Bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing Berkendijk 3
Tekst van het document
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
F
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie
E
G
A 0
✓ ✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ 0
✓
✓
✓
✓
✓
Voormalig Huidig
✓
Toekomstig Asbestverdacht?
✓
✓
✓
✓
5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
december ’20
5
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Berkendijk nr. 3 te Heino
aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande realisatie van boerderijkamers op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van de gemeente Raalte (verstrekt door de Omgevingsdienst IJsselland (email d.d. 13-112020); • informatie verstrekt de bodematlas van de provincie Overijssel’ • informatie van Bodemloket.nl; • www.topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden . Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.
tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (plangebied) Algemene omschrijving
december ’20
Berkendijk nr. 3 Heino Raalte Zie bijlage 1 X = 213,507 Y= 494,021 (middelpunt) Gemeente Heino, perceel sectie K nr. 227 (ged.) en K nr. 424 (ged.) Niet nagegaan. Ca. 425 m2 De locatie is gelegen aan de Berkendijk nr. 3 te Heino. De onderzoekslocatie betreft een deel van de locatie. Op de locatie bevindt zich een bestaande boerderij, een schuur en een drietal vm. veestallen. Inpandig bevinden zich in de bestaande stallen deels betonvloeren. Deels bevinden zich onder de stallen mestkelders. Het onbebouwde deel van de locatie is in gebruik als erf en is deels verhard (klinkers en beton) en deels onverhard (tuin en gras).
6
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Berkendijk nr. 3 te Heino
figuur 1: onderzoekslocatie en onderzoeksgebied
Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG)
De opdrachtgever is voornemen om in de meest zuidelijk gelegen schuur twee boerderijkamers te realiseren. In stal ten westen van de boerderij worden eveneens twee boerderijkamers gerealiseerd. Een vijfde boerderijkamer is gepland in de stal ten oosten van de boerderij. Het onderhavige bodemonderzoek heeft alleen betrekking op het terreindeel t.p.v. de te realiseren boerderijkamers, zoals opgenomen in bijlage 2. Op de onderzoekslocatie bevinden zich diverse gebouwen (zie figuur 2): ● schuur 1 (voormalige koestal): bouwjaar 1989 (valt binnen het onderzoeksgebied); ● schuur 2 (voormalige werktuigenberging): bouwjaar 1989 (valt binnen het onderzoeksgebied); ● schuur 3 (voormalige jongveestal): bouwjaar 1973 (valt binnen het onderzoeksgebied); ● woning (nr. 4): bouwjaar 1964 (valt buiten het onderzoeksgebied); ● schuur 5 (hooiberg): bouwjaar 1965 (valt buiten het onderzoeksgebied).
figuur 2: Bebouwing en bouwjaar Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: -
december ’20
De onderzoekslocatie is deels verhard met klinkers en beton. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "lage trefkans". Verbouwen van stallen en schuren tot vijf boerderijkamers.
7
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Berkendijk nr. 3 te Heino
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte perceel zoals weergegeven in bijlage 2. bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis) Huidig
Op de onderzoekslocatie is, voor zover te herkennen op de topografische kaarten, vanaf 1890 voor het eerst enige bebouwing zichtbaar. Deze bebouwing wordt in de loop der jaren uitgebreid/gewijzigd.
Geen.
De onderzoekslocatie betreft een deel van de locatie aan de Berkendijk 3 te Heino. Op de locatie bevindt zich een bestaande boerderij, een schuur en een drietal vm. veestallen. Inpandig bevinden zich in de bestaande stallen deels betonvloeren. Deels bevinden zich onder de stallen mestkelders. Het onbebouwde deel van de locatie is in gebruik als erf en is deels verhard (klinkers en beton) en deels onverhard (tuin en gras). Toekomstig Realisatie van vijf boerderijkamers in bestaande stallen en schuren. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op De bestaande boerderij op de locatie dateert volgens basis van informatie van de eigenaar van 1520. topografische Op basis van topografische kaarten vanaf rond 1850 is in de kaarten, omgeving van de onderzoekslocatie voor het eerst enige Topotijdreis) bebouwing te herkennen. De bebouwing wordt in de loop der jaren verder uitgebreid. Huidig en In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden toekomstig zich enkele bedrijfspanden en (agrarische) percelen. Noord- en oostzijde: aangrenzende agrarische percelen; Zuidzijde: bossages en Berkendijk (weg); Westzijde: bossages en Rondweg Heino.
Geen.
december ’20
Geen.
Geen.
Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
8
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Berkendijk nr. 3 te Heino
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik
De locatie is gelegen aan de Berkendijk nr. 3 te Heino. De onderzoekslocatie betreft een deel van de locatie. Op de locatie bevindt zich een bestaande boerderij, een schuur en een drietal vm. veestallen. Inpandig bevinden zich in de bestaande stallen deels betonvloeren. Deels bevinden zich onder de stallen mestkelders. Het onbebouwde deel van de locatie is in gebruik als erf en is deels verhard (klinkers en beton) en deels onverhard (tuin en gras). Op de onderzoekslocatie is in het verleden geruime tijd een veehouderij bedrijf gevestigd geweest. Vanaf 1998 is de locatie door de huidige eigenaar in gebruik als woning. Op de onderzoekslocatie bevinden zich diverse gebouwen. De meest noordelijke schuur betreft een voormalige varkensstal. De schuur op het zuidelijke deel van de onderzoekslocatie betreft een voormalige werktuigenberging. Bij de schuur op het oosten van de locatie gaat het om een voormalige jongveestal. T.p.v. de vm. werktuigenberging heeft in het verleden op twee verschillende plaatsen een bovengrondse dieselolietank gestaan. Er is geen andere informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie.
Bouwvergunning
Milieuvergunning
Handelsregister
december ’20
De opdrachtgever is voornemen om in de meest zuidelijk gelegen schuur twee boerderijkamers te realiseren. In stal ten westen van de boerderij worden eveneens twee boerderijkamers gerealiseerd. Een vijfde boerderijkamer is gepland in de stal ten oosten van de boerderij. Het onderhavige bodemonderzoek heeft alleen betrekking op het terreindeel t.p.v. de te realiseren boerderijkamers, zoals opgenomen in bijlage 2. Ten behoeve van de onderzoekslocatie zijn voor zover bekend de volgende bouwvergunningen verleend: ♦ BH 1953096; veranderen voor en zijgevel; ♦ BH 1957011; bouw kippenhok; ♦ BH 1955076; bouw wagenloods; ♦ BH 1979027; vergroten ligboxenstal (1979); ♦ BH 1989068; aanleggen mestkelder (1989); ♦ BH 1973031, bouw veestal; ♦ BH 1989092; bouw kapschuur op mestkelder (1989); ♦ BH 1965073; bouw hooiberg. Ten behoeve van de onderzoekslocatie is voor zover bekend de volgende milieuvergunning aangevraagd: ♦ 2008-60, veehouderijbedrijf (koeien en kippen, met vloeistofdichte mestkelders en appartementenverhuur. (vergunning is niet verleend). De locatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel als volgt vermeld: ● Jessie Evelein: eenmanszaak fotografie.
9
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Berkendijk nr. 3 te Heino
Aanwezigheid brandstoftanks
Zoals aangegeven in figuur 3 hebben zich in het verleden ter plaatse van de vm. werktuigenberging op de onderzoekslocatie de volgende tanks bevonden: ● voormalige bovengrondse dieselolietank; ● voormalige bovengrondse dieselolietank met lekbak. De tanks zijn reeds lange tijd verwijderd.
figuur 3: locatie boringen 5 en 6 t.p.v. de vm. dieselolietanks In voorgaande bodemonderzoeken zijn de vm. tanklocaties reeds onderzocht.
Aanwezigheid asbest
Er is geen andere informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie, t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie en informatie van de eigenaar/gebruiker van de locatie. Op de asbestdakenkaart van de provincie Overijssel worden de daken van de vm. werktuigenberging en de veestallen t.p.v. het onderzoeksgebied aangemerkt als asbestverdacht. In de praktijk blijkt het dak van de vm. werktuigenberging te bestaan uit dakpannen. Dit dak is in 2017 gesaneerd.
figuur 4: asbestverdachte daken t.p.v. de onderzoekslocatie
december ’20
10
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Berkendijk nr. 3 te Heino
Het dak van de noordelijke veestal bestaat uit bestaat uit asbestverdachte dakplaten. Het dak is niet voorzien van dakgoten en watert grotendeels af op verharde ondergrond. Een klein deel watert af op onverharde bodem. De aanwezigheid van asbest elders in de bestaande bebouwing is niet uit te sluiten (niet onderzocht).
Ophogingen/dempingen/stortingen
Niet gesprongen explosieven
PFAS-verdachtheid
Calamiteiten Gebruik omgeving < 25 m
december ’20
Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen.
