Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek
Tekst van het document
Rapport Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740)/ Nader bodemonderzoek (NTA 5755)/ Verkennend bodemonderzoek asbest (NEN 5707/NEN 5897) Nijverdalseweg 52/54 Mariënheem
Projectnummer: Datum:
23229 17 november 2023
Rapport Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740)/ Nader bodemonderzoek (NTA 5755)/ Verkennend bodemonderzoek asbest (NEN 5707/NEN 5897) Nijverdalseweg 52/54 Mariënheem
Opdrachtgever: BJZ.nu De heer R. Pielman Twentepoort Oost 16a 7609 RG ALMELO Projectnummer: 23229 Datum:
17 november 2023
Status:
Definitief
Opgesteld door: F. H. de Vries
Paraaf:
Goedgekeurd door:
Paraaf:
ing. G. van Dijk
1 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
Inhoud 1 Inleiding .................................................................................................................................. 3 2 Inventarisatie ........................................................................................................................... 5 2.1 Historisch gebruik. ............................................................................................................... 5 2.2 Huidig gebruik ..................................................................................................................... 9 2.3 Toekomstig gebruik ............................................................................................................. 9 2.4 Geohydrologische gegevens .............................................................................................. 10 3 Onderzoeksstrategie .............................................................................................................. 11 4 Uitgevoerd veld- en laboratoriumonderzoek ........................................................................ 14 5 Resultaten veldonderzoek ..................................................................................................... 18 6 Resultaten laboratoriumonderzoek .......................................................................................
21 6.1 Toetsingskader ................................................................................................................... 21 6.2 Analyseresultaten ............................................................................................................... 21 7 Conclusie............................................................................................................................... 27 7.1 Aanbeveling ....................................................................................................................... 30 8 Zorgvuldigheid onderzoek .................................................................................................... 32
Bijlagen 1. Topografisch en kadastraal overzicht 2. Situatietekening 3. Boorbeschrijvingen 4. Toegepaste methoden/normen veldwerk en laboratorium onderzoek 5. Analyseresultaten + toetsing 6. Foto’s 7. KIWA certificaten ondergrondse HBO-tanks 8. Omgevingsrapportage
2 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
1 Inleiding De heer R. Pielman van BJZ.nu uit Almelo heeft op 14 september 2023 opdracht verleend tot het instellen van een verkennend bodemonderzoek/verkennend bodemonderzoek asbest conform de NEN 5740/NEN 5707/5897 voor de locatie Nijverdalseweg 52/54 te Mariënheem. Voor de ligging van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar bijlage 1. De inrichting van de locatie is weergegeven in bijlage 2. De primaire aanleiding voor het bodemonderzoek is het vastleggen van de kwaliteit van de bodem van het terrein in verband met het verkrijgen van een omgevingsvergunning ten behoeve van de herinrichting van de locatie. De secundaire aanleiding vormt de beoordeling van voorgaand bodemonderzoek (Verkennend bodemonderzoek/verkennend bodemonderzoek asbest Nijverdalseweg 52 Mariënheem, Boluwa Eco Systems BV, kenmerk 17207, 07-11-2017) door de Omgevingsdienst IJsselland, mevrouw S. Wobben, zaaknummer 0177ESUITE302402023, 31-08-2023. Hierin wordt gesteld dat het uitgevoerde bodemonderzoek ouder is dan vijf jaar en daarmee niet recent genoeg voor de geplande bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw. Daarnaast is een voor bodemverontreiniging verdachte deellocatie niet meegenomen in het onderzoek (voormalige bovengrondse dieselolietank). Tevens dient de aangetoonde verontreiniging met minerale olie te worden afgeperkt (nader onderzoek).
Doel van het onderzoek is het vaststellen van eventuele verontreiniging van grond en grondwater van de locatie en een globaal inzicht te verschaffen in de aard, plaats en concentratie van eventuele verontreinigende stoffen. Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de Nederlandse Norm NEN 5725:2017 (strategie voor het uitvoeren van milieu hygiënisch vooronderzoek). Bij het verzamelen van de beschikbare informatie is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de werkwijze zoals beschreven in de NEN5725:2017. Op basis van deze norm bepaalt de aanleiding van het onderzoek de minimale onderzoeksaspecten. In onderstaande tabel zijn deze onderzoeksaspecten per aanleiding weergegeven. In de huidige situatie is sprake van aanleiding A (bodemonderzoek).
3 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
Tabel aanleiding onderzoek: onderzoeksaspecten Locatie gegevens Bodemopbouw en geohydrologie
Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van Ernstige bodemverontreiniging Kwaliteit o.b.v. BKK o.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbest verdacht
Aanleidingen tot vooronderzoek A B C D E F O O X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X
O X
X X
X X
X X
X X
O X X
X
X X
X X O X
X
G
X X X X X
X
X X X X X Terreinverkenning X= Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd O = Optioneel Aanleiding tot vooronderzoek A Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek B Opstellen hypothese over de aanwezigheid van potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten bij nul- en eindsituatie onderzoek C Opstellen hypothese over de bodemkwaliteitsklasse van de ontvangende bodem voorafgaande aan het toepassen van grond of baggerspecie D Opstellen hypothese over de milieuhygiënische kwaliteit ten behoeve van partijkeuring E Opstellen of actualiseren van een bodemkwaliteitskaart F Toetsing gebruik bodemkwaliteitskaarten bij te ontgraven grond en het toepassen van grond G Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing en bij overig projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten van arbeidshygiënische risico’s
Ten behoeve van het vooronderzoek hebben wij de volgende bronnen geraadpleegd: Onderdeel Historisch, huidig en toekomstig gebruik Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek Locatiegegevens van internet: historisch topografisch kaartmateriaal basisregistratie grootschalige topografie kadastrale gegevens Google streetview Provinciale bodeminformatie Bodemopbouw Geo(hydro)logie Bodemkwaliteitskaart Terreininspectie
Bron Opdrachtgever Omgevingsrapportage provincie Overijssel; Omgevingsdienst IJsselland www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl maps.google.nl www.overijssel.omgevingsrapportage.nl maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl Locatie maakt geen deel uit van de bodemkwaliteitskaart Uitgevoerd voorafgaand aan veldwerk 27-09-2023 door erkend monsternemer de heer A. de Graaf van Boluwa Eco Systems BV
In de volgende hoofdstukken wordt achtereenvolgens ingegaan op de verrichte veld- en laboratoriumwerkzaamheden en de resultaten van het onderzoek. In hoofdstuk 7 worden de bevindingen geïnterpreteerd en conclusies getrokken over de actuele kwaliteit van de grond en het grondwater op de locatie. 4 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
2 Inventarisatie De onderzoekslocatie is gelegen in het agrarisch buitengebied ten zuidoosten van Mariënheem. Kadastraal: Gemeente Raalte, sectie G, nummers 2400, 2401 en 2448 (gedeeltelijk). x-coördinaat = 220.202 en y-coördinaat = 487.692 2.1 Historisch gebruik. Algemeen: Op historisch kaartmateriaal voor 1900 is de Nijverdalseweg reeds waarneembaar. Op de onderzoekslocatie is dan al enige bebouwing aanwezig. Verspreid in de omgeving bevinden zich enkele boerenerven. De woning/oorspronkelijke boerderij Nijverdalseweg 54 dateert uit 1910. In de loop de jaren wordt het bedrijf geleidelijk uitgebreid met diverse stallen. In 1972 wordt het woonhuis Nijverdalseweg 52 gerealiseerd. Op de locatie is een agrarisch bedrijf gevestigd geweest. Oorspronkelijk bestonden de bedrijfsactiviteiten uit het houden van rundvee. In later jaren zijn hoofdzakelijk varkens gehouden. De bedrijfsactiviteiten zijn inmiddels beëindigd en de stallen zijn leegstaand. Topotijdreis: 1900
