CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 vervolg archeologisch onderzoek

Raadsvergadering 18 juli 2023, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III (hamerstuk)12.594 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Laagland Archeologie Rapport 942

Inventariserend veldonderzoek proefsleuven

Telgen III, Heeten gemeente Raalte (OV).

oktober 2022 Versie 2 (definitief) In opdracht van: BJZ.nu

7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 942

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV) Auteur: Iris Keurhorst & Hans Oude Rengerink

In opdracht van: BJZ.nu

Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie status rapport: definitief

Controle: Hans Oude Rengerink

Autorisatie: Hans Oude Rengerink

ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo Tel 06 - 49 88 34 03 E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 75251876 © Laagland Archeologie BV, Almelo, oktober 2022

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

v1.4

Samenvatting Laagland Archeologie heeft op 11 tot en met 14 juli 2022 een Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven uitgevoerd aan de Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV). Op het terrein is eerder archeologisch onderzoek uitgevoerd. Uit het bureau- en booronderzoek komt naar voren dat het plangebied in een laagte naast een dekzandrug ligt. Op deze dekzandrug heeft in de Romeinse tijd een omheinde nederzetting gestaan waar sporen van ijzerproductie zijn aangetroffen. Geomorfologisch ligt het plangebied in een beekdaloverstromingsvlakte . De leemrijke beekafzettingen zijn zeer ijzer houdend. Op basis van het vooronderzoek worden er resten van ijzerwinning uit de Romeinse tijd in het plangebied verwacht. Op basis van dit onderzoek is door het bevoegd gezag besloten dat er een aanvullend onderzoek dient plaats te vinden in de vorm van een Inventariserend veldonderzoek proefsleuven Het doel van de archeologische proefsleuvenonderzoek is om vast te stellen of er zich in het onderzoeksgebied archeologische vindplaatsen bevinden. En om eventuele aanwezige vindplaatsen te waarderen. Op basis van de waardering kan de behoudenswaardigheid van de vindplaats worden vastgesteld. Het onderzoek bestond uit een proefsleuvenonderzoek conform het KNA protocol 4003 IVO-P Samengevat zijn tijdens het onderzoek 111 sporen uit de Nieuwe tijd aangetroffen.

Deze sporen bestonden uit kuilen, greppels en paalkuilen. De paalkuilen vormen geen duidelijke structuur en bevinden zich in het hele onderzoeksgebied. De kuilen bestaan voornamelijk uit ondiepe kuilen. Er is één kuil die wordt geïnterpreteerd als een ijzerwinningskuil. Uit deze kuil is pijpaardewerk afkomstig wat deze kuil in de late 18 e tot vroege 19e eeuw dateert. De greppels bestaan uit noord-zuid en een oost-west georiënteerde greppel. De noordzuid georiënteerde greppel kan in de 18e tot begin 20e eeuw worden gedateerd. De oostwest greppel heeft twee gebruiksfasen gehad, dit is ook op de historische kaarten zichtbaar. De eerste fase loopt oost-west, deze is zichtbaar op de kadastrale kaart van 1832. Een tweede fase is zichtbaar op de kaarten vanaf 1900. Deze greppel loopt oostwest waarna hij een scherpe bocht richting het zuiden maakt, deze greppel is op de kaart uit 2008 nog zichtbaar. In de vulling van de greppel zijn deze twee fasen niet te onderscheiden. Het oudste fragment aardewerk uit deze greppel dateert uit de 17 e eeuw, al dateert de rest van het vondstmateriaal uit de 18 e tot begin 20e eeuw. Laaglandarcheologie adviseert om geen vervolgonderzoek uit te voeren en het gebied vrij te geven voor de geplande werkzaamheden. Het advies is overgenomen door de gemeente Raalte, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de heer O. Satijn.

Samenvatting _____________________________________________ 3 1 Inleiding _______________________________________________ 5 1.1 1.2 1.3

2

Voorgaand onderzoek en verwachting ________________________ 8 2.1 2.2 2.3

3

Resultaten voorgaand onderzoek _____________________________________ 8 Archeologische verwachting _________________________________________ 8 Selectiebesluit____________________________________________________ 9

Doel van het onderzoek __________________________________ 10 3.1 3.2

4

Aanleiding onderzoek ______________________________________________ 5 Afbakening onderzoeksgebied _______________________________________ 5 Administratieve gegevens ___________________________________________ 6

Doel van het onderzoek en motivatie _________________________________ 10 Onderzoeksvragen uit het PvE ______________________________________ 10

Methoden _____________________________________________ 11 4.1

Onderzoeksmethodiek ____________________________________________ 11

5 Landschap en bodem _____________________________________ 13 5.1

Geologie en geomorfologie _________________________________________ 13

6 Archeologie ____________________________________________ 16 6.1

Sporen en structuren (zie bijlage 5) __________________________________ 16

6.1.1 6.1.2 6.1.3 6.1.4

Greppels _____________________________________________________ 16 Paalkuilen ____________________________________________________ 22 Kuilen _______________________________________________________ 24 Overige sporen ________________________________________________ 27

6.2

Vondsten_______________________________________________________ 27

6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4

Selectierapport ________________________________________________ 28 Keramiek_____________________________________________________ 28 Bouwkeramiek ________________________________________________ 30 Glas_________________________________________________________ 30

6.3

Synthese _______________________________________________________ 30

7 Onderzoeksvragen en conclusie ____________________________ 33 8 Waardering ____________________________________________ 35 9 Selectieadvies __________________________________________ 39 Literatuur en bronnen ______________________________________ 40 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus _____________________________________ 42 BIJLAGE 2 Archeologische perioden __________________________ 43 BIJLAGE 3 Sporenlijst _____________________________________ 44 BIJLAGE 4 Vondstenlijst ___________________________________ 51 BIJLAGE 5 Opgravingsvlakken; Puttenoverzicht met alle sporen ____ 52 BIJLAGE 6 Profielen en coupe tekeningen ______________________ 71

HOOFDSTUK

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

1I

NLEIDING

1.1 AANLEIDING ONDERZOEK De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande ontwikkeling van bedrijventerrein De Telgen III op een perceel aan de Dorpsstraat - Doorninckspad te Heeten, gemeente Raalte (OV) (afbeelding 1). Op het terrein is in juli 2021 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek- verkennende fase uitgevoerd aan De Telgen III te Heeten. Op basis van dit onderzoek is door het bevoegd gezag besloten dat er een aanvullend onderzoek dient plaats te vinden in de vorm van een Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven. Het doel van het proefsleuvenonderzoek is om vast te stellen of, en zo ja en welke delen van het plangebied behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn. Het doel van de opdrachtgever is te voldoen aan de eisen en randvoorwaarden ten aanzien van het aspect archeologie, die gesteld worden in het bestemmingsplan/de verstrekte omgevingsvergunning. De opdrachtgever heeft geen aanvullende wensen kenbaar gemaakt.

1.2AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED Het plangebied betreft de Telgen III in Heeten, gemeente Raalte (OV). Het terrein is in gebruik als bouwland en heeft een omvang van circa 5,4 ha.

5

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

Afbeelding 1. Contour van het plangebied (dikke rode lijn) en het onderzoeksgebied (blauw gearceerd).

1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Provincie

Overijssel

Gemeente

Raalte

Plaats

Heeten

Toponiem

Telgen III

Kadastrale perceelnummer(s)1 Laagland Archeologie projectnummer Uitvoeringsperiode per deelproces

RTE00-H-7235

Datum conceptrapportage Datum definitief rapport XY-coördinaten

HETE221 1. Voorbereiding: Week 27 2: Veldwerk: Week 28 3: Uitwerking: Week 29-30 4. Deponering: na definitief rapport 27-7-2022 10-10-2022 216021/482490 216430/482584 216425/482470

1

kadastralekaart.com

6

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

216030/482377 Kaartblad

27H

Oppervlakte/lengte plangebied Datering

ca. 5,4 ha

Complextype

bewoning (inclusief verdediging)

Onderzoeksmeldingsnr

5275582100

AMK-terrein

n.v.t.

Vondstmeldingsnr.

n.v.t.

