CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 35 Zienswijze 7B

Raadsvergadering 2 juli 2026, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen Vergunning zonnepark Hondemotsweg-Stobbenbroekweg: verklaring van geen bedenkingen en vergunningverlening (bespreekstuk)12.015 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Docnr18

Velner Bewonersgroep Aan: De gemeenteraad van Raalte en aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Raalte Postbus 140 8100 AC Raalte Kenmerk: Velner - Bewonersgroep Raalte, 1 oktober 2025 Van:

Correspondentieadres: e-mail:

Betreft: Gronden zienswijze drie grote zonneparken in klein coulisselandschap Datum: 1 oktober 2025

Geacht college, geachte leden van de raad, Wij hebben, mede namens omwonenden en andere belanghebbenden op 16 september 2025 een pro forma zienswijze ingediend. Wij hebben voor de verklaring van geen bedenkingen tot en met 2 oktober 2025 de gelegenheid gekregen om de gronden naar voren te brengen, terwijl we in verband met onze zienswijze tegen de ontwerp-vergunning, tot en met 8 oktober 2025 de tijd hebben gekregen. Het uit elkaar trekken van deze termijnen kunnen wij niet volgen, nu de verklaring van geen bedenkingen onderdeel uitmaakt van het ontwerp-besluit. Immers, tegen een verklaring van geen bedenkingen kan niet los worden opgekomen. Wat hiervan zij, om iedere discussie te vermijden, dienen wij heden, tijdig, onze gronden in.

1. Inleiding Al enkele jaren vragen wij uw dringende aandacht voor onze grote zorg in verband met de door Endona beoogde ontwikkeling van drie grootschalige zonneparken, die in ons kleinschalige coullissenlandschap op korte afstand van elkaar zijn geprojecteerd. U heeft nimmer gereageerd op de inmiddels aanzienlijke hoeveelheid brieven die wij aan uw raad en aan uw college hebben geschreven. In de plaats daarvan heeft u ontwerp-besluitvorming ter inzage gelegd ten behoeve van drie forse zonneparken. Deze zonneparken zullen, mede vanwege hun ligging, de beleving, de sfeer van het landschap en ons woon- en leefklimaat te negatief beïnvloeden. En niet alleen dat; ten gevolge van geluidoverlast, overlast door schittering van panelen die de zon de gehele dag volgen, zal het leefmilieu ook achteruit gaan: voor zowel mens als dier. Het gebied volledig wordt volledig omringd door landgoederen, bestaande uit Landgoed de Velner, Landgoed het Reelaer, Landgoed Nijenhuis en Landgoed Wolthuys. Bijgaand treft u een kaart aan waarop u kunt zien op welke wijze de landgoederen de Velner, Nijenhuis, het Reelaer en Wolthuys aan elkaar zijn verbonden met een wandelroute, waar wij als omwonenden met veel liefde en plezier woonachtig zijn (bijlage 1A,B,C,D). Hierbij vindt u eveneens een omschrijving. Dit gebied betreft een zeer populair wandelgebied dat steeds meer is ontdekt door

Velner Bewonersgroep de bewoners van het dorp Raalte, met name sinds de lock-down. Er wordt heel veel gewandeld, gefietst, hardgelopen en paardgereden in het gebied. Wij zijn tegen de komst van de drie grote zonneparken. Hierbij hebben wij aan de ontwikkelaar laten weten dat wij op zichzelf geen bezwaren hebben tegen een klein veld van maximaal 2 a 3 ha. Maar in dit geval liggen drie grote zonneparken voor die zijn geprojecteerd op een gebied van 29,3 ha. Het zou gaan om 19,4 ha aan zonnepanelen. Helemaal duidelijk wordt dit niet omdat in de ruimtelijke onderbouwing wordt gesproken van 18 ha. Ook wordt niet duidelijk wat nu precies wordt bedoeld met projectgebied en hoe groot dit is (wat valt hieronder en wat niet). Als wordt gekeken naar het inrichtingsplan dan lijkt het in elk geval niet zo te zijn dat extensief natuurbeheer van de delen van het projectgebied waaromheen stippellijnen staan opgenomen, is geborgd. Dat dient op zijn minst te gebeuren. Het valt ons op dat in de stukken veel wordt gesproken van uitgeputte landbouwgronden en van verbetering van de biodiversiteit en herstel van de natuurlijke waarden van het gebied.

Afgezien van het feit dat wij bestrijden dat sprake is van een uitgeput landbouwgebied, hetgeen helemaal niet is aangetoond, dat wij bestrijden dat het oude coulisselandschap wordt verbeterd door de komst van (niet alleen) de voortdurend draaiende zonnepanelen, maar ook de komst van omvormers, hekwerken, lelijke camera’s, batterijen etc verbaast het ons dat er in het inrichtingsplan rondom de zonneparken, ruimte wordt gemaakt voor slechts een minimaal randje groen en that’s it. Kennelijk kunnen de gronden, die onderdeel uitmaken van het projectgebied, nog steeds worden ingezet voor maisland, aardappeloogst en andere intensieve agrarische activiteiten, kortom, voor de in de stukken, gewraakte activiteiten. Al om die reden stellen wij ons op het standpunt dat de stelling dat het natuurlijke landschap en haar waarden worden verbetert, een regelrechte farce is. Verder willen wij in het algemeen aandacht vragen voor het feit dat er weliswaar een participatietraject heeft plaatsgevonden, maar dat wij ook steeds hebben laten weten dat het feitelijk ging om het afwerken van vinkjes door de ontwikkelaar. Wij kennen de rechtspraak over participatie en wij weten dat het niet noodzakelijk is voor de verlening van de vergunningen dat er ten gevolge van participatie, draagkracht ontstaat vanuit de omgeving. In dit geval is het evident dat er geen enkele draagkracht is ontstaan.

Afgezien daarvan vinden wij het kwalijk, zo niet onrechtmatig, dat wij in de stukken onjuist zijn geciteerd door de ontwikkelaar en dat de suggestie is gedaan dat er parken in de huidige vorm en inrichting in nauwe samenwerking met omwonenden, tot stand is gekomen. Dat is namelijk geenszins het geval. Wij stellen ons op het standpunt dat de ontwerpbesluiten in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij komt dat er ten onrechte geen m.e.r-onderzoek is verricht naar de milieugevolgen. In dit geval is er sprake van een landinrichtingsproject dat valt onder categorie 9 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. Het gaat om een landinrichtingsproject met een substantieel karakter, waarbij de gemeenteraad ervoor heeft gekozen om tevoren geen zoekgebieden vast te stellen voor de komst van zonneparken. Dat betekent dat, omdat de geprojecteerde locaties van de drie zonneparken niet zijn gelegen in zoekgebieden en dus dat deze niet zijn beoordeeld op hun geschiktheid. Dat betekent ook dat ieder degelijk onderzoek ontbreekt naar de milieugevolgen voor dit kwetsbare gebied. Hierbij gaat het om de impact op het kwetsbare kleinschalige coulisselandschap inclusief de forse hoogteverschillen, op geluid voor mens en dier, op lichtschittering, op warmtevorming en op brandveiligheid en over het ontbreken van onderzoek naar alternatieven.

