Bijlage 45 Zienswijze 17
Tekst van het document
Docnr11
BZ 06 Zienswijze - Negeren advies van Het Oversticht. Aan het college van burgemeester, wethouders en de gemeenteraad van de gemeente Raalte Postbus 140 8100 AC Raalte Kenmerk: Velner - BZ 06 Raalte, 17 september 2025 Betreft: Zienswijze op de Ruimtelijke onderbouwing Energielandgoed Raalte Zaaknummer: 0177ESUITE696712023 Datum: 21 december 2023 Plantype: Vergunningsaanvraag Energielandgoed Raalte Status: definitief Geacht college, Naast onze principiële bezwaren tegen de komst van zonneparken op de Velner, willen wij met deze zienswijze specifiek bezwaar maken tegen het niet voldoen aan de eigen afspraken m.b.t. de adviezen van Het Oversticht. 1 Omvang en inpassing passend bij de omgeving; De gemeente heeft vijf basisuitgangspunten voor zonneparken, één daarvan is omvang en inpassing bij de omgeving. Rond de periode dat de gemeente de “Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0” heeft opgesteld heeft de toenmalige wethouder advies gevraagd aan Het Oversticht om landschappelijk te kijken of zonneparken wel zouden passen in ons landschap “De Velner”. Uit dit advies 17 maart 2021 Kenmerk: 026.21/mve 1 blijkt duidelijk dat als er ergens wat kan met zon, dit op kleine schaal moet plaatsvinden en waarin niet de opbrengst van de panelen leidend is, maar de kwaliteitswinst voor het landschap. Tevens is de huidige locatie Veld 3 niet geschikt voor zonnepanelen.
Ook deze waarneming heeft de gemeente opgenomen in haar informatiebijeenkomst 5 en 6 april 2022. Daar staat zelf vermeld dat “zonneparken op locatie 2 (nu veld 3) niet mogelijk is en dat men rekening zou houden met het advies van Het Oversticht”. Aan beide beloftes wordt niet voldaan. Locatie 3 nu Veld 2 in het rapport is in iets mindere mate gevoelig. Maar wel gevoelig en “aan de noordwestzijde moet voldoende groene buffering zijn voor een landschappelijke overgang naar het landgoed.” Al deze bemerkingen in dit advies, waar de gemeente zegt veel waarde aan te hechten, worden door de initiatiefnemers en het college geen enkele waarde aan gehecht. Kleinschalig passend in een waardevol landschap wordt niet aan voldaan, de huidige locatie Veld 3 wordt niet gespaard en de opbrengst is leidend geworden, kleiner als 20 GWatt past niet in het plan en was onbespreekbaar. Door dit advies naast zich neer te leggen, handelt de gemeente in strijd met haar eigen richtlijnen en het motiveringsbeginsel (art. 3:46 Awb).
1
(Zie bijlage eerst advies Het Oversticht 17 maart 2021)
1
BZ 06 2 Herhaling van zetten. Nadat de initiatiefnemers een vergunningsaanvraag hebben ingediend 21 december 2024 heeft de gemeente wederom een “onafhankelijk ruimtelijk advies over het nu voorliggende plan” aangevraagd bij het Oversticht.2 Alle locaties hebben een hoge mate van gevoeligheid, maar met name locatie 3 huidige Veld 3 tast de waarden van het kleinschalige landschap, de landgoedaanleg en specifiek de markante lanen van Het Reelaer aan. Een park op deze locatie is landschappelijk gezien niet geschikt. Met dit advies had de gemeente de aanvraag moeten weigeren en het principeakkoord moeten intrekken, als zij nog enige waarden aan haar eigen uitgangspunten hecht. 3 Samenvatting zienswijze: De kern van ons bezwaar is dat de oorspronkelijke landschappelijke vraagstelling - passen zonneparken in het coulisselandschap van De Velner en het Reelaer - in de latere fase van besluitvorming is vervangen door een beleidsmatige toetsing aan de Richtlijnen zonneparken 2.0. Dit heeft geleid tot een onterecht positieve beoordeling van het project, ondanks eerdere kritische adviezen. Belangrijkste bezwaren: 1. Negatieve landschappelijke beoordeling door Het Oversticht (2021–2024) De oorspronkelijke adviezen zijn duidelijk: de locaties zijn landschappelijk ongeschikt.