Type onderzoek

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven

Opdrachtgever

BJZ.nu

Neolithicum - Late Middeleeuwen

contactpersoon: S. Slijkhuis Bevoegde overheid

Gemeente Raalte

Goedkeuring bevoegde overheid Adviseur namens bevoegde overheid Beheer documentatie

20-9-2022

Uitvoerder

Projectleider

O. Satijn E-depot voor de Nederlandse Archeologie Archief Laagland archeologie BV Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Overijssel Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo 06 - 49 88 34 03 Hans Oude Rengerink Hans.ouderengerink@laaglandarcheologie.nl

Tabel 1. Objectgegevens.

7

HOOFDSTUK

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

2V

OORGAAND ONDERZOEK

EN VERWACHTING

2.1 RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK Voor het plangebied is in 2021 reeds een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd. Hieronder worden beknopt de resultaten van dit onderzoek beschreven.2 Bodem en geomorfologie Het plangebied ligt in een laagte, grenzend aan een hoge dekzandrug en grote dekzandrug. Geomorfologisch is er spraken van een beekdaloverstromingsvlakte of een dalvormige dekzandlaagte. Bodemkundig is er spraken van een beekeerdgrond. In historische tijden liep er een beekje langs het plangebied. Uit het booronderzoek blijkt dat de bodemopbouw bestaat uit een opgeworpen zandpakket met daaronder een kleiige beekafzetting die zeer ijzerhoudend. Daaronder ligt het dekzand. Archeologie Uit archeologisch onderzoek in de omgeving is bekent dat op de aangrenzende hoge dekzandrug een omheinde Romeinse nederzetting heeft gelegen. Deze vindplaats is aangemerkt als een AMK-terrein en is deels opgegraven. IJzer winning en productie is een zeer belangrijke factor geweest voor deze bewoners. Hiervan getuigen vondsten van duizende kilo’s aan ijzerslakken. Ook in latere perioden is de hoge dekzandrug bewoond geweest. Grenzend aan het plangebied bevinden zich delen die vanaf de Vroege Middeleeuwen ontgonnen zijn.

2.2ARCHEOLOGISCHE VERWACHTING Op basis van het voorgaande onderzoek is er in het PvE een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Datering Sporen van ijzerproductie in de directe omgeving van het plangebied worden gedateerd vanaf de Laat-Romeinse tijd. Mogelijk aanwezige ijzerwinningssporen kunnen vanaf deze periode dateren. Complextype Gezien de drassige omstandigheden in het plangebied worden hier geen bewoningsresten verwacht. Wel kunnen er off site resten in het plangebied worden verwacht. Het gaat hier om resten van Romeinse ijzer winning en productie. Omvang

2

Op basis van: Brouwer 2021.

8

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

De sporen kunnen zich binnen het hele plangebied bevinden en daarbuiten uitstrekken. Diepteligging Op basis van het verkennend booronderzoek kunnen de archeologische resten zich bevinden op ca. 60 – 80 cm -mv. Gaafheid en conservering De gaafheid van eventuele vindplaatsen kan variëren als gevolg van de wisselende diepten van eventuele bodemverstoringen. In geval van vindplaatsen uit de late prehistorie ligt de archeologische waarde in de mate waarin grondsporen nog grotendeels intact zijn en in het horizontale vlak nog samenhang vertonen. Meestal is alleen in oude, opgevulde laagten en in diepe sporen zoals waterputten vanwege de natte condities sprake van redelijke conservatieomstandigheden. Mogelijk zijn in het onderzoeksgebied nog waterputten of –kuilen aanwezig, al dan niet met houten putconstructies (kistwerk, vlechtwerk of holle boomstammen). Locatie Een vindplaats kan zich binnen het gehele plangebied bevinden of zich daar buiten nog uitstrekken. Uiterlijke kenmerken Sporen van ijzerwinning bestaan voornamelijk uit kuilen waaruit ijzeroer is gegraven. Daarnaast kunnen incidentele paalsporen en ontwateringsgreppels worden verwacht in het plangebied. Mogelijke verstoringen Vanwege de hoge verwachting van werd aanbevolen nader archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren door middel van een Inventariserend veldonderzoek proefsleuven.

2.3 SELECTIEBESLUIT Op basis van dit onderzoek heeft het bevoegd gezag besloten dat het et uitvoeren van nader archeologisch onderzoek in de vorm van een karterend proefsleuvenonderzoek is noodzakelijk (IVO-P). Het feit dat dit deel van het plangebied als een gebied met een lage archeologische verwachting is opgenomen op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart is geen reden om het plangebied vrij te geven. Het uitgevoerde onderzoek geeft juist aan dat de nu geldende lage archeologische verwachting moet worden aangepast naar een hoge archeologische verwachting specifiek voor off-site resten samenhangend met de, bij eerder uitgevoerde onderzoeken aangetroffen, omheinde nederzetting uit de Romeinse tijd.3

3

A. Vissinga regio-archeoloog. Selectiebesluit van 5 augustus 2021.

9

HOOFDSTUK

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

3D

OEL VAN HET ONDERZOEK

3.1 DOEL VAN HET ONDERZOEK EN MOTIVATIE Het doel van de archeologische proefsleuvenonderzoek is om vast te stellen of er zich in het onderzoeksgebied archeologische vindplaatsen bevinden. En om eventuele aanwezige vindplaatsen te waarderen. Op basis van de waardering kan de behoudenswaardigheid van de vindplaats worden vastgesteld.

3.2 ONDERZOEKSVRAGEN UIT HET PVE Conform het Programma van Eisen (PvE; Hendricks & Oude Rengerink, 2022) diende de archeologisch proefsleuvenonderzoek antwoord te geven op de volgende onderzoeksvragen: 1. Zijn er in het onderzoeksgebied vindplaatsen met archeologische sporen en resten aanwezig? 2. Wat is de aard (complextype), omvang en fysieke kwaliteit daarvan? 3. Uit welke periode dateren deze? 4. Waar bevinden deze resten zich (horizontaal en verticaal)? 5. Wat is de bodemkundige opbouw en hoe intact is deze? 6. Wat is de waardestelling middels de KNA-waarderingscriteria? Is de vindplaats behoudenswaardig? 7. Zijn in het plangebied sporen aanwezig van ijzerwinning en hoe dateren deze? 8. Zijn er sporen aanwezig van andere off-site activiteiten in het plangebied en hoe dateren deze?

10

HOOFDSTUK

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

4M

ETHODEN

4.1 ONDERZOEKSMETHODIEK Het onderzoek is uitgevoerd conform het PvE op 11 t/m 14 juli 2022. Er zijn 37 proefsleuven aangelegd volgens het puttenplan uit het PvE (zie Afbeelding 3). De proefputten waren 25 meter lang en 2 meter breed. r. De proefsleuven zijn aangelegd met behulp van een graafmachine met een gladde afwerkbak en conform de KNA-leidraad Veldhandleiding Archeologie en de overige veldwerkspecificaties volgens het vigerende KNA-protocol IVO-P (4003) en de aanvullende eisen van het Programma van Eisen. De sporen zijn ingemeten met behulp van een GPS in het Rijksdriehoekstelsel (RD). Rondom de proefsleuf is om de drie meter de maaiveldhoogte opgemeten en in elke put is om de drie meter de vlakhoogte ingemeten. Van relevante sporen is een selectie handmatig gecoupeerd en gedocumenteerd. Tijdens de ontgraving is intensief gebruik gemaakt van de metaaldetector. Aangetroffen vondsten zijn zoveel mogelijk gekoppeld aan sporen of lagen. Tijdens het veldwerk zijn geen sporen of lagen aangetroffen die geschikt waren voor bemonstering. Het terrein was een oud bouwland waar mais had gestaan, aangezien het braak zou blijven liggen is er gras gezaaid. Op afbeelding 2 is een impressie van de terreinomstandigheden te zien. De grasaren waren tot ongeveer heuphoogte gegroeid.

Afbeelding 2. Impressie van de terreinomstandigheden. 11

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

Afbeelding 3. Puttenplan volgens het PvE.