Velner Bewonersgroep Ten behoeve van de leesbaarheid volgt eerst een inhoudsopgave 2 gemeentelijk beleid 2.1 coalitie-akkoord 2.2 Richtlijnen zonneparken 2.0 2.2.1 Inleiding Richtlijnen zonneparken 2.0 2.2.2 Strijd met duidelijke uitgangspunten 2.3 Oversticht 2.3.1 keer op keer negatief advies Oversticht 2.3.2 wat heeft de ontwikkelaar gedaan met advies Oversticht uit 2021:niets 2.3.3 principebesluit 8 mei 2023 2.3.4 aanvraag december 2023 2.3.5 Oversticht 15 mei 2024 2.3.6 Oversticht december 2024 2.3.7 Oversticht april 2025 2.3.8 belangen omwonenden en omgeving 2.3.9 cultuurhistorische waarden 2.3.10 reactie hoogleraar landschapsgeschiedenis 3 strijd met provinciale verordening 4 geluid 5 das 6 lichtschittering 7 landschappelijke inpassing 8 Brandgevaar 9 interne saldering 10 ontbreken m.e.r-beoordelingsbesluit

Ter nadere toelichting dient het volgende. Gronden

2. Gemeentelijk beleid 2.1 Coalitie-akkoord Allereerst verwijzen wij naar uw coalitie-akkoord. Als kiezer binnen uw gemeente mogen wij erop vertrouwen dat u zich aan dit akkoord houdt en dat u, voor zover er beleidsruimte bestaat, dit coalitieakkoord toepast. Het gaat erom dat u, als het gaat om zonne-energie, heeft afgesproken dat het uitgangspunt is dat dit zoveel mogelijk plaatsvindt op daken en op restgronden; “Het realiseren van de Regionale Energie Strategie nemen we als uitgangspunt en zien we als harde afspraak. Er zijn echter wel uitdagingen om de doelen middels energieopwekking door middel van

Velner Bewonersgroep wind, zon en biomassa te kunnen realiseren. Op de eerste plaats is op dit moment het energienetwerk (bijna) vol. Dit bemoeilijkt nieuwe initiatieven voor grootschalige energieopwekking. We zien op dit moment geen mogelijkheden voor het realiseren van grootschalige windenergie. Wel zien we mogelijkheden voor kleinere windmolens, overwegend voor eigen gebruik. Als het gaat om zonneenergie kiezen we het uitgangspunt dat dit zoveel mogelijk plaats vindt op daken en restgronden.” Duidelijk is dat het bij de voorliggende gronden niet gaat om restgronden. De stukken die ter inzage hebben gelegen geven er geen blijk van dat, voorafgaande van de ontwerp-besluitvorming, is onderzocht welke restgronden beschikbaar zijn voor de komst van zonne-energie. 2.2 Richtlijnen voor zonneparken 2.0 2.2.1 inleiding richtlijnen voor zonneparken 2.0 Er zijn binnen de gemeente Raalte dus geen zoekgebieden vastgesteld, hetgeen niet wegneemt dat er richtlijnen gelden voor de komst van zonneparken. Zo worden op als waardevol aangemerkte essen en enken, in open weidevogelgebied of in dicht bebost gebied geen zonneparken gerealiseerd. Datzelfde geldt voor de waarden zoals aangegeven in het bestemmingsplan Buitengebied (Dubbel bestemming: Waarde Landschap 1).

Alleen als sprake is van een zeer goede onderbouwing en meerwaarde kan in deze gebieden in een uitzonderlijke situatie meegewerkt worden aan een zonnepark, zo is te lezen in de Richtlijnen. In een locatiescan wordt gekeken naar de voorgestelde schaal en omvang van een initiatief in combinatie met de (nabijheid van) landschappelijke kenmerken van een gebied. Er wordt bezien of een initiatief dicht bij een ander vergund of gerealiseerd zonnepark ligt: “Verschillende landschappen hebben een verschillende maat en schaal. Een grootschalig ontginningslandschap is bijvoorbeeld heel anders dan een kleinschalig coulisselandschap. Een zonnepark moet in omvang aansluiten bij de maat en schaal van het landschap.” “Als onderdeel van de inpassing van een zonnepark maken we met omwonenden de afspraak dat gedurende de looptijd van het park en binnen een bepaalde zone rond het park (500 tot 1000 meter) geen medewerking wordt verleend aan andere initiatieven voor een zonnepark. De precieze omvang van de zone is maatwerk en hangt af van de specifieke locatie.” Verder hecht uw gemeente, zo blijkt letterlijk uit de Richtlijnen, veel waarde aan een zorgvuldig proces voor totstandkoming van een zonnepark, waarbij alle belangen, vooral van omwonenden en de omgeving, worden meegenomen. Voor een goede landschappelijke inpassing is de Handreiking Zonnevelden van toepassing van de provincie Overijssel.

Deze hanteert als uitgangspunt een zuinige en zorgvuldige verdeling in het ruimtegebruik, waarbij sprake is van de drie bekende treden, zijnde, 1. zon op het dak, 2. gebruik van restruimten (bedrijventerreinen, parkeerterreinen, geluidswallen e.d.), kleine goed ingepaste zonnevelden op agrarische gronden. Pas bij stap 3 gaat het om monofunctionele zonnevelden, waarbij goede landbouwgronden worden ontzien. Bij gebiedsontwikkeling in de groene omgeving geldt bovendien dat er 80 procent ruimte is voor het panelenveld en 20% ruimte dient te zijn voor groen of water. In de richtlijnen 2.0 staat verder opgenomen dat de expertise van het Oversticht wordt ingezet om de gemeente over de omvang en inpassing in het landschap in een vroeg stadium te adviseren. De voorliggende ontwerp-omgevingsvergunning is in strijd met uw richtlijnen. 2.2.2

Strijd met duidelijke uitgangspunten Richtlijnen Zonneparken 2.0

Duidelijk is dat de parken in strijd zijn met de uitgangspunten van de Richtlijnen Zonneparken 2.0 Allereerst geeft de ontwerp-besluitvorming er geen blijk van dat de toets aan de treden is gevolgd, terwijl deze treden toch écht onderdeel zijn van de te volgen Richtlijnen. Verder is het zo (zie hierboven) dat monofunctionele zonnevelden, zoals hier aan de orde, niet opgericht mogen worden op goede landbouwgronden. Deze dienen te worden ontzien. Het gaat in

Velner Bewonersgroep deze om goede landbouwgronden. Geheel onduidelijk is waarom er toch voor wordt gekozen om op goede landbouwgronden binnen de gemeente Raalte, tegen de Richtlijnen in, zonneparken op te doen richten. Ten tweede, de grote zonneparken zijn geprojecteerd pal aan gronden met de bestemming “natuur”, pal onder een waardevolle es (locatie 1) en op gronden met de dubbelbestemming “waarde landschapswaarden (locatie 1)”. Er is geen sprake van een bijzondere situatie die een afwijking rechtvaardigt. Locatie 1 betreft een uitloper van Landgoed de Velner en ligt onder de waardevolle es. De es is gelegen op een hoogte van 4.10 boven NAP, terwijl de landerijen waarop het zonnepark is geprojecteerd ligt op een hoogte van 2.43 m boven NAP (AHN-viewer (arcgisonline.nl). Het gaat dus om een verschil van 1, 57m. Dat waardevolle verschil zal door de zonnepanelen overbrugt gaan worden. Sterker nog, de zonnepanelen zullen boven de es uitstijgen. Hiermee is geen enkele rekening gehouden. Locatie 3 betreft een uitloper van het bosrijke landgoed, in verbinding naar het oorspronkelijke kleinschalige coulissenlandschap en vervolgens naar het open Beekdal. Daar is tevens het unieke fiets/wandelpad gelegen, die de Hondemotsweg laat vervolgen en die in diverse wandel -en fietsroutes staat beschreven.

Bijzonder is ook het houten bankje (kruising Hondemotsweg/Pruimersallee) die als een ontmoetings/rustpunt dient en die elke dag door veel mensen wordt gebruikt. Er is geen enkele rechtvaardiging om op deze kwetsbare gronden een groot zonnepark toe te staan. Ten derde is het maar zeer de vraag of de verhouding 80 procent zonnepanelen, 20 procent water/groen wordt gehaald. Dat blijkt niet uit de stukken. Er ontbreken kaarten waarop dit duidelijk is te controleren Ten vierde wordt de zone van 500-1000m die op zijn minst aangehouden dient te worden tussen de zonneparken, niet gehaald. Uit de stukken blijkt dat tussen de hekken van de parken is gemeten. Het gaat om 1266 m (tussen de parken 1 en 2, om 768m tussen de parken 3 en 1 en om 503 meter tussen de parken 3 en 1. De richtlijnen spreken van een zone rond het park. Wij meten in het landschappelijk inpassingsplan (pagina 23-24) een afstand tussen park 1 en 3 van slechts 375 meter. Daarbij komt dat het er niet om gaat dat precies 500 meter wordt “gehaald”. Het gaat erom dat de nadelige gevolgen niet teveel gaan rusten op slechts enkele bewoners. Dat is nu wél aan de orde en dat aspect is niet meegewogen. Het wordt niet eens benoemd. Overigens, er zou gemeten zijn tussen de hekken van de parken. Punt is daarbij ook nog eens dat deze hekken op basis van de flexibiliteitsnotitie, een meter mogen worden opgeschoven.

