CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 54 Zienswijze 26

Raadsvergadering 2 juli 2026, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen Vergunning zonnepark Hondemotsweg-Stobbenbroekweg: verklaring van geen bedenkingen en vergunningverlening (bespreekstuk)18.407 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Met vriendelijke groet,

Landschapsarchitect, ervenconsulent

Gemeente Raalte t.a.v. Postbus 140 8100 AC Raalte Zwolle, 20 februari 2025

Ons kenmerk: xxx Betreft: ruimtelijk advies over aanvullingen landschappelijke inpassing zonnepark Energielandgoed Raalte.

Geachte In het kader van de aanvraag zonnepark Energielandgoed Raalte aan de Hondemotsweg heeft u ons gevraagd om te adviseren over de aanvullingen op de landschappelijke inpassing die zijn gedaan na ons vorige advies van november 2024. Er moet daarbij worden getoetst aan de uitgangspunten van uw beleid Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0 (2021). De eerder afgegeven adviezen dienen te worden meegenomen in deze laatste beoordeling met extra aandacht voor de landschappelijke inpassing van deelgebied 3, het gebied wat ligt ten zuiden van het spoor in de invloedssfeer van landgoed Het Reelaer. Dit gebied hebben wij in eerdere advisering benoemd als landschappelijk uiterst gevoelig vanwege de erfgoedwaarden. Verandering is inherent aan landschap en de vraag ligt voor of en op welke wijze deze nieuwe ontwikkeling, integraal ontworpen, een meerwaarde kan zijn voor deze locatie. Zoals eerder gesteld hebben wij voor de deelgebieden geadviseerd over de waarden en de ruimtelijke randvoorwaarden. Op de schaal van het landschap als geheel, de omzoming van de zonnevelden en het zonneveld zelf. Destijds hebben wij impliciet getoetst aan de uitgangspunten die in de Richtlijnen, de Handreiking en uw Landschapsontwikkelingsplan zijn vastgelegd. De eerdere adviezen nemen wij mee in dit advies. ADVIES Het aanvullend advies bestaat uit twee delen: • •

1 Toetsing van het voorliggende plan aan de Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0. 2 Reflectie op het eerder uitgebrachte adviezen. Met extra aandacht voor de voorliggende uitwerking van deelgebied 3.

CONCLUSIE Wij zijn positief over de wijzigingen die in de loop van het participatie en ontwerpproces zijn gedaan. Het gehele plan met de drie deelgebieden getuigt van een integrale insteek waarin kwaliteit van leefomgeving, erfgoed, landschap en biodiversiteit (gebaseerd op landschappelijke

Met opmerkingen [

1]: 5 december 2024

Met opmerkingen [ 2]: Toevoegen: Wij beperken ons hierbij op uw verzoek tot de beoordeling van ‘de omvang en inpassing in het landschap’

kenmerken en focussoorten) in balans zijn gewogen. Het landschap wordt verrijkt met een variatie van aanplant in alle lagen van de vegetatie, inheems en jaarrond aantrekkelijk en door extensief beheer zal de biodiversiteit toenemen. De bestaande landschappelijke structuren, waarin de biotopen van de landgoederen medebepalend zijn, worden verknoopt met de nieuwe aanleg. Het plan met het innovatieve zonvolgende systeem voldoet ruim aan de gestelde richtlijnen. Landschap is inherent aan verandering. Wij hebben aangegeven dat de nieuwe invulling van zon niet bepalend, maar onderdeel moet zijn van een landschap waarin ook andere nieuwe waarden zich kunnen ontwikkelen. Deelgebied 3, wat door ons als landschappelijk en vanuit erfgoed als gevoelig is aangemerkt, voegt zich door de aanpassingen in de schaal en sfeer van het landschap. Het veld is teruggebracht tot 50% van het perceel zodat er tussen het veld en de laan voldoende ruimte ontstaat voor een invulling voor landbouwkundig of natuur. Dit geeft ook een meerwaarde aan deze ruimte. Dat voor bewoners deelgebied 3 een acceptabele locatie is sterkt ons in de acceptatie dit deelgebied voor zon in te zetten onder de door gestelde voorwaarden die nu zijn verwerkt in het voorliggende plan.

Wij vragen in aansluiting op ons eerdere advies met de aangrenzende eigenaren aan de noordzijde af te stemmen zodat de huidige aanplant behouden blijft en waar mogelijk versterkt wordt zodat de landschappelijke overgang naar het landgoed gegarandeerd blijft.

Met opmerkingen [ gemeente Raalte 2.0.

3]: van zonneparken in de

Met opmerkingen [ expertise

4]: Weglaten, uitgaan van eigen

Wij zijn positief over de aanpassingen die zijn gedaan vanuit de ingrediënten die zijn aangedragen vanuit de bewoners. De wijzigingen zijn ondersteunend aan de landschappelijke inpassing. Wij waarderen de integrale verkenning en het ontwerp vanuit leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en haalbaarheid. Wij hopen dat door deze transitie de kwaliteit van landschap en biodiversiteit zodanig wordt verrijkt dat er geen sprake is van tijdelijkheid maar een duurzame landschappelijke investeringen. Het heeft een grote meerwaarde dat is bevestigd door eigenaren dat delen van de aanplant ook in de toekomst behouden blijven. Per deelgebied benoemen wij nog enkele aandachtspunten. Onderbouwing van de conclusie: 1 Toetsing aan de Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0 Er zijn in de Richtlijnen vijf basisuitgangspunten voor zonneparken waaraan plannen moeten voldoen. U vraagt ons te beoordelen op het tweede uitgangspunt ‘omvang en inpassing passend bij de omgeving’. Het gaat hierbij over de inpassing en de balans van de ontwikkeling in relatie tot de kenmerken en waarden van het landschap. Voor dit uitgangspunt wordt gebruik gemaakt van de Handreiking Zonnevelden die is opgesteld door de provincie. Balans 80 - 20 De deelgebieden zijn verschillend qua maat, maar elk gebied is groter dan 2 ha en moet daarom voldoen aan de balans 80 - 20 (deelgebied 3 is het kleinste veld).

Het gebied voor de zonnevelden als geheel (inclusief de zone tot de hekwerken) dient maximaal 80% te bedragen van het plangebied. Minimaal 20% van het plangebied moet worden ingericht

Met opmerkingen [LLd5]: van

voor inpassing en compensatie van het verlies aan ecologisch en landschappelijke waarden. In het voorliggende plan wordt nu expliciet gesteld dat er sprake is van een totale oppervlakte op drie percelen van gezamenlijk 29,3 ha. Hiervan is 19,4 ha zonneveld (66,1%). Dit is ruim onder de 80%. 10 ha aan extensieve vegetatie (deels landbouwkundig) grondgebruik wordt toegevoegd. De balans is in berekening daarmee ruim voldoende. Ruimtelijk gezien wordt de impact van de velden op het landschap hierdoor minder groot. Dat heeft een positief effect op de beleving. De balans visueel gezien zal mogelijk per zonneveld verschillend ervaren worden afhankelijk van het standpunt vanaf de weg. Per veld vraagt dit dan ook nog specifiek aandacht.

Met opmerkingen [

6]: 66%

Met opmerkingen [ 7]: Ook per veld aangeven, te weten…. Veld 1: 78%, veld 2: 74%, veld 3: 48%

Verhouding 2/3e - 1/3e Het vorige plan voldeed aan de verhouding van 2/3e - 1/3e voor bodemkwaliteit in de verhouding 36% bedekt en 64% onbedekt. Dit was niet expliciet opgenomen in het plan zelf, maar in de bijlage die geen vergunningsdocument betreft. In het voorliggende plan wordt hierop wel expliciet ingegaan. Het systeem met draaibare panelen is efficiënt waardoor er minder grond nodig is. Ook heeft het zonneveld een meer open karakter dan de traditionele parken. Dit is voor de beleving als ook voor de ontwikkeling van de biodiversiteit (gezonde bodem) een grote winst ten opzichte van de traditionele parken. Hierover adviseren wij dan ook positief. De ontwikkelaar heeft aansluiting gezocht met de lokale IVN om een regelmatig veldonderzoek te doen, alsook met de WUR om dit te coördineren. Hopelijk zullen de resultaten aantonen dat dit systeem qua biodiversiteit en multifunctioneel gebruik van de bodem een duurzaam resultaat oplevert. Wij adviseren deze resultaten breed te delen. Inzicht in deze nieuwe kwaliteiten kan positief bijdragen aan de acceptatie van de zonnevelden. Ook de inzet tot een lokaal landschappelijk onderhoud draagt daaraan bij. Omvang en inpassing passend bij de omgeving (gehele park) Hoewel de vereisten getalsmatig worden gehaald blijft het voor de deelgebieden alsnog ook een ruimtelijke voorwaarde dat de ‘omvang en inpassing passend is bij de omgeving’.