12

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

5L

ANDSCHAP EN BODEM

5.1 GEOLOGIE EN GEOMORFOLOGIE Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn er in iedere put 2 profielkolommen aangelegd en gedocumenteerd. De profielkolommen worden beschreven conform de ASB. De bodemopbouw is in het hele plangebied gelijk. In het plangebied bestaat de bodemopbouw (zie Afbeelding 4) uit een bouwvoor van donkergrijs en bruin gevlekt sterk siltig, matig fijn, zwak humeus zand met veel ijzervlekken (S2010). Bij een deel van de profielen was er een onderscheid te zien tussen twee lagen in de bouwvoor. Boven de hiervoor beschreven bouwvoor, die in alle profielen voor komt, ligt een donkergrijze bouwvoor. Deze bouwvoor (S2011) bestaat uit donkergrijs sterk siltig, matig fijn, zwak humeus zand met enkele ijzervlekken. Onder de bouwvoor bevind zich de C-horizont in de vorm van een ijzerhoudende beekafzetting (S2050). De beekafzetting bestond uit bruinoranje sterk zandige leem met ijzerconcreties. Deze beekafzetting bevond zich boven op het dekzand. Door het grillig verloop van het dekzand (zie Afbeelding 5) varieert de dikte van de beekafzetting. Het dekzand (S2051) bestaat uit lichtgrijs zwak siltig, matig fijn zand met enkele ijzervlekken. De top van het dekzand had in verschillende profielen een verspoeld uiterlijk. In vier werkputten was de bodemopbouw deels afwijkend van het hierboven beschreven profiel.

In werkput 4 bevond zich onder de bouwvoor een menglaag (zie Afbeelding 6) tussen de bouwvoor en het dekzand. In werkputten 21, 21 en 29 bevond er een derde laag in de bouwvoor (zie Afbeelding 7). Deze laag bestond uit donker grijs matig humeus sterk siltig, matig fijn zand met spikkels houtskool.

13

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

Afbeelding 4. Profielfoto van profiel 202 met laagnummer en interpretatie.

Afbeelding 5. Profielfoto van profiel 3702. 14

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

Afbeelding 6. Profielfoto van profiel 401.

Afbeelding 7. Profielfoto van profiel 2101 met daarin een donkergrijze golvende laag als onderste pakket van de bouwvoor. 15

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

6A

RCHEOLOGIE

6.1 SPOREN EN STRUCTUREN (ZIE BIJLAGE 5) Het leesbare sporenvlak is aangelegd op de top van de C-horizont, de hoogte varieerde tussen de 6,80 en 6,21 +meter NAP. In totaal zijn er 112 sporen aangetroffen hiervan zijn zeven sporen een verstoring en één spoornummer is komen te vervallen. In tabel 2 zijn het aantal sporen en hun interpretatie weergegeven.

INTERPRETATIE GREPPEL KUIL NAZAK BOUWVOOR PAALKUIL PLOEGSPOOR VERSTORING RECENT VERSTORING NATUURLIJK

AANTAL 14 54 12 24 1 6 1

Tabel 2. Weergaven aantal sporen en interpretatie.

6.1.1 GREPPELS In totaal zijn er 14 sporen van greppels aangetroffen. Aan de hand van historische kaarten wordt duidelijk dat 7 spoornummers samen één greppel vormen. Sporen 44, 64, 92, 90, 99, 105 en 108 vormen samen één greppel met twee gebruiksfasen (zie Afbeelding 8 en Afbeelding 9). Rekening houdend met meetfouten bij het maken van de historische kaarten komt de ligging van de greppel goed overeen met de kadastrale kaart uit circa 1832 (zie Afbeelding 9). Deze greppel kent twee gebruiksfasen de eerste is zichtbaar op de kadastrale kaart van 1832. Aan het einde van de 19e eeuw word het meest westelijke deel van de greppel gedempt en word de greppel, ter hoogte van proefsleuf 18, naar zuidelijke richting verlegt (zie Afbeelding 8). Deze greppel blijft op de kaarten zichtbaar tot 2006 (zie Afbeelding 10)

16

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

Afbeelding 8. Ligging van de greppel op de historische kaart uit 1900 (bron: topotijdreis.nl).

Afbeelding 9. Ligging van de greppel weergegeven op de kadastrale minut uit circa 1832 (bron: hisgis.nl). 17

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

Afbeelding 10.Ligging van de greppel op de topografische kaart uit 2000 (bron: topotijdreis.nl). Drie van de sporen die samen deze greppel vormen zijn in het profiel gedocumenteerd, de andere sporen zijn alleen in het vlak gedocumenteerd. Spoor 44 en 644 zijn alleen in het vlak gedocumenteerd. Deze sporen hadden een donkergrijs zwarte en bruin gevlekte vulling van sterk siltig, matig fijn, matig humeus zand met lichte ijzervlekken en enkele houtresten. Deze sporen vormen samen met spoor 92 (afkomstig uit put 18) het deel van de greppel dat in de 20e en 21e eeuw openlag. Spoor 92 is in het profiel gedocumenteerd. Het spoor bestaat uit één donkerbruin grijze en bruin gevlekte vulling van sterk siltig, matig fijn, zwak humeus zand met enkele spikkels houtskool en ijzervlekken. De greppel word afgedekt door de bouwvoor en heeft een diepte van 60 cm (zie Afbeelding 11). Uit deze eerste drie sporen van de greppel zijn geen vondsten afkomstig. Het feit dat deze op de topografische kaart van 2006 nog zichtbaar zijn geeft aan dat deze sporen als onderdeel van een (sub)-recente sloot kunnen worden beschouwd, deze sloot werd rond 2006 gedempt maar kent mogelijk meerdere fasen.

4

Afkomstig uit proefsleuf 9 en 14.

18

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

Afbeelding 11. Profielfoto van profiel 1801 met daarin spoor 92. De sporen 90, 99, 105 en 108 vormen samen het deel van de greppel die wel zichtbaar is op de kadastrale kaart uit circa 1832 en niet meer op de topografische kaart uit 1900. Dit deel van de greppel is dan ook waarschijnlijk gedempt voor de 20e eeuw. Hier zijn sporen 90 en 99 in zowel het vlak als het profiel gedocumenteerd en de sporen 105 en 108 alleen in het vlak. Sporen 105 en 108 (afkomstig uit putten 32 en 34) hadden een licht tot donkergrijze en bruin gevlekt van kleur. De vulling bestond uit sterk siltig, matig fijn, zwak tot matig humeus met ijzervlekken. In spoor 105 zijn enkele spikkels rode baksteen aangetroffen. Spoor 90 en 99 zijn in het profiel gedocumenteerd. Spoor 90, afkomstig uit put 23, bestaat uit vier vullingen (zie Afbeelding 12). Vulling 0 bestaat uit sterk siltig, matig fijn, donkergrijs zwart en bruin gevlekt matig humeus zand. Deze vulling is geïnterpreteerd als een dempingslaag van de greppel. Tijdens de aanleg van het vlak is uit deze bovenste vulling een scherf Wezer aardewerk aangetroffen. Vulling 1 bestaat uit sterk zandige bruine leem die veel ijzervlekken bevatte. Deze laag is geïnterpreteerd als een dempingslaag, uit deze laag was een scherf steengoed uit Westerwald afkomstig. Vulling 2 is donkergrijs zwart van kleur en bestaat uit sterk zandige zeer humeuze veen.

In deze vulling waren enkele spoellagen zichtbaar. Deze vulling wordt geïnterpreteerd als een bodemlaag. Vulling 3 was donkerbruin en donker grijs gevlekt en bestond uit sterk zandige leem met ijzer concreties. Het spoor heeft een resterende diepte van 59 cm. Spoor 99, afkomstig uit put 29, bestond uit twee vullingen (zie Afbeelding 13). De bovenste vulling (vulling 0) bestond uit donkerbruin en bruin gevlekt zwak siltig, matig fijn, sterk humeus zand. In de vulling zijn brokjes roodbakkende baksteen, mortel en enkele spikkels houtskool aangetroffen. Uit deze vulling zijn 11 scherven aardewerk en drie scherven glas afkomstig. Het glas betreft een cilindrische wijnfles en het aardewerk bestaat uit industrieelwit aardewerk, roodbakkende bloempotten, roodbakkend bord en enkele scherven roodbakken aardewerk en steengoed waaraan geen vorm kan worden toegeschreven. Vulling 1 is donkergrijs zwart van kleur en bestaat uit zeer zandig en sterk humeus veen. Deze laag is geïnterpreteerd als een bodemlaag. Uit deze vulling zijn drie fragmenten van een Fries roodbakkende kom en een fragment baksteen afkomstig. Het spoor heeft een resterende diepte van ongeveer 60 cm.

