Bijlage 4 Quickscan Flora en Fauna
Tekst van het document
Quickscan Wnb Nijverdalseweg 52-54 Mariënheem
Quickscan Wnb Nijverdalseweg 52-54 Mariënheem
Titel
Quick Scan Wnb, Nijverdalseweg 52-54 Mariënheem
Uitvoering
Bureau Bleijerveld
Opdrachtgever
BJZ.nu Dr. Van Wiechenweg 2 8025 BZ Zwolle
Datum
19 oktober 2023
Status
2e versie
8451 KB Oudeschoot mob 06-40559568 mobleijerveld@gmail.com
www.ruimtevooradvies.nl
Schoterlandseweg 53
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 Aanleiding & doel 1.2 Methoden 1.3 Plangebied 1.4 Ingreep
1 1 2 2 6
2
Beschermde gebieden 2.1 Aanwezigheid beschermde gebieden 2.2 Effecten beschermde gebieden
7 7 7
3
NDFF-gegevens
8
4
Beschermde soorten 4.1 Planten 4.2 Zoogdieren 4.3 Vleermuizen 4.4 Vogels 4.5 Amfibieën 4.6 Reptielen 4.7 Vissen 4.8 Ongewervelden 4.9 Samenvatting
9 9 9 9 10 12 12 12 12 12
5
Conclusies 5.1 Beschermde gebieden 5.2 Beschermde soorten
14 14 14
Bronnen Bijlage I. Wettelijk kader en beleidsbeleid
16
1 1.1 Aanleiding & doel
Inleiding
Aan de Nijverdalseweg 52-54 in Mariënheem bevindt zich een voormalige varkenshouderij. Het voornemen bestaat om het terrein te herontwikkelen waarbij de gebouwen worden gesloopt. Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met beschermde soorten en gebieden. Wet- en regelgeving omtrent deze soorten en gebieden is vastgelegd in de Wet Natuurbescherming (Wnb, 2017) en de provinciale omgevingsverordening (o.a. Nederlands Natuurnetwerk).
Figuur 1. Globale ligging plangebied (rood).
Het onderhavige rapport beschrijft de resultaten van de quickscan van beschermde natuurwaarden in en rond het plangebied. De rapportage kan dienstdoen als onderbouwing bij bestemmingsplanwijzigingen en ontheffings- of vergunningaanvragen in het kader van de Wet Natuurbescherming of omgevingsverordening. Een quickscan betreft een beoordeling van de aanwezige natuurwaarden in en rond het plangebied op basis van beschikbare gegevens, een terreinbezoek en ecologische kennis. De quickscan is een momentopname en geen standaard veldinventarisatie waarbij meerdere veldrondes in een seizoen worden uitgevoerd. Een quickscan geeft daardoor een beperkter beeld dan een standaard veldinventarisatie. Omdat het onderzoek een momentopname betreft kan geen rekening worden gehouden met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderd terreingebruik en –beheer na afloop van het onderzoek.
Quickscan Wnb, Nijverdalseweg 52-54 Mariënheem
1
1.2 Methoden
Bij de beoordeling van het plangebied is een bronnenonderzoek verricht naar het voorkomen van beschermde soorten en de ligging van beschermde gebieden in de regio. Daarvoor zijn de gegevens van de Nederlandse Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Voor de ligging van beschermde gebieden is gebruik gemaakt van de digitale atlas van provincie Overijssel. Op 22 september 2023 is het plangebied bezocht. Daarbij is gelet op de aanwezigheid van beschermde soorten en sporen (verblijfplaatsen, wissels, pootafdrukken en dergelijke). Verder is het terrein beoordeeld op de geschiktheid voor beschermde soorten (habitatbeoordeling).
1.3 Plangebied
Het plangebied beslaat zo’ n 1,2 hectare en is vrijwel geheel verhard. Aan de randen is plaatselijk een stukje ruigte of ruig gras aanwezig. Opgaande begroeiing ontbreekt maar her en der staat opslag van boswilg en dergelijke. In en rond de locatie komt geen oppervlaktewater voor. Het terrein wordt omringd door agrarische percelen. Aan de noordkant bevindt zich een aantal erven. Op het terrein staan tien gebouwen die deels geschakeld zijn. Het gaat om de volgende gebouwen (fig. 2): Gebouw 1 Een kapschuur van profielplaat met een golfplaten dak. De gehele constructie is enkelwandig.
