Bijlage 2 Proces participatie met rol diverse actoren
Tekst van het document
BIJLAGE 2: PROCES PARTICIPATIE EN ROLLEN Dit overzicht geeft per stap weer hoe participatie er in de praktijk in een vergunningproces (bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit) ongeveer uit ziet en wie welke rol heeft. Het is geen blauwdruk. Stap 1: Verkenning haalbaarheid - De initiatiefnemer verkent de haalbaarheid van zijn plan. - Hij bespreekt de haalbaarheid met de gemeente (ambtelijk, met een vergunningverlener, beleidsmedewerker of ruimtecoach). Soms zijn dit meerdere gesprekken. - In deze fase informeert de initiatiefnemer zijn omgeving over zijn voornemens en voert daar (zo nodig) het gesprek1 over. - Of eerst met de gemeente wordt gesproken of eerst met de omgeving is primair aan de initiatiefnemer zelf. Initiatiefnemers willen vaak enige zekerheid over haalbaarheid aan de kant van de gemeente voordat zij contact met buren zoeken. - De resultaten van het gevoerde overleg vermeldt de initiatiefnemer bij de volgende stap. (optioneel) Stap 1a: Principeverzoek / vooroverleg en principebesluit - Tussenstap die vaak bij grotere ontwikkelingen wordt gezet, voordat kosten gemaakt worden voor verdere uitwerking tot een vergunningaanvraag. - Principeverzoeken van enige omvang worden over het algemeen in het college van B&W besproken (aan een principeverzoek zijn kosten verbonden). Vooroverleggen zijn gratis en worden ambtelijk afgedaan.
- Afhankelijk van het plan en de situatie zoekt de gemeente ook (ambtelijk) contact met de omgeving. Bijvoorbeeld om een reactie uit de verkennende fase verduidelijkt te krijgen. Ook ketenpartners worden in dit stadium zo nodig om advies gevraagd (Omgevingstafel IJsselland). - De initiatiefnemer krijgt een schriftelijke reactie op zijn plannen. - College en raad kunnen afspraken maken over informatievoorziening van de raad in deze fase. Bijvoorbeeld toezenden van principebesluiten bij plannen waar de raad later in het proces adviesrecht heeft (stap 2a). Stap 2: Vergunningaanvraag - De initiatiefnemer dient de omgevingsvergunningaanvraag in via het landelijke Omgevingsloket. - Bij het indienen van de aanvraag wordt verslag gedaan van het met de omgeving gevoerde overleg. - De ingekomen aanvraag wordt digitaal en in het Weekblad voor Salland bekendgemaakt (digitaal bekendmaken is onder de Omgevingswet wettelijk verplicht). - In deze fase krijgt het participatieproces soms nog een vervolg in de vorm van contact tussen gemeente, initiatiefnemer, ketenpartners en omgeving over het ingediende plan. - Als het participatieproces vragen oproept kan het college zelf op onderzoek uit. Bijvoorbeeld door contact op te nemen met buren.
Stap 2a: Advies gemeenteraad (als het plan onder het adviesrecht valt) - Als het adviesrecht2 van toepassing is, dan brengt de raad een bindend advies aan het college uit. Het college doet daartoe een voorstel. - De raad weegt de opbrengst van het participatieproces mee in zijn besluit over een positief of negatief advies. De raad kan de belanghebbenden ook zelf horen, bijvoorbeeld via de mogelijkheid in te spreken. Aandachtspunt is de door de Omgevingswet beoogde doorlooptijd van 8 weken voor de gehele vergunningprocedure.
1 Dit ‘gesprek’ kan allerlei vormen hebben. Van een kopje koffie bij de buren tot een informatiebijeenkomst of gezamenlijke
ontwerpsessie. Wat passend is hangt helemaal af van karakter en impact van het plan. Bij een bouwplan voor 5 woningen hoort vanzelfsprekend een ander proces dan bij een tuinhuisje. 2 De raad bepaalt d.m.v. een raadsbesluit zelf welke categorieën plannen voor bindend advies moeten worden voorgelegd.
1
Stap 3: Besluit op vergunningaanvraag - Het college van B&W weegt alle belangen af en neemt een besluit op de aanvraag (het advies van de raad volgend indien stap 2a van toepassing was). - De resultaten van het participatieproces, eventueel aangevuld met eigen onderzoek, worden meegewogen. Stap 4: Bezwaar en beroep - Het besluit wordt bekendgemaakt aan de aanvrager. Tegen dit besluit staat bezwaar3 open en vervolgens beroep bij de Rechtbank en hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Proces bij wijziging omgevingsplan voor concreet initiatief Het proces voor wijziging van het omgevingsplan om een concrete ontwikkeling te faciliteren is wat het participatieproces betreft vergelijkbaar. Er zijn een paar verschillen: - De raad neemt het besluit tot vaststelling van het omgevingsplan. Stap 2a en 3 vallen dus samen (tenzij het gaat om een plan waarvoor vaststelling aan het college gedelegeerd is, dan heeft de raad geen rol). - Bij een omgevingsplanwijziging geldt de uitgebreide procedure. Er wordt altijd een ontwerp ter inzage gelegd voor zienswijzen. Dit betekent dat het participatieproces wat meer in de formele procedure kan doorlopen en het betekent een extra moment van (her)overweging voor initiatiefnemer en gemeente.
3 De Omgevingswet biedt de mogelijkheid in bepaalde gevallen de uitgebreide procedure toe te passen. In dat geval wordt het
voorafgaand aan stap 3 een ontwerpbesluit ter inzage gelegd voor zienswijzen. Na het besluit staat vervolgens beroep bij de Rechtbank open i.p.v. bezwaar.
2