Bijlage 4 Landschappelijk inpassingsplan
Tekst van het document
Deelgebied Zonneveld 3
Doorsnede H - H’
H H’
H
H’ Tracker
schaal: 1:100, formaat: A3 Energielandgoed Raalte | 2025-05-13
IAA Architecten
49
4 - Het inrichtingsplan
Deelgebied Zonneveld 3
Doorsnede K - K’
Bestaande bomenrijen (blijft gehandhaafd)
K’
K
schaal: 1:200, formaat: A3 Energielandgoed Raalte | 2025-05-13
IAA Architecten
50
4 - Het inrichtingsplan
Deelgebied Zonneveld 3
Doorsnede S - S’
S
Bestaande bomenrij (blijft gehandhaafd)
S
S’
S’
schaal: 1:100, formaat: A3 Energielandgoed Raalte | 2025-05-13
IAA Architecten
51
4 - Het inrichtingsplan Een voorbeeld van een impressie
Energielandgoed Raalte | 2025-05-13
IAA Architecten
52
5 - Beplanting Voor de aanplant en het beheer van de beplanting wordt gerekend op de deskundigheid van een professionele hovenier, bij voorkeur een lokale partij met kennis van de omgeving. Binnen de gestelde richtlijnen krijgt de hovenier de ruimte om de aanplant en het onderhoud naar eigen inzicht en vakmanschap vorm te geven. Waarbij de hoeveelheid, de wijze van aanbrengen van beplanting en hoeveelheid beschermende maatregelen, ls het gebruik van boompalen, steunbanden en watergeefvoorzieningen, om het nieuwe groen te laten aanslaan worden gevolgd. Indien de aanplant desondanks niet aanslaat, zal betreffende vegetatie vervangen/herplant worden. Voor een nadere toelichting en uitgebreide beschrijving van de aanplant en het onderhoud wordt verwezen naar document B7: Natuurinclusief Beheerplan. Hoewel het uiteindelijke plant- en beheerplan door een hovenier wordt vormgegeven, wordt een eerste indicatieve aanzet voor het beplantingsplan gegeven per landschapselement. In dit plan worden de plantafstanden nauwkeurig aangegeven, zowel de hoogte van nieuw te planten beplanting, afstand tussen de individuele bomen (boomvormers) en struiken (struikvormers) als de afstand tussen de verschillende plant- of boomrijen. Ook wordt per landschapselement het aantal benodigde rijen benoemd.
Waar mogelijk wordt verder gespecificeerd uit welke verhoudingen het landschapselement is opgebouwd, bijvoorbeeld welk percentage bestaat uit bomen en welk deel uit struiken. Voor de delen waar kruidenrijk grasland wordt ingezaaid, worden de plannen voorzien van infobladen waarop de samenstelling van de mengsels, de zaaimethode en het beheer beschreven staan. Voor de landschapselementen; houtsingel, bomenrij, knotwilgen, struweel, wintergroeneen patrijzenhaag is een schatting gemaakt hoeveel boom- en struikvormers benodigd zijn om aan te planten, ingedeeld per veld. Dit is berekend op basis van de lengte van de landschapselementen. Voor de hoeveelheid zaad dat benodigd is voor het inzaaien van de keverbanken is de geschatte oppervlakte als maatstaf genomen. Het inzaaien van het kruidenrijke grasland wordt vleksgewijs uitgevoerd. Onderhoud snoeiwerk Het onderhoud van het snoeiwerk is gericht op een optimale balans tussen functioneel gebruik en ecologische waarde. De landschapselementen worden dusdanig teruggesnoeid dat er voldoende ruimte blijft voor maximale zonopwekking binnen de panelenvelden, zonder dat er sprake is van schaduwwerking die het rendement belemmert. De aangegeven maten voor de snoeihoogte en breedte van de landschapselementen zijn gegeven in de doorsneden en dienen als richtlijn.
Aanvullend zijn in de beplantingslijst de maximale hoogte van de beplanting weergeven. Het beheer en snoeiwerk zal hierop worden afgestemd, met voldoende ruimte voor professionele interpretatie op basis van de situatie ter plaatse. Tegelijkertijd wordt het onderhoud uitgevoerd met het oog voor de biodiversiteit: de structuur, gelaagdheid en samenstelling van de beplanting blijven behouden, zodat flora en fauna die afhankelijk zijn van deze elementen kunnen blijven profiteren. Door gericht en zorgvuldig snoeien worden zowel de technische als de ecologische functies van het landschap duurzaam geborgd.