19

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

Afbeelding 12. Profielfoto van profiel 2302 met daarin spoor 90 met vulling nummers aangegeven.

Afbeelding 13. Profielfoto van profiel 2091 met daarin spoor 99.

De overige greppels bestaan uit sporen 38, 48, 49, 58, 62 en 102. Van deze sporen kan spoor 58 uit proefsleuf 11 mogelijk worden gekoppeld aan de kadastrale minut en de topografische kaart uit 1900 (zie Afbeelding 8 en Afbeelding 9). Spoor 58 is in het profiel gedocumenteerd en bestaat uit één vullingen (zie Afbeelding 14). De vulling bestaat uit sterk siltig, matig fijn, bruin en grijs gevlekt matig humeus zand met houtresten. Het 20

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

spoor heeft een resterende diepte van ongeveer 30 cm. In het spoor zijn één scherf fayence aardewerk en een fragment baksteen aangetroffen.

Afbeelding 14. Profielfoto van profiel 1103 met daarin spoor 58. De overige greppel sporen kunnen niet gekoppeld worden aan een greppel op één van de historische kaarten. Spoor 38, afkomstig uit proefsleuf 5, bestaat uit donkergrijs en bruin gevlekt sterk siltig, matig fijn, zand met ijzervlekken. De greppel heeft een zeer onregelmatige vorm en heeft een resterende diepte van 18 cm. Uit dit spoor zijn geen vondsten uit afkomstig. Sporen 48 en, afkomstig uit put 9, zijn twee naar elkaar toe lopende sporen (zie Afbeelding 15). Spoor 48 bestaat uit donkergrijs zwart en bruin gevlekt sterk siltig, matig fijn, matig humeus zand met houtresten. Qua vulling lijkt dit spoor op spoor 44. Spoor 49 bestaat uit sterk siltig, matig fijn, donker grijs en bruin gevlekt zand met veel ijzervlekken. Uit geen van deze sporen is vondstmateriaal afkomstig. Spoor 62 is afkomstig uit put 13 en bestaat uit één vulling van geel en lichtbruin gevlekt zwak siltig, matig fijn, zand. Het betreft hier een klein rechthoekig greppeltje. Spoor 102 is afkomstig uit proefsleuf 31 en bestaat uit lichtgrijs en bruin gevlekt zwak siltig, matig fijn, zand met ijzervlekken.

21

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

Afbeelding 15. Vlakfoto van proefsleuf 9 met spoor 48 (boven) en spoor 49 (onder).

6.1.2 PAALKUILEN In totaal zijn er 24 paalkuilen aangetroffen tijdens het onderzoek, deze paalsporen zijn niet aan een structuur te herkennen. De helft van de paalsporen zijn aangetroffen in de 5 meest oostelijke proefsleuven. De andere paalsporen zijn verdeeld over de overige proefsleuven. Uit geen enkel paalspoor is vondstmateriaal afkomstig. De kleur van de paalsporen varieert van grijs tot donkerbruin zwart. De vulling bestaat uit zwak tot sterk siltig, matig fijn, zwak humeus zand. Van veel van de paalsporen was enkel het onderste deel nog over zoals te zien is in Afbeelding 17 en Afbeelding 18.

Afbeelding 16. Vlakfoto van werkput 19 met daarin spoor 72.

22

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

Afbeelding 17. Coupefoto van spoor 9.

Afbeelding 18. Coupefoto van spoor 23.

23

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

6.1.3 KUILEN Tijdens het onderzoek zijn er 54 kuilen aangetroffen. Veel van de kuilen betreffen de onderzijde van relatief ondiepe kuilen zoals te zien is in Afbeelding 19. Veel van deze kuilen zijn opgevuld met donkergrijs tot donkergrijs bruin (grijs tot donkerbruin gevlekt) zwak siltig zand, niet tot matig humeus met soms spikkels houtskool of ijzeroerbrokjes. Spoor 2 en 27 bevatte spikkels van rode baksteen en spoor 25 bevatte verbrande leem brokjes. De diepte varieert tussen enkele cm tot ongeveer 20 cm. Er moet wel opgemerkt worden dat er in het vlak oorspronkelijk meer kuilen zijn herkend maar dat deze na couperen een natuurlijke laagte bleken te zijn, die is opgevuld met de bouwvoor. Aangezien het een proefsleuvenonderzoek betreft en niet alle sporen zijn gecoupeerd is het aannemelijk dat onder de kuilen nog enkele van deze natuurlijke vlekken bevinden. De kuilen die afwijken van deze algemene beschrijving of waar vondstmateriaal uit afkomstig is zullen hieronder worden besproken.

Afbeelding 19. Coupefoto van spoor 109. Spoor 3 betreft een diepere kuil, met een resterende diepte van 31 cm. Spoor 3 bestaat uit donkergrijs zwak siltig, matig fijn, zand met enkele spikkels houtskool. In spoor 3 is een fragment van een bolle wijnfles aangetroffen die het spoor in de Nieuwe tijd dateert. Spoor 45 betreft een spoor met een resterende diepte van ongeveer 30 cm. De kuil bestaat uit twee vullingen (zie Afbeelding 20). Vulling 0 bestaat uit donkergrijs zwart sterk siltig, matig fijn, matig humeus zand. Vulling 1 bestaat uit sterk zandige bruine leem met ijzer concreties. Uit dit spoor zijn geen vondsten afkomstig. Spoor 67 is een rechthoekige kuil en heeft een resterende diepte van circa 24 cm en bestaat uit één vulling (zie Afbeelding 21). De vulling bestaat uit sterk siltig, matig fijn, donkergrijs bruin en lichtbruin gevlekt zand met veel ijzervlekken. Het betreft een grote rechthoekige kuil die wordt omringt door een pakket ijzeroer. In het veld is deze kuil geïnterpreteerd als een mogelijke ijzerwinningskuil. Uit deze kuil is een fragment van een tabakspijp afkomstig welke deze kuil in de Nieuwe tijd kan dateren.

24

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

Afbeelding 20. Coupefoto van spoor 45.

Afbeelding 21. Coupefoto van spoor 67. Spoor 77 betreft een kuil met twee vullingen en heeft een resterende diepte van circa 20 cm. Vulling 0 bestaat uit donkerbruin grijs en oranjebruin gevlekt zwak siltig, matig fijn, matig humeus met enkele ijzervlekken. Vulling 1 bestaat uit oranjebruin zwak siltig, matig fijn, zand met veel ijzervlekken. Uit dit spoor zijn geen vondsten afkomstig. Spoor 80 bestaat uit twee vullingen en heeft een resterende diepte van 13 cm. Vulling 0 bestaat uit donkerbruin grijs en oranje gevlekt zwak siltig, matigfijn, zwak humeus zand met ijzer concreties. Vulling 1 bestaat uit lichtgrijs bruin en donker grijs gevlekt zwak

25

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

siltig, matig fijn, zand. Deze vulling van het spoor is opgevuld met gereduceerd dekzand. Uit het spoor zijn geen vondsten afkomstig. Spoor 88 bestaat uit twee vullingen en heeft een resterende diepte van 16 cm (zie Afbeelding 22). Vulling 0 bestaat uit sterk siltig, matig fijn, matig humeus grijs zand. Vulling 1 bestaat uit sterk zandige bruine leem met veel ijzervlekken. Uit dit spoor zijn geen vondsten afkomstig. Spoor 107 bestaat uit twee vullingen en heeft een resterende diepte van ongeveer 65 cm (zie Afbeelding 23). Vulling 0 bestaat uit sterk zandige bruine leem. Vulling 1 bestaat uit zwak siltig, matig fijn, geel en donkergrijs gevlekt zand met humus brokken en enkele spoellagen.

Afbeelding 22. Coupefoto van spoor 88.

26

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

Afbeelding 23. Profielfoto 2301 met daarin spoor 107.