Vooral locatie 2 en 3 bevinden zich in cultuurhistorisch waardevol landschap dat deel uitmaakt van het systeem van landgoederen rond Raalte. 2. Beoordelingskader gewijzigd De latere adviezen (2025) zijn positief, maar uitsluitend getoetst aan de beleidsrichtlijnen en percentages (zoals 80/20-verhouding). Dit zegt weinig over de geschiktheid in landschappelijke zin. Hiermee wordt de essentie van de oorspronkelijke bezwaren omzeild. Het landschap is in de tussentijd niet veranderd. 3. Geen draagvlak bij bewoners, inwoners hebben duidelijk kenbaar gemaakt geen grootschalige zonnevelden te willen in dit landschap. Ook in participatiebijeenkomsten bleek dat men maximaal bereid was mee te denken over kleinschalige projecten (1 of 2 parken van 2 à 3 hectare). Suggesties dat bewoners betrokken zijn bij het eindplan zijn aantoonbaar en pertinent onjuist. Conclusie en verzoek Wij verzoeken u de vergunningsaanvraag voor het Energielandgoed Raalte af te wijzen, De oorspronkelijke vraag, die terecht op landschappelijke geschiktheid was gericht, moet leidend blijven. Anders ontstaat een precedent waarin beleidsmatige vinkjes zwaarder wegen dan daadwerkelijke landschappelijke kwaliteit en draagvlak bij burgers. Deze zienswijze wordt ingediend onder voorbehoud van nadere aanvulling en toelichting in de verdere procedure. 2
(Zie Advies Het Oversticht 15 mei 2024 kenmerk: 033.24)
2
BZ 06
Hoogachtend,
•
eMail Bijlage: 1 Presentatie omwonenden 05 en 06-04-2022 2 Advies Het Oversticht 17 maart 2021 is in uw bezt wordt niet op papier meegezonden 3 Advies Het Oversticht 15 mei 2024 is in uw bezit wordt niet op papier meegezonden
3
Bijlage 1 BZ 06
Gemeente Rootte
Uitkomst locatiescan voor de zoekgebieden (processtap 1 van vier) • Uitsluitgebieden: • Zoekgebieden hebben geen bestemming Natuur of dubbelbestemming Waarde Landschap - 1 (essen) • Rekening houden met andere strategische ontwikkelingen in/bij de zoekgebieden: • Er zijn geen strategische ontwikkelingen voorzien (wonen, werken, infrastructuur) die door zon op veld in de zoekgebieden beperkt worden • Andere aandachtspunten: • Vijf basisuitgangspunten uit de richtlijnen zonneparken • Landschappelijke inpassing: rekening houden met advies Het Oversticht
Gemeente Raalte
Gemeente heeft vooraf advies gevraagd over landschappelijke inpassing aan Het Oversticht (vanwege voorgeschiedenis en zoekgebieden) • Zijn er mogelijkheden voor de landschappelijke inpassing van zon op veld in de zoekgebieden? • Welke landschappelijke randvoorwaarden moeten er gelden voor zon op veld?
1
2
3
4
Gemeente Raalte
Uitkomst advies Het Oversticht: 1. Ruimte voor verkenning zon op veld 2. Geen mogelijkheden voor zon op veld 3. Ruimte voor verkenning zon op veld op kleine schaal 4. Ruimte voor kleinschalige opwek zon op veld (Inmiddels nieuwe grondeigenaar en Rood-voor Rood plan)
2 i*
3
4
Gemeente Raalte t.a.v. Postbus 140 8100 AC Raalte Zwolle, 17 maart 2021 Kenmerk: 026.21/mve Betreft: ruimtelijk advies zonnepark omgeving Hondemotsweg en Stobbenbroekerweg Inlichtingen bij: Geachte In het kader van de aanvraag omgeving Hondemotsweg en erf Stobbenbroekerweg heeft u gevraagd een onafhankelijk ruimtelijk advies te geven. In het gebied aan de noordwestzijde van Raalte zijn verschillende initiatieven voor zonnevelden. U vraagt ons te beoordelen of de locaties passend zijn in het landschap, waar mogelijk een positieve bijdrage kunnen leveren aan het landschap. In aanvulling hierop welke ruimtelijke randvoorwaarden aan de locaties gesteld moeten worden. Deze voorwaarden zijn ingrediënten in de balans die wordt gevraagd vanuit het beleid Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO). De schaal van de ingreep op de locaties vraagt naast een basisinpassing om een extra investering in kwaliteit. De landschappen rond Raalte hebben allemaal een mate van gevoeligheid. Nieuwe ontwikkelingen in een waardevol landschap vragen om een integrale aanpak. De opgaven voor energie, biodiversiteit, landschap, economie en een gezonde leefomgeving komen hierin samen. Deze opgaven kun je niet los van elkaar zien. Zij moeten in balans worden ontworpen. De twee oostelijke zoeklocaties zijn onlosmakelijk verbonden met de uitloop, de dorpsrand van Raalte.
Wij beoordelen de locaties dan ook in relatie tot Raalte, de opgaven die daar spelen. Een transformatie biedt ook kansen om de kwaliteiten van een dorpsrand of landschap te bevorderen in aansluiting op de historische kenmerken, of misschien juist wel op een nieuwe, passende wijze. Het gesprek over die meerwaarde moet breed worden gevoerd. Pas dan kan voor bewoners in de gemene deler een positief gevoel ontstaan over deze transformatie, die ruimtelijk zichtbaar zal zijn.
Aan de Stadsmuur 79-83 Postbus 531, 8000 AM Zwolle 038 – 4213257 mail@hetoversticht.nl www.hetoversticht.nl KvK BTW IBAN
40059486 NL0026.45.440.B01 NL47RABO0184885671
Voor deze ontwikkeling geldt naast de KGO het vastgestelde beleid van de ‘de zonneladder’. Hierin wordt gesteld dat binnen de doelstellingen van duurzaamheid parallel aan de verkenningen op agrarische grond, de mogelijkheden van zon op de daken optimaal moet worden benut. Ook stelt dit beleid dat kwalitatief goede landbouwgronden moeten worden ontzien. Hierop gaan wij in dit advies niet verder in, maar wij vinden het belangrijk om dit te noemen in relatie tot dit ruimtelijke advies. Deze verkenning moet altijd parallel plaatsvinden. Mogelijk bieden aangrenzende, meer bebouwde en stedelijke locaties, opties om in gezamenlijkheid deze voorgestelde ontwikkeling op te pakken zodat de schaal van het park in het veld verkleind kan worden.
