Bijlage 5 - N35 Rapport Verkennend (water)bodemonderzoek, Ortageo Noordoost B.V. 2019
Tekst van het document
VERKENNEND (WATER)BODEMONDERZOEK RECONSTRUCTIEGEBIED N35 WYTHMEN – MARIËNHEEM (OVERIJSSEL)
ORTAGEO Noordoost B.V.
ORTAGEO Zuidoost B.V.
ORTAGEO West B.V.
ORTAGEO Asbest B.V.
TITELBLAD
Opdrachtgever:
ARCADIS Nederland BV Postbus 220 3800 AE AMERSFOORT
Rapportnummer:
207562-11/R03
Status rapport:
Definitief
Datum:
10 april 2019
Projectomschrijving:
Verkennend (water)bodemonderzoek reconstructie N35 in Wythmen-Mariënheem
Rapport opgesteld door:
Ortageo Noordoost B.V. Einsteinstraat 12a 7601 PR Almelo Tel: +31 546 53 20 74 E-mail: info@ortageo.nl
STD_R012_v014_20180420
INHOUDSOPGAVE 1 2
Inleiding ........................................................................................................................................................... 1 Beschikbare gegevens ................................................................................................................................... 2 2.1 Algemene gegevens................................................................................................................................. 2 2.2 Reeds uitgevoerde bodemonderzoeken ................................................................................................... 3 2.3 Bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................................................. 3 2.4 Toetsingskader Nota bodembeheer gemeente Raalte ............................................................................. 4 2.5 Samenvatting ........................................................................................................................................... 5 3 Hypothese en onderzoeksstrategie ............................................................................................................... 6 3.1 Hypothese ................................................................................................................................................
6 3.2 Onderzoeksstrategie ................................................................................................................................ 6 4 Veldwerkzaamheden ....................................................................................................................................... 9 4.1 Uitvoering ................................................................................................................................................. 9 4.2 Resultaten .............................................................................................................................................. 10 5 Laboratoriumonderzoek ............................................................................................................................... 11 5.1 Analyseprogramma ................................................................................................................................ 11 5.2 Analyseresultaten ................................................................................................................................... 11 5.2.1 Landbodem ........................................................................................................................................
11 5.3 Voorlopige veiligheidsklassen ................................................................................................................ 12 5.3.1 CROW 132 ......................................................................................................................................... 12 5.3.2 CROW 400 ......................................................................................................................................... 12 5.3.3 Waterbodem ....................................................................................................................................... 12 5.4 Toetsing aan de hypothese .................................................................................................................... 13 5.5 Toetsing aan de noodzaak tot nader en aanvullend onderzoek ............................................................. 13 6 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen ............................................................................................. 14
Bijlagen: 1) Regionale ligging onderzoekslocatie 2) Situatietekening met onderzoekspunten 3) Bodemprofielbeschrijvingen 4) Analysecertificaten 5) Overschrijdingstabellen 6) Tabel analyseprogramma en onderzoeksresultaten
Appendix Kader en verantwoording
207562-11/R03
1
INLEIDING
In opdracht van ARCADIS Nederland B.V. is door Ortageo Noordoost B.V. (voorheen Envita Almelo B.V.) in de periode september - oktober 2017 (fase 1) en in de periode oktober – november 2018 (fase 2) een verkennend (water)bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de onverharde (weg)bermen en op terrein van derden langs een deel van de provinciale weg N35 tussen Wythmen – Mariënheem in Overijssel. De aanleiding voor het onderzoek is de beoogde reconstructie van de N35 tussen Wythmen – Mariënheem (km 10,2 tot km 25,6) ter bevordering van de verkeersveiligheid en doorstroming. Hiervoor is voorzien in het aanpassen/opheffen van kruispunten en overige aansluitingen/doorsteken en de aanleg van nieuwe ontsluitingen in de vorm van kruispunten, parallelwegen/-voorzieningen en fiets-/voetpaden. Na de afronding van het onderzoek in 2017 hebben een aanpassing en van het ontwerp plaatsgevonden. De grenzen van het nieuwe plangebied conform VO 1.1 komen niet geheel overeen met het oorspronkelijke onderzoeksgebied waardoor de uitgevoerde boringen niet geheel vlakdekkend zijn. Het betreft locaties binnen de deeltrajecten: Heino Noord, Heino-Raalte en Mariënheem West. Het verkennend (water)bodemonderzoek is daarom in twee fasen uitgevoerd.
Op verzoek van ARCADIS en Rijkswaterstaat is het onderzoek in fase 1 waar mogelijk zonder aanvullend veldonderzoek en middels een interpretatie van reeds beschikbare (onderzoeks)gegevens en de bodemkwaliteitskaart afgerond. Fase 2 betreft een uitbreiding van het verkennend (water)bodemonderzoek binnen deeltraject Mariënheem Oost met extra boorpunten en analyses. Het doel van het onderzoek is: • beoordelen of er op basis van de actuele bodemkwaliteit sprake is van belemmeringen voor de uit te voeren werkzaamheden, mogelijk door een geval van ernstige bodemverontreiniging (toetsing Wet bodembescherming); • verkrijgen van gegevens voor het ontwerp: o bepalen indicatieve hergebruiksmogelijkheden van de grond (toetsing Besluit bodemkwaliteit); o vaststellen voorlopige veiligheidsklassen (toetsing CROW-publicatie 132 en 400); In dit rapport worden de resultaten van het vooronderzoek weergegeven in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 zijn de hypothese en de onderzoekstrategie beschreven. De veldwerkzaamheden zijn in hoofdstuk 4 en het laboratoriumonderzoek is in hoofdstuk 5 beschreven. Vanwege de omvang van het onderzoek zijn alle onderzoeksresultaten verwerkt in een overzicht in tabelvorm (bijlage 6). Het rapport wordt besloten met een samenvatting, de conclusies en de aanbevelingen (hoofdstuk 6).
In de appendix zijn de verschillende kaders van het onderzoek beschreven (waaronder wet-/regelgeving en toetsingskader) en is de verantwoording opgenomen
207562-11/R02
1/18
2
BESCHIKBARE GEGEVENS
Voor de uitvoering van het landbodemonderzoek is een "standaard" vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725 en voor het waterbodemonderzoek conform de NEN 5717. Doel van het vooronderzoek is het achterhalen van (potentieel) (water)bodemverontreinigende activiteiten die nu plaatsvinden of in het verleden hebben plaatsgevonden op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. De resultaten van het vooronderzoek zijn opgenomen in het rapport “Historisch onderzoek t.b.v. reconstructiewerkzaamheden N35 Wythmen – Nijverdal”, Envita Almelo B.V., kenmerk 207562-10/R01 d.d. 12 oktober 2017.
2.1
Algemene gegevens
Het onderzoeksgebied ligt tussen Wythmen en Mariënheem en betreft diverse deeltrajecten/-locaties van en langs de N35 waar grondverzet voor reconstructie te verwachten valt. Het gaat daarbij voornamelijk om het aanpassen van kruispunten en de aanleg van nieuwe ontsluitingen in de vorm van parallelwegen/-voorzieningen en fiets/voetpaden. Voor de reconstructie is plaatselijk ook demping c.q. verplaatsing van watergangen noodzakelijk. Op basis van de scope van de beoogde werkzaamheden is het onderzoeksgebied onderverdeeld in vijf deeltrajecten (A t/m D). Door een scopewijziging zijn de plangrenzen verschoven waardoor ook de grenzen van het onderzoeksgebied zijn gewijzigd. De aangepaste grenzen zijn weergegeven op de situatietekeningen in bijlage 2. In onderstaande tabel zijn per deeltraject de bekende gegevens opgenomen. Tabel 1: Locatiegegevens Deellocatie
A
B
C
D
Geografische gegevens Deeltraject
Heino – Noord
Heino – Raalte
Mariënheem West
Mariënheem Oost
Km
10,2 – 13,0
15,5 – 18,4
21,8 – 23,9
24,0 – 25,3
Kenmerk maatregel
M5-V5 en M6-V3
M9-V2 en M10-V2
M18-V2 ACT
M20-V2
Onderzoek voor
1. Nieuwe aansluiting en parallelstructuur (berm en terrein derden)
1. Parallelweg (berm en terrein derden) 2. Nieuwe aansluiting N35 (berm en terrein derden)
1. Aansluiting nieuwe parallelwegen (berm en terrein derden)
1. Aansluiting N35 vervalt en nieuwe parallelstructuur 2. Aanpassing fietspad t.p.v. spooroverweg
De algemene gegevens over de locatie zijn weergegeven in de volgende tabel. Tabel 2: Algemene locatiegegevens Adres
Provinciale weg N35 (km 10,2 tot km 25,6) tussen Wythmen – Mariënheem
Eigenaren
De Staat (I&W), Provincie Overijssel, Gemeente Raalte, Waterschap Drents Overijsselse Delta en diverse particulieren
Algemene omschrijving
Het onderzoeksgebied is verdeeld in (weg)bermen, terrein van derden en watergangen
Oppervlakte Lengte
Bermen
Circa 1.900 m² (fase 1) + 670 m2 (fase 2)
Terrein Derden
Circa 57.000 m² (fase 1) + 9.000 m2 (fase 2)
Watergangen
Circa 4.100 m1 (fase 1) + 665 m1 (fase 2)
Terreinverharding
207562-11/R02
Rijbaan is verhard met asfalt. Langs een groot deel van de weg is aan beide zijden een met asfalt verhard fietspad of parallelweg aanwezig. Wegbermen en overig terrein zijn deels braakliggend en onverhard
2/18
2.2
Reeds uitgevoerde bodemonderzoeken
Op basis van het dossieronderzoek blijkt dat op de onderzoekslocatie of in de directe omgeving daarvan diverse bodemonderzoeken en saneringen zijn uitgevoerd. De onderzoeksrapporten zijn verkregen via onder andere de gemeente Raalte en Provincie Overijssel. In algemene zin kan gesteld worden dat de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoeksgebied niet afwijkt van de algemene bodemkwaliteit binnen het gebied. Op basis van de onderzoeken blijkt dat hooguit licht verhoogde gehalten/concentraties aan zware metalen, PAK en/of minerale olie zijn aangetoond. Het is bekend dat binnen de gemeente Raalte verhoogde gehalten aan arseen kunnen voorkomen. Ten aanzien van waterbodem zijn binnen het onderzoeksgebied twee weteringen (Kolkwetering en Raalterwetering) en enkele droogvallende kavel- en/of bermsloten (gegraven lintvormig water) met onverharde oevers aanwezig. De sloten vallen onder provinciaal beheer. Bij de provincie Overijssel is voor zover bekend geen informatie beschikbaar over de waterbodemkwaliteit. De weteringen vallen onder het beheer van Waterschap Drents Overijsselse Delta (voormalig Groot Salland). Voor een uitgebreide beschrijving van alle beschikbare informatie, onderzoeken en bodemsaneringen op de onderzoekslocatie en directe omgeving wordt verwezen naar het vooronderzoek (rapport “Historisch onderzoek t.b.v.
