Bijlage 8 - N35 Rapport Wet natuurbescherming, Arcadis Nederland B.V. 2017
Tekst van het document
De voorgenomen werkzaamheden zijn relatief weinig ingrijpend, waardoor voldoende geschikt leefgebied in de omgeving aanwezig blijft. Effecten op eekhoorns zijn hierdoor uitgesloten (BTL-advies, 2017). Boommarter Binnen de obstakelvrije zone staan geen bomen met verblijfplaatsen van boommarter. Hierdoor wordt bij het kappen van bomen geen verblijfplaatsen van boommarter aangetast. Door het verwijderen van vegetatie voor het aanleggen van parallelwegen en watergangen kan foerageergebied van boommarter verloren gaan. 25
ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING N35
Echter in de directe omgeving, verder weg van de verstoring van de N35, is geschikter foerageergebied aanwezig. Het verwijderen van vegetatie leidt hierdoor niet tot afname van functioneel leefgebied. Effecten op boommarter zijn uitgesloten. Steenmarter In het kader van dit project wordt geen bebouwing verwijderd. Hierdoor worden er geen verblijfplaatsen van steenmarter aangetast. Door het verwijderen van vegetatie voor het aanleggen van parallelwegen en watergangen kan foerageergebied van steenmarter verloren gaan. Echter in de directe omgeving, verder weg van de verstoring van de N35, is geschikter foerageergebied aanwezig. Het verwijderen van vegetatie leidt hierdoor niet tot afname van functioneel leefgebied. Effecten op steenmarter zijn uitgesloten. Das In opdracht van RWS heeft Das&Boom een verdiepend onderzoek (2018) gedaan naar het leefgebied van de das in verband met de reconstructie van de N35. In het onderzoek is aangegeven welke mogelijke nadelige effecten de werkzaamheden hebben op das. Dit is in lijn met de in het oriënterend onderzoek getrokken conclusies. Het aanpassen van de kruising nabij km 10.9-11.4 (deeltraject Heino-Noord) heeft geen effect, hier worden vanwege het open landschap geen dassen verwacht. De das komt in de nabijheid (ten oosten van deze locatie) voor en kan incidenteel langs deze locatie komen.
Effecten op verblijfplaatsen en essentieel leefgebied zijn hier uitgesloten. De aanleg van de parallelweg ter hoogte van km 16.1-17.0 (deeltraject Heino-Raalte) heeft mogelijk effect op essentieel leefgebied van das. De aanleg van de faunapassage een stukje zuidelijker (km 17.3) heeft naar verwachting een positieve uitwerking op dit leefgebied. De aanleg van de parallelweg ter hoogte van km 21.8-24.0, met aansluitingen/kruispunt (deeltraject Mariënheem west), heeft mogelijk effect op essentieel leefgebied van de das. Doordat de das zeer honkvast is, kan het verwijderen van elementen (wissels, oriëntatiepunten en foerageergebieden) uit het essentieel leefgebied negatieve effecten hebben op de vaste verblijfplaatsen.
Vogels Algemene broedvogels Broedvogels morgen niet verstoord worden. Hiermee zal rekening gehouden moeten worden met de planning van de werkzaamheden. De werkzaamheden kunnen wel leiden tot aantasting van nesten. Kraaiennesten en spechtenholen Een deel van de nesten binnen de obstakelvrije zone zijn kraaiennesten en spechtenholten. Spechten en kraaien zijn geen vogels met jaarrond beschermd nest. Het nest van specht en zwarte kraai kan jaarrond beschermd zijn wanneer zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. De meeste nestbomen zullen niet worden gekapt. Alleen de nestboom van zwarte kraai op km 24.4 wordt wel gekapt. Echter door de aanwezigheid van bossages en bomen in de nabije omgeving kunnen kraaien gemakkelijk een nieuw nest maken. Hierdoor zijn er geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden om dit kraaiennest jaarrond te beschermen. Jaarrond beschermde nesten De meeste jaarrond beschermde nesten die tijdens het veldbezoek zijn waargenomen vallen buiten de obstakelvrije zone. Hierdoor heeft het kappen van vegetatie binnen de obstakelvrije zone geen effect op deze nesten. Enkele nesten vallen binnen de obstakelvrije zone of zeer dichtbij deze zone. Deze nesten en mogelijke effecten worden hieronder beschreven (BTL-advies, 2017).
Mariënheem west De aanwezigheid van steenuilenterritorium kan op voorhand niet worden uitgesloten, maar mocht er een steenuilenterritorium ter hoogte van km 22.9 aanwezig zijn, dan heeft de kap van de bomen aan de overzijde van de N35 hier geen effect op.
Amfibieën De aanleg van parallelwegen nabij het Overijssels kanaal, de Nieuwe Raalter wetering en het tussenwatertje ter hoogte van de Heinoseweg kan algemeen voorkomende amfibieën verstoren of doden. 26
ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING N35
Door het graven van nieuwe watergangen wordt nieuw leefgebied voor algemeen voorkomende amfibieën gecreëerd. Dit heeft een positief effect op deze soorten, waardoor geen permanent effect optreedt.
5.2
Toetsing
In de onderstaande paragrafen is per deeltraject op basis van de effectbeschrijving in de vorige paragraaf aangegeven welke verbodsbepalingen van de Wnb kunnen worden overtreden als gevolg van het ontwerp en de aanlegwerkzaamheden. Daarbij is nog geen rekening gehouden met eventueel te nemen mitigerende maatregelen. Op basis van de uitkomst van deze toetsing is bepaald of en zo ja, welke mitigerende maatregelen nodig zijn. Deze zijn beschreven in de volgende paragraaf.
5.3
Mitigerende maatregelen en zorgplicht
In deze paragraaf zijn de maatregelen beschreven om overtreding van de verbodsbepalingen te voorkomen. Het toepassen van deze maatregelen tijdens de uitvoering van de werkzaamheden is niet vrijblijvend. De Wnb schrijft namelijk voor dat een ontheffing alleen verleend kan worden als er geen andere bevredigende oplossing is en de staat van instandhouding van de soort niet in gevaar komt. Dat betekent dat als mitigatie in redelijkheid mogelijk is, dit ook verplicht is. Verder zijn vaak ook nadere maatregelen noodzakelijk om tegemoet te komen aan de zorgplicht. Verder kan een ontheffing alleen verleend worden wanneer er geen gevolgen zijn voor de gunstige staat van instandhouding van de soort. Om dit zeker te stellen kan het nodig zijn een compenserende maatregel uit te voeren. Opmerking: Onderstaande mitigerende maatregelen hebben alle betrekking op de realisatiefase. De mitigerende maatregelen zijn noodzakelijk om de werkzaamheden binnen de geldende wet- en regelgeving te kunnen uitvoeren. Wanneer maatregelen betrekking hebben op de permanente, in het bestemmingsplan vast te leggen, situatie dan is dit expliciet aangegeven met de afkorting ‘BPM’ (bestemmingsplanmaatregel).
Dit is het geval wanneer sprake is van verlies van een vaste verblijfplaats van een soort waarvoor geen vrijstelling geldt of verlies van leefgebied dat essentieel is voor het behoud van een dergelijke verblijfplaats.
5.3.1
Alle deeltrajecten
De volgende mitigerende maatregelen hebben betrekking op alle deeltrajecten. Algemene zorgplicht Algemeen • • • •
De algemene zorgplicht bepaalt dat er tijdens werkzaamheden voor moeten worden gezorgd dat geen onnodige schade of verstoring wordt veroorzaakt. Neem alle werkzaamheden op in een ecologisch werkprotocol. Voer alle werkzaamheden uit onder begeleiding van een ter zake kundige ecoloog. De provincie Overijssel heeft een algemene vrijstelling afgegeven voor de algemeen voorkomende zoogdieren en amfibieën. Voor deze soorten geldt te allen tijde wel de zorgplicht.
