Bijlage 3_ bodemonderzoek Slagboom1 Marienheem - 26-10-2021
Tekst van het document
RAPPORT VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK conform NEN5740 en NEN5707 Slagboom 1 en 1A - Mariënheem
Opdrachtgever: Biedt Ruimte Locatie: Slagboom 1 en 1A 8106 RL Mariënheem Oktober 2021
Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl
Tel: 0546 - 63 96 63 KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01
Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739
Rapport verkennend (asbest)bodemonderzoek conform NEN5740 en NEN5707 Slagboom 1 en 1A - Mariënheem
Opdrachtgever: Biedt Ruimte Drosteweg 8 8101 NB Raalte Locatie: Slagboom 1 en 1A 8106 RL Mariënheem Projectcode: 21032310 Rapportagedatum: 26 oktober 2021 Auteur: Mevr. ing. H. Stevelink
Kruse Milieu BV
INHOUD Pagina 1
Inleiding
1
2.1 2.2 2.3
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie
2 2 2 3
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses
4 4 5 6 7 8
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Resultaten en toetsing van de asbestanalyses
10 10 10 13 14 15
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
16
6
Literatuur en bronvermelding
18
2
3
4
Bijlagen I Regionale ligging locatie Schets toekomstige situatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, oktober 2021 II Boorstaten en legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses en toetsing chemische analyses IV Resultaten asbestanalyses V Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen
Kruse Milieu BV
Project: 21032310
1
Inleiding
Dit rapport beschrijft het verkennend (asbest)bodemonderzoek, dat in opdracht van Biedt Ruimte op een terreindeel aan de Slagboom 1 en 1A in Mariënheem door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de bestemmingsplanwijziging en de geplande nieuwbouw van een woning (rood-voor-rood). Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplan-wijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning. Hiervoor dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Tevens is inzicht gewenst in de kwaliteit met betrekking tot asbest van de puinverharding. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat er 1 druppelzone en 2 voormalige dieseltanks op de locatie aanwezig zijn. Deze worden beschouwd als verdachte deellocaties. De bovengrond van het erf wordt beschouwd als verdacht voor de aanwezigheid van asbest. De onderzoekslocatie wordt beschouwd als onverdacht voor chemische componenten.
De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. De doelstelling van het onderzoek op de verdachte (deel)locaties is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskernen ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden overschrijden. De doelstelling van het onderzoek op een asbestverdachte (deel)locatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern ook daadwerkelijk op de vermoede plaats aanwezig is en in hoeverre de verontreinigde stoffen in de grond de normwaarden overschrijden.
Het veldwerk is uitgevoerd in augustus, september en oktober 2021 conform BRL SIKB2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018 waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.
Kruse Milieu BV
Project: 21032310
Pagina 1 van 18
2
Locatiegegevens 2.1
Beschrijving huidige situatie
Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Slagboom 1 en 1A, op circa 200 meter ten oosten van de bebouwde kom van Raalte en circa 1.3 kilometer ten westen van de bebouwde kom van Mariënheem. Het centrale punt van het te onderzoeken terreindeel heeft de RD-coördinaten x = 217.256 en y = 488.466 en is kadastraal bekend als: gemeente Raalte, sectie F, nummers 4917 (ged.), 5910 (ged.) en 5911 (ged.). De Slagboom bevindt zich ten oosten van de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie is bebouwd met enkele agrarische schuren en een woning. Op het dak van de grote schuur zijn asbestverdachte golfplaten aanwezig. Het onbebouwde terreindeel is deels verhard met klinkers en deels begroeid met gras, bomen en struiken. Het westelijke terrein is in gebruik als akker. Onderzoekslocatie In het kader van de bestemmingsplanwijziging en de geplande nieuwbouw in het kader van de rood-voor-rood regeling is een bodemonderzoek noodzakelijk. Het bodemonderzoek richt zich op de volgende terreindelen: - Erf (3900 m2 ); - Nieuwbouwlocatie (1450 m2). - Deellocatie A en B: voormalige bovengrondse dieseltanklocaties (600 en 3000 liter á 15 m2). - Deellocatie C: asbestverdachte druppelzone (circa 40 m2); In bijlage I zijn de regionale ligging van de locatie weergegeven, de ontwikkelingsplannen en is het boorplan van Kruse Milieu BV van september 2021 opgenomen. 2.2
Vooronderzoek
In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever en de Omgevingsdienst IJsselland. De volgende informatie is verzameld: - De onderzoekslocatie heeft al jaren de agrarische bestemming. - De te slopen schuren dateren van 1930, 1978 en 1985 (bron: BAG-viewer). - Voor het varkensbedrijf is op 12 juni 1975 een Hinderwetvergunning verleend en op 14 juni 1985 is een aanvraag voor een Hinderwetvergunning voor een varkensbedrijf met gasolietank van 3000 liter (deellocatie A) gedaan. Voor het agrarische bedrijf met inpandige dieseltank van 600 liter in een lekbak (deellocatie B) is op 19 oktober 1993 een vergunning in het kader van de Wet Milieubeheer verleend. Op 19 juli 2005 is voor het vleesvarkensbedrijf een vergunning in het kader van de Wet Milieubeheer verleend. - De onderzoekslocatie is, met uitzondering van de voormalige bovengrondse dieseltanks, voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn.
