CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - N35 Rapport Archeologie, Hamaland Advies 2019

Raadsvergadering 24 november 2022, gemeente RaalteBij agendapunt: Coördinatieprocedure N35; vaststelling bestemmingsplan Heino Noord (bespreekstuk)22.509 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bureauonderzoek Archeologie Plangebied N35, Deeltrajecten te Heino, Raalte, Mariënheem gemeente Raalte

Opdrachtgever

Arcadis Nederland B.V. Postbus 220 3800 AE Amersfoort Projectnummer

192294 Kenmerk

DIR/HAMA/192294

Eindredactie/kwaliteitscontrole Drs. E.E.A. van der Kuijl

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

Paraaf

Datum 09-05-2019

Project : BO Archeologie Plangebied N35, Deeltrajecten te Heino, Raalte, Mariënheem in de gemeente Raalte Kenmerk : DIR/HAMA/192294

Colofon

Opdrachtgever

Arcadis Nederland B.V.

Project

Bureauonderzoek Archeologie Plangebied N35, Deeltrajecten te Heino, Raalte, Mariënheem, gemeente Raalte

Projectnummer

192294

Titel

Bureauonderzoek Archeologie Plangebied N35, Deeltrajecten te Heino, Raalte, Mariënheem, gemeente Raalte

Datum en versie

09-05-2019, versie 2.7 (definitief)

Auteurs

drs. E.E.A. van der Kuijl (archeologie en bodem), E.F.A. Anker Msc (GIS), ing. R. de Graaf (dtp en algemeen kader)

Eindredactie

Drs. E.E.A. van der Kuijl – sr. KNA archeoloog / sr. KNA prospector

Afbeelding voorzijde:

Uitzicht op N35 vanaf Nijverdalseweg rond HMP 22.9, Deeltraject Mariënheem-West (opdrachtgever)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

2 van 73

Project : BO Archeologie Plangebied N35, Deeltrajecten te Heino, Raalte, Mariënheem in de gemeente Raalte Kenmerk : DIR/HAMA/192294

Inhoud Samenvatting .......................................................................................................................................... 4 1.

2

3

4

5.

Inleiding .......................................................................................................................................... 7 1.1

Inleiding en onderzoekskader ............................................................................................... 7

1.2

Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek ................................................................... 9

1.3

Werkwijze .............................................................................................................................. 9

1.4

Beleidskaders ...................................................................................................................... 10

1.5

Administratieve gegevens ................................................................................................... 12

Bureauonderzoek en verwachtingsmodel ..................................................................................... 13 2.1

Landschapsgenese ............................................................................................................. 13

2.2

Bodemtypes in relatie tot locatiekeuze ................................................................................ 13

2.3

Bepaling gespecificeerde verwachting ................................................................................ 14

Beknopte historie van Heino, Raalte, Mariënheem ....................................................................... 15 3.1

Heino ................................................................................................................................... 15

3.2

Raalte .................................................................................................................................. 15

3.3

Mariënheem ........................................................................................................................ 16

Deeltrajecten en geplande deeltraject specifieke maatregelen ..................................................... 17 4.1

Inleiding ............................................................................................................................... 17

4.2

Deeltraject Heino-Noord ...................................................................................................... 17

4.3

Deeltraject Heino-Raalte ..................................................................................................... 24

4.4

Deeltraject Mariënheem-West ............................................................................................. 35

4.5

Deeltraject Mariënheem-Oost ............................................................................................. 42

Conclusie en Aanbeveling ............................................................................................................ 52 5.1

Conclusie ............................................................................................................................ 52

5.2

Selectieadvies ..................................................................................................................... 52

5.3

Beoordeling selectieadvies en voorbehoud ......................................................................... 54

Gebruikte literatuur ............................................................................................................................... 55 Geraadpleegde websites .................................................................................................................. 57 BIJLAGEN ............................................................................................................................................ 58

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

3 van 73

Project : BO Archeologie Plangebied N35, Deeltrajecten te Heino, Raalte, Mariënheem in de gemeente Raalte Kenmerk : DIR/HAMA/192294

Samenvatting Hamaland Advies heeft in opdracht van Envita Almelo en Arcadis Nederland een archeologisch bureauonderzoek conform protocol BRL SIKB 4002 uitgevoerd voor de herinrichting van de N35 te Heino, Raalte en Mariënheem, gelegen in de gemeente Raalte. Deze herinrichting is bedoeld om de veiligheid op de N35 te bevorderen. Het tracé van de herinrichting heeft vier deeltrajecten: HeinoNoord, Heino-Raalte, Mariënheem-West, Mariënheem-Oost. Er zijn algemene maatregelen op het hele traject van de N35 gepland en op deeltrajecten specifieke maatregelen gepland, die gerelateerd zijn aan specifieke knelpunten / ongevalscijfers. De algemene maatregelen zijn: • verwijderen van obstakels dicht bij de weg; • blokkeren van doorsteken in de berm tussen hoofdweg en parallelweg; • verplaatsen van oversteekplaatsen in recreatieve routes. Hiervoor wordt binnen het bestaande wegvak, aan het bestaande wegdek en de berm gewerkt. Er worden geen grondwerken verricht die een (nieuwe) verstoring in de bodem veroorzaken. Hierdoor blijft de verstoring binnen de bestaande gemeentelijke archeologische vrijstellingsgrenzen. Er behoeft geen onderzoek te worden uitgevoerd als de verstoringen minder dan 50 cm-mv bedragen (vrijstellingsgrens voor archeologisch onderzoek).