6.1.4 OVERIGE SPOREN Naast de hierboven beschreven sporen zijn er tijdens het onderzoek nog enkele andere sporen aangetroffen. In werkput 17 is één ploegspoor aangetroffen die is opgevuld met donkergrijs bruin en donkerbruin gevlekt sterk siltig, matig fijn, zwak humeus zand met enkele spikkels houtskool. Daarnaast zijn er 12 sporen aangetroffen die in het vlak als kuil werden aangemerkt. Deze sporen waren vrij ondiep en grillig het betreft hier micro reliëf dat is opgevuld met de bouwvoor. Deze sporen zijn geïnterpreteerd als een nazak van de bouwvoor. Verder waren er nog zes recente en één natuurlijke verstoring aangetroffen.

6.2 VONDSTEN Tijdens het onderzoek zijn er in totaal 32 fragmenten keramiek, glas en bouwkeramiek geborgen (zie Tabel 3). Hieronder zullen deze vondsten per vondstcategorie worden besproken. Materiaal

Aantal

Keramiek Bouwkeramiek

24 4

Glas 4 Tabel 3. Overzicht vondsten per vondstcategorie. 27

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

6.2.1 SELECTIERAPPORT Alle aangetroffen vondsten worden voorgesteld ter deponering.

6.2.2 KERAMIEK De grootste vondstcategorie bestaat uit het gebruiksaardewerk en pijpaardewerk. In totaal zijn er 24 fragmenten uit deze categorie geborgen (zie tabel 4). Het gebruiksaardewerk is gedetermineerd aan de hand van het Deventersysteem. 5 In dit systeem wordt allereerst onderscheid gemaakt tussen de verschillende bakseltypen. Nadere specificatie maakt het Deventersysteem onderscheid tussen verschillende gebruiksvormen, welke een type nummer toegewezen krijgen. Door de fragmentatie van het materiaal konden aan slechts twee objecten een volledig Deventersysteem type worden toegekend. Om alle fragmenten te kwantificeren zijn alle fragmenten geteld en benoemd op basis van soort fragment. Daarbij kan het gaan om een rand, wand, bodem of overige fragment. Als nadere kwantificatiemethode is er gekozen voor het MAE (Minimaal Aantal Exemplaren). Hierbij worden meerdere scherven die tot eenzelfde object kunnen behoren, als één gerekend. Alleen scherven die aan elkaar passen en scherven van hetzelfde baksel worden als één gerekend. Het voordeel van deze methode is dat een vertekening door de fragmentatiegraad deels kan worden gecorrigeerd.6

Aardewerksoort

fragm.

MAE

% fragm.

% exempl.

Roodbakkend

13

8

54,2%

47,1%

Weser

1

1

4,2%

5,9%

Steengoed geglazuurd

5

4

20,8%

23,5%

Faience

1

1

4,2%

5,9%

Industrieel wit

3

2

12,5%

11,8%

Kleipijp

1

1

4,2%

5,9%

Totaal

24

17

100%

100%

Tabel 4. Overzicht keramiekvondsten aardewerksoort, aantal fragmenten en minimum aantal exemplaren. Roodbakkend aardewerk Het roodbakkend aardewerk is met 13 scherven en minimaat 8 objecten de grootste vondstcategorie. Van de minimaal 8 objecten konen er aan vijf een vorm worden toegeschreven. Het gaat hier om twee bloempotten waarvan één een conische bloempot met één gat in de bodem. Deze bloempot kan gedateerd worden tussen 1700-1800. De tweede bloempot betreft een wand en bodemfragment met decoratieve ribbels aan de buiten zijde, deze kan niet nauwkeuriger dan tussen 1600 en 1900 worden gedateerd. Naast de bloempotten komen er drie objecten uit Friesland. Kenmerkend voor roodbakkend aardewerk uit Friesland is de baksteenrode breuk, het korrelige baksel en de zwarte puntjes die in het baksel zitten.7 Het Fries roodbakkend aardewerk werd van 1700 tot 1925 geproduceerd. Het Fries roodbakkend aardewerk uit dit onderzoek bestond uit een bord en een mogelijke grape die niet nauwkeuriger dan de baksel datering van 1700 tot 1925 konden worden gedateerd. Het laatste Fries roodbakkende voorwerp was een waskom van het Deventersysteemtype r-kom-1. Op de rand van deze kom was zowel Bitter, Ostkamp & Jaspers, 2018. Dijkstra et al. 2020, 25. 7 Bartels 1999, 138. 5 6

28

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

inwendig als uitwendig met loodglazuur bedekt. De kom was met slib versiering gedecoreerd. Op de rand waren de typische meanders zichtbaar die op veel waskommen van Fries aardewerk worden aangebracht. Het overige roodbakkende aardewerk betreft een drietal wandscherven van minimaal drie voorwerpen. Deze scherven kunnen niet nader worden gedetermineerd. Alle drie de wandscherven dateren uit de Nieuwe tijd. Weser-aardewerk Er is één scherf weser-aardewerk aangetroffen tijdens het proefsleuvenonderzoek. Het betreft een bodemfragment van een bord. Weser-waar werd in de late 16e en de eerste decennia van de 17e eeuw in twee regio’s langs de Weser geproduceerd. Door gebrek aan goed gedocumenteerd productie afval is het verschil tussen deze twee regio’s moeilijk aan te wijzen.8 De scherf Weser-aardewerk heeft een witgele breuk en is redelijk hard gebakken. De spiegel is gedecoreerd met slib, loodglazuur, koperoxideglazuur en rode engobe stippen, strepen en cirkels. Dit is karakteristiek voor Weser-aardewerk. Op borden en andere openvormen bestond de versiering vaak uit concentrische cirkels. De ruimte tussen de cirkels werd opgevuld met stippen, bibbers en lijnen.9 Steengoed Het steengoed bestaat uit vijf fragmenten van minimaal vier objecten. Drie scherven maken samen twee mineraalwaterflessen.

Vanaf het midden van de 17 e eeuw komen deze soort flessen steeds vaker voor in de archeologische contexten.10 Beide mineraalwaterflessen waren gedraaid en het merkteken was niet zichtbaar. Ook kon het type niet worden achterhaald. Deze flessen kunnen tussen 1650 en 1900 dateren. Naast de twee flessen zijn er twee wandfragmenten Westerwald steengoed aangetroffen. Dit steengoed heeft een karakteristieke heldergrijze scherf met blauwe kobaltverf.11 De scherf heeft een ingesneden lijn onder de aanzet naar de hals toe. De opkomst van het snijwerk bij steengoed komt in 1750 op. Dit steengoed kan dan ook in de periode 17501950 worden gedateerd. Het laatste fragment steengoed betreft een bodemfragment met sterke draairingen en uitwendig zoutglazuur. In het glazuur zaten allemaal zwarte en donker bruine puntjes. Dit komt vaak voor bij steengoed uit het Münsterland. Faience Het faience dat is aangetroffen tijdens het onderzoek betreft een fragment van een bord met een vierkante standring. Het oppervlak is vrij verweerd waardoor de schildering niet duidelijk is. De schildering bestaat uit dikke lijnen en het glazuur heeft een blauwe waas.

Deze lichtblauwe waas en een schildering die is aangebracht met een dik perceel zijn kenmerkend voor productieplaten uit het IJssel dal.12 Een exacte productieplaats kan niet worden toegewezen aan dit bord, maar het is niet ondenkbaar dat dit bord in Deventer is geproduceerd. Het bord kan gedateerd worden tussen 1700 en 1900. Industrieelwit aardewerk Het industrieelwit aardewerk bestaat uit drie fragmenten van minimaal twee objecten. Het eerste object betreft een klein wandfragmentje zonder verdere daterende eigenschappen. Het tweede object is een geplooide kom van het type iw-kom-6. Deze kom heeft een gladde buitenzijde en inwendig plooien. De kom iw-kom-6 kan tussen 1850 en 1900 gedateerd worden. Pijpaardewerk

8

Bartels 1999, 174. Bartels 1999, 175. 10 Bartels 1999, 71. 11 Clevis & Kottman, 24. 12 Bartels 1999, 213. 9

29

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

Tijdens het onderzoek is er één pijpenkopje aangetroffen. Het betreft een ovale kop met een hielmerk van MK gekroond en een bijmerk van het wapen van Gouda met een S. Op basis van de ketelvorm dateert deze kleipijp niet van voor 1750.13 Het merkteken bleef tot 1865 in gebruik.14 Op basis hiervan kan het pijpaardewerk tussen 1750 en 1865 worden gedateerd.