1950
1985
2020
Vergunningen/meldingen: De volgende vergunningen/meldingen van de locatie zijn bekend: Datum 16-04-1985 28-06-1988 17-01-1989 19-03-1991 24-08-1992 13-04-1994 18-07-1995 04-11-1997 27-06-2001 22-05-2007
Revisievergunning Uitbreidingsvergunning (uitbreiding rundvee- en mestvarkensbedrijf) Uitbreidingsvergunning (uitbreiding rundvee- en mestvarkensbedrijf) Uitbreidingsvergunning Melding uitbreiding biggenopvang Melding verplaatsing werktuigenberging Melding bouw vervangende woning Revisievergunning Revisievergunning (nieuwbouw rundveestal, wijziging dierhuisvesting en aantal te houden dieren) Revisievergunning (diverse interne wijzigingen)
5 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
Brandstoftanks: Op de locatie hebben zich een tweetal ondergrondse HBO-tanks bevonden (2x 3.000 liter). Deze tanks zijn in 1992 verwijderd. Hiervan is een KIWA certificaat aanwezig, registratienummer KIWA K151, 01-05-1992. Uit de gegevens blijkt dat één van de beide tanks lek bleek te zijn maar dat er geen verontreinigingen in de bodem zijn aangetroffen. De locaties van deze voormalige ondergrondse tanks zijn op tekeningen behorende bij Hinderwetvergunningen uit het verleden achterhaald. Daarnaast is in een voormalige berging een bovengrondse dieselolietank (650 liter in een lekbak) aanwezig geweest. Deze berging is ten behoeve van de bouw van de varkensstallen in 1994 gesloopt. Uit tekeningen behorende bij de Hinderwetvergunning uit het verleden is de voormalige ligging van deze tank achterhaald. Ten tijde van het onderzoek was naast de (voormalige) wagenberging een bovengrondse dieselolietank (1.200 liter) in een lekbak aanwezig. Deellocaties brandstoftanks (rood)
Calamiteiten: Op de locatie hebben zich voor zover bekend geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Dempingen: Uit de geraadpleegde bronnen blijken geen dempingen en/of ophogingen op de locatie. PFAS: Op basis van het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” blijkt, dat vooralsnog heel Nederland (voornamelijk de bovengrond) als “verdacht” gebied wordt gekenmerkt met betrekking tot de parametergroep PFAS. Verwacht wordt, dat er verspreid over de onderzoekslocatie gelijke gehalten van PFAS voorkomen. PFAS komt diffuus in Nederland voor. Dit betekent echter niet dat alle locaties per definitie verdacht zijn op PFAS boven de toetsnorm. Uit het vooronderzoek blijkt dat atmosferische depositie de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op de locatie kan zijn. Van 6 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkte verhoogde PFAS-gehaltes in bodem en water kan leiden. Asbestdakenkaart: Op basis van de asbestdakenkaart van de gemeente Raalte zijn er op de locatie diverse bijgebouwen voorzien van asbestverdachte dakbedekking. Uit de uitgevoerde terreininspectie blijkt dat er (groten)deels dakgoten aanwezig zijn en/of de inspoelzones verhard zijn. De grote, meest recente varkensstallen zijn grotendeels voorzien van asbestvrije dakbedekking (golfplaat). Een deel is echter nog voorzien van asbesthoudende golfplaten. Ter plaatse is geen dakgoot aanwezig en de inspoelzone is onverhard. Deze inspoelzone is daarmee verdacht op asbest (vezels). Asbestdakenkaart
Verdachte inspoelzone (geel)
Bodemkwaliteitskaart: De locatie is geen onderdeel van de bodemkwaliteitskaart. Bodemonderzoeken: Van de locatie zijn onderstaande bodemonderzoeken bekend: Locatie Onderzoek Onderzoeksbureau Datum rapport Kenmerk rapport Aanleiding Resultaten/conclusie
Nijverdalseweg 52 Mariënheem Verkennend bodemonderzoek Onbekend 04-1995 Onbekend Bouwvergunning nieuw te bouwen woning In de boven en ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen van de onderzochte parameters. De grond, die vrijkomt bij de bouwwerkzaamheden, kan zonder verdere beperkingen worden hergebruikt. In het grondwater zijn enkele zware metalen licht tot matig verhoogd aangetroffen. Verhoogde gehalten aan zware metalen in het grondwater, in combinatie met een lage PH-waard, worden vaker waargenomen binnen de gemeente Raalte. De zware metalen worden o.a. door bemesting van de bodem toegevoegd. De lagere PH-waarde van het grondwater draagt ertoe bij dat de zware metalen eenvoudiger oplossen in het grondwater. Hierdoor zijn de concentraties chroom, koper en zink verhoogd aangetroffen. De aangetroffen gehalten zijn niet zodanig dat er extra aandacht moet worden besteed aan deze verhoogde gehalten.
7 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
Locatie Onderzoek Onderzoeksbureau Datum rapport Kenmerk rapport Aanleiding Resultaten/conclusie
Nijverdalseweg 52 Mariënheem Verkennend bodemonderzoek/verkennend bodemonderzoek asbest Boluwa Eco Systems BV 07 november 2017 17207 Herontwikkeling Overig terrein: In de bovengrond van MM1, MM2 en MM3 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In de ondergrond van MM4 en MM5 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater van Pb1 is een matig [>tussenwaarde] verhoogd gehalte barium aangetoond. Het aangetroffen matig verhoogde gehalte barium is waarschijnlijk van natuurlijke oorsprong. Zware metalen kunnen van nature in de ondergrond aanwezig zijn. In de loop der jaren zijn deze metalen uitgespoeld naar het grondwater. In het grondwater van Pb11 is een matig [>tussenwaarde] verhoogd gehalte arseen en een licht [>streefwaarde] verhoogd gehalte barium aangetoond. Het aangetroffen matig verhoogde gehalte arseen en het licht verhoogde gehalte barium zijn waarschijnlijk van natuurlijke oorsprong. Zware metalen kunnen van nature in de ondergrond aanwezig zijn. In de loop der jaren zijn deze metalen uitgespoeld naar het grondwater. Voormalige ondergrondse HBO-tanks: In de ondergrond van MM6 is een licht [>achtergrondwaarde] verhoogd gehalte PAK (10-VROM) aangetoond. Mogelijk heeft het licht verhoogde gehalte te maken met bitumen resten van de buitenzijde van de voormalige tank. In de ondergrond van MM7 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond.
In het grondwater van Pb24 en Pb27 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Bovengrondse dieselolie-tank: In de bovengrond van B30 is een sterk [>interventiewaarde] verhoogd gehalte minerale olie aangetoond. Het aangetroffen sterk verhoogde gehalte is waarschijnlijk veroorzaakt door morsverliezen tijdens vullen/tanken of lekkage o.i.d. In het grondwater van Pb30 is een licht [>streefwaarde] verhoogd gehalte xylenen aangetoond. Het aangetroffen licht verhoogde gehalte xylenen wordt waarschijnlijk veroorzaakt door de aanwezige verontreiniging met olieproducten in de grond. Asbestonderzoek: In het grondmonster van deellocatie 1 (inspoelzone), MM8 (G34 t/m G36) wordt analytisch geen asbest aangetoond. In het puinmonster van deellocatie 2, MM9 (G37 t/m G40) wordt analytisch geen asbest aangetoond. Situatie boringen
8 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
Bodeminformatie Omgevingsdienst IJsselland: Bij de Omgevingsdienst IJsselland zijn diverse vergunningsaanvragen en bijbehorende tekeningen bekend. Daarnaast zijn van de ondergrondse HBO-tanks de KIWA-certificaten bekend. Deze KIWA-certificaten zijn opgenomen in bijlage 7. Omgevingsrapportage provincie Overijssel: Bij de provincie Overijssel is geen aanvullende (relevante) bodeminformatie bekend. De omgevingsrapportage is opgenomen in bijlage 8. 2.2 Huidig gebruik Op het te onderzoeken gedeelte bevindt zich de voormalige boerderij (nr. 54), de huidige bedrijfswoning (nr. 52) en de voormalige (inmiddels leegstaande) agrarische opstallen. De gehele locatie heeft een oppervlakte van 44.664 m². De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van het gehele perceel ca. 12.000 m² (erf + gebouwen). Het overige gedeelte is in gebruik als weiland. Het erf tussen de schuren is grotendeels verhard met klinkers. Een klein gedeelte bestaat uit beton en asfalt. Inrit erf (google streetview)
2.3 Toekomstig gebruik Het agrarisch bedrijf op de locatie wordt beëindigd en de stallen/schuren worden gesloopt. Hiervoor in de plaats komen vijf nieuwe woningen.