De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Voor zover bekend hebben op de locatie geen calamiteiten plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. In de directe omgeving van de locatie bevinden zich meest agrarische gronden. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
11
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Berkendijk nr. 3 te Heino
voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
► Verkennend bodemonderzoek Berkendijk 3 te Raalte, Consulmij, d.d. 01-081997. ● Aanleiding: transactie. Het hele terrein is onderzocht. ● Analyseresultaten: • bovengrond: PAK, minerale olie en EOX > achtergrondwaarde. • ondergrond: geen verhoogde gehalten aangetroffen. • grondwater: arseen (zware metalen) > tussenwaarde; chroom, zink, koper (zware metalen) en minerale olie > streefwaarde. • onderzoek t.p.v. de vm.bovengrondse dieselolietank met lekbak (de meest zuidelijke tank): In het bovengrondmengmonster (boringen 1, 21 en 22, zie figuur 5) t.p.v. de voormalige bovengrondse dieselolietank met lekbak zijn geen overschrijdingen aangetoond voor minerale olie. In het grondwater t.p.v. de vm. bovengrondse dieselolietank met lekbak overschrijden de concentraties chroom en minerale olie de streefwaarde en arseen de toetsingswaarde voor nader onderzoek. • onderzoek t.p.v. de vm. bovengrondse dieselolietank (de meest noordelijke tank): In het bovengrondmengmonster (boringen 7 t/m 12, zie figuur 5) van de vm. bovengrondse dieselolietank (boring 12) overschrijdt het gehalte aan PAK en minerale olie t.o.v. de achtergrondwaarde.
figuur 5: situatie deel van de onderzoekslocatie d.d. augustus 1997 ► Verkennend bodemonderzoek Berkendijk 3, Certicon, d.d. 20-05-2008. Een deel van schuur 2 is in dit onderzoek meegenomen (zie figuur 6). ● Aanleiding: bouwvergunning. ● Zintuiglijk: geen bodemvreemd materiaal aangetroffen. ● Analyseresultaten: • boven- en ondergrond: geen verhoogde gehalten aangetoond. • grondwater: chroom en nikkel (zware metalen) > streefwaarde. ● Conclusie: aanvullend onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.
december ’20
12
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Berkendijk nr. 3 te Heino
figuur 6: situatie bodemonderzoek d.d. 20-05-2008 ► verkennend bodemonderzoek (versie 2) Berkendijk 3, Certicon, d.d. 08-072008, ref. nr. P2008-1018. ● Aanleiding: aanvraag bouwvergunning. ● Zintuiglijk: geen bodemvreemd materiaal aangetroffen ● Analyseresultaten: • boven- en ondergrond: geen verhoogde gehalten aangetoond. • grondwater: chroom en nikkel > streefwaarde. • voormalige bovengrondse dieselolietanks: zowel zintuiglijk als met de oliewater reactie is geen aanwezigheid van olie waargenomen (zie figuur 3). De verhoogde concentraties aan zware metalen in het grondwater zijn op basis van informatie uit eerder bodemonderzoek (1997) zeer waarschijnlijk heersende achtergrondwaarden. ● Conclusie: aanvullend onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Omgeving < 25mtr
► Verkennend bodemonderzoek Berkendijk nr. 3a, Lycens, d.d. 22-02-2018, ref. nr. 2018-0021-002. ● Aanleiding: De geplande herontwikkeling van de locatie en de geplande aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). De geplande herontwikkeling voorziet in de sloop van de bestaande bebouwing en de realisatie van een woning. ● Analyseresultaten: • boven- en ondergrond: bevatten geen van de onderzochte parameters (inclusief arseen en OCB’s) in verhoogde gehalten. • grondwater: barium, zink en minerale olie > streefwaarde. Aangezien met betrekking tot de verhoogde concentratie aan barium geen antropogene bron bekend is, is barium vermoedelijk van nature in een verhoogde concentratie in het grondwater aanwezig. Ten aanzien van de gemeten concentraties aan zink en minerale olie is geen directe bron bekend.
Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
Niet bekend.
december ’20
De locatie is gelegen in de zone buitengebied.
13
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Berkendijk nr. 3 te Heino
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 2-6 m+NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 6: geohydrologische opbouw diepte m-mv 0-3 3-30 30->40
beschrijving
formatie
pakket
middelfijne zanden, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind middelgrove zanden, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen zandige klei en klei, weinig fijn en midden zand en een spoor grof zand
Boxtel
deklaag
Kreftenheye
-
Kreftenheye
Twello
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.
(financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen
Gemeente Heino, perceel sectie K nr. 227 (ged.) en K nr. 424 (ged.) -
In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.
december ’20
14
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Berkendijk nr. 3 te Heino
2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie aan de Berkendijk nr. 3 te Heino voor zover te herkennen vanaf 1890 geruime tijd bebouwd is. Op de onderzoekslocatie is in het verleden geruime tijd een veehouderij bedrijf gevestigd geweest. Vanaf 1998 is de locatie door de huidige eigenaar in gebruik als woning. Op de onderzoekslocatie bevinden zich diverse gebouwen. De meest noordelijke schuur betreft een voormalige varkensstal. De schuur op het zuidelijke deel van de onderzoekslocatie betreft een voormalige werktuigenberging. Bij de schuur op het oosten van de locatie gaat het om een voormalige jongveestal. T.p.v. de vm. werktuigenberging heeft in het verleden op twee verschillende plaatsen een bovengrondse dieselolietank gestaan. De bodemkwaliteit t.p.v. de meest zuidelijk gelegen vm. bovengrondse dieselolietank is reeds in voorgaand bodemonderzoek onderzocht. Omdat de tank nadien niet meer in gebruik is geweest is de bodemkwaliteit t.p.v.
deze deellocatie in dit onderzoek niet opnieuw onderzocht. Er is geen andere informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Er is geen andere informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). De terreindelen t.p.v. de meest noordelijk gelegen vm. bovengrondse dieselolietank en de vm. werktuigenberging zijn in dit onderzoek als potentieel verdachte deellocaties beschouwd en in dit onderzoek separaat onderzocht. Het onderzoek t.p.v. de vm. werktuigenberging is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie voor verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE-NL) (verdachte bovengrond), volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.6, (literatuur 1). Het onderzoek t.p.v. de vm. bovengrondse dieselolietank is uitgevoerd op basis van de onderzoeksstrategie voor verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP), op basis van NEN 5740+A1, paragraaf 5.3, (literatuur 1). Gezien het algemeen bedrijfsmatige gebruik van de locatie is het overige deel van plangebied in eerste aanleg als milieuhygiënisch "verdacht" aangemerkt.
Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. het overige deel van plangebied uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.6 strategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE-NL), verdachte bovengrond (literatuur 1). De ondergrond en het grondwater is in dit onderzoek onderzocht volgens de strategie voor een onverdachte locatie, (ONV-NL) paragraaf 5.1 van de NEN-5740.
december ’20
15
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Berkendijk nr. 3 te Heino
In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie mogelijke verontreiniging grond
grondwater
onderzoeksstrategie
vm. bovengrondse dieselolietank (ca. 4 m2)
minerale olie, aromaten
minerale olie, aromaten
VEP
vm. werktuigenberging (ca. 180 m2)
minerale olie, PAK’s, zware metalen
minerale olie
overig onbebouwde deel van het plangebied (ca. 245 m2)
PAK’s, zware metalen
PAK’s, zware metalen
VED-HE-NL / (bovengrond) /maatwerk VED-HE-NL (bovengrond) ONV-NL (ondergrond en grondwater)
(deel)locatie NEN-5740+A1
Het dak van de noordelijke veestal bestaat uit bestaat uit asbestverdachte dakplaten. Het dak is niet voorzien van dakgoten en watert grotendeels af op verharde ondergrond. Een klein deel watert af op onverharde bodem. Het onderhavige bodemonderzoek heeft betrekking op de inpandig te verbouwen ruimten. Aangezien buiten de stal geen wijziging van het gebruik is voorzien is op aangeven van de opdrachtgever de toplaag van de druppelzone onder de daklijn t.p.v asbestverdachte daken buiten beschouwing gelaten. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt.
aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.
december ’20
16
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Berkendijk nr. 3 te Heino
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. Het uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters heeft plaatsgevonden op 02 december 2020. Het bemonsteren van het grondwater is (conform NEN-5740+A1) een week na plaatsing van de peilbuis op 09 december 2020 uitgevoerd De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door dhr. A.D.M. van Wuykhuyse geregistreerde veldwerker van Sigma Bouw & Milieu te Emmen en dhr. D. de Wilde veldwerker in opleiding van Sigma Bouw & Milieu. Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Voorafgaand aan het plaatsen van boringen is een locatie-inspectie gehouden. Op basis van de locatie-inspectie zijn geen bijzonderheden waargenomen. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 9. tabel 9: veldwerkprogramma
Onderdeel
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
-
-
-
-
-
-
1
2.0-3.0
1*
5
0.5
2 t/m 6
1
2.0
7
1
2.0-3.0
1*
vm. bovengrondse dieselolietank (4 m2) Boringen Peilbuis
vm. werktuigenberging (ca. 180 m2) Boringen Peilbuis
overige onbebouwde deel van het plangebied (ca. 245 m2) Boringen
19
0,5
9+10+12+13+15+16
2
2.0
8+11+14
2.0-3.0
1*
Peilbuis 1 *=peilbuizen zijn gecombineerd uitgevoerd
december ’20
17
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Berkendijk nr. 3 te Heino
De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0,5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11).
Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2
Resultaten van het veldonderzoek
bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 10 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 10: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.6 0.6-1.0 1.0-1.5 1.5-3.0
hoofdbestanddeel
toevoeging
kleur
zand zand zand zand
matig fijn matig fijn matig fijn matig fijn
lichtgrijs beige/bruin beige/grijs grijs
veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 11. tabel 11: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis
filtertraject m-mv
grondwaterstand m-mv
voorpompen liter
pH
1
2.0-3.0
1.29
5
6.4
EGV geleidingsvermogen µS/cm 390
troebelheid (NTU) 15.1
In het genomen grondwatermonster is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen
december ’20
18
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Berkendijk nr. 3 te Heino
zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke duiden op een vorm van bodemverontreiniging. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het dak van de noordelijke veestal bestaat uit bestaat uit asbestverdachte dakplaten. Het dak is niet voorzien van dakgoten en watert grotendeels af op verharde ondergrond. Een klein deel watert af op onverharde bodem. Het onderhavige bodemonderzoek heeft betrekking op de inpandig te verbouwen ruimten. Aangezien buiten de stal geen wijziging van het gebruik is voorzien is op aangeven van de opdrachtgever de toplaag van de druppelzone onder de daklijn t.p.v asbestverdachte daken buiten beschouwing gelaten. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal.
Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal. Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat).
Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.
december ’20
19
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Berkendijk nr. 3 te Heino
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. grondwater Uit de geplaatste peilbuis een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 12 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 12: analyseschema Monstercode
boringnummer(s)
diepte (m-mv)
zintuiglijke waarnemingen
analysepakket
vm. bovengrondse dieselolietank grond 1 (MM1)
1
0.0-0.2
-
grondwater Pb 1
1
2.0-3.0
-
AS3000: aromaten + minerale olie
AS3000: aromaten + minerale olie
vm. werktuigenberging grond 2 (MM2)
2+3+4
0.0-0.5
-
NEN-grond(*)+AS3000
3 (MM3)
5+6+7
0.07-0.5
-
NEN-grond(*)+AS3000
1
2.0-3.0
-
NEN-grondwater(**)
grondwater Pb 1
december ’20
20
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Berkendijk nr. 3 te Heino
vervolg tabel 12: analyseschema Monstercode
boringnummer(s)
diepte (m-mv)
zintuiglijke waarnemingen
analysepakket
overige deel van het plangebied grond 4 (MM4)
8+9+10
0.06-0.5
-
NEN-grond(*)+AS3000
5 (MM5)
11+12+13
0.0-0.5
-
NEN-grond(*)+AS3000
6 (MM6)
14+15+16
0.0-0.5
-
NEN-grond(*)+AS3000
7 (MM7)
1+7+8+11+14
0.5-2.0
-
NEN-grond(*)+AS3000
1
2.0-3.0#
-
NEN-grondwater(**)
grondwater Pb1
verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan # = in combinatie met overige deel van het plangebied
december ’20
21
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Berkendijk nr. 3 te Heino
4.2
Toetsingscriteria
Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0,5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.
Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.
