CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 Adviezen Het Oversticht

Raadsvergadering 2 juli 2026, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen Vergunning zonnepark Hondemotsweg-Stobbenbroekweg: verklaring van geen bedenkingen en vergunningverlening (bespreekstuk)6.308 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Raalte t.a.v. Postbus 140 8100 AC Raalte

Zwolle, 8 april 2025 Kenmerk: 026.25/mve Betreft: ruimtelijk advies over aanvullingen landschappelijke inpassing zonnepark Energielandgoed Raalte

Geachte In het kader van de aanvraag zonnepark Energielandgoed Raalte aan de Hondemotsweg heeft u ons gevraagd om te adviseren over de aanvullingen op de landschappelijke inpassing die zijn gedaan na ons vorige advies van 5 december 2024. Er moet daarbij worden getoetst aan de uitgangspunten van uw beleid Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0 (2021). Wij beperken ons hierbij op uw verzoek tot de beoordeling van ‘de omvang en inpassing in het landschap’. De eerder afgegeven adviezen dienen te worden meegenomen in deze laatste beoordeling met extra aandacht voor de landschappelijke inpassing van deelgebied 3, het gebied wat ligt ten zuiden van het spoor in de invloedssfeer van landgoed Het Reelaer. Dit gebied hebben wij in eerdere advisering benoemd als landschappelijk uiterst gevoelig vanwege de erfgoedwaarden. Verandering is inherent aan landschap en de vraag ligt voor of en op welke wijze deze nieuwe ontwikkeling, integraal ontworpen, een meerwaarde kan zijn voor deze locatie. Zoals eerder gesteld hebben wij voor de deelgebieden geadviseerd over de waarden en de ruimtelijke randvoorwaarden. Op de schaal van het landschap als geheel, de omzoming van de zonnevelden en het zonneveld zelf. Destijds hebben wij impliciet getoetst aan de uitgangspunten die in de Richtlijnen, de Handreiking en uw Landschapsontwikkelingsplan zijn vastgelegd.

De eerdere adviezen nemen wij mee in dit advies.

ADVIES Het aanvullend advies bestaat uit twee delen: •

1 Toetsing van het voorliggende plan aan de Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0.

•

2 Reflectie op het eerder uitgebrachte adviezen. Met extra aandacht voor de voorliggende uitwerking van deelgebied 3.

Aan de Stadsmuur 79-83 Postbus 531, 8000 AM Zwolle 038 – 4213257 mail@hetoversticht.nl www.hetoversticht.nl KvK BTW IBAN

40059486 NL0026.45.440.B01 NL47RABO0184885671

CONCLUSIE Wij zijn positief over de wijzigingen die in de loop van het participatie en ontwerpproces zijn gedaan. Het plan met het innovatieve zonvolgende systeem voldoet ruim aan de gestelde Richtlijnen van zonneparken in de gemeente Raalte 2.0 (2021). Het gehele planontwerp met de drie deelgebieden getuigt van een integrale insteek waarin kwaliteit van leefomgeving, erfgoed, landschap en biodiversiteit (gebaseerd op landschappelijke kenmerken en focussoorten) in balans zijn gewogen. Het landschap wordt verrijkt met een variatie van aanplant in alle lagen van de vegetatie, inheems en jaarrond aantrekkelijk en door extensief beheer zal de biodiversiteit toenemen. Landschap is inherent aan verandering. Wij hebben aangegeven dat de nieuwe invulling van zon niet bepalend, maar onderdeel moet zijn van een landschap waarin ook andere nieuwe waarden zich kunnen ontwikkelen. De bestaande landschappelijke structuren, waarin de biotopen van de landgoederen medebepalend zijn, worden verknoopt met de nieuwe aanleg. Deelgebied 3, wat door ons als landschappelijk en vanuit erfgoed als gevoelig is aangemerkt, voegt zich door de aanpassingen in de schaal en sfeer van het landschap. Het veld is teruggebracht tot 50% van het perceel zodat er voldoende ruimte ontstaat voor een landschappelijke omzoming met landbouwkundig gebruik en natuur. Dit geeft een meerwaarde aan deze ruimte.

Wij vragen in aansluiting op ons eerdere advies met de aangrenzende eigenaren aan de noordzijde af te stemmen zodat de huidige aanplant behouden blijft en waar mogelijk versterkt wordt zodat de landschappelijke overgang naar het landgoed gegarandeerd blijft. Wij zijn positief over de aanpassingen die zijn gedaan vanuit de ingrediënten die zijn aangedragen vanuit de bewoners. De wijzigingen zijn ondersteunend aan de inpassing, passend bij de landschappelijke kenmerken en dragen bij aan de biodiversiteit. Wij waarderen de integrale verkenning en het ontwerp vanuit leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en haalbaarheid. Wij hopen dat door deze transitie de kwaliteit van landschap en biodiversiteit zodanig wordt verrijkt dat er geen sprake is van tijdelijkheid maar van duurzame landschappelijke investeringen. Het heeft een grote meerwaarde dat is bevestigd door de eigenaren dat delen van de aanplant ook in de toekomst behouden blijven. Wij gaan akkoord met het voorliggende plan onder voorwaarden van optimalisering inpassing hekwerken, technische installaties en deelgebied 1. In bijlage 1 is ons advies hiervoor opgenomen.