Energielandgoed Raalte | 2025-05-13
Plantwijze Houtsingel Een houtsingel wordt aangeplant in rijen, met als richtlijn minimaal drie plantrijen. Dit zorgt voor een minimale breedte van ongeveer 5 tot 6 meter. De aanplant bestaat voornamelijk uit bosplantsoen. De boomvormers worden aangeplant in de middelste rij, terwijl de struikvormers aan de buitenste randen van de singel geplaatst worden. Op deze manier ontstaat een structuur waarbij de bomen de ruggengraat vormen en de struiken zorgen voor dichtheid en dekking aan de zijkanten. Voor de aanplant wordt vaak gekozen voor 2-jarig bosplantsoen met de maat 60-80 cm hoogte. De plantafstand bedraagt bij voorkeur 1,5 meter tussen de rijen en ook 1,5 meter tussen de planten binnen één rij. Boomvormers worden niet op elke meter geplant, maar om de 10 tot 20 meter, zodat ze kunnen uitgroeien zonder elkaar te beconcurreren. Dit is afhankelijk van de boomhoogte. De richtlijn voor de onderlinge afstand tussen bomen (h.o.h.) kan worden bepaald op basis van de volgende afstanden: Bomen van de 1e grootte: 12,00 -15,00 m (boom wordt groter dan 12m hoog) Bomen van de 2e grootte: 8,00 -10,00 m (boomgrootte is tussen dan 6 – 12m) Bomen van de 3e grootte: 6,00 - 8,00 m (boomgrootte is kleiner dan 6m) Struikvormers worden juist dichter op elkaar geplant (1,5 meter) voor een volle onderlaag. Plant de struikvormers aan in groepen van minstens 5-7 stuks per soort.
Op die manier voorkom je dat langzaam groeiende soorten worden overgroeid door snel groeiende soorten. Geschat aantal te planten Veld 1 ca. 80 meter Bomen: om 12 meter (80 : 12 = 6,66) worden ca. 7 bomen aangeplant om 15 meter (80 : 15 = 5,33) worden ca. 5 bomen aangeplant Struiken: (80 : 1,5 = 53,33) x 2 = 106,66) voor beide zijden van de boomvormers zijn ca. 100 - 110 struiken Uitgaande van het planten van bomen van de 1e grootte worden er tussen de 5 en 7 bomen aangeplant, aangevuld met ca. 100 -110 struikvormers.
IAA Architecten
53
5 - Beplanting Bomenrij
Struweel / Wintergroene haag
Bij een bomenrij wordt één strook met boomvormers aangeplant. Bij het aanbrengen van een nieuwe boomvormers moet rekening worden gehouden met de volgende onderlinge (h.o.h.) afstand;
Voor het aanplanten van struweel en een wintergroene haag kan er geplant worden met een enkele rij struikvormers óf minstens twee rijen struikvormers. Afhankelijk van de keuze wordt de haag robuuster. Voor de aanplant van struweel wordt vaak gekozen voor 2-jarig bosplantsoen met de maat 60-80 cm hoogte.
Bomen van de 1e grootte: 12,00 -15,00 m (boom wordt groter dan 12m hoog) Bomen van de 2e grootte: 8,00 -10,00 m (boomgrootte is tussen dan 6 – 12m) Bomen van de 3e grootte: 6,00 - 8,00 m (boomgrootte is kleiner dan 6m) Bij het aanplanten van een nieuwe boom in een bomenrij wordt doorgaans gekozen voor een boom met een stamomtrek van 12-14 cm, gemeten op 1 meter hoogte. Deze maat komt overeen met een boomhoogte van ongeveer 3,5 tot 4,0 meter bij levering. Deze maatvoering biedt een goede balans tussen landschappelijke impact en een succesvolle hergroei. Veld 2 Aansluitend op de bestaande boomhoogte (> 12m) wordt de nieuwe bomenrij aangeplant met gelijke boomhoogte, dus met bomen van de 1e grootte. ca. 175 meter Bomen: om 12 meter (175 : 12 = 14,60) worden ca. 15 bomen aangeplant om 15 meter (175 : 15 = 11,66) worden ca. 12 bomen aangeplant Uitgaande van het planten van bomen van de 1e grootte worden er tussen de 12 en 15 nieuwe bomen aangeplant.