Wij zijn positief over de aanpassingen aangaande de omvang en inpassing van de deelgebieden: •

•

•

De nieuwe aanplant geeft op termijn een integrale landschappelijke meerwaarde aan het gebied als geheel en is gebaseerd op focussoorten voor de locaties. Hiervoor is ecologisch onderzoek gedaan. De vegetatie is gevarieerd (nat en droog, hoogte), inheems, veelal jaarrond groen bedekkend. Deze aanplant versterkt het bestaande groenblauwe netwerk, verrijkt de biodiversiteit en zorgt voor een aangename visuele inpassing van de velden. Niet door strak te omkaderen, maar door landschap en zonnevelden meer te verweven. De landgoederen spelen met hun eigen landschappelijke biotoop hierin ook een cruciale rol. Ook is er ruimte voor agrarisch gebruik. De integrale aanpak genereert voor de toekomst een duurzaam landschap, het is ‘werk met werk’ maken. In het beheerplan wordt aangegeven dat er gekozen wordt voor extensief gebruik van gronden, inheemse kruidenvegetatie, struiken en bomen. De hoogte varieert van 150 tot 500 cm. Delen kunnen extensief worden begraasd en in deelgebied 3 wordt als optie ingezet op biobased teelt. Door de ingrepen ontstaat veel variatie. De zonnevelden zullen deels zichtbaar zijn, maar de aanplant maakt dat de deelgebieden zich landschappelijk op termijn zullen voegen in het grotere geheel zodat ze niet bepalend zijn. De deelgebieden zullen vanuit een standpunt niet tegelijk zichtbaar zijn.

Met opmerkingen [ 8]: Weer eerst het gemiddelde aangeven en daarna per veld, voorstel… Wanneer de panelen horizontaal staan blijft de bedekkingsgraad ruim onder de 66% binnen de omheining, gemiddeld 46%. Voor veld 1: 47%, veld 2: 45% en veld 3: 46% Met opmerkingen [ 9]: Eerst volledig benoemen en dan pas afkortingen gebruiken voor IVN en WUR Met opmerkingen [

10]: Zin weglaten

•

De structuur van de aanplant in deelgebied 2 en 3 is gebaseerd op het voormalig kleinschalige ‘kamer’landschap. In deelgebied 1 wordt ingezet op het meer nattere en open landschap.

Het heeft een grote meerwaarde dat is bekrachtigd dat delen van de aanplant ook in de toekomst behouden blijven. Zie ook het tijdelijke karakter van het zonnepark. Met opmerkingen [ 11]: Onderlinge afstand van de parken (zelfde opzet aanhouden van advies 5 december) Toetsing... Met opmerkingen [ 12R11]: 1266 meter tussen veld 1 en 2 759 meter tussen veld 2 en 3 503 meter tussen veld 3 en 1

Dialoog met de omgeving Het basisuitgangspunt ‘dialoog met de omgeving’ raakt aan het basisuitgangspunt ‘inpassing passend bij de omgeving’. Vanuit de dialoog zijn ingrediënten aangedragen die van invloed zijn op de ruimtelijke uitwerking van het plan. Vanuit Het Oversticht kijken we enerzijds vanuit de kenmerken en waarden van (historische) fysieke landschappen. Anderzijds staat Het Oversticht ook voor de kwaliteit van de leefomgeving. Daarin staan de burgers die het landschap beleven centraal. Wij zijn positief over de verwerking van de ingrediënten uit de dialoog in het totale ontwerpplan. De initiatiefnemer geeft in het voorliggende plan expliciet aan dat tijdens overleg met omwonenden duidelijk werd dat er behoefte is aan een ruime afstand tot de weg, minimale zichtbaarheid, bloemrijke vegetatie tussen de panelen, variatie in het beeld (geen groene ‘wand’/grondwal) en het behoud van vergezichten. Een afscherming met hier en daar doorzicht is daarom wenselijk. Hierop is gekozen om op kritische plaatsen de strook buiten de afrastering te vergroten zodat meer ruimte voor (variatie van) bosschages en struweel ontstaat. Het struweel zal uiteindelijk afwisselende hoogtes krijgen zodat een gemêleerd beeld ontstaat van ongelijke hoogtes. In deelgebied 3 is het veld ruim teruggelegd vanaf de weg.

Met opmerkingen [ installaties. Toetsing...

13]: Recyclebaarheid van de

Met opmerkingen [ 14R13]: Zie blz 28 van de ruimtelijke onderbouwing en bl12 van de samenvatting, daar wordt de recyclebaarheid van de installaties beschreven…. Met opmerkingen [ 15]: Het tijdelijke karakter van het zonnepark Toetsing…(staat nu op blz 7 van dit advies) Met opmerkingen [ 16]: Hekwerken, toegangswegen en technische installaties Toetsing…(staat nu op blz 8 van dit advies)

Ook gaven bewoners aan dat ze liever iets grotere parken hebben dan veel kleine parken. Het plan is teruggebracht tot drie deelgebieden. In de eerste verkenningen die zijn voorgelegd was sprake van meerdere deelgebieden. Wij zijn positief over de aanpassingen die zijn gedaan vanuit de ingrediënten die zijn aangedragen vanuit de bewoners. De wijzigingen zijn ondersteunend aan de landschappelijke inpassing. KEUZE DEELGEBIED 3 vanuit bewoners, waar staat dat? Ik mis bij de bijlagen B6

Communicatie en participatieproces 20231126.pdf.

Met opmerkingen [

17]: Is nu bijgevoegd als bijlage

Beoordeling deelgebied 1

Uitsnede inrichtingsplan deelgebied 1

Wij zijn positief over de aanpassingen in dit deelgebied. We plaatsen enkele opmerkingen. In dit deelgebied zijn aanpassingen gedaan op: verbreden vegetatie op kritische plaatsen, bossenstrategie/landgoedaanleg, plaatsing trafo, inrit en toegangsweg, permanente vegetatie: •

•

De bewoners hebben gevraagd om het toevoegen van struiken, hakhout en specifiek een afscherming aan de zuidwest- en zuidoostzijde van het veld. Aan de zuidwest- en noordoostzijde ????zie knotwilgen niet op de tekening/wel in tekst worden op de perceelsgrens knotwilgen aangeplant, gecombineerd met struweelhagen bij het hekwerk. De initiatiefnemer geeft aan dat hakhout vanwege de voorwaarde van behoud van openheid hier niet wenselijk is. Rijen met knotbomen zijn passend en geven een gevarieerd beeld met ook behoud van openheid. Wij adviseren de rij met wilgen op de zuidelijke hoek van het veld door te trekken langs de zone in combinatie met het struweel. De knotwilgen kunnen op de hoek van de zone meer hoogte geven in de aanplant dan de patrijzenhaag. Deze hoek is vanaf de Pruimersallee en vanuit het zuiden goed zichtbaar. Wij adviseren de wilgen om en om te knotten zodat altijd voldoende kroon op hoogte in de zone aanwezig is. De zone aan de noordwest- en noordoostkant zijn aanzienlijk verbreed en gevarieerd ingeplant. Hierdoor wordt de inpassing van het veld verbeterd. Op de noordoostelijke hoek van het terrein, in aansluiting op het erf, adviseren wij het struweel met een groep boomvormers in te planten. Dit kan ook met soorten als lijsterbes. Deze hoek ligt dicht bij de weg en is bepalend. De hogere aanplant heeft geen negatieve impact op de

Met opmerkingen [ 18]: Er zijn op tekening alleen knotwilgen aangegeven langs de sloot aan de zuidwestzijde.