reconstructiewerkzaamheden N35 Wythmem – Nijverdal”, Envita Almelo B.V., kenmerk 207562-10/R01 d.d.12 oktober 2017.
2.3
Bodemopbouw en geohydrologie
De regionale geohydrologische bodemopbouw is weergegeven in figuur 1 en 2. De grondwaterstand van het eerste watervoerende pakket bedraagt regionaal gezien circa 1,5 m -mv. Regionaal gezien is de stromingsrichting van het freatisch grondwater (noord)westelijk.
Figuur 1: Geologische opbouw - Landelijk model DGM v2.2 - 2014 (bron: dinoloket)
207562-11/R02
3/18
Figuur 2: Geohydrologische opbouw - Geohydrologisch model REGIS II - 2009 (bron: dinoloket)
De deeltrajecten liggen voor zover bekend niet in het intrekgebied van een grondwaterwinning of een grondwaterbeschermingsgebied. Voor zover bekend wordt er op en in de directe omgeving van de locatie niet op relevante schaal grondwater door bedrijven en particulieren onttrokken (bron Wateratlas Overijssel).
2.4
Toetsingskader Nota bodembeheer gemeente Raalte
De te onderzoeken deeltrajecten liggen in hun geheel binnen de grenzen van de gemeente Raalte. In het kader van regionaal bodembeheer heeft de gemeente Raalte samen met 11 aangrenzende gemeenten de Nota bodembeheer Regio IJsselland opgesteld (februari 2013). Uit de bodemkwaliteitskaarten blijkt dat de grond in de regio IJsselland in het algemeen schoon is. De gemeente Raalte hanteert een eigen bodemkwaliteitskaart (Oranjewoud, kenmerk 186259). Het gehele buitengebied binnen de gemeente Raalte wordt ingedeeld als kwaliteitsklasse landbouw/natuur. Dit betekent dat de verwachting is dat de grond ter plaatse van de huidige deeltrajecten niet of hooguit licht verontreinigd is met parameters uit het standaardpakket grond. Binnen de grenzen van het beheersgebied IJsselland kunnen natuurlijk verhoogde gehalten aan arseen in de bodem voorkomen. Deze gehalten komen binnen de beheersgebieden met name voor nabij het freatisch grondwaterpeil en in kwelgebieden. Op basis van ‘Weergave arseengebieden’ (bijlage 4 van de Nota) blijkt dat in de regio Raalte beekeerdgronden voorkomen, die verhoogde gehalten arseen kunnen bevatten. In de Nota is opgenomen dat de toepassing van grond uit de wegbermen geheel onder het generieke toepassingskader valt.
In artikel 65 van het Besluit Bodemkwaliteit staat dat een berm een maximale breedte van 10 meter heeft of wordt begrensd door een fysieke afscheiding. De gemeente Raalte sluit zich hierbij aan. Voor de provinciale wegen in het onbebouwd gebied is een aparte zone in de bodemkwaliteitskaart opgenomen. Binnen deze zones is grondverzet tussen de wegbermen toegestaan. De wegbermengrond kan alleen buiten deze zone worden toegepast op locaties met dezelfde bodemkwaliteit (kwaliteitsklasse Industrie).
207562-11/R02
4/18
2.5
Samenvatting
Op basis van de historische kaarten blijken de deelgebieden overwegend in gebruik te zijn geweest als openbare weg (wegbermen) en heeft het aangrenzend gebieden vaak een agrarische bestemming. Met uitzondering van de Zwolseweg 79 (deeltraject 01; voormalig tankstation) hebben geen specifieke bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. In algemene zin kan gesteld worden dat de verwachte bodemkwaliteit binnen alle deeltrajecten voldoet aan de kwaliteitsklasse landbouw/natuur. Dit betekent dat de grond niet of hooguit licht verontreinigd is met diffuse parameters als zware metalen en PAK. Uitzondering hierop zijn de wegbermen. Deze zijn vanwege jarenlange verkeersemissies verdacht op de aanwezigheid van (licht) verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en/of minerale olie. Daarnaast is bekend dat binnen de gemeente Raalte verhoogde gehalten aan arseen kunnen voorkomen. Om grond eventueel te kunnen hergebruiken dient het analysepakket uitgebreid te worden met de parameter arseen. Op basis van de beoordeelde documenten is bekend dat binnen alle deeltrajecten twee weteringen (Kolkwetering en Raalterwetering) en zogenaamde droogvallende kavel- en/of bermsloten (gegraven lintvormig water) aanwezig zijn. De sloten vallen onder provinciaal beheer. Bij de provincie Overijssel is voor zover bekend geen informatie beschikbaar over de waterbodemkwaliteit.
De weteringen vallen onder het beheer van Waterschap Drents Overijsselse Delta (voormalig Groot Salland).
207562-11/R02
5/18
3
HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE
3.1
Hypothese
NEN 5740 (chemische parameters) De bermen worden met name vanwege verkeersemissies en toepassing van gebiedsvreemde (bodem)materialen ter plaatse van de rijbaan als verdacht beschouwd ten aanzien van het voorkomen van lichte verontreinigingen met voornamelijk zware metalen, PAK en minerale olie in de bovengrond. In de ondergrond worden geen noemenswaardige verontreinigingen verwacht. Het overige onverharde terrein op grotere afstand van de rijbaan wordt eveneens als verdacht beschouwd, hier worden echter geen noemenswaardige verontreinigingen verwacht. NEN 5707/5897 (asbest) Op basis van de asbestkaart van de provincie Overijssel bestaat er geen verdenking op asbest. Niet eerder onderzochte terreindelen Op basis van de bodemkwaliteitskaart kan gesteld worden dat de verwachte bodemkwaliteit binnen alle extensief en als landbouw c.q. weide in gebruikte deeltrajecten voldoet aan de kwaliteitsklasse landbouw/natuur. Dit geldt ook voor de niet eerder onderzochte terreindelen binnen het nieuwe plangebied. Dit betreft de ‘zuidelijke aansluiting’ binnen deeltraject Heino Raalte en het ‘op te waarderen fietspad’ binnen deeltraject Mariënheem West. Dit betekent dat de grond niet of hooguit licht verontreinigd is met diffuse parameters als zware metalen en PAK.
Op basis van de reeds beschikbare onderzoeksresultaten blijkt dat deze verwachting bevestigd wordt ter plaatse van nabijgelegen c.q. aangrenzende onderzochte terreindelen.
