Bijlage 2 Richtlijnen .Klaar voor mantelzorg.
Tekst van het document
Richtlijnen ‘klaar voor mantelzorg’ Huisvesting voor mantelzorg: anticiperen op mantelzorg in de nabije toekomst Aanleiding De volgende ontwikkelingen zijn de aanleiding voor deze werkafspraken: - Een vergrijzende samenleving waardoor het aantal mensen met een zorgvraag toeneemt. - Mensen met een zorgvraag blijven langer zelfstandig thuis wonen door landelijk beleid en persoonlijke voorkeuren. - Er is sprake van ‘terugtrekkende’ overheid die de inwoners steeds meer aanspreekt op eigen verantwoordelijkheid en eigen initiatief. - Bij een ondersteuningsvraag kijken we ook naar mogelijkheden van het eigen sociaal netwerk(mantelzorg). Dit nemen we mee in de aanspraak op ondersteuning door de overheid c.q. zorgaanbieders; Deze ontwikkelingen leiden tot een toename van mantelzorgsituaties. Wij merken dat inwoners eerder nadenken over hun zorgbehoefte in de toekomst en de maatregelen die nodig zijn om zelfstandig te kunnen blijven wonen. Bijvoorbeeld bij ouderdom of een ziekte met een progressief verloop. Ook denken zij vaker na over eventuele (benodigde) ondersteuning en zorg door hun naasten. Bijvoorbeeld hulp van kinderen of vrienden. Bij het zorgen voor elkaar kan reisafstand een belemmering zijn. De afgelopen jaren is daarom een aantal maatregelen genomen om het mogelijk te maken dat de mantelzorger dichter bij de zorgvrager 1 kan (gaan) wonen (of andersom).
Eén hiervan is het (omgevings)vergunningvrij realiseren van een mantelzorgvoorziening (woning). Voorwaarde in deze landelijk geldende regeling is dat er al sprake is van een mantelzorgnoodzaak. De regeling in Bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht geeft uitsluitend mogelijkheden op het moment dat de zorgvraag al acuut is: een moment waarop mensen met andere dingen dan verbouwingen en vergunningen bezig willen zijn. Wij zien dat inwoners steeds vaker met vragen komen om al vroegtijdig - voordat er een acute zorgbehoefte is - huisvesting voor mantelzorg te regelen. Doel en karakter van deze richtlijnen Wij vinden het belangrijk dat mensen nadenken over de toekomst en zelf (preventieve) maatregelen nemen. Dat geldt voor alle terreinen en ook als het gaat om mantelzorg. Wij willen graag een mantelzorgvriendelijke gemeente zijn. Inwoners die willen anticiperen op een toekomstige mantelzorgsituatie willen wij daarom faciliteren indien dat redelijkerwijs mogelijk is. Omdat een toekomstige mantelzorgsituatie niet in harde definities of criteria te vatten is hebben we richtlijnen en een procedure opgesteld. De richtlijnen helpen bij het maken van de afweging of er voldoende sprake is van een mantelzorgbehoefte in de nabije toekomst om extra tijdelijke woonruimte te vergunnen. Eerst wordt kort het huidige beleid en regelgeving voor mantelzorgwoningen geschetst.
Vervolgens hoe wij omgaan met vragen om huisvesting ten behoeve van een toekomstige behoefte aan mantelzorg. Bestaande regelgeving mantelzorgwoningen Landelijke regelgeving tijdelijke huisvesting voor mantelzorg Het is sinds enkele jaren mogelijk om zonder omgevingsvergunning (bouwvergunning) woonruimte tijdelijk geschikt te maken voor mantelzorg. Dit is geregeld in het Besluit omgevingsrecht. Het kan gaan om woonruimte voor de verzorgde of de verzorgende. Het kan gaan om een bestaand (bij)gebouw dat geschikt wordt gemaakt voor tijdelijke bewoning of om een tijdelijke woonunit die wordt geplaatst zolang de mantelzorgbehoefte bestaat. Zie voor meer informatie: https://www.infomil.nl/onderwerpen/ruimte/functies/mantelzorg/ 1
Waar in deze notitie gesproken wordt over huisvesting voor de mantelzorger moet ook gelezen worden ‘huisvesting voor de verzorgde’. Conform de landelijke regels maakt het niet uit of de extra tijdelijke woonruimte voor de verzorgde of verzorgende wordt aangevraagd.
