Bijlage 6 bodemonderzoek
Tekst van het document
RAPPORT VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK conform NEN5740 en NEN5707 Schoonhetenseweg 18 - Mariënheem
Opdrachtgever: Eelerwoude Locatie: Schoonhetenseweg 18 8106 AE Mariënheem September 2021
Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl
Tel: 0546 - 63 96 63 KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01
Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739
Rapport Verkennend (asbest)Bodemonderzoek conform NEN5740 en NEN5707 Schoonhetenseweg 18 – Mariënheem
Opdrachtgever: Eelerwoude Mossendamsdwarsweg 3 7472 DB Goor Locatie: Schoonhetenseweg 18 8106 AE Mariënheem Projectcode: 21042916 Rapportagedatum: 3 september 2021 Auteur:
Kruse Milieu BV
INHOUD Pagina 1
Inleiding
1
2.1 2.2 2.3
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie
2 2 2 3
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses
4 4 5 6 7 8
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Resultaten van de asbestanalyses Bespreking resultaten asbestanalyses
9 9 9 12 13 14 14
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
15
6
Literatuur en bronvermelding
17
2
3
4
Bijlagen I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, september 2021 II Boorstaten Legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses Toetsing chemische analyses IV Resultaten en concentratieberekeningen asbestanalyses V Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen
Kruse Milieu BV
Project: 21042916
1
Inleiding
Dit rapport beschrijft het verkennend (asbest)bodemonderzoek, dat in opdracht van Eelerwoude op een terreindeel aan de Schoonhetenseweg 18 in Mariënheem door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de geplande herontwikkeling en de geplande nieuwbouw van 2 woningen. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging de aanvraag van de omgevingsvergunning. Hiervoor dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat er één asbestverdachte druppelzone en twee voormalige bovengrondse dieseltanklocaties aanwezig zijn. Deze locaties worden als verdachte deellocaties beschouwd. De bovengrond van het erf is verdacht voor de aanwezigheid van asbest. De ondergrond en het grondwater zijn onverdacht voor chemische componenten. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5725, Bodem.
Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. De doelstelling van het onderzoek op de verdachte (deel)locatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig is en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond de achtergrondwaarden overschrijden. De doelstelling van het onderzoek op een asbestverdachte (deel)locatie is vast te stellen of de voor-onderstelde verontreinigingskern ook daadwerkelijk op de vermoede plaats aanwezig is en in hoeverre de verontreinigde stoffen in de grond de normwaarden overschrijden.
Het veldwerk is uitgevoerd in juli en augustus 2021 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.
Kruse Milieu BV
Project: 21042916
Pagina 1 van 17
2
Locatiegegevens 2.1
Beschrijving huidige situatie
Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Schoonhetenseweg 18, op circa 600 meter ten oosten van de bebouwde kom van Raalte en op circa 1.3 kilometer ten zuidwesten van de bebouwde kom van Mariënheem. Het centrale punt van het te onderzoeken terrein heeft de RD-coördinaten x = 217.476 en y = 487.746 en is kadastraal bekend als: gemeente Raalte, sectie F, nummers 6044 (ged.) en 6045 (ged.). De Schoonhetenseweg 18 bevindt zich ten oosten van de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie is bebouwd met enkele te slopen schuren en een oude woonboerderij. De bebouwing op kadastraal nummer 6045 (noordelijke deel) is onlangs gesloopt. De betonvloer is nog deels aanwezig. Het onbebouwde terreindeel is verhard met klinkers, tegels en beton en deels in gebruik als weiland. Onderzoekslocatie De daken van de schuren zijn voorzien van asbestverdachte golfplaten. Er is sprake van een druppelzone wanneer hemelwater via asbestverdachte dakplaten afwatert op onverhard terrein. De druppelzone bevindt zich aan de zuidzijde van de schuur (zie boorplan). Deze druppelzone wordt als verdachte deellocatie beschouwd. Er zijn twee voormalige bovengrondse dieseltanklocaties bekend (deellocatie A en B). Deze locaties worden als verdachte deellocaties beschouwd.
In het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning is ten behoeve van de herontwikkeling een bodemonderzoek noodzakelijk. De onderzoekslocatie is deels bebouwd en deels verhard en omvat circa 4950 m². In bijlage I zijn de regionale ligging van de locatie weergegeven en is het boorplan van Kruse Milieu BV van september 2021 opgenomen. 2.2
Vooronderzoek
In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever en de Omgevingsdienst IJsselland, daarbij is de volgende informatie verzameld: - De onderzoekslocatie heeft al jaren de huidige (agrarische) bestemming. De te slopen opstallen dateren van 1920, 1966 en 1973 (bron: BAGviewer). - Voor de inrichting is in 1989 een Hinderwetvergunning met een dieseltank van 1200 liter aangevraagd (deellocatie B). Op 20 november 2001 is een Milieuvergunning verleend voor een melkrundvee- en vleesvarkensbedrijf. Op 24 oktober 2007 is een melding in het kader Besluit landbouw milieubeheer voor een melkrundveehouderij met dieseltank van 1200 liter in een lekbak gedaan (deellocatie A). Op 1 februari 2021 is online een melding gedaan van het veranderen van de inrichting. - Voor zover bekend is er op de onderzoekslocatie, met uitzondering van de voormalige dieseltanklocaties, nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel.
