Bijlage 46 Zienswijze 18
Tekst van het document
Docnr12
BZ 09 Zienswijze - Participatieproces ondeugdelijk uitgevoerd Aan het college van burgemeester, wethouders en de gemeenteraad van de gemeente Raalte Postbus 140 8100 AC Raalte Kenmerk: Velner - BZ 09 Raalte, 17 september 2025 Betreft: Zienswijze op de Ruimtelijke onderbouwing Energielandgoed Raalte Zaaknummer: 0177ESUITE696712023 Datum: 21 december 2023 Plantype: Vergunningsaanvraag Energielandgoed Raalte Status: Definitief Geacht college, Naast onze principiële bezwaren tegen de komst van zonneparken op de Velner, willen wij met deze zienswijze specifiek bezwaar maken tegen het verloop van het participatieproces. Wij achten dit proces ondeugdelijk, onvolledig en misleidend weergegeven. 1. Geen draagvlak bij bewoners Bewoners hebben meermaals en ondubbelzinnig aangegeven geen grootschalige zonnevelden in dit landschap te willen. Tijdens de zogenoemde participatiebijeenkomsten werd slechts beperkte bereidheid uitgesproken om mee te denken over 1 à 2 kleinschalige projecten (2 à 3 hectare). Deze suggestie is direct terzijde geschoven. 2. Participatieprocedure onvolledig en inhoudelijk een farce Hoewel procedureel de nodige bijeenkomsten zijn georganiseerd, was het proces voor het indienen van de omgevingsvergunning niet compleet en inhoudelijk misleidend.
Het participatieplan (exb-2025-28133) is eenzijdig opgesteld vanuit de initiatiefnemer (Endona) en biedt geen ruimte voor de standpunten van omwonenden. 3. Onvolledige en selectieve verslaglegging •
Diverse bijeenkomsten zijn niet of slechts gedeeltelijk vastgelegd.
•
Verslagen van cruciale momenten, zoals de boycot * door omwonenden (13 juni 2022) ook de overleggen van 28 juni en 12 juli 2023 ontbreken. Zie bijlage.
•
Het verslag van het gesprek met de wethouder op 7 november 2022 is evenmin opgenomen. Zie bijlage.
•
Van de vijf bijeenkomsten met omwonenden zijn slechts twee bruikbare verslagen opgesteld, waarbij moet worden opgemerkt dat onjuistheden, aangegeven door de omwonenden, niet worden aangepast.
4. Wijzigingen in plan zonder reële inspraak Tijdens de vierde bijeenkomst (28 juni 2023) werden omwonenden overvallen met een geheel nieuw ontwerp. Hen werd voorgehouden dat alleen op dat moment nog invloed mogelijk was. Bij de vijfde bijeenkomst (12 juli 2023) was de rol van bewoners feitelijk 1
BZ 09
gereduceerd tot het “afvinken" van keuzes. Nadien is er geen enkel overleg meer gevoerd, terwij het plan nog ingrijpend is gewijzigd. 5. Onjuiste en misleidende weergave van bewonersinbreng
Het Oversticht is d•AA ■ de initiatiefnemer en/of de gemeente van onjuiste, niet door omwonenden uitgesproken informatie voorzien en heeft daardoor een onjuiste 00
•
nclusie getrokken over het participatieproces. "*
De gemeente Raalte heeft nagelaten de verkregen informatie te verifiëren, in strijd
met haar eigenrichtlijnen. ***
.
patieplan presenteert wensen en opmerkingen van omwonenden alsof deze breed gedragen of algemeen waren, terwijl het ging om losse opmerkingen over specifieke velden. Deze zijn willekeurig toegepast op alle velden
•
De uiteindelijke inrichting van de parken is bepaald door initiatiefnemer, adviseur en germeemteammibtenaar, miet door de bewoners.
•
Er is sprake geweest van "cherry picking" uit de participatieverslagen, waardoor het lijkt alsof bewoners instemden met locatie 3 als geschikte locatie.”**
Hetpar
6. Oneigenlijke toeschrijving van uitspraken aan omwonenden
in het advies van 8 april 2025 worden standpunten en uitspraken toegeschreven aan omwonenden die zij nooit hebben gedaan. Sommige uitspraken zijn zelfs afkomstig van de initiatiefnemer zelf , zoals de opmerking dat het “anders rommelig zou worden” Gmeencellis).
Conclusie Het participatieproces rond de zonneparken op de Velner is onvolledig, misleidend en in strijd met de beginselen van zorgvuldige besluitvonming. Bewoners zijn niet daadwerkelijk betrokken, hun bezwaren zijn genegeerd of verkeerd weergegeven, en de verslagie •50 i 1giS selectief toegepast Op basis hiervan verzoeken wij u het proces en de daaruit voortgekomen plannen ongeldig te verklaren en het participatieproces opnieuw, transparant en zorgvuldig vorm te geven Wij verzoeken u daarom de vergunningsaanvraag voor het Energielandgoed Raalte af te wijzen
2
BZ 09
Bijlage: 01 -- 22 11 07 Verslag overleg omwonenden 02 -- 23 07 12 Vragen omwonenden 03 -- 01 dec Bijlage Advies aanvullend CONCEPT_opm 04 -- 01 dec RE concept zonnepark 05 -- 02 feb concept reactie zonnepark - Bijlage Advies aanvullingen feb ‘25 06 -- 02 feb met commentaar RE concept reactie zonnepark 1 – feb ‘25 07 -- 02 feb_concept reactie zonnepark 08 -- 03 mrt Advies Het Oversticht aanvullingen april 2025 09 -- 03 mrt anoniem_aangepaste versie * Volledige boycot van het participatie overleg, alle omwonenden hebben zich laten vertegenwoordigen door een werkgroep die een verklaring voorleest met de reden waarom alle omwonenden niet meer verder willen praten. Zolang de gemeente geen uitspraak doet over of er wel of geen zonneparken aangelegd kunnen/mogen worden in het kleinschalige coulisselandschap zoals aangegeven in het advies van Het Oversticht zullen de bewoners van dit gebied geen verdere medewerking verlenen aan het invullen van de inpassing in het landschap, we ervaren dit als het leveren van vinkjes die nodig zijn op maximaal aan de participatie te voldoen. Wij wensen rechtstreeks met de gemeente te spreken. De initiatiefnemers hadden wel een meeting voorbereid en lieten ons tekeningen zien waarover ze met ons hadden willen praten, de 6 velden waren nu ineens 3 geworden omdat zij 6 wel er rommelig vonden. ( Greencells).
We hebben hier niet deelgenomen aan het gesprek alleen nog wel medegedeeld dat verslag van 22 juni 2023 aangepast moest worden omdat deze inhoudelijk niet klopte, deze aanpassing is nooit uitgevoerd.
**Onjuiste informatie verstrekt door initiatiefnemers aan het Oversticht wat niet is gezegd door de omwonenden. Uit de participatie verslagen is niet op te maken dat omwonenden hebben aangegeven dat locatie 3 veld 3 wenselijk zou zijn om daar een zonnepark te situeren. Uit correspondentie (mail verkeer) tussen gemeente, initiatienemers en gemeente is op te maken dat deze bewoording niet terug te vinden is in de verstrekte rapportage. Citaat “Bij de beoordeling van het gewijzigde plan in een volgende fase van het planproces hebben wij dan ook graag inzicht in de ingrediënten die aangedragen zijn door de bewoners, de keuzes die daarop vervolgens ruimtelijk gemaakt zijn. Het gaat daarbij niet om het individuele, maar de gezamenlijke waarden in beleving.”
Einde citaat uit 09 bijlage 01 dec Bijlage Advies aanvullend CONCEPT_opm (advies december 2024 bld 6) Uit 09 bijlage 01 dec RE concept zonnepark is op te maken dat de gemeenteambtenaar meeschrijft in het advies van het Oversticht, hiermee is de onafhankelijkheid van het Oversticht in het geding en wordt er een sfeer gecreëerd waar het lijkt dat de inbreng komt van de omwonenden, dit is een onjuiste weergave. 09 bijlage 02 feb_concept reactie zonnepark (mail) Citaat Hierbij het concept. Een uitdagende puzzel om alles van de vorige adviezen en (nieuwe)ingrediënten uit de doc's aanpassingen (en de gesprekken) bijeen te krijgen. Het moet met elkaar in lijn zijn, consequent . Einde citaat Het Oversticht heeft hier veel moeite om een eerlijke en onderbouwde weergave te maken van het “participatierapport” en ook hier schrijft de gemeente weer mee met het advies 8 april 2025. Zie ook de volgende bijlagen: 09 bijlage 02 feb concept reactie zonnepark - Bijlage Advies aanvullingen februari 2025 =citaat= 09 bijlage 02 feb met commentaar RE concept reactie zonnepark 1 - Bijlage Concept advies Oversticht aanvullingen februari 2025_opm.