Conclusie advies De initiatieven met zonnevelden aan de noordwestzijde van Raalte sluiten aan bij uw ambities op het vlak van duurzaamheid waarin u ruimte geeft aan voorstellen ‘van onderop’. Daarbij is het steeds de vraag of elke locatie zich leent voor een invulling met zon. Dit is afhankelijk van de locatie op zichzelf met een mogelijkheid van meervoudig ruimtegebruik, de locatie in relatie tot de directe omgeving met hierin de mogelijkheid van het koppelen van kansen of een aansluiting bij andere activiteiten De schaal is passend wanneer deze ruimtelijk gezien in balans wordt gebracht met de bestaande of aan te passen omgeving. Energie moet ‘onderdeel zijn van’ en niet bepalend zijn in een landschap. De initiatieven die nu worden voorgelegd zijn hierin verschillend. De locatie (4) aan de zuidoostzijde van de Hondemotsweg leent zich landschappelijk gezien het beste voor transformatie met een combinatie van bestaande en nieuwe functies. Deze locatie sluit aan bij bestaande bedrijvigheid en infra aan de westzijde van Raalte. Een voorwaarde bij deze ontwikkeling is een integraal ontwerp waarin de bestaande woonbebouwing met nieuwe functies in balans wordt opgenomen in een landschappelijke groenkader. Hierin is energie ‘te gast’ en niet bepalend voor het landschap. Kleinschalige opwek met hierbij een mix van wonen, werken, routing, natuurnetwerk (nat en droog).
Locaties 2 en 3 zijn landschappelijk van hogere waarde. Locatie 2 is vanuit de waarden niet geschikt voor een zonneveld (relatie landgoed, recreatieve routenetwerk, NNN). Locatie 3 is in iets mindere mate gevoelig. Met name het perceel wat extensief, natuurlijk, is ingericht is hier van waarde. Voor deze locatie zou een verkenning kunnen worden gedaan waarbij integraal wordt ontworpen aan nieuwe functies waaronder zon op een kleine schaal zoals bij locatie 4. Aan de noordwestzijde moet voldoende groene buffering zijn voor een landschappelijke overgang naar het landgoed. Een verkenning voor transformatie van deze locatie staat ook in relatie tot de ontwikkelingen die mogelijk gaan spelen in de omgeving van locatie 4. De erflocatie (1) aan de Stobbenbroekerweg is landschappelijk gevoelig vanwege de solitaire ligging in het agrarische gebied. Zon op agrarische grond is alleen wenselijk wanneer er een integrale meerwaarde ontstaat voor het landschap. Het opgeschaalde landschap zou aan kwaliteit kunnen winnen door herstel van de oorspronkelijke kleinschaligheid, waarmee ook de biodiversiteit voor de langere termijn zal toenemen. Ook moet het bedrijfsmatig een meerwaarde opleveren, Dit vraagt een integraal ontwerp waarin niet de opbrengst van de panelen leidend is, maar de kwaliteitswinst voor het landschap.
Pagina 2 van 12
Onderbouwing advies Beleid Omgevingsvisie, Horizon gemeente Raalte 2040 Hierin staat beschreven dat verduurzaming als een belangrijke opgave wordt gezien. Er liggen grote kansen in het stedelijk gebied, maar ook in het landelijk gebied moeten hiervoor mogelijkheden worden gezocht. De urgentie en noodzaak is groot, maar de impact ook. De energietransitie zal het landschap veranderen: energie vraagt ruimte. Het is belangrijk om in te zetten op een mix aan energiebronnen om tot een goede balans te komen die past bij de gemeente en het landschap. Draagvlak is belangrijk, de energie en innovatiekracht van de samenleving moet worden ingezet. Niet alleen door het betrekken van inwoners en partijen bij de start van een project, maar ook door de lusten en lasten in de gemeente eerlijk te verdelen en door de energieopgave te koppelen aan andere uitdagingen in de gemeente en de kennis en het vakmanschap van onze ondernemers. Denk hierbij aan het onderbrengen van een deel van de opbrengsten van wind- of zonne-energie in een leefbaarheidsfonds voor de dorpen of te investeren in landschappelijke kwaliteit. LOP Salland In het landschapsontwikkelingsplan zijn de locaties ondergebracht in het zandlandschap. De zuidwestelijke erflocatie in het weteringenlandschap en de andere locaties in de dekzandvlakte en dekzandlaagte.
In de dekzandlaagte ligt de insteek op het versterken van het landschappelijk raamwerk en het natte karakter. In de dekzandvlakte op de versterking van het landschappelijk raamwerk. In de landschappen zijn de lanen belangrijke dragers. De erflocatie ligt op een kleine verhoging in het landschap. Het landschap is van oorsprong niet geheel open zoals elders in het weteringenlandschap. In de kaartuitsnede van rond 1900 is dit waarneembaar. Waarbij het noordwestelijke deel wordt beïnvloed door de sfeer van het landgoed (lanen en bosschages).