Pagina 2 van 15

Onderbouwing van de conclusie:

1. Toetsing aan de Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0 Er zijn in de Richtlijnen vijf basisuitgangspunten voor zonneparken waaraan plannen moeten voldoen. U vraagt ons te beoordelen op het tweede uitgangspunt ‘omvang en inpassing passend bij de omgeving’. Het gaat hierbij over de inpassing en de balans van de ontwikkeling in relatie tot de kenmerken en waarden van het landschap. Voor dit uitgangspunt wordt gebruik gemaakt van de Handreiking Zonnevelden die is opgesteld door de provincie. Balans 80 - 20 De deelgebieden zijn verschillend qua maat, maar elk gebied is groter dan 2 ha en moet daarom voldoen aan de balans 80 - 20 (deelgebied 3 is het kleinste veld). Het gebied voor de zonnevelden als geheel (inclusief de zone tot de hekwerken) dient maximaal 80% te bedragen van het plangebied. Minimaal 20% van het plangebied moet worden ingericht voor inpassing en compensatie van het verlies aan ecologisch en landschappelijke waarden. In het voorliggende plan wordt nu expliciet gesteld dat er sprake is van een totale oppervlakte op drie percelen van gezamenlijk 29,3 ha. Hiervan is 19,4 ha zonneveld. Dit is 66%. Dit is als geheel ruim onder de 80%. Voor de velden gelden percentages van respectievelijk veld 1: 78%, veld 2: 74% en veld 3: 48%. Aanvullend wordt 10 ha aan extensieve vegetatie (deels landbouwkundig) grondgebruik toegevoegd.

Dit sterkt de balans ruimtelijk in positieve zin. Door de balans wordt de ruimtelijk impact van de velden op het landschap minder groot. De velden worden met hun omzoming meer onderdeel van het landschap. Dat heeft een positief effect op de beleving. Verhouding 2/3e - 1/3e Het vorige plan voldeed aan de verhouding van 2/3e - 1/3e voor bodemkwaliteit in de verhouding 36% bedekt en 64% onbedekt. Dit was niet expliciet opgenomen in het plan zelf, maar in de bijlage die geen vergunningsdocument betreft. In het voorliggende plan wordt hierop wel expliciet ingegaan. Wanneer de panelen horizontaal staan blijft de bedekkingsgraad ruim onder de 66% binnen de omheining, gemiddeld 46%. Voor veld 1: 47%, veld 2: 45% en veld 3: 46%. Het systeem met draaibare panelen is efficiënt waardoor er minder grond nodig is. Ook heeft het zonneveld een meer open karakter dan de traditionele parken. Dit is voor de beleving als ook voor de ontwikkeling van de biodiversiteit (gezonde bodem) een grote winst ten opzichte van de traditionele parken. Hierover adviseren wij dan ook positief. De ontwikkelaar heeft aansluiting gezocht met het lokale Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid (voormalige IVN) om een regelmatig veldonderzoek te doen, alsook met de Wageningen University & Research om dit te coördineren. Wij adviseren deze resultaten breed te delen.

Inzicht in deze nieuwe kwaliteiten kan positief bijdragen aan de acceptatie van de zonnevelden. Ook de inzet tot een lokaal landschappelijk onderhoud draagt daaraan bij.

Pagina 3 van 15

Omvang en inpassing passend bij de omgeving (gehele park) Hoewel de vereisten getalsmatig worden gehaald blijft het voor de deelgebieden alsnog ook een ruimtelijke voorwaarde dat de ‘omvang en inpassing passend is bij de omgeving’. Wij zijn positief over de aanpassingen aangaande de omvang en inpassing van de deelgebieden: •

De nieuwe aanplant geeft op termijn een integrale landschappelijke meerwaarde aan het gebied als geheel en is gebaseerd op focussoorten voor de locaties. Hiervoor is ecologisch onderzoek gedaan. De vegetatie is gevarieerd (nat en droog, hoogte), inheems, veelal jaarrond groen bedekkend. Deze aanplant versterkt het bestaande groenblauwe netwerk, verrijkt de biodiversiteit en zorgt voor een aangename visuele inpassing van de velden. Niet door strak te omkaderen, maar door landschap en zonnevelden meer te verweven. De landgoederen spelen met hun eigen landschappelijke biotoop hierin ook een cruciale rol. Ook is er ruimte voor agrarisch gebruik. De integrale aanpak genereert voor de toekomst een duurzaam landschap, het is ‘werk met werk’ maken.

•

In het beheerplan wordt aangegeven dat er gekozen wordt voor extensief gebruik van gronden, inheemse kruidenvegetatie, struiken en bomen. De hoogte varieert van 150 tot 500 cm. Delen kunnen extensief worden begraasd en in deelgebied 3 wordt als optie ingezet op biobased teelt.

•

Door de ingrepen ontstaat veel variatie. De zonnevelden zullen deels zichtbaar zijn, maar de aanplant maakt dat de deelgebieden zich landschappelijk op termijn zullen voegen in het grotere geheel zodat ze niet bepalend zijn. De deelgebieden zullen vanuit een standpunt niet tegelijk zichtbaar zijn.

•

De structuur van de aanplant in deelgebied 2 en 3 is gebaseerd op het voormalig kleinschalige ‘kamer’landschap. In deelgebied 1 wordt ingezet op het meer nattere en open landschap.

Het heeft een grote meerwaarde dat is bekrachtigd dat delen van de aanplant ook in de toekomst behouden blijven. Zie ook het tijdelijke karakter van het zonnepark. Onderlinge afstand van de parken De afstand tussen de verschillende zonnepanelenvelden (inclusief hekwerk) dient volgens de Richtlijnen minimaal 500 meter te bedragen. In het huidige plan voldoen de afstanden aan de eis met respectievelijk een afstand van 1266 meter tussen veld 1 en 2, 758 meter tussen veld 2 en 3 en 503 meter tussen veld 3 en 1. De afstand tussen veld 3 en 1 is in verhouding klein tot de andere afstanden. De ruimte die letterlijk aan de noordzijde is vrijgespeeld, binnen de marges van exploitatie, is voldoende acceptabel. Zie ook Balans 80-20. De panelen op de velden 1 en 3 zullen vanaf één locatie niet tegelijk zichtbaar zijn. De omzoming van beide velden zal de constructies voldoende aan het oog onttrekken. Recyclebaarheid van de installaties In het huidige plan is meer duidelijkheid verschaft over de mogelijke recyclebaarheid van de installaties. De overgrote meerderheid van de materialen is nu al goed terug te brengen naar pure grondstoffen. Recyclebaarheid zal zich in de loop van de jaren nog ontwikkelen. Het is daarom lastig om nu een sluitend antwoord te geven. De initiatiefnemer committeert zich om de ontwikkelingen hierin op de voet te volgen en de best mogelijke ethische keuzes te maken.