•

•

•

bezonning. Wij adviseren voor deze zone ook een gefaseerd beheer zodat altijd voldoende vegetatie en aanplant in de zone aanwezig is. Voor de grondeigenaar is het zonnepark een onderdeel van een groter plan. Hoewel de ontwikkeling van een landgoed en de aanleg van bos (bossenstrategie) buiten de aanvraag van dit energielandgoed valt, is er ruimtelijk wel verbinding gezocht. Wanneer de bossenstrategie geen doorgang vindt zal het noordelijke struweel doorgetrokken worden zodat natuurlijk een voldoende afdichting is gewaarborgd. Wij zijn positief over de koppeling van de bossenstrategie/landgoedontwikkeling met dit inrichtingsplan. Wel adviseren wij in aansluiting op onze vorige advisering het specifieke karakter van het deelgebied als leidraad te houden. Ook is het niet gewenst de struwelen te verknopen met de unieke historische laan van De Velner. De trafo is verplaatst naar het erf. De toegangsweg is sterk ingekort van 320 naar circa 85 meter. Deze wijzigingen zijn ook mede gebaseerd op de plannen voor het landgoed. Wij zijn hierover positief. De landeigenaar heeft de intentie die struweelhaag ook na de operationele periode te behouden en heeft daartoe een intentieovereenkomst getekend. Dit heeft een grote meerwaarde.

Beoordeling deelgebied 2

Uitsnede inrichtingsplan deelgebied 2

Wij zijn positief over de aanpassingen in dit deelgebied. Wij plaatsen enkele opmerkingen. In dit deelgebied zijn aanpassingen gedaan op: verbreden vegetatie op kritische plaatsen, plaatsing batterijen, inrit en toegangsweg, versterken bomenrij, permanente vegetatie:

Met opmerkingen [ weglaten

19]: Onduidelijk, uitschrijven of

•

•

•

•

• •

•

Om de ruimte te scheppen voor een bredere vegetatiestrook aan de zuidwestzijde van het park is de vorm van de omheining veranderd. De bomenrij in het zuiden is nu buiten het hekwerk gehouden en de noordwestzijde is meer in lijn met bestaande erfgrenzen gebracht. Hierdoor is 7 meter meer ruimte ontstaan buiten het hek aan de zuidwestzijde zodat een robuustere afscherming kan worden gecreëerd en het zonneveld 7 meter verder van omwonenden komt te liggen. De afstand tot de Hondemotsweg is circa 200 meter. Wij zijn hierover positief. De langgerekte struweelhaag wordt ingeplant met een variatie van inheemse, deels ook groenblijvende soorten. Een aanplant met middelhoge bomen is in deze smalle zone niet mogelijk. De variatie van soorten zal een landelijk aanzicht geven binnen de marge van wat aan deze relatief smalle zijde mogelijk is. Het naastgelegen erfsingel en de bomenrij met eiken hebben wel hoogte. Deze zijn mede bepalend in het beeld. Wij zijn hierover positief. Aan de zuidoostzijde van het zonneveld wordt een ruimte van 12 bij 25 meter aangemerkt voor batterij opslag. Batterij opslagsystemen worden mogelijk verplicht op korte termijn. De locatie ligt binnen het hekwerk, zo ver mogelijk vanaf weg/zichtlijnen en zal door extra vegetatie worden ingebed. Wij zijn hierover positief. Wij adviseren een gedekte kleurstelling van deze batterij.

Aan de Hondemotsweg wordt een installatie geplaatst. Wij adviseren deze installatie in te planten met inheems soorten struiken en (middelgrote) bomen. De voorgestelde inpassing met een haag is vrij minimaal en minder landschappelijk. De installatie kan verder van de weg worden geplaatst waardoor ruimte ontstaat voor aanplant. De geplande toegangsweg is ingekort tot circa 320 meter in tegenstelling tot de eerdere 355 meter. Wij zijn hierover positief. Aan de noordzijde van dit zonneveld wordt een rij knotwilgen geplant. Dit draagt bij aan de inpassing, het herstelt het kleinschalige landschap en draagt bij aan de biodiversiteit. Hoewel dit zowel deels buiten plangebied als vergunningsperiode valt heeft de grondeigenaar aangegeven mee te willen werken en hiervoor een intentieverklaring getekend. Dit heeft een grote meerwaarde. Aan de zuidzijde, tussen het park en de Hondemotsweg, wordt de rij van een vijftal bomen aangevuld met nieuwe bomen. Deze rij is van landschappelijke waarde en versterking hiervan is een passende ingreep. De landeigenaar heeft daartoe een intentieovereenkomst getekend. Dit heeft een grote meerwaarde.

Het tijdelijke karakter van het zonnepark De Handreiking geeft aan dat het landschappelijke raamwerk wat wordt aangelegd een duurzame bijdrage moet zijn voor het landschap. Dit betekent dat als het zonneveld wordt weggehaald, het landschappelijk raamwerk grotendeels blijvend in stand moet worden gehouden. De initiatiefnemer moet inzicht geven in de wijze waarop dit plaatsvindt en waar dat duurzame netwerk zich ruimtelijk manifesteert. In het voorliggende plan is dit uitgewerkt. Wij zijn hierover positief: •

De ontwikkelaar geeft aan dat dit buiten de verstrekking van de vergunning ligt (qua tijdsbestek en zelfs qua plangebied) maar de eigenaren van deelgebied 1 en 2 zijn bereid om voor de langere termijn delen van de nieuwe vegetatie te behouden. Zij hebben hiervoor een intentieovereenkomst getekend. Een duurzame versterking van de kleinschaligheid en daarmee ook de biodiversiteit is een grote meerwaarde in het plan.

Met opmerkingen [ kleurstelling?

20]: Wat is gedekte

Met opmerkingen [ 21R20]: Op blz 13 van het landschappelijk inpassingsplan wordt het volgende hierover vermeld: Bovendien worden de verschillende bouwwerken (met uitzondering van de mogelijke batterrijen) in een donkere neutrale kleurstelling uitgevoerd zoals bijvoorbeeld Dennegroen (RAL 6009) of Antraciet grijs Ral 7016).

Met opmerkingen [

22]: Naar voren halen

Het gaat om de struweelhaag op de noordwestelijke rand van het perceel bij deelgebied 1, de versterkte bomenrij tussen Hondemotsweg en zonnepark en de rij met knotwilgen aan de noordwestzijde van het park in deelgebied 2. De ontwikkelaar geeft aan dat door die tijdelijkheid van het park buiten de genoemde plaatsen op perceelscheidingen geen boomvormers geplant kunnen worden. Wel is inheemse aanplant van struiken mogelijk. Het land zal moeten worden teruggebracht in zijn originele bestemming na afloop van de operationele periode. o

•

Wij adviseren bij afloop van de periode om met betrokkenen om tafel te gaan en vanuit de resultaten van monitoring te delen wat de positieve effecten zijn op landschap en de biodiversiteit. Mogelijk zal de meerwaarde zich in deze periode bewijzen of heeft de landbouw baat bij de gecreëerde situatie. Wij vragen daarom flexibiliteit in het maken van nadere keuzes over de aanplant. Hekwerken, toegangswegen en technische installaties

Met opmerkingen [

23]: Naar voren halen

Met opmerkingen [ kleurstelling

24]: Wat is een gedekte

De negatieve impact op de beleving wordt met name bepaald door gebiedsvreemde elementen als hekwerken, installaties, nieuwe (verharde)toegangswegen. De impact kan worden verminderd door deze elementen op een luwe plek te positioneren, terughoudend te materialiseren en in te bedden in een stevig landschappelijk kader wat passend is bij de locatie. Gebruik van bestaande ontsluiting in plaats van de aanleg van een nieuwe toegangsweg vermindert de negatieve impact op het landschap, de beleving. In het voorliggende plan zijn hierop aanpassingen gedaan. Wij zijn positief over de aanpassingen en plaatsen bij enkele aanpassingen nog een opmerking: •