Figuur 2. Recente luchtfoto erf (rood) met de genummerde gebouwen.
Quickscan Wnb, Nijverdalseweg 52-54 Mariënheem
2
Gebouw 2 Een kapschuur van metselwerk met een golfplaten dak. Vermoedelijk is een spouw aanwezig maar ventilatieopeningen en dergelijke ontbreken. Het dak is enkelwandig maar ter plaatse van de technische ruimte in de noordwesthoek zijn isolatieplaten onder het dak aangebracht. De dakrand is hier afgesloten door houten plaatjes. Gebouw 3 Een koeienstal met zolder. De onderzijde van de gevels bestaat uit metselwerk, de bovenzijde uit profielplaten. Het dak is gedekt met golfplaten. De gehele constructie is enkelwandig. Gebouw 4 De oorspronkelijke boerderijwoning uit 1910 bestaat uit metselwerk met een rietgedekt dak. Over het riet is een profielplaten dak aangebracht behalve aan de oostzijde. De woning heeft een zolder waarvan de noordelijke helft ongebruikt en ontoegankelijk is. De zuidelijke helft was in gebruik als woonruimte. Gebouw 5 Een lage varkensstal van metselwerk met een golfplaten dak met isolatieplaten eronder. Vermoedelijk is een spouw aanwezig maar deze is nergens toegankelijk. De dakrand is open. Gebouw 6 Een kleine, wat oudere stal met hooizolder. De constructie is van metselwerk zonder spouw en een golfplaten dak met beschot. De dakrand is open. Gebouw 7 Een lage varkensstal met gevels van profielplaat en een golfplaten dak met isolatieplaten eronder. Een spouw ontbreekt. De dakrand is afgesloten.
Gebouw 8 Een lage varkensstal van metselwerk met een golfplaten dak met isolatieplaten eronder. Vermoedelijk is een spouw aanwezig maar deze is nergens toegankelijk. De dakrand is afgesloten. Gebouw 9 Een lage varkensstal van deels metselwerk, deels profielplaten. Vermoedelijk heeft het gemetselde stuk een spouw maar deze is nergens toegankelijk. Het dak is gedekt met golfplaten met isolatieplaten eronder. De dakrand is afgesloten. Gebouw 10 Een lage varkensstal met gevels van profielplaat en een golfplaten dak met isolatieplaten eronder. Een spouw ontbreekt. De dakrand is afgesloten.
Quickscan Wnb, Nijverdalseweg 52-54 Mariënheem
3
Figuur 3. Gebouw 1.
Figuur 4. Gebouw 2.
Figuur 5. Gebouw 3.
Figuur 6. Gebouw 4.
Figuur 7. Gebouw 5.
Figuur 8. Gebouw 6.
Quickscan Wnb, Nijverdalseweg 52-54 Mariënheem
4
Figuur 9. Gebouw 7.
Figuur 9. Gebouw 8.
Figuur 10. Gebouw 9.
Figuur 11. Gebouw 10.
Quickscan Wnb, Nijverdalseweg 52-54 Mariënheem
5
1.4 Ingreep
In het kader van de Rood-voor-roodregeling wordt alle bebouwing binnen het plangebied gesloopt. Vermoedelijk worden op de locatie één of meerder woningen gebouwd maar de details van het plan zijn niet bekend.
Quickscan Wnb, Nijverdalseweg 52-54 Mariënheem
6
2 2.1 Aanwezigheid beschermde gebieden
Beschermde gebieden
Het plangebied maakt geen deel uit van beschermde gebieden. Buiten de bebouwde kom liggen onderdelen van het Gelders natuurnetwerk en Natura 2000-gebied Boetelerveld en Sallandse Heuvelrug. De afstand van het plangebied tot de beschermde gebieden bedraagt minimaal circa een kilometer.
Figuur 10. Ligging plangebied t.o.v. beschermde natuurgebieden. 2.2 Effecten beschermde gebieden
Het plangebied is geen onderdeel van beschermde gebieden zodat oppervlakteen habitatverlies uitgesloten is. Vanwege de kleine schaal van het project en de toekomstige bestemming van de locatie is een negatief effect op beschermde gebieden op voorhand uit te sluiten. De toetsing van het plan aan het stikstofbeleid valt echter buiten het kader van dit onderzoek.
