CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4. Ecologische quickscan

Raadsvergadering 6 april 2023, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Brinkweg 15 (van der Vechte) (bespreekstuk)3.952 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voor akkoord namens:

Voor gezien namens:

Plant4Tuin H. Adema

Valk Bouwontwikkeling B.V.

QuickScan Flora & Fauna voormalig tuincentrum van der Vechte Brinkweg 15, Heino

Auteur: H. Adema Gecontroleerd: H. Adema Datum 1e onderzoek: 23-07-2019 Datum 2e onderzoek: 15-04-2020 Datum 3e onderzoek: 21-01-2022 Documentnaam:

voormalig tuincentrum van der Vechte te Heino

QUICKSCAN VOORMALIG TUINCENTRUM VAN DER VECHTE TE HEINO

12351

INHOUD 1. 2. 3. 4.

3 3 5 5

4.1 5 4.1.1 4.1.2

5 5

4.2 6 4.3 7

5. 6.

7 7

6.1 VELDONDERZOEK 6.1 7 6.2 7 6.3 8 6.4 8 6.4.1 6.4.2 6.4.3

6

8 9 9

6.5 9 6.5.1 6.5.2

9 9

6.6 9

7. 10 8. 10 BIJLAGE 1: ALGEMENE HANDELSWIJZE BIJLAGE 2: ADVIES NAAR AANLEIDING VAN EEN QUICKSCAN BIJLAGE 3: LOGBOEK WAARNEMINGENFORMULIER BIJLAGE 4: BESCHERMDE SOORTEN VOORMALIGE FLORA- EN FAUNAWET BIJLAGE 5: Bijlage beeldmateriaal

10 11 12 13 23

Deze QuickScan heeft als doel er voor te zorgen dat bij uitvoering van de werkzaamheden op zorgvuldige wijze rekening gehouden wordt met de aanwezige waarden in het projectgebied die beschermd zijn in de wet Natuurbescherming. Degene die de werkzaamheden uitvoert, is verantwoordelijk voor het naleven van de randvoorwaarden uit dit rapport. Bij controle van het werk door bevoegd gezag moet dit protocol overhandigd worden. Bij vragen over het ecologisch werkprotocol en logboek kan contact opgenomen worden met de projectadviseur Groene Ruimte H. Adema, 06-53165554

Pagina 2/1

QUICKSCAN VOORMALIG TUINCENTRUM VAN DER VECHTE TE HEINO

12351

1. PROJECTGEGEVENS Projectnaam Projectnummer Versie Korte omschrijving van de werkzaamheden

Bomenkap Hengelo 12351 23-07-2019 / 15-04-2020 / 21-01-2022 Quickscan Flora & Fauna voormalig tuincentrum van der Vechte te Heino

Opdrachtgever Directie Gebiedsbeheerder Aannemer Projectleider Uitvoerder

Valk Bouwontwikkeling BV H. Valk n.v.t. Aannemersbedrijf Valk BV n.v.t. n.v.t.

Datum start werkzaamheden Datum afronding werkzaamheden

n.v.t.

Opgesteld door

H. Adema

2022

Pagina 3/1

QUICKSCAN VOORMALIG TUINCENTRUM VAN DER VECHTE TE HEINO

12351

2. INLEIDING Deze QuickScan is opgesteld door Plant4Tuin in het kader van het project “voormalig Tuincentrum van der Vechte te Heino”. Het project wordt uitgevoerd in opdracht van Valk Bouwontwikkeling B.V. Deze QuickScan omvat een omschrijving van de te verwachten beschermde flora en fauna met de daarbij behorende maatregelen. Het plangebied is gelegen in de zuidwestelijke deel van Heino Gemeente Raalte. Hierbij gaat het om het perceel gelegen aan de zuidzijde van het algemene begraafplaats aan de Rozendaelseweg en aan de noordzijde van de Stationsweg binnen een denkbeeldige driehoek met de Brinkweg. Het doel van deze rapportage is het in kaart brengen van de te verwachten effecten op beschermde soorten in en in de nabijheid van het plangebied. De risico’s met betrekking tot beschermde soorten worden in kaart gebracht in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998, Flora en faunawet, Nieuwe natuurbeschermingswet, de Boswet en het Nationaal Natuurnetwerk. In het voorliggende onderzoek vindt, ten behoeve van de onderbouwing van ruimtelijke planvorming, toetsing plaats aan de wet Natuurbescherming en gebiedsgerichte natuurbescherming.