De geplande deeltraject specifieke maatregelen veroorzaken bodemverstoringen die nog niet in detail bekend zijn, maar naar verwachting tot circa 1,00 m-mv diep zullen gaan. Van de geplande faunapassages is nog niet bekend welke omvang (diepteligging en breedte) ze hebben, omdat dit afhankelijk is van de soort fauna die er gebruik van gaat maken. Bekend is echter dat ze onder het bestaande fundatiebed van de N35 door gaan lopen en daarmee dieper dan 1,00 m-mv zullen liggen. Alle geplande deeltraject specifieke maatregelen zullen de bodem tot in de archeologische waardevolle lagen beïnvloeden. Op basis van de archeologische beleidskaart van gemeente Raalte blijkt dat de geplande deeltraject specifieke maatregelen in archeologische gebieden liggen met verschillende archeologische verwachtingen, variërend van laag tot hoog, welke mogelijk vindplaatsen bevatten uit de Late Steentijd tot en met de Nieuwe Tijd. Daardoor kunnen bij alle geplande deeltraject specifieke maatregelen, door de geplande bodemingrepen, mogelijk archeologische waarden worden verstoord. Dit bureauonderzoek is uitgevoerd om, voor de geplande deeltraject specifieke maatregelen, de te verwachten archeologische waarden in kaart te brengen. Dit resulteert in een meer gespecificeerde verwachtingskaart met op basis van het bureauonderzoek aangescherpte verwachtingswaarden.

Tevens worden op de verwachtingskaart de locaties van de deeltrajecten aangegeven en de omvang, de aard en de diepte van de geplande bodemingrepen gespecificeerd. Ook wordt per deeltraject aangegeven welke advieszones er zijn en waar vervolgonderzoek uitgevoerd moet worden en waar mogelijk planaanpassingen noodzakelijk zijn om belangrijke vindplaatsen in situ te kunnen behouden.

Conclusie Het bureauonderzoek toont aan dat alle deeltrajecten een lage, middelhoge en/of hoge archeologische verwachting hebben op vondsten uit alle perioden. De bodem is door agrarische bewerking en de eerdere werkzaamheden aan de N35 mogelijk reeds verstoord van 0,30-1,00 m-mv. De top van het dekzand is bij alle deeltrajecten aanwezig op een diepte van 0,50 m-mv tot 1,00 m-mv. In de top van het dekzand kan, afhankelijk van de bodemkundige situatie, een intacte veldpodzol of haarpodzol aanwezig zijn. Hierop is in veel gevallen vanaf de Late Middeleeuwen of de Nieuwe Tijd een eerdlaag gevormd die dikker is dan 15 cm en zelfs dikker dan 50 cm bij een hoge zwarte of bruine enkeerdgrond. Deze eerdlaag kan, afhankelijk van de dikte, in het verleden mogelijke onderliggende archeologische vindplaatsen hebben beschermd tegen bodemingrepen. Vanwege de vigerende vrijstellingsgrenzen in het archeologiebeleid van de gemeente Raalte is geen aanvullend onderzoek noodzakelijk bij: Deeltraject Heino-Noord Deeltraject Heino-Raalte: maatregel Parallelweg West bij km 16,5 en 16,65 Deeltraject Mariënheem-Oost, en alle faunapassages. Aanvullend onderzoek, is op grond van de overschrijding van de vrijstellingsgrenzen en de middelhoge en hoge archeologische verwachting wel noodzakelijk bij Deeltraject Heino-Raalte, Maatregel Parallelweg Oost tussen km 16,0 en 17,0.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

4 van 73

Project : BO Archeologie Plangebied N35, Deeltrajecten te Heino, Raalte, Mariënheem in de gemeente Raalte Kenmerk : DIR/HAMA/192294

Tevens dient bij het archeologisch onderzoek ter plaatse van deeltraject Mariënheem-Oost, rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van Conventionele Explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Archeologisch onderzoek is daarom niet eerder mogelijk, nadat dit deeltraject is vrijgegeven door een senior OCE deskundige van een WSCS OCE gecertificeerd bedrijf.

Selectieadvies Planaanpassing (behoud in situ) Hamaland Advies adviseert om bij de maatregelen die onderzoeksplichtig zijn een planaanpassing door te voeren, waardoor de bodemingrepen beperkt blijven tot de bouwvoor en/of – indien aanwezig1 - de bovenzijde van het aanwezige esdek tot een maximale diepte van 50 cm-mv, rekening houdend met een bufferzone van circa 20 cm boven het potentiële archeologisch niveau (basis esdek en top dekzand). Hierdoor kunnen mogelijk aanwezige archeologische vindplaatsen in situ behouden blijven2. Een dergelijke planaanpassing kan bijvoorbeeld bestaan uit het beperken van de aanlegdiepte of het verhogen van de aanlegdiepte van de geplande maatregel. Ook kan ervoor gekozen worden om het tracé ter plaatse van de betreffende maatregel te wijzigen en te verleggen tot buiten de archeologisch waardevolle zones. Een dergelijke aanpassing is echter niet aan te raden voor Parallelweg Oost, omdat het verleggen van de locaties van deze maatregel vrijwel niet mogelijk is zonder in gebieden terecht te komen waarvoor een nog hogere archeologische verwachting geldt (dekzandwelvingen en dekzandruggen met een oud landbouwdek) en er dus een grotere kans bestaat op aanwezigheid en dus verstoring van archeologische vindplaatsen.

