Bijlage 4 Quickscan flora en fauna
Tekst van het document
Quick Scan Flora en Fauna Herenbrinksweg 4 Liederholthuis
Quick Scan Flora en Fauna Herenbrinksweg 4 Liederholthuis
Titel
Quick Scan Flora en Fauna Herenbrinksweg 4 Liederholthuis
Uitvoering
Bureau Bleijerveld
Opdrachtgever
Groenadviesbureau H.A. ten Have Spanjaardsdijk 53 7433 PW Schalkhaar
Datum
27 augustus 2019
Status
1e concept
8495 JZ Aldeboarn mob 06-40559568 bleijerveld@ruimtevooradvies.nl
www.ruimtevooradvies.nl
Andringastrjitte 27
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 Aanleiding & doel 1.2 Methoden 1.3 Plangebied 1.4 Ingreep
1 1 2 2 4
2
Beschermde gebieden 2.1 Aanwezigheid beschermde gebieden 2.2 Effecten beschermde gebieden
5 5 5
3
NDFF-gegevens
6
4
Beschermde soorten 4.1 Planten 4.2 Zoogdieren 4.3 Vleermuizen 4.4 Vogels 4.5 Amfibieën 4.6 Reptielen 4.7 Vissen 4.8 Ongewervelden 4.9 Samenvatting
7 7 7 7 7 8 8 8 8 8
5
Conclusies 5.1 Beschermde gebieden 5.2 Beschermde soorten
10 10 10
Bronnen Bijlage I. Wettelijk kader en beleidsbeleid Bijlage II. Landschapsplan Herenbrinksweg 4
11
1 1.1 Aanleiding & doel
Inleiding
Aan de Herenbrinksweg 4 in Liederholthuis bevindt zich een loonbedrijf annex fouragehandel. Het voornemen bestaat om het terrein te reconstrueren waarbij bedrijfsgebouwen worden gesloopt. Onder meer bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met beschermde soorten en gebieden. Wet- en regelgeving omtrent deze soorten en gebieden is vastgelegd in de Wet Natuurbescherming (Wnb, 2017) en de provinciale structuurvisie/ verordening (EHS/NNN).
Figuur 1. Globale ligging plangebied (rood).
Het onderhavige rapport beschrijft de resultaten van de quick scan van beschermde natuurwaarden in en rond het plangebied. De rapportage kan dienstdoen als onderbouwing bij bestemmingsplanwijzigingen en ontheffings- of vergunningaanvragen in het kader van de Wet Natuurbescherming of omgevingsverordening. Een quick scan betreft een beoordeling van de aanwezige natuurwaarden in en rond het plangebied op basis van beschikbare gegevens, een terreinbezoek en ecologische kennis. De quick scan is een momentopname en geen standaard veldinventarisatie waarbij meerdere veldrondes in een seizoen worden uitgevoerd. Een quick scan geeft daardoor een beperkter beeld dan een standaard veldinventarisatie. Omdat het onderzoek een momentopname betreft kan geen rekening worden gehouden met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderd terreingebruik en –beheer na afloop van het onderzoek.
Quick scan flora en fauna Herenbrinksweg 4 Liederholthuis
1
1.2 Methoden
Bij de beoordeling van het plangebied is een bronnenonderzoek verricht naar het voorkomen van beschermde soorten en de ligging van beschermde gebieden in de regio. Daarvoor zijn de gegevens van Waarneming.nl en de Nederlandse Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Voor de ligging van beschermde gebieden is gebruik gemaakt van Synbiosys.alterra.nl en de digitale atlas van provincie Overijssel. Op 15 juli 2019 is het plangebied bezocht. Daarbij is gelet op de daadwerkelijke aanwezigheid van beschermde soorten en indirecte aanwezigheid in de vorm van sporen (verblijfplaatsen, wissels, pootafdrukken en dergelijke). Verder is het terrein beoordeeld op de geschiktheid voor beschermde soorten (habitatbeoordeling).