Fysieke omgeving en aanwezigheid soorten • Werk in één richting, richting open water/verbindingen. Hierdoor kunnen dieren (zowel op het land als in het water) de werkzaamheden ontvluchten. Houd er ook rekening mee dat de zijde waar niet gewerkt wordt, wel voldoende dekking biedt om vluchten mogelijk te maken. Wanneer er in de natuurlijke situatie te weinig dekking is, kan deze tijdelijk worden aangeboden door middel van bijvoorbeeld takkenbossen. • Structuren die gebruikt kunnen worden als verblijfplaats door dieren, waaronder takkenhopen, puin en bladeren, boomstammen en stronken, worden zoveel mogelijk gespaard. Wanneer het sparen van dergelijke structuren niet mogelijk is, worden deze vooraf gecontroleerd op aanwezigheid van dieren. Wanneer dieren (egels, padden, kikkers e.d.) worden aangetroffen worden deze direct en zorgvuldig verplaatst naar een vergelijkbare structuur buiten het werkgebied, maar binnen het leefgebied van deze soorten. • Laat terreindelen die gehandhaafd blijven zoveel mogelijk met rust. Onnodige verstoring door betreding, licht en geluid wordt vermeden. • Let tijdens de werkzaamheden continu op de aanwezigheid van al dan niet beschermde planten en dieren. Ook buiten kernleefgebieden kunnen incidenteel beschermde soorten voorkomen (bijvoorbeeld op 27
ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING N35
doortrek). Bij aantreffen van dieren en planten moet worden voorkomen dat deze gedood of verwond c.q. (bij planten) onnodig aangetast worden. In het geval dat een ingreep toch samenvalt met de aanwezigheid van beschermde soorten, neem in overleg met de ecoloog passende maatregelen of zoek naar een andere oplossing. Fasering • Voer werkzaamheden in watergangen zoveel mogelijk uit in de maanden september-oktober (d.w.z. na de voortplantingsperiode en vóór de winterrust van amfibieën). Werk in ieder geval bij een watertemperatuur boven de 5° C en wanneer er geen sprake is van ijsvorming. • Muizenholen: voer werkzaamheden rond de holen uit in de periode augustus t/m november (buiten het voorplantingsseizoen). • Werkzaamheden vinden in principe plaats in de daglichtperiode, zodat verstoring van de omgeving door (bouw)verlichting wordt voorkomen. Bij nachtelijke verlichting van bouwplaatsen en opslagterreinen wordt uitstraling naar de omgeving zoveel mogelijk voorkomen. Algemene broedvogels Alle vogels zijn tijdens het broedseizoen beschermd. Daarom dienen onderstaande maatregelen genomen te worden: • • •
•
Voorkom altijd schade aan broedvogels. Kap van bomen en verwijderen van opgaande vegetatie moet buiten broedseizoen (15 maart- 15 juli) 1 worden uitgevoerd. Indien het niet mogelijk is om (uitsluitend) buiten het broedseizoen in potentieel broedgebied te werken, dan dient de vegetatie buiten het broedseizoen te worden verwijderd, zodat de het plangebied ongeschikt wordt gemaakt om te broeden. Houd resterende vegetatie kort tijdens het broedseizoen. Voorafgaand aan werkzaamheden wordt binnen de te verwachten beïnvloedingssfeer van de werkzaamheden gezocht naar broedende vogels. In voorkomende gevallen worden nesten duidelijk en zonder verstoring te veroorzaken gemarkeerd, ontzien en/of afgeschermd tot het tijdstip waarop het nest wordt verlaten na succesvol broeden. Indien het vermoeden bestaat dat de werkzaamheden alsnog leiden tot verstoring met wezenlijke invloed op het broedsucces, wordt maatwerk getroffen of worden de werkzaamheden opgeschort; Deze maatregelen worden uitgevoerd in overleg met en onder begeleiding van een ter zake kundige op het gebied van (broed)vogels.
5.3.2
Deeltraject Heino noord
De volgende mitigerende maatregelen hebben betrekking op de maatregelen deeltraject Heino noord Vleermuizen •
•
Tijdens de realisatiefase kan sprake zijn verstoring van essentiële vliegroutes wanneer tijdens het vliegseizoen ’s nachts wordt gewerkt onder kunstlicht. Door buiten vliegperiodes te werken (overdag en/of tijdens winterperiode) wordt dit vermeden. Wanneer het niet mogelijk is om buiten vliegperiodes te werken dient verlichting zodanig te zijn aangepast (kleur van verlichting of richting/verstrooiing van licht) dat geen verstoring van de essentiële vliegroutes plaatsvindt. Er kan worden gekozen worden voor armaturen die weinig strooilicht veroorzaken.
Das Maatregelen op basis van advies Das&Boom (2018): • • •
Repareren (indien noodzakelijk) en verlengen van de faunatunnel op km 10.935. Aanleggen loopplank over sloot in het verlengde van de faunatunnel. Aan de westzijde van de N35 afbreken deel raster wat haaks op de N35 staat en langs het oude bos (circa km 10.650). Doortrekken van het bestaande raster vanaf 10.935 tot aan km 10.3.
Voor een begrip als ‘broedseizoen’ is geen standaardperiode te hanteren. Afhankelijk van de soort en weersomstandigheden in een bepaald jaar kunnen soorten veel eerder of juist later broeden dan normaal het geval zou zijn. Dit kan zelfs per regio verschillen. Voor de wet is van belang of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. De vaak geciteerde periode 15 maart t/m 15 juli is dus slechts een indicatie. De periode januari tot begin oktober kan theoretisch door broedvogels nog gebruikt worden als een broedperiode. Voor aanvang van de werkzaamheden dient altijd op broedgevallen gecontroleerd te worden. 1
28
ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING N35
• •
Aan de oostzijde van de N35 nieuw raster plaatsen vanaf km 11.0 tot aan bestaand raster bij Overijssels Kanaal (circa 10.250). Aan oostzijde N35 dassenrooster plaatsen op de inrit naar boerderij Davenschot in het verlengde van het dassenraster.
5.3.3
Deeltraject Heino-Raalte en Mariënheem west
De volgende mitigerende maatregelen hebben betrekking op de deeltrajecten Heino-Raalte en Mariënheem west Das Uit nader onderzoek is niet gebleken dat de werkzaamheden leiden tot het verwijderen van essentiële wissels en dat het nemen van maatregelen noodzakelijk is. Eventuele maatregelen kunnen zijn: • Werk buiten de kwetsbare periode van das. De kwetsbare periode van de voortplanting begint bij de zwangerschap in december en eindigt op het moment dat de jongen zelfstandig hun weg kunnen gaan begin juli. • Voor zonsondergang, maar niet later dan 19.00 uur, moet de bijkomende menselijke invloed zo veel als mogelijk tenietgedaan zijn. Wissels zijn weer toegankelijk, afval is opgeruimd, gebruikte machines en voertuigen zijn uit het gebied verwijderd. • In deeltraject Heino-Raalte zijn hoe dan ook vier faunapassages opgenomen. NB De maatregelen zijn opgenomen onder voorbehoud. Uit nader onderzoek moet blijken of de genoemde deeltrajecten daadwerkelijk van belang zijn voor das en of de maatregelen effect hebben op essentiële onderdelen van dit leefgebied. Bij deeltraject Heino-Raalte bevindt een roekenkolonie zich binnen de obstakelvrije zone. Ter plaatse van de roekenkolonie wordt echter een geleiderail aangebracht. Dit betekent dat het verwijderen van bomen niet noodzakelijk is.
Ernstige verstoring van de kolonie dient voorkomen te worden conform de maatregelen die zijn genoemd onder algemene broedvogels. Op basis van de ingreep is op voorhand de verwachting dat geen aanvullende maatregelen nodig zijn.
5.4
Effectbeschrijving en toetsing Natuurnetwerk Nederland
5.4.1
Ligging NNN en effecten maatregelen
Het plangebied valt niet binnen de begrenzing van het NNN. In Bijlage H is de ligging van de maatregelen ten opzichte van de NNN weergegeven. Geen sprake is van ruimtebeslag op het NNN en van een effect op de wezenlijke kenmerken en waarden. Bij Heino Noord is sprake van ruimtebeslag op de Zone voor Ondernemen met Natuur en Water (ZONW). In de ZONW is ruimte voor economische ontwikkeling, in combinatie met versterking van natuur, landschap en water. De zone biedt ruimte voor groen ondernemerschap, maar heeft geen betrekking op het voorgenomen initiatief.