Knotwilgen Het aanplanten van knotwilgen is eenvoudig. Voor de aanplant van wilgen is een staak (een tak) van een bestaande knotboom voldoende. Een staak wordt vaak met een maat van 250-300 cm hoogte aangeplant en heeft een doorsnede van ca. 5 cm. De onderkant van de bast dien je gedeeltelijk te schillen. Dit betreft de eerste meter van de onderkant. Het gat voor de staak kun je boren met een grondboor. Ook kun je kiezen voor het graven van een plantgat. Vervolgens kun je de staak ongeveer 1 meter in de grond steken. Verwijder de takken van de zijkant van de staak en knot de staak op minimaal 2 meter hoogte boven het maaiveld. Plant de staken minstens 3 meter uit elkaar, een afstand van 6 meter uit elkaar is landschappelijk het beste. Het is niet noodzakelijk om de knotwilgen in een strak rechte lijn aan te planten; een licht golvende of speelsere opstelling past beter in het landschap. Veld 1: ca. 185 meter om de 6 meter (185 : 3 = 30,83) worden ca. 31 knotwilgen aangeplant Veld 2: ca. 200 meter
enkele rij Voor een smalle strook struweel of wintergroene haag wordt een enkele rij struikvormers aangeplant, voorzien van 2 struiken per strekkende meter. minimaal twee plantenrijen Voor de een brede strook struweel of wintergroene haag worden minimaal twee rijen struikvormers aangeplant. Per strekkende meter worden in totaal vier struiken toegepast. De afstand tussen de rijen bedraagt bij voorkeur maximaal 1 meter, afhankelijk van de gewenste dichtheid en de beschikbare ruimte. Deze haag krijgt een vrij uitgroeiend karakter, wat betekent dat de planten zonder strakke snoei mogen uitgroeien tot hun natuurlijke vorm. Bij volledige uitgroei kan de haag een breedte bereiken van circa drie meter, al is dit mede afhankelijk van het gekozen plantmateriaal en het toegepaste beheer. Struweel Veld 1: ca. 660 meter Bij twee struiken per strekkende meter (660 x 2 = ) worden ca. 1320 struikvormers aangeplant Veld 2: ca. 150 meter Bij twee struiken per strekkende meter (150 x 2 = ) worden ca. 300 struikvormers aangeplant Veld 3: Voor de berekening van de hoeveelheid struweel voor in de oostwesterlijke L (65) x b (50) hoek in het perceel is uitgegaan van een rijafstand van 1 meter. Op de strook van 50 bij 65 meter worden struweelrijen aangelegd met een tussenafstand van 1 meter. Dit levert 50 rijen op, elk 65 meter lang.
Bij een plantdichtheid van 2 struiken per strekkende meter worden per rij 130 struiken geplant, wat neerkomt op een totaal van 6.500 struiken. Gecombineerd met de overige meters struikvormers is het; ca. 3250 meter x 2 = ca. 6500 struikvormers Het totaal aantal struikvormers voor het aanplanten van het struweel bedraagd ca. 8120 struikvormers.
om de 6 meter (200 : 6 = 33,33 ) worden ca. 33 knotwilgen aangeplant
Energielandgoed Raalte | 2025-05-13
IAA Architecten
54
5 - Beplanting Wintergroene haag Veld 2: ca. 475 meter Bij twee struiken per strekkende meter (475 x 2 = ) worden ca. 950 struikvormers aangeplant
Patrijzenhaag Voor het ontwikkelen van een dichte patrijzenhaag is de aanplant van 1 rij met bosplantsoen voldoende, meer rijen mag ook. Per strekkende meter kun je 4 stuks bosplantsoen aanplanten. Voor de aanplant van een patijzenhaag wordt vaak gekozen voor 2-jarig bosplantsoen met de maat 60-80 cm. hoogte. Veld 1: ca. 300 meter Bij vier struiken per strekkende meter (300 x 4 = ) worden ca. 1200 struikvormers aangeplant Veld 2: ca. 185 meter Bij vier struiken per strekkende meter (185 x 4 = ) worden ca. 740 struikvormers aangeplant Veld 3: ca. 300 meter Bij vier struiken per strekkende meter (575 x 4 = ) worden ca. 2300 struikvormers aangeplant Het totaal aantal struikvormers voor het aanplanten van de patrijzenhaag bedraagd ca. 4240 struikvormers.