9 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
Beoogde situatie
2.4 Geohydrologische gegevens De geohydrologische lithologie rond de locatie in Mariënheem is volgens DINO loket als volgt:
Het freatisch grondwater bevindt zich op ca. 1,40 m-mv. Volgens de Grondwaterkaart van Nederland is de stromingsrichting globaal in noordwestelijke richting. De locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.
10 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
3 Onderzoeksstrategie Conclusie vooronderzoek: Op de locatie zijn een tweetal ondergrondse HBO-tanks aanwezig geweest. Daarnaast is een bovengrondse dieselolietank (1.200 l.) aanwezig. In het verleden is elders op het perceel eveneens een (andere) bovengrondse dieselolietank (650 l.) gesitueerd geweest. Nabij de huidige locatie van de bovengrondse dieselolietank zijn in voorgaand bodemonderzoek in de grond sterk [>interventiewaarde] verhoogde gehalten minerale olie vastgesteld. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte xylenen gemeten. De verontreiniging met minerale olie ter plaatse van de bovengrondse dieselolietank dient nader te worden onderzocht. Het overige terrein/erf wordt als onverdacht op bodemverontreiniging beschouwd (tijdens voorgaand bodemonderzoek in 2017 zijn (plaatselijk) maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond). Het weiland blijkt op basis van het vooronderzoek als onverdacht op bodemverontreiniging en wordt in voorliggend onderzoek buiten beschouwing gelaten. In de omgeving zijn geen (grootschalige) gevallen van bodemverontreiniging bekend die van invloed zijn op de bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie. Er worden op de locatie geen andere verontreinigingen verwacht dan de stoffen die deel uitmaken van het standaard analysepakket uit de NEN 5740, aangevuld met arseen.
Op de locatie bevindt zich tussen de grote voormalige varkensstallen een onverharde inspoelzone van asbestverdachte dakbedekking. Daarnaast is ten zuiden/zuidwesten achter de voormalige boerderij (nr. 54) een klein gedeelte van het terrein verhard met gebroken puin waarvan de herkomst(datum) onbekend is. Deze deellocaties worden daarom als verdacht op asbest beschouwd. Op het overige deel van het te onderzoeken terrein is geen aanleiding een asbestonderzoek uit te voeren. Verkennend bodemonderzoek Uit voorgaande informatie kan worden opgemaakt dat er een drietal verdachte deellocaties op het terrein aanwezig zijn: - Voormalige ondergrondse HBO-tank ten zuiden van de voormalige boerderij (nr. 54); - Voormalige ondergrondse HBO-tank ten noorden woonhuis (nr. 52); - Voormalige bovengrondse dieselolietank. De onderzoeksstrategie voor het terrein is gebaseerd op verkennend bodem onderzoek zoals is beschreven in de NEN-5740 voor een niet lijnvormige onverdachte locatie (ONV-NL) (overig terrein) en voor een drietal verdachte deellocaties (VEP) (deellocaties voormalige ondergrondse HBO-tanks, deellocatie voormalige bovengrondse dieselolietank).
11 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
Verkennend bodemonderzoek asbest inspoelzone/asbestonderzoek puinverharding Het onderzoek voor wat betreft de inspoelzone is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie als beschreven in de NEN 5707. De hypothese voor de te onderzoeken inspoelzone is verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE). Tevens is het onderzoek afgeleid van het rapport ‘Bijzonder inventariserend onderzoek Erosie van asbestdaken’, Geofox Lexmond, 29 september 2014. Op basis hiervan wordt de onverharde bodem tot een halve meter aan weerszijden van de afwateringszone (druppelzone) en de bovenste 10 cm als verdachte laag beschouwd. De onderzoeksstrategie voor wat betreft de puinverharding is gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend onderzoek asbest zoals is beschreven in de NEN 5897 voor open halfverharding conform paragraaf 6.5.2. Nader bodemonderzoek B30 In de bovengrond van boring B30 (onderzoek Boluwa Eco Systems, kenmerk 17207, 7 november 2017) is in de bovengrond van boring B30 (0 – 0,50 m-mv) een sterk [>interventiewaarde] verhoogd gehalte minerale olie aangetoond. Zintuiglijk is tot 0,90 m-mv een sterke oliefilm (olie-op-waterproef) waargenomen. In voorliggend onderzoek is deze verontreiniging afgeperkt/ingekaderd. Conform de NTA 5755 dient voorafgaand aan het opstellen van een onderzoeksopzet een conceptueel model te worden opgesteld.
Het conceptueel model is een schematische beschrijving en/of visualisatie van de (veronderstelde) verontreiniging. Op basis van een conceptueel model wordt een verwachting van aard en omvang van de verontreiniging c.q. een onderzoeksopzet vastgesteld. Conceptueel model: Aspect
Gegevens
vermoedelijke bron van verontreiniging
onbekend
aard van de verontreiniging
minerale olie
mate van verontreiniging
> Interventiewaarde
vermoedelijke bodemlaag
bovengrond
verwachte grootte in grond
< 25m³
verwachte grootte in grondwater
n.v.t.
mogelijke verspreiding
te onderzoeken
mogelijke risico’s
ingestie, huidcontact
Onderzoeksstrategie Op basis van het conceptueel model worden de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: - Wat is de horizontale verspreiding van de verontreiniging? - Wat is de verticale verspreiding van de verontreiniging? - Is er sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging?
12 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
Onderzoeksstrategie: Nader bodemonderzoek voor:
Grond
analyses grond
minerale olie
analyses grondwater
n.v.t.
rasterafstand grond
7 m.
afperking op basis van
analyses
diepte boringen
1,50 m-mv
rasterafstand grondwater
n.v.t.
diepte peilbuizen horizontale afperking
n.v.t.
diepte peilbuizen verticale afperking
n.v.t.
Onderzoekstechniek De NTA 5755 schrijft geen specifieke onderzoekstechnieken voor. Gezien de aard van de verontreiniging (mogelijke sturing op zintuiglijke waarnemingen) en locatie specifieke omstandigheden (bijmengingen) wordt de locatie onderzocht door middel van het plaatsen van boringen en het analyseren van grondmonsters. Onderzoeksopzet Voor de onderzoeksopzet is aansluiting gezocht bij de onderzoeksstrategie voor het uitvoeren van een nader onderzoek (NTA 5755). Op basis van mogelijke zintuiglijke waarnemingen en de reeds door eerder uitgevoerd bodemonderzoek verkregen informatie over de omvang worden monsters van de grond verzameld voor het analytisch bepalen van de omvang van de bodemverontreiniging. Overzicht onderzoeksopzet: (deel)locatie
B30
Veldwerk
Chemisch onderzoek
boringen
peilbuizen
4 (0 1 (0
-
– 1,00 m-mv) – 1,50 m-mv)
Grond
Grondwater
5 x minerale olie
-
13 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
4 Uitgevoerd veld- en laboratoriumonderzoek Ten behoeve van het onderzoek is een programma voor veld- en laboratoriumonderzoek opgesteld. Het veldwerk, de analyses en de voorbehandeling zijn uitgevoerd conform de geldende NENnormen. [zie bijlage 4.2] Voorafgaand aan het bodemonderzoek is een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens die zijn verzameld in het historisch onderzoek. Er zijn tijdens terreininspectie geen aanvullende potentiële bronnen aangetroffen. De veldwerkzaamheden zijn op 27-09-2023, 09-10-2023 en 12-10-2023 uitgevoerd door erkend monsternemer de heer A. de Graaf van Boluwa Eco Systems BV en hebben bestaan uit: [zie voor de situatie van de boringen bijlage 2] Verkennend bodemonderzoek - het verrichten van 32 handboringen variabel van 0 – 3,20 m beneden maaiveld [-m.v.]; - het zintuiglijk beoordelen van de uit de boringen vrijkomende grond op bodemkundige eigenschappen en op eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken; - het nemen van grondmonsters; - het plaatsen van 6 peilbuizen; - het doorpompen van de geplaatste peilbuizen; - het nemen van een grondwatermonsters uit de doorgepompte peilbuizen minimaal een week na plaatsing.