Quickscan Wnb, Nijverdalseweg 52-54 Mariënheem
7
3
NDFF-gegevens
In de databank zijn van de afgelopen vijf jaar twee waarnemingen van strikter beschermde soorten bekend uit het plangebied. Het gaat om een waarneming van een roepende steenuil uit 2019 en 2022. De steenuil riep van gebouw 6 en 7 (vlakbij gebouw 6).
Quickscan Wnb, Nijverdalseweg 52-54 Mariënheem
8
4 4.1 Planten
Beschermde soorten
Het terrein is vrijwel geheel verhard. Plaatselijk groeit tussen de verharding veel pionierbegroeiing met soorten als boswilg, grote brandnetel, riet, basterdwederiken, Canadese fijnstraal en veel gras. Op enkele plaatsen is het erf niet verhard. Hier groeit ruigte en ruig grasland met de hiervoor genoemde soorten en typische graslandplanten paardenbloem, smalle weegbree en ridderzuring. Er zijn geen bedreigde of beschermde soorten gevonden. Een negatief effect op bedreigde of beschermde flora is uitgesloten.
4.2 Zoogdieren
Alle inheemse soorten zoogdieren met uitzondering van de mol zijn in meer of mindere mate beschermd. In het plangebied zijn geen zoogdieren waargenomen. Op de zolder van gebouw 3 zijn uitwerpselen van muizen en ratten aangetroffen. In gebouw 5 lag een dode huisspitsmuis. Het terrein is niet geschikt voor zoogdieren behalve enkele soorten die rond bewoning kunnen voorkomen zoals gewone bosmuis en huisspitsmuis. Daarnaast zijn steenmarter en in mindere mate bunzing typische bewoners van erven. Op het terrein, in de gebouwen en langs dakranden zijn nergens sporen van aanwezigheid aangetroffen. Op grond hiervan is geconcludeerd dat op het terrein geen verblijfplaatsen voorkomen. Het plan kan een negatief effect hebben op algemene, kleine zoogdieren. Voor de te verwachten soorten geldt een algemene vrijstelling van de Wnb in geval van ruimtelijke ingrepen.
4.3 Vleermuizen
Alle soorten vleermuizen zijn strikt beschermd in de Wnb onder de Europese Habitatrichtlijn. Het leefgebied inclusief de verblijfplaatsen zijn jaarrond beschermd. Verblijfplaatsen bevinden zich in holten van bomen en besloten of donkere ruimten van bouwwerken. Verblijfplaatsen Op en rond het terrein staan geen bomen. De meeste gebouwen worden ongeschikt geacht als verblijfplaats voor vleermuizen. Het gaat om enkelwandige constructies of lage stallen met een ontoegankelijke spouw of wanden van plaatstaal, flauwe golfplaten daken met plaatstalen of kunststof windveren en een weinig besloten constructie die toegankelijk is voor muizen en ratten. De woning beschikt over een ongebruikte zolder die voor vleermuizen toegankelijk lijkt via de dakrand van de noordelijke kopgevel. Dergelijke locaties zijn potentieel geschikt voor grootoorvleermuis. Van gebouw 2 is de constructie complex ter plaatse van de technische ruimte in de noordwesthoek complex. Hierdoor zijn allerlei verborgen ruimten ontstaan. Verblijfplaatsen zijn hier niet waarschijnlijk maar ook niet geheel uit te sluiten. Vlieg- en foerageerroutes Een belang van het plangebied voor vlieg- en foerageerroutes is uit te sluiten vanwege het open karakter van het erf en de omgeving, en het ontbreken van opgaande begroeiing.