- Op de grote schuur liggen asbestverdachte golfplaten Er is sprake van een asbestverdachte druppelzone wanneer hemelwater via asbestverdachte dakplaten afwatert op onverhard terrein. Er is 1 asbestverdachte druppelzone aanwezig (deellocatie C). - Vanwege de ouderdom van het erf en de aanwezigheid van de asbestdaken op de stal wordt de bodem ter plekke beschouwd als asbestverdacht.
Kruse Milieu BV
Project: 21032310
Pagina 2 van 18
- Op basis van het HBB is het gebied rondom het erf aan de Slagboom 1 verdacht op het voorkomen van demingen (met afval). Binnen het plangebied worden geen dempingen verwacht. Mogelijk zijn er dempingen ten zuidwesten van het erf. - Er zijn geen eerdere bodemonderzoeken bekend van de huidige onderzoekslocatie of in de nabij omgeving. 2.3
Bodemsamenstelling en geohydrologie
Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - het maaiveld bevindt zich ongeveer 7 meter boven NAP; - de onderzoekslocatie ligt ten noordwesten van de Sallandse Heuvelrug en aan de westzijde van het Reggedal; - Het eerste watervoerdende pakket bestaat tot circa 35 meter diepte uit zand dat behoort tot de formaties van Boxtel en Kreftenheye. Het doorlatend vermogen tot circa 6 meter diepte is circa 5 m2/dag en daaronder 1000 m2/dag. - De eerste scheidende laag bestaat tot circa 48 meter diepte uit klei van de formaties van Kreftenheye, laagpakket van Twello, en Drente, laagpakket van Gieten. - Het tweede watervoerende pakket bestaat tot circa 94 meter diepte uit zand van de formaties van Peize en Waalre en Oosterhout, welke rond 64 meter diepte onderbroken wordt door een 3 meter dikke laag van een complexe eenheid van de Formatie van Peize. Het doorlatend vermogen is circa 50 - 1000 m2/dag. - Van circa 94 meter tot 164 meter diepte bevindt zich een complexe eenheid van de Formatie van Oosterhout met afwisselend matig fijn zand, zandige klei en fijn zand met weinig klei, grof zand en schelpen. - De ondoorlatende basis op 164 meter diepte wordt gevormd door klei behorende tot de Formatie van Breda; - de grondwaterspiegel bevindt zich circa 2.5 meter onder het maaiveld.
Het freatische grondwater stroomt in noordwestelijke richting; - op circa 7.5 kilometer ten zuidwesten van de huidige onderzoekslocatie ligt het grondwaterbeschermingsgebied Boerhaar en op circa 7.5 kilometer ten zuidoosten van de huidige onderzoekslocatie ligt het grondwaterbeschermingsgebied Nijverdal; - de onderzoekslocatie ligt circa 1.5 kilometer ten westen van het Overijsselsch Kanaal met in de omgeving diverse watergangen (sloten of beken); - de invloed van de grondwaterbeschermingsgebied en de diverse watergangen en het Overijsselsch Kanaal op het freatische grondwater is bij ons bureau niet bekend.
Kruse Milieu BV
Project: 21032310
Pagina 3 van 18
3
Uitvoering bodemonderzoek 3.1
Onderzoeksstrategie
De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. NEN5897; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. De onderzoeksstrategie is voorgelegd aan de gemeente Raalte en Omgevingsdienst IJsselland. In de norm NEN5740 en NEN5707 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Het bodemonderzoek richt zich op de volgende terreindelen: - Erf (3900 m2 ); - Nieuwbouwlocatie (1450 m2). - Deellocatie A en B: voormalige bovengrondse dieseltanklocaties (600 en 3000 liter á 15 m2).
- Deellocatie C: asbestverdachte druppelzone (circa 40 m2); Erf (3900 m2) Op basis van de beschikbare informatie wordt de bovengrond van het erf beschouwd als verdacht voor asbest beschouwd. De hypothese "onverdachte locatie" uit NEN5740 (ONV-NL) en NEN5707 (VED-HE) wordt voor de bovengrond van het erf gebruikt. Beide strategieën worden gecombineerd. De boringen tot 0.5 meter diepte worden vervangen door inspectiegaten. Tijdens het veldwerk zal visueel worden gelet op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op en in de bodem. Tevens dient te worden vermeld dat in overleg met de opdrachtgever is besloten, met uitzondering van de te slopen schuur, geen inpandige boringen te verrichten, aangezien deze schuren behouden blijven. Inpandig zijn geen potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten uitgevoerd en er is geen aanleiding om te veronderstellen dat de inpandige bodemkwaliteit afwijkt van de uitpandige bodemkwaliteit. Nieuwbouwlocatie (1450 m2) Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de akker, kan de onderzoekslocatie als niet verdacht worden beschouwd. De hypothese "onverdachte locatie" uit NEN 5740 wordt voor de locatie gebruikt. Deze hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten.
Op basis van het HBB is het gebied rondom het erf aan de Slagboom 1 verdacht op het voorkomen van demingen. Binnen het plangebied worden geen dempingen verwacht. De boringen in de akker ter plekke van de geplande nieuwbouw worden daarom tot ongeroerde bodem doorgezet, zodat een eventuele demping opgemerkt kan worden. Bij het aantreffen van een demping zullen aanvullende analyses plaatsvinden.