1.3 Plangebied
Het plangebied (fig. 2-8) wordt gevormd door een loonbedrijf annex fouragehandel. Het bedrijf is gevestigd in een voormalig agrarisch bedrijf. Aan de wegzijde staan een woning en winkelgebouw. Achterin het terrein staan vier geschakelde schuren en voormalige stallen die in gebruik zijn als opslag. Van noord naar zuid zijn het een ligboxenstal, een schuur, een varkensstal en een kippenschuur. De gebouwen zijn opgebouwd uit hout, steen en profielplaat. De gevels en daken zijn enkelwandig behalve de gemetselde delen van de varkensstal en de ligboxenstal. Rond de gebouwen is het terrein verhard behalve bij de woning waar zich een tuin bevindt. Het terrein grenst aan agrarische percelen. De perceelgrens wordt gevormd door een houtsingel, aan de oostzijde is de groenstrook echter afwezig. Op en rond het terrein is geen oppervlaktewater aanwezig.
Figuur 2. Bedrijfsterrein aan de Herenbrinksweg 4
Quick scan flora en fauna Herenbrinksweg 4 Liederholthuis
2
Figuur 3. Oostzijde voormalige kippenschuur
Figuur 4. Oostzijde voormalige kippenschuur.
Figuur 5. Westzijde voormalige varkensstal.
Figuur 6. Zuidzijde voormalige varkensstal.
Figuur 7. Zuidzijde ligboxenstal.
Figuur 8. Binnenzijde ligboxenstal.
Quick scan flora en fauna Herenbrinksweg 4 Liederholthuis
3
1.4 Ingreep
Het voornemen bestaat om de kippenschuur en de varkensstal te slopen. Op de plaats van de varkensstal wordt een nieuwe schuur gerealiseerd. De ligboxenstal wordt gerenoveerd om deze geschikter te maken voor de opslag van materialen. Tot slot wordt de singel rond het erf versterkt om de landschappelijke inpassing te verbeteren. In bijlage II is landschapsplan bijgevoegd.
Figuur 9. Sloopplan.
Quick scan flora en fauna Herenbrinksweg 4 Liederholthuis
4
2 2.1 Aanwezigheid beschermde gebieden
Beschermde gebieden
Het plangebied is geen onderdeel van beschermde natuurgebieden. In de omgeving liggen verscheidene onderdelen van Natuurnetwerk Nederland (NNN). De afstand tot het NNN bedraagt minimaal circa 900 meter. In de directe omgeving komen geen Natura 2000-gebieden voor. De afstand tot de dichtstbijzijnde gebieden bedraagt minimaal vier kilometer.
Figuur 10. Ligging plangebied (rood) t.o.v. beschermde gebieden.
2.2 Effecten beschermde gebieden
Door de bestemmingswijziging daalt de oppervlakte bebouwing terwijl het gebruik van het terrein niet wezenlijk verandert. Op grond hiervan is een negatief effect op beschermde natuurgebieden in de omgeving uit te sluiten.
Quick scan flora en fauna Herenbrinksweg 4 Liederholthuis
5
3
NDFF-gegevens
In de databank zijn geen waarnemingen van beschermde soorten uit het plangebied bekend. Boven de Herenbrinksweg zijn in 2016 in het kader van een vleermuistransecttelling laatvlieger en gewone dwergvleermuis waargenomen. De overige waarnemingen in de omgeving van het plangebied hebben betrekking op algemene, onbeschermde soorten.
Quick scan flora en fauna Herenbrinksweg 4 Liederholthuis
6
4
Beschermde soorten
4.1 Planten
Het terrein rond de gebouwen is verhard. Tussen bestrating en langs gebouwen komt stikstofminnende ruigte voor met soorten als veenwortel, bastaardwederik sp., steenraket, perzikkruid, grote brandnetel en ridderzuring. Er zijn geen bedreigde of beschermde soorten gevonden.