29
ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING N35
6
CONCLUSIES
Als gevolg van de werkzaamheden langs de N35: •
•
•
Kunnen verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming ten aanzien van beschermde soorten worden overtreden. Het gaat hier met name om effecten op vleermuizen, eekhoorn en algemeen voorkomende zoogdieren en amfibieën en vogels. Deze overtredingen kunnen worden voorkomen door het treffen van mitigerende maatregelen (zie paragraaf 5.3). In deze paragraaf zijn de mitigerende maatregelen beschreven. Voorafgaand aan de start van de werkzaamheden worden deze uitgewerkt in een ecologisch werkprotocol, zodat een juiste uitvoering van de maatregelen gegarandeerd is. Kan overtreding van verbodsbepalingen wel worden voorkomen ten aanzien van das. In opdracht van RWS heeft Das&Boom een verdiepend onderzoek (2018) gedaan naar het leefgebied van de das in verband met de reconstructie van de N35. In het onderzoek is aangegeven welke mogelijke nadelige effecten de werkzaamheden hebben op de Das en welke maatregelen genomen kunnen worden om deze effecten te mitigeren en/of te compenseren. Ook is beschreven in hoeverre de al bestaande faunavoorzieningen, indien nodig, verbeterd kunnen worden. De uitkomsten van het verdiepende onderzoek zijn dat er geen ontheffing Wnb nodig is voor de das, indien door RWS invulling wordt gegeven aan de mitigerende maatregelen zoals gesteld in de rapportage van Das&Boom. Is er sprake van permanent ruimtebeslag op ZONW van de provincie Overijssel.
De zone biedt ruimte voor groen ondernemerschap, maar heeft geen betrekking op het voorgenomen initiatief.
30
ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING N35
7
BRONNEN
• • • • • •
Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), https://ndff-ecogrid.nl, geraadpleegd in september 2017 RAVON, www.ravon.nl, geraadpleegd in september 2017 FLORON, www.floron.nl, geraadpleegd in september 2017 Zoogdiervereniging, www.zoogdiervereniging.nl, geraadpleegd in september 2017 Vlinderstichting, www.vlinderstichting.nl, geraadpleegd in september 2017 Overijssel.nl; http://www.overijssel.nl/loket/zoeken-loket/@Lk(/wet-1/, geraadpleegd in september 2017.
• • • • • •
Quickscan faunamaatregelen Rijksweg N35, Ecogroen, 16 september 2016 Inventarisatie jaarrond beschermde vogelnesten, BTL-advies, concept 11 augustus 2017 Inventarisatie eekhoorn, BTL-advies, concept 11 augustus 2017 Inventarisatie vleermuizen, BTL-advies, concept 31 oktober 2017 Onderzoek Das, Das&Boom, november 2018 Kennisdocument das, Bij12, 2017
31
ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING N35
BIJLAGE A RELEVANTE ARTIKELEN WET NATUURBESCHERMING HOOFDSTUK 1 Artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde.
HOOFDSTUK 3 Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Artikel 3.3 1. Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van verboden als bedoeld in artikel 3.1 of artikel 3.2, zesde lid, ten aanzien van vogels van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van hun nesten, rustplaatsen of eieren. 2. Provinciale staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van verboden als bedoeld in artikel 3.1 of artikel 3.2, zesde lid, ten aanzien van vogels van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van hun nesten, rustplaatsen of eieren. 3. Onze Minister kan ontheffing of vrijstelling verlenen van: a. a.
de verboden, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, ten aanzien van vogels, dood of levend, of gemakkelijk herkenbare delen daarvan, of ten aanzien van uit deze vogels verkregen producten van daarbij aangewezen soorten, of b. b. regels, gesteld krachtens artikel 3.2, vierde lid. 4. Een ontheffing of een vrijstelling wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. er bestaat geen andere bevredigende oplossing; b. zij is nodig: 1°. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; 2°. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; 3°. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; 4°. ter bescherming van flora of fauna; 5°. voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, of
32
ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING N35
6°. om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan; c. de maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.8 1.
Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van een of meer van de verboden, bedoeld in de artikelen 3.5 en 3.6, tweede lid, ten aanzien van dieren of planten van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van de voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren van daarbij aangewezen soorten. 2. Provinciale staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van een of meer van de verboden, bedoeld in de artikelen 3.5 en 3.6, tweede lid, ten aanzien van dieren of planten van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van de voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren van daarbij aangewezen soorten. 3. Onze Minister kan ontheffing of vrijstelling verlenen van een of meer van de verboden, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, of van regels gesteld krachtens artikel 3.7, ten aanzien van dieren of planten van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van de voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren van daarbij aangewezen soorten. 4. Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, kan worden bepaald dat gedeputeerde staten ontheffing kunnen verlenen, of dat provinciale staten bij verordening vrijstelling kunnen verlenen, van bij de maatregel aangewezen regels. 5. Een ontheffing of een vrijstelling wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a.
er bestaat geen andere bevredigende oplossing; b. zij is nodig: 1°. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; 2°. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; 3°. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; 4°. voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of 5°. om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; c. er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Artikel 3.10 1.
Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: 33
ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING N35
a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: d. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; e. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; f.
ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; g. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; h. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; i. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; j. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of k. in het algemeen belang. Artikel 3.31 1. De verboden, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.2, zesde lid, 3.5, 3.6 tweede lid, of 3.10, en de krachtens artikel 3.11, eerste lid, geldende verplichting tot melding, zijn niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het kader van: a. een bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; b. een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of de bosbouw; c.
een bestendig gebruik, of d. ruimtelijke ontwikkeling of inrichting.
34
ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING N35
x
Hamster
x
Hazelmuis
x
Lynx
x
Noordse woelmuis