Indien een planaanpassing niet mogelijk of niet wenselijk is, dan dient een inventariserend veldonderzoek plaats te vinden met verkennende boringen om de mate van intactheid van de bodem en de bodemsamenstelling vast te stellen. Bij de volgende onderzoeksplichtige maatregel is dan een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase noodzakelijk: Deeltraject Heino-Raalte, maatregel Parallelweg Oost tussen km 16,0 en 17,0: 28 boringen tot 0,75 m-mv; Voor een tweetal deeltrajecten is vervolgonderzoek optioneel. Hoewel het gemeentelijk beleid geen vervolgonderzoek voorschrijft, adviseren wij om dit wel te doen, omdat er volgens het door Hamaland Advies uitgevoerde bureauonderzoek een verhoogde trefkans geldt op archeologische vindplaatsen rond historische erven. Dit is met name bedoeld om het risico van het aansnijden van vindplaatsen bij grondwerkzaamheden tijdens de uitvoering (en derhalve vertraging in de voortgang van de werkzaamheden) zoveel mogelijk te voorkomen. Voor vlakelementen geldt een boordichtheid van minimaal 6 boringen per hectare. Voor lijnelementen wordt geadviseerd om in de verkennende fase om de 40 meter een boring te zetten in het hart van het nieuwe tracé. Optioneel: Deeltraject Mariënheem-West: 10 boringen tot 0,75 m-mv; Optioneel: Deeltraject Mariënheem-Oost: 30 boringen tot 0,75 m-mv.

Het doel van een inventariserend booronderzoek (verkennende fase) is de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde verwachting te toetsen. Met dit booronderzoek wordt tevens de mate van intactheid van de bodem en de bodemsamenstelling bepaald. De verkennende boringen worden bij vlakelementen zoveel mogelijk in een driehoeksgrid geplaatst en zullen tot 25 cm in de ongeroerde grond worden doorgezet tot 25 cm in het ongeroerde dekzand. Bij lijnelementen zullen de boringen om de 40 meter in het hart van het nieuwe tracé dienen te worden gezet. De volgende vragen dienen op basis van het verkennend onderzoek beantwoord te worden: • Wat is de bodemopbouw en de mate van intactheid van het bodemprofiel binnen de verschillende gebieden van de maatregel? Kijk daarbij specifiek naar het voorkomen van moderpodzolen met daarop een esdekje, aangezien deze de grootste kans op archeologie bieden. • Waar en tot welke diepte is de bodem verstoord? • In hoeverre zijn er archeologische vindplaatsen in het gebied aanwezig en welke potentie hebben deze vindplaatsen? • Is aanvullend veldonderzoek door middel van karterende boringen en/of proefsleuvenonderzoek noodzakelijk?

1

In de meeste gebieden is dit esdek niet aanwezig. Obv beleid mag (nagenoeg) overal tot 50 cm -Mv verstoord worden. Schriftelijke mededeling van drs. E. Goossens, d.d. 14-09-2017. 2 Ibidem.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

5 van 73

Project : BO Archeologie Plangebied N35, Deeltrajecten te Heino, Raalte, Mariënheem in de gemeente Raalte Kenmerk : DIR/HAMA/192294

Daarnaast adviseert de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) om te onderzoeken wat de potentie is van beekdalbodems voor vegetatiereconstructies. De N35 doorsnijdt een aantal dalen en flanken van dekzandruggen. Dit vergt nadere uitwerking bij het vervolgonderzoek.

Beoordeling selectieadvies en voorbehoud De RCE heeft als adviseur van het bevoegd gezag (Rijkswaterstaat) voor de archeologische procedure, in de periode van 25 september tot 2 november 2017 de resultaten van het conceptrapport, 3 versie 1.4, getoetst. De door Arcadis, op basis van het reactieformulier van de RCE geselecteerde opmerkingen, inclusief de aanvullingen van 14 juli en 28 november 2017 van drs. E. Goossens, senior projectleider van Arcadis, zijn in rapportage, versie 2.1, verwerkt4. Op 22 mei 2018 zijn op verzoek van Arcadis Nederland B.V. (de heer E. Goossens en N. Meijerink) tracéwijzigingen doorgevoerd in de rapportage (versie 2.5). Op 12 april 2019 zijn op verzoek van Arcadis (dhr. K. Mol) aanpassingen verricht aan het rapport versie 2.5. Het gaat dan vooral om kleine 5 aanvullingen en verduidelijkingen en het weghalen van niet geplande maatregelen in tekst en kaarten. Op 10 mei 2019 zijn op verzoek van Arcadis (dhr. K. Mol) aanpassingen verricht aan het rapport versie 2.6. Het gaat dan vooral om aanvullingen, verduidelijkingen en het weghalen van codes van maatregelen en niet geplande maatregelen in tekst en kaarten.6 Volgens procedure wordt dit definitieve rapport door de opdrachtgever aangeboden aan het bevoegd gezag voor toetsing (Rijkswaterstaat) en haar adviseur, de RCE.

Het bevoegd gezag neemt vervolgens een besluit of en in welke vorm vervolgonderzoek noodzakelijk is of niet. Wij wijzen erop dat het besluit van het bevoegd gezag af kan wijken van het selectieadvies dat door Hamaland Advies afgegeven is. Op grond van dit besluit, dient voor de deeltrajecten waar vervolgonderzoek noodzakelijk is, een Plan van Aanpak voor verkennend booronderzoek te worden opgesteld en te worden getoetst door de RCE. Daarna kan het booronderzoek worden uitgevoerd. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en bij de gemeente Raalte (mw. drs. M. Nieuwenhuis).

