Bijlage 8 Advies regioarcheoloog
Tekst van het document
Toetsing Archeologisch bureauonderzoek (BO) en inventariserend veldonderzoek (IVO) Zuthemerweg te Laag Zuthem, Gemeente Raalte (OV).1 Rapport: Laag Zuthem, Zuthemerweg, Gemeente Raalte (OV), Archeologisch bureauonderzoek (BO) en inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase, Transect-rapport 4666, versie 1.1 (concept), 29-03-2023 Auteur: I. Korver Doelstelling: De vraagstelling van deze onderzoeken richt zich op het vaststellen en toetsen van de archeologische verwachting en de bepaling in hoeverre de voorgenomen ingrepen in het kader van de planvorming effect hebben op eventuele archeologische resten in het gebied. Bevindingen: Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied zich op een dekzandrug bevindt. Ten noorden van het plangebied is bovendien een beekdal aanwezig. Gebaseerd op de ouderdom van de verwachte afzettingen kunnen in het plangebied archeologische resten voorkomen vanaf het LaatPaleolithicum B. Gezien de hogere ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving nabij een beekdal geldt voor de periode vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Late Middeleeuwen een hoge verwachting. Een dergelijke omgeving geeft gunstige bewoningsomstandigheden. Voor wat betreft de Nieuwe Tijd geldt een hoge verwachting voor met name sporen van landgebruiken mogelijke cultuur- en/of ophogingslagen.
Op de historische kaarten vanaf 1770 is er geen bebouwing aanwezig in het plangebied. Het maakt wel deel uit van een landgoed, waarvan de bebouwing zich concentreert aan het zuiden van de Zuthemerweg. Aangezien het landgoed al in de 13e eeuw genoemd wordt, wordt verwacht dat de bebouwing zich vanaf dat moment ook al ten zuiden van de Zuthemerweg heeft bevonden. Hierom worden er hooguit archeologische resten van bijgebouwen in het plangebied verwacht, maar voornamelijk grondsporen en vondstconcentraties zoals erfgreppels en dergelijk. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek blijkt dat het plangebied op de flank van een dekzandrug ligt. Deze bevindt zich ten zuiden van het voormalige beekdal van de Kolkwetering. De top van het dekzand, het relevante archeologische niveau, is in het plangebied intact te beschouwen getuige de aanwezigheid van sporen van podzolering. Dit betekent dat de hoge archeologische verwachting voor het plangebied op resten uit de periode Neolithicum-Late Middeleeuwen van kracht blijft. Indien er resten aanwezig zullen zijn, zullen deze zich in de top van het dekzand als grondsporen aftekenen op een diepte van circa 45-125 cm -Mv. Resten uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum zijn naar verwachting als gevolg van verploegen in het plangebied aangetast, vanwaar daarop sprake is van een lage archeologische verwachting.
Opmerkingen: p.3 perceel 433 heeft nu de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en Landschapswaarden’ i.p.v. ‘Natuur’.
1
De cursieve tekstdelen zijn overgenomen uit het onderzoeksrapport.
p.21 interpretatie + p.23 conclusie: Beschrijf iets duidelijker waarom de kans op resten uit het LaatPaleolithicum en Mesolithicum door verploegen laag is. Ik ben het helemaal met de conclusie eens en snap de redenering ook, maar uit de tekst blijkt het niet duidelijk (t.b.v. niet-geïnformeerde lezer die dit rapport ooit in handen krijgt). p.23 (o.a.) Er wordt gesproken over het toewijzen van een dubbelbestemming archeologie, er geldt echter al een dubbelbestemming archeologie. Het is daarom duidelijker om van ‘behouden van de dubbelbestemming’ te spreken. Er wordt geadviseerd om op het deel van het plangebied waar geen bouwactiviteiten zullen plaatsenvinden een scherpere dubbelbestemming toe te wijzen, nl. 500 m2 en >15 cm-mv. In mijn optiek is de 15 cm -mv lastig te verantwoorden. Het terrein is nu afwisselend in gebruik als akker en weiland. Er is hier zeker tot 30-50 cm geploegd. De huidige beperking is 30 cm-mv. Afgezien hiervan zou ik dit aanpassingsadvies graag laten afhangen van de uitkomsten van het geadviseerde proefsleuvenonderzoek.
Advies m.b.t. het onderzoeksrapport: Met verwerking van bovenstaande opmerkingen kan het rapport definitief gemaakt worden. Ik zal de gemeente Raalte adviseren dat op de plekken waar binnen het plangebied bouwactiviteit zal plaatsvinden vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven nodig is en dat in het overige deel van het plangebied de dubbelbestemming ‘archeologie’ moet worden behouden. De voorgestelde aanpassing van de richtlijnen gekoppeld aan de dubbelbestemming ‘archeologie’ kan het beste na het vervolgonderzoek beoordeeld worden. Het Oversticht ontvangt graag een digitaal exemplaar van het definitieve rapport.
Namens de gemeente Raalte,
Eva Kaptijn, namens Olaf Satijn 22-8-2023
Regioarcheoloog Het Oversticht Postbus 531 8000 AM Zwolle