6.2.3 BOUWKERAMIEK Het bouwkeramiek bestaat uit drie fragmenten baksteen en een tegel. De tegel betreft een majolica tegel met een dikte van 8 mm. Op basis van de dikte van een tegel kan een tegel gedateerd worden. Hoe jonger de tegel is des te dunner deze over het algemeen is. Een tegel met een dikte van 8 mm kan gedateerd worden tussen 1700 en 1900. De fragmenten baksteen betreft twee kleine fragmenten waarvan één een iets wat ongelijk oppervlak heeft. Het derde fragment betreft een baksteen met een dikte van 3,4 cm. Lengte en breedte konden niet worden vastgesteld. Alle bakstenen dateren uit de Nieuwe tijd midden en laat.

6.2.4 GLAS Het glas bestaat uit vier fragmenten van minimaal twee voorwerpen. Het betreft één fragment van een bolle wijnfles. Het gebruik van bolle wijnflessen werd rond het derde kwart van de 17e eeuw populair. De flessen werden pas vanaf de 18e eeuw veel gebruikt.15 Tussen 1800 en 1850 worden de bolle wijnflessen vervangen door de cilindrische wijnflessen. Het fragment van de bolle wijnfles is niet voldoende om deze een type toe te kunnen wijzen waardoor de datering van het voorkomen van bolle wijnflessen moet worden aangenomen. Bolle wijnflessen komen al vanaf 1600 voor maar worden pas rond 1675 veel gebruikt en rond 1850 zijn de bolle wijnflessen niet meer in gebruik.16 De overige drie scherven behoren tot een cilindrische wijnfles Deze komen rond 1750 voor het eerst voor en blijven tot 1900/1950 in gebruik.17

6.3 SYNTHESE Op basis van het bureau- en booronderzoek werden er resten van de ijzerwinning uit de Romeinse tijd verwacht. Dit zou dan samengaan met eerder aangetroffen houtskoolmeilers en grote hoeveelheden ijzerslak en een omheinde nederzetting waarin sporen van ijzerproductie zijn aangetroffen. De locatie van dit onderzoek ligt direct ten zuiden van de Nederzetting die in 2003 en 2004 door ADC-archeoprojecten is opgegraven.18 De verwachting was dan ook dat het onderzoeksgebied zou zijn gebruikt voor de winning van ijzeroer. Bij de winning van ijzeroer worden winningskuilen, verzamelplaatsen van ijzeroer, afvoerpaden of karrensporen verwacht. Tijdens het onderzoek zijn verschillende kuilen aangetroffen waarvan maar één kon worden aangewezen als een mogelijke ijzerwinningskuil. Het betrof hier een grote kuil waarin geen ijzeroer aanwezig was, maar waar aan weerskanten oerbanken lagen. Op basis van een pijpenkop die uit de vulling afkomstig was kan deze kuil in de periode 1750-1865 worden gedateerd. Tijdens dit onderzoek zijn geen aanwijzingen van ijzerwinning uit de Romeinse tijd aangetroffen. Wel zijn er verschillende sporen uit de Nieuwe tijd aangetroffen. Duco 1987, 111. Meulen 2003 ,78. 15 Kottman 2010, 61. 16 Kottman 2010, 68-69. 17 Idem. 18 Velden et al., 2007. 13 14

30

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

Tijdens het onderzoek zijn er verschillende ondiepe kuilen aangetroffen waarvan niet duidelijk is waarom deze zijn gegraven. De meeste van deze kuilen waren vrij ondiep en van sommige wordt getwijfeld of het echte kuilen betreft of dat het micro reliëf betreft dat is opgevuld met de bouwvoor. Naast deze kuilen zijn er diverse greppels aangetroffen. Deze greppels zijn in de Nieuwe tijd waarschijnlijk gegraven om het gebied droog te maken en zo geschikt te maken als weiland. Enkele van deze greppels zijn terug te vinden op de historische kaarten, waarvan de oudste zichtbaar zijn op de kadastrale kaart uit circa 1832 (zie Afbeelding 24). Veel van de greppels die zichtbaar zijn op de kadastrale kaart zijn ook zichtbaar op de topografische kaart van 1900 (zie Afbeelding 25). In verschillende proefsleuven zijn delen van één oostwest georiënteerde greppel aangetroffen, deze is op de onderstaande kaarten gereconstrueerd. Deze greppel is zichtbaar op de kadastrale kaart en de topografische kaart uit 1900. Het vondstmateriaal dat afkomstig uit deze greppel dateert op z’n vroegst uit de 17e eeuw, maar dateert overwegend uit de 18e tot begin 20e eeuw. Mogelijk is de greppel voor het eerst uitgegraven in de 17 e eeuw en heeft deze tot deze begin 19e eeuw voor het eerst op de kaart verscheen op de zelfde locatie gelegen.

Een andere verklaring voor dit aardewerk is dat het op een ander manier naar het onderzoeksgebied toe is gekomen en als opspit in de greppel terecht is gekomen. Op de kaart van rond 1900 is te zien dat de westelijke helft van de greppel is dichtgestort en dat de greppel een scherpe bocht richting het zuiden maakt. De oostelijke helft van de greppel blijft in gebruik en is tot 2008 op de topografische kaarten zichtbaar. Daarnaast zijn er enkele noord-zuid georiënteerde sporen van greppels aangetroffen. Deze greppels behoren aan de zelfde greppel toe die zichtbaar is op de kadastrale kaart en blijven op de topografisch kaarten zichtbaar tot 1955. Uit één van deze greppels is een fragment van een majolica tegel afkomstig die gedateerd kan worden tussen de 18 e en begin 20e eeuw.

Afbeelding 24. Ligging van de greppel weergegeven op de kadastrale minut uit circa 1832 (bron: hisgis.nl).

31

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

Afbeelding 25. Ligging van de greppel op de historische kaart uit 1900 (bron: topotijdreis.nl).

Afbeelding 26.Ligging van de greppel op de topografische kaart uit 2000 (bron: topotijdreis.nl). 32

HOOFDSTUK

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

7O

NDERZOEKSVRAGEN EN

CONCLUSIE 1. Zijn er in het onderzoeksgebied vindplaatsen met archeologische sporen en resten aanwezig? Tijdens het onderzoek zijn verschillende losse paalkuilen, kuilen en greppels aangetroffen. Een aantal van de greppels zijn onderdeel van één oost-west georiënteerde greppel. Een aantal andere greppels waren noord-zuid georiënteerd. 2. Wat is de aard (complextype), omvang en fysieke kwaliteit daarvan? De greppels vormen samen een greppelsysteem die er waarschijnlijk voor heeft gediend om het gebied geschikt te maken als weiland. De kuilen bestaan uit voornamelijk ondiepe kuilen waarvan aan sommige word getwijfeld of het daadwerkelijk kuilen zijn of dat er spraken is van micro reliëf dat is opgevuld met zand uit de bouwvoor. Er is slechts één kuil aangetroffen, een diepe vierkante kuil gegraven in een oerbank, die geïnterpreteerd kan worden als een ijzerwinningskuil. Uit deze kuil was een fragment pijpaardewerk afkomstig wat deze kuil dateert in de laatste helft 18e tot eerste helft 19e eeuw. 3. Uit welke periode dateren deze? Alle sporen dateren uit de nieuwe tijd. Het overgrote merendeel van de vondsten kan in de 18e tot begin 20e eeuw worden gedateerd. Slechts één scherf dateert uit de 17 e eeuw, hierdoor is een datering in de 17e eeuw niet uit te sluiten. Een deel van de greppel (bestaande uit meerdere sporen) is tot 2008 in gebruik geweest als sloot. 4.

Waar bevinden deze resten zich (horizontaal en verticaal)? De archeologische resten bevinden zich in de top van de C-horizont. Dit komt neer dat de sporen zich voornamelijk in de beekafzetting bevinden en soms in de top van het dekzand.