Afgezien het feit dat dit ook consequenties heeft voor de landschappelijke inpassing is dit in strijd met de richtlijnen zonneparken 2.0. De zonneparken zijn op te korte afstanden tot elkaar geprojecteerd. Wij hebben daar als omwonenden in het buitengebied teveel last van. Ten vijfde is uit niets gebleken dat de belangen van omwonenden en de omgeving zijn betrokken. Ja, er is een participatietraject geweest, maar dat betrof een zeer eenzijdige bedoening. Vanuit omwonenden is keer op keer, inhoudelijk, aandacht gevraagd voor hun belangen. Uit de voorliggende besluitvorming blijkt niet dat met de belangen van omwonenden rekening is gehouden, terwijl dit op basis van de Richtlijnen is vereist. Het Oversticht is op basis van de richtlijnen Zonneparken 2.0 ook ingeschakeld op dit traject wordt in het hiernavolgende ingegaan. Wij stellen ons op het standpunt dat het Oversticht uiteindelijk op basis van onjuiste informatie, zich kennelijk genoodzaakt heeft gezien om een ommezwaai van 180 graden te maken.

Velner Bewonersgroep 2.3

Het Oversticht

2.3.1 keer op keer negatief advies Oversticht Uit de door de ter inzage gelegde stukken blijkt niet dat Oversticht keer op keer een negatief advies heeft afgegeven op het plan voor de drie grote zonneparken in kleinschalig coulisselandschap, terwijl dit wél het geval is. Deze eerdere adviezen maken ten onrechte geen onderdeel uit van de stukken die ter inzage hebben gelegen. Voor een juiste waardering van het laatst afgegeven advies, zijn deze adviezen wél van belang. Aan het begin van het traject is door uw college opdracht gegeven aan Oversticht conform de hierboven genoemde richtlijnen. Hierin werden destijds vier locaties aan Oversticht voorgelegd. Dit heeft geleid tot het advies van Oversticht van 17 maart 2021. U beschikt over dit advies. Het Oversticht kwam in dit advies tot een duidelijke conclusies, namelijk dat locatie 4 geschikt zou zijn voor transformatie tot zonnepark. Locatie 4 maakt echter geen onderdeel van het voorliggende plan. Daarmee is dus de facto meteen voorbijgegaan aan het advies van Oversticht. Van locatie 1 heeft het Oversticht destijds laten weten dat een kleinschalige opwek van energie eventueel mogelijk is, mits sprake zou zijn van een goede landschappelijke inpassing.

Van locatie 3 (huidige locatie 2) heeft het Oversticht meteen laten weten dat een zonneveld afbreuk zou doen aan de huidige landschappelijke kwaliteit en aan de potentie van de plek. Tot slot was het Oversticht over de ontwikkeling van een zonnepark op locatie 2 (huidige locatie 3) ook kritisch. 2.3.2 Wat heeft de ontwikkelaar gedaan met advies Oversticht uit 2021? De ontwikkkelaar heeft het advies van het Oversticht terzijde geschoven en is op locatie 1, 2 en 3 een zonnepark gaan inkleuren met grote zonneparken. Op aanwijzing van de gemeente Raalte is een participatietraject op gang gebracht, maar dat is een regelrechte farce gebleken. Wij zijn als omwonenden tegen deze grootschalige zonneparken in het kleinschalige coulisselandschap. Hooguit hebben wij laten weten dat wij niet tegen de ontwikkeling van een zonnepark zijn van maximaal 2 a 3 hectare. Het Oversticht had op 17 maart 2021 geen enkele indicatie dat werd beoogd om meerdere locaties tegelijk te ontwikkelen. Ook van de beoogde grootte had het Oversticht geen indicatie: hierbij heeft het Oversticht bovendien uitdrukkelijk laten weten dat aangrenzende, meer bebouwde en stedelijke locaties, mogelijke opties waren om in gezamenlijkheid op te pakken zodat de schaal van het park in het veld zou worden verkleind. De ontwikkelaar heeft dus niets met dit advies gedaan.

2.3.3 Principe-besluit 8 mei 2023 In uw positieve principe besluit heeft u als voorwaarde opgenomen dat er een goed onderbouwd inrichtingsplan voor de drie zonneveldlocaties komt, met name voor locatie 2 1, waarbij aantoonbaar rekening wordt gehouden met de landschappelijke waarden. U heeft geadviseerd om hiervoor een onafhankelijk deskundigen advies in te winnen. Deze voorwaarde dient op basis van uw beleid ook te worden gesteld. 2.3.4 Ingediende aanvraag 21 december 2023 Bij de ingediende aanvraag om omgevingsvergunning (in december 2023) van Endona is geen onafhankelijk advies bijgevoegd. U heeft als gemeente, vervolgens onafhankelijk advies ingewonnen bij het Oversticht. Dat heeft geleid tot het advies van Oversticht van 15 mei 2024.

1 Locatie 2 betreft nu locatie 3

Velner Bewonersgroep 2.3.5 Oversticht 15 mei 2024 Het advies van het Oversticht (15 mei 2024) kwam voor ons niet als een verrassing. Ook het Oversticht is in dit advies van oordeel dat de verhouding met de schaal van de parken niet passend is bij de kenmerken van de specifieke deelgebieden. Bovendien is het Oversticht van oordeel dat de beleving, de sfeer van het landschap door drie zonneparken, dicht op elkaar, negatief wordt beïnvloed. Het Oversticht erkent dat de landgoederen De Velner en het Reelaer onlosmakelijk verbonden zijn met het Nijenhuis en het Rozendael. En dat zij op zichzelf en in relatie, historisch en landschappelijk van hoge waarden zijn. Twee van de drie locaties liggen binnen dit cultuurhistorische landschap en zijn in hoge mate gevoelig. De ontwikkelaar acht het punt van de ruimtelijke en landschappelijke inpassing een ondergeschikt element van haar plannen. Dat blijkt uit haar brief aan uw college van 29 mei 2024. Hierin laat zij weten dat het advies van het Oversticht zich met name focust op de ruimtelijke en landschappelijke inpassing en dat het meegaan in dit negatieve advies (van 15 mei 2024), wat haar betreft geen optie is. Deze houding is exemplarisch voor de communicatie die telkenmale is geweest tussen ons en de ontwikkelaar.

De ontwikkelaar wil gewoon grootschalige zonneparken ontwikkelen en zij heeft drie agrariërs bereid gevonden om deze te ontwikkelen. Bij de ontwikkeling van dit plan is zij volledig voorbijgegaan aan de historische karakteristieken en de kleinschaligheid van het landschap. Bovendien laat de ontwikkelaar in haar brief van 29 mei 2024 weten dat de aanleg van een zonnepark in essentie vergelijkbaar is met infrastructurele werken, die functioneel noodzakelijk zijn, maar ruimtelijk en lokaal gezien vrijwel nooit wenselijk zijn. Daarmee is eigenlijk alles gezegd. Ook de ontwikkelaar erkent letterlijk in haar brief dat zij niet haar best heeft gedaan om te zoeken naar de minst slechte of naar een acceptabele plaats. Ook zij erkent dat feitelijk sprake is van een infrastructureel, gebiedsvreemd werk dat niet passend is in het coulisselandschap. Als omwonenden hebben wij laten weten dat de vergunning juridisch niet rechtmatig kan worden verleend omdat niet aan de voorwaarden voor een ruimtelijke en landschappelijke inpassing kan worden voldaan. Een dergelijk grootschalig project laat zich niet inpassen in de kleinschaligheid van het landschap. Dat de ontwikkelaar het niet eens is met het advies van het Oversticht zegt uiteraard niets. Als omwonenden hebben wij geen reactie mogen ontvangen vanuit de gemeente. Wij betreuren dit ten zeerste.