3.2
Onderzoeksstrategie
Landbodem Op basis van de hypothese zijn de bermen onderzocht volgens de strategie voor een “diffuus belaste nietlijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming” (VED-HENL) of “diffuus belaste lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming” (VED-HE-L). Omdat het aantal te analyseren mengmonsters voor kleine verdachte locaties met een homogene bodemsamenstelling naar verhouding hoog is, is op verzoek van Arcadis het analyseprogramma versoberd. Ten aanzien van de kleinschalige bermlocaties binnen locaties B en C is volstaan met 1 analyse minder. Aangenomen wordt dat hiermee toch een voldoende representatief beeld van de bodemkwaliteit is verkregen. Om inzicht te krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond is de strategie VED-HE-NL gecombineerd met de analysestrategie voor een “onverdachte niet-lijnvormige locatie” (ONV-NL). De onverdachte ondergrond van 0,5 tot 1,0 m –mv is hiermee ook analytisch onderzocht. Ondanks de gestelde hypothese zijn de overige onverharde terreindelen onderzocht volgens de strategie voor een “onverdachte niet-lijnvormige locatie” (ONV-NL) of “onverdachte lijnvormige locatie” (ONV-L). In het kader van de beoogde reconstructiewerkzaamheden zijn alle voorgeschreven boringen uitgevoerd tot 1,0 m –mv.
Het is bekend dat binnen de gemeente Raalte van nature verhoogde gehalten aan arseen in de bodem kunnen voorkomen (geen onderdeel van standaard analysepakket). Van representatief geachte bodemlagen zijn aanvullend analyses op de parameter arseen uitgevoerd. Omdat het grondwater niet binnen 0,2 m van de verwachte maximale ontgravingsdiepte van 1,0 m –mv bevindt en er bij de geplande werkzaamheden geen noodzaak tot bemaling verwacht wordt is geen onderzoek uitgevoerd naar de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater. In de norm voorgeschreven peilbuizen zijn uitgevoerd als boring tot 1,0 m –mv.
207562-11/R02
6/18
Niet eerder onderzochte terreindelen Ter plaatse van locaties B2 (nieuwe zuidelijke aansluiting deeltraject Heino Raalte) en C1 (noordelijke parallelweg en op te waarderen fietspad deeltraject Mariënheem West) zijn ondanks een gewijzigd ontwerp geen aanvullende boringen uitgevoerd omdat de reeds beschikbare bodeminformatie toereikend wordt geacht in het kader van het huidige onderzoek. In onderstaande tabel zijn per (verdachte) deellocatie-/traject de strategie en verdachte parameters weergegeven. Tabel 3: Onderzoeksstrategie (deeltrajecten) A: deeltraject Heino Noord
1
Nieuwe aansluiting en parallelstructuur
Opp./lengte
Strategie
Verdachte parameter(s)
Terrein derden: ca. 7.400 m2
Boven-/ondergrond: ONV-NL
-
Bermen: ca. 150 m2
Bovengrond: VED-HE-NL Ondergrond: ONV-NL
Zware metalen, PAK, minerale olie
Bermen: ca. 150 m2
Bovengrond: VED-HE-NL Ondergrond: ONV-NL
Zware metalen, PAK, minerale olie
Terrein derden: ca. 2.000 m1
Boven-/ondergrond: ONV-L
-
Bermen: Ca. 100 m2
Bovengrond: VED-HE-NL Ondergrond: ONV-NL
Zware metalen, PAK, minerale olie
Berm Hooilandweg t.h.v nr. 2a. ca. 100 m2
Bovengrond: VED-HE-NL Ondergrond: ONV-NL
Zware metalen, PAK, minerale olie
Bermen t.h.v M19-V3: ca. 350 m1
Boven-/ondergrond: VED-HE-L
Zware metalen, PAK, minerale olie
Terrein derden: ca. 14.000 m2
Boven-/ondergrond: ONV-NL
-
Terrein derden: ca. 9.000 m2
Boven-/ondergrond: ONV-NL
-
Bermen: Ca. 335 x 2 m1
Boven-/ondergrond: VED-HE-L
Zware metalen, PAK, minerale olie
B: deeltraject Heino Raalte 2
Nieuwe (zuidelijke) aansluiting*
C: deeltraject Mariënheem West
1
Noordelijke parallelweg en op te waarderen fietspad*
D: deeltraject Mariënheem Oost 1
2
Noordelijke parallelweg (terrein derden)
Nieuwe aansluiting (noord en zuid)
ONV-NL
Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie
ONV-L
Onderzoeksstrategie voor een onverdachte lijnvormige locatie
VED-HE-NL
Onderzoeksstrategie voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming
VED-HE-L
Onderzoeksstrategie voor een diffuus belaste lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming
*
niet onderzocht terreindeel, reeds uitgevoerd onderzoek wordt i.c.m. bodemkwaliteitskaart en vooronderzoek voldoende representatief beschouwd (B1, B2 en C1)
207562-11/R02
7/18
Waterbodem Op basis van de beschikbare informatie zijn de watergangen onderzocht conform de strategie: sloten/gangen: “overig water, lintvormig, normale onderzoeksinspanning (OLN)”. Op verzoek van ARCADIS is de onderzoeksinspanning ter plaatse van de droge bermsloten versoberd vanwege de geringe breedte van deze bermsloten. Met uitzondering van het vak binnen deeltraject A (640 m 1) is voor de overige deeltrajecten uitgegaan van 1 vak per 500 m1, een vak kan bestaan uit meerdere (delen van) watergangen. De boringen welke verdeeld zijn over een vak zijn doorgezet tot 0,5 m -bovenkant waterbodem. Aangenomen wordt dat hiermee een voldoende representatief beeld van de waterbodemkwaliteit is verkregen. Gezien het doel van het onderzoek is de sliblaag (voor zover aanwezig) en de onderliggende waterbodem onderzocht. Met uitzondering van droge bermsloten heeft monsterneming plaatsgevonden vanaf de kant middels een zuigerboor en een slibbaak met een voet van 225 cm 2. De monsters zijn geanalyseerd op het standaard waterbodempakket voor regionale wateren (NEN 5720, variant A: uit regionale wateren voor toepassing binnen regionale wateren).
207562-11/R02
8/18
4
VELDWERKZAAMHEDEN
4.1
Uitvoering
Algemeen In onderstaande tabel zijn de uitvoeringsdata en de verantwoordelijke monsternemers van het veldonderzoek weergegeven. De onderzoekspunten zijn weergegeven op de situatietekening in bijlage 2. Tabel 4: Uitvoeringsgegevens Werkzaamheden
Beoordelingsrichtlijn/ protocol
2 t/m 5 oktober 2017
Uitvoeren handboringen, maken boorbeschrijvingen, nemen grondmonsters en inmeten
2000/2001
4 oktober 2017
Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem
2000/2018
Nemen van waterbodemonsters
2000/2003
Uitvoeren handboringen, maken boorbeschrijvingen, nemen grondmonsters en inmeten
2000/2001
Nemen van waterbodemmonsters
2000/2003
Datum
Erkende organisatie
Verantwoordelijk medewerker
Fase 1
29 september 2017 4 oktober 2017
R.S. Steggink R.F.A. Rieschke Ortageo Noordoost B.V.
R.F.A. Rieschke G. Visschedijk R.F.A. Rieschke
Fase 2
30-10-2018
R.S. Steggink Ortageo Noordoost B.V.
R.F.A. Rieschke
In het veld is de vrijgekomen grond laagsgewijs beoordeeld en beschreven (textuur, kleur, humusgehalte). Daarnaast is gelet op het voorkomen van puin, slakken, kolengruis en dergelijke evenals op kleurafwijkingen die kunnen duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Ook het maaiveld is visueel geïnspecteerd op indicaties die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Ten slotte is visueel specifiek aandacht besteed aan het voorkomen van asbest op het maaiveld en in de bodem. Binnen deeltraject Heino Noord zijn boringen (A01 t/m A10 en A13 t/m A16) in overleg met de opdrachtgever niet uitgevoerd vanwege het ontbreken van betredingstoestemming van de eigenaar. In de volgende tabellen is een overzicht van het uitgevoerde veldwerkprogramma per deeltraject weergegeven. Tabel 5: Overzicht veldwerkprogramma landbodem A: deeltraject Heino Noord 1
Nieuwe aansluiting en parallelstructuur
Onderdeel
Aantal
Diepte (m –mv)
Nummers
Terrein derden
Boringen
5
1,0
A11, A12, A17 t/m A19
Bermen
Boringen
5
1,0
A20 t/m A24
Bermen
Boringen
5
1,0
B14 t/m B18
Terrein derden
Boringen
33
1,0
C06 t/m 45
1,0
C01 t/m C05, C18, C20, C22, C24, C26, C28, C30 en C46 t/m C50
B: deeltraject Heino Raalte 2
Nieuwe aansluiting
C: deeltraject Mariënheem West
1
Noordelijke parallelweg
207562-11/R02
Bermen
Boringen
17
9/18
D: deeltraject Mariënheem Oost 1
Noordelijke parallelweg
2
Nieuwe aansluiting (noord en zuid)
Terrein derden
Boringen
24
1,0
D01 t/m D24
Terrein derden
Boringen
20
1,0
D25 t/m D44
Bermen
Boringen
18
1,0
D45 t/m D62
Tabel 6: Overzicht veldwerkprogramma waterbodem (Deel)traject
Lengte (m1)
Strategie
Aantal vakken
Nummers
Heino – Noord
Sloten/watergangen langs N35
Ca. 640
OLN1
12
A-wb01 t/m A-wb10
Heino – Raalte
Sloten/watergangen langs N35 (incl. aansluiting)
Ca. 980
OLN
2
B-wb01 t/m B-wb20
Mariënheem West
Sloten/watergangen langs N35 (incl. aansluiting)
Ca. 1.600
OLN
3
C-wb01 t/m C-wb30
Mariëmheem Oost
Sloten/watergangen langs N35 (incl. aansluiting)
Ca. 835
OLN
2
D-wb01 t/m D-wb20
Ca. 665
OLN
2
D-wb21 t/m D-wb41
1
OLN
2
Overig water, lintvormig, normale onderzoeksinspanning Arcadis vond het gezien de verwachting dat nauwelijks verontreiniging aangetroffen wordt niet nodig om het traject van 640 m op te delen in 2 vakken (conform NEN 5725 dient per 500 m een vak gedefinieerd te worden)
Afwijkingen ten opzichte van BRL SIKB 2000 Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden is niet afgeweken van de BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001 en 2003.