Keverbank Een keverbank is een verhoogde strook akkerland begroeid met ruige grassen en kruiden. Deze strook ligt een halve meter hoger dan de omliggende grond en is drie meter breed. De zaaidichtheid bedraagd 12,5 kilo per hectare. Veld 1: ca. 200 meter 200 x 3 m brede keverbank = 600 m2 Veld 2: ca. 130 meter 130 x 3 m brede keverbank = 390 m2
Veld 3: ca. 475 meter 475 x 3 m brede keverbank = 1425 m2 Totaal 2415 m2 / 0,2415 hectare 0,2415×12,5=3,01875 kilo Er is dus ongeveer 3 kilo zaad nodig voor 2415 m² bij een zaaidichtheid van 12,5 kilo per hectare.
Kruidenrijk grasland Het kruidenrijk grasland buiten het hekwerk wordt ingezaaid vanaf het hekwerk tot aan de projectgrens. Op veld 2 en 3 valt aan de noordoostzijde richting het spoor, de projectgrens samen met de perceelsgrens. De bestaande bomenrijen, die het spoor scheidt van het projectgebied, liggen buiten de projectgrens. Hierdoor worden er in alle velden geen bomen gerooid en kan het kruidenrijk grasland in veld 2 volledig worden ingezaaid tot aan de grens van het perceel. Voor het inzaaien van beide kruidenrijke graslandmengsels wordt, op advies van ir. F.F. van der Zee (Wageningen University & Research), 15% van de aangeduide oppervlakte vlekgewijs ingezaaid. Hierbij wordt een norm 1,5 gram per m2 of 15 kilo per ha gehanteerd. Zo zal door de jaren heen het kruidenrijke grasland op natuurlijke wijze verder uitbreiden, waarbij de kruiden zich via zaadverspreiding verspreiden naar omliggende delen. Veld 1: Binnen hekwerk ca. 7,3 ha Buiten hekwerk ca. 0,7 ha Veld 2: Binnen hekwerk ca. 7,2 ha Buiten hekwerk ca. 1,25 ha Veld 3 scenario 1 Binnen hekwerk ca. 5 ha Buiten hekwerk ca. 0,27 ha Veld 3 scenario 2 Binnen hekwerk ca. 5 ha Buiten hekwerk ca. 4,2 ha Binnen hekwerk 7,3 + 7,2 + 5 ha = 19,5 hectare. 15% van 19,5 = 2,925 hectare. x 15 kilo per hectare = 43,88, ofwel 44 kilo zaad Buiten hekwerk scenario 1: 0,7 + 1,25 + 0,27 = 2,22 hectare 15% van 2,22 = 0,33 hectare.
x 15 kilo per hectare = 4,995, ofwel 5 kilo zaad scenario 2: 0,7 + 1,25 + 4,2 = 6,15 hectare 15% van 6,15 = 0,923 hectare. x 15 kilo per hectare =13,85 ofwel 13,9 kilo zaad Er is dus ca. 45 kilo zaad nodig voor het inzaaien van kruidenrijk grasland binnen het hekwerk. Voor buiten het hekwerk is het afhankelijk van welk scenario uitgevoerd wordt; voor scenario 1 is het ca. 5 kilo zaad en voor scenario 2 is het ca. 14 kilo zaad.
Energielandgoed Raalte | 2025-05-13
IAA Architecten
55
5 - Beplanting
ken
Energielandgoed Raalte | 2025-05-13
IAA Architecten
56
5 - Beplanting
Zaaidichtheid 12,5 kilo per hectare
Energielandgoed Raalte | 2025-05-13
IAA Architecten
57
5 - Beplanting
Energielandgoed Raalte | 2025-05-13
IAA Architecten
58
E
streekeigen beplanting, waaronder struweelvormers, besdragende struiken en/of fruitsoorten. Aan weerszijde van de haag ligt een ruige, brede strook met een vegetatie van grassen en kruiden die niet gemaaid wordt. De totale breedte van een patrijzenhaag kan tot zes meter uitgroeien.