•

•

•

De initiatiefnemer geeft aan dat de inzet bij de keuze van het hekwerk is ‘opgaan in de aanplant’ (struweel of biobased gewas), een hoogte tot 180 cm en detaillering zo fijn mogelijk van de onderdelen (gaas, draad en paal). Zo valt het hekwerk zo goed als mogelijk weg tegen de achtergrond. De verzekering accepteert geen hekwerk met schapengaas. Vooralsnog wordt een metalen hekwerk vereist. Mogelijk worden de vereisten nog aangescherpt qua hoogte (200 cm) en type draad (prikkeldraad). Daarom wordt flexibiliteit gevraagd voor aanpassing. Wij zijn positief over wijziging mits de benoemde insteek behouden blijft ‘. Wij adviseren aanvullend voor het hekwerk een terughoudende kleur te nemen. Omdat het grootste deel van het hekwerk wordt opgenomen in de brede landschappelijke zone is een donkergroene tint of zwart, passend. Vooral bij de delen van de hekwerken die voor de passant goed zichtbaar zijn is de inpassing bepalend voor de sfeer. Wij vragen op deze locaties extra aandacht voor de aanplant jaarrond. Een gladde stroomdraad in plaats van prikkeldraad heeft onze voorkeur. In het voorliggende plan is de aanleg van toegangswegen geminimaliseerd. De trafo’s zijn hiervoor verplaatst, en er staat nu 1 trafo per veld. Er worden alleen wegen aangelegd voor bereikbaarheid trafo’s, onderhoud en (brand)veiligheid.

De breedte van de wegen is teruggebracht tot 4 meter en worden half verhard aangelegd. Er is gekozen om gebruik te maken van (deels bestaande) uitritten die zo dicht mogelijk bij de trafostations liggen. Wij zijn hierover positief. De trafo’s worden omkleed met hout en ingeplant om de aanblik te verzachten. De batterij bij veld 2 komt op een plek die vrijwel niet zichtbaar is. Wij zijn hierover positief. Wij adviseren hiervoor een gedekte kleurstelling.

•

•

Op verschillende plekken komen camera’s voor bewaking. Wij adviseren hiervoor een neutrale kleurstelling en afhankelijk van de locatie een aanvullende inplant met een groep inheemse struiken.

Met opmerkingen [ kleurstelling?

25]: Wat is een neutrale

Komt de batterij alleen in veld 2? En daar aan de weg ook de omvormer?

Met opmerkingen [

26]: Ja klopt

2 Reflectie op het eerder uitgebrachte adviezen, specifiek deelgebied 3

Uitsnede inrichtingsplan optie biobased gewassen en struweel deelgebied 3

Uitsnede inrichtingsplan optie kruidenrijk grasland, poel en struweel deelgebied 3

U vraagt specifiek voor deelgebied 3 vanwege de eerder benoemde landschappelijke gevoeligheid of en op welke wijze deze locatie een integrale landschappelijke meerwaarde kan krijgen met respect voor de waarden. In de Richtlijnen wordt gesteld dat de omranding ontworpen moet worden op de schaalniveau’s van het landschap als geheel, de overgang van het veld naar het landschap en het veld zelf. De schaal van de omranding moet passen bij het gebied en bijdragen aan de specifieke kwaliteiten en opgaven in het gebied. Er moet zorg zijn voor de belevingskwaliteit en meervoudig ruimtegebruik. De eerdere plannen voldeden niet aan deze richtlijn. Het zonneveld bepaalde in negatieve zin het karakter van de ruimte. De akker, ook van waarde op deze locatie, werd een ‘restrand’. Wij hebben geadviseerd de omvang van het veld sterk terug te brengen, tot minimaal de helft, zodat een goede balans tussen veld en waardevol landschap en een betere landschappelijke inpassing mogelijk is. Ook hebben wij geadviseerd de afstand tussen de laan en het veld te vergroten tot minimaal driemaal de hoogte van de laanbomen. Aanvullend stelden wij als voorwaarde dat de akker jaarrond een agrarisch gebruik krijgt wat een positieve waarde aan de beleving geeft. Wij zijn van mening dat door de aanpassingen in het voorliggende plan de balans beter wordt bereikt.

Het zonneveld is minder bepalend in de waardevolle context. Het park zal meer onderdeel worden van het landschap en daarmee dan ook beter in balans zijn. Beide opties zoals voorgesteld zijn daarin voorstelbaar als uitwerking. Wij plaatsen daarbij enkele opmerkingen. In dit deelgebied zijn aanpassingen gedaan op: afstand tot de Hondemotsweg, gebruik buiten de afrastering, toegangsweg en trafo:

•

•

• •

•

In het ingediende plan bevond het hekwerk zich op circa 30 meter vanaf de perceelsgrens. Het zonneveld is flink gereduceerd waardoor de afstand tussen de afrastering en de perceelsgrens met de Hondemotsweg is verruimd. In het noorden is deze afstand nu 62 meter, in het zuiden 81 meter en tussen de sloten (middengedeelte) circa 128 meter. Vanaf de Pruimersallee bevindt de afrastering zich op circa 88 meter afstand. In alle gevallen bedraagt de afstand meer dan driemaal de hoogte van de bomen langs de Hondemotsweg. Door deze verschuiving is ook de minimale afstand tussen de zonnevelden 1 en 3 meer dan de gestelde 500 meter. De wijziging geeft een betere balans in deze ruimte. De lanen hebben hun vrije ruimte behouden. De bewoners hebben specifiek voor deze locatie ook de wens geuit dat de afstand tot de onverharde laan en de Pruimersallee werd vergroot. Wij zijn positief over deze wijzing. Door de verruiming van 2,2 ha ontstaan kleinere eenheden bouwland die de grondeigenaar in samenwerking met Biobased Salland wil benutten voor de teelt van bio-based gewassen. Omdat het een nieuwe ontwikkeling is, zijn in de vergunningsaanvraag een optie A (bio-based) alsook optie B (Kruidenrijk grasland, struweel en poel) uitgewerkt. Deze wijziging geeft een meer gevarieerd beeld van de locatie en de oorspronkelijke kleinschaligheid van deze ruimte wordt hersteld.

Dit zien wij als een grote meerwaarde. Wij zijn hierover positief. De toegangsweg is zo kort mogelijk gehouden en loopt vanaf de ingang aan de Pruimersallee rechtstreeks naar het trafostation. De weg wordt met circa 360m ingekort. De trafo wordt in de zuidelijke hoek achter het veld parallel aan de bestaande bomenrij gesitueerd (Zie Inrichtingsplan). Wij zijn hierover positief. In aansluiting op onze opmerking uit het advies van 2021 waarin staat dat aan de noordzijde van dit deelgebied voldoende groene buffering met zijn voor een landschappelijke overgang naar het landgoed adviseren wij met de aansluitende eigenaren aan deze zijde af te stemmen dat de huidige aanplant behouden en waar mogelijk zelfs versterkt wordt in de toekomst zodat een inpassing aan deze zijde ook gegarandeerd blijft.

Wij hopen dat met bovenstaande aanvullingen over de ruimtelijke componenten van het voorliggende zonnepark Energielandgoed Raalte uw vragen zijn beantwoord.

Met vriendelijke groet,

Landschapsarchitect, ervenconsulent

Gemeente Raalte t.a.v. de Postbus 140 8100 AC Raalte Zwolle, XX april 2025

Ons kenmerk: xxx Betreft: ruimtelijk advies over aanvullingen landschappelijke inpassing zonnepark Energielandgoed Raalte.