4.2
Resultaten
In bijlage 3 zijn de uitgetekende bodemprofielen weergegeven. Opgemerkt wordt dat de bodemprofielen geen uitsluitsel geven over de civieltechnische hergebruiksmogelijkheden van de grond. Bodemopbouw De bodem binnen het onderzoeksgebied is tot de onderzochte diepte (1,0 m –mv) opgebouwd uit zwak tot matig siltig zand. De bovengrond (0 – 0,5 m –mv) is humeus. Plaatselijk is de ondergrond sterk siltig. Opgemerkt wordt dat deze classificatie conform de NEN 5104 voor milieukundig onderzoek is beschreven. Het betreft geen classificatie voor civieltechnische hergebruiksmogelijkheden, hiervoor dienen de boorbeschrijvingen op de juiste wijze geïnterpreteerd te worden en kan (aanvullend) civieltechnisch onderzoek nodig zijn. Visueel waargenomen bijzonderheden Met uitzondering van bovengrond ter plaatse van boring D50 (sporen kolengruis) zijn op het maaiveld van de locaties en aan de uitkomende grond/slib geen bijzonderheden waargenomen die duiden op de mogelijke aanwezigheid van asbest en/of overige verontreinigende stoffen op en in de (water)bodem.
207562-11/R02
10/18
5
LABORATORIUMONDERZOEK
5.1
Analyseprogramma
Op basis van de visuele waarnemingen (grondsoort, kleur, aard en hoeveelheid bodemvreemde bijmengingen e.d.) en de ruimtelijke verdeling van de onderzoekspunten zijn grond(meng)monsters samengesteld. In de tabel in bijlage 6 is een gedetailleerd overzicht van de samenstelling van de (meng)monsters, analyses en het uitgevoerde analyseprogramma opgenomen. 5.2
Analyseresultaten
De analysecertificaten van het laboratoriumonderzoek zijn opgenomen in bijlage 4. De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. In deze tabellen zijn de gemeten gehalten in de grond aan de hand van de analytisch vastgestelde percentages lutum en organische stof omgerekend naar de 'standaard bodem' (25% lutum en 10% organische stof). Dit zijn de gestandaardiseerde gemeten gehalten (GSSD). In deze paragraaf zijn de resultaten samengevat. In een aantal tabellen is tussen haakjes een index opgenomen (zie 'kader'). De index geeft inzicht in de verhouding tussen de gestandaardiseerde meetwaarde en de achtergrondwaarde/streefwaarde respectievelijk de interventiewaarde. Een index van 0 komt overeen met de achtergrondwaarde/streefwaarde; een index van 0,5 komt overeen met de tussenwaarde en een index van 1 komt overeen met de interventiewaarde. Een index boven 1 geeft aan met welke factor de interventiewaarde wordt overschreden. Voor het bepalen van de te verwachten hergebruiksmogelijkheden zijn de analyseresultaten indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). De uitkomsten van deze toetsing zijn eveneens weergegeven in de tabel in bijlage 6.
5.2.1 Landbodem In de boven- en ondergrond zijn ‘slechts’ licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en/of minerale olie aangetoond. De licht verhoogde gehalten zijn te relateren aan het gebruik en/of berm-/wegbermonderhoud. Het is bekend dat binnen de gemeente Raalte van nature verhoogde gehalten aan arseen in de bodem kunnen voorkomen. Van representatief geachte bodemlagen zijn analyses op de parameter arseen uitgevoerd. Op basis van de resultaten blijkt dat in de humeuze bovengrond van deellocatie B (Heino – Raalte) sterk verhoogde gehalten arseen (boven de interventiewaarde) zijn aangetoond. Ter plaatse van boring A19 (deellocatie A: Heino – Noord) is in de sterk roesthoudende bovengrond een licht verhoogd gehalte arseen aangetoond. In de grond van de overige deellocaties zijn geen verhoogde gehalten arseen aangetoond.
207562-11/R02
11/18
5.3
Voorlopige veiligheidsklassen
Voor het bepalen van de maatregelen en voorzieningen om veilig te kunnen werken in verontreinigde grond kan gebruik worden gemaakt van de CROW-publicatie 132 ‘Werken in verontreinigde grond’ (geldig tot 1 januari 2019) of de vernieuwde CROW-publicatie 400 'Werken in en met verontreinigde bodem' (verplicht vanaf 1 januari 2019). In de volgende paragrafen zijn de voorlopige veiligheidsklassen conform beide publicaties vastgesteld1.
5.3.1 CROW 132 De veiligheidsklassen voor het werken in verontreinigde grond worden conform CROW-publicatie 132 ‘Werken in verontreinigde grond’ op basis van de verontreinigingsklasse van de grond vastgesteld. Daarbij kan onderstaande vuistregel gebruikt worden. Tabel 7: Vuistregel vaststellen veiligheidsklassen Indicatieve bodemkwaliteitsklasse (BBK)
Voorlopige veiligheidsklassen (conform CROW 132)
Achtergrondwaarde, altijd toepasbaar
Geen veiligheidsklassen
Wonen
Geen veiligheidsklassen
Industrie
Basisklasse
Niet toepasbaar: >industrie maar <interventiewaarde
Basisklasse
Niet toepasbaar: >interventiewaarde
T&F-klassen
Om op basis van de milieuhygiënische bodemkwaliteit indicatief de hergebruiksmogelijkheden van de grond te bepalen, zijn de analyseresultaten getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (zie bijlage 5). Op basis van de indicatieve kwaliteitsklassen zijn vervolgens de voorlopige veiligheidsklassen vastgesteld conform CROWpublicatie 132. In de tabel in bijlage 6 is op basis van de analyse- en toetsingsresultaten de indicatieve kwaliteitsklasse en de veiligheidsklasse weergegeven. Hieruit blijkt dat overwegend voor grondroerende werkzaamheden geen specifieke veiligheidsmaatregelen nodig zijn of dat werkzaamheden plaatselijk onder basisklasse moeten worden uitgevoerd.
5.3.2 CROW 400 Voor het bepalen van de maatregelen en voorzieningen om veilig te kunnen werken in verontreinigde grond, wordt vanuit de RAW-systematiek gebruik gemaakt van CROW-publicatie 400 'Werken in en met verontreinigde bodem'. Daarbij worden op basis van de analyseresultaten van de grond voorlopige veiligheidsklassen vastgesteld. De veiligheidsklasse bepaalt niet automatisch welke maatregelen moeten worden getroffen, maar vormt een indicatie voor de veiligheidskundige om te bepalen welke maatregelen(niveaus) passend zijn. De afweging welke beheersmaatregelen nodig zijn, wordt gemaakt en onderbouwd door een veiligheidskundige. Bij grondroerende werkzaamheden op deze locatie is basishygiëne van toepassing. De definitieve veiligheidsklassen dienen door een veiligheidskundige te worden vastgesteld.
5.3.3 Waterbodem De gehalten zijn met behulp van BOTOVA (Bodem Toets en Validatieservice van Rijkswaterstaat) omgerekend naar de normen voor een standaardbodem (GSSD) en zijn vervolgens getoetst aan de maximale waarden uit het Besluit bodemkwaliteit voor een standaardbodem (25% lutum en 10% organische stof). De resultaten zijn getoetst aan de generieke waarden. Bij de beoordeling van de kwaliteitsklasse in onderstaande tabel, zijn tevens de klassebepalende parameters weergegeven.
1 De CROW-publicatie 132 is vervangen door publicatie 400 met de titel ‘Werken in en met verontreinigde bodem’. Deze publicatie
is een samenvoeging van ‘Werken in of met verontreinigde grond’ (publicatie 132) en ‘Kabels en leidingen in verontreinigde bodem’ (publicatie 307). In deze nieuwe richtlijn zijn alle werkzaamheden in of met verontreinigde bodem opgenomen. Hiervoor geldt een overgangstermijn van een jaar (tot 1 juli 2019). Tot de genoemde datum is (ook) publicatie 132 van kracht. 207562-11/R02
12/18
In de tabel in bijlage 6 zijn de resultaten van de toetsing ‘toepassen op landbodem’ (T1) en ‘verspreiden op aangrenzend perceel’ (T5) samengevat weergegeven. Bij de beoordeling van de kwaliteitsklasse zijn tevens de klassebepalende parameters weergegeven. Met uitzondering van de sloten binnen deeltraject A (Heino Noord), is in de overige sloten geen sliblaag aangetroffen. De waterbodem blijkt overwegend vrij toepasbaar op landbodem en verspreidbaar op aangrenzend perceel. Indien toepassing op land plaatsvindt, is plaatselijk sprake van klasse wonen of klasse industrie.