Uit het materiaal van de boringen zijn van de verschillende bodemlagen mengmonsters samengesteld: Analysemonster Erf MM3
Traject (m -mv)
Deelmonsters
Analysepakket
0,00 - 0,50
B01 (0,20 - 0,50) B02 (0,08 - 0,50) B03 (0,00 - 0,50) B04 (0,10 - 0,50) B05 (0,15 - 0,50) B06 (0,20 - 0,50) B07 (0,15 - 0,50) B08 (0,20 - 0,50)
Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen
14 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
Analysemonster MM4
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50
Deelmonsters
Analysepakket
B09 (0,15 - 0,50) Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen B10 (0,00 - 0,50) B11 (0,20 - 0,50) B12 (0,00 - 0,40) B13 (0,00 - 0,25) B14 (0,08 - 0,50) B15 (0,15 - 0,50) B16 (0,00 - 0,50) MM5 0,00 - 0,50 B17 (0,00 - 0,50) Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen B18 (0,00 - 0,30) B19 (0,00 - 0,40) B20 (0,00 - 0,40) B21 (0,05 - 0,50) B22 (0,00 - 0,50) B23 (0,00 - 0,50) B33 (0,00 - 0,50) MM6 0,50 - 2,00 B01 (0,50 - 1,00) Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen B01 (1,00 - 1,50) B01 (1,50 - 2,00) B02 (0,50 - 1,00) B02 (1,00 - 1,50) B02 (1,50 - 2,00) B09 (0,50 - 1,00) B09 (1,00 - 1,50) B09 (1,50 - 2,00) MM7 0,50 - 2,00 B10 (0,50 - 1,00) Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen B10 (1,00 - 1,50) B10 (1,50 - 2,00) B11 (0,50 - 1,00) B11 (1,00 - 1,50) B11 (1,50 - 2,00) B33 (0,50 - 1,00) B33 (1,00 - 1,50) B33 (1,50 - 2,00) Voormalige ondergrondse HBO-tank (ten zuiden voormalige boerderij, nr. 54) MM1 1,00 - 1,50 B24 (1,00 - 1,50) Lutum + Organische stof, Minerale Olie (C10-C40) B25 (1,00 - 1,50) B26 (1,00 - 1,50) Voormalige ondergrondse HBO-tank (ten noorden bedrijfswoning, nr. 52) MM8 1,30 - 1,80 B27 (1,30 - 1,80) Lutum + Organische stof, Minerale Olie (C10-C40) B28 (1,30 - 1,80) B29 (1,30 - 1,80) Voormalige bovengrondse dieselolietank MM2 0,15 - 0,50 B37 (0,15 - 0,50) Lutum + Organische stof, Minerale Olie (C10-C40) B38 (0,15 - 0,50) B39 (0,15 - 0,50)
Uit boringen B01, B11, B24, B27, B30 en B37 [peilbuizen] zijn grondwatermonsters genomen en geanalyseerd, deze grondwatermonsters met analyses zijn: AnalyseFilterdiepte (m -mv) Analysepakket monster Erf B01-1-1 2,00 - 3,00 Standaardpakket grondwater B11-1-1 2,10 - 3,10 Standaardpakket grondwater Voormalige ondergrondse HBO-tank (ten zuiden voormalige boerderij, nr. 54) B24-1-1 2,00 - 3,00 BTEXN + Minerale olie GC Voormalige ondergrondse HBO-tank (ten noorden bedrijfswoning, nr. 52) B27-1-1 2,20 - 3,20 BTEXN + Minerale olie GC
15 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
AnalyseFilterdiepte (m -mv) monster Bovengrondse dieselolietank B30-1-1 1,80 - 2,80 Voormalige bovengrondse dieselolietank B37-1-1 2,00 - 3,00
Analysepakket BTEXN + Minerale olie GC BTEXN + Minerale olie GC
Zie bijlage 5 voor de analyse uitslagen van dit rapport. De bemonstering en analyse zijn uitgevoerd conform het protocol voor verkennend bodemonderzoek volgens de NEN 5740, onder certificaat van de BRL SIKB 2000 (nr. ECSIK-20249). Tijdens het onderzoek is gelet op afwijkingen, die duiden op de aanwezigheid van milieuvreemde en/of schadelijke stoffen. Verkennend bodemonderzoek asbest inspoelzone/asbestonderzoek puinverharding De te onderzoeken deellocaties zijn in 2 richtingen opgedeeld in stroken van 1,5 meter breed. Het maaiveld is visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Naast de visuele inspectie van het maaiveld zijn in totaal handmatig 6 inspectiegaten van ca. 0,30 m x 0,30 m gegraven tot 0,50 m-mv. Het veldwerkrapport is als bijlage 3 aan deze rapportage toegevoegd. De uitgegraven grond/puin is visueel geïnspecteerd. Bij de visuele inspectie is gebruik gemaakt van een hark met een tandwijdte van 2 centimeter. De ligging van de inspectiegaten is weergegeven op de overzichtstekening in bijlage 2. De afmetingen van de gaten zijn in de onderstaande tabel weergegeven: Gat
Lengte (meters)
Breedte (meters)
Diepte totaal (meters)
Diepte monsters(meters)
G34
0,30
0,30
0,50
0 - 0,10
G35
0,30
0,30
0,50
0 - 0,10
G36
0,30
0,30
0,50
0 - 0,10
G40
0,30
0,30
0,50
0 - 0,35
G41
0,30
0,30
0,50 (doorgeboord 2,00 m)
0 - 0,35
G42
0,30
0,30
0,50
0 - 0,35
Inspoelzone
Puinverharding
Zintuiglijke waarnemingen: - Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. - In de inspectiegaten is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.
16 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
Laboratoriumonderzoek: Analysemonster Inspoelzone MM1A Puinverharding MM2A
Traject (m -mv)
Deelmonsters
Analysepakket
0,00 - 0,10
G34 (0,00 - 0,10) G35 (0,00 - 0,10) G36 (0,00 - 0,10)
Asbest NEN5898 (10 kg)
0,00 - 0,35
G40 (0,00 - 0,35) G41 (0,00 - 0,35) G42 (0,00 - 0,35)
Asbest NEN5898 (25 kg)
Zie bijlage 5 voor de analyse-uitslagen van dit rapport. De bemonstering en analyse zijn uitgevoerd conform het protocol voor verkennend bodemonderzoek volgens de NEN 5707/5897, onder certificaat van de BRL SIKB 2000 (nr. EC-SIK-20249). Tijdens het onderzoek is gelet op afwijkingen, die duiden op de aanwezigheid van milieuvreemde en/of schadelijke stoffen. Nader bodemonderzoek B30 Ter plaatse van de in voorgaand bodemonderzoek aangetoonde verontreiniging in boring B30 ter plaatse van de bovengrondse dieselolietank heeft een nader (afperkend) bodemonderzoek plaatsgevonden: Analysemonster B30.A B30.B B30.C B30.D B30 (90-160) B30 (160-210)
Traject (m -mv) 0,08 - 0,50 0,15 - 0,50 0,15 - 0,50 0,15 - 0,50 0,90 - 1,60 1,60 - 2,10
Deelmonsters
Analysepakket
B30.A (0,08 - 0,50) B30.B (0,15 - 0,50) B30.C (0,15 - 0,50) B30.D (0,15 - 0,50) B30 (0,90 - 1,60) B30 (1,60 - 2,10)
Lutum + Organische stof, Minerale Olie (C10-C40) Lutum + Organische stof, Minerale Olie (C10-C40) Lutum + Organische stof, Minerale Olie (C10-C40) Lutum + Organische stof, Minerale Olie (C10-C40) Lutum + Organische stof, Minerale Olie (C10-C40) Lutum + Organische stof, Minerale Olie (C10-C40)
De bemonstering en analyse zijn uitgevoerd conform het protocol voor nader bodemonderzoek volgens de NTA 5755 onder certificaat van de BRL SIKB 2000 (nr. ECSIK-20249). Tijdens het onderzoek is gelet op afwijkingen, die duiden op de aanwezigheid van milieuvreemde en/of schadelijke stoffen.