- Het te onderzoeken terreindeel is, met uitzondering van de voormalige dieseltanklocaties, voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn. Kruse Milieu BV
Project: 21042916
Pagina 2 van 17
- Voor zover bekend is het te onderzoeken terreindeel in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden. - Op de schuren bevinden zich asbestverdachte golfplaten. Er is 1 druppelzone aanwezig (deellocatie C), welke als verdachte deellocatie wordt beschouwd. - Vanwege de historie en gebruik van het erf en de asbestverdachte golfplaten op de daken wordt de bovengrond van het erf beschouwd als verdacht voor asbest. - Er is niet eerder een bodemonderzoek uitgevoerd op de onderzoekslocatie. 2.3
Bodemsamenstelling en geohydrologie
Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - het maaiveld bevindt zich circa 7 meter boven NAP; - de onderzoekslocatie ligt ten noordwesten van de Sallandse Heuvelrug en aan de westzijde van het Reggedal; - tot circa 34 meter diepte is zand aanwezig dat behoort tot de formaties van Boxtel en Kreftenheye. Het doorlatend vermogen is tot circa 20 meter diepte circa 50 - 1000 m2/dag; - van circa 34 tot 46 meter diepte bevindt zich een scheidende kleilaag van de formatie van Kreftenheye, laagpakket Twello, en Drente, laagpakket Gieten. - Het tweede watervoerende pakket van circa 46 tot 92 meter diepte bestaat uit zand van de formaties van Peize en Waalre en Oosterhout. Het tweede watervoerende pakket wordt onderbroken op 63 meter diepte door een 3 meter dikke complexe eenheid van de Formatie van Peize. Het doorlatend vermogen is circa 250 - 1000 m2/dag; - Vanaf circa 92 meter diepte is een complexe eenheid van de Formatie van Oosterhout met afwisselend matig fijn zand, zandige klei en fijn zand met weinig klei, grof zand en schelpen aanwezig; - de ondoorlatende basis vanaf 162 meter diepte wordt gevormd door klei behorende tot de Formatie van Breda; - de grondwaterstand bevindt zich op circa 1.5 meter onder het maaiveld. De grondwaterstromingsrichting is vermoedelijk noordwestelijk gericht.
- op circa 7 kilometer bevindt zich ten oosten van de onderzoekslocatie het grondwaterbeschermingsgebied Nijverdal en op circa 7 kilometer ten westen bevindt zich het grondwaterbeschermingsgebied Boerhaar; - de onderzoekslocatie ligt circa 1.7 kilometer ten oosten van het Overijsselsch Kanaal. De invloed van deze watergangen en de grondwaterbeschermingsgebieden op het freatische grondwaterwater is bij ons bureau niet bekend; - er wordt van de grondwaterbeschermingsgebieden en het oppervlaktewater geen grote invloed verwacht op het freatische grondwater.
Kruse Milieu BV
Project: 21042916
Pagina 3 van 17
3
Uitvoering bodemonderzoek 3.1
Onderzoeksstrategie
De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. De onderzoeksstrategie en het boorplan zijn afgestemd met de Omgevingsdienst IJsselland. In de normen NEN5740 en NEN5707 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Erf (circa 4950 m2) De hypothese "onverdachte locatie" uit norm NEN5740 (niet-lijnvormige locatie, ONV-NL), en asbestverdacht uit norm NEN5707 (verdacht, heterogeen verdeeld, VED-HE) worden voor de onderzoekslocatie gebruikt. Beide strategieën worden gecombineerd. De boringen tot 0.5 meter diepte worden vervangen door inspectiegaten.
Tijdens het veldwerk zal visueel worden gelet op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op en in de bodem. Deellocaties A en B: Voormalige dieseltanklocaties (15 m2) De locatie van de voormalige tanklocaties worden beschouwd als verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van minerale olie in de grond en van minerale olie en vluchtige aromaten (BTEX) en naftaleen in het grondwater. De hypothese “verdachte locatie” uit NEN5740 wordt voor deze deellocatie gebruikt. De onderzoeksstrategie op deze deellocatie is gebaseerd op de NEN5740, paragraaf 5.3: Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). Deellocatie C: Druppelzone (25 m2) De druppelzone wordt beschouwd als verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van asbest. De hypothese “verdachte locatie" uit NEN5707 (VED-HE-NL: verdachte locatie met een diffuse bodemverontreiniging met een heterogene verspreiding) wordt voor de druppelzone gebruikt. Bij een druppelzone tot 100 m2 dienen 3 inspectiegaten gegraven te worden. Alleen de toplaag tot 0.1 m-mv wordt bemonsterd. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen.