Figuur 1 Plangebied

Pagina 4/1

QUICKSCAN VOORMALIG TUINCENTRUM VAN DER VECHTE TE HEINO

12351

3. VOORGENOMEN WERKZAAMHEDEN De voorgenomen werkzaamheden bestaan uit het woonrijp maken van het perceel van het voormalige tuincentrum van der Vechte, Brinkweg 15 te Heino. Het werk bestaat in hoofdzaak uit:

● ● ● ● ● ● ●

· · · · · · ·

het slopen van bestaande opstallen; het rooien van bomen, houtstruweel en hagen; re-used landschapselementen o.a. bestaande bomen circulair hergebruik van bestaande verhardingen en elementen; het opnemen en vervangen van infrastructuur; het uitvoeren van grondwerk voor cunetten en rioolsleuven; het aanleggen van kabels en leidingen incl. IT- en DWA-riool;

4. VOORONDERZOEK 4.1

EFFECTBEOORDELING BESCHERMDE GEBIEDEN 4.1.1 Natura 2000-gebieden

Met het onderdeel gebiedenbescherming worden binnen de Wet natuurbescherming de Natura 2000-gebieden beschermd. Voor alle gebieden gelden instandhoudingsdoelstellingen. De kern van de bescherming is dat deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar mogen worden gebracht. Het plangebied is niet gelegen in een Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn de Rijntakken (7km),Vecht en beneden reggegebied (10 km) en de Boetelerveld (5km). Door de tussenliggende afstand en aard en schaal van de werkzaamheden, kunnen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied worden uitgesloten. Een nadere toetsing is niet van toepassing.

Figuur 2 Natura 2000 gebieden

4.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. De provincies hebben hier soms een andere benaming voor. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Wanneer bij een ontwikkeling mogelijke effecten op het Natuurnetwerk denkbaar zijn, is het noodzakelijk een Natuurnetwerk-toetsing uit te voeren.

Pagina 5/1

QUICKSCAN VOORMALIG TUINCENTRUM VAN DER VECHTE TE HEINO

12351

Figuur 3 Natura Netwerk gebieden

Het plangebied is niet gelegen in het Natuurnetwerk Nederland. Door de tussenliggende afstand, aard en schaal van de werkzaamheden kunnen negatieve effecten op de wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk worden uitgesloten. Er is geen vermindering van areaal en een bestemmingsplanwijziging is aan de orde. Een nadere toetsing is niet van toepassing.

4.2

EFFECTBEOORDELING BESCHERMDE SOORTEN

• In het onderzoeksgebied is het voorkomen van de juridisch zwaarder beschermde soorten niet bekend. Daarnaast zijn geen laag beschermde soorten van tabel 1 en soorten van de Rode Lijst in het onderzoeksgebied en directe omgeving te verwachten; In verband met mogelijke stikstof-depositie adviseren we wel om een Aerius-berekening te laten maken. • Vaste verblijfplaatsen van vleermuizen zijn te verwachten in het onderzoeksgebied. • Verblijfplaatsen van overige juridisch zwaar beschermde grondgebonden zoogdieren worden op basis van veldonderzoek, terreinkenmerken en bekende verspreidingsgegevens niet verwacht. Diverse laag beschermde soorten van tabel 1 zijn wel aangetroffen/ te verwachten; • Verder zijn diverse algemeen voorkomende broedvogelsoorten in het onderzoeksgebied aanwezig en te verwachten; • Verblijfplaatsen van juridisch zwaarder beschermde amfibieën zijn niet aangetroffen en worden op basis van biotoopkenmerken en bekende verspreidingsgegevens ook niet in het onderzoeksgebied verwacht. Wel zijn diverse laag beschermde soorten van tabel 1 in het onderzoeksgebied en directe omgeving te verwachten; • Verblijfplaatsen van beschermde reptielen, ongewervelden en weekdieren zijn niet aangetroffen en worden op basis van biotoopkenmerken en bekende verspreidingsgegevens ook niet in het onderzoeksgebied verwacht.