december ’20
22
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Berkendijk nr. 3 te Heino
4.3
Analyseresultaten en interpretatie
In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van Omegam opgenomen. 4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond
boven- en ondergrond (0.0-2.0 m-mv) In tabel 13 t/m 15 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 13: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project OPID 24213577#20-M9639-Berkendijk 3 te Heino Certificaten 1123937 Toetsing T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb Toetsversie BoToVa 3-1-2000 Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds cadmium (Cd) mg/kg ds kobalt (Co) mg/kg ds koper (Cu) mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds lood (Pb) mg/kg ds molybdeen (Mo) mg/kg ds nikkel (Ni) mg/kg ds zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds Vluchtige aromaten benzeen mg/kg ds ethylbenzeen mg/kg ds naftaleen mg/kg ds o-xyleen mg/kg ds tolueen mg/kg ds xyleen (som m+p) mg/kg ds Sommaties aromaten som xylenen (o/m/p) mg/kg ds Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds
AW
december ’20
T
Toetsdatum: 10 december 2020 12:18
I
190 0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140
555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
190
2595
5000
1,5
20,75
40
0,2 0,2
0,65 55,1
1,1 110
0,2
16,1
32
0,45
8,725
17
0,02
0,51
1
Monster 6548432 MM1, 01: 0-20 Max. Bodemindex Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res. 0,2 25
10 25
87,7
87,7
< 35
< 120
Monster 6548433 Monster 6548434 MM2, 02: 0-45, 03: 0-50, 04: 7-50 MM3, 05: 7-50, 06: 7-50, 07: 7-50 0,004 Max. Bodemindex 0,004 Max. Bodemindex 0,004 Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index
@
-
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.1
< 0.18 < 0.18 < 0.035 < 0.18 < 0.18 < 0.35
-
0,1
< 0.52
-
-
0 0
0,2 1,8
10 25
0
94,6
94,6
< 20 < 0.2 <3 <5 < 0.05 < 10 < 1.5 6 < 20 0
0 0
0,2 1
10 25
@
0
95,7
95,7
@
0
< 54 < 0.24 < 7.4 < 7.2 < 0.05 < 11 < 1.0 18 < 33
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 20 < 0.2 <3 <5 < 0.05 < 10 < 1.5 5 < 20
< 54 < 0.24 < 7.4 < 7.2 < 0.05 < 11 < 1.0 15 < 33
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 35
< 120
-
0
< 35
< 120
-
0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
0,35
< 0.35
0
0,35
< 0.35
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035
0,005
< 0.024
0,004
0,005
< 0.024
-
0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -
0
0 0 0 0 0 0 0,004
-
0 0 0 0 0 0 0 -
0,004
23
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Berkendijk nr. 3 te Heino
tabel 14: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming
Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid AW Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds 190 cadmium (Cd) mg/kg ds 0,6 kobalt (Co) mg/kg ds 15 koper (Cu) mg/kg ds 40 kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds 0,15 lood (Pb) mg/kg ds 50 molybdeen (Mo) mg/kg ds 1,5 nikkel (Ni) mg/kg ds 35 zink (Zn) mg/kg ds 140 Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds 190 Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds 1,5 Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds 0,02
december ’20
T
I
Monster 6548435 Monster 6548436 Monster 6548437 MM4, 08: 20-50, 09: 6-50, 10: 6-50 MM5, 11: 0-50, 12: 0-50, 13: 0-50 MM6, 14: 0-40, 15: 0-50, 16: 0-50 Max. Bodemindex 0,004 Max. Bodemindex 0 Max. Bodemindex 0,004 Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index 2 1,1
10 25
89,5
89,5
0 0
4,5 1,3
10 25
@
0
89,5
89,5
0 0
0,6 2,1
10 25
0 0
@
0
94,5
94,5
@
0
555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
< 20 < 0.2 <3 5,8 < 0.05 11 < 1.5 <4 < 20
< 54 < 0.24 < 7.4 12 < 0.05 17 < 1.0 <8 < 33
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
33 < 0.2 <3 <5 < 0.05 < 10 < 1.5 <4 20
130 < 0.22 < 7.4 < 6.7 < 0.05 < 11 < 1.0 <8 45
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 20 < 0.2 <3 <5 < 0.05 < 10 < 1.5 5 < 20
< 54 < 0.24 < 7.3 < 7.2 < 0.05 < 11 < 1.0 14 < 33
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
2595
5000
< 35
< 120
-
0
< 35
< 54
-
0
< 35
< 120
-
0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 0,16 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 0,16 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 0,4 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 0,4 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
0,35
< 0.35
0
0,48
0,48
0
0,72
0,72
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0016 < 0.0016 < 0.0016 < 0.0016 < 0.0016 < 0.0016 < 0.0016
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035
0,005
< 0.024
0,004
0,005
< 0.011
0
0,005
< 0.024
20,75
0,51
40
1
-
-
-
-
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -
0 0 0 0 0 0 0 0
-
0,004
24
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Berkendijk nr. 3 te Heino
tabel 15: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds cadmium (Cd) mg/kg ds kobalt (Co) mg/kg ds koper (Cu) mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds lood (Pb) mg/kg ds molybdeen (Mo) mg/kg ds nikkel (Ni) mg/kg ds zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds
AW
Legenda @ N.B.
