Bijlage 21 Aanvullingsnotitie quickscan flora en fauna
Tekst van het document
Aanvullingsnotitie quickscan flora en fauna Realisatie Energielandgoed Raalte Projectnummer: Datum: Projectleider: Opgesteld:
208868 10-2-2026
De initiatiefnemer is voornemens in Raalte een zonnepark te ontwikkelen. In het kader van deze ontwikkeling is door Eelerwoude in 2023 een ecologische quickscan uitgevoerd (Eelerwoude, 2023). Naar aanleiding van vragen van de gemeente Raalte is besloten de onderbouwing van de quickscan betreffende de das te herzien. In deze aanvullende notitie wordt uitgebreider gekeken naar de te verwachten effecten van de realisatie van het zonnepark op de das in verband met de aanvraag van aanvullende informatie van de gemeente Raalte.
Inleiding In de quickscan uit 2023 zijn drie zoekgebieden onderzocht in het buitengebied van Raalte (afbeelding 1). De drie gebieden waren destijds in gebruik als agrarisch grasland, en zijn gelegen tussen Raalte en Heino. Op deze zoekgebieden wordt het agrarisch gebruik opgeheven, het voornemen is om hier zonneparken met landschappelijke inpassing te realiseren. Op het moment van uitvoeren van de quickscan was uitsluitend bekend dat een landschappelijk ingepast zonnepark zou worden gerealiseerd, een exacte inrichting was op het moment van onderzoek niet bekend. Diverse landschappelijke inpassingen zijn overwogen (afbeelding 2). Binnen de zonnevelden wordt gebruik gemaakt van een zonvolgend systeem, wat ten opzichte van de reguliere stationaire zonnepanelen diverse voordelen biedt; door het draaien van de panelen ontstaan verschillen in vochtigheidsgraad en lichtinval. Deze verschillende micro-klimaten geven meer mogelijkheid voor variatie in flora en fauna ten opzichte van de gangbare stilstaande zonnepanelen. Ook is in het inpassingsplan rekening gehouden met de omgeving; door structuurrijke elementen toe te voegen aan het ontwerp vormen de drie velden ecologische verbindingen met omliggende groenelementen.
Voor bijvoorbeeld vleermuizen kunnen de heggen dienen als onderdeel van een vliegroute, maar ook voor grondgebonden zoogdieren bieden de nieuwe landschapselementen mogelijk migratieroutes, foerageergebied of verblijfplaatsen. Voor de ontwikkeling worden uitsluitend agrarische percelen omgevormd. Opgaande groenstructuren zoals bomen, struweel of gebouwen worden uitsluitend toegevoegd, en niet weggehaald.
Realisatie Energielandgoed Raalte | Eelerwoude | 1
Afbeelding 1. luchtfoto van de zoekgebieden 1 (noordwest), 2 (zuid) en 3 (noordoost).
Realisatie Energielandgoed Raalte | Eelerwoude | 2
Afbeelding 2. De overwogen inrichtingen (IAA Architecten, augustus 2025). Optie 1 met biobased gewassen en struweel, optie 2 met kruidenrijk grasland, poelen en struweel.
Realisatie Energielandgoed Raalte | Eelerwoude | 3
Resultaten quickscan 2023 Tijdens het veldbezoek voor de quickscan (13 maart 2023, C. Oldenburger, 16°C, heldere hemel en windkracht 3 Bft) zijn in alle drie de zoekgebieden wissels van das waargenomen. Verblijfplaatsen van de eekhoorn en das zijn niet aanwezig binnen het plangebied. Wel zijn er van das diverse sporen gevonden in alle drie de deelgebieden, het meeste in deelgebied 3. Deze zijn gevolgd tot een stuk buiten de deelgebieden, echter zijn geen burchten ontdekt in de omliggende boselementen. In de quickscan is aangegeven dat het leefgebied binnen de drie zoekgebieden mogelijk essentieel leefgebied van de das betreft. Twee voorwaarden zijn in de quickscan gesteld voor de das: • •
Werkzaamheden dienen overdag te worden uitgevoerd. Het overdag werken heeft als doel om verstoring te voorkomen, omdat de das in de avond en nacht foerageert. Het hekwerk rondom de zonneparken dient op minimaal 20 centimeter hoogte te worden geplaatst. Het doel van het ophogen van het hekwerk is dat het foerageergebied in oppervlakte niet verminderd, omdat de das nog steeds binnen het plangebied kan komen. Indien dit niet werd gedaan zou 44 hectare aan leefgebied verloren gaan. Na overleg is bepaald dat dit niet mogelijk is vanwege inbraakgevoeligheid. Als alternatief hierop is besloten gebruik te maken van dassenpoorten; kleine poorten die in de hekwerken worden gemaakt waar de das (en andere grondgebonden zoogdieren) doorheen kan (afbeelding 3). Op advies van Stichting Das en Boom worden buizen gebruikt waar een bocht van 90° dan wel twee bochten van 45° in zitten. Op deze manier is het gebied toegankelijk voor das, maar niet voor de wolf en mensen. Een vaste afstand tussen de poorten wordt niet vastgesteld. Per veld worden minimaal 10 dassenpoorten geplaatst. De exacte locaties worden in samenspraak met een ecoloog bepaald, waarbij de wissels van de das worden gebruikt als leidraad voor de exacte locatie van de poorten.