Quickscan Wnb, Nijverdalseweg 52-54 Mariënheem
9
Effecten op vleermuizen zijn niet uit te sluiten wat betreft gebouw 4 en in mindere mate gebouw 2. Hoewel niet heel waarschijnlijk kunnen hierin verblijfplaatsen voorkomen die verloren gaan door de sloop. Verder kan verstoring en sterfte optreden door de sloop. 4.4 Vogels
Alle inheemse broedvogels zijn beschermd. De Wnb maakt onderscheid tussen vogels zonder en met vaste broedplaatsen. Van vogels zonder vaste broedplaats zijn alleen de broedsels beschermd en niet het leefgebied. Van vogels met een vaste broedplaats is naast de broedplaats (jaarrond) ook het functionele leefgebied beschermd. Door de openheid van het erf zijn nauwelijks broedvogels op het buitenterrein te verwachten. Op plaatsen met veel ruigte en opslag kunnen soorten als winterkoning en roodborst tot broeden komen. Een aantal gebouwen is geschikt voor soorten als witte kwikstaart, spreeuw en holenduif. Het gaat om de betrekkelijk toegankelijke gebouwen 1 – 6. De gebouwen 7 – 10 bieden geen potentiële nestplaatsen voor broedvogels. Wat de broedvogels met vaste nestplaatsen betreft is het erf kenmerkend voor steenuil, kerkuil, huismus en boerenzwaluw. Op de zolder van gebouw 3 zijn oudere braakballen van kerkuil aangetroffen maar geen kerkuilen of verse braakballen. Bij de dakrand aan de zuidoosthoek van gebouw 2 waren langgerekte mestsporen op de gevel aanwezig die mogelijk aan kerkuil zijn toe te schrijven. Op grond van de sporen is niet met zekerheid te zeggen of op het erf een nestplaats aanwezig is. In de NDFF is meerdere malen een roepende steenuil vermeld op en bij gebouw 6.
Er zijn geen sporen van steenuil aangetroffen maar die zijn bij deze soort niet altijd duidelijk aanwezig. Gebouw 2, 5 en 6 lijken potentieel geschikt als nestplaats voor deze steenuil vanwege de complexe constructie met veel nissen (geb. 2) of de toegankelijke ruimte onder het dak (geb. 5 & 6). Op het erf waren geen huismussen aanwezig. De locatie is matig geschikt als nestplaats vanwege de enkelwandige daken, afgesloten dubbelwandige daken of te open dubbelwandige daken waar de nesten gevoelig zijn voor predatie. Verder is het dak van de woning grotendeels bedekt met ongeschikte metalen profielplaten. Op de balken van enkelwandige daken zijn geen oude nesten aangetroffen maar op de zolder van gebouw 3 waren enkele nesten aanwezig die mogelijk van huismus waren. Omdat de locatie leeg staat is de aanwezigheid van nestplaatsen van huismus minder waarschijnlijk maar ook niet geheel uit te sluiten. In gebouw 3 waren in de stal enkele nesten van boerenzwaluw aanwezig. Het is niet bekend of de nesten van recente datum waren. Door de sloop van de gebouwen kunnen broedsels verstoord raken en vaste nestplaatsen van kerkuil, steenuil, huismus en boerenzwaluw vernietigd worden.
Quickscan Wnb, Nijverdalseweg 52-54 Mariënheem
10
Figuur 11. ZO-hoek gebouw 2 met mogelijke mestsporen van kerkuil.
Figuur 12. Braakballen en mestsporen van kerkuil op de zolder van gebouw 3.
Figuur 13 - 14. Gebouw 3 met boerenzwaluwnest (l) en mogelijk huismussennest.
Quickscan Wnb, Nijverdalseweg 52-54 Mariënheem
11
4.5 Amfibieën
Alle soorten amfibieën zijn in meer of mindere mate beschermd. Het plangebied ligt in een open agrarisch gebied zonder sloten en het open terrein zelf is grotendeels verhard. Als leefgebied voor amfibieën is plangebied ongeschikt. Een negatief effect op amfibieën is uitgesloten.
4.6 Reptielen
Het plangebied is grotendeels verhard en wordt omringd door een open, regulier agrarisch gebied. Als leefgebied voor reptielen is het ongeschikt. Een negatief effect op reptielen is uitgesloten.
4.7 Vissen
In en rond het plangebied komt geen oppervlaktewater voor. Een negatief effect op vissen in het algemeen is uitgesloten.
4.8 Ongewervelden
De beschermde soorten ongewervelden zijn gebonden aan zeer specifieke habitats. Het plangebied komt voor geen van de beschermde soorten overeen met hun habitat. Deze soortgroep is daarom in zijn geheel uit te sluiten. Een negatief effect op ongewervelden is uitgesloten.