T
I
Monster 6548438 MM7, 01: 60-100, 01: 100-150, 07: 100-150, 08: 50-100, 08: 110-150, 11: 120 Max. Bodemindex 0,004 Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index 0,7 1,8
10 25
0 0
86
86
@
0
190 0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140
555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
< 20 < 0.2 <3 <5 < 0.05 < 10 < 1.5 <4 < 20
< 54 < 0.24 < 7.4 < 7.2 < 0.05 < 11 < 1.0 <8 < 33
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
190
2595
5000
< 35
< 120
-
0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
0,35
< 0.35
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035
0,005
< 0.024
1,5
0,02
20,75
0,51
40
1
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -
0 0 0 0 0 0 0 0
-
0,004
Geen toetsoordeel mogelijk <= Achtergrondwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
december ’20
25
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Berkendijk nr. 3 te Heino
interpretatie onderzoeksresultaten grond In tabel 16 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte mengmonsters. tabel 16: samenvatting toetsresultaten per mengmonster Mengmonster Boringen Diepte vm. bovengrondse dieselolietank
Zintuiglijk
>AW
>T
>I
Indicatieve toetsing Bbk*
MM1
0.0-0.2
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
1
vm. werktuigenberging MM2
2+3+4
0.0-0.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM3
5+6+7
0.07-0.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
overige deel van het plangebied MM4
8+9+10
0.06-0.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM5
11+12+13
0.0-0.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM6
14+15+16
0.0-0.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM7
1+7+8+11+14
0.5-2.0
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
Legenda >AW
overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)
>T >I
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5) overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
vm. bovengrondse dieselolietank bovengrond (0.0-0.2 m-mv) Bovengrondmonster MM1 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. vm. werktuigenberging bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonsters MM2 en MM3 bevatten geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. overige deel van het plangebied bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonsters MM4 t/m MM6 bevatten geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM7 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000). Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde.
december ’20
26
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Berkendijk nr. 3 te Heino
4.3.2
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater
In tabel 17 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 17: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project Certificaten Toetsing Toetsversie
OPID 24337846#20-M9639-Berkendijk 3 te Heino 1127475 T.13 - Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb BoToVa 2-1-2000 Toetsdatum: 16 december 2020 08:49
Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid S Metalen ICP-MS (opgelost) barium (Ba) µg/l 50 cadmium (Cd) µg/l 0,4 kobalt (Co) µg/l 20 koper (Cu) µg/l 15 Kwik (Hg) (niet vluchtig) µg/l 0,05 lood (Pb) µg/l 15 molybdeen (Mo) µg/l 5 nikkel (Ni) µg/l 15 zink (Zn) µg/l 65 Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) µg/l 50 Vluchtige aromaten benzeen µg/l 0,2 ethylbenzeen µg/l 4 naftaleen µg/l 0,01 o-xyleen µg/l styreen µg/l 6 tolueen µg/l 7 xyleen (som m+p) µg/l Sommaties aromaten som xylenen µg/l 0,2 Vluchtige chlooralifaten 1,1,1-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1,2-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1-dichloorethaan µg/l 7 1,1-dichlooretheen µg/l 0,01 1,1-dichloorpropaan µg/l 1,2-dichloorethaan µg/l 7 1,2-dichloorpropaan µg/l 1,3-dichloorpropaan µg/l cis-1,2-dichlooretheen µg/l dichloormethaan µg/l 0,01 monochlooretheen (vinylchloride) µg/l 0,01 tetrachlooretheen µg/l 0,01 tetrachloormethaan µg/l 0,01 trans-1,2-dichlooretheen µg/l trichlooretheen µg/l 24 trichloormethaan µg/l 6 Sommaties som C+T dichlooretheen µg/l 0,01 som dichloorpropanen µg/l 0,8 Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers tribroommethaan (bromoform) µg/l Legenda @ xS N.B.
T
I
Monster 6558452 Pb1, 01-1: 200-300 Max. Bodemindex Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res.
337,5 3,2 60 45 0,175 45 152,5 45 432,5
625 6 100 75 0,3 75 300 75 800
69 < 0.2 4,8 8,1 < 0.05 <2 2,8 12 15
1.4 S -
0,033 0 0 0 0 0 0 0 0
325
600
< 50
-
0
15,1 77 35,005
30 150 70
-
153 503,5
300 1000
< 0.2 < 0.2 < 0.02 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2
0 0 0 0 0 0 0
35,1
70
0,2
-
0
150,005 65,005 453,5 5,005
300 130 900 10
-
203,5
400
500,005 2,505 20,005 5,005
1000 5 40 10
262 203
500 400
< 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.2
-
0 0 0 0,006 0 0 0 0 0 0 0,026 0,002 0,006 0 0 0
10,005 40,4
20 80
0,1 0,4
-
0,007 0
630
< 0.2
@
0
0,033 Overschrijding Streefwaarde T.Oordeel B.Index
-
-
-
Geen toetsoordeel mogelijk <= Streefwaarde x maal Streefwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
december ’20
27
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Berkendijk nr. 3 te Heino
interpretatie resultaten grondwater In tabel 18 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van het onderzochte grondwatermonster. tabel 18: samenvatting toetsresultaten per grondwatermonster Grondwatermonster
Diepte filter
Zintuiglijk
>S
>T
>I
Pb1
2.0-3.0
-
barium
-
-
Legenda >S
overschrijding streefwaarde (bodemindex <=0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
vm. bovengrondse dieselolietank / vm. werktuigenberging / overige deel van de locatie peilbuis 1 (2.0-3.0 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen in het freatisch grondwater kan worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen o.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen. Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate in het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden. Opgemerkt wordt dat de aanwezigheid van zware metalen in het grondwater ook kan samenhangen met het vm. gebruik van de locatie.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen.