Gemeentelijk beleid: bestemmingsplan buitengebied De gemeente Raalte heeft, voordat de landelijke regels werden ingevoerd, eigen beleid voor mantelzorgwoningen in het bestemmingsplan buitengebied opgenomen. Dit beleid is nagenoeg gelijk aan de landelijke regels. De volledige regeling: http://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0177.BPGV201600010001/r_NL.IMRO.0177.BPGV20160001-0001.html#_49_Algemeneafwijkingsregels Dit beleid (gemeentelijk en landelijk) is gericht op situaties waar reeds sprake is van mantelzorg of een acute noodzaak die kan worden aangetoond met een verklaring van een arts of andere deskundige. Met deze richtlijnen geven wij aan hoe wij omgaan met de criteria “noodzakelijk in verband met mantelzorg” (gemeentelijk beleid) en “waarvan de behoefte (…) kan worden aangetoond” (definitie mantelzorg in Besluit omgevingsrecht) in situaties waar geanticipeerd wordt op een zorgsituatie in de nabije toekomst. Richtlijnen ‘klaar voor mantelzorg’ Definities Wij sluiten aan bij de definities uit het Besluit omgevingsrecht: -
huisvesting in verband met mantelzorg: huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning;
-
mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond;
De Nationale raad voor de volksgezondheid geeft aan dat sprake is van mantelzorg indien gedurende minimaal 3 maanden meer dan 8 uren in de week zorg wordt verleend. Dit houden wij als richtlijn aan indien twijfel bestaat over de vraag of er sprake is van hulp die ‘de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt’. Richtlijnen Elke situatie is uniek en wordt ook als zodanig beoordeeld. Wij zoeken in elke situatie naar het antwoord op de volgende twee vragen: 1. Maakt de mantelzorger/verzorgde voor wie huisvesting nodig is, het mogelijk dat de verzorgde langer op een zinvolle, verantwoorde manier zelfstandig thuis kan wonen? 2. Is aannemelijk - is de kans groot - dat de noodzaak tot het geven/ontvangen van mantelzorg binnen één a twee jaar ontstaat? De volgende richtlijnen helpen bij het beantwoorden van deze vragen: 1. Aannemelijk moet zijn dat binnen één a twee jaar de daadwerkelijke mantelzorgbehoefte ontstaat, of dat de kans groot is dat die behoefte binnen een jaar ontstaat. Bij progressieve ziektebeelden is dit wellicht beter in te schatten dan bij andersoortige mantelzorgvragen. Hier is veel beoordelingsvrijheid voor de deskundige die deze inschatting maakt en het besef dat dit niet altijd goed in te schatten valt. 2.
Bij de beoordeling of er een noodzaak tot geven van mantelzorg ontstaat wordt naar de totale sociale situatie van de verzorgde en (indien relevant) de mantelzorger gekeken. Bijvoorbeeld: zijn er nog andere huisgenoten die zorg verlenen? Wonen die ver weg of in de buurt? Komt de huisvestingsvraag voort uit het willen spreiden van de zorg over meerdere personen vanwege zeer intensieve zorg. Is de beoogde mantelzorger de enige in het sociale netwerk van de verzorgde die zorg kan geven? Etc. 3. Zelfredzaamheid, bestrijden van eenzaamheid en het streven zo lang mogelijk zelfstandig thuis te wonen en deel te nemen aan de samenleving weegt mee in de beoordeling.