2.3.6 Oversticht 5 december 2024 Door de gemeente Raalte is bij het Oversticht vervolgens, zo is ons later gebleken uit de stukken, een aanvullend advies gevraagd, waarin het Oversticht concrete en richtinggevende vragen moest beantwoorden. Evident is dat het Oversticht in het advies van 5 december 2024 achter het advies van 17 maart 2021 en het van 15 mei 2024 blijft staan: “Zoals eerder gesteld betreft dit advies een aanvulling, in de eerdere adviezen hebben wij voor de deelgebieden op drie schaalniveaus geadviseerd over de waarden en de ruimtelijke randvoorwaarden. Op de schaal van het landschap als geheel, de omzoming en de zonnevelden zelf. Destijds hebben wij impliciet voor de deelgebieden getoetst aan de uitgangspunten, die in de richtlijnen, de handreiking en uw landschapsontwikkelingsplan zijn vastgelegd. De eerdere adviezen zijn dan ook nog steeds richtinggevend bij verdere planuitwerkingen in de vervolgfase. De commissie adviseert of aan de getalsmatige voorwaarden is voldaan. Hierbij lijkt het zo te zijn dat aan de zogenaamde balans 80/20% wordt voldaan. De commissie stelt echter dat dit nog wel expliciet inzichtelijk gemaakt moet worden. Verder voldoet het plan aan de verhouding 2/3 en 1/3 in verband met de bodemkwaliteit. Hierbij adviseert de commissie om een meer open bedekking te realiseren.

Van belang is dat de commissie vervolgens heel duidelijk laat weten dat, ook al wordt aan deze getalsmatige voorwaarden voldaan, dit nog niet betekent dat aan de ruimtelijke voorwaarden dat de “omvang en inpassing passend is bij de omgeving” wordt voldaan. Feitelijk is sprake van de omgekeerde volgorde: immers, eerst dient te worden beoordeeld of zulke grootschalige

Velner Bewonersgroep zonneparken passend zijn in kleinschalig coulisselandschap en dan pas dient te worden gekeken naar de inrichting. Het Oversticht is met betrekking tot deelgebied 3 heel erg duidelijk. De omvang zoals deze nog steeds wordt voorgesteld is niet passend en dient teruggebracht te worden. Verder gaat het Oversticht, desgevraagd, in op de korte afstanden van de drie geprojecteerde grote zonneparken. Deze zou volgens de richtlijnen minimaal 500 meter dienen te bedragen. De huidige afstanden voldoen daar niet aan. Punt is hier ook dat het Oversticht vasthoudt aan het eerdere advies, namelijk dat de beleving en sfeer van het landschap door drie zonneparken, relatief dicht op elkaar, negatief worden beïnvloed. Daar veranderen algemene afstanden uit richtlijnen niets aan. Het Oversticht is bevoegd om daar een andere deskundige mening over te hebben binnen dit specifieke landschap. Dat is ook precies de rol van het Oversticht, namelijk om daarover een deskundig advies te hebben. Het Oversticht reflecteert heel duidelijk op haar eerder uitgebrachte advies uit 2021. Hierbij laat het Oversticht weten dat zij de verschillende locaties destijds los heeft beoordeeld en dus zeker niet als een totaalpark.

Het Oversticht heeft daarbij dus de voorkeur uitgesproken voor locatie 4, die juist niet wordt ontwikkeld, terwijl het Oversticht heeft laten weten dat locatie 3 niet geschikt is voor de ontwikkeling van een zonnepark. Het Oversticht is er dus hooguit vanuit gegaan dat er één enkel zonnepark ontwikkelt zou worden en dus niet drie! van vier beoordeelde locaties. Het Oversticht wijst er in dit advies nog eens op dat er toen al is gewezen op het feit dat “de schaal van een zonnepark acceptabel is wanneer deze ruimtelijk gezien in balans gebracht moet worden met de bestaande of aan te passen omgeving. Energie moet onderdeel zijn van een landschap en niet bepalend, hetgeen in voorliggend plan, juist wél de bedoeling is. Duidelijk is dat het Oversticht voor locatie 3 voorstelt om dit zonnepark met minimaal de helft de verkleinen. Met betrekking tot de overige locaties zijn geen concrete vragen gesteld, terwijl het Oversticht in het advies van mei 2024 ook op die locaties heel concreet is ingegaan. Het lijkt erop dat Endona in elk geval aan deze onderdelen uit het advies voorbij is gegaan. Bij locatie 1 heeft het Oversticht laten weten dat er sprake is van een aantasting in de overgang naar het meer besloten landschap. De aantasting ligt in het verdwijnen van de openheid en de verknoping van de bossage met de markante laan van De Velner.

Op deze locatie is niet voldoende ontworpen op het hoogteverschil, de zichtlijnen en het oorspronkelijke landschap in de gradiënt van laag en hoog. Wij adviseren een verdere ruimtelijke verkenning vanuit de eigenheid van de plek met een stevige inzet van landschappelijke structuren in de randen en in aansluiting op het park. Hiermee zeggen wij geen ja op deze locatie op voorhand.” Het Oversticht laat uw college nog het volgende weten: “omdat wij als organisatie staan voor de kwaliteit van de leefomgeving in algemene zin gaan wij aanvullend op uw specifieke vragen graag in op het onderstaande. In het basisuitgangspunt “dialoog met de omgeving” wordt aandacht besteed aan “hoe het zonnepark zo goed mogelijk in het landschap past en de inpassing wordt samen met de omwonenden vormgegeven”. Dit uitgangspunt raakt direct aan de inpassing passend bij de omgeving. Waar zorg voor belevingskwaliteit onderdeel is van een kwalitatief goede en bij de locatie passende inrichting van het zonneveld. Vanuit de dialoog worden ingrediënten aangedragen die van invloed zijn op de ruimtelijke uitwerking die een initiatiefnemer vervolgens doet.

Het Oversticht kijkt enerzijds vanuit de kenmerken en waarden van (historische) landschappen en adviseert hoe nieuwe ontwikkelingen met respect hierin kunnen plaatsvinden op de schaal van het landschap als geheel, de plek in relatief tot de omgeving en de plek zelf. Dit betreft het fysieke landschap. Anderzijds staat het Oversticht ook voor de kwaliteit van de leefomgeving. Daarin staan de burgers die het landschap beleven centraal. We werken voor hen dagelijks aan een aangename leefomgeving. De toets van een inrichtingsplan kan dan naar ons gevoel niet volledig zijn zonder kennis te nemen van de ingrediënten die ons worden aangedragen in de dialoog met de bewoners. De toets aan het tweede uitgangspunt is voor ons dan ook onlosmakelijk verbonden met de toets van het eerste uitgangspunt verbonden. Bij de beoordeling van het gewijzigde inrichtingsplan in een

Velner Bewonersgroep volgende fase van het planproces hebben wij dan ook graag inzicht in de ingrediënten die zijn aangedragen door de bewoners en de keuzes die daarop vervolgens ruimtelijk zijn gemaakt. Het gaat daarbij niet om het individuele maar de gezamenlijke waarden in beleving. Als omwonenden hebben wij op basis van dit advies in maart 20252 aan uw college verzocht om de ingediende aanvraag definitief te weigeren. Duidelijk is dat er al langere tijd geen enkele dialoog meer had plaatsgevonden. Wij hebben verzocht om de adviezen van het Oversticht te respecteren. Tot op heden hebben wij geen enkele reactie mogen ontvangen op ons verzoek. 2.3.7 Oversticht april 2025 In april 2025 heeft het Oversticht ineens een positief advies uitgebracht. Dat, enkele advies maakt onderdeel uit van de stukken. In dit advies is het Oversticht positief over de wijzigingen die zijn aangebracht “in de loop van het participatie en ontwerpproces”. Nu is het punt dat wij als omwonenden noch in 2024, noch in 2025 met de ontwikkelaar of de ontwerper van de ontwikkelaar hebben gesproken. Vanaf het moment dat de provincie Overijssel een voorbereidingsbesluit heeft genomen waarin staat dat er geen zonneparken in het buitengebied meer mogen worden ontwikkeld, hebben wij geen enkel inhoudelijk contact meer gehad met de ontwikkelaar van de zonneparken.

Die is op eigen houtje aan het lobbyen geslagen, buiten ons als omwonenden om. De indruk wordt evenwel gewekt dat wij als omwonenden wél zouden hebben meegepraat over de landschappelijke aanpassingen en dat is evident onwaar. In het advies van Oversticht staat het volgende: Wij zijn positief over de aanpassingen die zijn gedaan vanuit de ingrediënten die zijn aangedragen vanuit de bewoners. Dat klopt dus niet. Wij hebben ook niet gevraagd om drie grotere parken in de plaats van zes kleine parken. Voor ons is het altijd evident geweest dat in ons kleinschalige coulisselandschap geen zonneparken passen, hooguit één klein parkje. Daarbij hebben wij laten weten dat het zonnepark “Torenallee” een ronduit slecht voorbeeld is van landschappelijke inpassing. Dit zonnepark ziet de ontwikkelaar als visitekaartje, maar om dit zonnepark heen zijn wallen gemaakt (afkomstig van de grond die ten behoeve van de panelen is afgegraven) en op die aarden wallen groeien brandnetels, weegbree en ander onkruid. Het is een regelrechte aanfluiting.