Pagina 6/1

QUICKSCAN VOORMALIG TUINCENTRUM VAN DER VECHTE TE HEINO

12351

4.3

CONCLUSIE EN AANBEVELING

Het project heeft geen effecten op beschermde gebieden. Er zijn geen vervolgstappen ten aanzien van gebiedsgerichte bescherming nodig; • Aantasting van de vliegroute van vleermuizen dient voorkomen te worden door de werkzaamheden uit te voeren door lichtverstoring tot een minimum te beperken; Werkzaamheden die broedbiotopen van alle aanwezige vogels verstoren of beschadigen dienen te allen tijde te worden voorkomen. Dit is voor de meeste soorten mogelijk door gefaseerd te werken en de uitvoering in elk geval op te starten in de periode voor half maart en na eind juli of het onderzoeksgebied te controleren op broedende vogels en nesten binnen de invloedsfeer van de plannen. Voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd, maar is het van belang of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum.

5. STATUS, GEBRUIK EN MAATREGELEN Op de plaats van uitvoering dient altijd een exemplaar van de QuickScan aanwezig te zijn, waarvan de inhoud onder betrokken werknemers bekend is. Er dient aantoonbaar te worden gewerkt conform een aanvullende werkprotocol. In de praktijk betekent dit dat een logboek moet worden bijgehouden waarin de toegepaste mitigerende maatregelen worden beschreven (datum, verrichte handelingen en dergelijke) en in een kick-off met betrokkenen wordt besproken. De maatregelen en handelingen kunnen worden bijgehouden in het dagboek van de uitvoerder en in het logboek achterin dit document. Bevindingen van de dienstdoende ecoloog worden daaraan toegevoegd in de vorm van bondige notities en bezoekverslagen.

6. ONDERZOEKSRESULTATEN 6.1 VELDONDERZOEK In verband met het voorgenomen werkzaamheden aan het voormalige tuincentrum van der Vechte te Heino, is door Plant4Tuin een veldonderzoek verricht op 19-07-2019 naar vaste rust- en verblijfplaatsen van ontheffing plichtige soorten van flora en fauna. Tijdens dit onderzoek is er geconcludeerd dat een ingreep naar verwachting niet zal leiden tot verlies van leefgebied van enkele soorten van de wet Natuurbescherming. De werkzaamheden hebben geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat er voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft. Voor deze soorten geldt dan ook een vrijstelling. Conclusie is er dat er geen ontheffing wet Natuurbescherming noodzakelijk is.

6.1

MITIGERENDE MAATREGELEN

Tijdens het werk “bouwrijp maken voormalig tuincentrum van der Vechte te Heino” zal begeleiding plaats moeten vinden door H. Adema op aanwezigheid van beschermde soorten. Er mag vooralsnog aan de hand van het vooronderzoek geconcludeerd worden dat de werkzaamheden geen nadelige gevolgen hebben voor de functionaliteit van het leefgebied van flora & fauna. Op basis van de voorgaande QuickScan wordt geconcludeerd dat er mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn.

6.2

CALAMITEITEN EN DE WET NATUURBESCHERMING Wanneer een calamiteit optreedt is snel handelen vereist om negatieve gevolgen voor veiligheid of kwaliteit te voorkomen. In dit geval is er vaak weinig tijd of mogelijkheid om nadelige effecten van het handelen op (beschermde) flora en fauna te voorkomen. Het is niet te verwachten dat er verstoring of het doden van fauna en flora optreedt bij het werk “bouwrijp maken voormalig tuincentrum van der Vechte te Heino”. Om zeker te weten of de mitigerende maatregelen voldoende zijn kan een ontheffing aangevraagd worden bij de provincie waarin de ingreep plaatsvindt. Een afwijzingsbrief, die stelt dat geen ontheffing nodig is, ‘omdat

Pagina 7/1

QUICKSCAN VOORMALIG TUINCENTRUM VAN DER VECHTE TE HEINO

12351 als de voorgestelde maatregelen genomen worden er immers geen verboden overtreden worden’ geldt als goedkeuring van de voorgestelde maatregelen. Zijn de maatregelen niet voldoende, dan moeten deze aangepast worden. Als dat niet mogelijk is of wanneer compenserende maatregelen nodig zijn (bijvoorbeeld aanbieden van alternatieve verblijfplaatsen), is een ontheffing nodig. Deze wordt alleen verstrekt in geval van projecten waarbij sprake is van een groot openbaar belang.