2
Hiermee geven we uitdrukking aan de sociale aspecten die mee kunnen wegen in de beoordeling of er een mantelzorgnoodzaak aan het ontstaan is. Dit zijn richtlijnen die vooral een denkrichting weergeven en in samenhang moeten worden gezien. Resultaat Worden de twee vragen met ‘ja’ beantwoord, dan willen wij, na een afweging van eventuele andere 2 belangen , in beginsel medewerking verlenen aan tijdelijke huisvesting ten behoeve van een toekomstige mantelzorgvraag. Het is dan immers aannemelijk dat binnen afzienbare tijd daadwerkelijk een mantelzorgbehoefte ontstaat en verbouwingen etc. kunnen dan voor die tijd in gang worden gezet. Voor de overige regels omtrent mantelzorghuisvesting (bouwoppervlakten, bouwhoogte etc.) sluiten wij aan bij de landelijke regels en regels in het bestemmingsplan Buitengebied zoals hiervoor aangehaald. Wij merken nadrukkelijk op dat mantelzorg altijd een tijdelijke situatie is waarbij dus ook tijdelijk, voor zolang de zorgbehoefte aanwezig is, vergunning voor extra woonruimte wordt verleend. Procedure 1. Inwoners die willen anticiperen op een toekomstige mantelzorgbehoefte melden zich bij de gemeente door middel van een mondeling of schriftelijk verzoek. 2. De gemeente kan een deskundige (huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de 3 gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur) om advies vragen.
In de meeste gevallen is dit de wijkverpleegkundige. 3. De deskundige voert één of meer gesprekken met de betrokkenen. Daarin beoordeelt hij op basis van de richtlijnen in deze notitie of er voldoende noodzaak is op een toekomstige mantelzorgbehoefte te anticiperen. 4a. Indien de deskundige oordeelt en verklaart dat er al een acute mantelzorgnoodzaak is, dan zal de huisvesting ten behoeve van mantelzorg in de meeste situaties vergunningvrij zijn. Er is dan geen besluit van de gemeente nodig. De verklaring wordt dan verstrekt aan degene die het verzoek heeft ingediend. 4b. Indien de deskundige oordeelt dat er geen acute mantelzorgnoodzaak is, dan brengt hij advies uit aan het college over de vraag of er een toekomstige mantelzorgnoodzaak is. In dat advies geeft de deskundige aan of er naar zijn oordeel een noodzaak in de nabije toekomst (binnen één a twee jaar) ontstaat op het geven/ontvangen van mantelzorg die tijdelijke extra huisvesting nodig maakt. Hij licht in het advies toe op basis van welke feiten en overwegingen 4 hij tot dit oordeel komt. 5. Het college van B&W besluit op basis van dit advies en na afweging van eventuele andere belangen of medewerking wordt verleend aan huisvesting voor een toekomstige mantelzorgbehoefte. 6. Bij een positief besluit van het college kan de initiatiefnemer een tijdelijke omgevingsvergunning aanvragen.
In deze vergunning worden voorschriften opgenomen om de tijdelijkheid te waarborgen.
2
Dat kunnen bijvoorbeeld belangen van buren zijn. Is er nog geen acute mantelzorgnoodzaak en worden door (bijvoorbeeld) het plaatsen van een tijdelijke mantelzorgunit belangen van buren aangetast, dan kan dat reden zijn geen medewerking te verlenen aan het al vroegtijdig plaatsen van deze unit. 3 Er zijn situaties denkbaar waar het evident is dat niet aan de richtlijnen wordt voldaan. Bijvoorbeeld indien de persoon in kwestie nog zeer gezond is en op geen enkele wijze aannemelijk is gemaakt dat dit binnen een jaar verandert. Behoudens dergelijke uitzonderingen zal vrijwel altijd een beroep op een deskundige worden gedaan. 4 In verband met regels over privacy zal de cliënt om toestemming worden gevraagd zijn gegevens te delen met de gemeente.
3