4.2 Zoogdieren
Alle inheemse soorten zoogdieren met uitzondering van de mol zijn in meer of mindere mate beschermd. Op het terrein zijn geen zoogdieren daadwerkelijk aangetroffen. Vanwege de bebouwing en verharding zijn hoogstens algemene, licht beschermde zoogdieren te verwachten zoals huisspitsmuis en gewone bosmuis. De genoemde kleine zoogdieren zijn nationaal beschermde soorten waarvoor in geval van ruimtelijke ingrepen een algemene vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wnb geldt. Gebouwen vormen kenmerkende verblijfplaatsen voor steenmarters. Omdat in de gebouwen geen voor steenmarter toegankelijke verborgen ruimten voorkomen is de aanwezigheid van verblijfplaatsen uit te sluiten. De overige soorten zoogdieren die in de regio voorkomen zijn hoogstens als passant te verwachten.
4.3 Vleermuizen
Verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden zich in holten van bomen en besloten of donkere ruimten van kunstwerken, zoals gebouwen. In het plangebied komen geen bomen voor die geschikt zijn verblijfplaats voor vleermuizen. Hiervoor is de begroeiing te jong. De gebouwen zijn beoordeeld als ongeschikt voor vleermuizen. De daken van alle drie de gebouwen zijn enkelwandig en van de kippenschuur zijn ook de gevels enkelwandig. Van de varkensstal is door de schakeling met de andere gebouwen van de langsgevels alleen de zuidelijke vrij. Deze kant is zeer laag en de spouw is afgedekt met een balk. Bovendien is deze zijde niet bereikbaar door gestald materieel. Ook de oostelijke kopgevel is niet bereikbaar omdat hier de kippenschuur bijna tegenaan staat. De westelijke kopgevel is wel bereikbaar maar hier is de spouw open aan de dagkanten en gevuld met isolatiemateriaal waardoor de ruimte ongeschikt is als verblijfplaats. Van de ligboxenstal door de schakeling met de andere gebouwen van de langsgevels alleen de noordelijke vrij. Deze kant is zeer laag en de spouw is afgedekt met een balk. Van de kopgevels bestaat alleen de onderste helft uit metselwerk, de bovenzijde bestaat uit enkelwandige profielplaten. In de stenen gevels ontbreken ventilatieopeningen, terwijl de bovenzijde van de spouw is afgedekt.
Het project is niet van invloed op eventuele vliegroutes van vleermuizen die over of langs het terrein lopen.
4.4 Vogels
Alle inheemse broedvogels zijn beschermd. De Wnb maakt onderscheid tussen vogels zonder en met vaste broedplaatsen. Van vogels zonder vaste broedplaats zijn alleen de broedsels beschermd en niet het leefgebied. Van vogels met een vaste broedplaats is naast de broedplaats (jaarrond) ook het functionele leefgebied beschermd.
Quick scan flora en fauna Herenbrinksweg 4 Liederholthuis
7
De gebouwen zijn weinig geschikt als nestplaats voor vogels omdat de daken enkelwandig zijn en verder geen half-verborgen ruimten voorkomen die geschikt zijn als nestplaats voor vogels. Soorten als boerenzwaluw en huismus kunnen ook op balken en dergelijke broeden maar deze soorten of nesten daarvan zijn niet aangetroffen. De gebouwen zijn niet geschikt als nestplaatsen voor uilen of gierzwaluw. De aanwezigheid van broedvogels met een vaste nestplaats is daarom uit te sluiten. Het is niet geheel uit te sluiten dat broedvogels zonder vaste nestplaats van de gebouwen gebruikmaken. Te denken valt aan witte kwikstaart, spreeuw en zwarte roodstaart. 4.5 Amfibieën
Alle soorten amfibieën zijn in meer of mindere mate beschermd. In het plangebied is geen voortplantingshabitat aanwezig in de vorm van oppervlaktewater. Het terrein bestaat uit bebouwing en verharding en is niet geschikt voor amfibieën in de landfase. Een negatief effect op amfibieën in het algemeen is uit te sluiten.