Geachte In het kader van de aanvraag zonnepark Energielandgoed Raalte aan de Hondemotsweg heeft u ons gevraagd om te adviseren over de aanvullingen op de landschappelijke inpassing die zijn gedaan na ons vorige advies van 5 december 2024. Er moet daarbij worden getoetst aan de uitgangspunten van uw beleid Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0 (2021). Wij beperken ons hierbij op uw verzoek tot de beoordeling van ‘de omvang en inpassing in het landschap’. De eerder afgegeven adviezen dienen te worden meegenomen in deze laatste beoordeling met extra aandacht voor de landschappelijke inpassing van deelgebied 3, het gebied wat ligt ten zuiden van het spoor in de invloedssfeer van landgoed Het Reelaer. Dit gebied hebben wij in eerdere advisering benoemd als landschappelijk uiterst gevoelig vanwege de erfgoedwaarden. Verandering is inherent aan landschap en de vraag ligt voor of en op welke wijze deze nieuwe ontwikkeling, integraal ontworpen, een meerwaarde kan zijn voor deze locatie. Zoals eerder gesteld hebben wij voor de deelgebieden geadviseerd over de waarden en de ruimtelijke randvoorwaarden. Op de schaal van het landschap als geheel, de omzoming van de zonnevelden en het zonneveld zelf. Destijds hebben wij impliciet getoetst aan de uitgangspunten die in de Richtlijnen, de Handreiking en uw Landschapsontwikkelingsplan zijn vastgelegd.

De eerdere adviezen nemen wij mee in dit advies. ADVIES Het aanvullend advies bestaat uit twee delen: • •

1 Toetsing van het voorliggende plan aan de Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0. 2 Reflectie op het eerder uitgebrachte adviezen. Met extra aandacht voor de voorliggende uitwerking van deelgebied 3.

CONCLUSIE Wij zijn positief over de wijzigingen die in de loop van het participatie en ontwerpproces zijn gedaan. Het gehele plan met de drie deelgebieden getuigt van een integrale insteek waarin kwaliteit van leefomgeving, erfgoed, landschap en biodiversiteit (gebaseerd op landschappelijke kenmerken en focussoorten) in balans zijn gewogen. Het landschap wordt verrijkt met een variatie van aanplant in alle lagen van de vegetatie, inheems en jaarrond aantrekkelijk en door extensief beheer zal de biodiversiteit toenemen. De bestaande landschappelijke structuren, waarin de biotopen van de landgoederen medebepalend zijn, worden verknoopt met de nieuwe aanleg. Het plan met het innovatieve zonvolgende systeem voldoet ruim aan de gestelde richtlijnen van zonneparken in de gemeente Raalte 2.0. Landschap is inherent aan verandering. Wij hebben aangegeven dat de nieuwe invulling van zon niet bepalend, maar onderdeel moet zijn van een landschap waarin ook andere nieuwe waarden zich kunnen ontwikkelen. Deelgebied 3, wat door ons als landschappelijk en vanuit erfgoed als gevoelig is aangemerkt, voegt zich door de aanpassingen in de schaal en sfeer van het landschap. Het veld is teruggebracht tot 50% van het perceel zodat er voldoende ruimte ontstaat voor een landschappelijke omzoming met landbouwkundig gebruik en natuur. Dit geeft een meerwaarde aan deze ruimte.

Wij vragen in aansluiting op ons eerdere advies met de aangrenzende eigenaren aan de noordzijde af te stemmen zodat de huidige aanplant behouden blijft en waar mogelijk versterkt wordt zodat de landschappelijke overgang naar het landgoed gegarandeerd blijft. Wij zijn positief over de aanpassingen die zijn gedaan vanuit de ingrediënten die zijn aangedragen vanuit de bewoners. De wijzigingen zijn ondersteunend aan de inpassing, passend bij de landschappelijke kenmerken en dragen bij aan de biodiversiteit. Wij waarderen de integrale verkenning en het ontwerp vanuit leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en haalbaarheid. Wij hopen dat door deze transitie de kwaliteit van landschap en biodiversiteit zodanig wordt verrijkt dat er geen sprake is van tijdelijkheid maar van duurzame landschappelijke investeringen. Het heeft een grote meerwaarde dat is bevestigd door eigenaren dat delen van de aanplant ook in de toekomst behouden blijven. Per deelgebied benoemen wij nog enkele aandachtspunten. Onderbouwing van de conclusie: 1 Toetsing aan de Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0 Er zijn in de Richtlijnen vijf basisuitgangspunten voor zonneparken waaraan plannen moeten voldoen. U vraagt ons te beoordelen op het tweede uitgangspunt ‘omvang en inpassing passend bij de omgeving’.

Het gaat hierbij over de inpassing en de balans van de ontwikkeling in relatie tot de kenmerken en waarden van het landschap. Voor dit uitgangspunt wordt gebruik gemaakt van de Handreiking Zonnevelden die is opgesteld door de provincie. Balans 80 - 20

De deelgebieden zijn verschillend qua maat, maar elk gebied is groter dan 2 ha en moet daarom voldoen aan de balans 80 - 20 (deelgebied 3 is het kleinste veld). Het gebied voor de zonnevelden als geheel (inclusief de zone tot de hekwerken) dient maximaal 80% te bedragen van het plangebied. Minimaal 20% van het plangebied moet worden ingericht voor inpassing en compensatie van het verlies aan ecologisch en landschappelijke waarden. In het voorliggende plan wordt nu expliciet gesteld dat er sprake is van een totale oppervlakte op drie percelen van gezamenlijk 29,3 ha. Hiervan is 19,4 ha zonneveld. Dit is 66%. Dit is als geheel ruim onder de 80%. Voor de velden gelden percentages van respectievelijk veld 1: 78%, veld 2: 74% en veld 3: 48%. Aanvullend wordt 10 ha aan extensieve vegetatie (deels landbouwkundig) grondgebruik toegevoegd. Dit sterkt de balans ruimtelijk in positieve zin. Door de balans wordt de ruimtelijk impact van de velden op het landschap minder groot. De velden worden met hun omzoming meer onderdeel van het landschap. Dat heeft een positief effect op de beleving. Verhouding 2/3e - 1/3e Het vorige plan voldeed aan de verhouding van 2/3e - 1/3e voor bodemkwaliteit in de verhouding 36% bedekt en 64% onbedekt. Dit was niet expliciet opgenomen in het plan zelf, maar in de bijlage die geen vergunningsdocument betreft.

In het voorliggende plan wordt hierop wel expliciet ingegaan. Wanneer de panelen horizontaal staan blijft de bedekkingsgraad ruim onder de 66% binnen de omheining, gemiddeld 46%. Voor veld 1: 47%, veld 2: 45% en veld 3: 46%. Het systeem met draaibare panelen is efficiënt waardoor er minder grond nodig is. Ook heeft het zonneveld een meer open karakter dan de traditionele parken. Dit is voor de beleving als ook voor de ontwikkeling van de biodiversiteit (gezonde bodem) een grote winst ten opzichte van de traditionele parken. Hierover adviseren wij dan ook positief. De ontwikkelaar heeft aansluiting gezocht met het lokale Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid (voormalige IVN) om een regelmatig veldonderzoek te doen, alsook met de Wageningen University & Research om dit te coördineren. Wij adviseren deze resultaten breed te delen. Inzicht in deze nieuwe kwaliteiten kan positief bijdragen aan de acceptatie van de zonnevelden. Ook de inzet tot een lokaal landschappelijk onderhoud draagt daaraan bij. Omvang en inpassing passend bij de omgeving (gehele park) Hoewel de vereisten getalsmatig worden gehaald blijft het voor de deelgebieden alsnog ook een ruimtelijke voorwaarde dat de ‘omvang en inpassing passend is bij de omgeving’. Wij zijn positief over de aanpassingen aangaande de omvang en inpassing van de deelgebieden: •