Afbeelding 3. Voorbeeld van een dassenpoort. In dit voorbeeld wordt een rechte poort gebruikt, in de praktijk wordt gebruik gemaakt van poorten met een bocht.
Realisatie Energielandgoed Raalte | Eelerwoude | 4
Vervolg Stichting Das en Boom heeft een zienswijze ingediend betreffende de bescherming van de das (Stichting Das en Boom, 2025). Hierin is aangegeven dat in de omgeving van de drie plangebieden diverse dassenburchten aanwezig zijn (afbeelding 4). In de zienswijze wordt niet toegelicht om wat voor type burchten dit gaat, of wanneer deze informatie is verzameld. Stichting Das en Boom uit zorgen over het wegnemen van mogelijk essentieel leefgebied van de das. De gemeente Raalte heeft aangegeven dat een aanvullende onderbouwing of onderzoek aan de orde is, om de effecten van de aanleg en het gebruik van de zonneparken uitgebreider in te schatten.
Afbeelding 4. Kaart van de bekende dassenburchten in de omgeving van het plangebied. In rood de burchten waarvan bekend is dat deze bewoond zijn, in geel burchten welke niet bewoond zijn, in blauw onbekende burchten (Stichting Das en Boom, 2025). De blauwe "onbekende burcht" nabij veld 3 is tijdens het veldbezoek van de quickscan niet waargenomen. In gesprek met Stichting Das en Boom is de oorsprong van de waarneming van de onbekende burcht nabij veld 3 niet te achterhalen.
Aanvullende onderbouwing Voedselvoorziening De plangebieden zijn op dit moment in agrarisch, bemest gebruik. De primaire voedselbron van das (regenwormen) komt in grote aantallen voor op bemeste graslanden, waardoor de huidige situatie geschikt is voor das, evenals de omgeving. Met de nieuwe inrichting verandert dit naar extensief beheerd kruidenrijk grasland met poelen, houtsingels, bomenrijen, hagen en inheems (deels bes-dragend) struweel. In totaal wordt circa 19 hectare binnen het hekwerk, en circa 10 hectare buiten het hekwerk omgevormd. Buiten de plangebieden blijft intensief beheerd agrarisch grondgebruik aan de orde. Stichting Das en Boom stelt in hun zienswijze ‘Bemeste, agrarische percelen vormen het meest geschikte foerageergebied voor dassen’. Dit wordt
Realisatie Energielandgoed Raalte | Eelerwoude | 5
bevestigd in het kennisdocument Das van Bij12 (2017). Echter nadrukkelijk wordt hier ook aangegeven dat variatie in voedselaanbod (zoals noten, bessen, granen, paddenstoelen, knaagdieren, egels, slakken, insecten en larven) ook van belang is voor de das. Geen traditioneel zonnepark Het zonnepark zelf mag niet vergeleken worden met traditionele zonneparken waar typisch de bodembedekking boven de 75 procent is en vele panelen geclusterd de ondergrond van zon en regenwater onthouden. Dit zonvolgend zonnepark met een bodembedekking van circa 50 procent en kantelende panelen in rijen van slechts 1 paneel breed, zal ervoor zorgen dat zowel zonlicht als regenwater beter/gelijkmatiger de bodem kan bereiken. Studies naar de bodemkwaliteit in de huidige zonneparken (zoals aangehaald in de zienswijze) hebben hierdoor weinig tot geen relevantie ten aanzien van het nieuw te realiseren park. Uit onderzoek uit 2017 blijkt dat juist rode (regen)wormen, welke de voornaamste bron zijn van voedsel voor de das, goed gedijen op extensief beheer (Onrust, 2017). In dit onderzoek worden regenwormen opgedeeld in twee groepen; rode en grijze wormen. Grijze wormen zitten dieper in de grond, rode wormen minder diep. In de intensieve landbouw wordt veel grondverzet gedaan; ploegen, scheuren en machinaal inzaaien blijkt voor de rode wormen negatief effect te hebben.