3

Rapportage BO N35 te Dalfsen Raalte Hellendoorn v1 4 22-09 EG 31-10 opm RCE.pdf Kopie van N35 WN reactieformulier KM-EG.xlsx Rapportage BO N35 te Dalfsen Raalte Hellendoorn v2_opmKM(1).pdf en Commentaar Archeologie (CL)_KM.xlsx 6 Rapportage BO N35 te Raalte v26_opm.pdf 4 5

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

6 van 73

Project : BO Archeologie Plangebied N35, Deeltrajecten te Heino, Raalte, Mariënheem in de gemeente Raalte Kenmerk : DIR/HAMA/192294

1.

Inleiding

1.1

Inleiding en onderzoekskader Hamaland Advies heeft in opdracht van Envita Almelo en Arcadis Nederland een archeologisch bureauonderzoek conform protocol BRL SIKB 4002 uitgevoerd voor de herinrichting van de N35 te Heino, Raalte en Mariënheem, liggende in de gemeente Raalte. De herinrichting is bedoeld om de veiligheid op de N35 te bevorderen. Het tracé heeft vier deeltrajecten: Heino-Noord, Heino-Raalte, Mariënheem-West, Mariënheem-Oost (zie Afbeelding 1). Er zijn algemene maatregelen op het hele traject gepland en specifieke maatregelen op deeltrajecten gepland die gerelateerd zijn aan specifieke knelpunten / ongevalscijfers. De algemene maatregelen zijn: • verwijderen van obstakels dicht bij de weg; • blokkeren van doorsteken in de berm tussen hoofdweg en parallelweg; • verplaatsen van oversteekplaatsen in recreatieve routes. Hiervoor wordt binnen het bestaande wegvak, aan het bestaande wegdek en de berm gewerkt. Er worden geen grondwerken verricht die een (nieuwe) verstoring in de bodem veroorzaken. Hierdoor blijft de verstoring binnen de grenswaarden van de bestaande gemeentelijke archeologische vrijstellingsgrenzen. Er behoeft geen onderzoek te worden uitgevoerd als de verstoringen minder dan 50 cm-mv bedragen.

De geplande deeltraject specifieke maatregelen veroorzaken bodemverstoringen die nog niet in detail bekend zijn, maar naar verwachting tot circa 1,00 m-mv diep zullen gaan. Van de geplande faunapassages is nog niet bekend welke omvang (diepteligging en breedte) ze hebben, omdat dit afhankelijk is van de soort fauna die er gebruik van gaat maken. Bekend is echter dat ze onder het bestaande fundatiebed van de N35 door gaan lopen en daarmee dieper dan 1,00 m-mv zullen liggen. Alle geplande deeltraject specifieke maatregelen zullen de bodem tot in de archeologische waardevolle lagen beïnvloeden. Op 4 deeltrajecten zijn in de gemeente Raalte, de volgende deeltraject specifieke maatregelen gepland7: Deeltraject Heino-Noord • Opheffen perceelontsluitingen, aanleg noordelijke parallelweg en aanleg gebundeld kruispunt Deeltraject Heino-Raalte: • Aanleg parallelweg oostzijde N35, met gebundeld kruispunt en opheffen perceelontsluitingen en aansluiting; Aanleg parallelweg oostzijde N35 in combinatie met gebundeld kruispunt, opheffen perceelontsluitingen en aansluiting, tussen km 16,0 en 17,0. (Hierna te noemen Parallelweg Oost) • Aanleg parallelweg westzijde N35 met gebundeld kruispunt, opheffen perceelontsluitingen, en aanpassen kruispunt Knapenveldsweg, bij km 16,5 en 16,65 met een oppervlakte van ca.14.100 m².

(Hierna te noemen Parallelweg West) • 4 faunapassages; Deeltraject Mariënheem-West: • Opheffen aansluiting Schoonhetenseweg-N35; Deeltraject Mariënheem-Oost: • Afsluiten aansluiting Keizersveldweg, opheffen perceelontsluitingen en realisatie parallelweg noordzijde (inclusief aanpassing spooroverweg). Afwikkeling via kruispunt Hobert.

7

Stand van zaken per mei 2018

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

7 van 73

Project : BO Archeologie Plangebied N35, Deeltrajecten te Heino, Raalte, Mariënheem in de gemeente Raalte Kenmerk : DIR/HAMA/192294

Deeltraject Heino-Noord

Faunapassage km 15,86 Deeltraject Heino-Raalte: Parallelweg Oost en West

Faunapassage km 16,62 Faunapassage km 17,28 Faunapassage km 17,62

Deeltraject Mariënheem-West

Deeltraject Mariënheem-Oost

Afbeelding 1: Topografische kaart met de geplande deeltraject specifieke maatregelen op de N35 in de gemeente Raalte in de blauwe kaders