3
BZ 09 09 bijlage 03 mrt Advies Het Oversticht aanvullingen april 2025 09 bijlage 03 mrt anoniem_aangepaste versie
Met de weergave van het tot stand komen van het positieve advies wordt de invloed van de gemeente aangetoond en blijkt ook een onjuiste weergave van de feiten uit de participatie gesprekken.
=citaat=
Een citaat uit deze mail “Zo mis ik bijlage 6 over de dialoog met de omgeving. Heb jij die? Ik kijk nog even naar jouw link. Wel vond ik in een ander doe al wel wat over de inbreng. Meer ik heb nog steeds in mijn hoofd dat bewoners ook aangaven dat ze deelgebied 3 juist geschikt vonden omdat het achteraf ligt. Ik zie het nergens staan.” einde citaat. Bewoners hebben hier nooit naar verwezen. Via informeel contact met het Oversticht hebben vernomen dat het Oversticht onaangenaam verrast was dat de omwonenden zeer negatief waren over de participatie en de plannen van de initiatiefnemers. Uit de gesprekken met gemeente en initiatiefnemers en het participatie document kwam een (veel) positiever beeld over het participatieproces. Doordat Het Oversticht niet met ons mocht communiceren van de gemeente hebben wij dit niet kunnen weerleggen. Wij waren volgens de ambtenaar geen partij. Onze conclusie: Door onjuiste informatie aangeleverd door de gemeente en/of initiatiefnemers is er gemanipuleerd met de inhoud van het advies 8 april 2025 van Het Oversticht. *** 3.2.2 Toetsing dialoog met de omgeving (Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0) De gemeente maakt een belangenafweging bij een besluit om een zonnepark in afwijking van het bestemmingsplan toe te staan. Daarom is het nodig om de gevoerde dialoog bij de definitieve vergunningaanvraag goed in beeld te hebben.
De initiatiefnemer draagt er zorg voor dat bij de uiteindelijke vergunningaanvraag inzichtelijk en goed is weergegeven hoe het participatie- en communicatieplan is uitgevoerd, wat de opbrengsten zijn van dit proces, wat er met de input vanuit de omgeving (zoals beschreven in het communicatie- en participatieplan) is gedaan en in hoeverre afspraken zijn geborgd.
4.4.1 Toetsing volledigheid De eerste stap zal zijn om te toetsen of de aanvraag volledig is. Daarbij moet goed zijn weergegeven hoe het participatie- en communicatieplan is uitgevoerd, wat de opbrengsten zijn van dit proces en wat er met de input vanuit de omgeving is gedaan. De aanvraag bevat ook het voorstel voor de invulling van het lokaal eigenaarschap. Daarnaast moet aan alle wettelijke indieningsvereisten worden voldaan. Ook wegen we af of een onderzoek in het kader van de BIBOB nodig is. Als een aanvraag niet volledig is, wordt om aanvulling verzocht. Wordt de aanvraag niet, of niet voldoende aangevuld dan kan deze buiten behandeling worden gelaten. **** Dialoog met de omgeving (advies, 8 april 2025 van Het Oversticht Blad 6) Het basisuitgangspunt ‘dialoog met de omgeving’ raakt aan het basisuitgangspunt ‘inpassing passend bij de omgeving’. Vanuit de dialoog zijn ingrediënten aangedragen die van invloed zijn op de ruimtelijke uitwerking van het plan. Vanuit Het Oversticht kijken we enerzijds vanuit de kenmerken en waarden van (historische) fysieke landschappen. Anderzijds staat Het Oversticht ook voor de kwaliteit van de leefomgeving. Daarin staan de burgers die het landschap beleven centraal. Wij zijn positief over de verwerking van de ingrediënten uit de dialoog in het totale ontwerpplan.
De initiatiefnemer geeft in het voorliggende plan expliciet aan dat tijdens overleg met omwonenden duidelijk werd dat er behoefte is aan een ruime afstand tot de weg¹, minimale zichtbaarheid¹, bloemrijke vegetatie¹ tussen de panelen, variatie in het beeld (geen groene ‘wand’/grondwal) ² en het behoud van vergezichten². Een afscherming met hier en daar doorzicht is daarom wenselijk. Hierop is
4
BZ 09 gekozen om op kritische plaatsen de strook buiten de afrastering te vergroten zodat meer ruimte voor (variatie van) bosschages en struweel ontstaat. Het struweel zal uiteindelijk afwisselende hoogtes krijgen zodat een gemêleerd beeld ontstaat van ongelijke hoogtes. In deelgebied 3 is het veld ruim teruggelegd³ vanaf de weg. Ook gaven bewoners aan dat ze liever iets grotere parken hebben dan veel kleine parken4. Het plan is teruggebracht tot drie deelgebieden5. In de eerste verkenningen die zijn voorgelegd was sprake van meerdere deelgebieden.6 Wij zijn positief over de aanpassingen die zijn gedaan vanuit de ingrediënten die zijn aangedragen vanuit de bewoners7. De wijzigingen zijn ondersteunend aan de versterking van het landschappelijk raamwerk en de biodiversiteit. Per deelgebied worden de specifieke kenmerken versterkt. 1 De hier genoemde zaken zijn alle zaken die besproken zijn als aandachtpunten voor het aanleggen van zonneparken in het
algemeen en niet specifiek voor parken in en om de Velner. 2 Deze opmerking zijn gemaakt door verschillende omwonenden over de 3 velden, de ene wil ze niet zien de ander wil behoud
van vergezichten weer een ander wil grondwallen, daar kan de initiatiefnemer altijd mee weg, alle varianten komen wel een keer voorbij. (De opmerking geen groene ‘wand’/grondwallen slaat op het park Torenallee) Zo zie je maar weer, alles wordt in de strijd gegooid om Het Oversticht maar op de hand van de initiatiefnemers te krijgen. 3De suggestie dat veld 3 ruim is teruggelegd is onjuist, het veld is anders ingedeeld en is nog steeds 10Ha, de panelen zijn
meer naar achteren gesitueerd maar zouden teruggebracht moeten worden tot de helft zoals in advies 05 december 2024 wordt aanbevolen. (Wij adviseren voor dit zonneveld een verkleining tot minimaal de helft.) uit de stukken blijkt dat dit niet waar is, het gehele veld is nu voor de helft afgedekt met panelen i.p.v. het panelendeel halveren, de energieopbrengst is door andere panelen te gebruiken met 15% verlaagd terwijl men zou verwachten dat het 35% tot 45% zou zijn bij halvering. 4Deze stelling is “gelogen” Er is voortdurend op gewezen dat men deze velden te groot vonden t.o.v. het landschap en dat wij
hooguit konden instemmen met 1á2 velden van 2á3 Ha. De suggereren dat omwonenden dit zouden hebben voorgesteld is een pertinent leugen, in de 2de bijeenkomst van 22 juni 2022 werd door Endona een opstelling gepresenteerd van 6 velden verdeeld over 3 de locaties, hoe groot deze velden waren konden ze niet uitleggen, dat stond pas later in het verslag gepresenteerd op 13 juli 2022. Daar werd een nieuw overzicht gepresenteerd met 3 velden verdeeld over 3 locaties met de opmerking dat zij het wel erg rommelig vonden die 6 velden. (Uitspraak van Greencells) Hiermee is het Oversticht misleid en worden de omwonenden in diskrediet gebracht. 5Het plan is altijd drie locaties geweest met meer of minder velden daarin voorgesteld. 6De eerder verkenningen komen van de “cowboy” 2018 waarin aangegeven werd wat de zoekgebieden waren en waar
eventueel zonnevelden konden komen, door dit nu te benoemen lijkt het als een voorgelegd plan echter geen van de deelnemers heeft ooit deze voorstudies eerder gezien. (Inbreng Greencells actief als een van de medewerkers van de eerdere Cowboy) 7Alle hiervoor genoemde zaken zijn niet aangedragen door de omwonenden maar selectief geshopt uit de belevingswereld van
de initiatiefnemer.
