moet bestaan uit goed doorlatend, grof zand. De volgende eisen worden aan de textuur gesteld: • M50-cijfer: > 200 μm • D60/D10-cijfer: 1 tot 2,5 • Gehalte lutum (< 2 μm): < 3% • Gehalte silt (< 63 μm): < 5% • Gehalte organische stof: < 3% • Indringingsweerstand: < 1,5 mpa De k-waarde van de infiltratie laag moet minimaal 2,5 m/dag zijn. Dit zal na aanleg aangetoond moeten worden. WTR-RE-002: plaats de overloopkolk van particulier infiltratievoorzieningen op eigen perceel. • Detaillering conform Principe detail PvE-04C • Bij voorkeur aan rand perceelsgrens GWK-VB-003: houd bij ophoging en aanvulling van grond rekening met de criteria van gemeente Raalte. • Bij het toepassen van meer dan 50 m3 zand/grond, dien een melding Besluit Bodemkwaliteit (BBK) in met geldige bewijsmiddelen. o