5 - Beplanting Impressie van een patrijzenhaag
VOORBEELD SAMENSTELLING VAN EEN PATRIJZENHAAG Eenstijlige meidoorn
Het plantverbandCrataegus is één rijmonogyna met vier struiken per strekkende meter
Veldesdoorn Acer campestre
Rode kornoelje Cornus sanguinea
Nederlandse naam
Latijnse naam
Aandeel
Eenstijlige meidoorn
Crataegus monogyna
30%
Bosroos
Rosa arvensis
20%
Rode kornoelje
Cornus sanguinea
15%
Mispel
Mespilus germanica
Veldesdoorn
Acer campestre
Liguster*
Ligustrum vulgare
WAAROM Patrijzenhagen hebben takken die als een paraplu boven de grond hangen, waardoor ze veel dekking en nestgelegenheid voor patrijzen bieden. Ook de ruige grasstroken aan weerszijden van de haag bieden dekking en nestgelegenheid. De bloeiende en besdragende struiken en kruiden trekken ook tal van andere vogelsoorten aan. Ook lokken ze bijen, vlinders en allerlei nuttige insecten die kunnen bijdragen aan bestuiving en het onderdrukken van plagen in landbouwgewassen. Kardinaalsmuts Euonymus europaeus
Wilde 5% Liguster Ligustrum vulgare
Gelderse roos Viburnum opulus
10%
20%* 100%
* giftig, dus niet toepassen waar paarden worden geweid
AANLEG 1. Een patrijzenhaag is een manier om begrenzingen van een perceel te markeren. 2. Aanplant in de herfst geeft de grootste slagingskans. 3. Een patrijzenhaag bestaat bij voorkeur uit streekeigen soorten, gebaseerd op inheems plantmateriaal. De samenstelling kan worden aangepast per streek. Houd daarbij wel rekening met de gewenste groeivorm en hoogte van de haag.
Energielandgoed Raalte | 2025-05-13
Patrijzenhaag Jochem Sloothaak
Andere mogelijke soorten zijn kardinaalsmuts* (Euonymus europaeus) of gelderse roos (Viburnum opulus). Soorten zoals hondsroos (Rosa canina) en sleedoorn (Prunus spinosa) worden ontraden omdat zij veel wortelopslag maken en gaan woekeren.
BEHEER De eerste twee jaar na aanplant moet de ondergroei van graskruiden enkele malen gemaaid worden om verstikking van de jonge struiken te voorkomen. Vanaf het derde jaar wordt onder de haag, over een breedte van minimaal vier meter, niet meer gemaaid of geklepeld om een ruige begroeiing van gras en kruiden te laten ontstaan. Vanaf dan mag de haag cyclisch worden gesnoeid: in jaar vier de ene kant, in jaar vijf niets doen, in jaar zes de andere kant. Hierdoor is er altijd een zijde die voldoende dekking biedt en vruchten draagt. Het snoeien moet minstens twintig centimeter vanaf de stam gebeuren. Na het planten duurt het vier tot zes jaar voordat een hoogte van twee meter bereikt wordt. Als de haag hoger wordt dan twee meter, moet hij worden teruggesnoeid naar één tot anderhalve meter hoogte. Aan beide zijden mag de patrijzenhaag uitgroeien tot een totale breedte van vier tot zes meter.
IAA Architecten
59
5 - Beplanting Impressie van een wintergroene haag
Hulst Ilex aquifolium
Beuken(haag) Fagus sylvatica
Taxus Taxus Baccata
Jeneverbes Juniperus communis
Wilde kamperfoelie Lonicera periclymenum Rode bosbes Vaccinium vitis-idaea
zomer winter
Energielandgoed Raalte | 2025-05-13
IAA Architecten
60
6 - Bijlagen
Cardamine pratensis
Lotus corniculatus var. corniculatus
Rumex acetosella
Prunella vulgaris
Trifolium repens
Scorzoneroides autumnalis
Veronica chamaedrys
Erodium cicutarium
Bellis perennis
Crepis capillaris
Trifolium pratense
Plantago lanceolata
6.1 Beplantingsplan Het infoblad geeft aan dat de gemiddelde hoogte van het mengsel 30cm bedraagt. Door het extensieve beheer wordt er tweemaal per jaar voor gezorgd dat de maximale hoogte 30cm is. Specificatietekst en infoblad M5 - Nectar onder het maaimes, bloemrijk gazon (https://www.cruydthoeck.nl/m5-nectar-onder-het-maaimes-losse-grammen)
Meerjarige bloemenmengsels voor diverse toepassingen
M5 - Nectar onder het maaimes, bloemrijk gazon Zonnige tot licht schaduwrijke plek
Bloeitijd april-oktober
Bloei vanaf het 2e jaar
Overwegend droge grond
Regelmatig maaien & afvoeren
Permanente invulling
Gem. 30 cm
Bijen & vlinders
Op vochthoudende grond kunnen grassen de overhand krijgen
Karakter Het M5-mengsel is ontwikkeld als alternatief voor een intensief gazon. Het biedt nectar aan insecten en is bestand tegen regelmatig maaien, waarna het snel weer in bloei komt. Het mengsel kan gecombineerd worden met een kleine hoeveelheid gazongraszaad. Afhankelijk van de maai-intensiteit ziet het mengsel er anders uit. Grondsoort Groeizame, niet te droge grond. Zaaidichtheid Zaai voor een ‘avontuurlijk grasveld’ 1-2 g/m2. Maximaal 1,5-2 g/m2 voor een publieksfunctie. Graszaden kunnen eventueel direct worden meegezaaid, of later toegevoegd (maximaal 1 g/m²). Zaai voor het meest bloemrijke resultaat geen graszaden mee. Zaaiperiode Jaarrond, maar bij voorkeur eind juli - oktober of februari - half april.