5
Verslag overleg omwonenden zonneparklocatie Hondemotsweg/Stobbenbroekerweg Datum: Maandagavond 7 november 2022 Plaats: Gemeentehuis Raalte Namens de gemeente aanwezig: wethouder Ben Nijboer en ruimtecoach Namens de omwonenden: negen vertegenwoordigers Aanleiding De gemeente heeft op 8 en 13 juli brieven ontvangen waarin de omwonenden aangeven dat ze zich ernstig zorgen maken over de plannen van energiecorporatie Endona en Greencells Group om in de omgeving van de Hondemotsweg/Stobbenbroekerweg verschillende zonnevelden te realiseren. De omwonenden geven daarin aan tegen deze ontwikkeling te zijn omdat deze te grootschalig is, niet past in het landschap en niet voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. De omwonenden vinden dat er een onevenredig grote druk wordt gelegd op hun omgeving. De omwonenden vragen het college om zelf te beoordelen of de plannen van Endona passend zijn en dit niet te laten afhangen van een gereserveerde aansluiting op het netwerk van Enexis. De omwonenden geven verder aan dat er geen sprake is geweest van goede participatie en dat er geen draagvlak is voor deze ontwikkeling. Tijdens de bijeenkomst die georganiseerd was door de initiatiefnemers op 13 juli jl. hebben de omwonenden aangegeven niet langer te willen deelnemen aan het overleg met de initiatiefnemers.
De omwonenden hebben gevraagd om rechtstreeks met de gemeente in gesprek te kunnen gaan. Met de uitnodiging voor dit gesprek geeft de wethouder gehoor aan dat verzoek. De uitnodiging is op 26 oktober per mail verstuurd aan de contactpersonen/ondertekenaars van de beide brieven. Inleiding De wethouder heet allen hartelijk welkom en schetst de stand van zaken. Endona heeft aangegeven dat ze moeten beslissen of ze nu een (principe)aanvraag in gaan dienen voor de realisatie van de zonnevelden, of dat er nog een poging gedaan moet worden om de gesprekken met de omwonenden weer op te pakken. De wethouder wil de omwonenden graag de gelegenheid geven om hun gevoelens toe te lichten en wil polsen of alsnog de bereidheid bestaat om de gesprekken met de initiatiefnemers voort te zetten. De wethouder wil nu niet reageren op de inhoud van de plannen en de gevoelens van de omwonenden. In de richtlijnen voor de realisatie van zonneparken in de gemeente Raalte 2.0 is aangegeven welke procedure er gevolgd wordt. In dat kader wordt een afweging gemaakt. De wethouder wil daar nu niet op vooruit lopen. Procedure In het proces om te komen tot besluitvorming zitten we nu in het voortraject. Er is een locatiescan geweest en er is een communicatieplan opgesteld. Op basis daarvan is de initiatiefnemer in dialoog gegaan met de omgeving.
Aan het eind van dit voortraject wordt op verzoek van initiatiefnemer, al dan niet na het peilen van het gevoelen van de raad, een principe-uitspraak gedaan door het college of een intentieovereenkomst kan worden opgesteld en een omgevingsvergunning kan worden aangevraagd. Als het college daar positief op beslist kan een aanvraag omgevingsvergunning worden ingediend. De aanvraag wordt getoetst op volledigheid. O.a. moet daarin aangegeven worden op welke wijze is gecommuniceerd met de buurt en wat de opbrengsten zijn van dat proces. Getoetst wordt of voldaan wordt aan de richtlijnen en of alle belangen goed in beeld zijn gebracht. Op de aanvraag is de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing. Dat betekent dat een ontwerp-omgevingsvergunning en een ontwerpverklaring van geen bedenkingen (ontwerp-vvgb) voor de gemeenteraad worden opgesteld. De ontwerp-vvgb wordt na behandeling in een rond de tafelvergadering vastgesteld door de gemeenteraad. Omwonenden kunnen inspreken in de rond de tafelvergadering. Als de gemeenteraad de ontwerp-vvgb vaststelt, worden de ontwerp-vvgb en de ontwerpomgevingsvergunning gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn kunnen
zienswijzen worden ingediend. De zienswijzen worden, met een reactie van het college, voorgelegd aan de gemeenteraad voor een definitief besluit. De voorstellen worden weer besproken in een rond de tafelvergadering. Er kan dan opnieuw ingesproken worden. Na vaststelling van een definitieve verklaring van geen bedenkingen door de gemeenteraad kan het college een omgevingsvergunning verlenen. Tegen de vaststelling daarvan is beroep bij de rechtbank mogelijk. De omwonenden hebben dus nog volop gelegenheid om in te spreken en hun zienswijzen richting de gemeenteraad kenbaar te maken. Gevoelens van de omwonenden a. “Omwonenden hebben het gevoel te moeten meepraten over iets wat ze niet willen”. “Het geeft een dubbel gevoel, dat aan omwonenden wordt gevraagd om mee te denken over de inpassing van zonnevelden terwijl ze zonnevelden van deze omvang in hun omgeving helemaal niet willen. Als je nu meepraat lijkt het alsof je ermee in stemt, terwijl dat niet zo is. De omwonenden willen discussiëren over wel of niet en niet alleen over de wijze van inpassing of de creatie van maatschappelijke meerwaarde. In de verslaglegging komt dit onvoldoende tot uiting.” b. “Verslagen worden niet of niet voldoende gecorrigeerd”. “Soms wordt hetgeen door omwonenden naar voren is gebracht niet goed weergegeven in het verslag.
Als daar dan opmerkingen over worden gemaakt, wordt het verslag niet of onvoldoende gecorrigeerd, zodat later verkeerde conclusies kunnen worden getrokken. (Voorbeeld: omwonenden willen geen grote zonnevelden. Door het opknippen in 6 kleinere velden wordt voldaan aan de wens van de omwonenden. Nee, omwonenden zijn bereid om mee te denken over de realisatie van 1 of 2 kleinere velden van 2 a 3 ha, en niet meer! Dit landde onvoldoende in de verslagen). Een verslag van de laatste bijeenkomst ontbreekt nog volledig”. c. “Endona bepaalt de agenda en de inhoud van het overleg”. “Er is geen sprake van participatie in de zin van meedenken, meepraten en draagvlak. De bijeenkomsten zijn vooral een kwestie van zenden door Endona. Er werd wel gezegd dat er ruimte was voor een open gesprek en dat er nog geen plan was, maar later komt er wel een plan op tafel. Endona is niet transparant.” d. “Buren worden tegen elkaar uitgespeeld.” “Door aan bewoners te vragen waar een zonneveld kan komen, terwijl je niet wil dat die naast jouw deur komt, dwing je de mensen om de grond van een ander aan te wijzen als potentieel geschikt. Daarmee kun je kwaad bloed zetten. Er zijn nu al mensen die niet meer met elkaar praten.” e. “Alles ligt toch al vast.” “Er zijn al afspraken gemaakt met de grondeigenaren. Er is al een reservering voor een aansluiting op het netwerk van Enexis.
De aansluiting is zo duur dat er wel een grootschalige ontwikkeling van minimaal 18 ha moet komen. Er ligt een opgave vanuit de RES om 100 GW te realiseren in 2030. Er is al groenlicht gegeven voor het uitwerken van de ontwikkeling ondanks een kritisch advies van Het Oversticht. De procedure is gestart en kan moeilijk weer worden afgebroken. Kortom: alles ligt toch al vast. Dan heeft praten geen zin.” f. “Onterechte druk op voorbereidingsfase.” “Door Endona wordt gezegd dat omwonenden nu kunnen reageren en later niet meer. De omwonenden willen echter eerst een besluit over de omvang en het wel of niet doorgaan, en willen eventueel daarna nog praten over de inpassing en maatschappelijke meerwaarde. Daar moet ruimte voor zijn.” g. “Er is collectieve weerstand.” “De omwonenden geven aan dat iedereen tegen de ontwikkeling is, behalve de eigenaren van de betreffende gronden en hun familie. De brieven zijn niet voor niets ondertekend door een groot aantal bewoners.” h. “Aantasting van een waardevol gebied.” “Er komt onvoldoende naar voren dat sprake is van een waardevol gebied. Het gebied ligt tussen drie landgoederen met natuurwaarden. Het is een prachtig coulisselandschap, met recreatieve waarden. Er zijn hoogteverschillen in het landschap, waardoor zonnevelden moeilijk in te passen zijn en aan het zicht kunnen worden onttrokken.