17 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
5 Resultaten veldonderzoek De resultaten van de bodemkundige beoordeling van de boringen/inspectiegaten zijn weergegeven in de vorm van boorprofielen met beschrijving. [bijlage 3] De boringen zijn verspreid over de locatie genomen. De bodemopbouw bestaat globaal uit:
De boringen tot 2,0 m-mv worden in trajecten van ten hoogste 0,5 m bemonsterd of anders afhankelijk van de bodemgesteldheid en/of de veldwaarnemingen. De genomen grondmonsters met de dieptes van de boringen zijn terug te vinden in de boorstaten. De boringen worden verdeeld over de onderzoekslocatie waarbij tijdens het onderzoek naar aanleiding van de aangetroffen bevindingen de strategie aangepast kan worden. Tijdens het veldonderzoek zijn bij de boringen/inspectiegaten de volgende zintuiglijke bijzonderheden waargenomen: Boring B01 B02 B04 B05 B06 B07 B08
Diepte boring (m -mv) 3,00 2,00 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50
B09
2,00
Traject (m -mv) 0,00 - 0,08 0,00 - 0,08 0,00 - 0,05 0,00 - 0,05 0,00 - 0,08 0,00 - 0,08 0,00 - 0,08 0,08 - 0,20 0,00 - 0,08
Grondsoort
Zand
Waargenomen bijzonderheden Klinker Klinker Klinker Klinker Klinker Klinker Klinker matig roesthoudend Klinker
18 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
Boring B10 B11
B12 B13 B14 B15 B17 B18 B19 B20 B21 B24 B25 B26 B28 B29 B30
Diepte boring (m -mv) 2,00 3,10
0,50 0,50 0,50 0,50 2,00 0,50 0,50 0,50 0,50 3,00 3,00 3,00 2,00 2,00 2,80
B30.A B30.B B30.C B30.D B37 B38 B39 G40 G41
1,60 1,60 1,60 1,60 3,00 1,00 1,00 0,50 2,00
G42
0,50
Traject (m -mv) 0,90 - 1,50 0,00 - 0,08 0,90 - 1,10 1,10 - 1,50 2,00 - 2,80 0,40 - 0,50 0,25 - 0,50 0,00 - 0,08 0,00 - 0,08 0,50 - 1,00 0,30 - 0,50 0,40 - 0,50 0,40 - 0,50 0,00 - 0,05 0,00 - 0,08 0,00 - 0,08 0,00 - 0,08 1,10 - 1,60 1,10 - 1,60 0,00 - 0,08 0,08 - 0,20 0,20 - 0,60
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Zand
0,60 - 0,90
Zand
0,90 - 1,60
Zand
matig roesthoudend Klinker zwak roesthoudend matig roesthoudend zwak roesthoudend zwak roesthoudend matig roesthoudend Klinker Klinker matig roesthoudend zwak roesthoudend zwak roesthoudend matig roesthoudend Klinker Klinker Klinker Klinker zwak leemhoudend zwak leemhoudend Klinker sterke dieselgeur, sterke olie-water reactie matige dieselgeur, sterke olie-water reactie matige dieselgeur, sterke olie-water reactie zwakke dieselgeur, zwakke olie-water reactie Klinker Klinker Klinker Klinker Klinker Klinker Klinker Gebr puin Gebr puin matig roesthoudend Gebr puin
0,00 - 0,08 0,00 - 0,08 0,00 - 0,08 0,00 - 0,08 0,00 - 0,08 0,00 - 0,08 0,00 - 0,08 0,00 - 0,35 0,00 - 0,35 0,90 - 1,10 0,00 - 0,35
Zand Zand Zand Zand Zand
Zand Zand Zand Zand
Zand Zand Zand Zand
Zand
Asbest: Visuele inspectie Neerslag Tijdstip Zicht Bedekking maaiveld Vegetatie verwijderd
< 10 mm 8:00 – 16:00 uur > 50 m > 25% nee
Resultaten visuele inspectie Asbest Vindplaats vermelden op kaart
Totaal …….. gram van type ………………………, vermoedelijke herkomst …………… monstercode ………………. overgedragen aan lab op ..-..-…. n.v.t.
Zintuiglijk zijn geen asbestverdachte materialen en/of ondefinieerbare puinresten (uitgezonderd de strook gebroken puinverharding) in of op de bodem waargenomen. Er is daarom op het erf geen aanleiding om een asbestonderzoek conform NEN 5707 uit te voeren (behoudens de onverharde inspoelzone van de asbestverdachte dakbedekking van de 19 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
voormalige varkensstal). Uit de veldwaarnemingen blijkt verder: Watermonster Filterdiepte (m -mv) B01-1-1 2,00 - 3,00 B11-1-1 2,10 - 3,10 B24-1-1 2,00 - 3,00 B27-1-1 2,20 - 3,20 B30-1-1 1,80 - 2,80 B37-1-1 2,00 - 3,00
Grondwater-stand (m -mv) 1,40 1,63 1,44 1,44 1,21 1,59
pH (-) 6,30 6,91 5,98 6,15 6,75 6,78
EC (µS/cm) 920 884 465 564 745 664
Troebelheid (NTU) 34 52 49 65 11 17
Opmerking: In het bemonsterde grondwater uit de peilbuizen is een (licht) verhoogde troebelheid (> 10 NTU) vastgesteld. Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek overschrijden de gehalten van geen enkele organische parameter de betreffende tussenwaarde. De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. De toegepaste methoden met betrekking tot het veldwerk en het laboratoriumonderzoek van de grond- en grondwatermonsters zijn beschreven in bijlage 4.
20 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
6 Resultaten laboratoriumonderzoek De grondmengmonsters en de grondwatermonsters zijn volgens de NEN5740/NEN5898 geanalyseerd door de AS- 3000 erkende laboratoria van Eurofins Analytico te Barneveld en Eurofins ACMAA Testing te Deurningen op de onderstaande parameters en de bijbehorende toetsingswaarden. De analyseresultaten van de monsters zijn weergegeven in bijlage 5. 6.1 Toetsingskader De analyseresultaten zijn met behulp van de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa) getoetst aan het kader uit de circulaire bodemsanering 2013, waarin een toetsingskader staat vermeld voor een aantal verontreinigende stoffen waarbij men onderscheid maakt in twee toetsingswaarden met concentratieniveau: achtergrondwaarde [S] en interventiewaarde [I]. De achtergrond- en de interventiewaarde zijn gerelateerd aan het humus- en lutumgehalte van de grondmonsters. [S]achtergrondwaarde: geldt als referentiewaarde en komt overeen met de gemiddelde achtergrondconcentratie waarbij er sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. [I]nterventiewaarde: is te beschouwen als de toetsingswaarde waarboven, afhankelijk van de situatie of er risico’s zijn voor schade aan gezondheid en/of milieu, veelal een saneringsonderzoek c.q. sanering wordt uitgevoerd.
[>25 m³ grond of >100 m³ grondwater] 1/2[S+I]=[N]ader: bij gehaltes boven deze grens is er sprake van een matige verontreiniging en dient een nader onderzoek [N] uitgevoerd te worden naar de aard en de omvang van de aangetroffen verontreiniging. In de toetstabellen is een index weergegeven. Deze index geeft de mate van verontreiniging aan ten opzichte van de achtergrondwaarde (index = 0) en de interventiewaarde (index = 1) en is als volgt benoemd: • • • •
Index <0: niet verhoogd Index >0 en ≤0,5: licht verhoogd Index >0,5 en ≤1,0: matig verhoogd Index >1,0 sterk verhoogd
6.2 Analyseresultaten Verkennend bodemonderzoek De grondmengmonsters zijn getoetst aan de toetsingswaarden met gehalten in mg/kg droge stof. De toetsingwaarden zijn gecorrigeerd voor het gehalte organische stof en de zware metalen zijn tevens gecorrigeerd voor het lutumgehalte. 21 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
Alle parameters worden omgerekend naar gestandaardiseerde waarden (GSSD), zie bijlage 5. Grond Erf: In het onderzochte grondmengmonster van de bovengrond van MM3 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Alle gemeten gehalten zijn lager of gelijk aan de achtergrondwaarde en/of de detectiegrenzen. In het onderzochte grondmengmonster van de bovengrond van MM4 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Alle gemeten gehalten zijn lager of gelijk aan de achtergrondwaarde en/of de detectiegrenzen. In het onderzochte grondmengmonster van de bovengrond van MM5 is een licht [>achtergrondwaarde] verhoogd gehalte PAK (10-VROM) aangetoond. Alle overige gemeten gehalten zijn lager of gelijk aan de achtergrondwaarde en/of de detectiegrenzen. In het onderzochte grondmengmonster van de ondergrond van MM6 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Alle gemeten gehalten zijn lager of gelijk aan de achtergrondwaarde en/of de detectiegrenzen. In het onderzochte grondmengmonster van de ondergrond van MM7 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Alle gemeten gehalten zijn lager of gelijk aan de achtergrondwaarde en/of de detectiegrenzen. Voormalige ondergrondse HBO-tank (ten zuiden voormalige boerderij, nr. 54): In het onderzochte grondmengmonster van de ondergrond van MM1 zijn geen verhoogde gehalten oliecomponenten aangetoond.
