CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Raadsvergadering 26 september 2024, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Bredenhorst (bespreekstuk)5.309 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Raalte, Bredenhorst

Gemeente Raalte

Datum: 24 oktober 2023 Projectnummer: 180436.01

INHOUD

1

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3

Aanleiding De m.e.r.-beoordeling Leeswijzer

3 3 5

2

Kenmerken van het plan

6

2.1 2.2 2.3 2.4

Inleiding Beschrijving plan Omvang van het plan Overige kenmerken van het plan

6 6 6 6

3

Plaats van het plan

8

3.1 3.2 3.3

Inleiding Het bestaande grondgebruik Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu

8 8 8

4

Kenmerken van het potentiële effect

13

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Inleiding Natuur Verkeer Geluid Luchtkwaliteit

13 14 16 16 17

5

Conclusie

19

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Aan de noordkant van Raalte doet zich de kans voor om een onbebouwd perceel langs de Burgemeester Zuidwijklaan te ontwikkelen ten behoeve van een woningbouwontwikkeling van maximaal 53 woningen, ‘Bredenhorst’ genaamd. Voorwaarde hierbij is dat de bestaande geluidswal langs de N35 wordt verlengd. Dit maakt daarom ook onderdeel uit van voorliggende ontwikkeling. Voor de ontwikkeling moet een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld. In de toelichting van het bestemmingsplan moet de haalbaarheid van de ontwikkeling worden aangetoond en in dat kader vindt toetsing plaats aan van toepassing zijn de wetgeving. Uit toetsing van de ontwikkeling aan de m.e.r.-wetgeving, blijkt dat de beoogde ontwikkeling is aan te merken als een activiteit als bedoeld in categorie D.11.2 in de bijlage van het Besluit m.e.r., namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Het onderhavige plan blijft onder de bij deze activiteit genoemde drempelwaarden, die in paragraaf 1.2 nader worden besproken. Vanwege het feit dat onder de drempelwaarden wordt gebleven, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Ook dient op basis van het Besluit m.e.r.

en de Wet milieubeheer een m.e.r.-beoordelingsbesluit te worden genomen door het bevoegde gezag voorafgaand aan het in procedure brengen van het ontwerpbestemmingsplan. Het bevoegde gezag neemt de beslissing of, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit mogelijk voor het milieu kan hebben, een m.e.r. moet worden doorlopen. In het kader van voorgaande is voorliggende vormvrije m.e.r. beoordeling opgesteld. Deze kan tevens worden gebruikt als aanmeldingsnotitie. Op basis van deze aanmeldingsnotitie kan het bevoegde gezag de gevolgen beoordelen van het plan en de beslissing nemen of er een m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is in het kader van dit plan.

1.2

De m.e.r.-beoordeling Het instrument milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (hierna: m.e.r.) is een hulpmiddel om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. De wettelijke basis voor de m.e.r. is de Wet milieubeheer. In de uitvoeringswetgeving, het Besluit m.e.r., staat wanneer een m.e.r. of (vormvrije) m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het plan mogelijk maakt, de omvang ervan en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven.

3

Schema m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r. (Bron: www.Infomil.nl).

Bovenstaande afbeelding laat zien dat wanneer een besluit over een activiteit die qua omvang boven de C-drempel blijft voor dat besluit een m.e.r.-plicht geldt. Tussen de C- en D-drempel geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Onder de D-drempel moet het bevoegd gezag via een vormvrije beoordeling nagaan of een formele m.e.r.-beoordeling nodig is. In een m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een ontwikkeling mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Ook in de vormvrije m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een ontwikkeling mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Deze beoordeling is qua inhoud vormvrij. Als belangrijke nadelige gevolgen niet zijn uit te sluiten, dan moet de formele m.e.r.-beoordelingsprocedure worden doorlopen. Uiteraard kan ook direct voor een m.e.r. gekozen worden. Sinds een recente wetswijziging, waarmee een herziening van de Europese m.e.r.richtlijn is geïmplementeerd, is ook de vormvrije m.e.r.-beoordeling aan regels gebonden. De toetsingscriteria lagen al vast, maar nu zijn er ook procedureregels. Voorafgaand aan de besluitvorming over het besluit, moet een aanmeldingsnotitie worden ingediend bij het bevoegd gezag.