Op basis van de provinciale verwachtingskaart van Overijssel en de archeologische beleidskaart van de gemeente Raalte8 blijkt dat de geplande maatregelen in archeologische gebieden liggen met verschillende archeologische verwachtingen, variërend van laag tot hoog, welke mogelijk vindplaatsen bevatten uit de Late Steentijd tot en met de Nieuwe Tijd. Daardoor kunnen bij alle geplande deeltraject specifieke maatregelen, door de geplande bodemingrepen mogelijk archeologische waarden worden verstoord. Dit bureauonderzoek is uitgevoerd om, voor de afzonderlijke geplande deeltraject specifieke maatregelen, de te verwachten archeologische waarden in kaart te brengen. Dit resulteert in een meer gespecificeerde verwachtingskaart met op basis van het bureauonderzoek, aangescherpte verwachtingswaarden. Tevens worden op de verwachtingskaart (zie Bijlage 2) de locaties van de deeltrajecten aangegeven en de omvang, de aard en de diepte van de geplande bodemingrepen gespecificeerd. Ook wordt per deeltraject aangegeven welke advieszones er zijn en waar vervolgonderzoek uitgevoerd moet worden en waar mogelijk planaanpassingen noodzakelijk zijn om belangrijke vindplaatsen in situ te kunnen behouden. De toetsing van het eerste conceptrapport heeft op 14 september 2017 plaatsgevonden door drs. E. Goossens (senior projectleider Arcadis Nederland). De aanvullingen en opmerkingen van dhr.

Goossens zijn verwerkt in het tweede concept, dat door de opdrachtgever is aangeboden aan het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag en haar adviseur, de RCE, hebben de resultaten van het archeologisch conceptrapport, versie 1.4, aansluitend getoetst.9 De opmerkingen zijn op basis van het reactieformulier van Arcadis in de definitieve rapportage, versie 2.0, verwerkt10. In april 2018 is Hamaland Advies benaderd om een aantal doorgevoerde wijzigingen in het tracé en de maatregelen te reflecteren in het rapport. Deze wijzigingen zijn dan ook opgenomen in onderliggende rapportage. Op 12 april 2019 zijn op verzoek van Arcadis (dhr. K. Mol) aanpassingen verricht aan het rapport versie 2.5. Het gaat dan vooral om kleine aanvullingen en verduidelijkingen en het weghalen van niet 11 geplande maatregelen in tekst en kaarten.

8

Bolding, H., Nieuwenhuis, M. 2010, bestand Beleidsadvieskaart 21 juni 2010.pdf Rapportage BO N35 te Dalfsen Raalte Hellendoorn v1 4 22-09 EG 31-10 opm RCE.pdf Kopie van N35 WN reactieformulier KM-EG.xlsx 11 Rapportage BO N35 te Dalfsen Raalte Hellendoorn v2_opmKM(1).pdf en Commentaar Archeologie (CL)_KM.xlsx 9

10

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

8 van 73

Project : BO Archeologie Plangebied N35, Deeltrajecten te Heino, Raalte, Mariënheem in de gemeente Raalte Kenmerk : DIR/HAMA/192294

Op 10 mei 2019 zijn op verzoek van Arcadis (dhr. K. Mol) aanpassingen verricht aan het rapport versie 2.6. Het gaat dan vooral om aanvullingen, verduidelijkingen en het weghalen van codes van maatregelen en niet geplande maatregelen in tekst en kaarten.12

1.2

Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek Het doel van het bureauonderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden in en om de deeltrajecten. Op basis van de verworven informatie wordt een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. De volgende vragen zullen, indien mogelijk, beantwoord worden: • Wat is de bodemopbouw en de vermoedelijke intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied? Daarbij wordt specifiek gelet op het voorkomen van moderpodzolen met daarop een esdekje, aangezien deze bodems de grootste trefkans op archeologie bieden. • Waar en tot hoe diep is de bodem verstoord? • In hoeverre zijn er archeologische vindplaatsen in het gebied aanwezig en de welke potentie hebben zij. Het antwoord op deze vragen zal worden verwerkt in een specifiek archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied, waarbij aangegeven zal worden: • Is aanvullend veldonderzoek door middel van boringen en/of proefsleuvenonderzoek noodzakelijk?

1.3

Werkwijze Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (protocol 4002; Bureauonderzoek, KNA, versie 4.0) en bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Afbakenen Plan- en onderzoeksgebied, vermelden overheidsbeleid, vaststellen consequenties toekomstig gebruik (KNA-LS01) 2. beschrijving van het huidig gebruik (KNA LSO2); 3. beschrijving van de historische situatie en de mogelijke verstoringen KNA LSO3); 4. beschrijving van de bekende archeologische, ondergrondse bouwhistorische en aardwetenschappelijk kenmerken (KNA LSO4); 5. het opstellen van een specifieke verwachting en formulering onderzoeksstrategie (KNA LSO5). Om tot een gefundeerd archeologisch verwachtingsmodel te komen is voor het onderzoek relevant bronnenmateriaal geraadpleegd. Door informatie uit verschillende invalshoeken samen te voegen ontstaat de mogelijkheid dwarsverbanden te leggen tussen de diverse brontypen en aan de hand hiervan een geïntegreerd archeologisch verwachtingsmodel op te stellen.

De volgende bronnen zijn geraadpleegd: • Archis, het geautomatiseerde archeologische informatiesysteem voor Nederland; • geomorfologisch, geologische, bodemkundig, topografisch en historisch kaartmateriaal; • Archeologische beleidskaart gemeente Raalte; • archeologische rapporten en publicaties; • informatie van de Archeologische Werkgemeenschap Nederland (AWN13, per email aangevraagd op 30-08-2017). Deze bronnen zijn geraadpleegd omdat het primaire bronnen betreft. Zie voor de specificatie van deze bronnen de voetnoten in de tekst, de literatuurlijst voor rapporten en geraadpleegde websites. Voorafgaand aan het onderzoek is afstemming gezocht met de regioarcheoloog van de gemeente Raalte, mw. drs. M. Nieuwenhuis.14 Zij heeft aangegeven op het moment dat de plannen onderdeel worden van het bestemmingsplan of een bestemmingsplanwijziging graag betrokken te willen worden 15 in de planvorming . Tevens is overleg gevoerd over de opdracht en de afbakening van het onderzoeksgebied met mw. I. de Jongh en dhr. N. Meijerink van Arcadis en dhr. W. Haan van Envita Almelo.16 De resultaten van dit overleg zijn verwerkt in deze rapportage.