5.4
Toetsing aan de hypothese
Voor zowel de bermen als overige onverharde terreindelen wordt de hypothese 'verdachte locatie' aangenomen omdat er verontreinigende parameters zijn aangetoond in gehalten boven de betreffende achtergrondwaarde.
5.5
Toetsing aan de noodzaak tot nader en aanvullend onderzoek
Op basis van de resultaten blijkt dat in de humeuze bovengrond van deellocatie B (Heino – Raalte) sterk verhoogde gehalten arseen (boven de interventiewaarde) zijn aangetoond. Het is bekend dat binnen de gemeente Raalte van nature verhoogde gehalten aan arseen in de bodem kunnen voorkomen. Er zijn verder geen verontreinigingen aangetoond in gehalten boven de tussenwaarde. Het uitvoeren van een nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Terreindelen waar geen boringen zijn geplaatst Binnen deeltraject Heino Noord zijn boringen (A01 t/m A10 en A13 t/m A16) in overleg met de opdrachtgever niet uitgevoerd vanwege het ontbreken van betredingstoestemming van de eigenaar. Gezien de resultaten van de monsters uit de boringen A11, A12, A17, A18 (berm wat verder van de weg) en A22 en A23 (berm direct naast de weg) mag aangenomen worden dat de bodemkwaliteit hier conform de verwachtingen uit de bodemkwaliteitskaart AW2000 is. Ter plaatse van locaties B2 (nieuwe zuidelijke aansluiting deeltraject Heino Raalte) en C1 (noordelijke parallelweg en op te waarderen fietspad deeltraject Mariënheem West) worden ondanks een gewijzigd ontwerp geen aanvullende boringen en analyses nodig geacht omdat de reeds beschikbare bodeminformatie toereikend wordt geacht in het kader van de beoogde doelstelling van het onderzoek. Argumenten hiervoor zijn: • De betreffende terreindelen zijn niet verdacht.
• Het gebied wordt veelal gedekt door de bodemkwaliteitskaart. • Uit het tot nu toe uitgevoerde onderzoek blijkt dat de verwachting uit de bodemkwaliteitskaart dat de bodem niet verontreinigd bevestigd wordt. • A1 - Heino Noord: door ruimer definiëren van het onderzoeksgebied (zie ontwerp) op de schets dekt het onderzoek het nieuwe plan. • B2 - Heino Raalte: Een deel van het nieuwe plan voor zuidelijke aansluiting wordt niet gedekt door het onderzoek. Niet onderzoeken (met verwijzing naar bodemkwaliteitskaart) is hier acceptabel. • C1 - Mariënheem West: door ruimer definiëren van het onderzoeksgebied op de schets (zie ontwerp) dekt het onderzoek het nieuwe plan ter plaatse van de aansluitingen parallelweg. • Op te waarderen fietspad: Niet onderzoeken (met verwijzing naar bodemkwaliteitskaart) is ons inziens acceptabel.
207562-11/R02
13/18
6
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In opdracht van ARCADIS Nederland B.V. is door Ortageo Noordoost B.V. (voorheen Envita Almelo B.V.) in de periode september - oktober 2017 (fase 1) en in periode oktober – november 2018 (fase 2) een verkennend (water)bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de onverharde (weg)bermen en op terrein van derden langs een deel van de provinciale weg N35 tussen Wythmen – Mariënheem in Overijssel. Na de afronding van het onderzoek in 2017 heeft een aanpassing van het ontwerp plaatsgevonden. De grenzen van het nieuwe plangebied conform VO 1.1 komen niet geheel overeen met het oorspronkelijke onderzoeksgebied waardoor de uitgevoerde boringen niet geheel vlakdekkend zijn. Het betreft locaties binnen de deeltrajecten: Heino Noord, Heino-Raalte en Mariënheem West. Op verzoek van ARCADIS en Rijkswaterstaat is het onderzoek in fase 1 zonder aanvullend veldonderzoek en middels een interpretatie van reeds beschikbare (onderzoeks)gegevens en de bodemkwaliteitskaart afgerond. Fase 2 betreft een uitbreiding van het verkennend (water)bodemonderzoek binnen deeltraject Mariënheem Oost. Aanleiding en doel De aanleiding voor het onderzoek is de beoogde reconstructie van de N35 tussen Wythmen – Mariënheem (km 10,2 tot km 25,6) ter bevordering van de verkeersveiligheid en doorstroming.
Hiervoor is voorzien in het aanpassen/opheffen van kruispunten en overige aansluitingen/doorsteken en de aanleg van nieuwe ontsluitingen in de vorm van kruispunten, parallelwegen/-voorzieningen en fiets-/voetpaden. Het doel van het onderzoek is: • beoordelen of er op basis van de actuele bodemkwaliteit sprake is van belemmeringen voor de uit te voeren werkzaamheden, mogelijk door een geval van ernstige bodemverontreiniging (toetsing Wet bodembescherming); • verkrijgen van gegevens voor het ontwerp: o bepalen indicatieve hergebruiksmogelijkheden van de grond (toetsing Besluit bodemkwaliteit); o vaststellen voorlopige veiligheidsklassen (toetsing CROW-publicatie 132); Wettelijk kader Het onderzoek is opgezet conform de vigerende NEN-normen en de geldende wet- en regelgeving betreffende de kwaliteit van de uitvoering van milieuhygiënisch bodemonderzoek. Strategie Landbodemonderzoek (NEN 5740) De bermen zijn onderzocht volgens de strategie voor een “diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming” (VED-HE-NL) of een “diffuus belaste lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming” (VED-HEL).
Voor kleinschalige verdachte locaties met een homogene bodemsamenstelling is op verzoek van ARCADIS plaatselijk volstaan met minder geanalyseerde mengmonsters omdat er vanuit de norm naar verhouding veel analyses worden voorgeschreven. Om inzicht te krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond is voor de ondergrond deze strategie gecombineerd met de strategie voor een “onverdachte niet-lijnvormige locatie” (ONVNL). De overige onverharde terreindelen zijn onderzocht volgens de strategie voor een “onverdachte nietlijnvormige locatie” (ONV-NL) of “onverdachte lijnvormige locatie” (ONV-L). Het is bekend dat binnen de gemeente Raalte van nature verhoogde gehalten aan arseen in de bodem kunnen voorkomen (geen onderdeel van standaard analysepakket). Van representatief geachte bodemlagen zijn aanvullend analyses op de parameter arseen uitgevoerd. In het kader van de beoogde reconstructiewerkzaamheden en er bij de geplande werkzaamheden geen noodzaak tot bemaling verwacht wordt is het grondonderzoek tot maximaal 1,0 m –mv uitgevoerd en heeft er geen grondwateronderzoek plaatsgevonden.
207562-11/R02
14/18
Waterbodemonderzoek (NEN 5720) De watergangen zijn onderzocht conform de strategie: sloten/gangen: “overig water, lintvormig, normale onderzoeksinspanning (OLN)”. Op verzoek van Arcadis is de onderzoeksinspanning ter plaatse van de droge bermsloten versoberd vanwege de geringe breedte van deze bermsloten. Met uitzondering van de watergangen binnen deeltraject A (640 m1) is voor de overige deeltrajecten uitgegaan van 1 vak per 500 m 1, een vak kan bestaan uit meerdere (delen van) watergangen. De boringen welke verdeeld zijn over een vak zijn doorgezet tot 0,5 m -bovenkant waterbodem. Gezien het doel van het onderzoek is de sliblaag (voor zover aanwezig) en de onderliggende waterbodem onderzocht. Terreindelen waar geen boringen zijn geplaatst Binnen deeltraject Heino Noord zijn boringen (A01 t/m A10 en A13 t/m A16) in overleg met de opdrachtgever niet uitgevoerd vanwege het ontbreken van betredingstoestemming van de eigenaar. Gezien de resultaten van de monsters uit de boringen A11, A12, A17, A18 (berm wat verder van de weg) en A22 en A23 (berm direct naast de weg) mag aangenomen worden dat de bodemkwaliteit hier conform de verwachtingen uit de bodemkwaliteitskaart AW2000 is.