De enige keer (ruim voordat de ontwikkelaar een aanvraag om omgevingsvergunning heeft ingediend) dat wij omwonenden bijeen zijn gekomen om suggesties te doen over de landschappelijke inpassing hebben wij laten weten dat wij geen aarden wallen met onkruid in ons landschap willen zien, hetgeen uiteraard niet betekent dat wij hebben ingestemd met de komst van de zonneparken. Deze laten zich niet inpassen, temeer nu sprake is van aanzienlijke hoogteverschillen in het landschap. Voor het Oversticht is het essentieel dat wij als bewoners betrokken zouden worden bij de landschappelijke inpassing. Dat blijkt ook uit het advies van het Oversticht van december 2024, dat overigens ook niet met ons is gedeeld. Hiervoor moest een Woo-verzoek worden ingediend. In dit advies overwoog het Oversticht als volgt: “omdat wij als organisatie staan voor de kwaliteit van de leefomgeving in algemene zin gaan wij aanvullend op uw specifieke vragen graag in op het onderstaande. In het basisuitgangspunt “dialoog met de omgeving” wordt aandacht besteed aan “hoe het zonnepark zo goed mogelijk in het landschap past en de inpassing wordt samen met de omwonenden vormgegeven”. Dit uitgangspunt raakt direct aan de inpassing passend bij de omgeving. Waar zorg voor belevingskwaliteit onderdeel is van een kwalitatief goede en bij de locatie passende inrichting van het zonneveld.

Vanuit de dialoog worden ingrediënten aangedragen die van invloed zijn op de ruimtelijke uitwerking die een initiatiefnemer vervolgens doet.

2

Wij zijn als omwonenden overigens niet op de hoogte gesteld van dit advies, maar kwamen daar min of meer toevallig achter op basis van een Woo verzoek

Velner Bewonersgroep Het Oversticht kijkt enerzijds vanuit de kenmerken en waarden van (historische) landschappen en adviseert hoe nieuwe ontwikkelingen met respect hierin kunnen plaatsvinden op de schaal van het landschap als geheel, de plek in relatief tot de omgeving en de plek zelf. Dit betreft het fysieke landschap. Anderzijds staat het Oversticht ook voor de kwaliteit van de leefomgeving. Daarin staan de burgers die het landschap beleven centraal. We werken voor hen dagelijks aan een aangename leefomgeving. De toets van een inrichtingsplan kan dan naar ons gevoel niet volledig zijn zonder kennis te nemen van de ingrediënten die ons worden aangedragen in de dialoog met de bewoners. De toets aan het tweede uitgangspunt is voor ons dan ook onlosmakelijk verbonden met de toets van het eerste uitgangspunt verbonden. Bij de beoordeling van het gewijzigde inrichtingsplan in een volgende fase van het planproces hebben wij dan ook graag inzicht in de ingrediënten die zijn aangedragen door de bewoners en de keuzes die daarop vervolgens ruimtelijk zijn gemaakt. Het gaat daarbij niet om het individuele maar de gezamenlijke waarden in beleving. Wij hebben in onze brief van maart 2025 er al op gewezen dat er op dat moment al anderhalf jaar geen enkele dialoog meer had plaatsgevonden.

Ook nadien heeft geen enkele dialoog plaatsgevonden, terwijl bij het Oversticht op zijn minst die indruk moet zijn gewekt. Sterker nog, dát lijkt een belangrijke reden dat het advies ineens positief is geworden. Kennelijk denkt het Oversticht dat wij, met het geven van feed-back, ervoor hebben gezorgd dat onze leefomgeving aangenaam blijft. Niets is minder waar. Wij achten het zeer zorgelijk en ook onrechtmatig dat het Oversticht door de ontwikkelaar op het verkeerde been is gezet. Wij hebben uw college en de gemeenteraad hierop gewezen. U heeft met deze informatie ten onrechte niets gedaan. Sterker nog, wij hebben hierover ook contact opgenomen met het Oversticht zélf. Wij wilden graag aan het Oversticht, vanuit onze eigen leefsituatie, laten zien welke grote nadelige consequenties de komst van de grootschalige zonneparken heeft. Het Oversticht stond hiervoor open en heeft ook laten weten geen goed gevoel te hebben bij het verloop van dit proces en bij het laatste advies. Het Oversticht was in de veronderstelling dat wij als omwonenden hebben meegepraat. Vervolgens heeft uw gemeente aan het Oversticht geen toestemming gegeven om keukentafel gesprekken te houden. Vanuit het Oversticht werd ieder contact vervolgens verbroken en werd verzocht om de inhoud van de gesprekken verder vertrouwelijk te houden.

2.3.8 belangen omwonenden en omgeving Gezien het bovenstaande traject kunnen wij niet anders dan concluderen dat het advies van het Oversticht uiteindelijk is gereduceerd tot een rituele rondedans. Wij hebben er steeds vertrouwen in gehad dat de plannen voor de zonneparken deskundig zouden worden getoetst aan de passendheid in de omgeving. Dat is ook wel het geval geweest, alleen kwam deze uitkomst kennelijk niet uit. Vervolgens zijn wij buiten spel gezet en is de ontwikkelaar achter de schermen gaan lobbyen. Die heeft bovendien, volkomen bezijden de waarheid, de indruk gewekt nog wél in overleg te zijn met omwonenden. Kennelijk is het Oversticht onder de druk bezweken. Die heeft achteraf nog wel laten weten aan omwonenden de uitkomst van dit traject te betreuren. Ieder inhoudelijk overleg met het Oversticht hierover is, als gezegd, door uw gemeente geblokkeerd. Mede op basis van de richtlijnen 2.0 zijn wij onaangenaam verrast dat dit de gang van zaken is geweest. Immers, op basis van deze richtlijnen wordt niet alleen onafhankelijk advies ingewonnen door Oversticht, maar worden de belangen van omwonenden en hun omgeving, ook zwaar meegewogen. Als dit niet echt de bedoeling is dan zijn de richtlijnen ook overbodig. Overigens neemt dit niet weg dat in dat geval ook teruggevallen kan worden op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Op basis daarvan dient ook zorgvuldige besluitvorming plaats te vinden.

Velner Bewonersgroep 2.3.9 Cultuurhistorie De zonneparken zijn geprojecteerd in de streek Velnerhoek, dat ligt ten Noord-westen van het dorp Raalte. Het is een eeuwenoud gebied wat al genoemd wordt in de twaalfde en dertiende eeuw onder het schoutambt Raalte. Het schoutambt Raalte werd ingeklemd door de ambten Heino, Ommen en Den Ham, Hellendoorn, Holten Colmscate en Wijhe. Dit ambt omvatte vijf marken: Raalterwoold, Luttenberg, Ramele, Pleegt en Heeten. De marke Raalterwoold telde de buurtschappen Tyenraan, Linderte en Boetele. In de buurtschap Tijenraan lagen de havezaten Hofstede, Relaer, Nijenhuis en Velner. Haverzate De Velner. Aan de noordwestrand van de Marke Raalterwoold lag in het verleden de fraaie havezate De Velner. Hoewel het landhuis zelf niet meer bestaat, herinnert de langgerekte Velnerallee (Pruimersallee), waaraan één van de zonneparken is geprojecteerd aan de fraaie geometrische landschapsstructuur, hoog opgaande geboomte nog op allerlei manieren aan dit oude landgoed. Oorspronkelijk was de Velnerechter geen landhuis maar een gewone boerderij. Net als bij de naburige erven Wolthuys en Wolvegoir gaat het hier in oorsprong waarschijnlijk om een erf dat is gesticht in de grote ontginningsgolf van de twaalfde en dertiende eeuw. De dekzandruggen langs de randen van het Raalterwoold werden toen voor het eerst gekoloniseerd.

