CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 RSV brief provincie

Raadsvergadering 21 december 2023, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen aanvulling van het beleid Erven in Beweging op het onderdeel Rood voor Rood in relatie tot de Landelijke Beëindigingsregeling Veehouderij (bespreekstuk)1.141 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Provincie Overijssel Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88 99 www.overijssel.nl overijsselloket@overijssel.nl KvK 51048329 IBAN NL45 RABO 0397 3411 21

Alle gemeenten in Overijssel t.a.v. afdelingen RO

Inlichtingen bij Mevr. A. Dannenberg Telefoon +31384998261 A.Dannenberg@overijssel.nl

Datum

Kenmerk

Zaaknummer

Pagina

Bijlagen

02.10.2023

D2023-10-000360

2023-049674

1 van 3

1

Uw brief

Uw kenmerk

Onderwerp: toepassing Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving na beëindiging agrarisch bedrijf op basis van stoppersregeling Rijk

Beste collega, We sturen je deze brief om duidelijk te maken wat de mogelijkheden zijn voor de toepassing van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) als een agrarisch bedrijf gebruik maakt van een van de stoppersregelingen die het Rijk inzet bij de landelijke stikstofaanpak. We hebben van meerdere gemeenten de vraag gekregen of het mogelijk is om deze regelingen te combineren en welke beleidsvrijheid de gemeente daarbij heeft. Met de stoppersregelingen bedoelen we de Landelijke Beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) en de Landelijke Beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus). Deze subsidieregelingen zijn bedoeld voor veehouderijen die definitief willen stoppen en zijn op 3 juli 2023 van start gegaan. Het Rijk wil met deze regelingen de stikstofneerslag op kwetsbare natuur in Natura2000gebieden naar beneden brengen. De volledige en actuele toelichting is te vinden op de website van het RVO. De Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) is een provinciale regeling die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt in het landelijk gebied als er een extra bijdrage wordt geleverd aan de ruimtelijke kwaliteit. Deze regeling maakt onder andere de transformatie mogelijk van vrijkomende agrarische bedrijfspercelen. De Landelijke beëindigingsregelingen veehouderijlocaties verplichten tot een bestemmingswijziging.

De Lbv-regeling is bedoeld voor landbouwbedrijven met dieren, waarvoor productierechten nodig zijn. De subsidie kan worden aangevraagd als een veehouderijlocatie een stikstofneerslag veroorzaakt op een overbelast N2000-gebied en de uitstoot boven een drempelwaarde uit komt. Deze regeling loopt af op 1 december 2023. De Lbv-plus regeling is voor landbouwbedrijven met dieren, die vallen onder de aanpak piekbelasting. De aanpak richt zich op de bedrijven die zorgen voor de meeste stikstofneerslag op overbelaste N2000gebieden. Ook hiervoor geldt een drempelwaarde. Deze regeling loopt af op 5 april 2024.

Datum verzending 05.10.2023

De veehouder die van een van beide Landelijke beëindigingsregelingen veehouderijlocaties gebruik maakt, is verplicht om de veehouderij definitief te beëindigen. Dat betekent dat dieren en meststoffen afgevoerd moeten worden. De productierechten voor deze locatie komen te vervallen en de omgevingsvergunning voor het bedrijf wordt ingetrokken. Als het bedrijf een vergunning heeft op grond van de Wet natuurbescherming, wordt die vergunning ook ingetrokken. De dierverblijven moeten worden gesloopt en dat geldt ook voor de faciliteiten voor mest- en voeropslag. Om juridisch te borgen dat er op deze locatie geen veehouderij meer kan worden uitgeoefend, moet de gemeente het bestemmingsplan aanpassen. De Lbv plus-regeling vergoedt wel sloopkosten, de Lbv-regeling niet. De Lbv subsidie biedt een vergoeding van 100% van het waardeverlies van de productiecapaciteit. Het gaat daarbij om het waardeverlies van de gebouwen waarin dieren worden gehuisvest en de opstallen voor mest- en voeropslag. Ook wordt de waarde vergoed van de dierrechten die ingeleverd moeten worden en van de fosfaatrechten die vervallen. Voor sloopkosten wordt in deze regeling geen vergoeding geboden. De Lbv-plus subsidie biedt een vergoeding van 120% van het waardeverlies van de productiecapaciteit.