Kruse Milieu BV
Project: 21032310
Pagina 4 van 18
Deellocatie A en B: Voormalige bovengrondse dieseltanklocaties (á 15 m2) De bovengrond wordt beschouwd als verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van minerale olie in de grond en van minerale olie en vluchtige aromaten (BTEX) en naftaleen in het grondwater. De hypothese “verdachte locatie” uit NEN5740 (VEP) wordt voor deze deellocaties gebruikt. De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de NEN5740, paragraaf 5.3: Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). Deellocatie C: Asbestverdachte druppelzone (circa 40 m2) De druppelzone wordt beschouwd als verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van asbest. De hypothese “verdachte locatie" uit NEN5707 wordt voor de druppelzone gebruikt. De onderzoeksstrategie op deze deellocatie is gebaseerd op de NEN5707 (VED-HE: een verdachte locatie met een diffuse bodemverontreiniging met een heterogene verspreiding). Bij een druppelzone van 10 - 100 m2 dienen 3 inspectiegaten gegraven te worden. De inspectiegaten hebben een lengte en breedte van minimaal 0.3 x 0.3 meter. Alleen de toplaag (0-0.1 m-mv) wordt bemonsterd. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen.
Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. 3.2
Veldwerkzaamheden
Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Erf Op een terreindeel met een oppervlakte van circa 3900 m², worden in totaal 15 inspectiegaten (1 extra in verband met goede monsterverdeling) verricht met een lengte en een breedte van minimaal 0.3 meter. Er wordt doorgeboord tot op de ondergrond (ongeroerde bodem) met een maximum diepte van 2.0 meter minus maaiveld. Ter plekke van het beton in de te slopen schuur wordt het gat vervangen door een boring van 120 mm doorsnede. Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezig-heid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven. De inspectiegaten worden over het te onderzoeken terreindeel verdeeld. Drie inspectiegaten worden met behulp van een Edelmanboor doorgezet in de ondergrond tot maximaal 2.0 m-mv. Voor het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters op de locatie wordt één diepe boring overeenkomstig NEN5766 afgewerkt tot peilbuis. De inspectiegaten worden gecodeerd als 11 tot en met 25. Kruse Milieu BV
Project: 21032310
Pagina 5 van 18
Nieuwbouwlocatie Op een terreindeel met een oppervlakte van circa 1450 m² worden in totaal 8 boringen verricht, waarvan 6 tot 0.50 meter en 2 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Er wordt 1 boring overeenkomstig NEN5766 afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters. De boringen worden gecodeerd als boring 1 tot en met 8. Alle boringen worden doorgeboord tot ongeroerde bodem. Deellocaties A en B: Voormalige bovengrondse dieseltanklocaties Per voormalige dieseltanklocatie worden in totaal 3 boringen verricht, waarvan er 1 wordt doorgezet in de diepere ondergrond. Voor het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters wordt de diepe boring overeenkomstig NEN5766 afgewerkt tot peilbuis. De boringen worden gecodeerd als boring A1, A2, A3 en B1, B2 en B3. Deellocatie C: asbestverdachte druppelzone In de druppelzone worden 3 inspectiegaten gegraven. De inspectiegaten worden gecodeerd als C1, C2 en C3. Alleen de toplaag tot 0.1 m-mv wordt bemonsterd. Van elk monsterpunt wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. 3.3
Analyses
De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. De asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins Omegam in Amsterdam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 3. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740 en NEN5707 onderzocht. In tabel 1 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Conform de richtlijnen van de gemeente Raalte worden de monsters tevens onderzocht op arseen. Tabel 1: Analysepakket per (meng)monster Monster
Analysepakket Erf
Bovengrond (3x) Ondergrond (1x)
Zware metalen (As, Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organisch stof, lutum en droge stof
Bovengrond (3x)
Asbest en droge stof
Grondwater (1x)
Zware metalen (As, Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting
Kruse Milieu BV
Project: 21032310
Pagina 6 van 18
Vervolg tabel 1: Analysepakket per (meng)monster Monster
Analysepakket Nieuwbouwlocatie
Bovengrond (1x) Ondergrond (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organisch stof, lutum en droge stof
Grondwater (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting
Deellocaties A en B: Voormalige bovengrondse dieseltanklocaties Bovengrond (2x)
Minerale olie, organische stof en droge stof
Grondwater (2x)
Minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, pH, EC en troebelheid. Deellocatie C - Asbestverdacht druppelzones
Toplaag (1x)
Asbest en droge stof
Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. 3.4
Toetsing chemische analyses
De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging.
Kruse Milieu BV
Project: 21032310
Pagina 7 van 18
tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de Interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde.
De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. De resultaten van eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (geactualiseerde versie 2 juli 2020) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de sinds 5 maart 2020 door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater. 3.5
Toetsing asbestanalyses
De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen < 0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht.
Kruse Milieu BV
Project: 21032310
Pagina 8 van 18
Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is bij een verkennend asbestonderzoek een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Bij een nader asbestonderzoek wordt getoetst aan de interventiewaarde. Alleen indien in het verkennend bodemonderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als het nader asbestonderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.