•

De nieuwe aanplant geeft op termijn een integrale landschappelijke meerwaarde aan het gebied als geheel en is gebaseerd op focussoorten voor de locaties. Hiervoor is ecologisch onderzoek gedaan. De vegetatie is gevarieerd (nat en droog, hoogte), inheems, veelal jaarrond groen bedekkend. Deze aanplant versterkt het bestaande groenblauwe netwerk, verrijkt de biodiversiteit en zorgt voor een aangename visuele inpassing van de velden. Niet door strak te omkaderen, maar door landschap en zonnevelden meer te verweven. De landgoederen spelen met hun eigen landschappelijke biotoop hierin ook een cruciale rol. Ook is er ruimte voor agrarisch gebruik. De integrale aanpak genereert voor de toekomst een duurzaam landschap, het is ‘werk met werk’ maken. In het beheerplan wordt aangegeven dat er gekozen wordt voor extensief gebruik van gronden, inheemse kruidenvegetatie, struiken en bomen. De hoogte varieert van 150 tot

•

•

500 cm. Delen kunnen extensief worden begraasd en in deelgebied 3 wordt als optie ingezet op biobased teelt. Door de ingrepen ontstaat veel variatie. De zonnevelden zullen deels zichtbaar zijn, maar de aanplant maakt dat de deelgebieden zich landschappelijk op termijn zullen voegen in het grotere geheel zodat ze niet bepalend zijn. De deelgebieden zullen vanuit een standpunt niet tegelijk zichtbaar zijn. De structuur van de aanplant in deelgebied 2 en 3 is gebaseerd op het voormalig kleinschalige ‘kamer’landschap. In deelgebied 1 wordt ingezet op het meer nattere en open landschap.

Het heeft een grote meerwaarde dat is bekrachtigd dat delen van de aanplant ook in de toekomst behouden blijven. Zie ook het tijdelijke karakter van het zonnepark. Onderlinge afstand van de parken De afstand tussen de verschillende zonnepanelenvelden (inclusief hekwerk) dient volgens de Richtlijnen minimaal 500 meter te bedragen. In het huidige plan voldoen de afstanden aan de eis met respectievelijk een afstand van 1266 meter tussen veld 1 en 2, 758 meter tussen veld 2 en 3 en 503 meter tussen veld 3 en 1. De afstand tussen veld 3 en 1 is in verhouding klein tot de andere afstanden. De ruimte die letterlijk aan de noordzijde is vrijgespeeld, binnen de marges van exploitatie, is voldoende acceptabel. Zie ook Balans 80-20. De panelen op de velden 1 en 3 zullen vanaf één locatie niet tegelijk zichtbaar zijn. De omzoming van beide velden zal de constructies voldoende aan het oog onttrekken. Recyclebaarheid van de installaties In het huidige plan is meer duidelijkheid verschaft over de mogelijke recyclebaarheid van de installaties. De overgrote meerderheid van de materialen is nu al goed terug te brengen naar pure grondstoffen. Recyclebaarheid zal zich in de loop van de jaren nog ontwikkelen. Het is daarom lastig om nu een sluitend antwoord te geven. De initiatiefnemer committeert zich om de ontwikkelingen hierin op de voet te volgen en de best mogelijke ethische keuzes te maken.

Ook wordt een wettelijke verwijderingsbijdrage gereserveerd in de exploitatie. Wij adviseren positief over deze insteek.

Het tijdelijke karakter van het zonnepark De Handreiking geeft aan dat het landschappelijke raamwerk wat wordt aangelegd een duurzame bijdrage moet zijn voor het landschap. Dit betekent dat als het zonneveld wordt weggehaald, het landschappelijk raamwerk grotendeels blijvend in stand moet worden gehouden. De initiatiefnemer moet inzicht geven in de wijze waarop dit plaatsvindt en waar dat duurzame netwerk zich ruimtelijk manifesteert. In het voorliggende plan is dit uitgewerkt. Wij zijn hierover positief: •

De ontwikkelaar geeft aan dat dit buiten de verstrekking van de vergunning ligt (qua tijdsbestek en zelfs qua plangebied) maar de eigenaren van deelgebied 1 en 2 zijn bereid om voor de langere termijn delen van de nieuwe vegetatie te behouden. Zij hebben hiervoor een intentieovereenkomst getekend. Een duurzame versterking van de kleinschaligheid en daarmee ook de biodiversiteit is een grote meerwaarde in het plan.

Het gaat om de struweelhaag op de noordwestelijke rand van het perceel bij deelgebied 1, de versterkte bomenrij tussen Hondemotsweg en zonnepark en de rij met knotwilgen aan de noordwestzijde van het park in deelgebied 2. De ontwikkelaar geeft aan dat door die tijdelijkheid van het park buiten de genoemde plaatsen op perceelscheidingen geen boomvormers geplant kunnen worden. Wel is inheemse aanplant van struiken mogelijk. Het land zal moeten worden teruggebracht in zijn originele bestemming na afloop van de operationele periode. o

•

Wij adviseren bij afloop van de periode om met betrokkenen om tafel te gaan en vanuit de resultaten van monitoring te delen wat de positieve effecten zijn op landschap en de biodiversiteit. Mogelijk zal de meerwaarde zich in deze periode bewijzen of heeft de landbouw baat bij de gecreëerde situatie. Wij vragen daarom flexibiliteit in het maken van nadere keuzes over de aanplant.

Hekwerken, toegangswegen en technische installaties De negatieve impact op de beleving wordt met name bepaald door gebiedsvreemde elementen als hekwerken, installaties, nieuwe (verharde)toegangswegen. De impact kan worden verminderd door deze elementen op een luwe plek te positioneren, terughoudend te materialiseren en in te bedden in een stevig landschappelijk kader wat passend is bij de locatie. Gebruik van bestaande ontsluiting in plaats van de aanleg van een nieuwe toegangsweg vermindert de negatieve impact op het landschap, de beleving. In het voorliggende plan zijn hierop aanpassingen gedaan. Wij zijn positief over de aanpassingen en plaatsen bij enkele aanpassingen nog een opmerking: •

•

•

•

De initiatiefnemer geeft aan dat de inzet bij de keuze van het hekwerk is ‘opgaan in de aanplant’ (struweel of biobased gewas), een hoogte tot 180 cm en detaillering zo fijn mogelijk van de onderdelen (gaas, draad en paal). Zo valt het hekwerk zo goed als mogelijk weg tegen de achtergrond. De verzekering accepteert geen hekwerk met schapengaas. Vooralsnog wordt een metalen hekwerk vereist. Mogelijk worden de vereisten nog aangescherpt qua hoogte (200 cm) en type draad (prikkeldraad). Daarom wordt flexibiliteit gevraagd voor aanpassing. Wij zijn positief over wijziging mits de benoemde insteek behouden blijft ‘. Wij adviseren aanvullend voor het hekwerk een terughoudende kleur te nemen. Omdat het grootste deel van het hekwerk wordt opgenomen in de brede landschappelijke zone is een donkergroene tint of zwart, passend. Vooral bij de delen van de hekwerken die voor de passant goed zichtbaar zijn is de inpassing bepalend voor de sfeer. Wij vragen op deze locaties extra aandacht voor de aanplant jaarrond. Een gladde stroomdraad in plaats van prikkeldraad is in het buitengebied beter passend. In het voorliggende plan is de aanleg van toegangswegen geminimaliseerd. De trafo’s zijn hiervoor verplaatst, en er staat nu 1 trafo per veld. Er worden alleen wegen aangelegd voor bereikbaarheid trafo’s, onderhoud en (brand)veiligheid.