Ter plaatse van locaties B1 (, deeltraject Heino Raalte), B2 (nieuwe zuidelijke aansluiting deeltraject Heino Raalte) en C1 (noordelijke parallelweg en op te waarderen fietspad deeltraject Mariënheem West) worden ondanks een gewijzigd ontwerp geen aanvullende boringen en analyses nodig geacht omdat de reeds beschikbare bodeminformatie toereikend wordt geacht in het kader van de beoogde doelstelling van het onderzoek. Argumenten hiervoor zijn: • De betreffende terreindelen zijn niet verdacht. • Het gebied wordt veelal gedekt door de bodemkwaliteitskaart. • Uit het tot nu toe uitgevoerde onderzoek blijkt dat de verwachting uit de bodemkwaliteitskaart dat de bodem niet verontreinigd bevestigd wordt. • A1 - Heino Noord: door ruimer definiëren van het onderzoeksgebied (zie ontwerp) op de schets dekt het onderzoek het nieuwe plan. • B2 - Heino Raalte: Een deel van het nieuwe plan voor zuidelijke aansluiting wordt niet gedekt door het onderzoek. Niet onderzoeken (met verwijzing naar bodemkwaliteitskaart) is hier ons inziens acceptabel. • C1 - Mariënheem West: door ruimer definiëren van het onderzoeksgebied op de schets (zie ontwerp) dekt het onderzoek het nieuwe plan ter plaatse van de aansluitingen parallelweg. • Op te waarderen fietspad: Niet onderzoeken (met verwijzing naar bodemkwaliteitskaart) is ons inziens acceptabel.
207562-11/R02
15/18
Resultaten In de onderstaande tabellen zijn de resultaten van het (water)bodemonderzoek samengevat weergegeven. Tabel 8: Samenvatting toetsingsresultaten landbodem Overschrijding van de Deeltraject
Indicatieve toetsing Bbk1
Veiligheidsklasse
Aantal (meng)monsters
Altijd toepasbaar
Geen
2
Klasse industrie
Basisklasse
1
-
Altijd toepasbaar
Geen
1
-
Arseen
Altijd toepasbaar
Geen
1
PAK en minerale olie
-
-
Klasse industrie
Basisklasse
1
Bovengrond
Minerale olie
-
-
Altijd toepasbaar
Geen
3
Klasse industrie
Basisklasse
1
Ondergrond
-
-
-
Altijd toepasbaar
Geen
3
PAK
-
-
Klasse wonen
Geen
1
Klasse industrie
Basisklasse
1
Lood, minerale olie en/of PAK
-
-
Niet toepasbaar >industrie
Basisklasse
1
Ondergrond
PAK
-
-
Altijd toepasbaar
Geen
3
Boven – en ondergrond
-
-
-
Altijd toepasbaar
Geen
6
Onderdeel
achtergrond -waarde
tussenwaarde
interventiewaarde
Bovengrond
Arseen, lood, PAK en minerale olie
-
-
Ondergrond
-
-
Bovengrond
-
Ondergrond
A: Heino – Noord
Bermen
B: Heino – Raalte Bermen
Terrein derden
C: Mariënheem – West
Bermen
Terrein derden
Bovengrond
D: Mariënheem - Oost Terrein derden
Boven – en ondergrond
-
-
-
Altijd toepasbaar
Geen
5
Bermen
Boven – en ondergrond
Lood, minerale olie, PCB en/of PAK
-
-
Klasse industrie
Basisklasse
2
-=
Geen parameters in gehalten boven de betreffende toetsingswaarden aangetoond
1
Van nature verhoogd voorkomende gehalten arseen zijn niet meegenomen bij toetsing
=
207562-11/R02
16/18
Tabel 9: Samenvatting toetsingsresultaten waterbodem Deeltraject
Toepasbaar op landbodem (T1) (toetsing aan Bbk)
Verspreiden op aangrenzend perceel (T5)
Gebaseerd op parameters
A: Heino - Noord Slib
Altijd toepasbaar
Verspreidbaar
-
Bodem
Altijd toepasbaar
Verspreidbaar
-
Verspreidbaar
T1: Minerale olie
Verspreidbaar
T1: PCB en PAK
Verspreidbaar
-
B: Heino - Raalte Bodem
Altijd toepasbaar of klasse industrie (plaatselijk)
C: Mariënheem - West Bodem
Altijd toepasbaar, klasse wonen of klasse industrie (plaatselijk)
D: Mariënheem - Oost Bodem
Altijd toepasbaar
Conclusies Op basis van het uitgevoerde onderzoek blijkt dat: Landbodem • In de boven- en ondergrond overwegend ‘slechts’ licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en/of minerale olie zijn aangetoond. De licht verhoogde gehalten zijn te relateren aan het gebruik en/of berm/wegbermonderhoud; • in de humeuze bovengrond van deellocatie B (Heino – Raalte) sterk verhoogde gehalten arseen (boven de interventiewaarde zijn aangetoond. Ter plaatse van boring A19 (deellocatie A: Heino – Noord) is in de sterk roesthoudende bovengrond een licht verhoogd gehalte arseen aangetoond. In de grond van de overige deellocaties zijn geen verhoogde gehalten arseen aangetoond. De verhoogde gehalten arseen komen van nature verhoogd voor in de bodem van de gemeente Raalte; • uit de toetsing van de analyseresultaten van het bodemonderzoek aan het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat de boven- en ondergrond binnen het onderzoeksgebied overwegend indicatief voldoet aan kwaliteitsklasse achtergrondwaarde.
Plaatselijk voldoet de onderzochte grond aan kwaliteitsklasse industrie of is deze niet toepasbaar; • op basis van de onderzoeksresultaten blijkt dat conform CROW 132/400 de voorgenomen graafwerkzaamheden zonder specifieke veiligheidsmaatregelen of plaatselijk onder basisklasse respectievelijk onder de basishygiëne kunnen worden uitgevoerd; de definitieve veiligheidsklassen dienen door een veiligheidskundige te worden vastgesteld; • Voor de details van de conclusies over de landbodem per deellocatie verwijzen wij naar tabel 8. De aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit levert geen belemmeringen op voor de voorgenomen reconstructiewerkzaamheden. Wel dient er bij graafwerkzaamheden en grondverzet rekening te worden gehouden met plaatselijk van nature verhoogde gehalten arseen in de bodem. Op basis van de onderzoeksresultaten bestaat er geen noodzaak voor nader onderzoek en/of sanering. Waterbodem Met uitzondering van de sloten binnen deeltraject A (Heino Noord), is in de overige sloten geen sliblaag aangetroffen. De waterbodem blijkt overwegend vrij toepasbaar op landbodem en verspreidbaar op aangrenzend perceel. Indien toepassing op land plaatsvind, is plaatselijk sprake van klasse wonen of klasse industrie. De aangetoonde milieuhygiënische waterbodemkwaliteit levert geen belemmeringen op voor de voorgenomen reconstructiewerkzaamheden.
Op basis van de onderzoeksresultaten bestaat er geen noodzaak voor nader onderzoek en/of sanering. Voor de details van de conclusies over de waterbodem per deellocatie verwijzen wij naar tabel 9.
207562-11/R02
17/18
Terreindelen waar geen boringen zijn geplaatst Heino Noord, Heino Raalte en Mariënheem - West Ondanks het feit dat op een aantal terreindelen binnen de plangrens VO 1.1 geen boringen zijn uitgevoerd, kunnen voor de betreffende delen van het onderzoeksgebied wel conclusies getrokken worden over de te verwachten bodemkwaliteit (landbouw / natuur). De grond op terreindelen binnen de plangrens VO 1.1 waar niet geboord is, is naar verwachting niet of hooguit licht verontreinigd met diffuse parameters als zware metalen en PAK. Uitzondering hierop vormen de mogelijk van nature voorkomende plaatselijke verhoogde achtergrondgehalten voor arseen. Aanbevelingen Als grond van de locatie vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. Op hergebruik van grond is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Voor de onderzochte gebieden geldt veelal (uitgezonderd de bermen) dat de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Raalte van toepassing is. Op basis van de bodemkwaliteitskaart blijkt dat de grond met uitzondering van de (direct naast de weg gelegen) bermen voldoet aan kwaliteit landbouw / natuur. Op basis van het onderzoek is dit bevestigd. Dit betekent dat toepassing van de vrijkomende grond elders in de gemeente Raalte mogelijk is.
Omdat de grond in de bermen op veel punten indicatief aan de kwaliteitsklasse industrie voldoet, wordt aanbevolen deze grond – voor zover deze niet direct ter plaatse in de berm hergebruikt kan worden – af te voeren naar een passende hergebruikslocatie. Alternatief is vrijkomende bermgrond in depot te keuren voordat een definitieve verwerkingslocatie bepaald wordt. Naar verwachting zal het meestal kwaliteit industrie zijn, maar deels kan de bermgrond ook altijd toepasbaar zijn. De toepassing van grond moet altijd worden gemeld via het "meldpunt bodemkwaliteit". In het kader van kostenefficiëntie adviseren wij om vrijkomende grond zoveel mogelijk binnen de onderzoekslocatie te hergebruiken. Geadviseerd wordt ook om bij ontgraving te letten op eventuele grond met bodemvreemde bijmengingen en deze gescheiden te ontgraven (en af te voeren c.q. in depot te zetten) van de zintuiglijk ‘schone’ grond. Dit geldt in verhoogde mate voor de niet fysiek onderzochte terreindelen vanwege niet verkregen toestemming of op basis van nieuwe plangrenzen conform V01.1. Daarnaast dient bij hergebruik van grond rekening te worden gehouden met mogelijk verhoogde gehalten arseen waarvoor het standaard analysepakket uitgebreid dient te worden.