12

Rapportage BO N35 te Raalte v26_opm.pdf AWN: Archeologische Werkgemeenschap Nederland afdeling 18: Zuid Salland, IJsselstreek en Oost Veluwe Contactpersoon: Jan Kleinen, secretaris, e-mail: j.kleinen@hetnet.nl 14 Email 28-08-2017 van HamalandAdvies aan M. Nieuwenhuis 15 Telefonisch overleg tussen dhr. E. van der Kuijl en mw. M. Nieuwenhuis, november 2017 en 5/12-2017. 16 Overleg in 2017 tussen dhr. E. van der Kuijl, mw. I. de Jong, N. Meijerink en W. Haan, d.d. 25/8, 28/8, 29/8, 30/8, 5/9, 13/9, 18/9, 23/9-2017. 13

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

9 van 73

Project : BO Archeologie Plangebied N35, Deeltrajecten te Heino, Raalte, Mariënheem in de gemeente Raalte Kenmerk : DIR/HAMA/192294

1.4

Beleidskaders Rijksbeleid In 1992 werd in Valetta door de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen het 'Europees Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed', beter bekend onder de naam 'Verdrag van Malta', ondertekend. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg (thans Erfgoedwet) is op 1 september 2007 in werking getreden. De nieuwe wet heeft zijn beslag gekregen via een wijziging van de Monumentenwet 1988, aanpassingen in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en enkele andere wetten en met de invoering van de Wabo (2010). Met de nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg is het accent komen te liggen op het streven naar het behoud en beheer van archeologische waarden in de bodem (in situ) en het beperken van (de noodzaak van) archeologische opgravingen. Uitgangspunt van het nieuwe beleid is tevens het principe 'de verstoorder betaalt'. Bescherming van het archeologisch erfgoed kan onder meer vorm krijgen door in bestemmingsplannen regels ter bescherming van bekende en te verwachten archeologische waarden op te nemen. In de regelgeving is vastgelegd dat in het kader van een omgevingsvergunning van de aanvrager geëist kan worden dat hij een rapport overlegt waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein voldoende is vastgesteld.

Voor de toetsing van archeologische waarden is een archeologisch bestel ontwikkeld, waarmee de archeologische waarde van een terrein bepaald kan worden door middel van een getrapt systeem van onderzoek. In het kader van het vrijstellingsbesluit volstaat in eerste instantie een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO-O). Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van toepassing. De Erfgoedwet harmoniseert bestaande wet- en regelgeving, schrapt overbodige regels en legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed zoveel mogelijk bij het erfgoedveld zelf: musea, collectiebeheerders, archeologen, eigenaren en overheden. Bepaalde onderdelen van de wettelijke bescherming van het cultureel erfgoed verhuizen naar de nieuwe Omgevingswet. De vuistregel hierbij is: duiding van erfgoed in de Erfgoedwet, omgang met erfgoed in de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet. Convenant tussen RCE en Rijkswaterstaat De opdracht vindt plaats conform het convenant dat RCE en Rijkswaterstaat in 2007 afgesloten hebben (herzien in 2016).

In het “Convenant inzake archeologie tussen Rijkswaterstaat en de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten” (RACM, thans Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) en de “Rijkswaterstaat Brede Afspraak Archeologie” van 7 oktober 2016, is vastgelegd dat Rijkswaterstaat optreedt als opdrachtgever voor het archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek) en verantwoordelijk is voor het opstellen van een Archeologisch Programma van Eisen ten aanzien van dit vooronderzoek (convenant art. 2.3 lid 3). Na afronding van het archeologisch vooronderzoek en op basis van het Archeologisch Selectiebesluit van het bevoegd gezag besluit Rijkswaterstaat over de noodzaak van archeologisch vervolgonderzoek (opgraving, begeleiding en/of fysieke bescherming) (convenant art. 2.3 lid 5). Na afronding van het archeologisch vooronderzoek besluit Rijkswaterstaat of en in welke mate (geheel of gedeeltelijk) het archeologisch vervolgonderzoek deel uitmaakt van een geïntegreerd contract met de opdrachtnemer (convenant art. 2.3.a). Leidraad Archeologie en Infrastructuur Rijkswaterstaat heeft in 2009 door Vestigia een leidraad op laten stellen voor de omgang met archeologie in infrastructurele werken. Belangrijk aspect hierin is de milieueffectrapportage (m.e.r.).

De resultaten van de m.e.r.-procedure vormen een integraal onderdeel van het besluitvormingsproces. Bij de meeste m.e.r.’s kan worden volstaan met een archeologisch bureauonderzoek. Een bureauonderzoek kan in het kader van de m.e.r. over het algemeen echter best voldoende uitsluitsel bieden, mits daarin óók duidelijk wordt aangeven17: • Waar eventuele kennislacunes bestaan en hoe deze in de volgende fasen van het project opgevuld gaan worden; • Welke mitigerende maatregelen mogelijk zijn om in de uitvoeringsfase archeologische waarden te ontzien; • Hoe de besluitvorming zal verlopen over het al dan niet onderzoeken, inpassen of anderszins beschermen van archeologische waarden.