Alle gemeten gehalten zijn lager of gelijk aan de achtergrondwaarde en/of de detectiegrenzen. Voormalige ondergrondse HBO-tank (ten noorden bedrijfswoning, nr. 52): In het onderzochte grondmengmonster van de ondergrond van MM8 zijn geen verhoogde gehalten oliecomponenten aangetoond. Alle gemeten gehalten zijn lager of gelijk aan de achtergrondwaarde en/of de detectiegrenzen. Voormalige bovengrondse dieselolietank: In het onderzochte grondmengmonster van de bovengrond van MM2 zijn geen verhoogde gehalten oliecomponenten aangetoond. Alle gemeten gehalten zijn lager of gelijk aan de achtergrondwaarde en/of de detectiegrenzen.
22 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
AnalyseTraject > AW (+index) > I (+index) monster (m -mv) Erf MM3 0,00 - 0,50 MM4 0,00 - 0,50 MM5 0,00 - 0,50 PAK 10 VROM (0,03) MM6 0,50 - 2,00 MM7 0,50 - 2,00 Voormalige ondergrondse HBO-tank (ten zuiden voormalige boerderij, nr. 54) MM1 1,00 - 1,50 Voormalige ondergrondse HBO-tank (ten noorden bedrijfswoning, nr. 52) MM8 1,30 - 1,80 Voormalige bovengrondse dieselolietank MM2 0,15 - 0,50 -
BBK monster-conclusie (indicatief) Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar
> AW : > Achtergrondwaarde >I : > Interventiewaarde Index : (GSSD - AW) / (I - AW) BBK monster-conclusie (indicatief) : Dit is een indicatieve indeling voor wat betreft hergebruiksmogelijkheden van de grond. Voor een officiële kwaliteitsklasse indeling dient een AP-04 onderzoek plaats te vinden.
Dit blijkt uit de analyseresultaten die getoetst zijn aan de toetsingstabel uit de circulaire bodemsanering 2013, 1 juli 2013. Opgemerkt dient te worden, dat bij analyses van mengmonsters de gehalten in individuele deelmonsters, zowel hoger als lager kunnen zijn dan het gemeten gehalte in het mengmonster. Grondwater Erf: In het grondwatermonster afkomstig uit de peilbuis bij boring B01 is een licht [>streefwaarde] verhoogd gehalte barium aangetoond. Alle overige gemeten gehalten zijn lager of gelijk aan de streefwaarde en/of de detectiegrenzen. In het grondwatermonster afkomstig uit de peilbuis bij boring B11 is een licht [>streefwaarde] verhoogd gehalte barium aangetoond. Alle overige gemeten gehalten zijn lager of gelijk aan de streefwaarde en/of de detectiegrenzen. Voormalige ondergrondse HBO-tank (ten zuiden voormalige boerderij, nr. 54): In het grondwatermonster afkomstig uit de peilbuis bij boring B24 zijn geen verhoogde gehalten oliecomponenten aangetoond. Alle gemeten gehalten zijn lager of gelijk aan de streefwaarde en/of de detectiegrenzen. Voormalige ondergrondse HBO-tank (ten noorden bedrijfswoning, nr. 52): In het grondwatermonster afkomstig uit de peilbuis bij boring B27 zijn geen verhoogde gehalten oliecomponenten aangetoond. Alle gemeten gehalten zijn lager of gelijk aan de streefwaarde en/of de detectiegrenzen.
23 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
Bovengrondse dieselolietank: In het grondwatermonster afkomstig uit de peilbuis bij boring B30 zijn geen verhoogde gehalten oliecomponenten aangetoond. Alle gemeten gehalten zijn lager of gelijk aan de streefwaarde en/of de detectiegrenzen. Voormalige bovengrondse dieselolietank: In het grondwatermonster afkomstig uit de peilbuis bij boring B37 zijn geen verhoogde gehalten oliecomponenten aangetoond. Alle gemeten gehalten zijn lager of gelijk aan de streefwaarde en/of de detectiegrenzen. Watermonster Filterdiepte > S (+index) > I (+index) (m -mv) Erf B01-1-1 2,00 - 3,00 Barium (0,01) B11-1-1 2,10 - 3,10 Barium (0,19) Voormalige ondergrondse HBO-tank (ten zuiden voormalige boerderij, nr. 54) B24-1-1 2,00 - 3,00 Voormalige ondergrondse HBO-tank (ten noorden bedrijfswoning, nr. 52) B27-1-1 2,20 - 3,20 Bovengrondse dieselolietank B30-1-1 1,80 - 2,80 Voormalige bovengrondse dieselolietank B37-1-1 2,00 - 3,00 >S >I Index
: > Streefwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - S) / (I - S)
Dit blijkt uit de analyseresultaten die getoetst zijn aan de toetsingstabel uit de circulaire bodemsanering 2013, 1 juli 2013. Verkennend bodemonderzoek asbest inspoelzone/asbestonderzoek puinverharding Het grondmengmonster MM1A (inspoelzone) en het puinmengmonster MM2A (puinverharding) zijn geanalyseerd op asbest conform de NEN 5898. De analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 5. Inspoelzone: In het onderzochte grondmengmonster van de inspoelzone MM1A is een gehalte asbest aangetoond van 1,3 mg/kg.ds. (hechtgebonden/niet hechtgebonden serpentijn). Puinverharding: In het onderzochte grondmengmonster van de gebroken puinverharding MM2A is geen asbest aangetoond. In onderstaande tabel zijn de berekende asbestconcentraties weergegeven.
24 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
De totale concentratie asbest wordt berekend door de gewogen concentratie op basis van het materiaal op te tellen bij de gewogen concentratie die in de grond/puin is gemeten. Berekening asbestconcentraties: Gat /deellocatie met diepte (m-mv)
Concentratie obv. Hechtgebonden materiaal in mg/kg ds. gewogen
Concentratie in grond/puin in mg/kg ds gewogen
Hechtgebonden
Totale concentratie in mg/kg ds. gewogen
Inspoelzone MM1A: G34, G35, G36 (0 – 0,10 m-mv)
n.a.
-
1,3
ja/nee
1,3
n.a.
-
n.a.