Op grond van de inhoud van deze notitie moet het bevoegd gezag binnen zes weken gemotiveerd oordelen of voor de activiteit een MER moet worden opgesteld. Dit besluit hoeft niet openbaar te worden gemaakt. Wel zal in het ontwerp van het besluit aan deze m.e.r.-beoordelingsbeslissing moeten worden toegelicht. Voor ontwikkelingen, die een kader vormen voor een activiteit waarvoor op grond van de bijlage bij het Besluit m.e.r. een m.e.r. moet worden doorlopen dan wel een formele m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd, moet een planMER worden opgesteld. Toetsing aan Besluit m.e.r. Onderhavige ontwikkeling (de realisatie van 53 grondgebonden woningen) wordt als een activiteit genoemd in bijlage onderdeel D van het Besluit m.e.r. Categorie D.11.2 betreft namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. De drempelwaarde is als volgt geformuleerd: “in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.”

4

De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van maximaal 53 grondgebonden woningen. Het totale plangebied is minder dan 2 hectare. Onderhavige activiteit blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde en dus kan volstaan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Doel vormvrije m.e.r-beoordeling Het doel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is het geven van inzicht in de milieueffecten van de voorgenomen activiteit aan het bevoegd gezag. Er wordt in een vormvrije m.e.r.-beoordeling een antwoord gegeven op de vraag of er vanwege de uitvoering van de activiteiten belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. In voorliggend rapport wordt inzicht gegeven in de milieueffecten en daarmee vormt dit rapport de benodigde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het rapport is de aanmeldingsnotitie waarmee het college een m.e.r.-beoordelingsbeslissing wordt gevraagd over de bijbehorende ruimtelijke onderbouwing. Criteria voor toetsing In het voorliggend rapport wordt op de milieueffecten van het voornoemde plan ingegaan, waarbij, conform artikel 2, lid 5 van het Besluit m.e.r. juncto de leden 1 tot en met 3 van artikel 7.16 van de Wet milieubeheer, ingezoomd wordt op de volgende onderdelen: − kenmerken van de activiteit; − plaats waar de activiteit wordt verricht; − kenmerken van de gevolgen van de activiteit.

Aan de hand van de behandeling van deze criteria wordt onderzocht of voor de ontwikkelingen al dan geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn.

1.3

Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgen drie hoofdstukken waarin nader wordt ingegaan op het onderhavige plan en de eventuele milieugevolgen. Navolgend wordt ingegaan op de kenmerken van het plan in hoofdstuk 2, in hoofdstuk 3 wordt de plaats van het plan beschreven en de kenmerken van het potentiële effect komen in hoofdstuk 4 aan bod. Het rapport wordt afgesloten met een eindconclusie in hoofdstuk 5.

5

2 2.1

Kenmerken van het plan Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van de ontwikkeling besproken. De aard en de omvang van de ontwikkeling worden in beeld gebracht. Ook wordt gekeken naar overige aspecten: cumulatie, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en de risico op ongevallen.

2.2

Beschrijving plan Aan de noordkant van Raalte bevindt zich langs de Burgemeester Zuidwijklaan een kantorenlocatie, die verspreid over drie zogenoemde lobben, ingevuld kan worden met kleinschalige kantoren. De marktsituatie laat al jaren zien dat er geen behoefte is om de oostelijke lob tot ontwikkeling te brengen ten behoeve van kantoren. Daarom is gezocht naar een andere invulling. Die is gevonden in een woningbouwontwikkeling bestaande uit maximaal 53 woningen, ‘Bredenhorst’ genaamd. Het gaat om aangebouwde woningen met maximaal twee lagen met kapconstructie. Minimaal 25% van de beoogde woningen zal als sociale huurwoning worden gerealiseerd. Om de woningen te kunnen realiseren is het nodig om de geluidwal langs de N35 door te trekken. Dit maakt ook onderdeel uit van de ontwikkeling.

2.3

Omvang van het plan Met deze ontwikkeling wordt voorzien in maximaal 53 rij- en hoekwoningen en een geluidwal. De maximale bouwhoogte zal bestaan uit twee lagen met een kap. De geluidwal krijgt een hoogte van 5 meter.

2.4

Overige kenmerken van het plan

2.4.1

Cumulatie met andere projecten Cumulatie met andere planen is niet aan de orde. Er wordt dus geen cumulatie verwacht met andere ontwikkelingen in de directe nabijheid van het plangebied.