Soortenlijst M5-mengsel Bellis perennis
Madeliefje
Cardamine pratensis
Pinksterbloem
Crepis capillaris
Klein streepzaad
Erodium cicutarium
Gewone reigersbek
Hypochaeris radicata
Gewoon biggenkruid
Lotus corniculatus var.
Gewone rolklaver
corniculatus Medicago lupulina
Hopklaver
Plantago lanceolata
Smalle weegbree
Prunella vulgaris
Gewone brunel
Ranunculus repens
Kruipende boterbloem
Rumex acetosella
Schapenzuring
Scorzoneroides autumnalis
Vertakte leeuwentand
Trifolium dubium
Kleine klaver
Trifolium pratense
Rode klaver
Trifolium repens FG
Witte klaver
Veronica chamaedrys
Gewone ereprijs
Beheer Als intensief gazon (weinig bloei) iedere 1-2 weken maaien, het maaisel afvoeren. Als extensief gazon iedere 3-6 weken maaien, maaisel afvoeren, met name in de beginfase. Toepassingsmogelijkheden Tuinen, openbare ruimte en buitengebied (halfverharding, wadi’s, grasdaken, industrieterreinen). Tip! Wenst u een veld met Madeliefjes? Zaai dan Madeliefjes en pas intensief gazonbeheer toe. Meer weten of bestellen?
www.cruydthoeck.nl
Energielandgoed Raalte | 2025-05-13
2024 - 2025
IAA Architecten
61
6 - Bijlagen 6.1 Beplantingsplan Specificatietekst en infoblad WV Weidevogelgeluk voor boerenlandvogels (https://www.cruydthoeck.nl/wv-weidevogelgeluk-zakje-voor-15-25m2)
WV - Weidevogelgeluk voor boerenlandvogels Zonnige plek
Bloeitijd april-oktober
Bloei vanaf het 2e jaar
Periodiek vochtig
1-2 x per jaar maaien & afvoeren
Permanente invulling
Gem. 50 cm
Bijen, vlinders & vogels
Grondsoort Matig tot redelijk voedselrijke grond. Zaaidichtheid Gemiddeld 1 g/m2. Maximaal 1,5-2 g/m2 voor een publieksfunctie. Bij grote projecten is dunner zaaien (0,2-1 g/m2) een goede optie. Zaaiperiode Jaarrond, maar bij voorkeur eind juli - oktober (november) of februari - maart (half april). Beheer Jaarlijks één tot twee keer gefaseerd maaien en het maaisel afvoeren, te gebruiken als hooi. Toepassingsmogelijkheden Tuinen, openbare ruimte en buitengebied.
Soortenlijst WV-mengsel Achillea millefolium
Duizendblad
Cardamine pratensis
Pinksterbloem
Centaurea jacea
Knoopkruid
Crepis capillaris
Klein streepzaad
Hypochaeris radicata
Gewoon biggenkruid
Lathyrus pratensis
Veldlathyrus
Leucanthemum vulgare
Gewone margriet
Lotus corniculatus var.