Het is een kleinschalig landschap waar geen ruimte is voor grote zonnevelden. Het advies van Het Oversticht hierover wordt genegeerd. De omgeving wordt onevenredig belast.”
i. “Er is geen sprake van restgronden.” “De gronden zijn nog heel goed agrarisch te gebruiken. Er is geen sprake van restgronden. Vanuit de buurt is belangstelling voor de grond. Voor de landbouwtransitie zijn de gronden ook nodig. Je moet die gronden nu niet voor 25 jaar (of langer) aan de landbouw onttrekken”. j. Onzeker of gronden in oorspronkelijke staat worden teruggebracht. “Er wordt wel gezegd dat de situatie na 25 jaar zal worden hersteld, maar tegen die tijd is de groene inpassing uitgegroeid tot waardevol groen en zijn de gronden niet meer geschikt voor landbouw. Bovendien moet tegen die tijd nog steeds voldaan worden aan de in de RES gestelde eisen. Moet je dan ergens anders weer een nieuwe locatie ontwikkelen? Of laat je deze locatie in stand?” k. “Er is toegerekend naar de gewenste omvang”. “De gereserveerde aansluiting is in het verleden aangevraagd door een energiecowboy voor een veel te grote aansluiting. Er wordt nu naar toegerekend dat minimaal 18 ha benodigd is vanwege de afstand tot het aansluitpunt, de aanlegkosten, de hoge rente, etc. Maar de opbrengsten zijn ook hoger. De berekeningen moeten transparant zijn. Wie controleert dat? Misschien is een kleinere oppervlakte ook wel rendabel.” l. “Wees innovatief en voorkom een kokervisie”. “Misschien zijn andere oplossingen in de directe omgeving ook wel denkbaar.
Wees innovatief, gebruik opslagtechnieken, leg verticaal, benut de aan te leggen geluidswal. Misschien moet je een windmolen plaatsen i.p.v. zonnevelden aanleggen, etc”. m. Benut de aansluitruimte op een andere manier. “Verdeel de aansluitruimte over verschillende locaties. Volgens Enexis komt de reservering niet te vervallen, maar is die ook elders in de gemeente inzetbaar. Ga daarover in overleg met Enexis. Zoek naar creatieve oplossingen. Welke claim legt het benutten van de aansluiting hier op de rest van het gebied? Welke consequenties zijn er als we niet aan de RES-opdracht voldoen? Kunnen we kiezen voor andere oplossingen?” (Opgemerkt werd dat schuiven niet kan, omdat Enexis zich aan wettelijke regels moet houden. Als je geen gebruik maakt van de reservering weet je niet waar die ruimte terecht komt.)
Afsluiting De wethouder concludeert dat hij kennis heeft kunnen nemen van de gevoelens van de omwonenden. Er zal aan Endona verslag worden uitgebracht en aan Endona zal worden gevraagd om, indachtig de gemaakte opmerkingen, de omwonenden toch nog een keer uit te nodigen om met elkaar in gesprek te gaan. Het is aan Endona om alle belangen en gevoelens goed in beeld te brengen en om op basis daarvan te besluiten om wel of niet een aanvraag (principeverzoek) in te dienen. De inpassing en mogelijke maatschappelijke meerwaarde maken daar onderdeel van uit. De wethouder wijst op het belang van het aangaan/vervolgen van het gesprek en nodigt de bewoners uit het besluit om niet meer te willen meepraten te heroverwegen. Hij vraagt of het akkoord is dat de gemeente richting Endona verslag doet van dit gesprek, met vermelding van de grieven, zodat Endona dit kan meenemen in de voorbereiding van (een) eventueel vervolggesprek(ken). De bewoners gaan hiermee akkoord, en geven aan een uitnodiging tot vervolggesprek in overweging te zullen nemen.
Duidelijk is dat meedenken niet betekent dat de omwonenden het eens zijn met de aanleg van zonnevelden in deze omvang. Raalte, 14 november 2022 Ruimtecoach
Geachte omwonenden, Wij danken u voor uw aanwezigheid en uw constructieve inbreng tijdens de bewonersbijeenkomst 28 juni en willen u hierbij zoals voorgesteld enkele vragen doen toekomen. We willen uw verzoeken om deze bondig en duidelijk te beantwoorden en deze aan ons te retourneren. Er werd terecht aangegeven dat eenieder wellicht het meest gefocust is op het veld dat het dichtst in zijn of haar omgeving komt. Tijdens de volgende bijeenkomst gaan we per veld met de direct omwonenden in gesprek over maatwerkinrichting en zullen we de ontvangen antwoorden bespreken. De visuele verandering in het landschap is het focuspunt en daarop zijn onderstaande gerichte vragen geënt, plus een open vraag waarin u uw overige suggesties met ons kunt delen: 1:
Kunt u aangeven of en hoe belangrijk u het vindt dat de panelen (zoveel mogelijk) uit het zicht zullen komen? Het vrijwel compleet afschermen van de panelen heeft tot consequentie dat vergezichten verminderd worden. De afweging is aldus tussen het enerzijds meer behouden van vergezichten waar dan ook panelen gezien worden en anderzijds het creëren van een “nieuw“ coulisselandschap waarin zicht op groen aanwezig is, maar vergezicht beperkt wordt.
2:
Als we de panelen (deels of geheel) afschermen geeft u dan de voorkeur aan een begroeide aarden wal of aan vegetatie (heg, struweel, houtsingel)? Een begroeide (daarover meer in de volgende vraag) wal wordt over het algemeen gezien als een landschappelijk vreemd element, het heeft echter als kenmerk dat ook in de winter de panelen goed uit het zicht blijven. Een oplossing zonder wal, maar wel met vegetatie kan met een aantal wintervaste soorten zo worden gekozen dat panelen minder zichtbaar zijn, echter het is aannemelijk dat toch panelen zichtbaar zijn en het heeft een aantal jaren nodig om voldoende afscherming te bieden.
3:
Als u een aarden wal als een goede afscherming zou beschouwen, kunt u ons dan laten weten hoe u denkt over de te planten vegetatie op die wal? Over het algemeen is erkent dat Nederland een verbetering van biodiversiteit nodig heeft. Een zonnepark biedt een kans om daaraan bij te dragen. Met biodiversiteit en de landschappelijk inpassing in het achterhoofd zijn er nog steeds verschillende invullingen te bedenken om zo’n wal te beplanten.
4:
Als u liever een afscherming van alleen vegetatie heeft, zou u dan kunnen omschrijven wat u juist wel en wat u juist niet zou willen? Over het algemeen worden planten en bomen die oorspronkelijk al in het gebied voorkomen (of kwamen) gezien als goede kandidaten door gemeentes. Daar zit wellicht een zekere rekbaarheid in als aangetoond kan worden dat bijvoorbeeld winterhardheid of dichtheid lokaal noodzakelijk zijn.
5:
Heeft u een voorkeur voor de locatie van de trafo-stations? Technisch gezien worden trafo stations het liefst zo centraal mogelijk in een zonnepark gepositioneerd. Dit heeft te maken met verlies van stroom over langere kabels. Voor de individuele parken zijn er naar alle waarschijnlijkheid twee trafo-stations per park nodig. Een trafo-station zal ca. 2.20m hoog zijn.
6:
Wat zijn u gedachten en wensen op het gebied van biodiversiteit versterking? De verbetering van de biodiversiteit is een belangrijke randvoorwaarde die noodzakelijk is bij de aanleg van het zonnepark. De exacte invulling is echter geen uitgemaakte zaak en uw voorkeuren nemen we graag mee in de verdere uitwerkingen.
7:
Als u verdere suggesties heeft die ervoor kunnen zorgen dat de impact van de geplande parken verminderd kan worden, voeg deze dan s.v.p. puntsgewijs toe.
Alvast dank voor het meedenken. Energie Coöperatie Endona
Gemeente Raalte t.a.v. Postbus 140 8100 AC Raalte Zwolle, 26 november 2024
Ons kenmerk: xxx Betreft: ruimtelijk advies zonnepark Energielandgoed Raalte, aanvulling op eerder afgegeven advies (17 maart 2021 en 15 mei 2024).