17

Leidraad Archeologie en Infrastructuur, 2009.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

10 van 73

Project : BO Archeologie Plangebied N35, Deeltrajecten te Heino, Raalte, Mariënheem in de gemeente Raalte Kenmerk : DIR/HAMA/192294

Provinciaal Beleid Het provinciaal beleid van Overijssel t.a.v. cultuurhistorie en archeologische monumentenzorg is vastgelegd in de Omgevingsvisie Overijssel en bijbehorende Omgevingsverordening. De hoofddoelen van het provinciaal archeologisch beleid zijn: • De archeologische objecten, historisch landschap en gebouwde elementen (cultureel erfgoed) zijn de fysieke neerslag van menselijke activiteiten in het verleden. Het beleid gericht op het behoud c.q. de bescherming van deze voor Overijssel unieke waarden; • Bij ontwikkelingen van functies aansluiten bij de waarden van cultureel erfgoed (archeologie, historisch landschap, monumenten). Dit betekent dat in een vroeg stadium van ruimtelijke planvorming de belangen van de archeologie moeten worden meegenomen; • Het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem ter plekke (in situ); • Financiële consequenties zijn in beginsel voor de initiatiefnemer; • Duurzaam behoud en beheer van het archeologisch erfgoed ex situ (het depot), als behoud in situ onmogelijk blijkt.

Gemeentelijk Beleid Met de invoering van de Wet op de archeologische monumentenzorg in 2007 is de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief gedelegeerd aan gemeenten. De gemeenteraad van de 18 gemeente Raalte heeft haar archeologische verwachtingskaart in 2010 vastgesteld. Aan de kaart zijn ook beleidsadviezen gekoppeld. De kaart is onderdeel van de archeologienota “Ondergronds bovengronds beleven”. Namens gemeente Raalte is mw. drs. M. Nieuwenhuis betrokken bij de toetsing van het aspect archeologie in ruimtelijke projecten.

18

Bolding, H., Nieuwenhuis, M. 2010, bestand Beleidsadvieskaart 21 juni 2010.pdf

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

11 van 73

Project : BO Archeologie Plangebied N35, Deeltrajecten te Heino, Raalte, Mariënheem in de gemeente Raalte Kenmerk : DIR/HAMA/192294

1.5

Administratieve gegevens Tabel 1: Gegevens deeltrajecten

19

Opdrachtgever Uitvoerder en documentatie Bevoegd gezag

Arcadis Nederland B.V. Beheer

en

plaats

Toetser namens Rijkswaterstaat Toetser namens gemeente Raalte

Hamaland Advies Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem Rijkswaterstaat en Gemeente Raalte Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Provincie; Plaats; Gemeente

drs. Marijke Nieuwenhuis, Regioarcheoloog Aan de Stadsmuur 79-83 Postbus 531 8000 AM Zwolle 06-29325570 | 038-4213257 e-mail: marijke.nieuwenhuis@hetoversticht.nl Overijssel; Heino, Raalte, Mariënheem; Raalte

Adres, Toponiem

N35 km 10,9-25,7

Kaartblad 1:50.000 X,Y-coördinaten deeltrajecten

27O, 28A, 28C 20

Deeltraject Heino-Noord km 10,9-11,3 Gemeente Raalte (Bladnr. 1) Deeltraject Heino-Raalte, Parallelweg Oost en Parallelweg West km 15,86-17,62 Gemeente Raalte (Bladnr. 2) Deeltraject Mariënheem-West, km 22,9-23,0 Gemeente Raalte (Bladnr. 3) Deeltraject Mariënheem-Oost, km 24,5-25,7 Gemeente Raalte (Bladnr. 3) CIS code/Archis onderzoekmeldingsnummer Lengte en oppervlakte Huidig grondgebruik

X NO 210.588 NW 210.551 ZO 212.241 ZW 212.225 NO 213.424 NW 213.380 ZO 214.999 ZW 214.966 NO 218.674 NW 216.551 ZO 218.673 ZW 216.523 NO 221.461 NW 218.674 ZO 221.456 ZW 218.673 4564483100

Y 497.796 497.769 495.866 495.816 493.865 493.870 490.630 490.600 488.600 489.069 488.555 489.038 487.551 488.600 487.506 488.555

verschillend, zie bij maatregelen en faunapassages

Toekomstig grondgebruik

Alle maatregelen: Bebouwing, tuin, parkeerplaats, akker, weidegebied, fietspad Alle maatregelen: weg en faunapassages onder de weg

Bodemtype

verschillend, zie bij maatregelen

Geomorfologie

verschillend, zie bij maatregelen

Geologie

Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden

Periode

Alle perioden

19 20

Archis3 en opdrachtgever Archis3 voor coördinaten en deeltrajecten via Situatietekening N35WN-16-08-17-Blad 01/02/03/04.pdf

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

12 van 73

Project : BO Archeologie Plangebied N35, Deeltrajecten te Heino, Raalte, Mariënheem in de gemeente Raalte Kenmerk : DIR/HAMA/192294