6.3

FLORA

Op basis van de locatie, soortensamenstelling, bekende verspreidingsgegevens en expert judgement is echter wel een goede uitspraak te doen over de te verwachte soorten. Op basis van terreinkenmerken, bekende verspreidingsgegevens en landgebruik zijn geen overige juridisch zwaarder beschermde plantensoorten in het onderzoeksgebied te verwachten. Ook plantensoorten die beschermd zijn in de nieuwe Wet Natuurbescherming worden op basis van bekende verspreidingsgegevens en terreinkenmerken niet verwacht binnen het onderzoeksgebied. Voor laag beschermde plantensoorten (Wet Natuurbescherming) en soorten van de Rode Lijst geldt overigens bij ruimtelijke ingrepen automatisch vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wet Natuurbescherming. Ook zijn schade beperkende maatregelen juridisch gezien niet noodzakelijk.

6.4

ZOOGDIEREN 6.4.1 Vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuizen zijn strikt beschermd (Wet Natuurbescherming). Dit betekent dat verstoring of vernieling van verblijfplaatsen of het leefgebied (vliegroutes en foerageergebied) niet is toegestaan. 6.4.1.1 Vaste verblijfplaatsen In het onderzoeksgebied (woonhuis Fam. v.d. Vechte) zijn potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig. De woning van de Fam. v.d. Vecht staat in het plangebied en mogelijk vinden er noodzakelijke (ver)bouwwerkzaamheden plaats aan de woning en een melding ontheffing overtreding verbodsbepaling is mogelijk aan de orde. De waargenomen Gewone dwergvleermuis gebruikt de laan naar het erf om langs te vliegen. Deze bomen blijven behouden. Ook blijft het erf geschikt als foerageergebied voor de gewone dwergvleermuis. Wel dient rekening gehouden te worden met verlichting. In de huidige situatie is het erf slechts beperkt verlicht en in de toekomst zal de verlichting naar verwachting toenemen. Indien rekening wordt gehouden met verlichting worden negatieve effecten op de gewone dwergvleermuis niet verwacht. In de aanwezige bomen zijn geen potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen met holten of losse schors aangetroffen die kunnen dienen als vaste verblijfplaats voor boom bewonende vleermuizen.

Vervolgonderzoek ten aanzien van verblijfplaatsen van vleermuizen worden regelmatig onderzocht en geüpdatet.

Figuur 4 Woning Fam. v.d. Vechte

Pagina 8/1

QUICKSCAN VOORMALIG TUINCENTRUM VAN DER VECHTE TE HEINO

12351 6.4.1.2 Vliegroutes Het onderzoeksgebied ter plaatse van het plangebied is niet geschikt als vliegroute voor vleermuissoorten. 6.4.1.3 Foerageergebied Door de beperkte aanwezigheid van beplanting wordt het onderzoeksgebied mogelijk niet als foerageergebied gebruikt door diverse vleermuissoorten. Zodoende is er geen sprake van aantasting van foerageergebied. 6.4.2 Overige zwaarder beschermden zoogdieren Op basis van verspreidingsgegevens, terreinkenmerken en het uitgevoerde onderzoek worden in het onderzoeksgebied geen vaste verblijfplaatsen of onmisbare foerageergebieden verwacht van overige zwaarder (wet Natuurbescherming tabel 2 en 3) beschermde soorten als Waterspitsmuis, Veldspitsmuis, Steenmarter en Das. Het verblijf van de waargenomen eekhoorn bevindt zich op het algemene begraafplaats aan de Rozendaelseweg. Op willekeurige momenten zijn de eekhoorns te gast in het plangebied, op zoek naar voedsel. Hun biotoop bevindt zich echter in de oude eiken en beuken rondom de sportvelden, begraafplaats en langs de Rozendaelseweg.