Ook wordt een wettelijke verwijderingsbijdrage gereserveerd in de exploitatie. Wij adviseren positief over deze insteek.

Pagina 4 van 15

Het tijdelijke karakter van het zonnepark De Handreiking geeft aan dat het landschappelijke raamwerk wat wordt aangelegd een duurzame bijdrage moet zijn voor het landschap. Dit betekent dat als het zonneveld wordt weggehaald, het landschappelijk raamwerk grotendeels blijvend in stand moet worden gehouden. De initiatiefnemer moet inzicht geven in de wijze waarop dit plaatsvindt en waar dat duurzame netwerk zich ruimtelijk manifesteert. In het voorliggende plan is dit uitgewerkt. Wij zijn hierover positief: •

De ontwikkelaar geeft aan dat dit buiten de verstrekking van de vergunning ligt (qua tijdsbestek en zelfs qua plangebied) maar de eigenaren van deelgebied 1 en 2 zijn bereid om voor de langere termijn delen van de nieuwe vegetatie te behouden. Zij hebben hiervoor een intentieovereenkomst getekend. Een duurzame versterking van de kleinschaligheid en daarmee ook de biodiversiteit is een grote meerwaarde in het plan.

•

Het gaat om de struweelhaag op de noordwestelijke rand van het perceel bij deelgebied 1, de versterkte bomenrij tussen Hondemotsweg en zonnepark en de rij met knotwilgen aan de noordwestzijde van het park in deelgebied 2.

•

De ontwikkelaar geeft aan dat door die tijdelijkheid van het park buiten de genoemde plaatsen op perceelscheidingen geen boomvormers geplant kunnen worden. Wel is inheemse aanplant van struiken mogelijk. Het land zal moeten worden teruggebracht in zijn originele bestemming na afloop van de operationele periode.

Wij adviseren bij afloop van de periode om met betrokkenen om tafel te gaan en vanuit de resultaten van monitoring te delen wat de positieve effecten zijn op landschap en de biodiversiteit. Mogelijk zal de meerwaarde zich in deze periode bewijzen of heeft de landbouw baat bij de gecreëerde situatie. Wij vragen daarom flexibiliteit in het maken van nadere keuzes over de aanplant. Hekwerken, toegangswegen en technische installaties De negatieve impact op de beleving wordt met name bepaald door gebiedsvreemde elementen als hekwerken, installaties, nieuwe (verharde)toegangswegen. De impact kan worden verminderd door deze elementen op een luwe plek te positioneren, terughoudend te materialiseren en in te bedden in een stevig landschappelijk kader wat passend is bij de locatie. Gebruik van bestaande ontsluiting in plaats van de aanleg van een nieuwe toegangsweg vermindert de negatieve impact op het landschap, de beleving. In het voorliggende plan zijn hierop aanpassingen gedaan: •

De aanleg van toegangswegen geminimaliseerd. De trafo’s zijn hiervoor verplaatst en er staat nu 1 trafo per veld. Er worden alleen wegen aangelegd voor bereikbaarheid van de trafo’s, het onderhoud en de (brand)veiligheid. De breedte van de wegen is teruggebracht tot 4 meter en worden half verhard aangelegd. Er is gekozen om gebruik te maken van (deels bestaande) uitritten die zo dicht mogelijk bij de trafostations liggen.

•

De trafo’s worden omkleed met hout en ingeplant om de aanblik te verzachten. De verschillende bouwwerken worden (met uitzondering van de mogelijke batterij) in een donkere neutrale kleurstelling uitgevoerd zoals Dennengroen (RAL 6009) of Antracietgrijs (RAL 7016).

Wij zijn positief over bovenstaande aanpassingen. Wij gaan akkoord onder voorwaarden van optimalisering van de inpassing van de hekwerken en technische installaties. In bijlage 1 is ons advies hiervoor opgenomen.

Pagina 5 van 15

Dialoog met de omgeving Het basisuitgangspunt ‘dialoog met de omgeving’ raakt aan het basisuitgangspunt ‘inpassing passend bij de omgeving’. Vanuit de dialoog zijn ingrediënten aangedragen die van invloed zijn op de ruimtelijke uitwerking van het plan. Vanuit Het Oversticht kijken we enerzijds vanuit de kenmerken en waarden van (historische) fysieke landschappen. Anderzijds staat Het Oversticht ook voor de kwaliteit van de leefomgeving. Daarin staan de burgers die het landschap beleven centraal. Wij zijn positief over de verwerking van de ingrediënten uit de dialoog in het totale ontwerpplan. De initiatiefnemer geeft in het voorliggende plan expliciet aan dat tijdens overleg met omwonenden duidelijk werd dat er behoefte is aan een ruime afstand tot de weg, minimale zichtbaarheid, bloemrijke vegetatie tussen de panelen, variatie in het beeld (geen groene ‘wand’/grondwal) en het behoud van vergezichten. Een afscherming met hier en daar doorzicht is daarom wenselijk. Hierop is gekozen om op kritische plaatsen de strook buiten de afrastering te vergroten zodat meer ruimte voor (variatie van) bosschages en struweel ontstaat. Het struweel zal uiteindelijk afwisselende hoogtes krijgen zodat een gemêleerd beeld ontstaat van ongelijke hoogtes. In deelgebied 3 is het veld ruim teruggelegd vanaf de weg.