2.4.2

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Natuurlijke hulpbronnen zijn alle in de natuur aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn. Naast natuurlijke grondstoffen, die in productieprocessen gebruikt worden, maken hulpbronnen (economische) activiteiten mogelijk (deze worden daarbij niet verbruikt). De toetsing in deze paragraaf blijft beperkt tot het gebruik van natuurlijke hulpbronnen die binnen dan wel in de directe nabijheid van het plangebied voorkomen. Tijdens de realisatie van de beoogde woningen wordt tijdelijk gebruik gemaakt van brandstof, elektriciteit, eventueel spoelwater en eventueel grond bij de

6

graafwerkzaamheden. De precieze hoeveelheden en te gebruiken bouwstoffen zijn op dit moment nog niet inzichtelijk te maken. De nieuwe functie maakt geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de direct nabijheid van het plangebied. In het geheel legt de ontwikkeling hiermee geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. 2.4.3

Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder Tijdens de tijdelijke realisatie van de ontwikkeling wordt gewerkt met stikstof- en fijnstof-emitterende materieel (machines, etc.). Hiernaast zullen de aanlegwerkzaamheden in beperkte mate gepaard gaan met afvalstoffen (zoals overtollig bouwmaterialen) en hinder (bijv. geluid). Verder vindt geen productie plaats die leidt tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen. De ontwikkeling heeft een verkeersaantrekkende functie. Er is daarom sprake van mogelijke effecten op het gebied van geluid, lucht en verkeer (bijvoorbeeld hinder, doorstroming, veiligheid).

2.4.4

Risico van ongevallen Onderhavige ontwikkeling vormt in algemene zin geen bijzonder risico voor de omgeving. Het plan brengt geen wezenlijke risico’s met zich mee.

7

3 3.1

Plaats van het plan Inleiding In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden, alsmede de eventuele kwetsbaarheid van dit gebied voor de voorgenomen activiteiten. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het plangebied zelf, maar ook naar de aangrenzende gebieden.

3.2

Het bestaande grondgebruik Het plangebied ligt aan de noordzijde van Raalte en betreft een onbebouwd perceel van circa 1,7 hectare. Het ligt tussen twee belangrijke verkeersaders in. Aan de zuidzijde ligt op enige afstand de N35 en aan de noord- en oostzijde is de Burgemeester Zuidwijklaan gelegen. Deze weg dient als hoofdontsluitingsweg van de wijk het Overstigt en de westelijk gelegen kantoren. Het plangebied betreft de nog onontwikkelde kantoorlob langs de Burgemeester Zuidwijklaan. Het perceel is circa 17.000 m 2 groot en ingericht als grasland. Ten zuidoosten van het plangebied is een geluidswal aangelegd ten gevolge van het geluid dat de N35 produceert. Langs de N-weg zijn ook groenstructuren terug te vinden.

3.3

Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu

3.3.1

Inleiding Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is een analyse gedaan naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn. Echter, behalve gebieden die op grond van de richtlijn als gevoelig worden beschouwd, zijn er ook gebieden waar krachtens nationale en provinciale regels in het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling rekening mee dient te worden gehouden. Het resultaat van de analyse wordt hierna beknopt gepresenteerd. Wanneer er een grote relevantie is voor de in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling centraal staande ingrepen, wordt er een toelichting gegeven.

3.3.2

Overzicht gevoelige gebieden bijlage III EU-Richtlijn In de navolgende tabel is de toetsing opgenomen aan alle typen gebieden zoals genoemd in bijlage III van de Richtlijn. Type gebied

Juridisch kader

Relevantie voor de activiteit

Wetlands

Conventie van Ramsar

In of in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen aangewezen Wetlands aanwezig.

8

Kustgebieden

Het plangebied is niet gelegen in een kustgebied.

Berggebieden en bosgebieden

Wet natuurbescherming

Het plangebied is niet gelegen

Reservaten en natuurparken:

Nationale Landschappen zijn

Het plangebied ligt niet in een

•

Nationale Landschappen

benoemd in de Nota Ruimte

Nationaal Landschap.

•

Nationale parken

Nationale Parken zijn onderdeel

Het plangebied ligt niet in een

van de EHS.

Nationaal Park.

Wet natuurbescherming

In de omgeving van het plange-

in een berg- en bosgebied.