Geachte In het kader van de aanvraag zonnepark Energielandgoed Raalte aan de Hondemotsweg heeft u ons gevraagd om een aanvulling op onze eerdere advisering van 15 mei 2024 en 17 maart 2017 2021 op een aantal onderdelen. U vraag bestaat uit drie twee deelvragen. U vraagt ten eerste specifiek om het advies uit 2024 in overeenstemming te brengen met de uitgangspunten van uw beleid Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0 (2021). Wij beperken ons hierbij op uw verzoek tot de beoordeling van ‘de omvang en inpassing in het landschap’. Hierin verwijst u als toetsingskader o.a naar de Handreiking Zonnevelden (2020) en de bepaalde aanvaardbare onderlinge afstand tussen de zonnevelden en het tijdelijke karakter van het zonnepark. Wij beperken ons hierbij op uw verzoek tot de beoordeling van ‘de omvang en inpassing in het landschap’. Daarbij plaatsen wij de opmerking dat wij toetsen op de fysiek ruimtelijke aspecten en niet het expliciet doorrekenen op getalwaarden zoals percentages. Deze exacte toetsing ligt bij uzelf ligt als gemeente. De uitkomsten nemen wij mee in ons advies.. In ons advies doen wij wel een impliciete landschappelijke toets van een passende verhouding van het zonnepark in het landschap (bestaand en nieuw te ontwikkelen landschap).
U vraagt ten tweede een aanvullende toets aan de bepaalde aanvaardbare onderlinge afstand tussen de zonnevelden en het tijdelijke karakter van het zonnepark. Ten derde tweede stelt uU de vraag te reflecteren op het advies van 17 maart 2021 waarbij specifiek aandacht wordt gevraagd voor de inpassing van deelgebied 3. Dit deelgebied ligt aan de zuidzijde van het spoor in de invloedssfeer van het landgoed Het Reelaer (destijds benoemd als locatie 2). U vraagt te adviseren of en op welke wijze deze door ons gedefinieerde waardevolle locatie een integrale landschappelijke meerwaarde kan krijgen vanuit de kenmerken in samenhang met een nieuwe ontwikkeling als deze. Zoals eerder gesteld betreft dit advies een aanvulling. In de eerdere adviezen hebben wij voor de deelgebieden op drie schaalniveau’s geadviseerd over de waarden en de ruimtelijke randvoorwaarden. Op de schaal van het landschap als geheel, de omzoming van de
zonnevelden en het zonneveld zelf. Destijds hebben wij impliciet voor de deelgebieden getoetst aan de uitgangspunten die in de Richtlijnen, de Handreiking en uw Landschapsontwikkelingsplan zijn vastgelegd. De eerdere adviezen zijn dan ook nog steeds richtinggevend bij verdere planuitwerkingen in de vervolgfase.
ADVIES Het aanvullend advies bestaat uit drie twee delen: • •
•
1 Toetsing advies 2024 aan Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0 in relatie met een toets aan de Handreiking Zonnevelden,. 2 Toetsing advies 2024 aan de Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0 aangaand de bepaalde aanvaardbare onderlinge afstand tussen de zonnevelden, de recyclebaarheid van de installaties en het tijdelijke karakter van het zonnepark. 23 Reflectie op het eerder uitgebrachte advies van 17 maart 2021. Specifiek deelgebied 3.
1 Toetsing aan de Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0 en Handreiking Zonnevelden Er zijn in de Richtlijnen vijf basisuitgangspunten voor zonneparken waaraan plannen moeten voldoen. U vraagt ons op het tweede uitgangspunt ‘omvang en inpassing passend bij de omgeving’ expliciet een aanvullende toets te doen. Het gaat hierbij over de inpassing en de balans van de ontwikkeling in relatie tot de kenmerken en waarden van het landschap. Voor dit uitgangspunt wordt gebruik gemaakt van de Handreiking Zonnevelden die is opgesteld door de provincie. Balans 80 - 20 De deelgebieden zijn verschillend qua maat, maar elk gebied is groter of om en nabij dan 2 ha en moet daarom voldoen aan de balans 80 - 20 (deelgebied 3 is het kleinste veld). Het huidige plan geeft onvoldoende helderheid op de ligging van de projectgrenzen waardoor een exacte toets op de balans 80 - 20 nu niet mogelijk is. In een volgend plan moet dit expliciet worden gemaakt. Het gebied voor de zonnevelden als geheel (inclusief de zone tot de hekwerken) dient maximaal 80% te bedragen van het plangebied. Minimaal 20% van het plangebied moet worden ingericht voor inpassing en compensatie van het verlies aan ecologisch en landschappelijke waarden. In de huidige opzet wordt gesteld dat er sprake is van 9 ha aan oppervlak panelen en 19 ha aan oppervlak zonneveld (totaal 65%).
De zonnevelden als geheel (inclusief de zone tot de hekwerken) omvat 75% van de totale oppervlakte wat landschappelijk wordt ingericht en wordt gecompenseerd op verlies van ecologisch en landschappelijke waarden. De balans voor het gehele park lijkt daarmee op het eerste oog passend in de vereisten. Het huidige plan geeft onvoldoende helderheid op de ligging van de projectgrenzen waardoor een exacte toets op de balans 80 - 20 nu niet mogelijk is. In een volgend plan moet dit expliciet worden gemaakt. Verhouding 2/3- 1/3 Het huidige plan voldoet aan de verhouding van 2/3 - 1/3 voor bodemkwaliteit gezien het zonvolgend systeem van de zonnepanelen. Er moet 1/3 van de grond tussen de rijen panelen
worden vrijgehouden. Gaan we uit van gemiddeld 50% onbedekt (bron: bijlage 5 Trackersysteem Follow the Sun) dan is de verhouding 36% bedekt en 64% onbedekt. Wij adviseren bij de aanvulling op het aspect van 80 -20 ook expliciet de positieve effecten van het systeem van draaibare panelen ‘follow the sun’ inzichtelijk te maken in het inrichtingsplan. Het betreft immers een meer efficiëntie benutting zonoppervlak ten opzichte van een traditionele opzet waardoor er minder oppervlak aan grond nodig is. Ook is er een meer open opzet mogelijk met minder bodembedekking. In een informeel gesprek werd onsIn de stukken wordt gesproken over een percentage van tot wel 4058% minder genoemdbedekking. .Dat is positief voor de ontwikkeling van een gezonde bodem.
Met opmerkingen [ 1]: in het inrichtingsplan?? Deze positieve effecten zijn inderdaad niet uitdrukkelijk beschreven in bijlage 5 Trackersysteem Follow the Sun en bijlage 1 Inrichtingsplan. Wel is hier aandacht aanbesteed in bijlage 6 Reactie Endona op advies Het Oversticht 2024 (dit document is echter geen vergunningsdocument).
Het huidige plan voldoet wel aan de verhouding van 2/3 - 1/3 voor bodemkwaliteit gezien het zon-volgend systeem van de zonnepanelen. Er moet 1/3 van de grond tussen de rijen panelen worden vrijgehouden. Gaan we uit van gemiddeld 50% onbedekt (bron: bijlage 5 Trackersysteem Follow the Sun) dan is de verhouding 36% bedekt en 64% onbedekt. Omvang en inpassing passend bij de omgeving Wanneer de vereisten getalsmatig worden gehaald blijft het voor de deelgebieden alsnog ook een ruimtelijke voorwaarde dat de ‘omvang en inpassing passend is bij de omgeving’. Voor de deelgebieden 1 en 2 is in het advies van 2024 aangegeven dat de omvang passend is, maar dat aanvullend aan ruimtelijke randvoorwaarden moet worden voldaan om de inpassing in aansluiting op de specifieke kenmerken van het deelgebied landschappelijk te optimaliseren. In het eerdere advies worden voor deze twee deelgebieden passende ruimtelijke voorwaarden voor nadere uitwerking benoemd. Er kan vanwege wenselijk te behouden zichtlijnen verschil worden gemaakt in type aanplant als struwelen, hakhout en hogere aanplant. De aanplant van deze structuren als onderdeel van een groter netwerk versterkt de kleinschaligheid wat als uitgangspunt in het Landschapsontwikkelingsplan wordt genoemd. Ook kan het verschil in hogere en lagere delen benadrukken. Deze aanplant heeft daarom bij voorkeur een permanent karakter.