33

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

5. Wat is de bodemkundige opbouw en hoe intact is deze? De bodemopbouw bestaat uit een golvend afgezet dekzandpakket waarboven beekafzettingen zijn afgezet. De beekafzetting is zeer ijzerrijk en vult de laagtes in het dekzand op. Hierdoor varieert de dikte van de beekafzettingen. Hier bovenop is een bouwvoor ontstaan die uit verschillende lagen bestaat. In sommige profielen was een duidelijke menglaag zichtbaar tussen de bouwvoor en de beekafzettingen. 6. Wat is de waardestelling middels de KNA-waarderingscriteria? Is de vindplaats behoudenswaardig? Gezien het grote aantal sporen kan er hier gesproken worden over een vindplaats daterend uit de Nieuwe tijd. De vindplaats bestaat uit een greppelsysteem die mogelijk dateert uit de (17e)18e-20e eeuw. Een deel van het greppel systeem was tot nog 2008 in gebruik. Daarnaast zijn er verschillende kuilen en paalkuilen zonder duidelijke samenhang die dateren uit de Nieuwe tijd. Op basis van de KNA-waardering criteria is de vindplaats niet behoudenswaardig. 7. Zijn in het plangebied sporen aanwezig van ijzerwinning en hoe dateren deze? Er is één kuil aangetroffen die mogelijk gebruikt is voor de winning van ijzeroer. Het betreft hier een grote vierkante kuil die door een oerbank is gegraven. Op basis van pijpaardewerk kan deze kuil in de tweede helft 18 e tot eerste helft 19e eeuw worden gedateerd. 8.

Zijn er sporen aanwezig van andere off-site activiteiten in het plangebied en hoe dateren deze? Er zijn verschillende kuilen, paalkuilen en greppels aangetroffen uit de Nieuwetijd.

34

HOOFDSTUK

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

8W

AARDERING

De doelstelling van het onderhavige onderzoek is te komen tot een waardering van een eventueel aanwezige archeologische vindplaats. Op basis van het voorkomen van archeologische sporen is sprake van een archeologische vindplaats. Deze vindplaats wordt gewaardeerd op basis van de waarderingscriteria volgens de KNA 4.1.19 Per onderdeel vindt een toewijzing van punten plaats en aan de hand van het totaal aantal punten wordt bepaald of de vindplaats als behoudenswaardig aangemerkt dient te worden. Bij een lage, gemiddelde en een hoge waarde worden respectievelijk 1, 2 en 3 punten toegekend. Een behoudenswaardige vindplaats heeft volgens de KNA-waarderingscriteria voor de fysieke kwaliteit een score van 4 punten en op inhoudelijke kwaliteit een score van 8 punten. Met een score van 12 punten geldt de aangetroffen archeologische vindplaats als behoudenswaardig. Gaafheid De aanwezige vindplaats is op slecht een enkele recente en natuurlijke verstoring na niet verstoord. Het plangebied is in de recente tijd in gebruik geweest als bouwland waardoor de sporen nauwelijks zijn aangetast. De gaafheid kan als midden hoog worden beschouwd. Conservering Er zijn geen artefacten aangetroffen van metaal of organische materialen. Gezien de relatief droge en zure zandgrond is de kans op het aantreffen van deze artefacten zeer klein.

Om deze reden scoort de vindplaats laag ten aanzien van de conservering. Zeldzaamheid De vindplaats betreft een type sporen uit de dat ook in de omgeving regelmatig is aangetroffen. Deze zijn bij het meerdere onderzoeken in de directe en wat wijdere omgeving geen zeldzaamheid en ze zullen zeker als sporen van agrarische activiteiten worden beoordeeld. De sporen worden als niet zeldzaam beschouwd. De zeldzaamheid is daarom laag. Informatiewaarde Tijdens het onderzoek zijn verschillende kuilen en paalkuilen zonder een duidelijk verband uit de Nieuwe tijd aangetroffen. Daarnaast zijn er enkele greppels uit de Nieuwe tijd en 21ste eeuw aangetroffen. De informatie van deze sporen wordt als laag beschouwd. Ensemblewaarde In de context van de ruimere omgeving vormen deze sporen geen eenheid met bekende archeologische en historisch resten in de omgeving. De ensemblewaarde wordt daarom als laag aangemerkt. Representativiteit De vindplaats, of beter gezegd de aangetroffen sporen komen veelvuldig voor in het buitengebied. Het is niet ongewoon om onverklaarbare kuilen uit de Nieuwe tijd in het buitengebied aan te treffen. Ook komen greppels in opgravingen in het buitengebied veelvuldig voor. De representativiteit is daarom hoog.

19

KNA 4.1. Bijlag IV Waarderen van vindplaatsen

35

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

Conclusie waardering Op het aspect fysieke kwaliteit heeft de vindplaats 4 punten en op de inhoudelijke kwaliteit 6 punten. Voor beide criteria is de waarderingsscore onvoldoende om als een behoudenswaardige vindplaats aangemerkt te worden.

36

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

KNA 4.1 Waarderingstabel met scores Kwaliteite n

Waardering s-criteria

Operationele parameters

score

Beleefde kwaliteit

Zichtbaarheid (herkenbaarh eid en schoonheid)

Wordt niet gescoord

-

Herinneringswaarde

Wordt niet gescoord

-

Fysieke kwaliteit

Gaafheid

Conservering Inhoudelijk e kwaliteit

Zeldzaamheid

Informatiewaarde

Ensemblewaarde

•

Aanwezigheid sporen;

•

Gaafheid sporen;

•

Ruimtelijke gaafheid;

•

Stratigrafie intact;

•

Mobilia in situ;

•

Ruimtelijke relatie tussen mobilia onderling;

•

Ruimtelijke relatie tussen mobilia en sporen;

•

Aanwezigheid antropogeen biochemisch residu;

•

Stabiliteit van de natuurlijke omgeving.

•

Conservering artefacten (metaal/overig);

•

Conservering organisch materiaal.

•

Het aantal vergelijkbare vindplaatsen (complextypen) van goede fysieke kwaliteit uit dezelfde periode, binnen dezelfde archeoregio, waarvan de aanwezigheid is vastgesteld;

•

Idem, op basis van een recente en specifieke verwachtingskaart.

•

Opgraving/onderzoek van vergelijkbare vindplaatsen binnen dezelfde archeoregio (minder/meer dan 5 jaar geleden; volledig/partieel);

•

Recent en systematisch onderzoek van de betreffende archeoregio;

•

Recent en systematisch onderzoek van de betreffende archeologische periode;

•

Passend binnen vastgesteld onderzoeksprogramma van universitair instituut of Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

•

Synchrone context (voorkomen van vindplaatsenuit dezelfde periode binnen de microregio);

•

Diachrone context (voorkomen van vindplaatsenuit op een volgende perioden binnen de microregio);

•

Landschappelijke context;

•

Landschappelijke context (fysisch en historisch);geografische gaafheid van het contemporaine landschap);

•

Aanwezigheid van contemporaine organische sedimenten in de directe omgeving.

2

1 1

1

1

37

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

Representativ iteit

•

Kenmerkendheid voor een bepaald gebied en/of periode;-

•

Het aantal vergelijkbare vindplaatsen van goede fysieke kwaliteit uit dezelfde periode binnen dezelfde archeoregio waarvan de aanwezigheid is vastgesteld en waarvan behoud is gegarandeerd;

•

Idem, op basis van een recente en specifieke verwachtingskaart.

3

38

HOOFDSTUK

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

9S

ELECTIEADVIES

Tijdens het onderzoek zijn verschillende off-site sporen aangetroffen uit de Nieuwe tijd. Aan de hand van de KNA-waarderingscriteria betreft dit geen behoudenswaardige vindplaats. Laaglandarcheologie adviseert om geen vervolgonderzoek uit te voeren en het gebied vrij te geven voor de geplande werkzaamheden. Het advies is overgenomen door de gemeente Raalte, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de heer O. Satijn.