x
Otter
x
Wilde kat
x
x
Conventie van Bonn, Annex I
Bever
Conventie van Bern, Annex I, II
Zoogdieren (overig)
Bultrug
x
x
Dwergpotvis
x
Gestreepte dolfijn
x
Habitatrichtlijn, Bijlage IV
Conventie van Bonn, Annex I
Conventie van Bern, Annex I, II
Habitatrichtlijn, Bijlage IV
BIJLAGE B BESCHERMDE SOORTEN ART. 3.5
Gewone dolfijn
x
Zoogdieren (vleermuizen)
x
x
Gewone spitsdolfijn
x
Gewone vinvis
x
Griend
x
Grijze dolfijn
x
Kleine zwaardwalvis
x
Narwal
x
Baardvleermuis
x
x
Bechstein's vleermuis
x
x
Bosvleermuis
x
x
Brandt's vleermuis
x
x
Dwergvleermuis
x
Franjestaart
x
x
Witflankdolfijn
x
x
Grijze grootoorvleermuis
x
x
Witsnuitdolfijn
x
x
Grootoorvleermuis
x
x
Grote hoefijzerneus
x
x
Grote rosse vleermuis
x
x
Boomkikker
x
x
Ingekorven vleermuis
x
x
Geelbuikvuurpad
x
x
Kleine dwergvleermuis
x
Heikikker
x
x
Kleine hoefijzerneus
x
x
Kamsalamander
x
x
Laatvlieger
x
x
Knoflookpad
x
x
Meervleermuis
x
x
Poelkikker
x
Rugstreeppad
x
x
Vroedmeesterpad
x
x
Vuursalamander
x
Noordse vinvis
x
Orka
x
Potvis Tuimelaar
x x
Walrus
x x
Amfibieën
Mopsvleermuis
x
x
Noordse vleermuis
x
x
Rosse vleermuis
x
x
Ruige dwergvleermuis
x
x
Tweekleurige vleermuis
x
x
Gladde slang
x
x
Vale vleermuis
x
x
Muurhagedis
x
x
Watervleermuis
x
x
Zandhagedis
x
x
x
x
Reptielen
Reptielen (schildpadden)
Zoogdieren (marien) Bruinvis
x
x
x
Dikkopschildpad
x 35
x
Lederschildpad
x
x
x
Soepschildpad
x
x
x
Vissen Houting
x
Steur
x
x
Vlinders
x
x
Brede geelrandwaterroofkever
x
x
Gestreepte waterroofkever
x
x
Heldenbok
x
Juchtleerkever
x
x
Vermiljoenkever
x
x
Sierlijke witsnuitlibel Kevers
Insecten (overig)
Apollovlinder
x
Boszandoog
x
Oeveraas Mollusken
Donker pimpernelblauwtje
x
x
Grote vuurvlinder
x
x
Moerasparelmoervlinder Pimpernelblauwtje
x x
Teunisbloempijlstaart
x
Bataafse stroommossel
x
Platte schijfhoren
x
Planten x
Tijmblauwtje
x
x
Zilverstreephooibeestje
x
x
Drijvende waterweegbree
x
Geel schorpioenmos Groenknolorchis
Libellen en waterjuffers x
Gaffellibel
x x
Gevlekte witsnuitlibel
x
x
Groene glazenmaker
x
x
Mercuurwaterjuffer
Kruipend moerasscherm
x x
x
Kleine vlotvaren Bronslibel
Conventie van Bonn, Annex I
x
Conventie van Bern, Annex I, II
Conventie van Bonn, Annex I
x
Habitatrichtlijn, Bijlage IV
Conventie van Bern, Annex I, II
Kemp's zeeschildpad
Habitatrichtlijn, Bijlage IV
ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING N35
x x
x
x
Liggende raket
x
Tonghaarmuts
x
Zomerschroeforchis
x
x
x
Noordse winterjuffer
x
x
Oostelijke witsnuitlibel
x
x
Rivierrombout
x
x
36
ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING N35
BIJLAGE C BESCHERMDE SOORTEN ART. 3.10 Art. 3.10 Wnb Zoogdieren (overig) Aardmuis
Vinpootsalamander
Gevlekte glanslibel
Vuursalamander
Gewone bronlibel Hoogveenglanslibel
Boommarter
Reptielen Adder
Bosmuis
Hazelworm
Bunzing
Levendbarende hagedis
Damhert
Ringslang
Kevers Vliegend hert
Vissen Beekdonderpad
Planten Akkerboterbloem
Beekprik
Akkerdoornzaad
Elrits
Akkerogentroost
Europese rivierkreeft
Beklierde ogentroost
Gestippelde alver
Berggamander
Grote modderkruiper
Bergnachtorchis
Kwabaal
Blaasvaren
Das Dwergmuis Dwergspitsmuis Edelhert Eekhoorn Egel Eikelmuis Gewone bosspitsmuis Grote bosmuis Hermelijn
Vlinders Aardbeivlinder
Huisspitsmuis
Bosparelmoervlinder
Konijn
Bruin dikkopje
Molmuis
Bruine eikenpage
Ondergrondse woelmuis
Donker pimpernelblauwtje1)
Ree
Duinparelmoervlinder
Rosse woelmuis
Gentiaanblauwtje
Steenmarter
Grote parelmoervlinder
Tweekleurige bosspitsmuis
Grote vos
Veldmuis
Grote vuurvlinder1)
Veldspitsmuis
Grote weerschijnvlinder
Vos
Iepenpage
Waterspitsmuis
Kleine heivlinder
Wezel
Kleine ijsvogelvlinder
Wild zwijn
Kommavlinder
Woelrat
Pimpernelblauwtje1)
Haas
Sleedoornpage Zoogdieren (marien) Gewone zeehond Grijze zeehond
Spiegeldikkopje Veenbesblauwtje Veenbesparelmoervlinder
Amfibieën Alpenwatersalamander
Veenhooibeestje
Bruine kikker
Zilveren maan
Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker Middelste groene kikker
Veldparelmoervlinder
Kempense heidelibel Speerwaterjuffer
Blauw guichelheil Bokkenorchis Bosboterbloem Bosdravik Brave hendrik Brede wolfsmelk Breed wollegras Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps Echte gamander Franjegentiaan Geelgroene wespenorchis Geplooide vrouwenmantel Getande veldsla Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge Groene nachtorchis Groensteel Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw Honingorchis Kalkboterbloem
Libellen en waterjuffers Beekrombout Bosbeekjuffer Donkere waterjuffer
Kalketrip Karthuizeranjer Karwijselie Kleine ereprijs 37
ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING N35
Kleine schorseneer
Rood peperboompje
Vroege ereprijs
Kleine wolfsmelk
Rozenkransje
Wilde averuit
Kluwenklokje
Ruw parelzaad
Wilde ridderspoor
Knollathyrus
Scherpkruid
Wilde weit
Knolspirea
Schubvaren
Wolfskers
Korensla
Schubzegge
Zandwolfsmelk
Kranskarwij
Smalle raai
Zinkviooltje
Kruiptijm
Spits havikskruid
Zweedse kornoelje
Lange zonnedauw
Steenbraam
Liggende ereprijs
Stijve wolfsmelk
Moerasgamander
Stofzaad
Muurbloem
Tengere distel
Naakte lathyrus
Tengere veldmuur
Naaldenkervel
Trosgamander
Pijlscheefkalk
Veenbloembies
Roggelelie
Vliegenorchis
1)
Deze soorten staan ten onrechte op de bijlage bij de wet. Ze staan namelijk ook genoemd op Bijlage IV van de Habitatrichtlijn en/of ook op bijlage II van de Conventie van Bern. Daarom zijn dit soorten zoals bedoeld in Wnb art. 3.5
38
ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING N35
BIJLAGE D RAPPORTAGES BTL-ADVIES: EEKHOORN EN JAARROND BESCHERMDE NESTEN
39
ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING N35
BIJLAGE E RAPPORTAGE ANTEA: VLEERMUIZEN
40
ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING N35
BIJLAGE F FOTO’S VELDBEZOEK
Figuur 2 Impressie plangebied; open landschap
Figuur 3 Impressie plangebied; maisakker
41
ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING N35
Figuur 4 Impressie plangebied; drooggevallen sloot
Figuur 5 Overijssels Kanaal
42
ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING N35
Figuur 6 Impressie plangebied; overgang dichte beplanting naar maisakker
Figuur 7 Impressie plangebied; overgang naar besloten landschap bij landgoed De Gunne
43
ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING N35
Figuur 8 Tussenwatertje ter hoogte van de Heinoseweg
Figuur 9 Impressie plangebied; beplanting haaks op de N35
44
ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING N35
Figuur 10 Kruising met het spoor
Figuur 11 Sallandse Heuvelrug
Figuur 12 Faunapassage in hekwerk Sallandse Heuvelrug
45
ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING N35
BIJLAGE G AANWEZIGE SOORTEN (PER MAATREGEL)
46
ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING N35
BIJLAGE H AANWEZIGE NNN-GEBIEDEN (PER MAATREGEL)
47
ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING N35
BIJLAGE I NATURA 2000-GEBIEDEN (OVERZICHT)
48
ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING N35
49
ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING N35
COLOFON ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING N35
KLANT Rijkswaterstaat AUTEUR Nicolaas Sikkens PROJECTNUMMER D03071.000259 ONZE REFERENTIE 083881082 0.1Colofon50 DATUM 13 september 2017 STATUS Concept
Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland +31 (0)88 4261 261 www.arcadis.com
50
N35 Wijthmen Nijverdal