207562-11/R02
18/18
BIJLAGE 1 Regionale ligging onderzoekslocatie
207562-11
IE AT
A
C LO
onderzoekslocatie
A = deeltraject Heino Noord B = deeltraject Heino Raalte
TIE
B
CA
LO
250
750
1250 meters
0 Titel:
Gecontroleerd:
Projectnaam:
Getekend:
JWE
Opdrachtgever: O:\Ortageo\207562-11\Tekeningen\207562-11_V2.2.dwg
X:
217034
Y:
489079
ARCADIS Nederland BV
Schaal:
1:25000
Datum:
14-11-2018
500
1000
Project:
Bijlage:
Formaat:
207562-11
1.1
A3
onderzoekslocatie
A = deeltraject Heino Noord B = deeltraject Heino Raalte
TIE CA
C
LO
L
IE AT C O
D
250
750
1250 meters
0 Titel:
Gecontroleerd:
Projectnaam:
Getekend:
JWE
Opdrachtgever: O:\Ortageo\207562-11\Tekeningen\207562-11_V2.2.dwg
X:
217034
Y:
489079
ARCADIS Nederland BV
Schaal:
1:25000
Datum:
14-11-2018
500
1000
Project:
Bijlage:
Formaat:
207562-11
1.2
A3
BIJLAGE 2 Situatietekening met onderzoekspunten
207562-11
Legenda boring niet uitgevoerd vanwege ontbreken toestemming eigenaar
boring tot 1,0 m -mv (in de berm) boring tot 1,0 m -mv (op terrein derden) boring waterbodem onderzoekslocatie waterloop A07
A08
123
huisnummer kadastraal nummer perceelsgrens
A09 A06
A-WB11
A-WB02
bij start onderzoek bekende plangrens
A10 A-WB13
A-WB12
A-WB03
A-WB14
A-WB04
A-WB05
A-WB15
nieuwe plangrens op basis van voorontwerp 1.1
g
A-WB01
A05
A04
A03
A-WB16
we
A02
ols e
A01
definitieve plangrens 2019
Zw
A23
A22
A-WB07
A21
A-WB08
-8 83
A-WB10
A-WB09
A16
A13 A14
A15
a
A12
A19
A18
79
A11
A17
A24
3a
A-WB06
A20
10
30
50 meters
0 Titel:
Gecontroleerd:
Projectnaam:
Getekend:
JWE
Opdrachtgever: O:\Ortageo\207562-11\Tekeningen\2018\207562-11_V2.3.dwg
X:
211121
Y:
497030
ARCADIS Nederland BV
Schaal:
1:1000
Datum:
10-4-2019
20
40
Project:
Bijlage:
Formaat:
207562-11
2.1
A3
Legenda
boring tot 1,0 m -mv (in de berm)
't R
12
B01
boring waterbodem
10
ee lae
r
boring tot 1,0 m -mv (op terrein derden)
onderzoekslocatie waterloop 123
B02
huisnummer kadastraal nummer
B-WB01
perceelsgrens bij start onderzoek bekende plangrens
B03
nieuwe plangrens op basis van voorontwerp 1.1
B27
B-WB02
B26 definitieve plangrens 2019
B08
B10
B12
B-WB08
B-WB10 B23
B-WB12 B-WB16
B-WB11
B14
B15
B16
ino
sew
B18 B17
He
66
B-WB17
B-WB15
B-WB13
eg
B19
B-WB09 B21
eg
B20
B13 B-WB07
sew
B11 B-WB06
B-WB14
ino
B09 B-WB05
B06
B22
He
B07
He
ino
sew
eg
B-WB04
B25
He
B24
sew
B-WB03
eg
B05
ino
B04
B-WB20
B-WB19
B-WB18
B31
15
B28
B30
11
B29
10
30
50 meters
0 Titel:
Gecontroleerd:
Projectnaam:
Getekend:
JWE
Opdrachtgever: O:\Ortageo\207562-11\Tekeningen\2018\207562-11_V2.3.dwg
X:
213489
Y:
492836
ARCADIS Nederland BV
Schaal:
1:1000
Datum:
10-4-2019
20
40
Project:
Bijlage:
Formaat:
207562-11
2.2
A3
g we nd a l oi Ho
C08
Legenda
2a
boring tot 1,0 m -mv (in de berm)
C01
boring tot 1,0 m -mv (op terrein derden)
C02
boring waterbodem onderzoekslocatie
C03
waterloop
7-7b C04
123 C06
C05
huisnummer kadastraal nummer perceelsgrens bij start onderzoek bekende plangrens nieuwe plangrens op basis van voorontwerp 1.1
C09
1a
nd Hooila
definitieve plangrens 2019
9 3
1
5
weg
C-WB02 weg dalse Nijver
C07
C10 C-WB03
C11 C-WB04
C12 C-WB05
C13 C-WB06
C14 C-WB07
C15 C-WB08
C19 C-WB12
C16 C-WB09
C17 C-WB10
C-WB11
C-WB13
C-WB18
C-WB17
C-WB16
C-WB15
C-WB14 C22
C27
C25
C23 C21
C-WB19 C28
C26
C24
C20
C18
Nijver
weg dalse
10
C08
10
2
Titel:
Projectnaam:
8
Gecontroleerd:
Getekend:
JWE
Opdrachtgever:
8a O:\Ortageo\207562-11\Tekeningen\2018\207562-11_V2.3.dwg
50 meters
0
6
30
X:
217772
Y:
488678
ARCADIS Nederland BV
Schaal:
1:1000
Datum:
10-4-2019
20
40
Project:
Bijlage:
Formaat:
207562-11
2.3
A3
15
14
72 64
70 66
5
12 13
68
3
11
10-10b
1
Legenda
8 p
Keizerskam
9
7a 10
8
6
4
2
2a
boring tot 1,0 m -mv (in de berm)
3
5 boring tot 1,0 m -mv (op terrein derden)
6
7
boring waterbodem onderzoekslocatie
de Heemen
11
1
Wildbaan
2
4
4
waterloop 123
5
huisnummer kadastraal nummer
13
1-3
9
2 perceelsgrens
7
bij start onderzoek bekende plangrens nieuwe plangrens op basis van voorontwerp 1.1
29
definitieve plangrens 2019 C-WB16
C25
C35 C-WB17 C26
C-WB18
C42
17
C27
C41
C36 15
C28
C-WB19
C40
C29 C31 C30 C-WB20
C32
C39
C34
C37
C33
C38
eg Nijverdalsew
C-WB30
C-WB29
C-WB28 C-WB21
C-WB22
C-WB23
C46
28
C-WB27 24
32-34
C47
eg Nijverdalsew C48 C-WB24
2
C49
16
C50 C-WB26
C-WB25 C43
30 at de Jongstra
C45 14
22
C44 18
22b
4
10
22a
30
50 meters
0 Titel:
Projectnaam:
20
6 Gecontroleerd:
Getekend:
JWE
Opdrachtgever: O:\Ortageo\207562-11\Tekeningen\2018\207562-11_V2.3.dwg
X:
218173
Y:
488603
ARCADIS Nederland BV
Schaal:
1:1000
Datum:
10-4-2019
20
40
Project:
Bijlage:
Formaat:
207562-11
2.4
A3
43
Legenda
45 47
boring tot 1,0 m -mv (in de berm) boring tot 1,0 m -mv (op terrein derden) boring waterbodem onderzoekslocatie D39
D38
waterloop
1
D03 D02
D01 D-wb01 D-wb40
D-wb02
D04 D-wb05
D-wb03
eg ew als d r ve Nij
D-wb04
D06
D05 D-wb06
D-wb07
D-wb08
D-wb09 D-wb10
D-wb11
D-wb14 D10
D09
D08
D07
D-wb12
D-wb15 D11
D-wb16
D12
D-wb17
D13
123
D-wb18
kadastraal nummer
D-wb19 D14
D-wb13
huisnummer
D24
D-wb20
perceelsgrens bij start onderzoek bekende plangrens
D15
D23 nieuwe plangrens op basis van voorontwerp 1.1 D16
definitieve plangrens 2019
D62 D22 D-wb30
44
D-wb29
D17
44a D21 eg sew l a d ver Nij
D18 D20 D19 g
Nij
42
e ew als d r ve
da ver
g we
lse
Nij
10 epe Kro
50 meters
g we
0 Titel:
Gecontroleerd:
Projectnaam:
Getekend:
JWE
Opdrachtgever: O:\Ortageo\207562-11\Tekeningen\2018\207562-11_V2.3.dwg
30
X:
219664
Y:
488263
ARCADIS Nederland BV
Schaal:
1:1000
Datum:
10-4-2019
20
40
Project:
Bijlage:
Formaat:
207562-11
2.5
A3
Legenda boring waterbodem waterloop (tevens onderzoekslocatie) 123
huisnummer kadastraal nummer percelen percelen voorlopig percelen administratief bij start onderzoek bekende plangrens nieuwe plangrens op basis van voorontwerp 1.1
A-WB02
A-WB12
A-WB13
A-WB03
A-WB14
A-WB04
A-WB15
A-WB05
A-WB16 Zw
ols e
A-WB11
we
A-WB01
g
definitieve plangrens 2019
A-WB07
A-WB08
A-WB10
A-WB09
79
a
83
-8
3a
A-WB06
10
30
50 meters
0 Titel:
Gecontroleerd:
Projectnaam:
Getekend:
JWE
Opdrachtgever: O:\Ortageo\207562-11\Tekeningen\2018\207562-11_V2.3.dwg