Ook gaven bewoners aan dat ze liever iets grotere parken hebben dan veel kleine parken. Het plan is teruggebracht tot drie deelgebieden. In de eerste verkenningen die zijn voorgelegd was sprake van meerdere deelgebieden. Wij zijn positief over de aanpassingen die zijn gedaan vanuit de ingrediënten die zijn aangedragen vanuit de bewoners. De wijzigingen zijn ondersteunend aan de versterking van het landschappelijk raamwerk en de biodiversiteit. Per deelgebied worden de specifieke kenmerken versterkt.

Pagina 6 van 15

Beoordeling deelgebied 1

Uitsnede inrichtingsplan deelgebied 1.

In dit deelgebied zijn aanpassingen gedaan op: verbreden vegetatie op kritische plaatsen, bossenstrategie/landgoedaanleg, plaatsing trafo, inrit en toegangsweg, permanente vegetatie: •

De bewoners hebben gevraagd om het toevoegen van struiken/hakhout aan de westzijde en een afscherming aan de zuidwest, - zuidoost, - en noordoostzijde met knotwilgen en hakhout. Aan de zuidwestzijde wordt langs de sloot een rij knotwilgen aangeplant, gecombineerd met een struweelhaag bij het hekwerk. Aan de noordzijde en noordoostzijde wordt ook een struweelhaag ingeplant. Aan de noordzijde versterkt met een rietkraag langs de sloot. De initiatiefnemer geeft aan dat hakhout vanwege de voorwaarde van behoud van openheid hier niet wenselijk is. Wij sluiten ons daarbij aan. Rijen met knotbomen, struweelhagen en rietkragen zijn in hoogte en karakter wel passend en geven een gevarieerd beeld met ook behoud van openheid.

• •

• •

De zones aan de noordwest- en noordoostkant zijn verbreed en gevarieerd ingeplant. Hierdoor wordt de inpassing van het veld verbeterd. Voor de grondeigenaar is het zonnepark een onderdeel van een groter plan. Hoewel de ontwikkeling van een landgoed en de aanleg van bos (bossenstrategie) buiten de aanvraag van dit energielandgoed valt, is er ruimtelijk wel verbinding gezocht. Wanneer de bossenstrategie geen doorgang vindt zal het noordelijke struweel doorgetrokken worden zodat op natuurlijke wijze een voldoende afdichting is gewaarborgd. De koppeling van de bossenstrategie/landgoedontwikkeling kan het inrichtingsplan versterken. De trafo is verplaatst naar het erf. De toegangsweg is sterk ingekort van 320 naar circa 85 meter. Deze wijzigingen zijn ook mede gebaseerd op de plannen voor het landgoed. De landeigenaar heeft de intentie die struweelhaag ook na de operationele periode te behouden en heeft daartoe een intentieovereenkomst getekend. Dit heeft een grote meerwaarde.

Wij zijn positief over de aanpassingen in dit deelgebied. Wij gaan akkoord onder voorwaarden van optimalisering van de inpassing van deelgebied 1. In bijlage 1 is ons advies hiervoor opgenomen.

Pagina 7 van 15

Beoordeling deelgebied 2

Uitsnede inrichtingsplan deelgebied 2.

In dit deelgebied zijn aanpassingen gedaan op: verbreden vegetatie op kritische plaatsen, plaatsing batterijen, inrit en toegangsweg, versterken bomenrij, permanente vegetatie: •

Om de ruimte te scheppen voor een bredere vegetatiestrook aan de zuidwestzijde van het park is de vorm van de omheining veranderd. De bomenrij in het zuiden is nu buiten het hekwerk gehouden en de noordwestzijde is meer in lijn met bestaande erfgrenzen gebracht. Hierdoor is 7 meter meer ruimte ontstaan buiten het hek aan de zuidwestzijde zodat een robuustere afscherming kan worden gecreëerd en het zonneveld 7 meter verder van omwonenden komt te liggen. De afstand tot de Hondemotsweg is ongeveer 200 meter.

•

De langgerekte struweelhaag wordt ingeplant met een variatie van inheemse, deels ook groenblijvende soorten. Een aanplant met middelhoge bomen is in deze smalle zone niet mogelijk. De variatie van soorten zal een landelijk aanzicht geven binnen de marge van wat aan deze relatief smalle zijde mogelijk is. Het naastgelegen erfsingel en de bomenrij met eiken hebben wel hoogte. Deze zijn medebepalend in het beeld. •

Aan de zuidoostzijde van het zonneveld wordt een ruimte van 12 bij 25 meter aangemerkt voor batterij opslag. De locatie ligt in de luwte van het terrein en is ingebed door een bossage op het perceel aansluitend. Aan de noordzijde is een boomsingel langs het spoortalud aanwezig. In de basis zijn wij positief over deze locatie. Zie bijlage 1 advies optimalisatie Hekwerken en technische installaties.

•

Aan de Hondemotsweg wordt het inkoopstation geplaatst. In de basis zijn wij positief over deze locatie. Zie bijlage 1 advies optimalisatie Hekwerken en technische installaties.

•

De geplande toegangsweg is ingekort tot ongeveer 320 meter in tegenstelling tot de eerdere 355 meter.

Pagina 8 van 15

•

Aan de noordzijde van dit zonneveld wordt een rij knotwilgen geplant. Dit draagt bij aan de inpassing, het herstelt het kleinschalige landschap en draagt bij aan de biodiversiteit. Hoewel dit zowel deels buiten plangebied als vergunningsperiode valt heeft de grondeigenaar aangegeven mee te willen werken en hiervoor een intentieverklaring getekend. Dit heeft een grote meerwaarde.