Inventarisatie verblijfplaatsen eekhoorn
2
N35 inventarisatie verblijfplaatsen eekhoorn
RWS-ON
COLOFON
N35 Wijthmen - Nijverdal Inventarisatie verblijfplaatsen eekhoorn
OPDRACHTNEMER
BTL Advies B.V. Oude Apeldoornseweg 41 7333 NR Apeldoorn Postbus 177 7300 AD Apeldoorn T 055 312 40 70 E adviesapeldoorn@btl.nl
OPGESTELD DOOR VRIJGEGEVEN DOOR
Stefan de Klepper Lars Tamboer
OPDRACHTGEVER
Rijkswaterstaat Oost- Nederland Postbus 25 6200 MA Maastricht
PROJECTNUMMER
725037
STATUS VERSIE DATUM
DEFINITIEF 1.0 31 augustus 2017
3
N35 inventarisatie verblijfplaatsen eekhoorn
RWS-ON
4
N35 inventarisatie verblijfplaatsen eekhoorn
RWS-ON
INHOUD COLOFON
3
INHOUD
5
1
INLEIDING
7
1.1 1.2 1.3 1.4
7 7 8 8
2
Aanleiding Voorgenomen maatregelen Doel Leeswijzer
WERKMETHODE
9
2.1 2.2
9 9
Onderzoeksgebied Werkwijze onderzoek
3
WETTELIJK KADER
11
4
RESULTATEN PER DEELTRAJECT
13
4.1 4.2 4.3 4.4 5
13 13 14 14
EFFECTBEOORDELING 5.1 5.2 5.3
6
Deeltraject B: heino noord (km 10.2 – 12.8) Deeltraject C: heino (km 12.8 – 15.5) Deeltraject G: mariënheem oost (km 24.0 – 27.0). Deeltraject I: nijverdal (km 29.6 – 32.5)
15
Deeltraject B: heino noord (km 10.2 – 12.8) Deeltraject C: heino (km 12.8 – 15.5) Deeltrajecten G (Mariënheem oost) en I (Nijverdal)
15 15 15
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
17
6.1 6.2
17 17
Conclusies Aanbevelingen
BIJLAGE 1: KAARTEN MET WAARNEMINGEN
19
BIJLAGE 2: COORDINATEN WAARNEMINGEN
21
BIJLAGE 3: FOTO’S WAARNEMINGEN
23
5
N35 inventarisatie verblijfplaatsen eekhoorn
RWS-ON
6
N35 inventarisatie verblijfplaatsen eekhoorn
RWS-ON
1 INLEIDING In opdracht van Rijkswaterstaat is door BTL Advies langs de N35 een onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van verblijfplaatsen van eekhoorn. Onderstaand is de aanleiding hiervoor kort beschreven, evenals het doel van het onderzoek en is een beknopte leeswijzer opgenomen. 1.1 AANLEIDING Rijkswaterstaat, de provincie Overijssel en de gemeenten Raalte, Hellendoorn en Dalfsen willen met een aantal maatregelen de veiligheid op de N35 tussen Wijthmen en Nijverdal verbeteren (zie afbeelding 1 voor de ligging van het traject). Dit is nodig omdat dit deel van de N35 vatbaar is voor het ontstaan van gevaarlijke situaties, bijvoorbeeld door erfaansluitingen direct op de N35 en onveilige kruispunten. Bestuurders van de provincie, gemeenten en Rijkswaterstaat hebben inmiddels 12 maatregelen geselecteerd die in 2017 worden uitgewerkt. Met name bij de maatregelen waarbij watergangen worden verlegd, parallelwegen worden gerealiseerd en bomen worden verwijderd, speelt de Wet natuurbescherming een belangrijke rol. Voor het kunnen aanvragen van een ontheffing in het kader van deze wet is nader onderzoek nodig. Rijkswaterstaat heeft BTL Advies gevraagd het onderzoek naar verblijfplaatsen van eekhoorn uit te voeren.
Afbeelding 1. Ligging wegtraject N35 tussen Wijthmen en Nijverdal (donkerblauwe stippellijn).
1.2 VOORGENOMEN MAATREGELEN Ten behoeve van de verbetering van de veiligheid langs de N35 zijn de volgende maatregelen aan de orde: De realisatie van een obstakelvrije zone langs de weg van 4,5 meter breed over de gehele lengte van het wegtraject (26 km). Daarbij bestaat het plangebied uit 9 deeltrajecten (zie tabel 1). De maatregel houdt in dat alle bomen/struiken binnen deze zone worden verwijderd. De realisatie van locatie specifieke maatregelen op 5 van de 9 deeltrajecten. Dit gaat o.a. om de aanleg van een parallelweg, aanpassing van kruispunten en het opheffen van perceelaansluitingen. De maatregelen betreffen voorkeursvarianten, waarvan nog niet concreet bepaald is wat deze inhouden.
7
N35 inventarisatie verblijfplaatsen eekhoorn
RWS-ON
Tabel 1. Deeltrajecten binnen het plangebied. Deeltraject
Kilometrering
Specifieke
Deeltraject A: Dalfsen
deeltraject km 6.8 – 10.2
Nee
Deeltraject B: Heino Noord
deeltraject km 10.2 – 12.8
Ja
Deeltraject C: Heino
deeltraject km 12.8 – 15.5
Nee
Deeltraject D: Heino – Raalte
deeltraject km 15.5 – 18.5
Ja
Deeltraject E: Raalte (Kruispunt Bos)
deeltraject km 18.5 – 21.5
Nee
Deeltraject F: Mariënheem West
deeltraject km 21.5 – 24.0
Ja
Deeltraject G: Mariënheem Oost
deeltraject km 24.0 – 27.0
Ja
Deeltraject H: Haarle
deeltraject km 27.0 – 29.6
Ja
Deeltraject I: Nijverdal
deeltraject km 29.6 – 32.5
Nee
maatregelen
1.3 DOEL Doel van het onderzoek is het verkrijgen van een beeld van de aanwezige verblijfplaatsen van eekhoorn binnen de projectscope. Op basis hiervan wordt duidelijk welke effecten de voorgenomen werkzaamheden op deze verblijfplaatsen hebben en welke risico’s dit met zich meebrengt voor het project. Deze kunnen vervolgens mee worden gewogen in de definitieve plan- en besluitvorming met betrekking tot de verschillende veiligheidsmaatregelen. De resultaten in voorliggende rapportage dienen als basis / uitgangspunt voor de aanvraag van een ontheffing Wet natuurbescherming, mocht dit nodig zijn.
1.4 LEESWIJZER Na deze inleiding volgt een beschrijving van de methode waarop het onderzoek is uitgevoerd. Hoofdstuk 3 bevat een beknopte omschrijving van het wettelijk kader. In hoofdstuk 4 zijn de bevindingen van het onderzoek per deeltraject (9 in totaal) uiteengezet. Tot slot zijn in hoofdstuk 5 conclusies en adviezen opgenomen met betrekking tot de risico’s / kansen en eventuele vervolgstappen in het kader van de voorgenomen ontwikkelingen. In de bijlagen van het rapport bevinden zich kaartmateriaal, coördinaten en foto’s van de gedane waarnemingen.
8
N35 inventarisatie verblijfplaatsen eekhoorn
RWS-ON
2
WERKMETHODE
In dit hoofdstuk is de gehanteerde werkmethode van het onderzoek toegelicht. Daarbij is eerst beschreven welke uitgangspunten voor het onderzoeksgebied zijn gehanteerd. Vervolgens is ingegaan op de werkwijze van de inventarisatie. 2.1 ONDERZOEKSGEBIED Obstakelvrije zone (gehele traject) Het totale wegtraject van 26 kilometer wordt in zijn geheel onderzocht op aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten/verblijfplaatsen van eekhoorn. Daarbij worden alle bomen bekeken binnen de obstakelvrije zone van 4,5 meter (circa 400 stuks, bron RWS). Er is een onderzoeksgebied van circa 10 meter vanaf de weg aangehouden. Hierdoor worden bomen niet gemist en daarnaast wordt ook inzicht verkregen in mogelijk aanwezige verblijfplaatsen binnen de invloedszone van de voorgenomen werkzaamheden. Verblijfplaatsen van eekhoorn in bomen in de directe omgeving kunnen hier namelijk ook hinder van ondervinden. Specifieke maatregelen Deze maatregelen op 5 deeltrajecten betreffen voorkeursvarianten waarvan nog niet concreet bepaald is wat deze inhouden (bijv. waar een kruispunt precies wordt gesitueerd). Daarom wordt hiervoor een ruimer onderzoeksgebied genomen. Hierbij worden logische grenzen aangehouden. In de basis zijn de volgende uitgangspunten voor het te onderzoeken gebied gehanteerd: -
-
Voor een aan te passen kruispunt is een straal van circa 50 meter aangehouden. Voor nieuw aan te leggen kruispunten is in de lengterichting (langs de N35) een afstand van 150 meter aangehouden, omdat de ligging hiervan nog niet definitief is. Daarnaast is een straal van circa 50 meter aangehouden. Voor een nieuwe parallelweg (incl. berm 11 meter breed) is een breedte van het onderzoeksgebied van circa 15 meter aangehouden. Particuliere tuinen zijn gedurende het onderzoek in overleg met de opdrachtgever wel of niet meegenomen.