Voor deelgebied 3 geldt dat de omvang zoals nu voorgesteld niet past bij de waardevolle landschappelijke omgeving in de invloedssfeer van het landgoed, de bossen en lanen. De omvang zal sterk teruggebracht moeten worden. In de Richtlijnen wordt gesteld dat de omranding een positieve meerwaarde moet leveren voor het landschap op de schaalniveau’s van het landschap als geheel, de overgang van het veld naar het landschap en het veld zelf. De schaal van de omranding moet passen bij het gebied en bijdragen aan de specifieke kwaliteiten en opgaven in het gebied. Er moet zorg zijn voor de belevingskwaliteit en, meervoudig ruimtegebruik. en de bodemkwaliteit (1/3 deel onbedekt). Hierop moet het plan worden aangepast. Onder punt 3 adviseren wij aanvullend over de verkleining (omvang) van het park. Onder welke aanvullende ruimtelijke randvoorwaarden voor dit deelgebied een mogelijk acceptabele inpassing verkregen zou kunnen worden.
2 Toetsing op de bepaalde aanvaardbare onderlinge afstand tussen de zonnevelden en het tijdelijke karakter van het zonnepark. Onderlinge afstand van de parken
Met opmerkingen [ 2]: Dus deelgebied 3 moet worden aangepast op de belevingskwaliteit en meervoudig ruimtegebruik? Het aspect bodemkwaliteit voldoet immers omdat het voldoet aan de verhouding ⅓2/3.
In het advies van 2024 hebben wij benoemd dat de drie zonnevelden door de verspreide ligging mogelijk een meer negatieve impact hebben op de beleving van het gehele gebied wat door veel burgers (recreatief) wordt gebruikt. De drie velden grenzen aan de routes. Voor een objectieve beoordeling van de impact zijn afstanden gedefinieerd. De afstand tussen de verschillende zonnepanelenvelden (inclusief hekwerk) dient volgens de Richtlijnen minimaal 500 meter te bedragen. De onderlinge afstand tussen de velden 1 en 2 en 2 en 3 voldoet aan de vereiste afstand, respectievelijk 1254 meter tussen veld 1 en veld 2 en 769 meter tussen veld 2 en veld 3. De afstand tussen veld 1 en 3 voldoet niet. Deze afstand bedraagt 456 meter. Deelgebied 3 zal dan ook verkleind en/of anders vormgegeven moeten worden. Op dit aspect komen we ruimtelijk terug onder punt 32. Recyclebaarheid van de installaties Dit toetsingcriterium van de Richtlijnen is niet benoemd in de stukken. Er dient duidelijkheid te worden verschaft over de mogelijke recyclebaarheid van de installaties.
Het tijdelijke karakter van het zonnepark De Handreiking geeft aan dat het landschappelijke raamwerk wat wordt aangelegd een duurzame bijdrage moet zijn voor het landschap. Dit betekent dat als het zonneveld wordt weggehaald, het landschappelijk raamwerk grotendeels blijvend in stand moet worden gehouden. De initiatiefnemer moet inzicht geven in de wijze waarop dit plaatsvindt en waar dat duurzame netwerk zich ruimtelijk manifesteert. Het huidige plan geeft geen inzicht in welke landschappelijke structuren en elementen na verwijdering van het park blijvend zijn in het landschap. Voor een duurzaam raamwerk adviseren wij landschappelijke elementen en structuren aan te planten die ook in een toekomstig agrarisch gebruik van meerwaarde kunnen zijn (agroforestry, strokenlandbouw, extensivering randen, snelgroeiend (brand)hout etc.). Dit is ‘werk met werk’ maken. Het betekent ook een verbreding van inkomsten voor de agrarische bedrijvigheid. De ontwikkeling van het zonnepark creëert zo voor de langere termijn een duurzame dooradering. Dit betekent een meerwaarde voor bedrijvigheid, landschap, de biodiversiteit en de recreatieve beleving.
32 Reflectie op het eerder uitgebrachte advies van 17 maart 2021, specifiek deelgebied 3 In 2021 zijn wij gevraagd de (destijds vier) verschillende locaties te beoordelen op kansrijkheid voor een zonnepark. Wij hebben de locaties los beoordeeld, niet als een totaalpark. Voor deelgebied 3 concludeerden wij dat de locatie het meest gevoelig was van de vier en daarmee vanuit de waarden niet geschikt voor een zonnepark (waardevol vanwege relatie landgoed Het Reelaer, recreatieve routenetwerk, nabijheid NNN). We plaatsten daarbij de opmerking dat aan de noordzijde voldoende groene buffering moet zijn voor een landschappelijke overgang naar het landgoed. In algemene zin hebben wij destijds geformuleerd dat de schaal van een zonnepark acceptabel is wanneer deze ruimtelijk gezien in balans wordt gebracht met de bestaande of aan te passen omgeving. Energie moet ‘onderdeel zijn van’ en niet bepalend zijn in een landschap.
Deelgebied 3 ‘zonnepark in balans met de omgeving’ U vraagt of en op welke wijze deze locatie een integrale landschappelijke meerwaarde kan krijgen met respect voor de waarden. Een zonnepark ontworpen in samenhang en balans met de omgeving. In het huidige voorstel is het zonneveld vanwege de forse maat in verhouding tot het gehele perceel niet in balans met de omgeving. Het zonneveld bepaalt de ruimte en het akkerveld wat van waarde is op deze locatie in relatie tot de bossen en lanen wordt een ‘restrand’. Het draagt ruimtelijk niet bij aan de gewenste omzoming. Wanneer het akkerveld wel in balans wordt gebracht is de vernieuwing met zon misschien wel zichtbaar, maar niet bepalend. Wij adviseren voor dit zonneveld een verkleining tot minimaal de helft. Daarbij als voorwaarde dat de afstand tussen het zonneveld (incluis zone hekwerk) en de lanen moet worden vergroot tot minimaal driemaal de hoogte van de laanbomen. Aanvullend stellen wij als voorwaarde dat de akker jaarrond een agrarisch gebruik krijgt. Met genoemde aanpassingen zal het park minder bepalend zijn in de waardevolle context. Het park zal meer onderdeel worden van het landschap en daarmee dan ook in balans zijn.
De negatieve impact op de beleving wordt met name bepaald door gebiedsvreemde elementen als hekwerken, panelen, constructies, trafo’s, nieuwe (verharde)toegangswegen etc. De impact kan worden verminderd door deze elementen op een luwe plek te positioneren en in te bedden in een stevig landschappelijk kader wat passend is bij de locatie. Gebruik van bestaande ontsluiting in plaats van de aanleg van een nieuwe toegangsweg vermindert de negatieve impact op het landschap, de beleving. Ook is de afstand tussen het zichtpunt en de rand van een park is bepalend voor de mate van visuele impact. De impact is op afstand vanwege het perspectief minder groot. Beplanting kan dan mogelijk ook op de hoogte van een ruig struweel met eventueel enkele verspreide boomvormers van een 2e orde voldoende zijn om impact te minimaliseren. Een aanplant die jaarrond een visuele aantrekkelijkheid heeft zal de negatieve impact ook verminderen. Het park in deelgebied 2 ligt op ruime afstand van de weg. De door ons gestelde aanvullende voorwaarde het veld in deelgebied 3 sterk te verkleinen zal ook hierop een positieve verandering teweegbrengen waardoor de balans mogelijk acceptabel wordt. Wij hopen dat met bovenstaande aanvullingen over de ruimtelijke componenten van het zonnepark uw vragen zijn beantwoord.
Omdat wij als organisatie staan voor de kwaliteit van de leefomgeving in algemene zin gaan wij aanvullend op uw specifieke vragen graag in op onderstaande. In het basisuitgangspunt ‘dialoog met de omgeving’ wordt aandacht besteed aan ‘Hoe het zonnepark zo goed mogelijk in het landschap past en de inpassing wordt samen met de omwonenden vormgegeven’. Dit uitgangspunt raakt direct aan ‘inpassing passend bij de omgeving’. Waar zorg voor belevingskwaliteit onderdeel is van een kwalitatief goede en bij de locatie passende inrichting van het zonneveld. Vanuit de dialoog worden ingrediënten aangedragen die van invloed zijn op de ruimtelijke uitwerking die een initiatiefnemer vervolgens doet.