Gewone rolklaver
Meerjarige bloemenmengsels voor specifieke toepassingen
Karakter Mengsel voor kruidenrijk grasland geschikt voor broedende weidevogels, met veel bloemen die insecten aantrekken. Daarnaast geschikt voor begrazing door of als hooiland voor hoevige dieren. Vanwege de klavers is het minder geschikt voor paarden. De eerste één tot twee jaar is de weide nog niet geschikt voor beweiding, omdat de planten zich eerst goed moeten vestigen.
corniculatus Lotus pedunculatus
Moerasrolklaver
Lythrum salicaria
Grote kattenstaart
Medicago lupulina
Hopklaver
Plantago lanceolata
Smalle weegbree
Prunella vulgaris
Gewone brunel
Ranunculus acris
Scherpe boterbloem
Rhinanthus angustifolius
Grote ratelaar
Rhinanthus minor
Kleine ratelaar
Rumex acetosa
Veldzuring
Rumex acetosella
Schapenzuring
Scorzoneroides autumnalis
Vertakte leeuwentand
Silene flos-cuculi
Echte koekoeksbloem
Taraxacum officinale
Paardenbloem
Trifolium dubium
Kleine klaver
Trifolium pratense
Rode klaver
Trifolium repens FG
Witte klaver
Vicia cracca
Vogelwikke
Meer weten of bestellen?
www.cruydthoeck.nl
Energielandgoed Raalte | 2025-05-13
2024 - 2025
IAA Architecten
62
6 - Bijlagen 6.2 Uitvoerbaarheid en eigendom Bij de omgevingsvergunningaanvraag van een zonnepark gaat het om een bouwwerk en niet om een gebouw, dus is een exploitatieplan niet vereist. Omdat uiteindelijk de baten ten goede komen aan de lokale gemeenschap is het van belang om de uitvoerbaarheid te onderbouwen: Dit initiatief beschikt over geldende afspraken met 4 zeer gemotiveerde landeigenaren. Naast het verhuren van de betreffende percelen voor een duurzame energieopwekking is er de intentie bij meerdere landeigenaren om zelf actief mee te investeren in het park. Biodiversiteit verbetering is noodzakelijk in Nederland, maar vormt een kostenpost en is daardoor in veel gevallen lastig uitvoerbaar. Enerzijds genereert dit project inkomsten uit duurzame energie terwijl door het toevoegen van biodiversiteit er vanuit de subsidie mogelijk een deel bekostigd wordt. Hierdoor wordt biodiversiteit uitvoerbaar. Alle capaciteit op het stroomnetwerk in Nederland is vrijwel gebruikt of gereserveerd. Overtuigd van de goede locatie, inpasbaarheid en de nationale alsook gemeentelijke verduurzamingambitie, heeft het initiatief daarom al in 2019 bij netbeheerder Enexis een reservering en aanbetaling gedaan om te voorkomen dat mogelijk beschikbare capaciteit naar andere projecten/gemeentes zou verdwijnen.
Enexis zal een aansluiting realiseren op de zuidelijke locatie (veld 2) en in eigen beheer zullen daar de twee noordelijke parken op worden aangesloten. Er zijn afspraken met het waterschap, WDO Delta, gemaakt over het leggen van de benodigde kabels onder het onderhoudspad van de Hondemotswetering. Het park is landschappelijk zeer goed in te passen. Door het park op te splitsen in drie zonnevelden wordt de impact enerzijds verlaagd terwijl anderzijds op ieder deelpark er vegetatie wordt toegevoegd die eigenlijk een (deels) herstel van een grotendeels verloren gegaan coulisselandschap bewerkstelligen. Omdat de intentie daar is om veel meer toe te voegen dan nationaal gezien wordt als noodzakelijk zal biodiversiteit aanzienlijk verbeteren. Hoewel er door het coronavirus, de inval in Oekraïne en de geopolitiek gevolgen daarvan er even economische onzekerheden ten aanzien van de realisatie van het park waren, zien we inmiddels dat de markt voor zonnepanelen en omvormers weer stabiliseert. Dit gekoppeld aan de steeds grotere vraag naar duurzame energiebronnen maakt dat de economische uitvoerbaarheid als absoluut positief bestempeld kan worden. Endona is een energie coöperatie en heeft in die hoedanigheid als doel lokale duurzame energie op te wekken en de baten daarvan ten gunste te laten komen aan de lokale gemeenschap.
Een proactieve opstelling ten aanzien van communicatie met direct omwonenden alsook de lokale baten die voort zullen vloeien uit dit zonnepark zorgen dat het niet alleen economisch maar ook maatschappelijk uitvoerbaar is.
Energielandgoed Raalte | 2025-05-13
IAA Architecten
63