De breedte van de wegen is teruggebracht tot 4 meter en worden half verhard aangelegd. Er is gekozen om gebruik te maken van (deels bestaande) uitritten die zo dicht mogelijk bij de trafostations liggen. Wij zijn hierover positief. De trafo’s worden omkleed met hout en ingeplant om de aanblik te verzachten. De verschillende bouwwerken worden (met uitzondering van de mogelijke batterij) in een

•

•

•

donkere neutrale kleurstelling uitgevoerd zoals Dennengroen (RAL 6009) of Antraciet grijs (RAL 7016). Wij zijn hierover positief. Bij de installaties is de grijze kleurstelling passend. Op verschillende plekken komen camera’s voor bewaking. Wij adviseren ook hiervoor een gedekte, neutrale kleurstelling en afhankelijk van de locatie een aanvullende inplant met een groep inheemse struiken. Het inkoopstation wordt gepositioneerd aan de Hondemotsweg. Op deze locatie zijn bomenrijen aanwezig zonder ondergroei. Wij adviseren een gedekte kleurstelling en een plaatsing op ruimere afstand van de weg zodat aanplant van een dichte bossage mogelijk is die jaarrond voor een goede inpassing zorgt. Dergelijke technische objecten zijn storend in het zicht. Batterij opslagsystemen worden mogelijk verplicht op korte termijn. Installaties van batterijen zijn opvallend van vorm en kleurstelling. De batterij wordt gepositioneerd aan de zuidoostzijde van zonneveld 2. Deze zijde sluit in de huidige situatie aan op een bosperceel waardoor deze wordt ingepast. Mocht in de toekomst dit aansluitende perceel een wijziging ondergaan adviseren wij de batterij op het terrein zelf in de passen met een struweel, singel met inheemse struiken en bomen. Dit betekent dat hiervoor voldoende ruimte gereserveerd moet zijn. Het kruidenrijke grasland in de noordoostelijke punt kan hier ook deels voor worden benut.

Wanneer in de huidige situatie vanaf de spoorzijde onder de bomen vrij doorzicht is op de batterij adviseren wij een bossage aan te planten aan deze zijde.

Dialoog met de omgeving Het basisuitgangspunt ‘dialoog met de omgeving’ raakt aan het basisuitgangspunt ‘inpassing passend bij de omgeving’. Vanuit de dialoog zijn ingrediënten aangedragen die van invloed zijn op de ruimtelijke uitwerking van het plan. Vanuit Het Oversticht kijken we enerzijds vanuit de kenmerken en waarden van (historische) fysieke landschappen. Anderzijds staat Het Oversticht ook voor de kwaliteit van de leefomgeving. Daarin staan de burgers die het landschap beleven centraal. Wij zijn positief over de verwerking van de ingrediënten uit de dialoog in het totale ontwerpplan. De initiatiefnemer geeft in het voorliggende plan expliciet aan dat tijdens overleg met omwonenden duidelijk werd dat er behoefte is aan een ruime afstand tot de weg, minimale zichtbaarheid, bloemrijke vegetatie tussen de panelen, variatie in het beeld (geen groene ‘wand’/grondwal) en het behoud van vergezichten. Een afscherming met hier en daar doorzicht is daarom wenselijk. Hierop is gekozen om op kritische plaatsen de strook buiten de afrastering te vergroten zodat meer ruimte voor (variatie van) bosschages en struweel ontstaat. Het struweel zal uiteindelijk afwisselende hoogtes krijgen zodat een gemêleerd beeld ontstaat van ongelijke hoogtes. In deelgebied 3 is het veld ruim teruggelegd vanaf de weg.

Ook gaven bewoners aan dat ze liever iets grotere parken hebben dan veel kleine parken. Het plan is teruggebracht tot drie deelgebieden. In de eerste verkenningen die zijn voorgelegd was sprake van meerdere deelgebieden. Wij zijn positief over de aanpassingen die zijn gedaan vanuit de ingrediënten die zijn aangedragen vanuit de bewoners. De wijzigingen zijn ondersteunend aan de versterking van het landschappelijk raamwerk en de biodiversiteit. Per deelgebied worden specifieke kenmerken versterkt.

Beoordeling deelgebied 1

Uitsnede inrichtingsplan deelgebied 1

Wij zijn positief over de aanpassingen in dit deelgebied. We plaatsen enkele opmerkingen. In dit deelgebied zijn aanpassingen gedaan op: verbreden vegetatie op kritische plaatsen, bossenstrategie/landgoedaanleg, plaatsing trafo, inrit en toegangsweg, permanente vegetatie: •

De bewoners hebben gevraagd om het toevoegen van struiken/hakhout aan de westzijde en een afscherming aan de zuidwest, - zuidoost, - en noordoostzijde met knotwilgen en hakhout. Aan de zuidwestzijde wordt langs de sloot een rij knotwilgen aangeplant, gecombineerd met een struweelhaag bij het hekwerk. Aan de noordzijde en noordoostzijde wordt ook een struweelhaag ingeplant. Aan de noordzijde versterkt met een rietkraag langs de sloot. De initiatiefnemer geeft aan dat hakhout vanwege de voorwaarde van behoud van openheid hier niet wenselijk is. Wij sluiten ons daarbij aan. Rijen met knotbomen, struweelhagen en rietkragen zijn in hoogte en karakter wel passend en geven een gevarieerd beeld met ook behoud van openheid: o Wij adviseren voor deze zones een gefaseerd beheer zodat enerzijds de openheid ervaarbaar blijft en anderzijds voldoende vegetatie en aanplant in de zone aanwezig is om het veld aan het zicht te onttrekken. Variatie in aanplant benadrukt het veld minder. o Wij adviseren aan de zuidoostzijde, in het bredere deel van de zone, enkele knotwilgen langs het water aan te planten zodat het veld op deze hoek in

•

•

•

•

combinatie met de andere ingrediënten optimaal wordt ingepast. De knotwilgen kunnen op de hoek van de zone meer hoogte geven in de aanplant dan de patrijzenhaag. Deze hoek is vanaf de Pruimersallee goed zichtbaar. De zones aan de noordwest- en noordoostkant zijn verbreed en gevarieerd ingeplant. Hierdoor wordt de inpassing van het veld verbeterd: o Op de noordoostelijke hoek van het terrein, in aansluiting op het erf, adviseren wij voor de variatie enkele boomvormers in te planten. Dit kan ook met 2o orde soorten als lijsterbes. Deze hoek van het veld ligt dicht bij de weg en is bepalend. De hogere aanplant heeft geen negatieve impact op de bezonning. Voor de grondeigenaar is het zonnepark een onderdeel van een groter plan. Hoewel de ontwikkeling van een landgoed en de aanleg van bos (bossenstrategie) buiten de aanvraag van dit energielandgoed valt, is er ruimtelijk wel verbinding gezocht. Wanneer de bossenstrategie geen doorgang vindt zal het noordelijke struweel doorgetrokken worden zodat op natuurlijke wijze een voldoende afdichting is gewaarborgd. Wij zijn positief over de koppeling van de bossenstrategie/landgoedontwikkeling met dit inrichtingsplan: o Wij adviseren bij aanvullende aanplant het specifieke karakter van dit deelgebied als leidraad te houden.

De noordoostelijke zijde van dit gebied is vanuit historie kansrijk om te verdichten met singels of bossages (hoek Pruimersallee en Stobbenbroekerweg) *. Ook is het niet wenselijk hoge aanplant te verknopen met de unieke historische laan van De Velner. Hierdoor blijft ook het middendeel van het gebied open. De trafo is verplaatst naar het erf. De toegangsweg is sterk ingekort van 320 naar circa 85 meter. Deze wijzigingen zijn ook mede gebaseerd op de plannen voor het landgoed. Wij zijn hierover positief. De landeigenaar heeft de intentie die struweelhaag ook na de operationele periode te behouden en heeft daartoe een intentieovereenkomst getekend. Dit heeft een grote meerwaarde.

*In bijlage 1 zijn uitsnedes opgenomen uit verschillende tijdlagen die laten zien dat het weteringenlandschap aanplant heeft gehad in de vorm van (knot)bomenrijen langs de percelen en enkele kleine (hakhout)bosjes/struwelen. De Velner ligt hierin markant als besloten structuur. De noordoostelijke zijde was meer kleinschalig.