In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN5897+C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem; Kruse Milieu BV
Project: 21042916
Pagina 4 van 17
- in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden; - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. 3.2
Veldwerkzaamheden
Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Erf Op een terreindeel met een oppervlakte van circa 4950 m² worden in totaal 17 inspectiegaten, gegraven met een lengte en een breedte van minimaal 0.3 meter. Er wordt doorgeboord tot op de ongeroerde bodem met een maximum diepte van 2.0 meter minus maaiveld. Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven. De inspectiegaten worden over het te onderzoeken terreindeel verdeeld. Vier inspectiegaten worden met behulp van een Edelmanboor doorgezet in de ondergrond tot maximaal 2.0 m-mv. Voor het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de combinatiepeilbuis B1. Deellocaties A en B: Voormalige dieseltanklocaties Ter plaatse van de voormalige tanklocaties worden per deellocatie 3 boringen verricht tot 1.0 meter minus maaiveld. Voor het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters wordt op elke deellocatie één diepe boring overeenkomstig NEN5766 afgewerkt tot peilbuis (PB A1 en PB B1). Deellocatie C: Druppelzone Ter plekke van druppelzone C worden 3 inspectiegaten gegraven.
De inspectiegaten worden gecodeerd als C1, C2 en C3. Alleen de toplaag tot 0.1 m-mv wordt bemonsterd. Van elk monsterpunt wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur.
Kruse Milieu BV
Project: 21042916
Pagina 5 van 17
3.3
Analyses
De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. Eventuele asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins Omegam in Amsterdam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in dit verkennend onderzoek 9 grondmengmonsters (waarvan 4 mengmonsters van de fijne fractie) samengesteld en er worden 2 grondwatermonsters genomen. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 3. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740 en NEN5707 onderzocht. In tabel 1 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Tabel 1: Analysepakket per (meng)monster. Monster
Analysepakket Erf
Bovengrond (2x) Ondergrond (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organisch stof, lutum en droge stof
Bovengrond (3x)
Asbest en droge stof Deellocatie A: Voormalige dieseltanklocatie
Bovengrond (1x)
Minerale olie, organische stof en droge stof
Grondwater (1x)
Minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, pH, EC en troebelheid. Deellocatie B: Voormalige dieseltanklocatie
Bovengrond (1x)
Minerale olie, organische stof en droge stof
Grondwater (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting Deellocatie C: Druppelzone
Bovengrond (1x)
Asbest en droge stof
Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats.
Kruse Milieu BV
Project: 21042916
Pagina 6 van 17
3.4
Toetsing chemische analyses
De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu.
Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging; tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de Interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden.
Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. De resultaten van eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (geactualiseerde versie 2 juli 2020) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de sinds 15 januari 2020 door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater.
Kruse Milieu BV
Project: 21042916
Pagina 7 van 17
3.5
Toetsing asbestanalyses
De resultaten van eventuele asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen < 0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht.
De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Bij een nader asbestonderzoek wordt getoetst aan de interventiewaarde. Alleen indien in het verkennend bodemonderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als het nader asbestonderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.
Kruse Milieu BV
Project: 21042916
Pagina 8 van 17
4
Resultaten 4.1
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en in paragraaf 4.4 worden de resultaten besproken. De resultaten van de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.6 en besproken in paragraaf 4.7. 4.2
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn in juli en augustus 2021 uitgevoerd door , . Deze veldwerkers zijn conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08). Erf Er is op 25 augustus 2021 zijn, na maaiveldinspectie, in totaal 17 inspectiegaten gegraven. Vier inspectiegaten zijn met behulp van een Edelmanboor verdiept tot 2.0 m-mv. Boring 8 is op 0.65 m-mv gestaakt op puin en is opnieuw geplaatst. Ook boring 8A is gestaakt op 0.65 m-mv op puin (vermoedelijk fundatieresten). Boring 9 is gestaakt op 0.81 m-mv op puin. Deellocaties A en B: Voormalige bovengrondse dieseltanklocaties Op 27 juli 2021 zijn in totaal 6 boringen verricht met een Edelmanboor en zuigerboor. De boringen A1 en B1 zijn doorgezet tot 3.4 m-mv en 3.3 m-mv en afgewerkt als peilbuizen. Vervolgens zijn de peilbuizen doorgepompt. Er is zintuiglijk geen minerale olie waargenomen in de grond of in het grondwater (geen oliegeur, geen olie/water-reactie). Deellocatie C: Druppelzone Op 27 juli 2021 zijn in totaal 3 inspectiegaten tot 0.5 m-mv ter plekke van druppelzone C gegraven. Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van klinkers, beton en gras, niet (goed) geïnspecteerd kon worden. Er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt.
De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, geen neerslag). De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat globaal uit zeer fijn tot matig fijn, zwak siltig zand. In de boven- en ondergrond zijn oer-en roesthoudende lagen aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen. Deze zijn weergegeven in tabel 2. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de bodem waargenomen.