2.2 WERKWIJZE ONDERZOEK Bronnenstudie Voorafgaand aan het veldonderzoek is een bronnenstudie uitgevoerd, waarbij de nationale databank flora en fauna (NDFF) is geraadpleegd. Binnen een straal van circa 200 meter van het plangebied is bekeken welke meldingen van de relevante soorten in de afgelopen 5 jaar zijn gedaan. De hieruit voortkomende informatie is gebruikt bij de uitvoering van de veldbezoeken. Veldinventarisatie verblijfplaatsen eekhoorn Ten behoeve van dit onderzoek is geïnventariseerd op aanwezigheid van nesten/verblijfplaatsen, (vraat)sporen en exemplaren van eekhoorn. De verblijfplaatsen kunnen bestaan uit nesten gemaakt van takken, maar ook uit holten in bomen. Als op basis van een veldbezoek (of meerdere) onduidelijkheid bestond over het al dan niet aanwezig zijn van een verblijfplaats, hebben vervolgbezoeken plaatsgevonden (zie tabel 4.1 in H4).
9
N35 inventarisatie verblijfplaatsen eekhoorn
RWS-ON
10
N35 inventarisatie verblijfplaatsen eekhoorn
RWS-ON
3
WETTELIJK KADER
Onderstaand is in het kort beschreven wat het wettelijk kader, op basis waarvan dit onderzoek is uitgevoerd. Wetgeving De bescherming van soorten en hun leefgebieden is geregeld in de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn en op nationaal niveau verankerd in de Wet natuurbescherming (hierna Wnb genoemd). Enerzijds richt de Wnb zich op de bescherming van daartoe aangewezen gebieden. Deze gebieden bestaan uit Natura 2000-gebieden en bijzondere nationale natuurgebieden. Natura 2000-gebieden is de overkoepelende naam voor de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Activiteiten die schade toebrengen aan de beschermde natuur in deze gebieden zijn verboden. Anderzijds richt de wet zich op de bescherming en het behoud van in het wild levende planten- en diersoorten binnen en buiten de beschermde natuurgebieden. Het uitgangspunt van de wet is het ‘Nee, tenzij…” principe. Dit betekent dat geen schade mag worden toegebracht, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan (in de vorm van een vrijstelling of verleende ontheffing). In de Wet natuurbescherming wordt onderscheid gemaakt in een drietal beschermingsregimes. Onderstaand is alleen het relevante beschermingsregime voor eekhoorn toegelicht. Beschermingsregime andere soorten (§ 3.3 in de Wnb): Deze soorten zijn nationaal beschermd.
In de wet staat beschreven dat het verboden is om flora en fauna beschreven in bijlage onderdeel A en B van Wet natuurbescherming opzettelijk te doden of vangen. Naast het beschermen van de soorten worden ook de voortplantings- en rustplaatsen beschermd, het is verboden om deze opzettelijk te beschadigen of vernielen. Ook de betreffende planten mogen niet worden geplukt/vernield. In de Wnb geldt dat de provincies overwegend het bevoegd gezag vormen. De provincie Overijssel heeft 7 december 2016 besloten ‘Hoofdstuk 7 Natuur’ in de ‘Omgevingsverordening Overijssel 2009’ in te voegen. Hierin zijn aanvullende voorwaarden opgesteld, waarin onder andere de vrijstelling van soorten voor bepaalde activiteiten is geregeld. In dit specifieke geval zijn, wat betreft de vergunningaanvragen in het kader van de Wnb, het ministerie van EZ en de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) de bevoegde gezagen. Dit omdat de N35 een rijksweg betreft.
11
N35 inventarisatie verblijfplaatsen eekhoorn
RWS-ON
12
N35 inventarisatie verblijfplaatsen eekhoorn
RWS-ON
4
RESULTATEN PER DEELTRAJECT
Onderstaand zijn de waarnemingen en bijzonderheden per deeltraject beschreven. Deze komen zowel voort uit de bronnenstudie als de veldinventarisatie. Daarbij wordt indien relevant de relatie gelegd met de algemene maatregel (obstakelvrije zone) en de locatie specifieke maatregelen. Voor foto’s en kaartmateriaal wordt verwezen naar de bijlagen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de datums waarop de verschillende deeltrajecten bezocht zijn. Tabel 4.1. Uitgevoerde veldbezoeken Deeltraject
Kilometrering
Data veldbezoeken in 2017
Deeltraject A: Dalfsen
deeltraject km 6.8 – 10.2
10 mei
Deeltraject B: Heino Noord
deeltraject km 10.2 – 12.8
8 mei, 14 juni, 28 juli
Deeltraject C: Heino
deeltraject km 12.8 – 15.5
10 mei
Deeltraject D: Heino – Raalte
deeltraject km 15.5 – 18.5
10 mei, 15 mei, 14 juni, 28 juli
Deeltraject E: Raalte (Kruispunt Bos)
deeltraject km 18.5 – 21.5
10 mei, 14 juni
Deeltraject F: Mariënheem West
deeltraject km 21.5 – 24.0
5 mei, 14 juni, 28 juli
Deeltraject G: Mariënheem Oost
deeltraject km 24.0 – 27.0
5 mei, 15 juni, 28 juli
Deeltraject H: Haarle
deeltraject km 27.0 – 29.6
5 mei, 15 juni, 26 juni
Deeltraject I: Nijverdal
deeltraject km 29.6 – 32.5
5 mei, 15 juni, 26 juni
Onderstaand zijn alleen de deeltrajecten behandeld waar vanuit de bronnenstudie of de veldinventarisatie is gebleken dat eekhoorn voorkomt. Foto’s van zijn in bijlage 3 per deeltraject opgenomen.
4.1 DEELTRAJECT B: HEINO NOORD (KM 10.2 – 12.8) Bronnenstudie Ter hoogte van Landgoed De Gunne is op 11 augustus 2016 op de Zuthemerweg een levend exemplaar van eekhoorn waargenomen (bron: NDFF), dat de weg overstak. De waarnemingslocatie bevindt zich op circa 200 meter van de N35. Veldinventarisatie In het bos ten zuiden van de voorgenomen nieuwe particuliere weg (toegangsweg landgoed De Gunne) vanaf de Moerweg, is op 28 juli 2017 een vermoedelijk eekhoornnest waargenomen. Het bevond zich hoog in een beuk en was niet goed zichtbaar. Op basis van de zichtbare kenmerken van het nest (bolvormig en dode bladeren) en de waarneming van eekhoorn in de omgeving gaat het waarschijnlijk om een eekhoornnest.
4.2 DEELTRAJECT C: HEINO (KM 12.8 – 15.5) Bronnenstudie Uit gegevens van de NDFF blijkt dat op 29 en 16 maart 2017 twee dode exemplaren (verkeersslachtoffers) ter hoogte van de kruising met de Raalterdwarsweg (hm 15.4) zijn waargenomen. Veldinventarisatie In de bomen binnen de projectscope zijn ter hoogte van de bovengenoemde kruising (Raalterdwarsweg) tijdens de veldbezoeken geen verblijfplaatsen van eekhoorn aangetroffen. In de bosrand ten noorden van de Lemelerveldseweg en ten westen van de N35 is een nest van vermoedelijk eekhoorn waargenomen. Deze bevindt zich hoog in een boom, waarvan niet zeker is dat deze buiten de obstakelvrije zone staat. In het bosgebied ten zuiden van de Lemelerveldseweg zijn nog eens twee eekhoornnesten waargenomen. Deze nesten bevinden zich buiten de projectscope. Eekhoorns zijn niet aangetroffen.
13
N35 inventarisatie verblijfplaatsen eekhoorn
RWS-ON
4.3 DEELTRAJECT G: MARIËNHEEM OOST (KM 24.0 – 27.0). Bronnenstudie Op 1 juni 2016 is ter hoogte van de kruising met de Nijverdalseweg een levend exemplaar van eekhoorn waargenomen (bron: NDFF). Veldinventarisatie Tijdens de veldinventarisatie zijn geen verblijfplaatsen waargenomen. Mogelijk betrof de waarneming uit 2016 een doortrekkend dier. Ter hoogte van de spoorwegovergang, de Keizersveldweg en langs de spoorlijn is wel geschikt habitat aanwezig (bosje, houtwal).