Kruse Milieu BV
Project: 21032310
Pagina 9 van 18
4
Resultaten 4.1
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en in paragraaf 4.4 worden de resultaten besproken. In paragraaf 4.5 worden de analyseresultaten van de asbestanalyses weergegeven en besproken. 4.2
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn in augustus, september en oktober 2021 uitgevoerd door de heren J. Hartman, R. Veltmaat, B. Dierink en N. Pepping. De veldwerkers zijn conform BRL SIKB2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08). Erf Er is op 25 augustus 2021, ten behoeve van het plaatsen van de peilbuis, 1 boring verricht met behulp van een Edelmanboor (PB 11). Er zijn geen grondmonsters genomen uit boring 11 in verband met de conserveringstermijn van enkele te onderzoeken parameters. Boring 11 is op een later tijdstip opnieuw geplaatst voor het nemen van grondmonsters (gecodeerd als 11A). Op 17 september 2021 zijn er, na maaiveldinspectie, in totaal 15 inspectiegaten gegraven met behulp van een schop. Drie inspectiegaten zijn met behulp van een Edelmanboor doorgezet tot circa 2.0 m-mv. Nieuwbouwlocatie Er zijn op 7 oktober 2021 zijn er in totaal 8 boringen berricht met behulp van een Edelmanboor. Alle boringen zijn doorgeboord tot ongeroerde bodem, waarvan één boring is doorgezet tot circa 2.0 m-mv en één boring is met behulp van een zuigerboor verdiept tot 3.7 m-mv en afgewerkt met een peilbuis (PB 1). Deellocaties A en B: Voormalige bovengrondse dieseltanklocaties Er zijn op 25 augustus 2021 per deellocatie 3 boringen tot 1.0 m-mv verricht.
Met behulp van een Edelmanboor en zuigerboor is per deellocatie 1 boring verdiept en afgewerkt als peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (PB A1 en PB B1. Vervolgens zijn de peilbuizen doorgepompt. Er is ter plekke van de voormalige dieseltanklocaties zintuiglijk geen minerale olie waargenomen in de grond of in het grondwater (geen oliegeur, geen olie/water-reactie). Deellocatie C: Asbestverdachte druppelzones Op 25 augustus 2021 zijn, na maaiveldinspectie, in totaal 3 inspectiegaten tot 0.5 m-mv gegraven. Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van klinkers, beton en gras, niet (goed) geïnspecteerd kon worden. Er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, geen neerslag). Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld waargenomen. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II.
Kruse Milieu BV
Project: 21032310
Pagina 10 van 18
De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat globaal uit zeer fijn tot matig fijn, zwak siltig zand. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen. Deze zijn opgenomen in tabel 2. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de bodem waargenomen. Er zijn bij de voormalige dieseltanklocaties geen waarnemingen gedaan, die duiden op een olieverontreiniging. Tabel 2: Weergave bodemvreemde materialen. Boring
Diepte (m-mv) Waarneming Deellocaties A en B: Voormalige dieseltankslocaties
B1
0.08 - 0.35
Zwak baksteenhoudend
B2
0 - 0.4
Sporen baksteen
E2
0 - 0.1
Sporen baksteen
E3
0 - 0.1
Sporen baksteen
E4
0 - 0.1 0.1 - 0.45
Sporen baksteen Sporen puin
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 3 staat omschreven. Tabel 3: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m -mv)
Analyse
Erf Erf - BG 1
11A 13 14 17 22 23 25
0.2 - 0.4 0.3 - 0.8 0.25 - 0.5 0.2 - 0.7 0.4 - 0.9 0 - 0.2 0.3 - 0.8
Erf - BG 2
12 15, 16, 18, 19, 20, 21 en 24
0 - 0.2 0 - 0.5
Erf - OG
11A 11A 11A 12 12 13 13
0.6 - 1.1 1.1 - 1.6 1.6 - 2.0 0.2 - 0.7 1.2 - 1.7 1.0 - 1.5 1.5 - 2.0
NEN 5740standaardpakket + Arseen
12, 23 21 en 24 22
0 - 0.2 0 - 0.5 0.4 - 0.6
Asbest
11A 18, 19 en 20 25
0.2 - 0.4 0 - 0.5 0.3 - 0.5
Asbest
MM FF - 01
MM FF - 02
Kruse Milieu BV
Project: 21032310
NEN 5740standaardpakket + Arseen
NEN 5740standaardpakket + Arseen
Pagina 11 van 18
Vervolg tabel 3: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m -mv)
Analyse
Erf MM FF - 03
13 en 17 14 15 16
0.3 - 0.5 0.25 - 0.5 0 - 0.4 0 - 0.5
Asbest
Nieuwbouwlocatie Akker - BG
1, 3 en 4 2, 5 en 8 6 en 7
0 - 0.5 0 - 0.3 0 - 0.4
NEN 5740standaardpakket
Akker - OG
1 1 1 2 2 2
0.5 - 1.0 1.0 - 1.5 1.7 - 2.2 0.3 - 0.8 0.8 - 1.3 1.3 - 1.8
NEN 5740standaardpakket
Deellocaties A en B: Voormalige bovengrondse dieseltanklocaties A - BG
A1, A2 en A3
0.08 - 0.2
Minerale olie
B - BG
B1 B2 B3
0.35 - 0.85 0.4 - 0.9 0.11 - 0.55
Minerale olie
Deellocatie C: Asbestverdachte druppelzones C - MM FF
C1, C2 en C3
0 - 0.1
Asbest
De boringen 1, 11, A1 en B1 zijn doorgezet tot 3.7 m-mv, 4.0 m-mv en 4.5 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat normaliter uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijg-buis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens zijn de peilbuizen doorgepompt. Op 17 september en 20 oktober 2021 zijn de peilbuizen bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 4.