3.3.2.1

Speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen

bied liggen Natura 2000-gebie-

krachtens Richtlijn 79/409/EEG

den (zie verder onder 1).

(Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn) Gebieden waarin de bij commu-

Europese milieurichtlijnen (o.a.

Het plangebied ligt niet in gebie-

nautaire wetgeving vastgestelde

kaderrichtlijn Luchtkwaliteit, ka-

den waar basis van communau-

normen inzake milieukwaliteit

derrichtlijn water)

taire wetgeving reeds normen

reeds worden overschreden

worden overschreden.

Gebieden met hoge bevolkings-

Het plangebied is niet gelegen

dichtheid

in een gebied met hoge bevolkingsdichtheid.

Landschappen van

•

Verdrag van Valletta

In het plangebied zijn geen his-

•

historisch belang

•

Monumentenwet

torische bouwwerken, monu-

•

cultureel belang

•

Gemeentelijk landschaps-

mentale panden of structuren

ontwikkelingsplan

met een cultuurhistorische of

o

beschermd stads- en dorpsgezicht

•

beeldbepalende waarde te be-

archeologisch belang

noemen. Het plangebied heeft volgens het vigerend bestemmingsplan een lage archeologische verwachtingswaarde (zie verder onder 2).

1. Natura 2000 Natura 2000 is het netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie, die worden beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). Deze richtlijnen geven aan welke typen natuur en welke soorten beschermd moeten worden. De lidstaten wijzen daarvoor speciale beschermingszones aan en moeten instandhoudingsmaatregelen nemen om deze gebieden te beschermen. Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Wel liggen de Natura 2000-gebieden “Boetelerveld” en “Sallandse Heuvelrug’’ in de directe omgeving van het plangebied. Dit is navolgende afbeelding weergegeven.

9

Globale ligging van het plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (Bron: AERIUS).

Op voorhand kan niet worden gesteld dat geen sprake is van negatieve milieueffecten op de Natura 2000-gebieden. Daarom wordt in hoofdstuk 4 nader ingegaan op het aspect natuur. 2. Archeologische waarden Door ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. In het vigerend bestemmingsplan ‘Salland I’ is de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologische verwachtingswaarde laag’ opgenomen voor de gronden van voorliggend plangebied. Bij gronden die in deze verwachtingszone vallen is een archeologisch onderzoek verplicht bij bodemingrepen die groter zijn dan 5 hectare en dieper dan 50 centimeter onder het maaiveld. Met voorliggend plan worden deze grenzen niet overschreden, waardoor een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. De lage archeologische verwachtingswaarde zal wel worden overgenomen in het nieuwe bestemmingsplan.

Op deze manier zijn de (mogelijke) archeologische waarden in het plangebied in voldoende mate beschermd en hoeft het onderwerp niet nader te worden besproken in deze notitie.

10

3.3.3

Toetsing overige gevoelige gebieden Naast de gebiedstypen die specifiek zijn genoemd in bijlage III van de Richtlijn, is getoetst aan de gevoelige gebieden op grond van overig nationale of provinciale wetgeving of beleid. Type gebied

Juridisch kader

Relevantie voor de activiteit

Natuurnetwerk Nederland (voor-

Provinciale verordening

Het plangebied maakt geen deel

heen: Ecologische Hoofdstruc-

uit van het Natuurnetwerk Ne-

tuur)

derland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), maar er ligt wel NNN in de buurt (zie onder 3).

Gebied geschikt voor be-

Wet natuurbescherming

schermde soorten

Het plangebied is mogelijk geschikt voor beschermde soorten (zie verder onder 4).

Weidevogelgebied en ganzen-

Provinciale verordening

foerageergebied

Het plangebied ligt niet in een beschermingsgebied voor weidevogels en ligt ook niet in de nabijheid van een dergelijk gebied.

Stiltegebied

Wet milieubeheer

Het plangebied is niet gelegen in

Provinciale verordening

een stiltegebied.

Bodembeschermingsgebied

Provinciale verordening

Het plangebied is niet gelegen in

Grondwaterbeschermingsgebied

Provinciale verordening

een bodembeschermingsgebied. Het plangebied niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.

3. NNN (voormalige EHS) Het Nationaal Natuurnetwerk (NNN), de opvolger van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk.