De betekenis ven de naam de Velner is niet geheel duidelijk. De schrijfwijze “Wellener” in sommige middeleeuwse bronnen wijst misschien op een samenhang met het midden Nederlandse woord Welle dat bron, opborrelen van water betekent. Wellicht is het erf gesticht bij een plek waar kwelwater uit de grond opborrelde. De bezitsgeschiedenis van de Velner is uitvoerig beschreven door Gevers en Mensema. De eerste vermelding in de historische bronnen is die in het bisschoppelijke leenregister van 1379-1382, waarin Laurens van Buckhorstals leenman geregistreerd staat. Via de van Bakerweerde’s kwam het goed in 1434 aan de Van Keppels die ook in 1520 staan geregistreerd als eigenaar van De Velner. De boerderij De Velner die op het kadastrale minuutplan van 1832 staat afgebeeld ten zuiden van het landhuid vermoedelijk ook de plek van het oude middeleeuwse erf. In het schattingsregister van Salland uit 1490 komt overigens de naam Johan ten Luttiken Vellener voor, een teken dat het oude erf toen reeds een dochtererf had. Op 25 juli 1797 kocht Coenraad Pluimers het huis De Velner en katerstede de Bril (Stobbenbroekerweg 45) dat is gelegen op een waardevolle es. Als rentenier overleed hij in 1830. Zijn erfgenaam Nicolaas Pruimers liet de havezate in 1837 openbaar veilen. Ondanks dat de verkoop werd aangehouden, ging men in 1838 over tot de afbraak van het herenhuis.

Nicolaas Pruimers en zijn vrouw Christina Fortuyn stierven kort na elkaar in 1861. Toen al was hun zoon Daniël overleden, die enige jaren daarvoor in het huwelijk was getreden met Johanna Theodora barones van Dedem. De dochter uit dit laatste huwelijk, Margaretha Daniëlla Pruimers, overleed in 1950 te Lausanne, Zwitserland. Zij liet in het testament haar bezittingen, waaronder de Velner, na aan haar neven en nichten Van Dedem. Zij verkochten het in 1951 aan Mr. Frederik Henri baron de Vos van Steenwijk genaamd van Essen tot Windesheim. Bij de scheiding van zijn nalatenschap in 1975 werd de Velner toebedeeld aan zijn enige zoon en huidige eigenaar de heer J.A. de Vos van Steenwijk genaamd van Essen. Landgoed De Velner wordt nu samen met landgoed Windesheim beheerd door de Stichting Landgoed Windesheim. Locatie 1 heeft jarenlang onderdeel uitgemaakt van het Landgoed de Velner en ligt, grenst hier, pal aan. Ten onrechte wordt aan deze cultuurhistorie voorbij gegaan. 2.3.10 reactie op komst zonneparken Hoogleraar Landschapsgeschiedenis Uit de grote hoeveelheid indieners van (deze) zienswijze blijkt de betrokkenheid bij dit gebied. Ook blijkt hieruit dat de tegenstand groot is. Kort voordat de gemeenteraad besloot om een ontwerpverklaring van geen bedenkingen af te geven, heeft hoogleraar Landschapsgeschiedenis te Groningen, een ingezonden brief geschreven aan Stentor.

Deze luidde als volgt:

Velner Bewonersgroep “Beste We spraken elkaar eerder dit jaar in het kader van ons landgoederenproject in Heino. Afgelopen week was ik daar op veldwerk met mijn masterstudenten en raakte tijdens het veldwerk in gesprek met enkele erg bezorgde bewoners ten zuiden van het dorp. Zij vertelden over het onzalige plan van de gemeente om zonneparken in het historische landgoederenlandschap ten zuiden van Heino te gaan aanleggen. Jij hebt daar vorige week over geschreven in de Stentor zag ik. Woensdagavond a.s. volgt de beslissing van de gemeenteraad van Raalte in dezen. Wellicht heb je ook belangstelling voor mijn visie als landschapsdeskundige en ervaren landschapsonderzoeker. Mocht je hierover willen schrijven, dan mag je uit het onderstaande alles gebruiken wat je wilt. Als journalist heb jij veel invloed op de opinievorming en besluitvorming in jouw streek en daarom hoop ik dat je een lans zou willen breken voor dit bijzondere Sallandse landschap. Ik kon in eerste instantie bijna niet geloven dat de gemeente dit van plan was. Juist het landgoederengebied ten zuidwesten van Heino is een van de best bewaarde landgoederenlandschappen van de provincie Overijssel met zijn fraaie landhuizen, historische pachtboerderijen, oude lanen, onverharde wegen, middeleeuwse weteringen, kleinschalige verkaveling en talrijke houtwallen.

Doordat hier nooit ruilverkaveling heeft plaatsgevonden kun je hier als bijna nergens anders het oude middeleeuwse landschap van Salland ervaren. Op korte afstand liggen hier de landgoederen van 't Nijenhuis, 't Rozendael, De Velner en Het Relaer, stuk voor stuk monumentale historische cultuurlandschappen en parels van Salland. Toen ik in 2009 en 2010 uitgebreid onderzoek deed voor het boek 'Mens en land in het hart van Salland' kwam ik er al snel achter dat dit oude coulissenlandschap grotendeels is ontstaan in de 12e en 13e eeuw. Net als de weteringen in het gebied maakten deze hoeven en landerijen deel uit van een grootscheeps ontginningsproject van de bisschop van Utrecht en toenmalige boeren in de streek waarbij alle natte laagten goed werden ontwaterd met langgerekte weteringen en daarop aansluitende sloten, zodat vervolgens verspreid op de hogere dekzandkoppen talrijke boerderijen en akkers konden worden aangelegd. Later hebben landgoedeigenaren en hun pachters het landschap verder uitgebouwd en opgebouwd, waardoor je op allerlei plekken de grote landschapsvormende kracht van de landgoederen kunt beleven als bezoeker. Op heel veel plekken in Oost-Nederland zijn dit soort landschappen sterk aangetast door modernisering; hier gelukkig nog niet. Waarom beseffen gemeente en provincie dit niet? Hoogst merkwaardig in dezen is ook de rol van het Oversticht.

Ik kan niet begrijpen dat zij als erfgoedorganisatie zo gemakkelijk zijn meegegaan met deze grote aantasting van het landschappelijke erfgoed in deze regio. Dit wekt allerlei twijfels en achterdocht op over hun precieze rol in dit soort processen en voor het vertrouwen van burgers en vakgenoten in deze voorheen toch zo gerenommeerde organisatie. Conclusie: We hebben hier dus te maken met een zeer goed bewaard gebleven achthonderd jaar oud Sallands cultuurlandschap dat zowel voor bewoners als de talrijke recreanten en toeristen in dit gebied nog in optima forma beleefd kan worden. Aanleg van meerdere zonneparken in dit cultuurhistorisch heel waardevolle gebied leidt tot een enorme aantasting van dit unieke Sallandse landschap en slacht - als het om recreatie en toerisme gaat - feitelijk ook de kip met de gouden eieren. Het vernietigt niet alleen het woonklimaat van bewoners, maar ook het landschap waarop jaarlijks zoveel bezoekers op afkomen. Het is een fabeltje dat door de vormgeving en inpassing van dit soort parken het landschap minder aangetast zou worden. Overal in Nederland zien we het bewijs van het tegendeel. Dit soort industriële landschappen horen niet thuis in een eeuwenoud en goed bewaard gebleven cultuurlandschap.