6.4.3 Laag beschermde zoogdieren In het onderzoeksgebied zijn verblijfplaatsen van laag beschermde zoogdieren (wet Natuurbescherming tabel 1) als Konijn, Veldmuis en Mol aangetroffen en/of te verwachten. Bij de planrealisatie kunnen exemplaren en vaste verblijfplaatsen van enkele van deze algemene en laag beschermde soorten verloren gaan. Voor laag beschermde soorten geldt voor ruimtelijk ontwikkelingen automatisch een vrijstelling van de verbodsartikelen uit de wet Natuurbescherming , waardoor het nemen van vervolgstappen niet aan de orde is.

6.5

BROEDVOGELS Op basis van soort waarnemingen, biotoopeisen, terreinkenmerken, expert judgement en bekende ecologische principes is beoordeeld welke soorten aanwezig kunnen zijn in het onderzoeksgebied. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen algemeen voorkomende broedvogels en soorten met jaarrond beschermde nesten. 6.5.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten Voor een aantal broedvogelsoorten geldt dat de nestlocaties inclusief de functionele omgeving jaarrond beschermd zijn. Bij verstoring of vernieling van nesten of leefgebied moet voor deze soorten ook buiten het broedseizoen een ontheffing aangevraagd worden. Broedvogels met jaarrond beschermde nesten of belangrijke onmisbare foerageergebieden van deze soorten zijn niet in het onderzoeksgebied aangetroffen en worden gezien de terreingesteldheid ook niet verwacht. De aangetroffen spreeuwen nestelen onder de dakpannen van het woonhuis van de familie van der Vechte en de werkzaamheden binnen het plangebied zullen geen invloed hebben op het leefgebied van de spreeuw. 6.5.2 Overige broedvogels Voor alle inheemse vogelsoorten geldt echter een verbod op handelingen die soort, nesten, eieren of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen of verstoren.

Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. In het kader van de wet Natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Voor de meeste soorten kan de periode tussen half maart en eind juli worden aangehouden als broedseizoen. De planning voor het bouwrijp maken van het plangebied zal na juli starten. Tijdens de veldinventarisatie zijn er enkele broedvogels aangetroffen in het plangebied. Het betreft de winterkoning, koolmees, pimpelmees, zwartgekraagde roodstaart, merel, ekster, kauw, witte kwikstaart, houtduif, boomkruiper.

6.6

AMFIBIEËN Op basis van bekende verspreidingsgegevens, biotoopeisen en terreinkenmerken worden geen zwaarder beschermde amfibieënsoorten verwacht in het onderzoeksgebied, waardoor het nemen van vervolgstappen niet aan de orde is.

Pagina 9/1

QUICKSCAN VOORMALIG TUINCENTRUM VAN DER VECHTE TE HEINO

12351

7. CONCLUSIE Op de planlocaties is er door Plant4Tuin een natuuronderzoek uitgevoerd in de vorm van een QuickScan op beschermde planten en dieren. Aan de hand van de hierdoor verkregen gegevens is een goed beeld ontstaan van de waarde van de planlocatie voor beschermde dier- en plantsoorten. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten op vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde planten en dieren in het plangebied. Er is wel een aanvullend onderzoek noodzakelijk naar het foerageergebied van de vleermuizen en de geplande werkzaamheden omtrent het bouwrijp maken van het plangebied zal worden uitgevoerd onder begeleiding van een deskundige ecoloog.

Kader 1: Wie is een deskundige? Het Ministerie van Economische Zaken verstaat onder een deskundige een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soort specifieke ecologie. De ervaring en kennis dient te zijn opgedaan doordat de deskundige: - op HBO‐, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of - op MBO niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Flora‐ en faunawet, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of - als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals bijvoorbeeld een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of - zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied); en/of - zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of – bescherming.

8. RELEVANTE CONTACTGEGEVENS Onderstaand zijn de contactgegevens van betrokken partijen/personen vermeld. Eerste aanspreekpunt voor zaken die betrekking hebben op dit werkprotocol is Plant4Tuin. Plant4Tuin Dhr. H. Adema Ecoloog Vrakkinkweg 1 7141 JB Groenlo mail: plant4tuin@gmail.com telefoonnr. 0653165554