11

Globale ligging van het plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van Natuurnetwerk Nederland (donkergroen) en Zone Ondernemen (groen met wit gestippeld) (Bron: Provincie Overijssel).

Het plangebied ligt niet binnen NNN (zie hiervoor opgenomen afbeelding). Het dichtstbijzijnde gedeelte van het Natuurnetwerk bevindt zich op ongeveer 2 kilometer ten noorden van het plangebied en betreft een gedeelte van het Natuurnetwerk. De dichtstbijzijnde Zone Ondernemen bevindt zich op ongeveer 2,2 kilometer ten noorden van het plangebied. Omdat deze gebieden geen externe werking kennen, zijn negatieve effecten hierop uit te sluiten en wordt het niet nader beschouwd. 4. Beschermde soorten Gelet op het karakter van het plangebied en haar omgeving kunnen mogelijk beschermde dier- of plantensoorten aanwezig zijn, dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht.

12

4 4.1

Kenmerken van het potentiële effect Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de potentiële effecten van de activiteiten. In dit hoofdstuk gaat het om de interactie tussen beide voorgaande hoofdstukken. Hetgeen beschreven is over de kenmerken van de ontwikkeling en de plaats van de ontwikkeling zijn bepalend voor de milieuaspecten die in dit hoofdstuk nader aan de orde worden gesteld. Voor alle thema’s geldt dat conform de Europese richtlijn gelet wordt op de duur, frequentie en onomkeerbaarheid van het effect. Tevens wordt aandacht besteed aan de mogelijke cumulatieve effecten op de diverse aspecten als gevolg van de ontwikkeling.. Hoofdstuk 2 laat zien dat de ontwikkeling de realisatie maximaal 53 woningen aan de noordzijde van de kern Raalte betreft. Dit is een ontwikkeling die zorgt voor de aantrekking van enig verkeer. Onderdeel van deze ontwikkeling betreft het doortrekken van de bestaande geluidwal langs de N35. Hoofdstuk 3 laat zien dat de omgeving van het plangebied een beperkt aantal kwetsbaarheden kent. In de omgeving van het plangebied bevindt zich een Natura 2000-gebied. Verder kunnen beschermde dier- of plantensoorten in het plangebied aanwezig zijn.

Nader te beoordelen aspecten Op basis van de voorgaande twee hoofdstukken worden de volgende milieuaspecten in dit hoofdstuk nader behandeld: − natuur: Het plan kan wat betreft soortenbescherming leiden tot negatieve milieueffecten op beschermde flora en fauna. Ook zijn er vanuit de gebiedsbescherming mogelijk negatieve milieueffecten als gevolg van stikstofdepositie. − verkeer: de ontwikkeling zal leiden tot een toename van het (gemotoriseerde) verkeer. Er zal nader worden beoordeeld of sprake is van negatieve (milieu-) effecten op het gebied van doorstroming en veiligheid. − geluidshinder: de ontwikkeling heeft een verkeersaantrekkende werking en leidt dus mogelijk ook tot een toename van geluidshinder (door verkeer) op de omgeving. − luchtkwaliteit: de toename van het verkeer kan leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit als gevolg van verkeer. Aspecten waarbij op voorhand geen effecten zijn te verwachten Van de overige milieuaspecten wordt op basis van de beoordeling van de kenmerken van de concrete ontwikkeling en de bestaande situatie zoals omschreven in de voorgaande hoofdstukken op voorhand verwacht dat deze niet leiden tot betekenisvolle milieueffecten. Om alle aspecten nog kort langs te lopen: − landschap: het plangebied is niet aangemerkt als een (cultuurhistorisch) waardevol landschap;

13

− water: er is in het stedenbouwkundig rekening gehouden met waterberging. Negatieve gevolgen voor de waterhuishouding zijn op voorhand daarom niet te verwachten; − externe veiligheid: de functies in onderhavige ontwikkeling leiden niet tot externe veiligheidseffecten; − cultuurhistorie: de functies in onderhavig plan leiden niet tot negatieve effecten van cultuurhistorische waarden; − bodem: onderhavige ontwikkeling bevat geen onderdelen die mogelijk bedreigend zijn voor de bodem; − archeologie: het gehele plangebied heeft op grond van de gemeentelijke archeologische waardenkaart een lage archeologische verwachtingswaarde. Het plan overschrijdt de onderzoeksgrenswaarden niet en de archeolgosiche dubbelbestemming wordt overgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. Hier kunnen negatieve milieueffecten op archeologische waarden worden uitgesloten. − geurhinder: de functies in onderhavige ontwikkeling leiden niet tot geurhinder. De voorgaande aspecten worden daarom in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling niet nader besproken. Opzet van de beoordeling De inhoud van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is met name gebaseerd op algemeen beschikbare informatie, aangevuld met onderzoeken die zijn uitgevoerd ten behoeve van het bestemmingsplan.