Alleen vorige week al zag ik in een paar dagen honderden wandelaars en fietsers in dit landschap en ook de terrassen in Heino zitten hierdoor in de zomerperiode dagelijks vol. Hoe kortzichtig kan een gemeente zijn door juist hun belangrijkste 'unique selling point', te weten het Sallandse landschap zomaar voor een kortetermijngewin van enkele grondeigenaren te grabbel te gooien? Bij erfgoed is het bovendien ook zo: eenmaal gesloopt, krijg je het nooit meer terug. Zonneparken met bewegende panelen verknallen de belevingswaarde van dit landschap in sterke mate en vernietigen zo een uniek middeleeuws landschap. Heel merkwaardig is ook dat de landgoedeigenaren in dit gebied samen met Landschap Overijssel en de Rijksuniversiteit Groningen uitgerekend dit jaar met een groot project 'Naar een duurzame

Velner Bewonersgroep toekomst voor de Heinose landgoederenzone' bezig zijn. Dat project wordt voor een belangrijk deel gefinancierd door de Provincie Overijssel. Je vraagt je dan af waarom overheden enerzijds aangeven hun cultuurhistorische landschappen te koesteren en te willen verduurzamen en tegelijkertijd ruim baan geven voor een sterke aantasting van deze landschappen. Uiterst merkwaardig en ook niet consequent. Natuurlijk moet het landschap voortdurend vernieuwd worden, maar doe dat dan wel op de plekken en op de manier waarop dit ook daadwerkelijk kan. Ik adviseer de gemeenteraad dringend om in dit stadium niet accoord te gaan met dit plan. Binnen de gemeente Raalte zijn talrijke gebieden aan te wijzen die landschappelijk van veel minder grote waarde zijn dan het landgoederenlandschap rond Heino en waar zonneparken uitstekend zouden passen. Zonneenergie in de gemeente Raalte is een goede zaak voor een duurzame toekomst, maar doe dit svp niet in een van de mooiste middeleeuwse cultuurlandschappen van jullie gemeente. Duurzaamheid bevorderen doe je niet alleen door klakkeloos op allerlei plekken windmolens en zonneparken te droppen, maar vooral ook door goed voor je eigen landschap te zorgen en heel zorgvuldig af te wegen waar je precies wat gaat plannen. Hartelijke groet,

(Hoogleraar Landschapsgeschiedenis/ Hoofd Kenniscentrum Landschap Rijksuniversiteit Groningen)” Uw college en uw gemeenteraad hebben ten onrechte geen enkel gehoor gegeven aan deze oproep. Ook aan dit deskundige advies is ten onrechte voorbijgegaan.

3. Aangepaste Verordening Overijssel Duidelijk is dat de landelijke overheid, evenals de provinciale overheid geen zonnevelden in de groene omgeving meer wil toestaan. Hooguit staat de provincie Overijssel het toe om zonnevelden op agrarische gronden te realiseren met een maximum oppervlak van 2 hectare mits verzekerd is van landschappelijke inpassing. De provincie staat een uitzondering toe voor oude principe-besluiten. De ontwikkelaar beroept zich op het principe besluit van uw college van mei 2023. Punt is niet alleen dat dit principe besluit betrekking had op een geheel ander plan, maar dat hierin duidelijk de voorwaarde is gesteld dat er een onafhankelijk advies ingewonnen dient te worden bij het Oversticht. Zoals gezegd is er net zo lang getrokken aan het Oversticht totdat deze een positief advies afgaf, terwijl het eerste advies van Oversticht (van 15 mei 2024) gevolgd had dienen te worden. Daarbij komt dat de provincie Overijssel zélf ook strenge aanvullende voorwaarden stelt in haar instructieregels om nog gebruik te mogen maken van een oud principe-besluit. Duidelijk is dat het verlies aan ecologische en landschappelijke waarden dient te worden gecompenseerd door investeringen in de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving.

Noch uit (alle) adviezen van het Oversticht noch uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt welke investeringen worden gepleegd in de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. De aanplant van enkele struiken, boompjes, keverbanken om nipt te voldoen aan het 80/20% principe kunnen niet worden aangemerkt als een dergelijke investering. Daarbij komt dat het principe-besluit uitging van een volledig ander plan dan waarop het ontwerp-besluit betrekking op heeft. Wij stellen ons op het standpunt dat het principe-besluit geen rol meer speelt. Ook blijkt dat de adviezen van het Oversticht met voeten zijn getreden en dat het Oversticht op basis van onjuiste informatie, over de streep is getrokken. Kortom, op basis hiervan is strijd met de Verordening Overijssel. Verder moet het ons van het hart dat het evident is dat zowel vanuit de landelijke politiek als vanuit de provincie er geen draagkracht meer bestaat voor zonneparken op goede landbouwgronden. Wij

Velner Bewonersgroep vragen ons af waarom uw gemeente toch door een ingewikkelde juridische hoepel probeert te springen om deze grote parken, te doen doorgaan, terwijl hiervoor geen enkel draagvlak meer is.

4. Geluid Er is geen geluidonderzoek verricht naar geluidoverlast van de drie forse zonneparken, terwijl deze én in het buitengebied zijn geprojecteerd (stille omgeving) én op korte afstand tot elkaar zijn gelegen. Het gaat om 62 omvormers, transformatoren en voortdurend bewegende panelen. In paragraaf 4.6 van de ruimtelijke onderbouwing wordt er nog wel iets gezegd over milieuzonering. Aansluiting zou gevonden kunnen worden bij de afstanden die gelden voor elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen tussen de 10 en 100 MVA. Op basis hiervan zou een afstand van 50 meter gelden. De dichtstbijzijnde woningen zouden liggen op een grotere afstand, namelijk op een afstand van 100 meter. Er zijn dus maar liefst 62 omvormers ingepland maar dat nummer kan bij de uiteindelijke bouw afwijken, zo blijkt uit de stukken. Het gaat om 24 Stuks op veld 1, 22 stuks op veld 2 en 16 stuks op veld 3. Door uw gemeente wordt in dit verband 10% flexibiliteit geboden ten aanzien van aantallen én formaten. Het is volstrekt onduidelijk welk bronvermogen de omvormers hebben en of deze worden gekoeld met een ventilator of dat deze passief worden gekoeld. Eveneens is volstrekt onduidelijk welk en hoeveel geluid het draaien van de zonnepanelen maakt.

In de manual staat wel: The inverter produces noise during operation, thus it is not recommended to install it in places for residential purpose. If this cannot be avoided, it is recommended to install the inverter in a place over 25 meters away from the residential area, or take noise mitigation measures. Te vinden op: https://infosupport.sungrowpower.com/application/pdf/2024/03/29/SG285_320_333_350HX-UEN-Ver22202403.pdf Verder vonden wij een meetverslag. Verwezen zij naar de bijlage 2. Maar dat is 80 dB(A) op 1 meter, ongeveer een bronvermogen Lw van 95 !! Er zijn ook testrapporten uit andere landen: https://www.solarctrl.com/blog/solar-inverter-noiselevels/#:~:text=To%20put%20inverter%20noise%20into,range%20of%2025%2D55%20dB. Met 10 van dit soort invertors zal het bronvermogen een factor 10 hoger zijn. De qr code in dit verslag is vertaald naar een link. https://drive.google.com/drive/folders/1xsd-KEAmZM1KADm1AsXdr_71GHlXRM3y Kortom, hieruit volgt wel dat er, hoe dan ook een akoestisch onderzoek naar het geluid in de omgeving moet plaatsvinden. Dat is ten onrechte niet gebeurd. Hierbij zal ook rekening gehouden moeten worden met de specifieke ligging. Het gaat om de hoogteverschillen in het gebied, maar ook om bijvoorbeeld het spoor, dat tussen het zonnepark 2 én bestaande woningen is gelegen.

Wij maken ons als omwonenden niet alleen grote zorgen om de aantasting van ons prachtige landschap, maar ook om, niet gebiedseigen geluidsoverlast. Al om die reden zijn deze grootschalige parken niet passend in het buitengebied.

Velner Bewonersgroep 5. Das Uit ecologisch onderzoek blijkt dat de zonneparken zijn geprojecteerd op essentieel foerageergebied. Dit foerageergebied is bovendien gelegen nabij dassenburchten. Uit de rechtspraak van de Afdeling blijkt dat foerageergebieden in beginsel niet beschermd worden via het soortenbeschermingsregime van de Wnb 3. Eén van de uitzonderingen daarop doet zich voor als een essentieel foerageergebied zodanig wordt aangetast dat daardoor de functionaliteit van de vaste voortplantings- of rustplaatsen van de betrokken diersoort wordt aangetast. In dit geval staat dus al vast dat sprake is van essentieel foerageergebied. Naar ons oordeel is ten onrechte geen verklaring van geen bedenkingen aangevraagd in verband met art. 3.10 Wnb. Het oude recht is hierop nog van toepassing. Duidelijk is dat de maatregelen, waarbij her en der een kleine opening voor de das wordt gemaakt om het foerageergebied alsnog te kunnen betreden, onvoldoende is. Uit Bij 12 (kennisdocument Das) volgt namelijk het volgende: “Overdag slapen dassen in een kamer van de burcht. Ze verlaten de burcht ’s avonds om op zoek te gaan naar voedsel. Dit doen ze meestal alleen en soms met de jongere dieren erbij. Als de situatie bij de burcht verandert, zijn dassen niet snel geneigd de burcht te verlaten.