-
-
Puinverharding MM2A; G40, G41, G42 (0 – 0,35)
n.a. = niet aangetroffen
Nader bodemonderzoek B30 De verontreiniging met minerale olie in boring B30 ter plaatse van de bovengrondse dieselolietank is afgeperkt/ingekaderd door middel van afperkende boringen. Horizontaal: B30.A: In de boring B30.A (0,08 – 0,50 m-mv) zijn geen verhoogde gehalten minerale olie aangetoond. B30.B: In de boring B30.B (0,15 – 0,50 m-mv) zijn geen verhoogde gehalten minerale olie aangetoond. B30.C: In de boring B30.C (0,15 – 0,50 m-mv) zijn geen verhoogde gehalten minerale olie aangetoond. B30.D: In de boring B30.D (0,15 – 0,50 m-mv) zijn geen verhoogde gehalten minerale olie aangetoond. Verticaal: In de boring B30 (0,90 – 1,60 m-mv) is een matig [>tussenwaarde] verhoogd gehalte minerale olie aangetoond. 25 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
In de boring B30 (1,60 – 2,10 m-mv) zijn geen verhoogde gehalten minerale olie aangetoond. Analysemonster B30.A B30.B B30.C B30.D B30 (90-160)
Traject (m -mv) 0,08 - 0,50 0,15 - 0,50 0,15 - 0,50 0,15 - 0,50 0,90 - 1,60
B30 (160210)
1,60 - 2,10
> AW (+index)
> I (+index)
Minerale olie C10 - C40 (0,55) -
-
BBK monster-conclusie (indicatief) Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Niet Toepasbaar > industrie
-
Altijd toepasbaar
> AW : > Achtergrondwaarde >I : > Interventiewaarde Index : (GSSD - AW) / (I - AW) BBK monster-conclusie (indicatief) : Dit is een indicatieve indeling voor wat betreft hergebruiksmogelijkheden van de grond. Voor een officiële kwaliteitsklasse indeling dient een AP-04 onderzoek plaats te vinden.
26 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
7 Conclusie Op basis van de resultaten kan geconcludeerd worden: Verkennend bodemonderzoek Erf: -
In de bovengrond van MM3 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond.
-
In de bovengrond van MM4 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond.
-
In de bovengrond van MM5 is een licht [>achtergrondwaarde] verhoogd gehalte PAK (10-VROM) aangetoond. Het aangetroffen licht verhoogde gehalte PAK (10-VROM) kan te maken hebben met menselijke activiteiten op de locatie. De gemeten gehalten zijn niet ongewoon op plaatsen waar mensen wonen en/of werken.
-
In de ondergrond van MM6 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond.
-
In de ondergrond van MM7 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond.
-
In het grondwater van de peilbuis B01-1-1 is een licht [>streefwaarde] verhoogd gehalte barium aangetoond. Het aangetroffen licht verhoogde gehalte barium is waarschijnlijk van natuurlijke oorsprong. Zware metalen kunnen van nature in de ondergrond aanwezig zijn. In de loop der jaren zijn deze metalen uitgespoeld naar het grondwater.
-
In het grondwater van de peilbuis B11-1-1 is een licht [>streefwaarde] verhoogd gehalte barium aangetoond. Het aangetroffen licht verhoogde gehalte barium is waarschijnlijk van natuurlijke oorsprong. Zware metalen kunnen van nature in de ondergrond aanwezig zijn. In de loop der jaren zijn deze metalen uitgespoeld naar het grondwater.
Voormalige ondergrondse HBO-tank (ten zuiden voormalige boerderij, nr. 54): - In de ondergrond van MM1 zijn geen verhoogde gehalten oliecomponenten aangetoond. -
In het grondwater van de peilbuis B24-1-1 zijn geen verhoogde gehalten oliecomponenten aangetoond.
Voormalige ondergrondse HBO-tank (ten noorden bedrijfswoning, nr. 52): - In de ondergrond van MM8 zijn geen verhoogde gehalten oliecomponenten aangetoond. 27 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
-
In het grondwater van de peilbuis B27-1-1 zijn geen verhoogde gehalten oliecomponenten aangetoond.
Voormalige bovengrondse dieselolietank: - In de bovengrond van MM2 zijn geen verhoogde gehalten oliecomponenten aangetoond. -
In het grondwater van de peilbuis B37-1-1 zijn geen verhoogde gehalten oliecomponenten aangetoond.
Bovengrondse dieselolietank: - In het grondwater van de peilbuis B30-1-1 zijn geen verhoogde gehalten oliecomponenten aangetoond. Samenvattend: Op het erf wordt in de bovengrond van MM5 een licht verhoogd gehalte PAK (10-VROM) aangetoond. In de overige grondmengmonsters worden geen verhoogde gehalten aangetroffen. In het grondwater worden licht verhoogde gehalten barium gemeten. De licht verhoogde gehalten in MM5 en het grondwater geven geen aanleiding tot het uitvoeren van nader onderzoek. Ter plaatse van de voormalige ondergrondse HBO-tanks en de voormalige locatie van de bovengrondse dieselolietank worden geen verhoogde gehalten oliecomponenten in zowel de grond als het grondwater gemeten. Toetsing van de onderzoekshypothese: Erf: Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese dat er wordt uitgegaan van een onverdachte locatie aangenomen voor de grond, uitgezonderd de bovengrond van MM5. De hypothese onverdacht wordt verworpen voor het grondwater. Voormalige ondergrondse HBO-tank (ten zuiden voormalige boerderij, nr. 54): Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese dat er wordt uitgegaan van een verdachte deellocatie verworpen. Voormalige ondergrondse HBO-tank (ten noorden bedrijfswoning, nr. 52): Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese dat er wordt uitgegaan van een verdachte deellocatie verworpen.
Voormalige bovengrondse dieselolietank: Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese dat er wordt uitgegaan van een verdachte deellocatie verworpen.
28 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
Verkennend bodemonderzoek asbest inspoelzone/asbestonderzoek puinverharding Zintuiglijk: - Op het maaiveld van de onderzochte deellocaties is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. - In de uitkomende grond/puin uit de inspectiegaten is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Analytisch: - In het grondmengmonster MM1A van de inspoelzone wordt analytisch een gehalte asbest van 1,3 mg/kg.ds. aangetoond. -
In het puinmengmonster MM2A van de gebroken puinverharding wordt analytisch geen asbest aangetoond.
Samenvattend: Ter plaatse van de (onverharde) inspoelzone is een gehalte asbest aangetoond van 1,3 mg/kg.ds. Het totale (gewogen) gehalte is lager dan de interventiewaarde van 100 mg/kg.ds. en de norm voor het uitvoeren van nader onderzoek van ½ x 100 mg/kg.ds. Voor asbest is geen achtergrondwaarde vastgesteld. De interventiewaarde is vastgesteld op 100 mg/kg.ds. Onder de 100 mg/kg.ds. (gewogen) is er sprake van een ‘verwaarloosbaar risico’ en mag de grond worden beschouwd als niet verontreinigd. Toetsing van de onderzoekshypothese: Inspoelzone: Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese dat er wordt uitgegaan van een verdachte deellocatie voor de onverharde inspoelzone van de asbestverdachte dakbedekking verworpen. Puinverharding: Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese dat er wordt uitgegaan van een verdachte deellocatie voor de gebroken puinverharding verworpen. Met betrekking tot de gevolgde onderzoeksstrategie wordt gesteld dat op basis van de beschikbare gegevens, de strategie voldoende van opzet is geweest om de toetsing te verrichten. Nader bodemonderzoek B30 -
In de boring B30.A (0,08 – 0,50 m-mv) zijn geen verhoogde gehalten oliecomponenten aangetoond. In de boring B30.B (0,15 – 0,50 m-mv) zijn geen verhoogde gehalten olie29 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
-
componenten aangetoond. In de boring B30.C (0,15 – 0,50 m-mv) zijn geen verhoogde gehalten oliecomponenten aangetoond. In de boring B30.D (0,15 – 0,50 m-mv) zijn geen verhoogde gehalten oliecomponenten aangetoond. In de boring B30 (0,90 – 1,60 m-mv) is een matig [>tussenwaarde] verhoogd gehalte minerale olie aangetoond. In de boring B30 (1,60 – 2,10 m-mv) zijn geen verhoogde gehalten minerale olie aangetoond.