•

Aan de zuidzijde, tussen het park en de Hondemotsweg, wordt de rij van een vijftal bomen aangevuld met nieuwe bomen. Deze rij is van landschappelijke waarde en versterking hiervan is een passende ingreep. De landeigenaar heeft daartoe een intentieovereenkomst getekend. Dit heeft een grote meerwaarde.

Wij zijn positief over de aanpassingen in dit deelgebied. Wij gaan akkoord onder voorwaarden van optimalisering van de inpassing van de technische installaties (inkoopstation en de batterij). In bijlage 1 is ons advies hiervoor opgenomen.

Pagina 9 van 15

2. Reflectie op het eerder uitgebrachte adviezen, specifiek deelgebied 3

Uitsnede inrichtingsplan optie biobased gewassen en struweel deelgebied 3.

Uitsnede inrichtingsplan optie kruidenrijk grasland, poel en struweel deelgebied 3.

Pagina 10 van 15

U vraagt specifiek voor deelgebied 3 vanwege de eerder benoemde landschappelijke gevoeligheid of en op welke wijze deze locatie een integrale landschappelijke meerwaarde kan krijgen met respect voor de waarden. In de Richtlijnen wordt gesteld dat de omranding ontworpen moet worden op de schaalniveaus van het landschap als geheel, de overgang van het veld naar het landschap en het veld zelf. De schaal van de omranding moet passen bij het gebied en bijdragen aan de specifieke kwaliteiten en opgaven in het gebied. Er moet zorg zijn voor de belevingskwaliteit en meervoudig ruimtegebruik. De eerdere plannen voldeden niet aan deze richtlijn. Het zonneveld bepaalde in negatieve zin het karakter van de ruimte. De akker, ook van waarde op deze locatie, werd een ‘restrand’. Wij hebben geadviseerd de omvang van het veld sterk terug te brengen, tot minimaal de helft, zodat een goede balans tussen veld en waardevol landschap en een betere landschappelijke inpassing mogelijk is. Ook hebben wij geadviseerd de afstand tussen de laan en het veld te vergroten tot minimaal driemaal de hoogte van de laanbomen. Aanvullend stelden wij als voorwaarde dat de akker jaarrond een agrarisch gebruik krijgt wat een positieve waarde aan de beleving geeft. In dit deelgebied zijn aanpassingen gedaan op: afstand tot de Hondemotsweg, gebruik buiten de afrastering, toegangsweg en trafo: •

In het ingediende plan bevond het hekwerk zich op circa 30 meter vanaf de perceelsgrens. Het zonneveld is flink gereduceerd waardoor de afstand tussen de afrastering en de perceelsgrens met de Hondemotsweg is verruimd. In het noorden is deze afstand nu 62 meter, in het zuiden 81 meter en tussen de sloten (middengedeelte) circa 128 meter. Vanaf de Pruimersallee bevindt de afrastering zich op circa 88 meter afstand. In alle gevallen bedraagt de afstand meer dan driemaal de hoogte van de bomen langs de Hondemotsweg. Door deze verschuiving is ook de minimale afstand tussen de zonnevelden 1 en 3 meer dan de gestelde 500 meter. De wijziging geeft een betere balans in deze ruimte. De lanen hebben hun vrije ruimte behouden. De bewoners hebben specifiek voor deze locatie ook de wens geuit dat de afstand tot de onverharde laan en de Pruimersallee werd vergroot. Wij zijn positief over deze wijziging.

•

Door de verruiming van 2,2 ha ontstaan kleinere eenheden bouwland die de grondeigenaar in samenwerking met Biobased Salland wil benutten voor de teelt van bio-based gewassen. Omdat het een nieuwe ontwikkeling is, zijn in de vergunningsaanvraag een optie A (bio-based) alsook optie B (kruidenrijk grasland, struweel en poel) uitgewerkt.

•

Deze wijziging geeft een meer gevarieerd beeld van de locatie en de oorspronkelijke kleinschaligheid van deze ruimte wordt hersteld. Dit zien wij als een grote meerwaarde. Wij zijn hierover positief.

•

De toegangsweg is zo kort mogelijk gehouden en loopt vanaf de ingang aan de Pruimersallee rechtstreeks naar het trafostation. De weg wordt met circa 360m ingekort. De trafo wordt in de zuidelijke hoek achter het veld parallel aan de bestaande bomenrij gesitueerd (Zie Inrichtingsplan). Wij zijn hierover positief.

•

In aansluiting op onze opmerking uit het advies van 2021 waarin staat dat aan de noordzijde van dit deelgebied voldoende groene buffering met zijn voor een landschappelijke overgang naar het landgoed adviseren wij met de aansluitende eigenaren aan deze zijde af te stemmen dat de huidige aanplant behouden en waar mogelijk zelfs versterkt wordt in de toekomst zodat een inpassing aan deze zijde ook gegarandeerd blijft.

Pagina 11 van 15

Wij zijn van mening dat door de aanpassingen in het voorliggende plan de balans in deelgebied 3 beter wordt bereikt. Het zonneveld is minder bepalend in de waardevolle context. Het park zal meer onderdeel worden van het landschap en daarmee dan ook beter in balans zijn. Beide opties zoals voorgesteld zijn daarin voorstelbaar als uitwerking. Wij hopen dat met bovenstaande aanvullingen over de ruimtelijke componenten van het voorliggende zonnepark Energielandgoed Raalte uw vragen zijn beantwoord. Met vriendelijke groet,

Landschapsarchitect, ervenconsulent

Programmateamleider duurzaamheid

Pagina 12 van 15

Bijlage 1: advies optimalisatie inpassing hekwerken, technische installaties en deelgebied 1. Hekwerken en technische installaties •

De initiatiefnemer geeft aan dat de inzet bij de keuze van het hekwerk is ‘opgaan in de aanplant’ (struweel of biobased gewas), een hoogte tot 180 cm en detaillering zo fijn mogelijk van de onderdelen (gaas, draad en paal). Zo valt het hekwerk zo goed als mogelijk weg tegen de achtergrond. De verzekering accepteert geen hekwerk met schapengaas. Vooralsnog wordt een metalen hekwerk vereist. Mogelijk worden de vereisten nog aangescherpt qua hoogte (200 cm) en type draad (prikkeldraad). Daarom wordt flexibiliteit gevraagd voor aanpassing. Wij zijn positief over een mogelijke wijziging mits aan bovengenoemde inzet wordt vastgehouden. Wij adviseren aanvullend voor het hekwerk een terughoudende kleur te nemen. Omdat het grootste deel van het hekwerk wordt opgenomen in de beplante zone is een donkergroene tint of zwart passend.