Kruse Milieu BV
Project: 21042916
Pagina 9 van 17
Tabel 2: Weergave bodemvreemde materialen. Boring
Diepte (m-mv) Waarneming Erf
1
0.05 - 0.25
Sporen puin
3
0.2 - 0.7
Sporen baksteen
4
0.08 - 0.2
Sporen baksteen
5
0 - 0.5
Sporen baksteen
6
0.35 - 0.5
Sterk baksteenhoudend
8 en 8A
0.3 - 0.6
Sporen puin en gestaakt op puin
9
0.08 - 0.8
Sporen baksteen
12
0 - 0.6
Sporen puin
13
0,2 - 0.35
Matig puinhoudend
Deellocatie B: Voormalige bovengrondse tanklocatie B1
0.07 - 0.5
Sterk puinhoudend
B2
0.07 - 0.55
Sterk puinhoudend
B3
0.07 - 0.6
Sterk puinhoudend Deellocatie C: Druppelzone
C1
0 - 1.2
Sporen puin
C2
0 - 0.2
Sporen puin
C3
0 - 0.5
Sporen puin
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de (meng)monsters samengesteld, zoals in tabel 3 staat omschreven. In verband met de aanwezigheid van roest- en oerhoudende lagen is de ondergrond (OG I) aanvullend op arseen onderzocht.
Kruse Milieu BV
Project: 21042916
Pagina 10 van 17
Tabel 3: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m -mv)
Analyse
Erf
BG I (sporen puin / baksteen)
1 3 4 5 en 12 8 9
0.05 - 0.25 0.2 - 0.7 0.08 - 0.2 0 - 0.5 0.3 - 0.6 0.5 - 0.8
NEN5740standaardpakket
BG II (visueel schoon)
2, 7, 15 en 16 6 10 11 13
0 - 0.5 0.5 - 1.0 0.15 - 0.5 0.6 - 0.9 0.35 - 0.8
NEN5740standaardpakket
BG III (sterk/matig puin)
6 13
0.35 - 0.5 0.2 - 0.35
NEN5740standaardpakket
OG I (visueel schoon)
1 2 2 3 3 4 4
0.25 - 0.75 0.5 - 1.0 1.0 - 1.2 0.7 - 1.2 1.2 - 1.7 0.7 - 1.2 1.3 - 1.8
NEN5740standaardpakket + arseen
MM FF - 01 (visueel schoon)
2, 14, 15 en 16 17
0 - 0.5
Asbest
MM FF - 02 (sporen puin)
11 12
0.07 - 0.57 0 - 0.5
Asbest
MM FF - 03 (sterk/matig puin)
6 13
0.35 - 0.5 0.2 - 0.35
Asbest
Deellocaties A en B: voormalige bovengrondse dieseltanklocaties A -BG (visueel schoon)
A1 en A2 A3
0.07 - 0.3 0.2 - 0.7
B - BG
B1 B2 B3
0.07 - 0.5 0.07 - 0.57 0.07 - 0.55
Minerale olie
Minerale olie
Deellocatie C: Druppelzone C - MM FF (sporen puin)
C1, C2 en C3
0 - 0.1
Asbest
De boringen A1 en B1 zijn doorgezet tot 3.4 m-mv en 3.3 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat normaliter uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens zijn de peilbuizen doorgepompt. Kruse Milieu BV
Project: 21042916
Pagina 11 van 17
Op 25 augustus 2021 zijn de peilbuizen (PB A1 en PB B1) bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 4. Tabel 4: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH (-)
EC (μS/cm)
Troebelheid Toestroming (NTU)
PB A1
2.40 - 3.40
2.15
6.5
475
18
Goed
PB B1
2.30 - 3.30
3.10
6.0
155
9.95
Goed
De waarden voor de pH, de EC en de troebelheid voor PB B1 worden als normaal beschouwd. In het grondwatermonster van PB A1 is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. 4.3
Resultaten en toetsing van de chemische analyses
In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. In de bovengrond (BG III en B - BG) en in het grondwater (PB B1) zijn lichte verontreinigingen aangetoond, deze zijn weergegeven in tabel 5. In de bovengrond (BG I, BG III en A - BG), in de ondergrond (OG I) en in het grondwater (PB A1) zijn geen verontreinigingen aangetoond. Tabel 5: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof of μg/l). Monster
Component
Gemeten Concentratie
GSSD
Achtergrondwaarde1 of Streefwaarde
Interventiewaarde
1.5
40
Erf BG III 1
PAK
6.3
6.365 *
AW2000
Kruse Milieu BV
Project: 21042916
Pagina 12 van 17
Vervolg tabel 5: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof of μg/l). Monster
Component
Gemeten Concentratie
GSSD
Achtergrondwaarde1 of Streefwaarde
Interventiewaarde
Deelocatie B: voormalige bovengrondse dieseltank
1
B - BG
Minerale olie
130
541.7 *
190
5000
PB B1
Barium Koper
89 18
89 * 18 *
50 15
625 75
AW2000
In de vierde kolom van tabel 5 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. 4.4
Bespreking resultaten chemische analyses
Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er lichte verontreinigingen in het grondwater aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Erf Bovengrond - BG III - PAK Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met PAK niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing (en bewoning). Oorzaak voor het licht verhoogde PAKgehalte wordt gezocht in de waargenomen bodemvreemde materialen (puin). Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Deelocatie B: Voormalige bovengrondse dieseltanklocatie Bovengrond - B - BG - Minerale olie Minerale olie is een bestanddeel van olieproducten en brandstoffen. De oorzaak voor het licht verhoogde gehalte wordt gezocht in mogelijke morsverliezen tijdens het tanken. Aangezien het gemeten gehalte de tussenwaarde niet overschrijdt, is het uitvoeren van aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. Grondwater - PB B1 - Barium en koper De zeer licht verhoogde gehalten aan barium en koper in het grondwater zijn waarschijnlijk te wijten aan plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarden. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem.