Samenvattend: In de horizontaal afperkende boringen zijn geen verhoogde gehalten minerale olie aangetroffen. Ter plaatse van boring B30 wordt op een diepte van 0,90 – 1,60 nog een matig verhoogd gehalte minerale olie aangetoond (indicatief is de grond niet toepasbaar). Op een diepte van 1,60 – 2,10 m-mv worden geen verhoogde gehalten minerale olie meer vastgesteld. Volgens schatting is een oppervlakte van ca. 80 m² licht tot sterk [>interventiewaarde] verontreinigd met minerale olie. De dikte van de verontreinigde laag wordt geschat op ca. 1,50 m. Dit houdt in dat er ca. 120 m³ verontreinigde grond wordt aangetroffen, waarvan ca. 40 m³ boven de interventiewaarde. 7.1 Aanbeveling Verkennend bodemonderzoek Volgens het toetsingskader uit de circulaire bodemsanering 2013, gedateerd van 1 juli 2013, hoeft op de locatie geen nader onderzoek plaats te vinden aangezien geen van de gemeten gehalten zich boven het gemiddelde van 1/2{S+I} bevindt. Verkennend bodemonderzoek asbest inspoelzone/asbestonderzoek puinverharding De aangetroffen gehalten asbest zijn lager dan de interventiewaarde (100 mg/kg.ds.) en de norm voor het uitvoeren van een nader onderzoek (1/2 x 100 mg/kg.ds.). Er is ter plaatse van zowel de onderzochte (onverharde) inspoelzone als de gebroken puinverharding geen sprake van een verontreiniging met asbest.
Nader bodemonderzoek B30 Ter plaatse van de bovengrondse dieselolietank is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging omdat het saneringscriterium van 25 m³ verontreinigde grond boven de interventiewaarde wordt overschreden. Uit tekeningen behorende bij Hinderwet aanvragen/aanvragen Wet milieubeheer van de locatie uit het verleden blijkt dat de bovengrondse dieselolietank na 1991 op de huidige deellocatie is geplaatst (exacte datum onbekend). Op basis van de Wet bodembescherming is 30 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
in dit geval daarom de zorgplicht van toepassing (voor verontreinigingen veroorzaakt na 1987 geldt de zorgplicht, artikel 13 Wbb). Dit houdt in dat de bodemverontreiniging zo snel mogelijk gesaneerd dient te worden. De grond dient te worden ontgraven en afgevoerd naar een erkende verwerker. Voorafgaand aan de sanering dient een BUS-melding te worden ingediend bij het bevoegd gezag (provincie Overijssel). De sanering dient te worden begeleid door een BRL SIKB 6000 gecertificeerd bedrijf. De ontgraving en uitvoering van de sanering dient plaats te vinden door een BRL SIKB 7000 gecertificeerd bedrijf. Grondbewerkingen ter plaatse van deze verontreiniging mogen op dit moment niet worden uitgevoerd. Algemeen Hergebruik van eventueel bij graafwerkzaamheden vrijkomende grond op het onderzochte terrein is toegestaan, uitgezonderd ter plaatse van de bovengrondse dieselolietank. Eventueel vrijkomende grond mag tegenwoordig niet zondermeer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Voor meer informatie hierover kunt u zich wenden tot de Omgevingsdienst IJsselland/gemeente Raalte
31 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
8 Zorgvuldigheid onderzoek Het in dit rapport beschreven onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht. Een bodemonderzoek is echter gebaseerd op door bevoegd gezag en opdrachtgever verstrekte informatie en/of aanwijzingen, zintuiglijke waarnemingen en een beperkt aantal controlemonsters van de bodem. Hierdoor blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de bodem kunnen voorkomen, die tijdens dit onderzoek niet naar voren zijn gekomen. Boluwa Eco Systems BV acht zich niet aansprakelijk voor de schade die hieruit voort kan vloeien. Hierbij wordt er tevens op gewezen, dat een op enig moment uitgevoerd bodemonderzoek een momentopname is, waarbij diverse invloeden van belang zijn, zoals: ophogingen met grond van elders, storende lagen in de bodem, gebruik van het perceel, lozingen e.d. of van naburige terreinen via het grondwater. Naarmate de termijn tussen de uitvoering van het bodemonderzoek en het interpreteren van de resultaten van dit rapport groter wordt, dient meer voorzichtigheid te worden betracht bij het beoordelen en het gebruik van de onderzoeksresultaten.
32 Verkennend bodemonderzoek Projectnummer 23229
Bijlagen
Bijlage 1 Topografisch en kadastraal overzicht
Bijlage 1: Onderzoekslocatie Gemeente Raalte Nijverdalseweg 52/54 te Mariënheem Sectie: G nr.: 2400, 2401, 2448 Projectnr.: 23229 (ged.) Schaal: 1 : 25000
Kadastrale kaart
Uw referentie: boluwa
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2600
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Raalte G 2448
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 17 november 2023 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
Bijlage 2: Situatietekening
Situering meetpunten Nijverdalseweg 52/54 Mariënheem
Legenda
Situering meetpunten Boring 0 – 0.5 m-mv Boring 0 – 2.0 m-mv Peilbuis Inspectiegat
Terreingrens Onderzoeksgebied
Opdrachtgever BJZ.nu Projectnummer 23229 Datum 12-10-2023
Situering meetpunten Nader onderzoek B30 Nijverdalseweg 52/54 Mariënheem
Legenda
Situering meetpunten Boring 0 – 0.5 m-mv Boring 0 – 2.0 m-mv Peilbuis Terreingrens Contour sanering
Opdrachtgever BJZ.nu Projectnummer 23229 Datum 12-10-2023
Bijlage 3: Boorbeschrijvingen
Boring:
B01
Boring:
B02
Datum:
9-10-2023
Datum:
9-10-2023
0 -8
0
-20
1 -50
50 bentoniet
Zand matig fijn, zwak siltig, licht grijsgeel, Edelmanboor Zand zeer fijn, zwak siltig, donkergrijs, Edelmanboor
50 2
-100
100
100 Zand matig fijn, zwak siltig, licht beigegeel
-120
3
filtergrind
Klinker Zand matig fijn, zwak siltig, licht bruingrijs, Edelmanboor
1
Zand zeer fijn, zwak siltig, donker bruingrijs, Edelmanboor
2
0 -8
0 Klinker
3
150
Zand matig fijn, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor -150
150
Zand matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor 4
4 -190
Zand matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Zuigerboor handmatig
200 1
-200
200
250
-300
300
Boring:
B03
Boring:
B04
Datum:
9-10-2023
Datum:
9-10-2023
0
0 1 50
Projectcode: 23229
-50
0 -5 -10
0 Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
Zand matig fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, Edelmanboor
1 50
Klinker
-50
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
Boring:
B05
Boring:
B06
Datum:
9-10-2023
Datum:
9-10-2023
0 -5
0
-15
-50
50
-20
Zand matig fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, Edelmanboor
1
1
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
B07
Boring:
B08
Datum:
9-10-2023
Datum:
9-10-2023
0 -8 -15
50
Projectcode: 23229
-50
0 -8
0 Klinker
-20
Zand matig fijn, zwak siltig, licht grijsbruin, Edelmanboor
1
-50
50
Boring:
0
0 -8
0 Klinker
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50
-50
Klinker Zand matig fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, Edelmanboor Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
Klinker Zand matig fijn, zwak siltig, matig roesthoudend, licht roestgrijs, Edelmanboor Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
Boring:
B09
Boring:
B10
Datum:
9-10-2023
Datum:
9-10-2023
0 -8 -15
0
Zand matig fijn, zwak siltig, licht bruingrijs, Edelmanboor
1 -50
50 2
-90
100
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
-50
50
Zand matig fijn, zwak siltig, licht bruingeel, Edelmanboor 2
Zand matig fijn, zwak siltig, licht grijsbruin, Edelmanboor
-90
Zand matig fijn, zwak siltig, matig roesthoudend, licht roestgeel, Edelmanboor
100
Zand matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor 3
3 -150
150
0
0 Klinker
-150
150 Zand matig fijn, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor
Zand matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
4
4 -200
200
Boring:
B11
Boring:
B12
Datum:
9-10-2023
Datum:
9-10-2023
0 -8
0
-20
1 -50
50 bentoniet
2
-80
-110
Zand matig fijn, zwak siltig, donker bruingrijs, Edelmanboor Zand matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
-150
150 filtergrind 4 200
Zand matig fijn, zwak siltig, donkerbruin, Edelmanboor
-200
Zand matig fijn, zwak siltig, matig roesthoudend, licht roestgrijs, Edelmanboor Zand matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor Zand matig fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, lichtgrijs, Zuigerboor handmatig
1
250
-280
Zand matig fijn, zwak siltig, licht bruingrijs, Zuigerboor handmatig
300 -310
Projectcode: 23229
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
Zand zeer fijn, zwak siltig, licht geelbeige, Edelmanboor