•

Vooral bij de delen van de hekwerken die voor de passant goed zichtbaar zijn is de inpassing bepalend voor de sfeer. Wij vragen op deze locaties extra aandacht voor de aanplant jaarrond en de exacte plaatsing.

•

Een gladde stroomdraad is qua sfeer in het buitengebied beter passend dan prikkeldraad.

•

De voorgestelde kleuren voor de technische installaties zijn neutraal en gedekt. De grijze kleurstelling is passend in de omgeving van de constructies, de groene kleurstelling in en nabij de aanplant.

•

Op verschillende plekken komen camera’s voor bewaking. Wij adviseren ook hiervoor een gedekte, neutrale kleurstelling en afhankelijk van de locatie een aanvullende inplant met een groep inheemse, deels groenblijvende, struiken.

•

Het inkoopstation wordt gepositioneerd aan de Hondemotsweg. Dergelijke technische objecten zijn storend in het zicht voor de passanten. Wij adviseren een optimalisatie voor de landschappelijke inpassing. De hoge haag, in een haak om het station, benadrukt het inkoopstation. Wij adviseren de inpassing landschappelijk te ontwerpen. Als onderdeel van de structuur van de singel. Een stevige aanvulling van de bomenrij met inheemse struiken zoals in de soortenlijst is aangegeven. Door de verplaatsing van het station ontstaat hiervoor meer ruimte. De bossage doorplanten met een fors percentage aan ‘inheemse groenblijvers’ zodat er jaarrond sprake is van een goede inpassing. De breedte van de zone om het station draagt ook bij aan meer optimale inpassing. Wij adviseren ook voor deze installatie een gedekte kleurstelling. Dennengroen zoals is aangegeven is passend.

•

Batterij opslagsystemen worden mogelijk verplicht op korte termijn. Installaties van batterijen zijn opvallend van maat, vorm en kleurstelling. De batterij wordt gepositioneerd aan de zuidoostzijde van zonneveld 2. Deze zijde sluit in de huidige situatie aan op een bosperceel waardoor deze wordt ingepast. Mocht in de toekomst dit aansluitende perceel een wijziging ondergaan adviseren wij de batterij op het terrein zelf in te passen met een landschappelijke aanplant met inheemse struiken en bomen. Dit betekent dat hiervoor voldoende ruimte gereserveerd moet zijn. Het kruidenrijke grasland in de noordoostelijke punt kan hier ook deels voor worden benut. Wanneer in de huidige situatie vanaf de spoorzijde onder de bomen vrij doorzicht is op de batterij adviseren wij ook aanplant aan deze zijde. Samenstelling zoals aan de Hondemotsweg bij het inkoopstation.

Pagina 13 van 15

Inkoopstation met wintergroen haag.

Batterij (installatie mogelijk te ontwikkelen).

Deelgebied 1 •

Wij adviseren voor deze zones een gefaseerd beheer zodat enerzijds de openheid ervaarbaar blijft en anderzijds voldoende vegetatie en aanplant in de zone aanwezig is om het veld aan het zicht te onttrekken. Variatie in aanplant benadrukt het veld minder.

•

Wij adviseren aan de zuidoostzijde, in het bredere deel van de zone, enkele knotwilgen langs het water aan te planten zodat het veld op deze hoek in combinatie met de andere ingrediënten optimaal wordt ingepast. De knotwilgen kunnen op de hoek van de zone meer hoogte geven in de aanplant dan de patrijzenhaag. Deze hoek is vanaf de Pruimersallee goed zichtbaar.

•

Op de noordoostelijke hoek van het terrein, in aansluiting op het erf, adviseren wij voor de variatie enkele boomvormers in te planten. Dit kan ook met 2o orde soorten als lijsterbes. Deze hoek van het veld ligt dicht bij de weg en is bepalend. De hogere aanplant heeft geen negatieve impact op de bezonning.

•

Wij adviseren bij aanvullende aanplant het specifieke karakter van dit deelgebied als leidraad te houden. De noordoostelijke zijde van dit gebied is vanuit historie kansrijk om te verdichten met singels of bossages (hoek Pruimersallee en Stobbenbroekerweg) *. Ook is het niet wenselijk hoge aanplant te verknopen met de unieke historische laan van De Velner. Hierdoor blijft ook het middendeel van het gebied open.

*In de uitsnedes uit verschillende tijdlagen is zichtbaar dat het weteringenlandschap aanplant heeft gehad in de vorm van (knot)bomenrijen langs de percelen en enkele kleine (hakhout)bosjes/struwelen. De Velner ligt hierin markant als besloten structuur. De noordoostelijke zijde was meer kleinschalig.

Pagina 14 van 15

Uitsnede weteringlandschap1850-1910-1965 (bron: topotijdreis).

Zichtbaar de openheid van de hooilanden ten opzichte van de besloten zandruggen die het gebied omgeven. Perceellijnen waren tot midden jaren ‘60 ingeplant met rijen (knot)bomen en enkele plukjes struweel/ bossages.