Kruse Milieu BV
Project: 21032310
Pagina 12 van 18
Tabel 4: Weergave gegevens grondwater. Troebelheid Toestroming EC (NTU) (μS/cm)
Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH (-)
PB 1
2.70 - 3.70
2.00
5.9
410
78
Goed
PB 11
3.00 - 4.00
2.48
6.9
210
9
Goed
PB A1
3.50 - 4.50
2.90
7.1
200
2
Goed
PB B1
3.00 - 4.00
2.30
7.0
90
56
Goed
De waarden voor de pH, de EC van de PB B1 en de troebelheid in PB 11 en PB A1 worden normaal geacht. In het grondwatermonster van peilbuis PB B1 is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. 4.3
Resultaten en toetsing van de chemische analyses
In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. De conserveringstermijn van de grondmonsters Erf - BG 1 en Erf - OG voor minerale olie, PCB en PAK is overschreden. De negatieve invloed op de resultaten van het grondonderzoek wordt, als gevolg van deze overschrijding van de conserveringstermijn gering geacht, aangezien de monsters op het laboratorium geconditioneerd zijn bewaard. Er wordt geen significante invloed op de analyseresultaten van de grondmengmonsters verwacht als gevolg van deze afwijking van de richtlijnen. In de bovengrond (Akker-BG) en in het grondwater (PB 1 en PB 11) zijn licht verhoogde concentraties aangetoond. Deze zijn weergegeven in tabel 5.
In de bovengrond (Erf - BG 1 en Erf - BG 2) en in de ondergrond (Erf - OG en Akker - OG) zijn geen verhoogde gehalten gemeten. De bovengrondse dieseltanklocaties hebben geen aantoonbare negatieve invloed gehad op de bodemkwalilteit; de bovengrond (A - BG en B - BG) en het grondwater (PB A1 en B1) zijn niet verontreinigd.
Kruse Milieu BV
Project: 21032310
Pagina 13 van 18
Tabel 5: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof of μg/l). Monster
Component
Gemeten concentratie
GSSD
Streefwaarde
Interventiewaarde
170 * 18 * 170 *
50 15 65
625 75 800
Erf Peilbuis 11
Barium Koper Zink
170 18 170
Nieuwbouwlocatie
1
Akker - BG
Koper
34
64 *
40
190
Peilbuis 1
Barium Nikkel Zink 1,1,2-trichloorethaan
110 29 100
110 * 29 * 100 *
50 15 65
62 75 800
0.51
0.51 *
0.01
130
AW2000
In de vierde kolom van tabel 5 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. 4.4
Bespreking resultaten chemische analyses
Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Bovengrond - Akker - BG - Koper Het mengmonster van de bovengrond ter plekke van de akker is zeer licht verontreinigd met koper. Oorzaak voor het zeer licht verhoogde gehalte wordt gezocht in de toegepaste messtoffen op de akker. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Grondwater - PB 1 en PB11 - Barium, koper, nikkel en zink De (zeer) licht verhoogde gehalten aan barium, koper, nikkel en zink in het grondwater zijn waarschijnlijk te wijten aan plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarden. In de bovenen ondergrond zijn oer- en roesthoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, wordt het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. Grondwater - PB 1 - 1,1,2-trichloorethaan Het licht verhoogde gehalte aan 1,1,2-trichloorethaan is op basis van de beschikbare gegevens niet direct verklaarbaar. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Arseen In de mengmonsters van de bovengrond, de ondergrond en in het grondwater is geen arseen aangetoond (< rapportagegrens).
Kruse Milieu BV
Project: 21032310
Pagina 14 van 18
Deellocaties A en B: voormalige bovengrondse dieseltanklocaties De voormalige bovengrondse dieseltanklocaties hebben geen aantoonbare negatieve invloed gehad op de bodemkwalilteit. 4.5
Resultaten en toetsing van de asbestanalyses
In bijlage IV zijn de analyserapporten van het asbestonderzoek opgenomen. In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 01, MM FF - 02, MM FF - 03 en C - MM FF is geen asbest aangetoond.
Kruse Milieu BV
Project: 21032310
Pagina 15 van 18
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
Algemeen In opdracht van Biedt Ruimte is in een verkennend (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terreindeel ter grootte van het erf circa 3900 m2 en de nieuwbouwlocatie circa 1450 m2 aan de Slagboom 1 en 1A in Mariënheem. Het erf is deels bebouwd en deels verhard met beton en klinkers en deels begroeid met gras. De nieuwbouwlocatie is tijdens het onderzoek braakliggend (akker). De aanleiding van dit onderzoek is de bestemmingsplanwijziging en de geplande nieuwbouw van een woning in het kader van de rood-voor-rood regeling. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat er 1 druppelzone en 2 voormalige dieseltanks op de locatie aanwezig zijn. Deze worden beschouwd als verdachte deellocaties. De bovengrond van het erf wordt beschouwd als verdacht voor de aanwezigheid van asbest. De onderzoekslocatie wordt beschouwd als onverdacht voor chemische componenten. Resultaten veldwerk In totaal zijn er 18 inspectiegaten gegraven en zijn er 15 boringen verricht, waarvan 4 diepe boringen zijn afgewerkt met een peilbuis. Gebleken is dat de bodem overwegend bestaat uit matig fijn zand. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen aangetroffen.
Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen (baksteen/puin). Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de bodem waargenomen. Er zijn bij de voormalige dieseltanklocaties geen waarnemingen gedaan, die duiden op een olieverontreiniging. Het freatische grondwater is gemiddeld aangetroffen op 2.42 meter min maaiveld. Resultaten chemische analyses Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan het volgende worden geconcludeerd: Erf - de bovengrond (Erf - BG 1) is niet verontreinigd; - de bovengrond (Erf - BG 2) is niet verontreinigd; - de ondergrond (Erf - OG) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB 11) is (zeer) licht verontreinigd met barium, koper en zink. - in MM FF - 01, MM FF - 02 en MM FF - 03 is geen asbest aangetroffen. Nieuwbouwlocatie - de bovengrond (Akker - BG) is zeer licht verontreinigd met koper; - de ondergrond (Akker - OG) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB 1) is licht verontreinigd met barium, nikkel, zink en 1,1,2-trichlooretheen. Deellocatie A: Voormalige bovengrondse dieseltanklocatie - de bovengrond (A - BG) is niet verontreinigd met minerale olie; - het grondwater (PB A1) is niet verontreinigd met minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX) of naftaleen.
Deellocatie B: Voormalige bovengrondse dieseltanklocatie - de bovengrond (B - BG) is niet verontreinigd met minerale olie; - het grondwater (PB B1) is niet verontreinigd met minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX) of naftaleen. Kruse Milieu BV
Project: 21032310
Pagina 16 van 18
Deellocatie C: Druppelzone - in MM FF - C is geen asbest aangetroffen. Hypothese De hypothese "onverdachte locatie" met betrekking tot het het erf en de akker dient formeel te worden verworpen, aangezien er overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. De hypothese "verdachte locatie" met betrekking tot de voormalige dieseltanklocaties dient te worden verworpen aangezien er geen achtergrond- en streefwaarden worden overschreden. De hypothese "asbestverdachte locatie" voor het erf en druppelzone C kan worden verworpen, aangezien er geen asbest is aangetroffen. Conclusies en aanbevelingen Erf en Nieuwbouwlocatie (akker) In de bovengrond (Akker-BG) en in het grondwater (PB 1 en PB 11) zijn lichte verontreinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. In de bovengrond (Erf - BG 1 en Erf - BG 2) en in de ondergrond (Erf - OG en Akker - OG) zijn geen verhoogde gehalten gemeten. In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 01, MM FF - 02, MM FF - 03 is geen asbest aangetoond. Deellocaties A en B: voormalige bovengrondse dieseltanklocaties De voormalige bovengrondse dieseltanklocaties hebben geen aantoonbare negatieve invloed gehad op de bodemkwalilteit.
Deellocatie C - Asbestverdachte druppelzone In het mengmonster van de fijne fractie MM FF - C is geen asbest aangetoond. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de bestemmingsplanwijziging en de nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Kruse Milieu BV
Project: 21032310
Pagina 17 van 18
6
Literatuur en bronvermelding
Informatie van de Omgevingsdienst IJsselland NEN5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NEN5707+C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 NEN 5897+C2, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017 De kamerbrief “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, 8 juli 2019 De kamerbrief “Aanpassing tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, geactualiseerde versie 2 juli 2020 Document “Indicatieve niveaus voor ernstige bodem- en grondwaterverontreinigingen (INEV’s) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX, RIVM, 15 januari 2020 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaarten, kaartblad 27 F,Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en
Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV Bodematlas Overijssel www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl
Kruse Milieu BV
Project: 21032310
Pagina 18 van 18
Bijlage I Regionale ligging locatie Schets nieuwe situatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, oktober 2021
Slagboom 1 en 1A in Mariënheem
Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster
Topografische kaart Projectnummer: 21032310 Schaal: 1:25000 Bijlage: I Kaartblad: 27 F
Biedt Ruimte Slagboom 1 en 1A 8106 RL Mariënheem Verkennend bodemonderzoek spoorlijn
Zwolle -
Wierden
akker
5 Sl
6
dieseltank 3000 liter
3
4
1
om bo ag
21 beton
23 12
akker 2 20 C2 8
A1 A2 A3
C1 7
1A
22
24 25
groen druppelzone
C3 19 groen 11A
16
akker
17
11
akker
18
1
tuin
13 15 14 B2
= Mestkelders = Onderzoekslocatie = Geplande nieuwbouw = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis
B1 B3 dieseltank 600 liter
0
25
Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
0546 - 639663 www.krusegroep.nl
Veldwerker: JH/RV/NP/BD
Projectcode Schaal Datum
Tekenaar: JL
: 21032310 : 1:500 (A3-formaat) : Oktober 2021
Bijlage II Boorstaten
1
1
akker / cm t ov m aaiveld
0 1
zand, zeer fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, geel, sporen oer, edelm an
50
4 0
akker / cm t ov m aaiveld
0 1
-50
0
zand, zeer fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an
50
-50
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker grijs, bruin, edelm an
100
-80
100 t ype dat um boorm eest er
3 150
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, oranje, zwak oer, edelm an
g r on d b or in g 0 7 -1 0 -2 0 2 1 N ick Pe p p in g
-100
4 -170 5
200
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker beige, m at ig roest , edelm an
5
akker / cm t ov m aaiveld
0 1 250
0
zand, zeer fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an -30
270
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, geel, zwak oer, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
300
g r on d b or in g 0 7 -1 0 -2 0 2 1 N ick Pe p p in g
-50
350 370
-370 t ype dat um boorm eest er