Daarbij geldt dat – indien noodzakelijk – aandacht is voor: − het grensoverschrijdende karakter van het effect; − de waarschijnlijkheid van het effect; − de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect.

4.2

Natuur

4.2.1

Huidige situatie Het plangebied bevindt zich aan de noordrand van de kern Raalte en is momenteel ingericht als agrarisch grasland. Het ligt tussen twee belangrijke verkeersaders in. Aan de zuidzijde ligt op enige afstand de N35 en aan de noord- en oostzijde is de Burgemeester Zuidwijklaan gelegen. Deze weg dient als hoofdontsluitingsweg van de wijk het Overstigt en de westelijk gelegen kantoren. Ten zuidoosten van het plangebied is een geluidswal aangelegd ten gevolge van het geluid dat de N35 produceert. Deze zal verlengd worden ten behoeve van de ontwikkeling. Ter plaatse van de beoogde geluidswal is een groenstructuur aanwezig.

4.2.2

Effecten ontwikkeling Beschermde natuurgebieden (Natura 2000) De Natura 2000-gebieden “Boetelerveld” en “Sallandse Heuvelrug’’ liggen in de directe omgeving van het plangebied (respectievelijk op circa 3,5 en 8,6 kilometer van het plangebied). In de voorgenoemde Natura 2000-gebieden zijn habitattypen aanwezig die gevoelig zijn voor de verzurende en vermestende werking van

14

stikstofdepositie. Daarom heeft SAB een onderzoek stikstofdepositie 1 uitgevoerd waarin de mogelijke effecten van de woningbouwontwikkeling op stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden zijn onderzocht. Uit het onderzoek blijkt dat significant negatieve effecten op deze gebieden als gevolg van stikstofemissie van dit plan zijn uit te sluiten. Omdat negatieve effecten zijn uit te sluiten is een nadere beoordeling, in de vorm van een passende beoordeling, niet nodig. Beschermde soorten Door middel van een quick scan natuur2 is onderzocht of beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving, aan- of afwezig zijn in het plangebied. Ook is nagegaan of de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, mogelijke negatieve effecten kan hebben op beschermde natuur buiten het plangebied. Uit de quick scan blijkt dat in en rondom het plangebied in het wild levende planten en dieren aanwezig kunnen zijn. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving. Uit de quick scan volgt verder dat in en rondom het plangebied vogels kunnen broeden. Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkelingen buiten de broedperiode te starten. Op deze manier worden geen in gebruik zijnde nesten beschadigd of vernield.

Ook zijn er mogelijk verblijfplaatsen of (essentieel) leefgebied van bunzing, wezel en egel in het plangebied aanwezig. Om uitsluitsel te krijgen over de aan- of afwezigheid van deze soorten wordt nader soortgericht onderzoek uitgevoerd. Mocht hieruit vervolgens blijken dat inderdaad sprake is van de verstoring van de betreffende soorten, dan zal hiervoor een ontheffing moeten worden aangevraagd en in dit kader zal een mitigatieplan moeten worden opgesteld. In dit plan moet worden uitgewerkt op welke wijze de gevolgen kunnen worden geminimaliseerd (gemitigeerd). Deze maatregelen zullen vervolgens als voorwaarde bij de verleende ontheffing worden gevoegd. Ervan uitgaand dat de voornoemde werkwijze wordt gevolgd en de eventueel benodigde nadere maatregelen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd, dan kunnen de negatieve gevolgen van het plan minimaal blijven. Hiernaast kan ervan worden uitgegaan dat rekening zal worden gehouden met de algemene aanbeveling dat rekening moet worden gehouden met de broedperiode voor vogels en de zorgplicht. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat geen sprake is van een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu.

1

SAB (2023). Onderzoek stikstofdepositie. Raalte, Bredenhorst. Projectnummer: 180436.01. 9 oktober 2023.