Pagina 15 van 15

Gemeente Raalte t.a.v. Postbus 140 8100 AC Raalte Zwolle, 14 mei 2025

Ons kenmerk: 034.25 Betreft: ruimtelijk advies over optimalisatieslag landschappelijke inpassing zonnepark Energielandgoed Raalte.

Geachte In het kader van de aanvraag zonnepark Energielandgoed Raalte aan de Hondemotsweg heeft u ons gevraagd te adviseren over de optimalisatieslag in reactie op de gestelde ruimtelijke voorwaarden die in bijlage 1 van ons vorige advies zijn benoemd. Dit advies wordt beperkt tot de beoordeling van ‘de omvang en inpassing in het landschap’ waarbij, zoals in de eerdere adviezen, aan de criteria en uitgangspunten van uw beleid Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0 (2021) wordt getoetst. ADVIES CONCLUSIE Wij zijn positief over de optimalisatie van het inpassingsplan. Het betreft de inpassing van de hekwerken, de technische installaties en de inpassing van deelgebied 1. Het inrichtingsplan zoals nu wordt voorgelegd is een passende uitwerking op de aanvullende ruimtelijke randvoorwaarden die zijn gesteld in het vorige advies. Wij gaan akkoord met het ruimtelijke plan. De gevraagde ruimte voor flexibiliteit van type en plaatsing van hekwerken en installaties (camera’s) vanwege mogelijke vereisten is acceptabel mits de uitgangspunten van het ontwerp consequent blijven behouden. Dit vraagt maatwerk in een latere fase. Wij lichten onze conclusie toe.

Hekwerken Plaatsing. Het principe voor de keuze van het type hekwerk en de plaatsing is ‘opgaand in de aanplant’. In het voorliggende plan wordt voldaan aan de voorwaarde om de hekwerken optimaal in te passen. Huidige aanplant binnen de perceelsgrens wordt behouden en nieuwe aanplant wordt gelaagd opgebouwd met inheemse groenblijvende soorten jaarrond, passend bij de kenmerken van het deelgebied. De ruimte voor een marge van plaatsing (gesteld op maximaal 1 meter) is acceptabel, mits vanuit het genoemde principe ontworpen. De vraag voor flexibiliteit van 10% in (aantal, dichtheid, aanplantgrootte) in de concrete uitwerking van de omranding is acceptabel mits vanuit het principe ontworpen.

Voor veld 3 zijn wij positief over de combinatie van inheemse aanplant in de combinatie van biobased gewassen. Een gewas past bij het gebruik van agrarische grond. De initiatiefnemer geeft aan dat de toegangswegen tot de velden in principe niet toegankelijk zijn. De toegangspoorten, waarbij geen aanplant, worden op afstand gepasseerd. De nieuwe en bestaande landschappelijke aanplant zal het zicht op de toegangspoorten en het achterliggende zonneveld grotendeels wegnemen. Type. De initiatiefnemer vraagt flexibiliteit voor de keuze en hoogte in het type hekwerk. Er worden twee typen hekwerken voorgesteld: een type met grofmazig schapengaas en een type met draadgaas van beide 1.80 meter hoog. Wij zijn positief over de voorkeur van de initiatiefnemer voor het grofmazig hekwerk met schapengaas. Dit type hekwerk heeft landschappelijk onze sterke voorkeur vanwege de transparantie ten opzichte van het draadgaas wat dichter is in structuur en meer staanders heeft. Het draadgaas is acceptabel als variant wanneer dit wordt vereist vanuit de verzekering. Mogelijk wordt vanuit de verzekering prikkeldraad vereist. Over de optimalisatie van de combinatie prikkeldraad/stroomdraad met de bovenste draadlijn van het hekwerk zijn wij positief. De voorgestelde terughoudende tint Dennengroen (RAL 6009) is passend voor het hekwerk in de beplantingszones.

Antracietgrijs (RAL 7016) zoals voorgesteld in het voorliggende plan is minder passend. Zwartgrijs (RAL 7021) is passend als alternatief voor Dennengroen. De flexibiliteit vanuit mogelijke vereisten naar een hoogte naar 2.00 meter is acceptabel mits ook bij deze hoogte de stroomdraad/prikkeldraad wordt bevestigd op het gaaswerk aan de bovenzijde. Technische installaties Camera’s. De camera’s worden geplaatst binnen de hekwerken en vallen dus ook binnen de landschappelijke omzoming van de zonnevelden. Een groot deel van de mast zal daardoor op veel plekken vanuit de omgeving niet geheel zichtbaar zijn. Dit is landschappelijk positief. Door de huidige techniek kan het aantal worden teruggebracht tot 3 à 4 masten per veld. De masten zijn 4 tot 7 meter hoog. De initiatiefnemer vraagt hierin een marge. Het is landschappelijk gezien een voorwaarde waar het functioneel haalbaar is het aantal te minimaliseren en de masten zo laag mogelijk te houden. De masten moeten zo veel mogelijk worden geplaatst in de ‘dekking’ van hogere aanplant: bossage, singel of bomenrij. Dit vraagt maatwerk op de locatie. In bijlage 1 zijn de locaties in beeld gebracht. Deelgebied 1. In dit deelgebied staan twee camera’s in het open weteringlandschap. De camera’s zijn hierdoor mogelijk zichtbaar.