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 0 7 -1 0 -2 0 2 1 N ick Pe p p in g
6
akker / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, zeer fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an -40
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, geel, zwak oer, edelm an
50
2
akker / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, zeer fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an
t ype dat um boorm eest er
g r on d b or in g 0 7 -1 0 -2 0 2 1 N ick Pe p p in g
-50
-30 50
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, geel, zwak oer, edelm an
7
akker / cm t ov m aaiveld
0 100
1
3
0
zand, zeer fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an -40
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, geel, zwak oer, edelm an
50 150
t ype dat um boorm eest er
4
g r on d b or in g 0 7 -1 0 -2 0 2 1 N ick Pe p p in g
-50
5 200 t ype dat um boorm eest er
-200
g r on d b or in g 0 7 -1 0 -2 0 2 1 N ick Pe p p in g
8
akker / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, zeer fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an -30
3
akker / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, zeer fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, zwart , edelm an
50 -65 t ype dat um boorm eest er
g r on d b or in g 0 7 -1 0 -2 0 2 1 N ick Pe p p in g
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, grijs, edelm an -70
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, geel, zwak oer, edelm an
50
Sla g b oom 1 - M a r ië n h e e m 21032310 N EN 5 1 0 4
t ype dat um boorm eest er
g r on d b or in g 0 7 -1 0 -2 0 2 1 N ick Pe p p in g
-50
11
1
klinker / cm t ov m aaiveld
0
12 0
m oest uin / cm t ov m aaiveld
0
edelm an
1 -8
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, schep
50
-20
2
50
31x30cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen zand, schep zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an
-20
3
100
-120
-60
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest , edelm an
150
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, oranje, sporen oer, m at ig roest , edelm an -40
100
31x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, bv: 18.0%, donker bruin, schep, geen asbest geen gf
4
150
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht grijs, edelm an
-110
zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, geel, st erk roest , edelm an
5
200
200
-200
-160
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht wit , geel, sporen roest , edelm an 250
-200
t ype dat um boorm eest er
in sp e ct ie g a t 1 7 -0 9 -2 0 2 1 Rie m e r V e lt m a a t
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig grindig, licht beige, rood, sporen oer, edelm an 300
-250
300
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, edelm an
13 1
350 50 400
400 t ype dat um boorm eest er
klinker / cm t ov m aaiveld
0
2
-400 3
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 2 5 -0 8 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n
100
11A 2 3
4 100
0
200
-8
t ype dat um boorm eest er
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, schep -20
30x30cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen zand, schep, geen asbest geen gf
-200
14
klinker / cm t ov m aaiveld
0
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest , edelm an
1 2 50
6
t ype dat um boorm eest er
in sp e ct ie g a t 1 7 -0 9 -2 0 2 1 Rie m e r V e lt m a a t
zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, geel, st erk roest , edelm an -160
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht wit , geel, sporen roest , edelm an
t ype dat um boorm eest er
-8
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, schep
in sp e ct ie g a t 1 7 -0 9 -2 0 2 1 Rie m e r V e lt m a a t
30x30cm , zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an, geen asbest -50
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , edelm an -70
-200
15
gras / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
Sla g b oom 1 - M a r ië n h e e m 21032310 N EN 5 1 0 4
0
edelm an
-25
-110 200
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, zwak roest , edelm an
in sp e ct ie g a t 1 7 -0 9 -2 0 2 1 Rie m e r V e lt m a a t
-60
150
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an
edelm an
-40 5
-30
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, schep, geen asbest geen gf
-100 5
klinker / cm t ov m aaiveld
0
50
-7
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, bv: 13.0%, donker beige, oranje, zwak roest , schep, ophoogzand
-50 4 150
1
0
in sp e ct ie g a t 1 7 -0 9 -2 0 2 1 Rie m e r V e lt m a a t
32x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, bv: 16.0%, donker bruin, schep, geen asbest geen gf
0
-40
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, oranje, sporen oer, m at ig roest , edelm an -50
16
gazon / cm t ov m aaiveld
0 1
1 -50
17
50
50
-50
-70 t ype dat um boorm eest er
klinker / cm t ov m aaiveld 1
2
0
in sp e ct ie g a t 1 7 -0 9 -2 0 2 1 Rie m e r V e lt m a a t
22
-7
1 -20
t ype dat um boorm eest er
50 2 -50
in sp e ct ie g a t 1 7 -0 9 -2 0 2 1 Rie m e r V e lt m a a t
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an -90
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, zwak roest , edelm an -100
gras / cm t ov m aaiveld 1
0
32x33cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, schep, geen asbest geen gf
50
23
-7
30x30cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest , schep, ophoogzand -40
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, schep, geen asbest geen gf zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an -90
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, edelm an
berm / cm t ov m aaiveld 1
-50
100
2
50
in sp e ct ie g a t 1 7 -0 9 -2 0 2 1 Rie m e r V e lt m a a t
19
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, oranje, sporen oer, m at ig roest , edelm an
1
100 -110 t ype dat um boorm eest er
bosgrond / cm t ov m aaiveld
