Bijlage 49 Zienswijze 21
Tekst van het document
Docnr8
onderwerp
Zienswijze Energielandgoed Raalte
aan
uw referentie
onze referentie
datum
01-09-2025
Geachte meneer/mevrouw,
Wij hebben kennisgenomen van de voorgenomen plannen voor het aanleggen van een zonnepark ten noordwesten van Raalte, nabij de Hondemotsweg en de Stobbenbroekerweg, direct ten zuiden van de spoorlijn Zwolle-Almelo. De ontwikkeling omvat drie deelgebieden en bestrijkt gezamenlijk een oppervlak van circa 18 hectare. De plannen voorzien in de plaatsing van zonnepanelen en de bijbehorende ruimtelijke inrichting.
Uitgangspunt Stichting Das & Boom Stichting Das & Boom zet zich in voor de bescherming van natuur en landschap, met bijzondere aandacht voor soortenbescherming en behoud van ecologisch waardevolle leefgebieden. Wij maken bezwaar tegen de voorgenomen ontwikkeling vanwege de significante negatieve effecten op zowel ecologische als landschappelijke waarden. In deze zienswijze lichten wij onze bezwaren gemotiveerd toe.
Ecologische waarde Binnen de projectscope is een ecologische quickscan uitgevoerd door ecologisch adviesbureau Eelerwoude. Deze concludeert dat het verlies van leefgebied voor beschermde soorten beperkt is, en geen effect heeft op de gunstige staat van instandhouding. Hierbij wordt gesteld dat het om een tijdelijke en lokale verstoring gaat, met voldoende leefgebied in de omgeving. Wij stellen dat deze conclusie onvoldoende is onderbouwd en gebaseerd is op onjuiste aannames. De das Uit de ecologische quickscan blijkt dat het plangebied (mogelijk essentieel) foerageergebied is voor de das. De voorgenomen ontwikkeling leidt tot een verlies van circa 18 hectare foerageergebied. In het rapport wordt vermeld dat het gebied – ondanks de aanleg van zonneparken – als foerageergebied zou kunnen blijven functioneren, mits het hekwerk wordt voorzien van voldoende doorgangen. Daarnaast wordt gesteld dat extensiever beheer zou leiden tot een grotere variatie in het voedselaanbod. Recente wetenschappelijk artikelen tonen echter aan dat het bodemleven onder zonneparken afneemt. Zo komt het voornaamste voedsel van de das, regenwormen, in grotere aantallen voor op bemeste maïsakkers dan onder zonneparken. Primair foerageergebied voor de das bestaat uit (bemeste) graslanden. Daarmee is de aanname dat verschraling door extensief beheer het voedselaanbod ten goede komt feitelijk onjuist.
Bemeste, agrarische percelen vormen het meest geschikte foerageergebied voor dassen.
Burchten in het plangebied In de ecologische quickscan wordt gesproken van zichtbare sporen van de aanwezigheid van de das maar dat er geen burchten direct in het plangebied aanwezig zijn. Stichting Das en Boom verzameld al sinds 1981 data over dassenburchten, hun leefgebied en verkeersslachtoffers. In haar eigen database heeft Das en Boom 3 actieve, 3 inactieve en 2 onbekende burchten genoteerd. Om de impact van het zonnepark goed in beeld te krijgen zal er additioneel onderzoek moeten plaatsvinden in een straal van 1000 meter van de burchten. Dassen hebben namelijk een territorium van gemiddeld 100 hectare in Nederland. Alle voorgenomen zonnepark locaties liggen binnen of op de grens van 1000 meter. Daarnaast kan er aangenomen worden dat er sprake is van meerdere dassenfamilies. Het foerageergebied kan daarom niet zomaar verplaatsen in verband de aanwezig van andere families.
Afbeelding 1 burchten in het gebied op basis van de database van Stichting
en Boom
Compensatie voor de das De geplande ingrepen hebben impact op zowel bosgebieden (secundair foerageergebied) als omliggende agrarische gronden (primair foerageergebied). Conform het Kennisdocument Das (BIJ12) gelden hiervoor de volgende compensatiefactoren: • •
Bos (m.u.v. oude structuurrijke eikenbossen), akkers en ruigte: factor 0,5 (per hectare verloren bos dient 0,5 hectare compensatie gerealiseerd te worden); (bemeste) graslanden: factor 1,2 (per hectare verloren landbouwgrond is 1,2 hectare compensatie vereist).
Bij een verlies van 18 hectare landbouwgrond leidt dit tot een totale compensatieopgave van circa 21 hectare. Dit compensatiegebied dient ingericht te worden als kleinschalig cultuurlandschap met bemeste, kleinschalige weilanden, omzoomd en doorsneden met heggen, elzensingels en/of houtwallen.