Aangezien de gemeten gehalten de tussenwaarde niet overschrijden, is aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. De voormalige bovengrondse dieseltanklocatie B heeft een geringe aantoonbare negatieve invloed gehad op de bodemkwaliteit. De voormalige bovengrondse dieseltanklocatie A heeft geen aantoonbare invloed gehad op de bodemkwaliteit.
Kruse Milieu BV
Project: 21042916
Pagina 13 van 17
4.5
Resultaten van de asbestanalyses
In bijlage IV zijn de analyserapporten en de concentratieberekeningen van het asbestonderzoek opgenomen. In de fijne fractie van het mengmonster MM FF- 03 is asbest aangetoond. De gewogen asbestgehalten zijn in tabel 6 weergegeven. Tabel 6: Gewogen asbestconcentratie (mg/kg droge stof). Monsters
Component
Gewogen asbestconcentratie
toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek
Erf MM FF - 01
Asbest
n.a.
50
MM FF - 02
Asbest
n.a.
50
Gat 6
Asbest
0.6
50
Gat 13
Asbest
0.6
50
Deellocatie C: Druppelzone C - MM FF
Asbest
n.a.
50
In de derde kolom van tabel 6 wordt de volgende codering toegepast: n.a. : Geen asbest aangetoond. Normaal : Het gehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Onderstreept : Overschrijding van de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Vet : Overschrijding van de interventiewaarde. 4.6
Bespreking resultaten asbestanalyses
Zoals in paragraaf 4.5 is weergegeven, is in de mengmonsters van de fijne fractie van MM FF - 01, MM FF - 02 en C - MM FF geen asbest aangetoond. In mengmonster MM FF - 03 is asbest aangetoond. In de gaten 6 en 13 is asbest aangetoond in gehalten ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek.
Kruse Milieu BV
Project: 21042916
Pagina 14 van 17
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
Algemeen In opdracht van Eelerwoude is in een verkennend (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terreindeel ter grootte van circa 4950 m² aan de Schoonhetenseweg 18 in Mariënheem. De onderzoekslocatie is grotendeels bebouwd en verhard. De aanleiding van dit onderzoek is de geplande nieuwbouw van 2 woningen en de bestemmingsplanwijziging. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat er één asbestverdachte druppelzone en twee voormalige dieseltanklocaties aanwezig zijn. Deze locaties worden als verdachte deellocaties beschouwd. De bovengrond is verdacht voor de aanwezigheid van asbest. De ondergrond en het grondwater zijn onverdacht voor chemische componenten. Resultaten veldwerk In totaal zijn er 21 inspectiegaten gegraven en 6 boringen verricht, waarvan 6 boringen zijn doorgezet tot 2.0 m-mv. Twee boringen zijn afgewerkt met peilbuizen (PB A1 en PB B1). Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit zeer fijn tot matig fijn, zwak siltig zand. In de boven- en ondergrond zijn oer-en roesthoudende lagen aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen (puin en baksteen).
Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de bodem waargenomen. Het freatische grondwater in de peilbuizen is gemiddeld aangetroffen op 2.63 m-mv. Resultaten chemische analyses Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan het volgende worden geconcludeerd: Erf - de bovengrond (BG I) is niet verontreinigd; - de bovengrond (BG II) is niet verontreinigd; - de bovengrond (BG III) is licht verontreinigd met PAK; - de ondergrond (OG I) is niet verontreinigd; - in MM FF - 01 en MM FF - 02 is geen asbest aangetoond; - in gat 6 en 13 is asbest aangetoond in gehalten ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Deellocatie A: Voormalige bovengrondse dieseltanklocatie - de bovengrond (A - BG) is niet verontreinigd met minerale olie; - in het grondwater (PB A1) zijn geen verontreinigingen met minerale olie en vluchtige aromaten (BTEX) of naftaleen aangetoond. De voormalige bovengrondse dieseltanklocatie heeft geen aantoonbare invloed gehad op de bodemkwaliteit. Deellocatie B: Voormalige bovengrondse dieseltanklocatie - de bovengrond (B - BG) is licht verontreinigd met minerale olie; - in het grondwater (PB B1) is zeer licht verontreinigd met barium en koper. Er zijn geen verontreinigingen met minerale olie en vluchtige aromaten (BTEX) of naftaleen aangetoond.