december ’20
28
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Berkendijk nr. 3 te Heino
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen bodemvreemde afwijkingen of asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in tabel 19. tabel 19: samenvatting toetsingsresultaten
Mengmonster
Boringen
Diepte
Zintuiglijk
>AW of >S
>T
>I
Indicatieve toetsing Bbk*
0.0-0.2
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
grond vm. bovengrondse dieselolietank 1 (MM1)
1
vm. werktuigenberging 2 (MM2)
2+3+4
0.0-0.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
3 (MM3)
5+6+7
0.07-0.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
overige deel van het plangebied 4 (MM4)
8+9+10
0.06-0.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
5 (MM5)
11+12+13
0.0-0.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
6 (MM6)
14+15+16
0.0-0.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
7 (MM7)
1+7+8+11+14
0.5-2.0
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
grondwater Pb1
1
2.0-3.0
-
barium
-
-
n.v.t.
Legenda >AW / >S
overschrijding achtergrondwaarde/streefwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
grond vm. bovengrondse dieselolietank bovengrond (0.0-0.2 m-mv) Bovengrondmonster MM1 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. vm. werktuigenberging bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonsters MM2 en MM3 bevatten geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.
december ’20
29
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Berkendijk nr. 3 te Heino
overige deel van het plangebied bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonsters MM4 t/m MM6 bevatten geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM7 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. grondwater vm. bovengrondse dieselolietank / vm. werktuigenberging / overige deel van de locatie peilbuis 1 (2.0-3.0 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0,5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek.
toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch verdacht aangemerkt. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet geheel vrij is van bodemverontreiniging. Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie bevat barium (zware metalen) verhoogd t.o.v. de streefwaarde. Dit licht verhoogde gehalte overschrijdt de tussenwaarde/bodemindex-waarde (>0.5) niet en geeft daardoor geen formele aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. De onderzoeksresultaten stemmen overeen met de gestelde hypothese, de vooraf gestelde hypothese “verdacht” word aanvaard. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er enige beïnvloeding van de bodemkwaliteit heeft plaatsgevonden. Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek in grond of puin conform de NEN 5707+C2 resp. NEN 5897+C2 maakt geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740-A1 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin. Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2.
december ’20
30
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Berkendijk nr. 3 te Heino
Aanbevelingen 1●) Geadviseerd wordt voorafgaand aan evt. sanering van het asbestverdachte dak (wanneer is vastgesteld dat het dak asbesthoudend is) de toplaag (0.0-0.1 m-mv) van de onverharde druppelzone onder de daklijn te onderzoeken op het gehalte asbest. 2●) In het kader van de voorgenomen uitgebreide omgevingsvergunning procedure dient de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem zoveel mogelijk aan te sluiten bij het toekomstige bodemgebruik. Ter afstemming wordt geadviseerd om het onderhavige bodemonderzoek in dit kader voor te leggen aan het bevoegd gezag. 3●) Indien de grond ontgraven gaat worden, bijvoorbeeld ten behoeve van bouwwerkzaamheden, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Middels het Besluit is het mogelijk om door het lokaal bevoegd gezag lokale maximale bodemgebruikswaarden vast te stellen, of om deze bodemgebruikswaarden te conformeren aan de maximale waarden uit het (landelijke) generieke model. Indien grond van het eigen terrein moet worden afgevoerd zal deze verwerkt dienen te worden conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit. De mogelijkheden hiertoe kunnen worden vastgesteld na overleg met de betrokken overheidsinstanties. Volledige duidelijkheid omtrent de bodemkwaliteitsklasse van vrijkomende grond wordt pas verkregen op basis van een partijkeuring conform het Besluit Bodemkwaliteit.