De extensivering van het gebied zou aannemelijk positief effect kunnen hebben op de hoeveelheid rode wormen in het gebied, wat maakt dat ook voor de das meer regenwormen beschikbaar zijn, omdat geen vervoersbewegingen van zwaar landbouwmaterieel zal plaatsvinden gedurende 25 jaar. Vier belangrijke punten worden aangehaald in het kennisdocument over kenmerken van een dassenhabitat: 1. aanwezigheid van een groot voedselaanbod; 2. voor de burchten een bodem die goed vergraafbaar is en die het regenwater snel kan afvoeren; 3. aanwezigheid van voldoende dekking rond de burchten en de migratieroutes; 4. weinig verstoring. Voor elk van deze punten zijn argumenten te maken waarom juist de realisatie van de nieuwe zonneparken bevorderend is: 1. De geplande inrichting maakt (zoals eerder uiteengezet) dat er een grotere variatie aan voedselaanbod in de omgeving is. Tevens blijft in de directe omgeving van de drie locaties veel agrarische grond aanwezig. In oppervlakte is er niet minder leefgebied beschikbaar, maar er komt wel een grotere variatie aan voedselbeschikbaarheid. 2. Doordat bij de zonnevelden gedurende 25 jaar geen zwaar materieel wordt ingezet voor het beheer, wordt de bodem naar verloop van tijd minder verdicht vanwege natuurlijke processen. Hierdoor wordt de bodem beter vergraafbaar voor de das. 3.
De hagen, bomenrijen en struweel die zijn gepland in de inrichting zorgen dat er meer dekking en meer migratieroutes binnen en rondom de plangebieden zijn, waardoor het voor de das tevens makkelijker wordt om zich verder te verplaatsen met minder risico dat ze wegen gaan gebruiken, en dus ook minder risico op aanrijding. 4. De zonneparken worden extensief beheerd. Dit betekent dat hier niet met zware landbouwmachines wordt gereden na de aanleg van de zonneparken, wat veel verstoring als gevolg van geluid voorkomt. Wanneer schapen worden gebruikt voor begrazing, hoeven maaimachines zo min mogelijk worden ingezet.
Realisatie Energielandgoed Raalte | Eelerwoude | 6
Conclusie In oppervlakte blijft evenveel foerageergebied behouden als nu het geval is, omdat er passeerbare afrastering wordt gebruikt voor de das. Het landschap wordt kleinschalig ingericht, en de inrichting voorziet in een gevarieerder dieet voor de opportunistische das. Tevens biedt de nieuwe inrichting heggen en struweel, wat dekking biedt voor de das om zich langs te verplaatsen. Op diverse manieren wordt het plangebied hierdoor dus geschikter voor das. Daarnaast is rondom de zonneparken veel geschikt foerageergebied aanwezig. Hierom wordt niet verwacht dat de aanwezige burchten onbruikbaar worden als gevolg van afname van foerageergebied. Hierom is er dus geen sprake van wetsovertreding; gezien er geen verblijfplaatsen ongeschikt raken. Hoewel er dus overlap is tussen foerageergebied en de projectlocaties is geen sprake van (onttrekking van) essentieel foerageergebied, omdat voldoende bereikbare alternatieven (binnen en buiten de afrastering) beschikbaar zijn. De beschermde status van de das wordt hiermee gewaarborgd en een ontheffing van de WnB (tegenwoordig Omgevingsvergunning in het kader van flora- en fauna activiteiten) is daardoor niet aan de orde. Tevens is er het argument te maken dat de beoogde inrichting, met de verscheidenheid aan inheemse plantensoorten een goede bijdrage levert aan de lokale biodiversiteit.
Er wordt gekozen voor inheemse soorten, waarbij ook is gelet op voedselvoorziening. In de omgeving van de beoogde locaties is hoofdzakelijk agrarisch gebruik, wat voor de das positief is, maar voor heel veel andere soorten juist niet. Dit betreft soorten zoals egel, bunzing, wezel, hermelijn, steenmarter, maar ook amfibieën die gebruik kunnen gaan maken van de poelen. Hierbij wordt nog niet gesproken over de insecten die de nieuwe beplanting kunnen gebruiken als waardplant of nectarplant. Een groeiende insectenpopulatie heeft als voordeel dat hier weer andere dieren op af komen, zoals insect etende vogels, waar op hun beurt weer verscheidene roofdieren op af komen. Naast dat er dus voldoende foerageergebied voor das over blijft, moet ook naar andere kwetsbare soorten worden gekeken. Wanneer alleen wordt gefocust op das, worden andere ecologisch waardevolle soorten compleet gemist. Door het transformeren van monocultuur raaigras, door inheemse elementen toe te voegen en te extensiveren, worden enorme winsten behaald. Hierdoor wordt de totale biodiversiteit juist versterkt.
Literatuur • • • • •
BIJ12. (2017). Kennisdocument Das, versie 1.0. Utrecht: BIJ12. Eelerwoude. (2023). Quickscan Wet natuurbescherming, realisatie zonnepark Raalte. Goor: Eelerwoude. IAA Architecten. (augustus 2025). Landschappelijk inpassingsplan Energielandgoed Raalte. Enschede: IAA Architecten. Onrust, J. (2017). Earth, worms & Birds. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen. Stichting Das en Boom. (2025). Zienswijze Energielandgoed Raalte. Beek-Ubbergen: Stichting Das en Boom.
Realisatie Energielandgoed Raalte | Eelerwoude | 7