De voormalige bovengrondse dieseltanklocatie heeft een geringe aantoonbare negatieve invloed gehad op de bodemkwaliteit. Deellocatie C: Druppelzone - in het mengmonster C - MM FF is geen asbest aangetoond. Kruse Milieu BV
Project: 21042916
Pagina 15 van 17
Hypothese De hypothese "onverdachte locatie" ter plekke van het erf dient te worden verworpen, aangezien er overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. De hypothese "verdachte asbestlocatie" ter plekke van het erf dient te worden verworpen, aangezien er plaatselijk asbest is aangetoond. De hypothese "verdachte asbestlocatie" ter plekke van druppelzone C dient te worden verworpen, aangezien er geen asbest is aangetoond. Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond (BG III en B - BG) en in het grondwater (PB B1) zijn lichte verontreinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de bovengrond (BG I, BG III en A - BG), in de ondergrond (OG I) en in het grondwater (PB A1) zijn geen verontreinigingen aangetoond. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is er geen reden om een nader onderzoek uit te voeren. In de mengmonsters van de fijne fractie van MM FF - 01, MM FF - 02 en C - MM FF is geen asbest aangetoond. In mengmonster MM FF - 03 is asbest aangetoond. In de gaten 6 en 13 is asbest aangetoond in gehalten ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek.
Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de bestemmingsplanwijziging en de voorgenomen nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.
Kruse Milieu BV
Project: 21042916
Pagina 16 van 17
6
Literatuur en bronvermelding
Informatie van de Omgevingsdienst IJsselland NEN5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NEN5707+C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 De kamerbrief “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, 8 juli 2019 De kamerbrief “Aanpassing tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, geactualiseerde versie 2 juli 2020 Document “Indicatieve niveaus voor ernstige bodem- en grondwaterverontreinigingen (INEV’s) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX, RIVM, 15 januari 2020 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaarten, Kaartblad 27 F, Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl
Kruse Milieu BV
Project: 21042916
Pagina 17 van 17
Bijlage I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, september 2021
Schoonhetenseweg 18 in Mariënheem
Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster
Topografische kaart Projectnummer: 21042916 Schaal: 1:25000 Bijlage: I Kaartblad: 27 F
Eelerwoude Schoonhetenseweg 18 8106 AE Mariënheem Verkennend bodemonderzoek
16 2 15 17 8 8A 9 10
14
11 beton
beton
deellocatie B
klinkers
13 1
mestbassin beton 3
12 7 6 4
5
C 3
deellocatie C druppelzone
C 2
C 1
deellocatie A
A2 deur A1 B1 B2 = Onderzoekslocatie = Toekomstige woningen = Toekomstige bijgebouwen = Voormalige veeschuren = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis
A3
B2
deur
0
25
Kruse Milieu BV Deellocatie A Schaal 1 : 200
Deellocatie B Schaal 1 : 200
Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren Veldwerker: JH/RV/NP
Projectcode Schaal Datum
Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl Tekenaar: JK
: 21042916 : 1:600 (A3-formaat) : September 2021
Bijlage II Boorstaten
1
braak / cm t ov m aaiveld
0 1
50
2
4 0
schep, m aar zeer hard -5
33x33cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, donker beige, sporen puin, schep, geen asbest geen gf, ext reem hard
klinker / cm t ov m aaiveld
0
50
1
edelm an
2
30x30cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal beige, sporen bakst een, schep
0 -8
-20 -25 100
3
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, edelm an
3
100
30x30cm , zand, uit erst fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, schep -50
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, edelm an 150
4
150
4
-70
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht beige, rood, zwak oer, edelm an -130
-180 t ype dat um boorm eest er
in sp e ct ie g a t 2 5 -0 8 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n
2
t ype dat um boorm eest er
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1
in sp e ct ie g a t 2 5 -0 8 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n
5
0
32x32cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an
50
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, edelm an
100
1 50
-100 3
4
150
zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, grijs, zwak oer, edelm an -120
t ype dat um boorm eest er
-200
gras / cm t ov m aaiveld
0 -50
2
in sp e ct ie g a t 2 5 -0 8 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n
31x30cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen bakst een, sporen wort els, schep
0
-50
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen zand, edelm an -70
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, edelm an
200 t ype dat um boorm eest er
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest , edelm an
200
6
-200
klinker / cm t ov m aaiveld
0
in sp e ct ie g a t 2 5 -0 8 -2 0 2 1 N ick Pe p p in g
2
50
0 -8
1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, geel, schep, ophoogzand -35
3
3
klinker / cm t ov m aaiveld
0 1
2
50
100 0
-20
3
100
4
150
-50
-8
30x30cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht beige, schep, ophoogzand 30x30cm , zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, sporen bakst een, schep
t ype dat um boorm eest er
7
-50
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, sporen bakst een, edelm an
t ype dat um boorm eest er
1
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, bruin, edelm an
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest , edelm an
-100
-170
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, geel, sporen roest , edelm an
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 Sch oon h e t e n se w e g 1 8 - M a r i?n h e e m 21042916 N EN 5 1 0 4
t ype dat um boorm eest er
0
-50
100
-200
onderzoek project code get ekend conform
-110
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht bruin, rood, edelm an
32x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, bruin, schep
-120
in sp e ct ie g a t 2 5 -0 8 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin
braak / cm t ov m aaiveld
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin, rood, m at ig oer, edelm an
200
in sp e ct ie g a t 2 5 -0 8 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n
-120
-70 5
30x30cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, beige, st erk bakst een, schep, gf/ff : 2,7/23,2 kg.