De camera in de westelijke hoek van het veld staat op ruime afstand van de weg en zal daarom minder nadrukkelijk zichtbaar zijn dan de camera aan de oostzijde van het veld. De landschappelijke zone met de struweelhaag en het riet zal wel een deel van het zicht op de mast wegnemen. Deelgebied 2. De camera aan de noordzijde langs het spoor wordt geplaatst in een meer open beplantingszone met verspreid enkele bomen en struikgroepen. Aan de overzijde van het spoor is wel een singel aanwezig. Deze mast zal vanaf de Hondemotsweg niet opvallend zichtbaar zijn door de ruime afstand. Vanaf het spoor zal de camera wel goed zichtbaar zijn,

maar meer vanzelfsprekend als element in de context van het spoor worden ervaren. De camera aan de westzijde wordt opgenomen in de rij met knotwilgen. Afhankelijk van de hoogte van de knotwilgen in relatie tot de mast is er meer of minder zichtbaarheid vanaf de Hondemotsweg. Een beheer met ‘om en om knotten’ is hier passend. Deelgebied 3. In dit gebied heeft naar aanleiding van de gestelde voorwaarden in het vorige advies een optimalisatie plaatsgevonden. De twee hoge ‘vrijstaande’ masten aan de zuidzijde zijn in het vorige plan zijn verplaatst naar de bomenrij en bosrand aan de noordzijde van het zonneveld. Dit is landschappelijk positief. De extra mast die vanwege deze verplaatsing noodzakelijk is wordt geplaatst in het verlengde van de noordelijke bomenrij/singel langs het spoor. Dit is een landschappelijk acceptabele optimalisatie. De tint Dennengroen (RAL 6009) zoals voorgesteld is passend voor de masten in combinatie met hogere aanplant. Zoals benoemd bij de hekwerken is de tint Zwartgrijs (RAL 7021) ook hier passend als alternatief voor Dennengroen. Voor de twee camera’s in het open weteringlandschap die niet in een hoge aanplant zijn gepositioneerd is een neutrale lichtgrijze tint, wegvallend tegen de lucht, een voorwaarde (zoals RAL 7035). Het plaatsen van extra camera’s en aanpassing van de hoogte is alleen te verkennen onder bovengenoemde voorwaarden van inpassing.

Dit is maatwerk. Inkoopstation en batterij/opslagsysteem. Wij zijn positief over de optimalisatie van de inpassing van het inkoopstation aan de Hondemotsweg. De verharding is geminimaliseerd waardoor er ruimte ontstaat voor het verschuiven van het volume. Dit geeft aan de zijden meer ruimte voor de versterking van de singel met een boom en struiklaag. De singel is van waarde in het kleinschalige landschap. Het station staat in het voorliggende plan 12 meter van de weg. Aan de oostzijde is er een zone van 4 meter. Met een ruim percentage aan groenblijvende inheemse soorten zal het station beter aan het zicht worden onttrokken. Het station zal zich op een meer landschappelijke wijze voegen. De tint Dennengroen (RAL 6009) is neutraal in de vegetatie. Wij zijn positief over de inpassing van de batterij/opslagsysteem in deelgebied 2. Aan de noordoostzijde wordt ‘de kop’ van de batterij ingepast met een inheemse struweelhaag in aanvulling op de bestaande landschappelijke structuren. De initiatiefnemer geeft aan dat wanneer in de toekomst de bossage aan de oostzijde om redenen zou komen te vervallen de toegangsweg kan worden verlegd naar het noorden zodat aan de oostzijde de singel kan worden doorgetrokken voor een optimale inpassing. Wij zijn positief over deze opgenomen flexibiliteit voor inpassing.

De gedekte kleurstelling van deze installatie in een neutrale midden grijstint is passend (zoals RAL 7042). Dit geldt ook voor de trafo’s op de zonnevelden.

Huidige voorstel optimalisatie inpassing inkoopstation en batterij.

Inpassing van deelgebied 1 Wij zijn positief over de aanplant van knotwilgen aan de zuidoostzijde van het veld. Deze hoek van het zonneveld is goed zichtbaar vanaf de Pruimersallee. De aanplant van de knotwilgen versterkt het karakter van het weteringlandschap. Hoewel een aanplant in lijn met het perceel meer oorspronkelijk is bij het weteringlandschap, is de gebogen lijn langs het water een passende keuze gemotiveerd vanuit de nattere groeiomstandigheden en het behoud van het zandige talud. Een gefaseerd beheer met ‘om en om knotten’ en snoeien is passend. Zo is er enerzijds sprake van een goede inpassing van het veld en blijft anderzijds ook het kenmerkende doorzicht behouden. Gefaseerd beheer draagt ook positief bij aan de biodiversiteit.

Huidige voorstel optimalisatie inpassing zuidoostzijde deelgebied 1. Inspiratie uit het landschap. Een afwisseling van (knot)bomen, (hakhout)struweel en openheid in de laagte. Singels en bossages op de hogere delen. Als bijzondere structuur de laan van De Velner. Wij zijn positief over de toevoeging van boomvormers in het struweel aan de noordoostzijde van het veld nabij het erfensemble. Deze zijde is vanaf de weg goed zichtbaar. De hogere aanplant ontneemt het zicht op de hoek van het veld, kadert het erf in en past landschappelijk bij de overgang naar het hoger gelegen meer kleinschalige landschap.

Huidige voorstel optimalisatie inpassing noordoostzijde deelgebied 1 met bomen 2e grootte. Wij zijn van mening dat door de aanpassingen in het voorliggende plan een passende optimalisatie is gedaan. Het park als geheel zal meer onderdeel worden van het landschap en daarmee beter in balans zijn. Wij hopen dat met bovenstaande advies over de ruimtelijke componenten van het voorliggende zonnepark Energielandgoed Raalte uw vragen zijn beantwoord.

Met vriendelijke groet,

Landschapsarchitect Het Oversticht

Bijlage 1: plaatsing camera’s en landschappelijke inpassing

Huidige voorstel plaatsing camera’s en landschappelijke inpassing deelgebied 1.

Huidige voorstel plaatsing camera’s en landschappelijke inpassing deelgebied 2.

Huidige voorstel plaatsing camera’s en landschappelijke inpassing deelgebied 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=f3cf12c3-797b-4558-a9cf-6bbb660508ce