4.6 Reptielen
Alle soorten reptielen zijn in meer of mindere mate beschermd. Het terrein en de omgeving voldoen niet aan de habitateisen van reptielen. Een negatief effect op deze soortgroep is uit te sluiten.
4.7 Vissen
In en rond het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Een negatief effect op vissen in het algemeen is uitgesloten.
4.8 Ongewervelden
De beschermde soorten ongewervelden zijn gebonden aan zeer specifieke habitats. Het plangebied komt voor geen van de beschermde soorten overeen met hun habitat. Deze soortgroep is daarom in zijn geheel uit te sluiten.
4.9 Samenvatting
In het plangebied zijn algemene kleine zoogdieren te verwachten. In de gebouwen moet rekening worden gehouden met broedvogels zonder vaste nestplaatsen. Van de overige soortgroepen is de aanwezigheid van beschermde soorten uit te sluiten.
Quick scan flora en fauna Herenbrinksweg 4 Liederholthuis
8
Tabel 1: Beschermde soorten die binnen de planlocatie worden verwacht op basis van bestaande gegevens en het veldbezoek. SOORTGROEP
TOELICHTING
BESCHERMDE SOORTEN GEEN
Planten
WNB
HR
VR
X
Zoogdieren
Algemene soorten
Alg. ontheffing
Vleermuizen
Verblijfplaatsen
X
Vleermuizen
Foerageergebied
X
Vleermuizen
Vliegroutes
X
Broedvogels
Zonder vaste nestplaats
X
Broedvogels
Met vaste nestplaats
Amfibieën
Algemene soorten
Mogelijk X
Reptielen
X
Vissen
X
Ongewervelden
X
Quick scan flora en fauna Herenbrinksweg 4 Liederholthuis
9
5
Conclusies
5.1 Beschermde gebieden
Het plangebied is geen onderdeel van beschermde gebieden. In de omgeving komen dergelijke gebieden wel voor. Omdat het gebruik van het terrein door de bestemmingswijziging niet wezenlijk verandert is een negatief effect op beschermde natuurgebieden uit te sluiten.
5.2 Beschermde soorten
Zoogdieren (nationale soorten Wnb) Door de ontwikkeling kan verstoring van deze soorten optreden en ook sterfte van dieren. Voor een aantal van de nationaal beschermde soorten geldt afhankelijk van de provincie een vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen. In provincie Overijssel geldt deze vrijstelling voor alle gevonden en verwachte soorten. Aanvullende maatregelen zijn voor deze soorten zijn niet noodzakelijk. Broedvogels zonder vaste nestplaatsen (Wnb-Vogelrichtlijn) In de gebouwen zijn broedvogels niet geheel uit te sluiten. Door de sloop kunnen broedsels verstoord worden en vogels sterven. Dit is verboden volgens de Wnb. Daarom dient de sloop buiten het broedseizoen plaats te vinden tenzij een controle uitwijst dat geen broedsels aanwezig zijn. De piek van het broedseizoen beslaat de periode van 15 maart tot 15 juli, maar eerdere en vooral latere broedgevallen zijn mogelijk. In de periode van 1 september tot 1 maart is de kans op broedgevallen gering. Tabel 2. Maatregelen en vervolgacties n.a.v. quick scan Soortgroep
Soort
Maatregel/vervolgactie
Planten
Alle
¾
Vleermuizen
Alle
¾
Zoogdieren
Alle
¾
Vogels zonder vaste
Alle
Slopen buiten de periode (1 mrt) 15 maart – 15 juli (1 sep).