Afbeelding: uitsnede van rond 1900, locaties/gebieden ter verkenning voor zon. Westelijk buitenplaats De Velner. Pagina 3 van 12
Pagina 4 van 12
Beschrijving kenmerken locaties De locaties zoals voorgesteld zijn verschillend van karakter. Op zichzelf en ook in relatie tot de omgeving. In bijlage 1 worden de locaties verbeeld. Locatie 1: erf Stobbenbroekerweg De erflocatie ligt in het landschap van de weteringen. Het erf ligt in de huidige situatie vrij open in het landschap. De rij met beuken aan de Stobbenbroekerweg is als lijn bepalend in het open landschap. Deze laan zal in de toekomst nog meer bepalend worden. Oorspronkelijk was het landschap op deze locatie meer besloten. Dit is op oude kaartbeelden goed te zien. Singels, bomenrijen en boomgaarden geven het landschap coulissen. Zie bijlage 3 en de afbeelding uitsnede rond 1900 hiernaast bijgevoegd. Het landschap is in vergelijking met de twee locaties noordwestelijk aan de Hondmotsweg van minder hoge waarde omdat er voor de landbouw opschaling heeft plaatsgevonden en het gebruik van het huidige landschap meer eenzijdig landbouwkundig is. Veel houtopstanden zijn verwijderd. Hierdoor en door het intensive agrarische gebruik is veel aan biodiversiteit verloren gegaan. Anderzijds is het gebied gevoelig voor een ingreep met een zonnepark vanwege de landelijkheid. De hekwerken en de opstellingen met de panelen geven het landschap een ander karakter. Op of nabij deze locatie is geen ander gebruik waar vanzelfsprekend ruimtelijk en vanuit beleving een aansluiting bij is.
Het huidige landschap is open van karakter, er is geen landschappelijk raamwerk wat in de basis kan zorgen voor een vanzelfsprekende inbedding, Zeker in de eerste periode waarbij nieuwe aanplant nog jong is zal een zonnepark goed zichtbaar zijn. Een transformatie van de locatie zou op zichzelf wel positief kunnen bijdragen wanneer een combinatie wordt gelegd met ook andere nieuwe invullingen zoals de versterking van de oorspronkelijke kleinschaligheid van het landschap. Door de aanplant van singels, struwelen, fruitgaardes, etc. kan het landschap op de langere termijn aan kwaliteit winnen. Wanneer wordt gekozen voor soorten met bloeiwijze en vruchten, passend bij de grondsoort, levert dat een meerwaarde op voor de biodiversiteit. Daarbij kan specifiek worden ingezet op de versterking van het ecologisch netwerk met lijnverbindingen en ‘stepping stones’, verschillen tussen nat en droog, open (wetering zuidwest) en besloten landschap (coulissen noordwest). Door opschaling van de landbouw is deze diversiteit van biotopen en gradiënten verloren gegaan. Op de grotere schaal versterkt het de verbinding van de beslotenheid van het landgoed het Reelaer in het noordoosten via de coulissen naar het open landschap van de laagte in het zuidwesten. Wanneer een zonnepark hier tot ontwikkeling komt moet het park het landschap niet domineren.
Het moet zich voegen in het landschappelijk raamwerk ruimtelijk en ook een duidelijke verbinding aangaan met het bedrijf dat zich verbreedt. Dit vraagt een integraal ontwerp waarin niet de opbrengst van de panelen leidend is, maar de kwaliteitswinst voor het landschap en de bedrijvigheid. Het raamwerk moet zo sterk worden ontworpen dat het wanneer de panelen worden verwijderd op zichzelf van grote waarde is en geheel eigen aan het gebied. Het historische landschap, maar ook de vraag voor biodiversiteit, de opgave van klimaatadaptatie en kringloop denken (inclusieve agrarische bedrijvigheid) leveren aanknopingspunten voor een inbedding van deze ontwikkeling, ontworpen in balans met de omgeving. Pagina 5 van 12
Afbeelding: locatie erf in huidige luchtfoto en uitsnede rond 1900 (bron: topotijdreis).
Pagina 6 van 12
Locatie 2: Hondemotsweg zandweg nabij landgoed Deze twee locaties aan de Hondemotsweg zijn landschappelijk beide van waarde. Met name de locatie aan de zandweg in aansluiting op het landgoed wordt veel gebruikt voor ‘ommetjes’ en is onderdeel van een groter routenetwerk. De belevingswaarde van locatie 2 is landschappelijk gezien groot. De locatie is ruimtelijk gezien een uitloper van het bosrijke landgoed, in verbinding naar het (oorspronkelijk) kleinschaliger coulisselandschap en vervolgens naar het open beekdal. Een zonneveld zou afbreuk doen aan de huidige landschappelijke kwaliteit en ook aan de potentie van de plek. Locatie 3: Hondemotsweg noordwest Locatie 3 is in iets mindere mate gevoelig. Het landschap is opgeschaald, aanplant langs de percelen is verdwenen. Met name het perceel wat extensief is ingericht met een grazige weide in combinatie met landschappelijke aanplant is van waarde. Voor deze locatie zou in een integraal ontwerp, een combinatie van herstel landschappelijke aanplant, ontwikkeling natuurwaarden, eventueel extensief routenetwerk in combinatie met kleinschalige opwek verkend kunnen worden. Het bestaande extensief beweide perceel moet hierin een goede landschappelijke inkadering krijgen. Ook de overgang naar het landgoed aan de noordwestzijde vraagt voldoende groene buffering.