4.4 DEELTRAJECT I: NIJVERDAL (KM 29.6 – 32.5) Bronnenstudie Diverse meldingen (2016, 2017) van eekhoorn zijn afkomstig uit het bosgebied van de Sallandse Heuvelrug, op meer dan 200 meter afstand van de N35 (bron: NDFF). Veldinventarisatie Uit de veldinventarisaties zijn geen waarnemingen van eekhoorns of nesten in de bomen binnen de projectscope naar voren gekomen. De bomen en de achterliggende bosgebieden vormen wel geschikt leefgebied.
14
N35 inventarisatie verblijfplaatsen eekhoorn
RWS-ON
5 EFFECTBEOORDELING In dit hoofdstuk is de relatie gelegd tussen de resultaten van de inventarisatie en de voorgenomen maatregelen. Per relevant deeltraject is ingegaan op de effecten van de voorgenomen werkzaamheden op de eekhoorn en wat dit voor de uitvoering van de werkzaamheden betekent.
5.1 DEELTRAJECT B: HEINO NOORD (KM 10.2 – 12.8) Uitgaande van het enkel verharden van de aanwezige onverharde toegangsweg (zie afbeelding 2, bijlage 3), is geen sprake van een permanent effect op het eekhoornnest in het naastgelegen bos. Mogelijk is er wel sprake van tijdelijke verstoring door geluid. Omdat het nest zich hoog in de boom bevindt, de boom onderdeel vormt van het achterliggende bos en er reeds een toegangsweg aanwezig is, zal dit effect naar verwachting beperkt zijn. De grootte van het effect is afhankelijk van de werkwijze en de duur van de werkzaamheden. Werkzaamheden die enkele uren duren en weinig geluid produceren zullen nauwelijks effect hebben, langdurige werkzaamheden (aaneengesloten dagen) met zwaar materieel kunnen wel verstorend zijn. Mochten er toch bomen aan de bosrand verwijderd moeten worden, dan bestaat de kans dat ook de boom met het eekhoornnest gekapt wordt. Dit heeft geen effect van betekenis op het totale functionele leefgebied van de eekhoorn. Er blijft na de kap van enkele bomen voldoende geschikt leefgebied over op het landgoed. Voorafgaand aan de werkzaamheden is het van belang dat een ter zake deskundige beoordeelt of het nest verdwijnt door de werkzaamheden of in hoeverre er maatregelen moeten worden genomen om verstoring te beperken.
Bij kap van de nestboom en of beduidende verstoring moet ontheffing worden aangevraagd of dienen de werkzaamheden op basis van een goedgekeurde gedragscode en werkprotocol onder begeleiding van een deskundige uitgevoerd te worden. Mogelijk kan het nest verplaatst worden.
5.2 DEELTRAJECT C: HEINO (KM 12.8 – 15.5) Het meest noordelijke nest bevindt zich het dichtst bij de weg (zie figuur 2, bijlage 1). De inschatting is dat de boom zich buiten de obstakelvrije zone bevindt, dit is echter niet met zekerheid te zeggen. Daarnaast bevindt zich een vangrail langs de weg op dit deel van het traject. Waarschijnlijk hoeft de boom niet gekapt te worden. Indien kap toch aan de orde is, dienen de werkzaamheden op basis van een goedgekeurde gedragscode en werkprotocol onder begeleiding van een deskundige uitgevoerd te worden. Mogelijk kan het nest verplaatst worden. Mocht er kap plaatsvinden van de bomen grenzend aan de wegberm, dan blijft er voldoende geschikt leefgebied over. Waaronder het bos waar nog twee andere nesten zijn waargenomen. Er is daarmee geen sprake van een beduidend negatief effect.
5.3 DEELTRAJECTEN G (MARIËNHEEM OOST) EN I (NIJVERDAL) Uit het onderzoek zijn op deze trajecten geen verblijfplaatsen van eekhoorn naar voren gekomen in de bomen binnen de projectscope. In het verleden zijn wel exemplaren van eekhoorn op locaties in de omgeving waargenomen (zie hoofdstuk 4). Op delen van de trajecten is geschikt leefgebied voor de soort aanwezig. De voorgenomen werkzaamheden zijn relatief gezien echter weinig ingrijpend, waardoor voldoende geschikt leefgebied in de omgeving aanwezig blijft. Eekhoorns kunnen nieuwe nesten bouwen, daarom is het van belang om voorafgaand aan de werkzaamheden nogmaals en check op aanwezigheid van nesten te doen.
15
N35 inventarisatie verblijfplaatsen eekhoorn
RWS-ON
16
N35 inventarisatie verblijfplaatsen eekhoorn
RWS-ON
6 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Onderstaand zijn de belangrijkste conclusies en aanbevelingen van het onderzoek beschreven.
6.1 CONCLUSIES Op twee trajecten (B en C) zijn waarnemingen gedaan van nesten van eekhoorn. Op basis van de huidige plannen is geen sprake van negatieve effecten van betekenis op het leefgebied van eekhoorn. Dit geldt ook voor de trajecten waar geschikt leefgebied aanwezig is (G en I) en meldingen van eekhoorn in de omgeving bekend zijn (bron: NDFF). Indien nesten verdwijnen omdat bomen gekapt worden, moet ontheffing worden aangevraagd of conform een goedgekeurde gedragscode gewerkt worden. Daarbij is begeleiding door een ecoloog nodig.
6.2 AANBEVELINGEN Geadviseerd wordt om voorafgaand aan de werkzaamheden op bovengenoemde trajecten nogmaals een controle uit te voeren op nesten van eekhoorn. De werkzaamheden laten nog enige tijd op zich wachten, waardoor het risico bestaat dat nieuwe nesten zijn gebouwd. Boommarter Op enkele locaties (Deeltrajecten B en D) zijn grote holten/spleten in bomen (met name beuken) waargenomen. Het is bekend dat boommarter in de regio voorkomt en dat afgelopen jaren enkele exemplaren zijn aangereden op de N35 (bron NDFF). Mogelijk maken de bosgebieden in de omgeving van de N35 deel uit van het leefgebied van de boommarter en fungeren enkele boomholten/spleten als verblijfplaats/rustplaats. In bijlage 1 zijn de betreffende locaties op kaart weergegeven in de tabellen in bijlage 2 zijn de coördinaten opgenomen. Aanbevolen wordt om dit gegeven mee te nemen in de nog uit te voeren onderzoeken in het kader van de Wet natuurbescherming. De handleiding boommarters inventariseren van de Zoogdiervereniging en Werkgroep Boommarter Nederland zegt het volgende over onderzoek: “Als het er om gaat aan te tonen of ergens boommarters zitten kun je het jaar rond naar sporen zoeken. Ligt de nadruk meer op het vinden van nestbomen, en daarmee op het vaststellen van voortplanting in een gebied, dan is inventariseren in de periode half maart – half juni gewenst.
Voor een betrouwbaar resultaat zijn minimaal 4 controle rondes in deze periode noodzakelijk. Omdat vrouwtjes met jongen tijdens de zoogtijd langere tijd op dezelfde plek zitten is de kans op het vinden van sporen dan ook het grootst.” De betreffende locaties op deeltrajecten B en D zijn tijdens het veldonderzoek respectievelijk 2 en 3 keer bekeken in de periode mei – juli. Daarbij zijn geen sporen waargenomen. Daarnaast betreft het geen typische holten zoals holten welke door zwarte- of groene specht zijn uitgehakt. Het gaat om vrij ruime spleten, waar minder sprake is van beschutting dan in eerder genoemde holten. Op basis hiervan is de verwachting dat als boommarter gebruik maakt van de spleten, dit een dagrustplaats zal zijn en geen nestplaats. In dit geval wordt aanbevolen om nader onderzoek met behulp van wildcamera’s uit te voeren. Deze kunnen bijvoorbeeld in 2 á 3 perioden verspreid over een jaar gedurende een tijdsbestek van enkele weken op de betreffende locatie worden geplaatst.
