Bijlage 5 Achtergrondinformatie CRK definitief
Tekst van het document
Bijlage 5 – Achtergrondinformatie bij raadsvoorstel Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet moeten aanvragen om omgevingsvergunning beoordeeld kunnen worden volgens de eisen van de Omgevingswet. Om vorm te kunnen geven aan deze verplichting moet een commissie ingesteld worden. Deze commissie heeft in ieder geval tot taak te adviseren over de aanvragen voor een ‘omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument’. Voor gemeenten met deze ‘gebouwde of aangelegde’ rijksmonumenten is het instellen van een gemeentelijke adviescommissie een wettelijke plicht die bij inwerkintreding van de Omgevingswet op orde moet zijn. De gemeenteraad moet daar nog vóór het inwerkingtreden van de Omgevingswet een besluit over nemen. Opgemerkt wordt dat het hier over het instellen van de adviescommissie gaat, en de taken die aan de adviescommissie toebedeeld worden. Het gaat dus uitdrukkelijk níet om het inhoudelijke, ruimtelijke beleid langs welke lat concrete initiatieven beoordeeld worden. De inhoudelijke beoordelingskaders blijven met de instelling van de adviescommissie ongemoeid. De vraag of de bestaande beoordelingskaders toekomstig gehandhaafd moeten blijven, is een afweging die met het oog op het omgevingsplan gemaakt moet worden.
Daarin heef uw raad op dat moment, vanzelfsprekend, een uitdrukkelijke, en kaderstellende, rol. Zoals gezegd, is dit op dit moment niet aan de orde. De monumenten- en welstandsadvisering is de voorbije jaren verruimd van een uitsluitend objectgerichte benadering naar een bredere, gebiedsgerichte benadering, en van louter beoordeling van vergunningaanvragen naar een dialoog aan het begin van het planvormingsproces. Er wordt niet meer alleen formeel, schriftelijk aan het college van burgemeester en wethouders geadviseerd, maar ook informeel, in gesprekken met initiatiefnemers, ontwerpers en maatschappelijk betrokkenen. De Omgevingswet doet recht aan deze veranderingen en geeft gemeenten de vrijheid om een adviesstelsel in te stellen dat goed past bij de lokale situatie. De gemeenteraad moet daar vóór het inwerkingtreden van de Omgevingswet een besluit over nemen. De huidige adviescommissies en adviseurs voor cultureel erfgoed en ruimtelijke kwaliteit vallen namelijk niet onder het overgangsrecht van de Omgevingswet. Alle gemeenten met gebouwde of aangelegde rijksmonumenten moeten een gemeentelijke adviescommissie instellen voor de advisering over ‘aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit, met betrekking tot een monument’. De gemeenteraad kan daarnaast aangeven bij welke activiteiten nog meer advies gevraagd moet of kan worden.
Zoals gezegd vervallen de taken en bevoegdheden van de huidige monumenten- en welstandscommissies van rechtswege bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Om de advisering door een commissie te kunnen continueren, moet een nieuwe gemeentelijke adviescommissie worden ingesteld. De kaders die de nieuwe Omgevingswet op dit punt stelt, moeten hierin verwerkt zijn. Daarbij kan gedacht worden aan eisen op het gebied van deskundigheid, maar er gelden meer wettelijke eisen die in deze nieuwe verordening verwerkt zijn. De taak van de commissie is het uitbrengen van advies over vergunningaanvragen met betrekking tot rijksmonumenten (uitgezonderd archeologische rijksmonumenten) en over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een andere activiteit, in door de raad aangewezen gevallen of als het college van burgemeester en wethouders (hierna ook: college) daartoe aanleiding ziet. Enkele leden van de commissie moeten deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg. Het college kan de commissie daarnaast advies vragen over het ontwikkelen van beleid.
De opzet van de verordening sluit aan bij de modelverordening die is opgesteld door de VNG. Onderstaand, onder argumenten, is toegelicht op welke wijze de voorgestelde verordening voor Raalte is ingericht. Er wordt uitdrukkelijk op gewezen dat uw raad op dit punt de kaders vaststelt en dan ook kan bepalen voor welke opzet en insteek gekozen wordt. Alleen van de wettelijke verplichte kaders kan niet worden afgeweken.