Een verkenning voor transformatie staat ook in relatie tot de ontwikkelingen die mogelijk gaan spelen in de omgeving van locatie 4. Locatie 4: Hondemotsweg zuidoost De locatie aan de oostzijde van de Hondemotsweg leent zich landschappelijk gezien het beste voor een transformatie. Deze locatie sluit aan bij de bedrijvigheid aan de westzijde van het dorp (tuinbedrijf, waterwinning, leisure, N-weg met benzinestation, spoor, etc.). Het landschap is door landbouwkundig gebruik minder kleinschalig geworden en kan hier ruimtelijk en voor biodiversiteit aan kwaliteit winnen door een aanheling van de restanten van singels met nieuwe inheemse aanplant en een extensivering van de weideranden. Dit in aansluiting op het NNN-netwerk. Deze aanheling past ook bij het beheergebied van de droge dooradering. Een voorwaarde hierbij is de bestaande woonbebouwing op te nemen in dit landschappelijke kader zodat de erven niet direct grenzen aan de zonnevelden. Er moet voldoende ruimte voor landschappelijke invulling ontworpen worden tussen de zonnevelden. En waardevolle aanvulling is een routing voor wandelaars als uitloop van het dorp, in verbinding met het landgoed. Mogelijk kan in aansluiting op de velden ruimte worden gecreëerd voor enkele struinpaden. Eventueel ten zuiden van het spoortalud (nagaan of dit vanuit veiligheid wenselijk is).
Zo kan een integraal ontwerp een bijdrage leveren aan deze dorpsrand, die door de tijd heen aan kwaliteit heeft ingeboet. Landschap is continu in verandering, de transitie van energie zal daaraan bijdragen. Wij zijn ervan overtuigd dat een integrale aanpak voor de locatie op zichzelf en in relatie tot de aanliggende gronden, op de langere termijn aan kwaliteit kan opleveren. De zoektocht en het ontwerp in een koppeling van kansen is een uitdagende opgave om samen voor te gaan. Met vriendelijke groet,
Ervenconsulent Pagina 7 van 12
Bijlage 1: foto’s locaties
Locatie 1: zicht op erf en percelen Stobbenbroekerweg vanaf de noordzijde.
Pagina 8 van 12
Locatie 1: zicht op erf en percelen Stobbenbroekerweg vanaf de westzijde. Beuken langs de weg.
Locatie 2: zicht op de percelen Hondemotsweg, gedeelte zandweg, ten zuiden van het landgoed.
Pagina 9 van 12
Locatie 2: zicht op de percelen Hondemotsweg, gedeelte zandweg, ten zuiden van het landgoed.
Pagina 10 van 12
Locatie 3 en 4: zicht op de percelen Hondemotsweg vanaf noordwest naar zuidoost richting Raalte, met aan de zuidoostzijde zicht op de N-weg en bedrijvigheid. De eiken zijn restanten van singels.
Pagina 11 van 12
Bijlage 2: zoekgebieden in kaartuitsnede 1900 en 1960 (bron: topotijdreis)
1900: weteringenlandschap noordwestzijde en zandrug aan de oostzijde, kleinschalig van karakter.
1960: landbouwgebieden opgeschaald, landschappelijk raamwerk deels verdwenen Pagina 12 van 12
Docnr8
QD Het Oversticht
Gemeente Raalte
t. a. v. m Postbus 140 8100 AC Raalte
Zwolle, 15 mei 2024 Ons kenmerk: 033.24
Betreft: ruimtelijk advies zonnepark Energielandgoed Raalte
Geachte
In het kader van de aanvraag zonnepark Energielandgoed Raalte aan de Hondemotsweg, Stobbenbroekerweg aan de noordwestzijde van de kern Raalte heeft u gevraagd om een onafhankelijk ruimtelijk advies voor het nu voorliggende plan. ADVIES De huidige aanvraag van een groot zonnepark van bijna 20 ha, op drie verspreide locaties van
ongeveer 6 ha, kan niet los worden gezien van de grotere landschappelijke schaal, de beleving van het landschap in een ruimere zone.
Landschap is inherent aan verandering, al eeuwen lang. Dat laat ook dit gebied vanuit de historische
gelaagdheid zien. De Velner en Het Reelaer zijn als landgoederen onlosmakelijk verbonden met 't Nijenhuis en Het Rozendael. Op zichzelf en in relatie zijn zij historisch en landschappelijk van hoge waarde. Zij geven een duidelijk kleuring aan de landschappelijke ontwikkeling van dit gebied. Nieuwe
ontwikkelingen zijn inherent aan landschappen, maar moeten zorgvuldig worden ontworpen vanuit de 'eigenheid' en 'continuïteit' die de landschappen kenmerkt. De parken moeten zich voegen in de
gelaagdheid en niet bepalend zijn. Zonneparken kunnen op de langere termijn positief bijdragen aan een duurzaam landschappelijk en ecologisch raamwerk, verbindingen voor natuur in een groen-blauwe
dooradering.
Concluderend zijn wij negatief over het voorliggende plan. Het zonnepark, bestaande uit drie
verschillende locaties, waarvan twee in hoge mate cultuurhistorisch landschappelijk gevoelig, gaat op de voorgestelde wijze het draagvlak van het landschap te boven. Het plan zet in op versterking van de biodiversiteit, maar het aan te leggen landschappelijk raamwerk (droog en nat) voelt niet geheel in
verhouding met de schaal van de parken en is ook niet overal passend bij de kenmerken van het
specifieke deelgebied. De beleving, de sfeer van het landschap, zal door drie zonneparken relatief dicht bij elkaar negatief worden beïnvloed.