2

SAB (2023). Quick scan natuur. Raalte, Bredenhorst. Projectnummer: 180436.01. 17 oktober 2023. 15

4.3

Verkeer

4.3.1

Huidige situatie Onderhavig plangebied betreft een onbebouwde locatie aan de rand van de kern Raalte. De locatie heeft in de huidige situatie geen verkeersaantrekkende werking. De realisatie van 53 woningen zorgt voor een nieuwe verkeersaantrekkende werking.

4.3.2

Effecten ontwikkeling In de omgeving van het plangebied is de laatste jaren al veel gebouwd met onder andere kantoorgebouwen ten westen van het plangebied en de uitbreidingswijk Salland ten noorden van het plangebied. Om inzichtelijk te krijgen wat de gevolgen zijn van voorliggende ontwikkeling op het verkeer, is een verkeersonderzoek3 uitgevoerd. Uit het onderzoek volgt dat de beoogde woningbouwontwikkeling naar verwachting circa 417 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal genereert, met 38 pae tijdens het drukste ochtendspitsuur en met 49 pae tijdens het drukste avondspitsuur. Op de getoetste gebiedsontsluitingswegen is de hoeveelheid verkeer die met de ontwikkeling meegerekend aanwezig zal zijn richting de toekomst dusdanig laag dat zich geen knelpunten voordoen. Op het voorgenomen nieuw aan te leggen kruispunt aan de N348 wordt op basis van de uitgangspunten betreffende de verdeling van het verkeer over de richtingen in het drukste avondspitsuur wel een knelpunt gemeten. Echter wanneer het huidige kruispunt inclusief ontwikkeling getoetst wordt, wordt over alle richtingen een knelpunt gemeten. Alle geconstateerde knelpunten zijn op basis van onze worstcase-uitgangspunten echter ook aanwezig in de 2032-situatie zonder ontwikkeling en worden als gevolg van de ontwikkeling slechts marginaal vergroot.

Deze knelpunten zijn redelijkerwijs niet toe te schrijven aan de ontwikkeling. Daarmee wordt geconcludeerd dat het aspect verkeer de ontwikkeling niet in de weg staat. Om die reden kan worden aangenomen dat de ontwikkeling op een deugdelijke manier kan worden afgewikkeld op het (beoogde) omliggende wegennet en er geen sprake is van een significant negatief effect.

4.4

Geluid

4.4.1

Huidige situatie Het plangebied is binnenstedelijk gelegen waarbij verwacht mag worden dat reeds sprake is van een merkbare geluidsbelasting. Ook bestaat er een merkbare geluidbelasting ten gevolge van de N35, welke op geringe afstand van het plangebied is gelegen.

3

Mobycon (2022). Onderbouwing verkeer Bredenhorst Raalte. Projectnummer: M07688-RE2. 7 oktober 2022. 16

4.4.2

Effecten ontwikkeling De beoogde ontwikkeling van maximaal 53 woningen zorgt voor de aantrekking van meer verkeer (circa 417 verkeersbewegingen per werkdagetmaal) en daarmee potentieel hogere geluidswaarden. Onderhavig plan zal worden ontsloten via de Burgemeester Zuidwijklaan aan de noordzijde van het plangebied. Op de Burgemeester Zuidwijklaan rijden circa 1.179 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal in de richting van Oosterveen en circa 2.359 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal richting de N35. Uit de Wet geluidhinder is af te leiden dat bij een geluidstoename van 1,5 dB de geluidstoename merkbaar toeneemt en mogelijk maatregelen gewenst zijn. Deze toename komt neer op een verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling van circa 40% (licht verkeer). Als worst-case wordt gedacht dat al deze verkeersbewegingen richting Oosterveen gaan is er sprake van een verkeerstoename die lager is dan 40%. Er is dus naar verwachting geen sprake van een merkbare geluidstoename. Gezien voorgaande is voor wat betreft geluid geen sprake van een significant negatief (milieu)effect.