in sp e ct ie g a t 2 5 -0 8 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n
8
klinker / cm t ov m aaiveld
0 1 2
50
12 0 -7
30x30cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht beige, schep, ophoogzand
1 50
-30 t ype dat um boorm eest er
in sp e ct ie g a t 2 5 -0 8 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n
30x30cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, sporen puin, schep -60
edelm an, gest opt op puin -65
8A
klinker / cm t ov m aaiveld
0
2
in sp e ct ie g a t 2 5 -0 8 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n
13
-7
in sp e ct ie g a t 2 5 -0 8 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n
30x30cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, sporen puin, schep
2 50
0 1 50 2
t ype dat um boorm eest er
in sp e ct ie g a t 2 5 -0 8 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n
3
-60 100 t ype dat um boorm eest er
0 -7
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, schep, geen asbest geen gf ophoogzand -20
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, m at ig puin, schep, geen asbest gf3,5kg ff18kg
edelm an, gest opt op puin
klinker / cm t ov m aaiveld
-100
1
-65
9
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker beige, edelm an
klinker / cm t ov m aaiveld
0 -30
t ype dat um boorm eest er
-60
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an -80
100 t ype dat um boorm eest er
0
31x32cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker beige, grijs, sporen puin, schep, geen asbest geen gf, ophoogzand geroerd
0
30x30cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht beige, schep, ophoogzand
50
braak / cm t ov m aaiveld
0
in sp e ct ie g a t 2 5 -0 8 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n
0
-35
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an -80
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker beige, edelm an
-8
30x30cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht beige, sporen bakst een, schep, ophoogzand
-100 -50
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, rood, sporen bakst een, edelm an
14
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1
-80
edelm an, gest opt op puin
0
30x30cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen oer, edelm an
50
-50
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an
-81
-70
10 0
braak / cm t ov m aaiveld 1 2
-80
0
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an
in sp e ct ie g a t 2 5 -0 8 -2 0 2 1 N ick Pe p p in g
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, licht beige, bruin, edelm an
in sp e ct ie g a t 2 5 -0 8 -2 0 2 1 N ick Pe p p in g
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, edelm an, ophoogzand -15
50 t ype dat um boorm eest er
t ype dat um boorm eest er
15
weiland / cm t ov m aaiveld
0 -50 1 50
11
klinker / cm t ov m aaiveld
0
t ype dat um boorm eest er
0
30x30cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an -50
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, zwak oer, edelm an
in sp e ct ie g a t 2 5 -0 8 -2 0 2 1 N ick Pe p p in g
-60
0 -7
1 50
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, schep, geen asbest geen gf ophoogzand
16 -60
2
in sp e ct ie g a t 2 5 -0 8 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, edelm an
Sch oon h e t e n se w e g 1 8 - M a r i?n h e e m 21042916 N EN 5 1 0 4
t ype dat um boorm eest er
0
30x32cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an
50
-50
-100
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
weiland / cm t ov m aaiveld 1
-90
100 t ype dat um boorm eest er
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an
0
in sp e ct ie g a t 2 5 -0 8 -2 0 2 1 N ick Pe p p in g
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, zwak oer, edelm an -60
17
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1
1
50
1
2
-7
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker beige, ow: geen, edelm an, ophoogzand geroerd zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, ow: geen, edelm an, geroerd
100
klinker / cm t ov m aaiveld
-90
g r on d b or in g 2 7 -0 7 -2 0 2 1 Rie m e r V e lt m a a t
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, ow: geen, edelm an -100
0 -7
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, donker beige, ow: geen, edelm an, ophoogzand geroerd
B1
1
klinker / cm t ov m aaiveld
0 -30
100
3
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, ow: geen, st erk puin, riverside
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
-50
-120
100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, ow: geen, edelm an
200
0 -7
1 50
-80
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, ow: geen, edelm an, geroerd 150
0
-20
t ype dat um boorm eest er
0
50
2
-50
A1
1
30x30cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker beige, bruin, zwak oer, edelm an
in sp e ct ie g a t 2 5 -0 8 -2 0 2 1 N ick Pe p p in g
klinker / cm t ov m aaiveld
0
-40
50 t ype dat um boorm eest er
A3 0
-100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige, ow: geen, edelm an -200
-140
150
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, ow: geen, edelm an
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, ow: geen, edelm an
-180
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, ow: geen, edelm an
240 200
250 230 300
250
340
-340 300 t ype dat um boorm eest er
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 2 7 -0 7 -2 0 2 1 Rie m e r V e lt m a a t
330