Pagina 10/1

QUICKSCAN VOORMALIG TUINCENTRUM VAN DER VECHTE TE HEINO

12351

BIJLAGE 1: ALGEMENE HANDELSWIJZE Ecologische instructie werknemers Voor de start van de werkzaamheden worden de werknemers geïnstrueerd ten aanzien van beschermde flora en fauna. Hierbij wordt uitgelegd welke beschermde soorten zijn aangetroffen, welke maatregelen pas kunnen worden uitgevoerd na preventieve maatregelen en wat de handelswijze is als er toch nog beschermde soorten worden aangetroffen. Monitoring en afstemming met de aannemer Tijdens het werk zal regelmatig worden gemonitord of er zich in het werkgebied geen beschermde soorten uit vestigen. Hiertoe zal er tweemaal een gebiedsdekkend veldbezoek plaatsvinden door een terzake deskundige. Daarbij worden de vaste rust- en verblijfplaatsen in dien aanwezig de beschermde flora en fauna in kaart gebracht en waar nodig maatregelen getroffen om vestiging van strenger beschermde soorten te voorkomen. Afwijkingen in de voorgenomen werkplanning Door de preventieve maatregelen en monitoring is de kans op schade aan beschermde dier- of plantensoorten op een acceptabel niveau. Verwacht mag worden dat er geen beschermde soorten uit tabellen 2 en 3 van bijlage 4 zullen worden verstoord of gedood. Voorwaarde voor het slagen van de preventieve maatregelen is een actuele werkplanning. Bij afwijkingen in de werkplanning bestaat het risico dat beschermde dieren of planten worden verstoord of gedood.

Om dit te voorkomen informeert de opdrachtgever periodiek over de voortgang van het werk. Bij elke voorgenomen afwijking van de werkplanning neemt de opdrachtgever zo snel mogelijk contact op met Plant4Tuin.. Deze gaat vervolgens na of de voorgestelde afwijkende werkplanning problemen zal opleveren voor beschermde planten of dieren en of er eventueel extra preventieve maatregelen moeten komen. Indien er nesten van vogels of niet algemene beschermde dieren in het werkgebied zitten, bekijkt Plant4Tuin of deze kunnen worden ontzien door een aangepaste werkwijze. Indien dit niet mogelijk blijkt, dan gaat de voorgenomen wijziging in de werkplanning niet door. Handelswijze bij het aantreffen van beschermde soorten Ondanks alle voorzorgen is het mogelijk dat er tijdens de uitgevoerde inspecties door Plant4Tuin niet eerder bemerkte beschermde planten of dieren worden aangetroffen. Plant4Tuin meldt dit direct aan de RVO en aan de opdrachtgever. Indien een van de werknemers bewoonde nesten (eieren), holen of individuen van beschermde planten of dieren op het werkterrein aantreft, dan dient deze direct contact op te nemen met de deskundige flora & fauna H. Adema van Plant4Tuin. Beschermde planten uit de beschermingscategorie ‘algemene soorten’ worden door Plant4Tuin uitgestoken en naar een vergelijkbare biotoop in de nabijheid verplaatst.

Eventuele aangetroffen beschermde zoogdieren of amfibieën uit de beschermingscategorie ‘algemene soorten’ worden verplaatst of verjaagd, zodat sterfte of verwonding wordt voorkomen. Indien er verblijfplaatsen van beschermde soorten uit de categorie ‘overige beschermde soorten’ of ‘streng beschermde soorten’ worden aangetroffen, dan worden de geplande werkzaamheden niet gestart voordat Plant4Tuin heeft bekeken op welke wijze er ecologisch verantwoord moet worden gehandeld. Het uitgangspunt daarbij is dat eventuele verplaatsing moet plaatsvinden buiten de kwetsbare periode van de soort. Bij twijfel zal Plant4Tuin, na overleg met de opdrachtgever, contact opnemen met Dienst Regelingen. In sommige gevallen kan het noodzakelijk zijn een ontheffing op de wet Natuurbescherming aan te vragen.

Pagina 11/1

QUICKSCAN VOORMALIG TUINCENTRUM VAN DER VECHTE TE HEINO

12351

BIJLAGE 2: ADVIES NAAR AANLEIDING VAN EEN QUICKSCAN Uitgangspunt is en blijft de algemene zorgplicht (art. 2 (Wet Natuurbescherming). Voor de opdrachtgever komt de algemene zorgplicht op het volgende neer: ● ● ●

Het in redelijkheid vermijden van activiteiten waarvan kan worden vermoed dat deze nadelig zijn voor in het wild levende dieren en planten; Zorgen dat op hoofdlijnen bekend is waar in het beheergebied actuele natuurwaarden en bijzondere potenties aanwezig zijn; Zorg besteden aan de instandhouding van soorten en hun leefgebieden (biodiversiteit).