4.5

Luchtkwaliteit

4.5.1

Huidige situatie Om inzicht te krijgen in de huidige luchtkwaliteit zijn de kaarten met de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM2,5) bestudeerd. De navolgende tabel brengt de achtergrondconcentraties in de huidige situatie in beeld. Daarnaast is inzicht gegeven in de wettelijke grenswaarden voor de betreffende stoffen vanuit de ‘Wet Luchtkwaliteit’ (Titel 5.2 Wet milieubeheer); dit bedragen de jaargemiddelde emmissieconcentraties. Zoals te zien is zijn de achtergrondconcentraties voor stikstofdioxide en (zeer) fijnstof in de huidige situatie beneden de gestelde grenswaarden. Zichtjaar

Concentraties ter hoogte van de Heinoseweg Meetpunt stikstofdioxide (NO2), jaargem. concentratie

fijn stof (PM10), jaargem. concentratie

fijn stof (PM2.5), jaargem. concentratie

13,8 μg/m3

15,1 μg/m3

8,4 μg/m3

11,1 μg/m

3

13,3 μg/m

6,6 μg/m3

40,0 μg/m3

40 μg/m3

20 μg/m3

10,0 μg/m3

15,0 μg/m3

5,0 μg/m3

2020 2030 EU-grenswaarden WHO-advieswaarden 4.5.2

3

Effecten ontwikkeling Voorliggend plan voorziet in de realisatie van maximaal 53 woningen. De etmaalintensiteit als gevolg van de ontwikkeling bedraagt naar verwachting maximaal circa 417 voertuigbewegingen per werkdagetmaal. Gezien de omvang is het plan ruimschoots 17

als NIBM aan te merken conform de ministeriële regeling ‘niet in betekenende mate’ (NIBM), zoals weergegeven in navolgende uitsnede. Van plannen die onder de NIBMgrens blijven, wordt gesteld dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dat onderhavig plan onder de NIBM-grens blijft, is een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit.

Berekening NIBM-tool, op basis van 417 extra voertuigbewegingen, waarvan 5,0% vrachtverkeer (Bron: Infomil / ministerie van Infrastructuur en Milieu).

Hiernaast geldt dat in de bestaande situatie de achtergrondconcentraties van de luchtverontreinigende stoffen onder de wettelijke grenswaarden liggen. Gezien de beperkte omvang van het plan kan worden verwacht dat ook met de planbijdrage deze nog steeds onder de wettelijke grenswaarden zullen liggen. Dit is eveneens een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit. Wat betreft het aspect ‘luchtkwaliteit’ is dus geen sprake van negatieve milieueffecten.

18

5

Conclusie In voorliggend rapport is beoordeeld of als gevolg van de realisatie van maximaal 53 woningen op aan de Burgemeester Zuidwijklaan in Raalte belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. De navolgende tabel geeft een overzicht van de beoordeelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies weer, zoals deze in hoofdstuk 4 aan bod zijn gekomen. Aspect Natuur (gebiedsbescherming)

Natuur (soortenbescherming)

Verkeer

Geluid

Lucht

Beoordeling milieueffecten Het uitgevoerde stikstofonderzoek wijst uit significant negatieve effecten op omliggende Natura 2000-gebieden zijn uit te sluiten. Er is geen sprake van negatieve milieueffecten op het gebied van gebiedsbescherming. Het uitgevoerde natuuronderzoek wijst uit dat op zijn hoogst sprake is van een beperkt negatief milieueffect dat niet als een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu kan worden gekwalificeerd. Nader soortenonderzoek zal plaatsvinden. De beoogde ontwikkeling zorgt voor een verkeersaantrekkende werking met de ontsluiting op de Burgemeester Zuidwijklaan. Hier worden geen afwikkelingsproblemen verwacht ten gevolge van de ontwikkeling. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling zal er sprake zijn van een verkeersaantrekkende werking. Hiermee zou sprake kunnen zijn van een toename van geluidshinder op bestaande omringende woningen. De toename van het verkeer op de Burgemeester Zuidwijklaan is echter ruim minder dan 40% ten opzichte van de huidige verkeersintensiteit. Daarmee zijn negatieve (milieu)effecten uitgesloten. Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten. Gezien de bestaande achtergrondconcentraties en de planbijdrage is geen sprake van een wezenlijke verslechtering.

De uitkomst van de in voorgaande hoofdstukken uitgevoerde toets is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van de ontwikkeling die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen negatieve effecten optreden. Enkel voor wat betreft natuur (soortenbescherming) zijn er mogelijk negatieve milieueffecten. Er kan echter worden uitgesloten dat sprake zal zijn van een belangrijk nadelig milieueffect. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=7be06239-e876-4189-83dd-91baf9af2f6f