Het Oversticht kijkt enerzijds vanuit de kenmerken en waarden van (historische) landschappen en adviseert hoe nieuwe ontwikkelingen met respect hierin kunnen plaatsvinden op de schaal van het landschap als geheel, de plek in relatie tot de omgeving en de plek zelf. Dit betreft het fysieke landschap. Anderzijds staat Het Oversticht ook voor de kwaliteit van de leefomgeving. Daarin staan de burgers die het landschap beleven centraal. Wij werken voor hen dagelijks aan een aangename leefomgeving. De toets van een inrichtingsplan kan naar ons gevoel dan ook niet volledig zijn zonder kennis te nemen van de ingrediënten die worden aangedragen in de dialoog met bewoners. De toets aan het tweede uitgangspunt is voor ons dan ook onlosmakelijk met de toets van het eerste uitgangspunt verbonden. Bij de beoordeling van het gewijzigde plan in een volgende fase van het planproces hebben wij dan ook graag inzicht in de ingrediënten die aangedragen zijn door de bewoners, de keuzes die daarop vervolgens ruimtelijk gemaakt zijn. Het gaat daarbij niet om het individuele, maar de gezamenlijke waarden in beleving.
Met vriendelijke groet,
Landschapsarchitect, ervenconsulent
Met opmerkingen [ 3]: Dekt het eerder opgestuurde document hiervoor niet de lading?? Zie 3- Bijlage 6 Communicatie en participatieproces dd. 26-11-2023. Of is het handig dat dit ook wordt benoemd in het inrichtingsplan?? In de reactie Endona op advies Het Oversticht 2024 wordt hierover ook iets gezegd. (dit document is echter geen vergunningsdocument)
Docnr63
Bijlage 04 BZ 09
5.1.2.e
Van: Verzonden: Aan: Onderwerp: Bijlagen:
5.1.2.e
4 december 2024 12:19 5.1.2.e
5.1.2.e
RE: concept zonnepark Advies aanvullend CONCEPT_opm 5.1.2.edocx
Hoog
Urgentie:
Hoi 5.1.2.e In de bijlage zijn mijn opmerkingen te vinden. Bij vragen ben ik deze middag telefonisch beschikbaar. Met vriendelijke groet, 5.1.2.e
5.1.2.e
Ruimtecoach en stedenbouwkundige 5.1.2.e
5.1.2.e
15.1.2.
5.1.2.e
5.1.2.e
),
5.1.2.e
0572 347 799 Postbus 140,8100 AC Raalte www.raalte.nl
Gemeente Raalte
Van: 5.1.2e 5.1.2.e Verzonden: 2 december 2024 09:35 Aan: 5.1.2.e Onderwerp: concept zonnepark
Ha, 5.1.2.e Heb je het concept kunnen bekijken? Dan kan ik het vandaag of morgen definitief maken. Of woensdagmiddag. Dan heb ik ruimte in de agenda.
Ik werk momenteel kortere dagen. Stel gewoon uw landschapsvragen. Ik geef aan wat ikzelf of een collega voor u kan oppakken. Met vriendelijke groet, 5.1.2.e
5.1.2.e
landschapsarchitect/ervenconsulent
1
QD Het Oversticht 5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
Postbus 531 | 8000 AM Zwolle 1038-4213257
@hetove rsticht.nl | www.hetoversticht.nl
5.1.2. e
f v in □
2
Gemeente Raalte t.a.v. Postbus 140 8100 AC Raalte Zwolle, 20 februari 2025
Ons kenmerk: xxx Betreft: ruimtelijk advies over aanvullingen landschappelijke inpassing zonnepark Energielandgoed Raalte.
Geachte In het kader van de aanvraag zonnepark Energielandgoed Raalte aan de Hondemotsweg heeft u ons gevraagd om te adviseren over de aanvullingen op de landschappelijke inpassing die zijn gedaan na ons vorige advies van november 2024. Er moet daarbij worden getoetst aan de uitgangspunten van uw beleid Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0 (2021). De eerder afgegeven adviezen dienen te worden meegenomen in deze laatste beoordeling met extra aandacht voor de landschappelijke inpassing van deelgebied 3, het gebied wat ligt ten zuiden van het spoor in de invloedssfeer van landgoed Het Reelaer. Dit gebied hebben wij in eerdere advisering benoemd als landschappelijk uiterst gevoelig vanwege de erfgoedwaarden. Verandering is inherent aan landschap en de vraag ligt voor of en op welke wijze deze nieuwe ontwikkeling, integraal ontworpen, een meerwaarde kan zijn voor deze locatie. Zoals eerder gesteld hebben wij voor de deelgebieden geadviseerd over de waarden en de ruimtelijke randvoorwaarden. Op de schaal van het landschap als geheel, de omzoming van de zonnevelden en het zonneveld zelf. Destijds hebben wij impliciet getoetst aan de uitgangspunten die in de Richtlijnen, de Handreiking en uw Landschapsontwikkelingsplan zijn vastgelegd. De eerdere adviezen nemen wij mee in dit advies. ADVIES Het aanvullend advies bestaat uit twee delen: • •
1 Toetsing van het voorliggende plan aan de Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0. 2 Reflectie op het eerder uitgebrachte adviezen. Met extra aandacht voor de voorliggende uitwerking van deelgebied 3.
CONCLUSIE Wij zijn positief over de wijzigingen die in de loop van het participatie en ontwerpproces zijn gedaan. Het gehele plan met de drie deelgebieden getuigt van een integrale insteek waarin kwaliteit van leefomgeving, erfgoed, landschap en biodiversiteit (gebaseerd op landschappelijke
kenmerken en focussoorten) in balans zijn gewogen. Het landschap wordt verrijkt met een variatie van aanplant in alle lagen van de vegetatie, inheems en jaarrond aantrekkelijk en door extensief beheer zal de biodiversiteit toenemen. De bestaande landschappelijke structuren, waarin de biotopen van de landgoederen medebepalend zijn, worden verknoopt met de nieuwe aanleg. Het plan met het innovatieve zonvolgende systeem voldoet ruim aan de gestelde richtlijnen. Landschap is inherent aan verandering. Wij hebben aangegeven dat de nieuwe invulling van zon niet bepalend, maar onderdeel moet zijn van een landschap waarin ook andere nieuwe waarden zich kunnen ontwikkelen. Deelgebied 3, wat door ons als landschappelijk en vanuit erfgoed als gevoelig is aangemerkt, voegt zich door de aanpassingen in de schaal en sfeer van het landschap. Het veld is teruggebracht tot 50% van het perceel zodat er tussen het veld en de laan voldoende ruimte ontstaat voor een invulling voor landbouwkundig of natuur. Dit geeft ook een meerwaarde aan deze ruimte. Dat voor bewoners deelgebied 3 een acceptabele locatie is sterkt ons in de acceptatie dit deelgebied voor zon in te zetten onder de door gestelde voorwaarden die nu zijn verwerkt in het voorliggende plan.
Wij vragen in aansluiting op ons eerdere advies met de aangrenzende eigenaren aan de noordzijde af te stemmen zodat de huidige aanplant behouden blijft en waar mogelijk versterkt wordt zodat de landschappelijke overgang naar het landgoed gegarandeerd blijft. Wij zijn positief over de aanpassingen die zijn gedaan vanuit de ingrediënten die zijn aangedragen vanuit de bewoners. De wijzigingen zijn ondersteunend aan de landschappelijke inpassing. Wij waarderen de integrale verkenning en het ontwerp vanuit leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en haalbaarheid. Wij hopen dat door deze transitie de kwaliteit van landschap en biodiversiteit zodanig wordt verrijkt dat er geen sprake is van tijdelijkheid maar een duurzame landschappelijke investeringen. Het heeft een grote meerwaarde dat is bevestigd door eigenaren dat delen van de aanplant ook in de toekomst behouden blijven. Per deelgebied benoemen wij nog enkele aandachtspunten. Onderbouwing van de conclusie: 1 Toetsing aan de Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0 Er zijn in de Richtlijnen vijf basisuitgangspunten voor zonneparken waaraan plannen moeten voldoen. U vraagt ons te beoordelen op het tweede uitgangspunt ‘omvang en inpassing passend bij de omgeving’. Het gaat hierbij over de inpassing en de balans van de ontwikkeling in relatie tot de kenmerken en waarden van het landschap.