Aan de Stadsmuur 79-83 Postbus 531, 8000 AM Zwolle 038 -4213257 •@hetove rsticht.nl www.hetoversticht.nl KvK 40059486 BTW NL0026.45.440.B01 IBAN
QD Het Oversticht
Locatie 1 is ruimtelijk gekoppeld aan een relatief jong agrarisch bedrijf, wat op zich passend kan zijn, maar tast op voorgestelde wijze de aanleg van landgoed De Velner als ook de openheid van het weteringenlandschap aan. Met name in het middendeel van deze zone worden de waarden aangetast.
Nabij het erf en in overgang naar de oorspronkelijke meer besloten landschap is dit minder het geval. De aantasting ligt in het verdwijnen van de openheid en de verknoping van de bossage met de markante laan van De Velner. Op deze locatie is niet voldoende ontworpen op het hoogteverschil, de zichtlijnen en
het oorspronkelijke landschap in de gradiënt van laag en hoog. Wij adviseren een verdere ruimtelijke
verkenning vanuit de eigenheid van de plek met een stevige inzet van landschappelijke structuren in de
randen en in aansluiting op het park. Hiermee zeggen wij geen 'ja' op deze locatie op voorhand. Maar geven aan dat er wel mogelijkheden tot een verkenning zijn naar een manier waarop het park zich in een bepaalde schaal kan voegen.
Locatie 2, een jongere ontginning die door de landbouw is opgeschaald, is landschappelijk minder gevoelig. Mede ook vanwege de ligging nabij het spoor, de weg, het kruispunt en de zuivering. Een park kan hier mogelijk bijdragen aan de ontwikkeling van een duurzaam landschappelijk 'raamwerk', mits van
voldoende maat. In de huidige opzet lijkt de aanvullende aanplant niet in balans met het park. De vraag is ook in hoeverre er toch zicht blijft op de panelen. Bij deze locatie moet extra zorg worden besteedt aan
de inpassing vanuit erven nabij.
Locatie 3 tast de waarden van het kleinschalige landschap, de landgoedaanleg en specifiek de markante lanen van Het Reelaer aan. Een park op deze locatie is landschappelijk gezien niet wenselijk. Wij lichten ons advies toe per locatie. In de bijlage is ter aanvulling een uitsnede uit het advies van 2021
opgenomen.
Waarden landschap en advies zonnepark Locatie 1 ligt In aansluiting op een agrarisch erf in het weteringenlandschap. Langs de weides was
mogelijk oorspronkelijk een aanplant van knotbomen (wilg en/of els). Van waarde is de openheid met als bijzonderheid de 'ingestoken' aanleg van De Velner. Deze gronden waren ook lange tijd in eigendom bij
De Velner. Het lager en open gelegen welland vormt een contrast met de besloten en hoger gelegen
zandrug met boerenerven en het landgoed (het hoogteverschil is op plekken markant). De laan de Pruimers Allée en enkele bossages geven verbinding met de zandrug waarop het landgoed Het Reelaer ligt. De Stobbenbroekerweg, aangeplant met laanbomen, ligt op de overgang van het open weteringlandschap naar het voormalige meer besloten kampen en landgoederenlandschap aan de
noordoostzijde van de weg.
Het zonnepark zoals voorgesteld op deze locatie heeft negatieve impact op het open landschap en de historische waarden met in het bijzonder de aanleg (zichtas) van De Velner, Met name het deel van het
zonnepark dat een ruimtelijke verbinding aangaat met deze laan. Een inpassing met een landschappelijke
aanplant is enerzijds begrijpelijk, maar in de vorm van een houtsingel gaat de markante laan een verbinding aan met deze nieuwe aanplant. De markante structuur is daardoor niet meer herkenbaar als op zichzelf staand. Dit doet afbreuk aan de historisch landschappelijke waarde. Ook zal door deze nieuwe
hoge aanplant het open zicht verloren gaan gezien vanaf de Allée en vanaf de zandrug. De wal die wordt aangelegd is als structuur in het landschap niet passend. Het zonneveld wordt erdoor benadrukt als
zelfstandige eenheid.
Pagina 2 van 8
QD Het Oversticht
Op meer erven vinden deze transities naar zon 'van onderop', plaats. Als verdienmodel, vaak coöperatief.
In die zin kan het passend zijn bij dit relatief jonge erf. Het ontwerp van het park moet gericht zijn op een schaal passend bij het erf en op de aanleg van een duurzaam 'raamwerk' (nat en/of droog) wat verbindt
met het omliggende landschap. Een verdere verkenning van ruimtelijke inpassing met in achtneming van eerder genoemde kanttekeningen zou hier mogelijk zijn. Hiermee zeggen wij geen 'ja' op deze locatie op
voorhand. Deze verkenning zou gericht moeten zijn op de schaal van het park, het behoud van de
openheid en de doorzichten, loskoppeling van de laan van De Velner in het lage deel. Versterking van de
kleinschaligheid in het hoger gelegen oostelijke deel.
Andere typen aanplant als hakhout of griend structuren, knotbomen, mogelijk riet langs water in combinatie met waterberging, zijn daarin passend in de lage delen. Door gefaseerd beheer kan inpassing
en behoud van openheid en zichten samengaan. Aan de zuidoostzijde kan op basis van eerdere tijdlagen ontworpen worden aan bosstructuren (evt. ook in een hakhoutbeheer), aanvullend met enkele struwelen
of hagen om de schaal van het landschap te verkleinen. Voor de biodiversiteit in combinatie met extensieve zones, kruiden- en bloemrijke graslanden, en meer specifieke biotopen die hier wenselijk zijn.