17
N35 inventarisatie verblijfplaatsen eekhoorn
RWS-ON
18
N35 inventarisatie verblijfplaatsen eekhoorn
RWS-ON
BIJLAGE 1: KAARTEN MET WAARNEMINGEN Deeltraject B: Heino noord (km 10.2 – 12.8)
Figuur 1. Waarneming eekhoornnest deeltraject B (rode stippen).
Figuur 2. Waarneming potentiele verblijfplaats / rustplaats boommarter (rode stip).
19
N35 inventarisatie verblijfplaatsen eekhoorn
RWS-ON
Deeltraject C: Heino (km 12.8 – 15.5)
Figuur 3. Waarnemingen eekhoornnesten deeltraject C (rode stippen).
Deeltraject D: Heino-Raalte (km 15.5 – 18.5)
Figuur 4. Waarnemingen potentiele verblijfplaats / rustplaats boommarter (rode stippen).
20
N35 inventarisatie verblijfplaatsen eekhoorn
RWS-ON
BIJLAGE 2: COORDINATEN WAARNEMINGEN
Deeltraject B: Heino noord (km 10.2 – 12.8) Waarneming Nest eekhoorn Potentiele rust- /verblijfplaats boommarter
X-coördinaat 212058,24
Y-coördinaat 496377,10
211658,68
496316,98
Deeltraject C: Heino (km 12.8 – 15.5) Waarneming Nest eekhoorn Nest eekhoorn Nest eekhoorn
X-coördinaat 213519,36 213503,56 213505,58
Y-coördinaat 494803,77 494752,16 494702,01
Deeltraject D: Heino-Raalte (km 15.5 – 18.5) Waarneming Potentiele rust- /verblijfplaats boommarter Potentiele rust- /verblijfplaats boommarter
X-coördinaat
Y-coördinaat
213709,90
492470,67
213729,44
492425,35
21
N35 inventarisatie verblijfplaatsen eekhoorn
RWS-ON
22
N35 inventarisatie verblijfplaatsen eekhoorn
RWS-ON
BIJLAGE 3: FOTO’S WAARNEMINGEN Deeltraject B: Heino noord (km 10.2 – 12.8)
Foto 1 en 2. Vermoedelijk eekhoornnest in beuk nabij toegangsweg landgoed De Gunne.
Foto 3. Grote spleten in beuk op landgoed De Gunne (potentiele dagrustplaats boommarter).
23
N35 inventarisatie verblijfplaatsen eekhoorn
RWS-ON
Deeltraject C: Heino (km 12.8 – 15.5)
Foto 4 en 5. Eekhoornnesten in de buurt van de Lemelerveldseweg.
Deeltraject D: Heino-Raalte (km 15.5 – 18.5)
Foto 6. Grote holten/spleten in beuk nabij Manege ’t Reelaer (potentiele dagrustplaats boommarter).
24
N35 inventarisatie verblijfplaatsen eekhoorn
RWS-ON
N35 Wijthmen Nijverdal
Inventarisatie jaarrond beschermde vogelnesten
2
N35 inventarisatie jaarrond beschermde nesten
RWS-ON
COLOFON
N35 Wijthmen - Nijverdal Inventarisatie jaarrond beschermde vogelnesten
OPDRACHTNEMER
BTL Advies B.V. Oude Apeldoornseweg 41 7333 NR Apeldoorn Postbus 177 7300 AD Apeldoorn T 055 312 40 70 E adviesapeldoorn@btl.nl
OPGESTELD DOOR VRIJGEGEVEN DOOR
Stefan de Klepper Lars Tamboer
OPDRACHTGEVER
Rijkswaterstaat Oost- Nederland Postbus 25 6200 MA Maastricht
PROJECTNUMMER
725037
STATUS VERSIE DATUM
DEFINITIEF 1.0 31 augustus 2017
3
N35 inventarisatie jaarrond beschermde nesten
RWS-ON
4
N35 inventarisatie jaarrond beschermde nesten
RWS-ON
INHOUD COLOFON
3
INHOUD
5
1
INLEIDING
7
1.1 1.2 1.3 1.4
7 7 8 8
2
Aanleiding Voorgenomen maatregelen Doel Leeswijzer
WERKMETHODE
9
2.1 2.2
9 9
Onderzoeksgebied Werkwijze onderzoek
3
WETTELIJK KADER
11
4
RESULTATEN PER DEELTRAJECT
13
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10
13 13 13 14 14 14 14 14 14 14
5
EFFECTBEOORDELING 5.1 5.2 5.3 5.4
6
Bronnenstudie Deeltraject A: dalfsen (km 6.8 – 10.2) Deeltraject B: heino noord (km 10.2 – 12.8) Deeltraject C: heino (km 12.8 – 15.5) Deeltraject D: heino-Raalte (km 15.5 – 18.5) Deeltraject E: raalte (kruispunt Bos) (km 18.5 – 21.5) Deeltraject F: mariënheem west (km 21.5 – 24.0) Deeltraject G: mariënheem oost (km 24.0 – 27.0) Deeltraject H: haarle (km 27.0 – 29.6) Deeltraject I: nijverdal (km 29.6 – 32.5)
15
Deeltraject C: heino (km 12.8 – 15.5) Deeltraject E: raalte (kruispunt Bos) (km 18.5 – 21.5) Deeltraject F: mariënheem west (km 21.5 – 24.0) Overige deeltrajecten
15 15 15 15
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
17
6.1 6.2
17 17
Conclusies Aanbevelingen
BIJLAGE 1: KAARTEN MET WAARNEMINGEN
19
BIJLAGE 2: COORDINATEN WAARNEMINGEN
22
BIJLAGE 3: FOTO’S WAARNEMINGEN
24
5
N35 inventarisatie jaarrond beschermde nesten
RWS-ON
6
N35 inventarisatie jaarrond beschermde nesten
RWS-ON
1 INLEIDING In opdracht van Rijkswaterstaat is door BTL Advies langs de N35 een onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van jaarrond beschermde vogelnesten. Onderstaand is de aanleiding hiervoor kort beschreven, evenals het doel van het onderzoek en is een beknopte leeswijzer opgenomen. 1.1 AANLEIDING Rijkswaterstaat, de provincie Overijssel en de gemeenten Raalte, Hellendoorn en Dalfsen willen met een aantal maatregelen de veiligheid op de N35 tussen Wijthmen en Nijverdal verbeteren (zie afbeelding 1 voor de ligging van het traject). Dit is nodig omdat dit deel van de N35 vatbaar is voor het ontstaan van gevaarlijke situaties, bijvoorbeeld door erfaansluitingen direct op de N35 en onveilige kruispunten. Bestuurders van de provincie, gemeenten en Rijkswaterstaat hebben inmiddels 12 maatregelen geselecteerd die in 2017 worden uitgewerkt. Met name bij de maatregelen waarbij watergangen worden verlegd, parallelwegen worden gerealiseerd en bomen worden verwijderd, speelt de Wet natuurbescherming een belangrijke rol. Voor het kunnen aanvragen van een ontheffing in het kader van deze wet is nader onderzoek nodig. Rijkswaterstaat heeft BTL Advies gevraagd het onderzoek naar jaarrond beschermde vogelnesten uit te voeren.
Afbeelding 1. Ligging wegtraject N35 tussen Wijthmen en Nijverdal (donkerblauwe stippellijn).
1.2 VOORGENOMEN MAATREGELEN Ten behoeve van de verbetering van de veiligheid langs de N35 zijn de volgende maatregelen aan de orde: De realisatie van een obstakelvrije zone langs de weg van 4,5 meter breed over de gehele lengte van het wegtraject (26 km). Daarbij bestaat het plangebied uit 9 deeltrajecten (zie tabel 1). De maatregel houdt in dat alle bomen/struiken binnen deze zone worden verwijderd. De realisatie van locatie specifieke maatregelen op 5 van de 9 deeltrajecten. Dit gaat o.a. om de aanleg van een parallelweg, aanpassing van kruispunten en het opheffen van perceelaansluitingen. De maatregelen betreffen voorkeursvarianten waarvan nog niet concreet bepaald is wat deze inhouden.