Ook bij deze regeling wordt de waarde vergoed van de dierrechten die moeten worden ingeleverd en van de fosfaatrechten die vervallen. Bij deze regeling worden de sloopkosten van dierverblijven en de opslag van mest en voer wel vergoed. De vergoeding bedraagt € 45.- p/m2. De Lbv en Lbv-plus zeggen niets over de toekomstige invulling van de locatie. De Lbv-regelingen zijn gericht op beëindiging van de bedrijfsvoering en productiecapaciteit. Voor deze regelingen is het voldoende als verzekerd is dat er geen dieren bedrijfsmatig meer zullen worden gehouden op de locatie. Daarvoor moet de bestemming wel gewijzigd worden, maar de regelingen doen geen uitspraken over de nieuwe bestemming. Die nieuwe bestemming kan nog steeds een agrarische bestemming zijn, mits de productielocatie voor dieren wordt uitgesloten. Toepassing van de Landelijke beëindigingsregelingen sluit de toepassing van de KGO op voorhand niet uit. De stoppersregeling is een subsidie voor bedrijfsbeëindiging ten behoeve van stikstofreductie. De Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is een ruimtelijk instrument, waarmee vanuit ruimtelijke overwegingen wordt gestuurd op verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Dit instrument kan door gemeenten ingezet worden om de transformatie van voormalige veehouderijlocaties af te ronden.

Dit kan ook als voor het beëindigen van de veehouderij gebruik gemaakt is van een van de beide Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties. Dit zien wij niet als cumulatie van subsidieregelingen. Wij hanteren bij de toepassing van KGO, in de gevallen waarin gebruik gemaakt wordt van de Landelijke beëindigingsregelingen, wel een aantal uitgangspunten: 1.

Het vertrekpunt voor de nieuwe bestemming is de situatie die ontstaat ná sloop van de betreffende opstallen. Veehouders die gebruik maken van een Lbv-regeling conformeren zich op voorhand aan de sloopvoorwaarde. Dit maakt onderdeel uit van de subsidie om de bedrijfsvoering te kunnen beëindigen. Met deze sloopvoorwaarde wordt eveneens een bijdrage geleverd aan de doelstelling van de KGO om de verstening van het buitengebied te beperken. In de praktijk heeft een agrariër duidelijkheid nodig over het vervolg, voordat hij instemt met de sloopvoorwaarde. De stoppersregelingen bieden de mogelijkheid dat de deelnemer (gedeeltelijk) ontheffing aanvraagt van de sloopverplichting zodat er ruimte is voor hergebruik van (een deel van de) bebouwing. In dat geval zal het waardeverlies van opstallen (die behouden blijven) en sloopkosten (die niet aan de orde zijn) niet worden vergoed door het Rijk.

Pagina 2 van 3

2.

Bij de toepassing van de KGO tellen alleen kwaliteitsprestaties mee waarvoor geen subsidie is ontvangen vanuit de Lbv of Lbv-plus Beide Lbv-regelingen vergoeden het waardeverlies van de opstallen al. Bij de Lbv-plus worden ook de sloopkosten vergoed, daarom kan de sloop van opstallen in principe niet worden meegewogen in de kwaliteitsbalans van de KGO. Voor de Lbv-regeling ligt dat anders. Deze regeling biedt immers geen tegemoetkoming voor de sloopkosten. Gemeenten kunnen in die gevallen zelf beslissen of ze de KGO (of een gemeentelijke uitwerking hiervan) inzetten. De toepassing hiervan is maatwerk. De sloop van eventuele andere opstallen, die niet vallen onder de sloopverplichting van de Lbv-regelingen en waarvoor dus geen waardeverlies en sloopkosten worden gedekt, kunnen altijd deel uitmaken van de kwaliteitsbalans.

Recent zijn we samen een traject gestart om een gebiedsgerichte, samenhangende aanpak voor herontwikkeling van VAB’s te ontwikkelen. Over dit traject zijn gemeenten per brief geïnformeerd1. Deze brengen wij graag nogmaals onder de aandacht en is als bijlage toegevoegd. Neem gerust contact met ons op als u nog vragen heeft Die vragen kan je per mail of telefonisch stellen aan mw. A. Dannenberg. De contactgegevens staan bovenaan de brief. Met vriendelijke groet, namens Gedeputeerde Staten van Overijssel,

Teamleider RBR

1

zaaknummer 2023-006857

Pagina 3 van 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=52b7b9a4-61b0-4d27-9940-f091681cdd07