X:
211121
Y:
497030
ARCADIS Nederland BV
Schaal:
1:1000
Datum:
10-4-2019
20
40
Project:
Bijlage:
Formaat:
207562-11
2.6
A3
Legenda boring waterbodem waterloop (tevens onderzoekslocatie)
't R
12
huisnummer kadastraal nummer
10
ee lae
r
123
percelen percelen voorlopig percelen administratief bij start onderzoek bekende plangrens
B-WB01
nieuwe plangrens op basis van voorontwerp 1.1 definitieve plangrens 2019
eg
B-WB09
B-WB11
sew
B-WB13
B-WB16
B-WB20
B-WB19
B-WB18
11
15
66
He
ino
sew
eg
He
He
ino
ino
B-WB08
sew
B-WB07
B-WB06
sew
eg
B-WB10
B-WB05
B-WB17
B-WB15
He
B-WB12 B-WB04
B-WB14
ino
B-WB03
eg
B-WB02
10
30
50 meters
0 Titel:
Gecontroleerd:
Projectnaam:
Getekend:
JWE
Opdrachtgever: O:\Ortageo\207562-11\Tekeningen\2018\207562-11_V2.3.dwg
X:
213489
Y:
492836
ARCADIS Nederland BV
Schaal:
1:1000
Datum:
10-4-2019
20
40
Project:
Bijlage:
Formaat:
207562-11
2.7
A3
Legenda boring waterbodem waterloop (tevens onderzoekslocatie) 123
huisnummer kadastraal nummer percelen
7-7b
percelen voorlopig 11
2-2b
percelen administratief bij start onderzoek bekende plangrens
g ndwe Hooila
nieuwe plangrens op basis van voorontwerp 1.1 definitieve plangrens 2019
1a
9 3
1
5
C-WB01
C-WB02
weg dalse Nijver
C-WB03 C-WB04
C-WB05
C-WB06 C-WB07 C-WB08
C-WB09
C-WB12 C-WB10
C-WB13
C-WB15
C-WB14
C-WB16
C-WB17
C-WB18
C-WB19
C-WB20
C-WB11 d Nijver
eg
alsew
10
at sestra Almelo 2
88
10
30
50 meters
0 at sestra Almelo
8
Titel:
Projectnaam:
6 Gecontroleerd:
8a 4 86 O:\Ortageo\207562-11\Tekeningen\2018\207562-11_V2.3.dwg
Getekend:
JWE
Opdrachtgever:
X:
217772
Y:
488678
ARCADIS Nederland BV
Schaal:
1:1000
Datum:
10-4-2019
20
40
Project:
Bijlage:
Formaat:
207562-11
2.8
A3
15
14
72 64
70 66
5
12 13
68
3
11
10-10b
1
Legenda
8
p
Keizerskam
9
boring waterbodem
7a 10
8
6
4
2
2a
3
waterloop (tevens onderzoekslocatie)
5 123
6
7
huisnummer kadastraal nummer percelen
de Heemen
11
1
Wildbaan
2
4
4
percelen voorlopig percelen administratief
5 13
1-3
9
bij start onderzoek bekende plangrens
2
nieuwe plangrens op basis van voorontwerp 1.1
7
definitieve plangrens 2019 29
C-WB16
17
C-WB17 C-WB18
15
C-WB19
eg Nijverdalsew
C-WB30 C-WB20
C-WB29 C-WB28 C-WB21
C-WB22
C-WB23
28
C-WB27 24
32-34
eg Nijverdalsew
2 C-WB24
16
C-WB25 C-WB26
14
30 at de Jongstra
22
18
22b
4
10
22a
30
50 meters
0 Titel:
Projectnaam:
20
6 Gecontroleerd:
Getekend:
JWE
Opdrachtgever: O:\Ortageo\207562-11\Tekeningen\2018\207562-11_V2.3.dwg
X:
218173
Y:
488603
ARCADIS Nederland BV
Schaal:
1:1000
Datum:
10-4-2019
20
40
Project:
Bijlage:
Formaat:
207562-11
2.9
A3
39-39a
14
6 8
10
12
Legenda
31
boring tot 1,0 m -mv (in de berm) boring tot 1,0 m -mv (op terrein derden) boring waterbodem D25
onderzoekslocatie
D-wb31 D46
D-wb32
waterloop
D26 37
D45
123
huisnummer
D29
D-wb33 D27
kadastraal nummer
D28
perceelsgrens
D48 D-wb34
D47
D30 bij start onderzoek bekende plangrens
D31 38
D50
D-wb35
nieuwe plangrens op basis van voorontwerp 1.1 D32
D49 D-wb21
D-wb36 Nijverdalseweg D-wb22 D51 D-wb23
D53
D35
D52
D34
D-wb37
D38
D37
D56 D-wb24 D40
definitieve plangrens 2019
D36
D33
D-wb38 D39
D54
D55
D-wb25
D57 D-wb39
D-wb26 D42
D61
D58
D-wb27
D41 D44
D01
D-wb40
D59
D60
D-wb28
D43
D-wb01
D62
D02 D-wb02
40
D-wb29 D-wb30 D-wb03
D03
Nijverdalseweg
38a
D-wb04
10
30
50 meters
0 Titel:
Gecontroleerd:
Projectnaam:
Getekend:
JWE
Opdrachtgever: O:\Ortageo\207562-11\Tekeningen\2018\207562-11_V2.3.dwg
X:
219039
Y:
488501
ARCADIS Nederland BV
Schaal:
1:1000
Datum:
10-4-2019
20
40
Project:
Bijlage:
Formaat:
207562-11
2.10
A4x3
43
Legenda
45 47
boring waterbodem waterloop (tevens onderzoekslocatie) 123
huisnummer kadastraal nummer percelen
D39
D38
percelen voorlopig
1
D-wb14 D-wb02 D-wb01 D-wb40
D-wb05
D-wb03
eg ew als d r ve Nij
D-wb04
D-wb06
D-wb07
D-wb08
D-wb09 D-wb10
D-wb11
D-wb12
D-wb15
D-wb16
D-wb17
percelen administratief D-wb18 bij start onderzoek bekende plangrens
D-wb19
D-wb13
D-wb20
nieuwe plangrens op basis van voorontwerp 1.1 definitieve plangrens 2019
D-wb30
44
D-wb29
44a
eg sew l a d ver Nij
g
Nij
42
e ew als d r ve
da ver
g we
lse
Nij
10 epe Kro
50 meters
g we
0 Titel:
Gecontroleerd:
Projectnaam:
Getekend:
JWE
Opdrachtgever: O:\Ortageo\207562-11\Tekeningen\2018\207562-11_V2.3.dwg
30
X:
219664
Y:
488263
ARCADIS Nederland BV
Schaal:
1:1000
Datum:
10-4-2019
20
40
Project:
Bijlage:
Formaat:
207562-11
2.11
A3
BIJLAGE 3 Bodemprofielbeschrijvingen
207562-11
207562-11
Meetpunt: A11
Meetpunt: A12
Datum meting: 03-10-2017 Boormeester: Ruud Steggink Peilen in cm t.o.v. referentievlak
Datum meting: 03-10-2017 Boormeester: Ruud Steggink Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0 1
weiland Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin
0
0 1
weiland Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin
40 50
-50
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel
2 100
-100
-50
100
-100
Meetpunt: A17
Meetpunt: A18
Datum meting: 03-10-2017 Boormeester: Ruud Steggink Peilen in cm t.o.v. referentievlak
Datum meting: 03-10-2017 Boormeester: Ruud Steggink Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0 1
weiland Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin
-50
0
0 1
2 100
-100
100
-100
Meetpunt: A19
Meetpunt: A20
Datum meting: 03-10-2017 Boormeester: Ruud Steggink Peilen in cm t.o.v. referentievlak
Datum meting: 05-10-2017 Boormeester: Rob Rieschke Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0 1 3
weiland Zand, zeer fijn, uiterst siltig, sterk roesthoudend, bruinoranje
-50
0
0 1
berm Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin
-50 2 4
2 100
-100
100
-100
Meetpunt: A21
Meetpunt: A22
Datum meting: 05-10-2017 Boormeester: Rob Rieschke Peilen in cm t.o.v. referentievlak
Datum meting: 05-10-2017 Boormeester: Rob Rieschke Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0 1
berm Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin
-50
0
0 1
100
-100
Meetpunt: A23
Meetpunt: A24
Datum meting: 05-10-2017 Boormeester: Rob Rieschke Peilen in cm t.o.v. referentievlak