Beoordeling deelgebied 2

Uitsnede inrichtingsplan deelgebied 2

Wij zijn positief over de aanpassingen in dit deelgebied. Wij plaatsen enkele opmerkingen. In dit deelgebied zijn aanpassingen gedaan op: verbreden vegetatie op kritische plaatsen, plaatsing batterijen, inrit en toegangsweg, versterken bomenrij, permanente vegetatie: •

•

•

Om de ruimte te scheppen voor een bredere vegetatiestrook aan de zuidwestzijde van het park is de vorm van de omheining veranderd. De bomenrij in het zuiden is nu buiten het hekwerk gehouden en de noordwestzijde is meer in lijn met bestaande erfgrenzen gebracht. Hierdoor is 7 meter meer ruimte ontstaan buiten het hek aan de zuidwestzijde zodat een robuustere afscherming kan worden gecreëerd en het zonneveld 7 meter verder van omwonenden komt te liggen. De afstand tot de Hondemotsweg is circa 200 meter. Wij zijn hierover positief. De langgerekte struweelhaag wordt ingeplant met een variatie van inheemse, deels ook groenblijvende soorten. Een aanplant met middelhoge bomen is in deze smalle zone niet mogelijk. De variatie van soorten zal een landelijk aanzicht geven binnen de marge van wat aan deze relatief smalle zijde mogelijk is. Het naastgelegen erfsingel en de bomenrij met eiken hebben wel hoogte. Deze zijn medebepalend in het beeld. Wij zijn hierover positief. Aan de zuidoostzijde van het zonneveld wordt een ruimte van 12 bij 25 meter aangemerkt voor batterij opslag. De locatie ligt in de luwte van het terrein en is ingebed door een bossage op het perceel aansluitend. Aan de noordzijde is een boomsingel langs het spoortalud aanwezig. In de basis zijn wij positief over deze locatie. Zie Hekwerken, toegangswegen en technische installaties.

•

• •

•

Aan de Hondemotsweg wordt het inkoopstation geplaatst. Wij adviseren deze installatie in een gedekte/neutrale kleurstelling uit te voeren en aan het zicht te onttrekken. De huidige aanplant is open van karakter. De installatie kan verder van de weg worden geplaatst waardoor ruimte ontstaat voor een dichte aanplant van struiken en bomen. Zie Hekwerken, toegangswegen en technische installaties. De geplande toegangsweg is ingekort tot circa 320 meter in tegenstelling tot de eerdere 355 meter. Wij zijn hierover positief. Aan de noordzijde van dit zonneveld wordt een rij knotwilgen geplant. Dit draagt bij aan de inpassing, het herstelt het kleinschalige landschap en draagt bij aan de biodiversiteit. Hoewel dit zowel deels buiten plangebied als vergunningsperiode valt heeft de grondeigenaar aangegeven mee te willen werken en hiervoor een intentieverklaring getekend. Dit heeft een grote meerwaarde. Aan de zuidzijde, tussen het park en de Hondemotsweg, wordt de rij van een vijftal bomen aangevuld met nieuwe bomen. Deze rij is van landschappelijke waarde en versterking hiervan is een passende ingreep. De landeigenaar heeft daartoe een intentieovereenkomst getekend. Dit heeft een grote meerwaarde.

2 Reflectie op het eerder uitgebrachte adviezen, specifiek deelgebied 3

Uitsnede inrichtingsplan optie biobased gewassen en struweel deelgebied 3

Uitsnede inrichtingsplan optie kruidenrijk grasland, poel en struweel deelgebied 3

U vraagt specifiek voor deelgebied 3 vanwege de eerder benoemde landschappelijke gevoeligheid of en op welke wijze deze locatie een integrale landschappelijke meerwaarde kan krijgen met respect voor de waarden. In de Richtlijnen wordt gesteld dat de omranding ontworpen moet worden op de schaalniveau’s van het landschap als geheel, de overgang van het veld naar het landschap en het veld zelf. De schaal van de omranding moet passen bij het gebied en bijdragen aan de specifieke kwaliteiten en opgaven in het gebied. Er moet zorg zijn voor de belevingskwaliteit en meervoudig ruimtegebruik. De eerdere plannen voldeden niet aan deze richtlijn. Het zonneveld bepaalde in negatieve zin het karakter van de ruimte. De akker, ook van waarde op deze locatie, werd een ‘restrand’. Wij hebben geadviseerd de omvang van het veld sterk terug te brengen, tot minimaal de helft, zodat een goede balans tussen veld en waardevol landschap en een betere landschappelijke inpassing mogelijk is. Ook hebben wij geadviseerd de afstand tussen de laan en het veld te vergroten tot minimaal driemaal de hoogte van de laanbomen. Aanvullend stelden wij als voorwaarde dat de akker jaarrond een agrarisch gebruik krijgt wat een positieve waarde aan de beleving geeft. Wij zijn van mening dat door de aanpassingen in het voorliggende plan de balans beter wordt bereikt.

Het zonneveld is minder bepalend in de waardevolle context. Het park zal meer onderdeel worden van het landschap en daarmee dan ook beter in balans zijn. Beide opties zoals voorgesteld zijn daarin voorstelbaar als uitwerking. Wij plaatsen daarbij enkele opmerkingen. In dit deelgebied zijn aanpassingen gedaan op: afstand tot de Hondemotsweg, gebruik buiten de afrastering, toegangsweg en trafo:

•

•

• •

•

In het ingediende plan bevond het hekwerk zich op circa 30 meter vanaf de perceelsgrens. Het zonneveld is flink gereduceerd waardoor de afstand tussen de afrastering en de perceelsgrens met de Hondemotsweg is verruimd. In het noorden is deze afstand nu 62 meter, in het zuiden 81 meter en tussen de sloten (middengedeelte) circa 128 meter. Vanaf de Pruimersallee bevindt de afrastering zich op circa 88 meter afstand. In alle gevallen bedraagt de afstand meer dan driemaal de hoogte van de bomen langs de Hondemotsweg. Door deze verschuiving is ook de minimale afstand tussen de zonnevelden 1 en 3 meer dan de gestelde 500 meter. De wijziging geeft een betere balans in deze ruimte. De lanen hebben hun vrije ruimte behouden. De bewoners hebben specifiek voor deze locatie ook de wens geuit dat de afstand tot de onverharde laan en de Pruimersallee werd vergroot. Wij zijn positief over deze wijzing. Door de verruiming van 2,2 ha ontstaan kleinere eenheden bouwland die de grondeigenaar in samenwerking met Biobased Salland wil benutten voor de teelt van bio-based gewassen. Omdat het een nieuwe ontwikkeling is, zijn in de vergunningsaanvraag een optie A (bio-based) alsook optie B (Kruidenrijk grasland, struweel en poel) uitgewerkt. Deze wijziging geeft een meer gevarieerd beeld van de locatie en de oorspronkelijke kleinschaligheid van deze ruimte wordt hersteld.

Dit zien wij als een grote meerwaarde. Wij zijn hierover positief. De toegangsweg is zo kort mogelijk gehouden en loopt vanaf de ingang aan de Pruimersallee rechtstreeks naar het trafostation. De weg wordt met circa 360m ingekort. De trafo wordt in de zuidelijke hoek achter het veld parallel aan de bestaande bomenrij gesitueerd (Zie Inrichtingsplan). Wij zijn hierover positief. In aansluiting op onze opmerking uit het advies van 2021 waarin staat dat aan de noordzijde van dit deelgebied voldoende groene buffering met zijn voor een landschappelijke overgang naar het landgoed adviseren wij met de aansluitende eigenaren aan deze zijde af te stemmen dat de huidige aanplant behouden en waar mogelijk zelfs versterkt wordt in de toekomst zodat een inpassing aan deze zijde ook gegarandeerd blijft.

Wij hopen dat met bovenstaande aanvullingen over de ruimtelijke componenten van het voorliggende zonnepark Energielandgoed Raalte uw vragen zijn beantwoord.

Met vriendelijke groet,

Landschapsarchitect, ervenconsulent

Bijlage 1: weteringlandschap: uitsnede topotijdreis 1850-1910-1965

Zichtbaar de openheid van de hooilanden ten opzichte van de besloten zandruggen die het gebied omgeven. Perceellijnen waren tot midden jaren ‘60 ingeplant met rijen (knot)bomen en enkele plukjes struweel/ bossages.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=c593d765-0e1f-482f-9406-c37587259b8e