Ook een stevige erfaanplant aan de zijden zorgt voor een betere inpassing van het park.
X."
1
.3X
1. =2k Vehe
X F
N o
*
\a
8
,®e. “-t
%
5
B
8=7 x
\
D- M
B
Uitsnede topografische kaart uit 1900 met zichtbaar de landschappelijke structuren en uitsnede uit het plan locatie (Bron: landschappelijk inpassingsplan).
"9 “92942460998822
52255
pfa E , E
52
ÊSn
,39
--
-
.c- ce MSgoefa :
--0nl
. ■
.
c W3w -
cuen
--
65
qouëag”".s"kw* Ss MSESShduaüd-cbciman2 Pagina 3 van 8
QD Het Oversticht
280
d
h tae’
. - --e 5 .
•ca..
=
.2on
’ • - ... _ *i
5. MEe. ■
x
g8 -sfenaaf a~Pase, "3/78
72
L a as
__ __ ..
‘9 ./den — 2j3 8 a e 2262253 ucte . L-y0,s 20-7 "5072*-6
22."
86
of" T,
52
8205208
Locatie 1, een contrastrijk landschap van laag-open en hoger-besloten met een landgoedaanleg en erven (Foto's Het Oversticht, april 2024).
Locatie 2 ligt in een landschap waarin door opschaling van de landbouw de kenmerken van
kleinschaligheid zijn verdwenen. De reuring van de drukke N-weg en het spoor is hier ervaarbaar. De insteek vanuit het landschapsbeleid is de versterking van het landschappelijk 'raamwerk'. Het zonnepark kan mogelijk positief bijdragen aan de verkleining van de schaal van het landschap en daarmee tevens
het park en de infra van weg en spoor inpassen. Dit vraagt wel om stevige landschappelijke lijnelementen die tevens jaarrond het zicht vanaf de buurerven en vanaf de weg wegnemen op de constructies. De voorgestelde inpassing aan de zuidwestzijde bestaat uit een strook van 5 meter met een struweel van
ongeveer 1,5 tot 1,8 meter hoog. De panelen zijn in de hoogste stand 2,23 meter en het hekwerk is 1,80 meter. De vraag is in hoeverre er toch zicht op het park ontstaat in met name het winterseizoen, en ook jaarrond. Om de lange lijn te doorbreken en het zicht op het park te verminderen zou het struweel
aanvullende ingeplant kunnen worden met enkele inheemse boomvormers (2e orde). Een afwisseling in hoogte van aanplant sluit beter aan bij de singels in de omgeving waarin struiken en bomen van een 1e
orde staan. Het is een passende keuze in het struweel groenblijvende soorten op te nemen. Wilde liguster en hulst zijn daarvoor geschikt.
Ook aan de noordzijde zou een aanplant met struweel en enkele boomvormers kunnen bijdragen. Vanuit het spoor zal het zonnepark dan ook minder zichtbaar zijn. Aanvullende aanplant van (knot)bomen, struweel, singels, haaks op de weg zal bijdragen aan de
verkleining van de schaal van de akkers en weiden en zal daarmee ook positief bijdragen aan de inpassing van het zonnepark als geheel (wij zijn niet op de hoogte van het eigendommen van de
aanliggende percelen).
Pagina 4 van 8
QD Het Oversticht
*,
0* •
projectgrens
hek
ncaMüakk
hakafkizhe
o 2•
patnjzenhaag
poel kruidenrijk grasland
kruidennjk grasland
wintergroene haag
+
5m
-
Uitsnede uit het plan (Bron: landschappelijk inpassingsplan).
- VP5E-Vsë
P -Avüh,
"
** 3
2
ï e
53
n
80
-4 ,
IR
E24
$
3
s
3 qs
L
Fm
J ---
e
2
282,
mece3 —--z252gecs-gTe X 2" a-emLes cane 4 -
-0.. n a
c*-*mm*
*e
2,
81212522868288248826
r
s‘--. --re. 1 6,
EE2M
Locatie 2, een opgeschaald voormalig meer besloten kampenlandschap. In het midden van deze zone een markant Sallands boerenerf omgeven door inheemse singels (foto's Het Oversticht, april 2024).
Pagina 5 van 8
QD Het Oversticht
Locatie 3 ligt in de nabijheid van het NNN en het landgoed Het Reelaer. Deze locatie is landschappelijk erg gevoelig, De lanen, deels waardevolle zandwegen, en de landgoedbossen geven het landschap op deze
locatie een hoge kwaliteit. In het landschapsontwikkelingsplan worden de lanen als 'belangrijke dragers'
benoemd. Het spoor ligt nabij, maar de landschappelijke besloten inbedding met veel markante bomen
zorgen voor een 'verstilling' van deze plek. Veel bewoners en recreanten passeren deze plek. De intrinsieke waarde en de belevingswaarde is hoog en er kan dan ook worden geconcludeerd dat de aanleg van een zonnepark met nieuwe toegangsweg en hekwerken ondanks een inzet op de versterking
van natuurwaarden, de verbinding van Het Reelaer en De Velner negatieve invloed heeft op de
benoemde kwaliteiten en waarden.