bosgrond / cm t ov m aaiveld 1
-50 50
20
-50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, grijs, edelm an
bosgrond / cm t ov m aaiveld 1
t ype dat um boorm eest er 0
32x32cm , zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, st erk wort els, schep
50
-50
in sp e ct ie g a t 1 7 -0 9 -2 0 2 1 Rie m e r V e lt m a a t
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
0
31x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, grijs, st erk wort els, schep, geen asbest geen gf
100
0
-20
-100
0
in sp e ct ie g a t 1 7 -0 9 -2 0 2 1 Rie m e r V e lt m a a t
0
in sp e ct ie g a t 1 7 -0 9 -2 0 2 1 Rie m e r V e lt m a a t
24
0
32x30cm , zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, m at ig wort els, schep
50
34x33cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, bv: 14.0%, donker bruin, schep, geen asbest geen gf zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, oranje, sporen oer, m at ig roest , edelm an
-100
0
t ype dat um boorm eest er
0
-60
in sp e ct ie g a t 1 7 -0 9 -2 0 2 1 Rie m e r V e lt m a a t
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an
t ype dat um boorm eest er
-80
-100
18 0
t ype dat um boorm eest er
100 t ype dat um boorm eest er
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, geel, edelm an
klinker / cm t ov m aaiveld
0
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker beige, schep, ophoogzand 30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, schep, geen asbest geen gf
100
0
33x32cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, schep, geen asbest geen gf zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an
in sp e ct ie g a t 1 7 -0 9 -2 0 2 1 Rie m e r V e lt m a a t
0
braak / cm t ov m aaiveld
0
30x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, schep, geen asbest geen gf
50 t ype dat um boorm eest er
21 0
Sla g b oom 1 - M a r ië n h e e m 21032310 N EN 5 1 0 4
-90
in sp e ct ie g a t 1 7 -0 9 -2 0 2 1 Rie m e r V e lt m a a t
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, oranje, sporen oer, m at ig roest , edelm an -100
25
bet on / cm t ov m aaiveld
0
A3 0
bet onboor 1 50
2
edelm an
2
-30
zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal beige, bruin, ow: geen, zwak t eelaarde, edelm an, ophoogzand geroerd
-90
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, ow: geen, edelm an
-10
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest , edelm an, ø12 cm , ophoogzand,
in sp e ct ie g a t 1 7 -0 9 -2 0 2 1 Rie m e r V e lt m a a t
50
t ype dat um boorm eest er
-100
klinker / cm t ov m aaiveld
0
50
100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, edelm an
A1
1
1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an, ø12 cm , geen asbest geen gf
100 t ype dat um boorm eest er
1
edelm an
2
zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal beige, ow: geen, edelm an, ophoogzand
0 -8
-20
-100
g r on d b or in g 2 5 -0 8 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n
B1
1 0
klinker / cm t ov m aaiveld
0
0
edelm an -8
-8
1 50 2
-20
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, ow: geen, edelm an
100
klinker / cm t ov m aaiveld
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, bruin, ow: geen, zwak bakst een, zwak t eelaarde, edelm an, geroerd -35
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , ow: geen, edelm an
100
-100
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht grijs, geel, st erk roest , edelm an
-90
150
zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, rood, m at ig oer, edelm an
150
-140
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest , edelm an
-180 200
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest , edelm an
250
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, m at ig roest , edelm an
200 -230
300
-240
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, edelm an
250
-300
300
300
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, edelm an 350
350
350
400
450
400
450 t ype dat um boorm eest er
-450
400 t ype dat um boorm eest er
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 2 5 -0 8 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n
-400
g r on d b or in g 2 5 -0 8 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n
B2
groenst rook / cm t ov m aaiveld
0 1
A2
klinker / cm t ov m aaiveld
0
50
1
edelm an
2
zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal beige, ow: geen, edelm an, ophoogzand
0
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, ow: geen, edelm an
100
-100
g r on d b or in g 2 5 -0 8 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
2
100 -20
t ype dat um boorm eest er
50
-8
Sla g b oom 1 - M a r ië n h e e m 21032310 N EN 5 1 0 4
t ype dat um boorm eest er
0
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, ow: geen, sporen bakst een, sporen zand, edelm an, geroerd -40
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , ow: geen, edelm an -90
g r on d b or in g 2 5 -0 8 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, neut raal beige, bruin, ow: geen, st erk t eelaarde, edelm an -100
B3
klinker / cm t ov m aaiveld
0 1
edelm an
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, edelm an
3
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, ow: geen, edelm an, geroerd
0 -6
50
-11
-55
100 t ype dat um boorm eest er
g r on d b or in g 2 5 -0 8 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , ow: geen, edelm an -90
zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, rood, st erk oer, edelm an -100
C1
braak / cm t ov m aaiveld
0
0
30x31cm , zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, st erk wort els, schep -10
50 t ype dat um boorm eest er
in sp e ct ie g a t 2 5 -0 8 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an -30
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, edelm an -50
C2
braak / cm t ov m aaiveld
0
0
30x31cm , zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, st erk wort els, schep -10
50 t ype dat um boorm eest er