Tijdelijke verstoring In de MER en quickscan wordt gesteld dat de verstoring ‘tijdelijk’ is, omdat de zonnepanelen na 25 jaar verwijderd worden. Dassen worden echter gemiddeld slechts 3 tot 6 jaar oud. Een periode van 25 jaar betekent dus vier tot acht dassengeneraties. De stelling dat het om een tijdelijke verstoring gaat, is om die reden misleidend en feitelijk onjuist. Conclusie De ecologische effecten van de voorgenomen ontwikkeling zijn structureel onderschat. De quickscan van Eelerwoude is onvolledig en onvoldoende onderbouwd, en vormt daarmee geen toereikende basis voor een vergunningverlening. Er is wél een ontheffing op grond van de omgevingswet flora en fauna activiteit, en bij voortzetting van de plannen dient een compenserend gebied van minimaal 21 hectare ingericht te worden. Wij verzoeken de bevoegde instantie dit in overweging te nemen bij de besluitvorming.
Landschap Het Nederlandse landschap staat al decennialang onder toenemende druk. Door ruilverkaveling, verstedelijking, grootschalige landbouw, de aanleg van infrastructuur en de winning van delfstoffen zijn waardevolle landschapselementen en traditionele verkavelingsstructuren in rap tempo verdwenen. Volgens schattingen is sinds de Tweede Wereldoorlog ongeveer 225.000 kilometer aan heggen verloren gegaan—dat is circa zes keer de omtrek van de aarde. Dit illustreert de enorme schaal waarop het landschap in Nederland is uitgekleed. De projectlocaties bevinden zich in een gebied dat zich kenmerkt door het karakteristieke oostelijke zandlandschap. Dit landschapstype is ontstaan door eeuwenlange agrarische ontginningen, die het gebied een kleinschalig, contrastrijk en besloten karakter hebben gegeven. Vroegere ontginningen werden omzoomd door heggen, houtwallen en bomenrijen, wat leidde tot een fijnmazige, groene structuur met visueel afgebakende open ruimtes. Dit type landschap is niet alleen ecologisch waardevol, maar ook van grote cultuurhistorische betekenis. Hoewel de afgelopen decennia geleid hebben tot schaalvergroting en verlies van structuurelementen, zijn op de projectlocaties nog altijd relicten zichtbaar van dit waardevolle landschapstype.
Restanten van houtwallen, kleine bosjes, oude perceelgrenzen en natuurlijke hoogteverschillen zorgen ervoor dat het gebied ondanks de aantasting nog steeds een besloten, kleinschalige en landschappelijk waardevolle indruk maakt. Het realiseren van zonneparken binnen deze context vormt een ernstige aantasting van het resterende landschappelijke karakter. Zonnepanelen, met hun repetitieve, glanzende oppervlakken en industriële uitstraling, vormen een scherp visueel contrast met het zachte, gevarieerde en natuurlijke karakter van het zandlandschap. Open doorkijkjes verdwijnen, groenstructuren worden onderbroken, en het gevoel van beslotenheid maakt plaats voor een monotone, grootschalige en kunstmatige omgeving. Daarnaast blijkt uit recente onderzoeken dat het extensieve beheer van zonneparken leidt tot bodemverschraling, een afname van het bodemleven en een verminderde capaciteit voor stikstofopslag en waterretentie. Het veelgehoorde argument dat zonneparken bijdragen aan ‘herstel’ van de bodem is daarmee onjuist en misleidend.
Conclusie Het plaatsen van zonneparken in dit historisch waardevolle en landschappelijk kwetsbare gebied leidt tot een onomkeerbare aantasting van het karakteristieke zandlandschap. De cumulatieve schade aan cultuurhistorie, ecologie en ruimtelijke beleving weegt zwaar. Bescherming van het resterende landschap zou prioriteit moeten krijgen boven de inpassing van grootschalige zonneparken. Voor duurzame energieopwekking dienen locaties gekozen te worden die niet ten koste gaan van landschappelijke kwaliteit en erfgoed.
Eindconclusie De voorgenomen ontwikkeling van het zonnepark in de gemeente Raalte vormt een ernstige bedreiging voor zowel de ecologische waarden als het landschappelijke karakter van het gebied. De gevolgen voor beschermde soorten, in het bijzonder de das, zijn onderschat. De gebruikte ecologische onderbouwing is onvoldoende en vraagt om aanvullend onderzoek. Daarnaast is een aanvraag voor een vergunning noodzakelijk waarbij er tevens er sprake is van een aanzienlijke compensatieverplichting die in de plannen nog geen plek heeft gekregen. Ook landschappelijk is er sprake van een grote aantasting van een uniek zandlandschap, dat reeds onder druk staat door decennia van schaalvergroting. De industriële uitstraling van zonneparken is niet te verenigen met de karakteristieken van het gebied. Stichting Das & Boom verzoekt daarom dringend om de plannen in deze vorm niet vast te stellen. Wij vragen om een heroverweging van de locatiekeuze, waarbij ecologische draagkracht, landschappelijke integriteit en cultuurhistorische waarden als randvoorwaarde worden gehanteerd. Alleen dan kan duurzame energieopwekking daadwerkelijk hand in hand gaan met natuurbescherming en landschapsbehoud. Wij zijn uiteraard bereid om onze zienswijze toe te lichten.
Met vriendelijke groet,