4.9 Samenvatting
Het plangebied ligt niet in beschermde natuurgebieden. Een effect op natuurgebieden in de omgeving is uitgesloten (stikstofdepositie is niet beoordeeld). In het plangebied is het voorkomen van algemene, kleine zoogdieren mogelijk waarvoor een algemene vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ingrepen. Gebouw 2 en 4 zijn tot op zekere hoogte geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. In ruigte en gebouwen 1 - 6 kunnen vogels zonder vaste nestplaats tot broeden komen. In gebouw 2 – 6 kunnen vaste nestplaatsen van kerkuil, steenuil, huismus of boerenzwaluw aanwezig zijn. Gebouwen 7 – 10 zijn ongeschikt als verblijfplaats voor beschermde fauna. Van de overige soortgroepen is de aanwezigheid van beschermde soorten uit te sluiten of het plan heeft geen negatieve effecten op deze soorten.
Quickscan Wnb, Nijverdalseweg 52-54 Mariënheem
12
Tabel 1: Beschermde soorten die binnen de planlocatie worden verwacht op basis van bestaande gegevens en het veldbezoek. SOORTGROEP
TOELICHTING
BESCHERMDE SOORTEN GEEN
Planten
WNB
HR
VR
X
Zoogdieren
Algemene soorten
Vleermuizen
Verblijfplaatsen
Alg. ontheffing Potentieel gebouw 2 + 4
Vleermuizen
Foerageergebied
X
Vleermuizen
Vliegroutes
X
Broedvogels
Zonder vaste nestplaats
Broedvogels
Met vaste nestplaats
Mogelijk Potentieel kerkuil, steenuil, huismus en boerenzwaluw
Amfibieën
Algemene soorten
X
Reptielen
X
Vissen
X
Ongewervelden
X
Quickscan Wnb, Nijverdalseweg 52-54 Mariënheem
13
5
Conclusies
5.1 Beschermde gebieden
Het plangebied ligt niet in of in de directe omgeving van beschermde natuurgebieden. Op grond van de kleine schaal van het plan en de toekomstige bestemming is een negatief effect op beschermde natuurgebieden uit te sluiten. De toetsing van het plan aan het stikstofbeleid valt buiten het kader van dit onderzoek.
5.2 Beschermde soorten
Kleine zoogdieren (nationale soorten Wnb, art. 3.10) Door de werkzaamheden kan verstoring en sterfte van kleine zoogdieren optreden. Voor een aantal van de nationaal beschermde soorten geldt afhankelijk van de provincie een vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen. In provincie Overijssel geldt deze vrijstelling voor alle te verwachte soorten. Aanvullende maatregelen zijn voor deze soorten niet noodzakelijk. Vleermuizen (Wnb-Habitatrichtlijn, art. 3.5) Door de sloop kan verstoring, sterfte en verlies van verblijfplaatsen optreden. Daarom dient een nader onderzoek plaats te vinden naar de functie van gebouw 2 en 4 voor vleermuizen. Het onderzoek naar verblijfplaatsen moet gebeuren in de periode 15 mei – 15 juli en 15 augustus – 30 september. Broedvogels zonder vaste nestplaatsen (Wnb-Vogelrichtlijn, art. 3.1) In ruigte en gebouwen 1 - 6 is het voorkomen van broedsels mogelijk. Bij werkzaamheden tijdens het broedseizoen kan sterfte en verstoring van broedsels optreden. Daarom dienen deze ingrepen buiten het broedseizoen plaats te vinden. De piek van het broedseizoen beslaat de periode van 15 maart tot 15 juli, maar eerdere en vooral latere broedgevallen zijn mogelijk. In de periode van 1 september tot 1 maart is de kans op broedgevallen gering. Broedvogels met vaste nestplaatsen (Wnb-Vogelrichtlijn, art.
3.1) Mogelijk zijn in gebouwen 2 – 6 vaste nestplaatsen aanwezig van kerkuil, steenuil, huismus of boerenzwaluw. Door het plan verdwijnen deze nestplaatsen. Daarom dient aanvullend onderzoek plaats te vinden naar de functies die de locatie voor deze soorten heeft.