39

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

Literatuur en bronnen

Bartels, M., 1999. Steden in Scherven. Vondsten uit beerputten in Deventer, Dordrecht, Nijmgen en Tiel (1250-1900), Amersfoort. Bitter, P. S. Ostkamp & N.L. Jaspers, 2018. Classificatiesysteem voor (post-)middeleeuws aardewerk en glas - Het Deventer Systeem (sinds 1989), Deel 1: Keramiek. Digitale opzoekschema’s, Versie 2018-03. ADC ArcheoProjekten. Brouwer, E., 2021. Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende fase De Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV), Almelo (Laagland Archeologie rapport 694). Clevis, H. & J. Kottman, 1989. Weggegooid en teruggevonden aardewerk en glas uit Deventer vondstcomplexen 1375-1750, Deventer. Dijkstra, M., Y. de Rue, M. van Veen & A. van der Venne, 2020. KNA-Leidraden Anorganisch materiaal Leidraad 5 Aardewerk uit de Middeleeuwen, Nieuw en Nieuwste tijd (ca. 450 – heden), Amersfoort. Duco, D.H., 1987. De Nederlandse kleipeip handboek voor dateren en determineren, Leiden. Kottman, J., 2010. Soo langh daer in is de geschiedenis van de vroegmoderne wijnfles in onze streken, in Vormen uit het vuur 209/210, Amsterdam. Meulen, van der J., 2003. Goudse pijpenmakers en hun merken, Gouda. Velde, van der H.M. (red), 2007.

Germanen, Franken en Saksen in Salland Archeologisch en landschappelijk onderzoek naar de geschiedenis van het landschap en nederzettingsresten uit de Romeinse tijd en Vroege Middeleeuwen in centraal Salland, Amersfoort (ADC monografie 1 rapport 675). SIKB, 2016. Inventariserend Veldonderzoek (Landbodems) (Field Survey IVO (soil) Protocol 4003. SIKB 2016. Gouda. www.hisgis.nl KNA 4.1. Bijlage IV Waarderen van vindplaatsen http://www.sikb.nl/doc/KNA33/definitief/Deel%20II%20bijlage%20IV%20Waarderen%20 van%20vindplaatsen%20versie%203.3.pdf Gebruikte kaarten Topografische kaart, schaal 1:10.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 25-07-2022. Kadastrale minut circa 1832. Bron: www.hisgis.nl. Geraadpleegd op 25-07-2022. Historische topografische kaart 1900. Bron: www.topotijdreis.nl. Geraadpleegd op 25-072022. Historische topografische kaart 2000. Bron: www.topotijdreis.nl. geraadpleegd op 25-072022.

40

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV)

Lijst met afbeeldingen Afbeelding 1. Contour van het plangebied (dikke rode lijn) en het onderzoeksgebied (blauw gearceerd). __________________________________________________________________ 6 Afbeelding 2. Impressie van de terreinomstandigheden. ________________________________ 11 Afbeelding 3. Puttenplan volgens het PvE. ___________________________________________ 12 Afbeelding 4. Profielfoto van profiel 202 met laagnummer en interpretatie.__________________ 14 Afbeelding 5. Profielfoto van profiel 3702. ___________________________________________ 14 Afbeelding 6. Profielfoto van profiel 401. ____________________________________________ 15 Afbeelding 7. Profielfoto van profiel 2101 met daarin een donkergrijze golvende laag als onderste pakket van de bouwvoor. ______________________________________________________ 15 Afbeelding 8. Ligging van de greppel op de historische kaart uit 1900 (bron: topotijdreis.nl). ___ 17 Afbeelding 9. Ligging van de greppel weergegeven op de kadastrale minut uit circa 1832 (bron: hisgis.nl). __________________________________________________________________ 17 Afbeelding 10.Ligging van de greppel op de topografische kaart uit 2000 (bron: topotijdreis.nl). _ 18 Afbeelding 11. Profielfoto van profiel 1801 met daarin spoor 92. __________________________ 19 Afbeelding 12.

Profielfoto van profiel 2302 met daarin spoor 90 met vulling nummers aangegeven.20 Afbeelding 13. Profielfoto van profiel 2091 met daarin spoor 99. __________________________ 20 Afbeelding 14. Profielfoto van profiel 1103 met daarin spoor 58. __________________________ 21 Afbeelding 15. Vlakfoto van proefsleuf 9 met spoor 48 (boven) en spoor 49 (onder). __________ 22 Afbeelding 16. Vlakfoto van werkput 19 met daarin spoor 72. ____________________________ 22 Afbeelding 17. Coupefoto van spoor 9. ______________________________________________ 23 Afbeelding 18. Coupefoto van spoor 23. _____________________________________________ 23 Afbeelding 19. Coupefoto van spoor 109. ____________________________________________ 24 Afbeelding 20. Coupefoto van spoor 45. _____________________________________________ 25 Afbeelding 21. Coupefoto van spoor 67. _____________________________________________ 25 Afbeelding 22. Coupefoto van spoor 88. _____________________________________________ 26 Afbeelding 23. Profielfoto 2301 met daarin spoor 107. __________________________________ 27 Afbeelding 24. Ligging van de greppel weergegeven op de kadastrale minut uit circa 1832 (bron: hisgis.nl). __________________________________________________________________ 31 Afbeelding 25. Ligging van de greppel op de historische kaart uit 1900 (bron: topotijdreis.nl).

__ 32 Afbeelding 26.Ligging van de greppel op de topografische kaart uit 2000 (bron: topotijdreis.nl). _ 32

41

BIJLAGE 1 AMZ-CYCLUS

42

BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN

43

Puin

HK

NT -

h1 -

0 1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

1STUGGE GROND 01GLS1 0 FE2 OERBROKKEN 010 FE1 OERBROKJES 0 FE2 OERBROKKEN 00 FE2 OERBROKKEN 0 FE1 00nazak bouwvoor 001KLEIBROKJES 10 FE2 0Nazak bouwvoor 0nazak bouwvoor 0 FE2 Met witte zand spikkels 0 FE2 1 fe2 01 FE1 10 FE2 1 FE2 00 FE2 0 FE9 Brokken oer 1 FE2 0 FE2 0 FE2 0 FE2 nazak bouwvoor 1 FE2 1 FE2 1 FE1 Onregelmatige greppel (?) 0 FE9 Veel ijzeroerbrokken 0 FE2 -

Opmerking

Humus

PK KL KL NT PK LGBO KL KL PK PK KL KL KL KL KL PK KL KL KL KL PK KL KL PK KL KL PK PK PK PK KL PK PK PK GR KL KL -

FE/MN

Eind periode

PL KL KL PL LG KL KL PL PL KL KL KL LG KL KL PL KL KL LG LG KL KL PL KL KL PL KL KL PL PL PL PL KL PL LG PL PL GR KL KL

Begin periode

BR GR GR GR GR GR LGR BR BR BR BR BR BR BR BR BR GR GR BR BR BR

Specifiek

Gevelkt

1 1 Zs1 DBRGR 1 1 Zs1 DGR 1 1 Zs1 DGR 1 1 Zs1 DGR 1 1 Zs1 DGR 1 1 Zs1 DGR 1 1 Zs1 DGR 1 1 Zs1 DGR 1 1 Zs1 DGR 1 1 Zs1 DGR 1 1 Zs1 DGR 1 1 Zs1 DGR 1 1 Zs1 DGR 1 1 Zs1 DGR 1 1 Zs1 DGR 1 1 Zs1 DGR 2 1 Zs1 DGR 2 1 Zs1 DGR 2 1 Zs3 DGR 2 1 Lz2 DGR 2 1 Zs3 DGR 2 1 Zs3 DGR 3 1 Zs3 DGR 3 1 Zs3 DGR 3 1 Zs3 DGR 3 1 Zs3 DGR 3 1 Zs3 DGR 3 1 Zs3 DGR 1 101 Zs1 GR 4 1 Zs3 DGR 4 1 Zs3 DGR 4 1 Zs3 DGR 4 1 Lz2 DGR 4 1 Zs3 DGR 4 1 Zs3 DGR 4 1 Zs3 DGR 4 1 Zs3 DGR 5 1 Zs3 DGR 5 1 Zs3 DGR 5 1 Zs3 DGR

Interpretatie

Kleur

Textuur

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Vlak

Put

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40

Vulling

Spoor

BIJLAGE 3 SPORENLIJST

44

-

-

0 0

GR GR LG KL

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=292c2a88-5b46-4f8a-a1d6-4cc67f28ef90