Om wat meer richting te geven aan de zorgplicht wordt het volgende geadviseerd: ● ●

● ●

Stel de aannemer en werknemers in kennis van de zorgplicht en het bestaan van de Gedragscode Wet Natuurbescherming. Indien tijdens de uitvoering van een activiteit onverwachts toch een beschermde soort in het gebied wordt aangetroffen, zal de opdrachtgever terstond nagaan of de betreffende soort in de gedragscode Wet Natuurbescherming is opgenomen, zodat deze kan worden toegepast. Bij aantreffen van een beschermde soort de ecoloog raadplegen voor verder advies. Controleer de vegetatie / houtopstand op de aanwezigheid van vogelnesten. Nesten van sommige broedvogels zijn jaarrond beschermd.

Pagina 12/1

QUICKSCAN VOORMALIG TUINCENTRUM VAN DER VECHTE TE HEINO

12351

BIJLAGE 3: LOGBOEK WAARNEMINGENFORMULIER Project: Bouwrijp maken voormalig tuincentrum van der Vechte te Heino Uit te voeren werkzaamheden:

Veldinventarisatie Flora

Aannemer: Valk Bouwontwikkeling

Uitvoerder: n.v.t.

Start: 2019

&

Fauna 2022

Verwachte einddatum:

Omgevingstemperatuur in °C 8 IJs (ja/nee) nee Lokatie X-Y Handeling

1 2 3

Datum

Paraaf

Paraaf

Uitvoerder

Plant4Tuin

19-072019

6.13.28E/52.25.56N

H. Adema

Ecocheck flora & fauna

04-042020

6.13.28E/52.25.56N

H. Adema

Ecocheck Flora & Fauna

17-012022

6.13.28E/52.25.56N

H. Adema

Evt. Bijzonderheden / Opmerkingen:

geen

Ecocheck f&f

Fotonr.

4 5 6

Gemaakte afspraken naar aanleiding van aangetroffen soorten : Geen bijzonderheden aangetroffen, onder deze omstandigheden kunnen de werkzaamheden van start gaan. Aanvullend onderzoek foerageergebied vleermuizen. Registratie onvoorziene omstandigheden: n.v.t. INVENTARISATIE EN REGISTRATIE In afwijking op het bepaalde in lid 01 van artikel 01.22.04 van de Standaard 2010 moeten gegevens worden vastgesteld en gerapporteerd op het bij het bestek gevoegde waarnemingenformulier. ECOLOGISCH WERKPROTOCOL

1 Van de aannemer wordt een ecologisch werkprotocol verlangd. Dit protocol dient voor aanvang van de werkzaamheden bij de directie te worden ingediend en te zijn goedgekeurd alvorens te starten.

2 Het op te stellen ecologisch werkprotocol moet voldoen aan de gestelde eisen in de Gedragscode van opdrachtgever. 3 In aanvulling op lid 01 behoort het actualiseren van het goedgekeurde ecologisch werkprotocol, indien in de uitvoering blijkt dat deze niet toereikend is, eveneens tot de werkzaamheden.

4 De aannemer dient de deskundigheid van de bij de uitvoering betrokken personen, zoals opgenomen in het ecologische werkprotocol, aan te tonen bij de directie.

Pagina 13/1

QUICKSCAN VOORMALIG TUINCENTRUM VAN DER VECHTE TE HEINO

12351

Pagina 14/1

QUICKSCAN VOORMALIG TUINCENTRUM VAN DER VECHTE TE HEINO

12351

Pagina 15/1

QUICKSCAN VOORMALIG TUINCENTRUM VAN DER VECHTE TE HEINO

12351 Bijlage 5: Referentie beeldmateriaal

Pagina 16/1

QUICKSCAN VOORMALIG TUINCENTRUM VAN DER VECHTE TE HEINO

12351

Pagina 17/1

QUICKSCAN VOORMALIG TUINCENTRUM VAN DER VECHTE TE HEINO

12351

Pagina 18/1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=5cf593f8-a42e-4403-9dd9-cd2211e167b0