-330 t ype dat um boorm eest er
A2
klinker / cm t ov m aaiveld
0 1
50
2
0
B2
-7
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, donker beige, ow: geen, edelm an, ophoogzand geroerd
t ype dat um boorm eest er
klinker / cm t ov m aaiveld
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
1 50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, ow: geen, edelm an
2 -100
100
onderzoek project code get ekend conform
Sch oon h e t e n se w e g 1 8 - M a r i?n h e e m 21042916 N EN 5 1 0 4
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an -110
t ype dat um boorm eest er
bodem profielen sch a a l 1 :5 0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, ow: geen, st erk puin, riverside -55
-80
g r on d b or in g 2 7 -0 7 -2 0 2 1 Rie m e r V e lt m a a t
0 -7
-30
100
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 2 7 -0 7 -2 0 2 1 Rie m e r V e lt m a a t
g r on d b or in g 2 7 -0 7 -2 0 2 1 Rie m e r V e lt m a a t
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige, ow: geen, edelm an -120
B3
klinker / cm t ov m aaiveld
0
0 -7
1 50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, ow: geen, st erk puin, riverside -60
2 100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an -110
t ype dat um boorm eest er
g r on d b or in g 2 7 -0 7 -2 0 2 1 Rie m e r V e lt m a a t
C1 0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige, ow: geen, edelm an -120
gras / cm t ov m aaiveld
0
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, bv: 18.0%, donker bruin, beige, sporen puin, schep
50
-20
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen puin, edelm an
100
-120 t ype dat um boorm eest er
in sp e ct ie g a t 2 7 -0 7 -2 0 2 1 N ick Pe p p in g
C2 0
gras / cm t ov m aaiveld 30x34cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen puin, schep
50
0
-20
zand, zeer grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal beige, edelm an t ype dat um boorm eest er
in sp e ct ie g a t 2 7 -0 7 -2 0 2 1 N ick Pe p p in g
C3 0
-70
gras / cm t ov m aaiveld 32x32cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen puin, schep
50
t ype dat um boorm eest er
-50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an
in sp e ct ie g a t 2 7 -0 7 -2 0 2 1 N ick Pe p p in g
0
-20
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen puin, sporen zand, edelm an -50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an -70
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
Sch oon h e t e n se w e g 1 8 - M a r i?n h e e m 21042916 N EN 5 1 0 4
PEILBUIS
BORIN G
OLIE OP W ATER REACTIE
num m er
bodem m onst er, geroerd
Geen casing
Zwak
Mat ig
St erk
Uit erst
bodem laag
GEUR IN TEN ISTEIT
bent oniet
grondwat erst and t ijdens boren
bodem m onst er, ongeroerd
filt ergrind
Geen Zeer zwak
Zwak
Mat ig
St erk
bodem laag filt ert raject grondwat erst and
links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP
GRON D SOORTEN
M ATE V AN BIJM EN GIN G
GRIND, grindig (G,g)
zwak - (0-5%)
ZAND, zandig (Z,z)
m at ig - (5-15%)
LEEM, silt ig (L,s)
st erk - (15-50%)
KLEI, kleiig (K,k)
uit erst - (> 50%)
VEEN, hum eus (V,h)
slib
V ERH ARD IN GEN
GRAD ATIE Z AN D
asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag
uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )
OV ERIG
GRAD ATIE GRIN D
bodem vreem de best andsdelen aanwezig
f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )
wat er
BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er
Zeer st erk
Bijlage III Resultaten chemische analyses
Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC GEESTEREN NETHERLANDS
Analysecertificaat Datum: 30-Aug-2021
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen
2021137508/1 21042916 Schoonhetenseweg 18 - Mariënheem 25-Aug-2021
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
21042916 Schoonhetenseweg 18 - Mariënheem
Eenheid
Analyse
Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
1
2
3
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
% (m/m)
89.1
86.1
88.2
2021137508/1 25-Aug-2021 30-Aug-2021 30-Aug-2021/08:55 A,B,C 1/2
Voorbehandeling
Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses
S
Droge stof
S
Organische stof
% (m/m) ds
2.9
4.1
1.2
Gloeirest
% (m/m) ds
97
96
99
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
2.2
2.1
<2.0
S
Metalen
S
Barium (Ba)
mg/kg ds
<20
<20
<20
S
Cadmium (Cd)
mg/kg ds
<0.20
<0.20
<0.20
S
Kobalt (Co)
mg/kg ds
<3.0
<3.0
<3.0
S
Koper (Cu)
mg/kg ds
5.5
6.6
<5.0
S
Kwik (Hg)
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
S
Molybdeen (Mo)
mg/kg ds
<1.5
<1.5
<1.5
S
Nikkel (Ni)
mg/kg ds
<4.0
<4.0
<4.0
S
Lood (Pb)
mg/kg ds
14
12
<10
S
Zink (Zn)
mg/kg ds
35
<20
<20
Minerale olie (C10-C12)
mg/kg ds
<3.0
<3.0
<3.0
Minerale olie (C12-C16)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
<5.0
Minerale olie (C16-C21)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
<5.0
Minerale olie (C21-C30)
mg/kg ds
<11
<11
<11
Minerale olie (C30-C35)
mg/kg ds
10
9.6
<5.0
Minerale olie (C35-C40)
mg/kg ds
<6.0
<6.0
<6.0
Minerale olie totaal (C10-C40)
mg/kg ds
<35
<35
<35
Minerale olie
S
Polychloorbifenylen, PCB
S
PCB 28
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 52
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 101
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 118
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
Nr. Uw monsteromschrijving
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
12240195
BG II
Grond (AS3000) Grond (AS3000)