Vogels met vaste verblijfplaats
Alle
¾
Amfibieën
Alle
¾
Reptielen
Alle
¾
Vissen
Alle
¾
Ongewervelden
Alle
¾
verblijfplaats
Quick scan flora en fauna Herenbrinksweg 4 Liederholthuis
10
Bronnen www.ndff.nl www.overijssel.nl www.synbiosis.alterra.nl
Quick scan flora en fauna Herenbrinksweg 4 Liederholthuis
11
Bijlage I
Wettelijk kader en beleidskader
De toets is gericht op de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden. De bescherming is in de wet geregeld middels de Wet natuurbescherming. De gebiedsbescherming die voortkomt uit het beleid uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de provinciale structuurvisies en verordeningen (NNN/EHS) neemt een aparte positie in. Wet natuurbescherming
De Wet natuurbescherming (Wnb) verenigt of vervangt verschillende wetten en verdragen op het gebied van bos- en natuurbescherming, te weten: • • • •
Voormalige Flora- en Faunawet Europese Vogelrichtlijn Europese Habitatrichtlijn, Verdrag van Bonn en Verdrag van Bern Voormalige Boswet
Activiteiten mogen niet leiden tot een overtreding van de verbodsbepalingen. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: • •
•
Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geen voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.
De Wnb kent verschillende beschermingsregimes voor nationaal beschermde soorten, Vogelrichtlijnsoorten en Habitatrichtlijnsoorten. Elk van deze drie beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten en belangen voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de verbodsbepalingen die relevant zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen en dergelijke. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.1 lid 2 Art 3.5 lid 4 Het is verboden opzettelijk nesten, Het is verboden de rustplaatsen en eieren van vogels voortplantingsplaat- sen of te vernielen of te beschadigen, of rustplaatsen van dieren te nesten van vogels weg te nemen. beschadigen of te vernielen. Art 3.1 lid 3 Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en Het is verboden eieren van
Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wnb Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Niet van toepassing
deze onder zich te hebben.
dieren in denatuur opzettelijk te vernielen of terapen. Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Niet van toepassing. Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Niet van toepassing.
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Vrijstelling In sommige gevallen geldt voor een handeling die gevolgen heeft voor een soort een vrijstelling. Vormen van vrijstellingen zijn het toepassen van een gedragscode, een programmatische aanpak, een provinciale verordening en een ministeriele regeling. Zorgplicht De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leef- omgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Bevoegd gezag De provincie waarin een handeling plaatsvindt is in principe verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wnb. In een aantal gevallen is de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland namens het Rijk verantwoordelijk. Het gaat om zaken van nationaal of provincie-overschrijdend belang, zoals Rijkswegen, -wateren en militaire activiteiten. Rode lijst
Een Rode Lijst bevat een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Dit wordt bepaald op basis van zeldzaamheid en/of negatieve trend. De lijsten worden periodiek vastgesteld door de minister van EZ. Rode lijsten hebben geen juridische status. Als een soort op de lijst komt, is deze niet automatisch beschermd. Daarvoor moet de soort worden aangewezen onder de Wnb. De Rode lijsten helpen daarbij. Deze lijsten worden ook gebruikt om te toetsen of de beleidsdoelen over biodiversiteit worden gehaald (www.rijksoverheid.nl).
NNN/EHS
Het Nationale Natuurnetwerk (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur EHS) is een netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden in Nederland. De EHS is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De juridische borging van de nationale ruimtelijke belangen die in de SVIR worden aangewezen vindt plaats via het
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De rijkslijn zoals verwoord in het SVIR en Barro is dat er bij EHS geen sprake is van externe werking. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Zij wijzen in hun structuurvisie of verordening de gebieden aan die onder het NNN vallen. In of in de nabijheid van een NNN-gebied geldt het 'nee, tenzij'-principe: nieuwe plannen of projecten zijn niet toegestaan als ze de wezenlijke (potentiële)waarden en kenmerken van het NNN-gebied significant aantasten, tenzij er sprake is van redenen van groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn. De schade dient in dat geval door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt te worden. De restschade dient te worden gecompenseerd. De planologische bescherming van het NNN vindt plaats in op basis van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen bestemmingsplannen.