Voor dit uitgangspunt wordt gebruik gemaakt van de Handreiking Zonnevelden die is opgesteld door de provincie. Balans 80 - 20 De deelgebieden zijn verschillend qua maat, maar elk gebied is groter dan 2 ha en moet daarom voldoen aan de balans 80 - 20 (deelgebied 3 is het kleinste veld). Het gebied voor de zonnevelden als geheel (inclusief de zone tot de hekwerken) dient maximaal 80% te bedragen van het plangebied. Minimaal 20% van het plangebied moet worden ingericht
voor inpassing en compensatie van het verlies aan ecologisch en landschappelijke waarden. In het voorliggende plan wordt nu expliciet gesteld dat er sprake is van een totale oppervlakte op drie percelen van gezamenlijk 29,3 ha. Hiervan is 19,4 ha zonneveld (66,1%). Dit is ruim onder de 80%. 10 ha aan extensieve vegetatie (deels landbouwkundig) grondgebruik wordt toegevoegd. De balans is in berekening daarmee ruim voldoende. Ruimtelijk gezien wordt de impact van de velden op het landschap hierdoor minder groot. Dat heeft een positief effect op de beleving. De balans visueel gezien zal mogelijk per zonneveld verschillend ervaren worden afhankelijk van het standpunt vanaf de weg. Per veld vraagt dit dan ook nog specifiek aandacht. Verhouding 2/3e - 1/3e Het vorige plan voldeed aan de verhouding van 2/3e - 1/3e voor bodemkwaliteit in de verhouding 36% bedekt en 64% onbedekt. Dit was niet expliciet opgenomen in het plan zelf, maar in de bijlage die geen vergunningsdocument betreft. In het voorliggende plan wordt hierop wel expliciet ingegaan. Het systeem met draaibare panelen is efficiënt waardoor er minder grond nodig is. Ook heeft het zonneveld een meer open karakter dan de traditionele parken. Dit is voor de beleving als ook voor de ontwikkeling van de biodiversiteit (gezonde bodem) een grote winst ten opzichte van de traditionele parken. Hierover adviseren wij dan ook positief.
De ontwikkelaar heeft aansluiting gezocht met de lokale IVN om een regelmatig veldonderzoek te doen, alsook met de WUR om dit te coördineren. Hopelijk zullen de resultaten aantonen dat dit systeem qua biodiversiteit en multifunctioneel gebruik van de bodem een duurzaam resultaat oplevert. Wij adviseren deze resultaten breed te delen. Inzicht in deze nieuwe kwaliteiten kan positief bijdragen aan de acceptatie van de zonnevelden. Ook de inzet tot een lokaal landschappelijk onderhoud draagt daaraan bij. Omvang en inpassing passend bij de omgeving (gehele park) Hoewel de vereisten getalsmatig worden gehaald blijft het voor de deelgebieden alsnog ook een ruimtelijke voorwaarde dat de ‘omvang en inpassing passend is bij de omgeving’. Wij zijn positief over de aanpassingen aangaande de omvang en inpassing van de deelgebieden: •
•
•
De nieuwe aanplant geeft op termijn een integrale landschappelijke meerwaarde aan het gebied als geheel en is gebaseerd op focussoorten voor de locaties. Hiervoor is ecologisch onderzoek gedaan. De vegetatie is gevarieerd (nat en droog, hoogte), inheems, veelal jaarrond groen bedekkend. Deze aanplant versterkt het bestaande groenblauwe netwerk, verrijkt de biodiversiteit en zorgt voor een aangename visuele inpassing van de velden. Niet door strak te omkaderen, maar door landschap en zonnevelden meer te verweven. De landgoederen spelen met hun eigen landschappelijke biotoop hierin ook een cruciale rol. Ook is er ruimte voor agrarisch gebruik. De integrale aanpak genereert voor de toekomst een duurzaam landschap, het is ‘werk met werk’ maken. In het beheerplan wordt aangegeven dat er gekozen wordt voor extensief gebruik van gronden, inheemse kruidenvegetatie, struiken en bomen. De hoogte varieert van 150 tot 500 cm. Delen kunnen extensief worden begraasd en in deelgebied 3 wordt als optie ingezet op biobased teelt. Door de ingrepen ontstaat veel variatie. De zonnevelden zullen deels zichtbaar zijn, maar de aanplant maakt dat de deelgebieden zich landschappelijk op termijn zullen voegen in het grotere geheel zodat ze niet bepalend zijn. De deelgebieden zullen vanuit een standpunt niet tegelijk zichtbaar zijn.
•
De structuur van de aanplant in deelgebied 2 en 3 is gebaseerd op het voormalig kleinschalige ‘kamer’landschap. In deelgebied 1 wordt ingezet op het meer nattere en open landschap.
Het heeft een grote meerwaarde dat is bekrachtigd dat delen van de aanplant ook in de toekomst behouden blijven. Zie ook het tijdelijke karakter van het zonnepark. Dialoog met de omgeving Het basisuitgangspunt ‘dialoog met de omgeving’ raakt aan het basisuitgangspunt ‘inpassing passend bij de omgeving’. Vanuit de dialoog zijn ingrediënten aangedragen die van invloed zijn op de ruimtelijke uitwerking van het plan. Vanuit Het Oversticht kijken we enerzijds vanuit de kenmerken en waarden van (historische) fysieke landschappen. Anderzijds staat Het Oversticht ook voor de kwaliteit van de leefomgeving. Daarin staan de burgers die het landschap beleven centraal. Wij zijn positief over de verwerking van de ingrediënten uit de dialoog in het totale ontwerpplan. De initiatiefnemer geeft in het voorliggende plan expliciet aan dat tijdens overleg met omwonenden duidelijk werd dat er behoefte is aan een ruime afstand tot de weg, minimale zichtbaarheid, bloemrijke vegetatie tussen de panelen, variatie in het beeld (geen groene ‘wand’/grondwal) en het behoud van vergezichten. Een afscherming met hier en daar doorzicht is daarom wenselijk. Hierop is gekozen om op kritische plaatsen de strook buiten de afrastering te vergroten zodat meer ruimte voor (variatie van) bosschages en struweel ontstaat.
Het struweel zal uiteindelijk afwisselende hoogtes krijgen zodat een gemêleerd beeld ontstaat van ongelijke hoogtes. In deelgebied 3 is het veld ruim teruggelegd vanaf de weg. Ook gaven bewoners aan dat ze liever iets grotere parken hebben dan veel kleine parken. Het plan is teruggebracht tot drie deelgebieden. In de eerste verkenningen die zijn voorgelegd was sprake van meerdere deelgebieden. Wij zijn positief over de aanpassingen die zijn gedaan vanuit de ingrediënten die zijn aangedragen vanuit de bewoners. De wijzigingen zijn ondersteunend aan de landschappelijke inpassing. KEUZE DEELGEBIED 3 vanuit bewoners, waar staat dat? Ik mis bij de bijlagen B6
Communicatie en participatieproces 20231126.pdf.
Beoordeling deelgebied 1
Uitsnede inrichtingsplan deelgebied 1
Wij zijn positief over de aanpassingen in dit deelgebied. We plaatsen enkele opmerkingen. In dit deelgebied zijn aanpassingen gedaan op: verbreden vegetatie op kritische plaatsen, bossenstrategie/landgoedaanleg, plaatsing trafo, inrit en toegangsweg, permanente vegetatie: •
•
De bewoners hebben gevraagd om het toevoegen van struiken, hakhout en specifiek een afscherming aan de zuidwest- en zuidoostzijde van het veld. Aan de zuidwest- en noordoostzijde ????zie knotwilgen niet op de tekening/wel in tekst worden op de perceelsgrens knotwilgen aangeplant, gecombineerd met struweelhagen bij het hekwerk. De initiatiefnemer geeft aan dat hakhout vanwege de voorwaarde van behoud van openheid hier niet wenselijk is. Rijen met knotbomen zijn passend en geven een gevarieerd beeld met ook behoud van openheid. Wij adviseren de rij met wilgen op de zuidelijke hoek van het veld door te trekken langs de zone in combinatie met het struweel. De knotwilgen kunnen op de hoek van de zone meer hoogte geven in de aanplant dan de patrijzenhaag. Deze hoek is vanaf de Pruimersallee en vanuit het zuiden goed zichtbaar. Wij adviseren de wilgen om en om te knotten zodat altijd voldoende kroon op hoogte in de zone aanwezig is. De zone aan de noordwest- en noordoostkant zijn aanzienlijk verbreed en gevarieerd ingeplant. Hierdoor wordt de inpassing van het veld verbeterd. Op de noordoostelijke hoek van het terrein, in aansluiting op het erf, adviseren wij het struweel met een groep boomvormers in te planten. Dit kan ook met soorten als lijsterbes. Deze hoek ligt dicht bij de weg en is bepalend. De hogere aanplant heeft geen negatieve impact op de