Ook bij verstoring of verslechtering in het omliggende leefgebied blijven dassen zolang mogelijk in hun burcht. Ze worden vooral dichtbij de burcht snel verontrust door sterk wisselende geuren, lichtpatronen, geluiden of trillingen die samenhangen met menselijke aanwezigheid. Ze kunnen goed wennen aan zulke prikkels, vooral als die verder van de burcht verwijderd plaatsvinden en als die prikkels niet sterk variëren in aard of sterkte. Het voedselaanbod is vooral op bemeste grasweiden (regenwormen) en in maïsakkers (maïskolven) van het agrarische gebied te vinden. In meer natuurlijke landschappen moeten dassen meer inspanning leveren om voldoende voedsel te vinden. Er is daar minder eetbare biomassa te vinden en de plekken waar voedsel te vinden liggen meer verspreid. “ Duidelijk is dat er geen bemesting meer plaats zal vinden op de essentiële foerageergebieden van de das, terwijl de das juist wél gebaat is bij deze rijke landbouwgronden. Ze zullen dus veel meer inspanning moeten verrichten om wél voedsel te kunnen vinden en de vraag is of dit voorhanden zal zijn. Daar is geen enkel onderzoek naar verricht. Daarbij komt dat de das gevoelig is voor geluid, trillingen, lichtpatronen e.d. Gezien het feit dat de omvormers geluid zullen maken, zullen weerkaatsen, de zonnepanelen voortdurend zullen draaien en bewegen, is het zeer aannemelijk de das wordt verstoord.

Dat is niet onderkend. Het is ook volkomen onaannemelijk dat de das de juiste opening zal weten te vinden om binnen de hekken (voor zover het dier dit nog wil) te komen en te verlaten. Er ontbreekt, kortom een benodigde verklaring van geen bedenkingen (welke dient aan te haken). 6. Lichtschittering Er is geen onderzoek verricht naar lichtschittering. Er is wél een notitie van Greencell voorhanden, maar die preekt voor eigen parochie4 en deze notitie is algemeen. Duidelijk is dat de panelen meedraaien naar de zon. Ook is het duidelijk dat de zonneparken niet aan het zicht worden onttrokken. Wellicht geldt dat dit gedeeltelijk lukt, maar het lukt in elk geval niet voor zonnepark 1. Dat zonnepark wordt gebouwd tegen een es aan, waardoor vanuit de es op en tegen! de zonnepanelen zal worden aangekeken.

3

Het gaat hier nog om overgangsrecht dus om toepassing van de Wabo en de Wnb

4

Wij van wc eend, adviseren wc eend

Velner Bewonersgroep Er is op geen enkele wijze rekening gehouden met deze specifieke situatie. De vergelijking wordt in de notitie van Greencell gemaakt met oppervlaktewater. Alleen het oppervlaktewater beweegt niet verticaal mee met de zon, zoals de zonnepanelen wél gaan doen. 7 landschappelijke inpassing: ten onrechte geen visualisatie, geen borging, te veel flexibiliteit Zoals uit het voorgaande blijkt wordt de indruk gewekt dat wij hebben meegepraat over de landschappelijk inpassing van de zonneparken. Dat klopt dus niet. Wij menen evenwel dat daarenboven ten onrechte is nagelaten om onze positie zorgvuldig in kaart te brengen. Er ontbreken visualisaties vanuit de woningen en tuinen van omringende woningen. De kaarten met misleidende bloemetjes en bijtjes waarop de zogenaamde landschappelijke inpassing is te zien, zijn eendimensionaal in plaats van drie dimensionaal. Daarbij gaat het om drie parken die eigenlijk op één hoop zijn gegooid. Als bewoners hebben wij meerdere malen verzocht om per park met de betreffende belanghebbenden en steakholders te onderzoeken wat de impact is. Dat is dus helemaal niet gebeurd. Er is geen maatwerk geleverd, er is geen enkele dialoog geweest, al helemaal niet op de aangepaste plannen, die door het Oversticht op het laatst zijn beoordeeld.

Verder maken wij ons grote zorgen over alle bouwwerken die náást de zonnepanelen ook worden geplaatst, de omvormers, de camera’s, de hekwerken, de transformatoren. Deze ronduit lelijke bouwwerken zijn al helemaal niet in beeld gebracht. Er dient dus niet alleen een visualisatie te komen van de zonnepanelen in combinatie met het voorgenomen groen, maar ook zal hierbij betrokken dienen te worden dat en waar de camera’s, de hekwerken, de omvormers en de transformatoren komen. Hoe kan een bevoegd gezag blijven volhouden dat het prachtige landschap kwalitatief zal verbeteren door de komst van al deze bouwwerken? Als diefstal zo’n groot probleem is. Is het dan niet zaak om de zonneparken juist te projecteren op bedrijventerreinen, waar bewaking standaard voorhanden is? Juist ook vanwege alle extra (potsierlijke) voorzieningen is de komst van zonneparken in kleinschalig coulisselandschap niet passend. Uit de flexibiliteitsnotitie blijkt dat de daadwerkelijke inrichting van het gebied afhankelijk zal zijn van vele factoren. Om die reden wordt er, ook nog eens aanzienlijke flexibiliteit geboden. Het gaat om factoren waar we nu al grote zorgen over hebben en die niet goed in kaart gebracht zijn. Het gaat om de toegestane hoogte van de zonnepanelen, het aantal omvormers, de hoogte, de locatie en het soort afrastering, de locatie van de opslagbatterij etc.

Wij zijn dus van mening dat de landschappelijke inpassing tekortschiet, onvoldoende in kaart is gebracht (mede gezien de hoogteverschillen dient dit in 3D te geschieden) en dat de landschappelijke inpassing onvoldoende is geborgd. De flexibiliteitsnotitie maakt dit er niet beter op. De hekken kunnen nog op een andere locaties worden gezet, waardoor het schamele randje groen nog smaller wordt. Tenslotte, de biodiversiteit onder de zonnepanelen zou worden gemonitord en in kaart gebracht worden. Dat is allemaal mooi, maar op welke wijze is dit verzekerd. En wat gebeurt er als duidelijk wordt dat de gronden achteruitgaan. Welke maatregelen worden daarvoor getroffen?

8. Brandgevaar In de ruimtelijke onderbouwing wordt geen aandacht besteed aan brandgevaar. Het risico op brand bij zonneparken is evident. Daarbij komt dat het kennelijk de bedoeling is om bloemen te zaaien onder de panelen, maar dat het gras onder de panelen tegelijkertijd kort gehouden moet worden om brand te voorkomen.

Velner Bewonersgroep 9. Interne saldering stikstof De Aeriusberekening gaat ten onrechte uit van interne saldering. Immers, er wordt ten aanzien van de gebruiksfase gewezen op het landbouwgebruik dat niet meer kan plaatsvinden als de zonneparken eenmaal zijn gerealiseerd (bijvoorbeeld het uitrijden van mest). Uit de bekende 18 december 2024 uitspraken van de Afdeling blijkt dat deze redenering niet opgaat. Voor interne saldering is bovendien een natuurvergunning benodigd. Deze ontbreekt. Op zijn minst zal de vergunning dus vergezeld dienen te gaan van een verklaring van geen bedenkingen omdat het oude recht nog van toepassing is. 10. m.e.r. beoordeling Het besluit m.e.r. beoordeling lag volgens uw publicatie ter inzage. Omdat wij dit besluit niet konden vinden hebben wij dit besluit in onze pro forma zienswijze opgevraagd. Immers, in de ruimtelijke onderbouwing hadden wij gelezen dat er geen m.e.r. beoordelingsplicht zou bestaan en dat er geen sprake zou zijn van een aanmeldingsnotitie. U heeft ons het collegevoorstel toegezonden waarin het volgende staat opgenomen: Milieueffectrapport Op basis van artikel 7.17 Wet milieubeheer is het bevoegd gezag, uw college, verplicht een besluit te nemen of voor het ruimtelijk plan een milieueffectrapport (m.e.r.) moet worden opgesteld in verband met mogelijk nadelige gevolgen voor het milieu.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=150b1978-c457-483f-920f-85bd98dd81c5