Quickscan Wnb, Nijverdalseweg 52-54 Mariënheem
14
Tabel 2. Maatregelen en vervolgacties n.a.v. quick scan Soortgroep
Soort
Maatregel/vervolgactie
Planten
Alle
¾
Vleermuizen
Alle
Nader onderzoek in de periode 15 mei-15 jul + 15 aug-30 sep
Zoogdieren
Alle
¾
Vogels zonder vaste
Alle
Werkzaamheden uitvoeren buiten de periode (1 mrt) 15 maart – 15 juli
verblijfplaats
(1 sep)
Vogels met vaste verblijfplaats
Alle
Nader onderzoek naar kerkuil, steenuil, huismus en boerenzwaluw
Amfibieën
Alle
¾
Reptielen
Alle
¾
Vissen
Alle
¾
Ongewervelden
Alle
¾
Quickscan Wnb, Nijverdalseweg 52-54 Mariënheem
15
Bronnen www.ndff.nl www.overijssel.nl
Quickscan Wnb, Nijverdalseweg 52-54 Mariënheem
16
Bijlage I
Wettelijk kader en beleidskader
De toets is gericht op de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden. De bescherming is in de wet geregeld middels de Wet natuurbescherming. De gebiedsbescherming die voortkomt uit het beleid uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de provinciale structuurvisies en verordeningen (NNN/EHS) neemt een aparte positie in. Wet natuurbescherming
De Wet natuurbescherming (Wnb) verenigt of vervangt verschillende wetten en verdragen op het gebied van bos- en natuurbescherming, te weten: • • • •
Voormalige Flora- en Faunawet Europese Vogelrichtlijn Europese Habitatrichtlijn, Verdrag van Bonn en Verdrag van Bern Voormalige Boswet
Activiteiten mogen niet leiden tot een overtreding van de verbodsbepalingen. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: • •
•
Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geen voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.
De Wnb kent verschillende beschermingsregimes voor nationaal beschermde soorten, Vogelrichtlijnsoorten en Habitatrichtlijnsoorten. Elk van deze drie beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten en belangen voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de verbodsbepalingen die relevant zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen en dergelijke. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.1 lid 2 Art 3.5 lid 4 Het is verboden opzettelijk nesten, Het is verboden de rustplaatsen en eieren van vogels voortplantingsplaat- sen of te vernielen of te beschadigen, of rustplaatsen van dieren te nesten van vogels weg te nemen. beschadigen of te vernielen. Art 3.1 lid 3 Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en Het is verboden eieren van
Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wnb Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Niet van toepassing
deze onder zich te hebben.
dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Niet van toepassing. Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Niet van toepassing.
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Vrijstelling In sommige gevallen geldt voor een handeling die gevolgen heeft voor een soort een vrijstelling. Vormen van vrijstellingen zijn het toepassen van een gedragscode, een programmatische aanpak, een provinciale verordening en een ministeriele regeling. Zorgplicht De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leef- omgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Bevoegd gezag De provincie waarin een handeling plaatsvindt is in principe verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wnb. In een aantal gevallen is de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland namens het Rijk verantwoordelijk. Het gaat om zaken van nationaal of provincie-overschrijdend belang, zoals Rijkswegen, -wateren en militaire activiteiten. Rode lijst
Een Rode Lijst bevat een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Dit wordt bepaald op basis van zeldzaamheid en/of negatieve trend. De lijsten worden periodiek vastgesteld door de minister van EZ. Rode lijsten hebben geen juridische status. Als een soort op de lijst komt, is deze niet automatisch beschermd. Daarvoor moet de soort worden aangewezen onder de Wnb. De Rode lijsten helpen daarbij. Deze lijsten worden ook gebruikt om te toetsen of de beleidsdoelen over biodiversiteit worden gehaald (www.rijksoverheid.nl).
NNN/EHS
Het Nationale Natuurnetwerk (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur EHS) is een netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden in Nederland. De EHS is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De juridische borging van de nationale ruimtelijke belangen die in de SVIR worden aangewezen vindt plaats via het
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De rijkslijn zoals verwoord in het SVIR en Barro is dat er bij EHS geen sprake is van externe werking. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Zij wijzen in hun structuurvisie of verordening de gebieden aan die onder het NNN vallen. In of in de nabijheid van een NNN-gebied geldt het 'nee, tenzij'-principe: nieuwe plannen of projecten zijn niet toegestaan als ze de wezenlijke (potentiële)waarden en kenmerken van het NNN-gebied significant aantasten, tenzij er sprake is van redenen van groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn. De schade dient in dat geval door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt te worden. De restschade dient te worden gecompenseerd. De planologische bescherming van het NNN vindt plaats in op basis van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen bestemmingsplannen.