K NNN ■ V
-
F
~%
-
y-
ed
se::
' ,3*8 85
17
—-9
5-
ü5eo
y ,
i 22°y .
g
21
LH 2 Kr
2
■
FET2 KAN , -238* ■ 88 4 H8agë AGt5E Eg ak NN,‘9 4“,8 -3A,a , a} 14) ‘F1,9 Bi .: h 0*2 5 P.I 1,9■ V7 2. w Q-
eo
f
> ’
adF i
j|
i - • .--585 ,
20
--2 ,3a
Il| -
i' «
W 1
11 I
■ 1 , .Hofüel a »M L4 • sasdrëéadkf
SE
Smat
Locatie 3, een waardevol landschap met landgoedkarakter (foto's Het Oversticht, april 2024). Advies hekwerken, aarden wal, stations en panelen algemeen
Het systeem van de trackers levert door efficiëntie in grondgebruik voor percelen meer kansen voor de ontwikkeling van biodiversiteit dan een traditioneel systeem. Dit is op zichzelf positief. De panelen zijn maximaal in hoogte 2,23 meter (ochtend en namiddag). Deze hoogte is meer dan bij een traditionele
opstelling en zal bepalend zijn in het landschap. Een deel van de dag zullen ook de achterzijden van de
panelen in het oog vallen. Dit vraagt om een robuust 'raamwerk' van groen, jaarrond, op een juiste (te beheren) hoogte. De hekwerken zijn van gegalvaniseerd harmonicagaas met twee rijen prikkeldraad aan de bovenzijde, in een hoogte van 1,80 meter. Een dergelijke uitstraling en hoogte is niet wenselijk in het agrarisch en
landgoederenlandschap. Een hoog schapengaas met houten palen en een draadbeveiliging is neutraler
en beter passend. Om de erflocatie 1 wordt een wal aangelegd. Aarden wallen zijn niet passend in een agrarisch landschap.
Zij benadrukken eerder de vorm van een veld en daarmee de aanwezigheid ervan. Wij adviseren op een meer landschappelijke wijze het zichtte onttrekken aan het park.
Pagina 6 van 8
QD Het Oversticht
Bij de erflocatie worden de ‘stations' op een opvallende plek gesitueerd. Wij adviseren deze objecten te
situeren 'in het zonneveld', of nabij het erf zodat zij niet nadrukkelijk zichtbaar zijn. Uitvoering in een
neutrale tint. De toegangswegen moeten in de landschappelijke structuur worden opgenomen. Maak gebruik van bestaande infrastructuur en houdt de lijnen kort. Bij de erflocatie 1 kan het erf zelf benut worden als ontsluiting. Toegangspaden niet verharden maar halfverhard of met een karrespoor.
TYPICAL SECTIONAL VIEW i’PERIMETRAL FENCE!.
2 II Vre InterFpdlt Pe53-Guivurlzed
D-terkedlat post — ChAlH LHE Eesh
I 2X
HE. 8
►
gggggg8gg88 A
liil
i
.
_____
P.
g
■■
alhisa
tracker - maximale stand ochtend
300
tfgeg -njüp-rra ssc 2 00.. 227 aq-c-., a", 5f-
a 2ië
I peggë
E
.. " i)
oeë,1
,
■ 20 s* ’ egdgea
—-
w-dinA • ~
uuxüanefte
g50
—
nhmc*a,2 meces*
Hekwerk, trackersysteem en achterzijde panelen (Bron: landschappelijk inpassingsplan).
Op de foto rechtsonder een beeld van een aarden wal bij een bestaand park in Raalte (Foto Het Oversticht, april
2024).
Wij hopen dat ons advies u kan ondersteunen bij het verdere proces van plantoetsing,
Met vriendelijke groet,
ervenconsulent
Pagina 7 van 8
QD Het Oversticht
Bijlage In het advies van 2021 hebben wij de locaties los beoordeeld. Wij hebben de gevoeligheden van de drie locaties als volgt beschreven:
•
De erflocatie 7 aan de Stobbenbroekerweg is landschappelijk gevoelig vanwege de solitaire ligging in het agrarische gebied. Zon op agrarische grond is alleen wenselijk wanneer er een integrale meerwaarde ontstaat voor het landschap.
•
De locatie 2 aan het spoor is landschappelijk het minst gevoelig. Voor deze locatie zou een verkenning kunnen worden gedaan waarbij integraal wordt ontworpen aan nieuwe functies
waaronder zon op een kleine schaal. Daarbij laten wij niet onbenoemd dat het park op deze locatie
het zicht vanuit bewoners zal beïnvloeden. •
De locatie 3 ten zuiden van Het Reelaer is vanuit de waarden niet geschikt voor een zonneveld (relatie landgoed, recreatieve routenetwerk, NNN). Aan de noordwestzijde moet voldoende groene
buffering zijn voor een landschappelijke overgang naar het landgoed.
In algemene zin hebben wij destijds geformuleerd dat de schaal van een zonnepark acceptabel is wanneer deze ruimtelijk gezien in balans wordt gebracht met de bestaande of aan te passen omgeving. Energie moet
'onderdeel zijn van' en niet bepalend zijn in een landschap. Daarbij is het steeds de vraag of elke locatie zich
leent voor een invulling met zon. Dit is afhankelijk van de locatie op zichzelf met een mogelijkheid van meervoudig ruimtegebruik, de locatie in relatie tot de directe omgeving met hierin het koppelen van kansen
of een aansluiting bij andere activiteiten.
Pagina 8 van 8