2

Bureauonderzoek en verwachtingsmodel

2.1

Landschapsgenese Geologie

De 4 deeltrajecten zijn gelegen in het Overijssels-Gelders zandgebied21 tussen de IJsselvallei en de stuwwal van de Sallandse heuvelrug.22 In de laatste ijstijd, het Weichselien (120.000-11.700 jaar geleden), bereikte het landijs Nederland niet. Tijdens het Pleniglaciaal veranderde het landschap in een open taiga-achtig landschap met vlechtende rivieren, geïsoleerde bosopstanden, dwergstruiken, heide en kruiden. Gedurende het Weichselien raakten de diverse dalsystemen voor een belangrijk deel opgevuld met smeltwaterafzettingen, veen en klei. Tussen 32.500 en 19.000 jaar geleden werd het steeds droger en kouder. Na de laatste IJstijd ontstond het huidige landschap. De afzettingen in het onderzoeksgebied (N35) zijn ontstaan in de laatste ijstijden, het Saalien en het Weichselien. Gedurende het Saalien werd landijs vanuit het noorden in zuidelijke richting opgestuwd. Hierbij werden diepe dalen uitgeschuurd en is zowel op de hoogten als in de dalen fluvioglaciaal zand afgezet. Tijdens de Weichsel-ijstijd heeft het ijs ons land niet bereikt. Wel was het ook toen zeer koud. De ondergrond bleef het gehele jaar permanent bevroren, terwijl de bovengrond ‘s zomers enkele decimeters ontdooide. Zomers kwamen er grote hoeveelheden smeltwater vrij. Hierin werd veel zand over grote afstanden meegevoerd.

Dit zogenaamde fluvio-periglaciale zand werd tenslotte in de lage gebieden afgezet, bekend onder de naam ‘Formatie van Kreftenheye’. Een dergelijk koud klimaat is zeer droog. Hierdoor ontstonden sneeuw- , zand- en stofstormen. Het uitgestoven zand werd weer afgezet als een zanddek van vrij uniforme samenstelling, bekend onder de naam ‘Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden’. Het wordt daarom dekzand genoemd. Het is afgezet in de vorm van meestal van zuidwest naar noordoost gerichte zandruggen, de in Nederland heersende windrichting volgend. Op de hoge en droge dekzandruggen was akkerbouw mogelijk, echter de bodem was arm aan grondstoffen. Zodoende was men gedwongen om ook vee te houden, voor de bemesting. Het vee kon grazen op de lager gelegen gronden en werd ’s winters op stal (potstal) gehouden en gevoerd met gerst en hooi. Dit leidde tot gemengde bedrijven. Op de heidevelden werden plaggen gestoken. Deze werden vermengd met mest op de akkers gebracht om de vruchtbaarheid op peil te houden. Deze techniek leidde tot het ontstaan van homogene, humushoudende bovengronden, die als het humusdek dikker is dan 50 cm, esdekken genoemd worden.

2.2

Bodemtypes in relatie tot locatiekeuze De vestigingskeuze van mensen is sterk afhankelijk van het landschap. Aan bepaalde landschappelijke parameters kan in alle archeologische perioden een vergelijkbare verwachting worden gekoppeld. In het stuwwallenlandschap zijn het vooral gebieden met markante landschappelijke gradiënten waarvoor een hoge archeologische verwachting voor alle perioden geldt. Dit zijn bijvoorbeeld de beekdalen en de overgangszone van de hoge stuwwal naar het lager gelegen dal van de IJssel. Toch zijn er in de loop van de tijd ook duidelijke verschillen in locatiekeuze te onderscheiden. Meest markant zijn deze verschillen tussen jager-verzamelaars enerzijds en landbouwers anderzijds23.De sterke voorkeur voor landschappelijke overgangssituaties (gradiënten) geldt als enige 'meetbare' factor voor de mogelijke aanwezigheid van archeologische resten van jager-verzamelaars op grond waarvan een ruimtelijk voorspellingsmodel kan worden opgebouwd. Gebieden met een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen van jager-verzamelaars zijn: flanken van beekdalen, droge dalen, vennen en andere depressies; dekzandopduikingen (ruggen en koppen) in verder natte, laaggelegen terreinen; stuwwalranden en het dekzandlandschap. Hierbinnen is eventueel een verdere onderverdeling te maken in watervoerende, moerassige of droge gradiëntovergangen.

Voor de overige gebieden geldt in principe een lage archeologische verwachting voor vindplaatsen van jager-verzamelaars. Met de introductie van de landbouw in de loop van het Neolithicum stelde de mens geleidelijk andere eisen aan zijn landschappelijke omgeving. De locatiekeuze werd steeds meer bepaald door de mate waarin gronden geschikt waren voor de akkerbouw. Een eerste randvoorwaarde om akkers te kunnen

21

Archis3 Berendsen 2008 23 Roode, 2009, 96. 22

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

13 van 73

Project : BO Archeologie Plangebied N35, Deeltrajecten te Heino, Raalte, Mariënheem in de gemeente Raalte Kenmerk : DIR/HAMA/192294

aanleggen, is dat de grond niet te nat is. Waarschijnlijk is dan ook dat de eerste neolithische landbouwers alleen op de hoger gelegen delen en langs de flanken van de stuwwal akkers konden aanleggen. Maar ook in het hoger gelegen stuwwallenlandschap komen plaatselijk, als gevolg van ondoorlatende lagen (o.a. ijzeroerbanken) en/of kwelsituaties, nattere gebieden voor, die minder aantrekkelijk zijn voor landbouwende samenlevingen. Deze worden veelal gekenmerkt door het voorkomen van veldpodzol. Lemiger bodems zijn vruchtbaarder en minder stuifgevoelig en daarom aantrekkelijker voor (prehistorische) landbouwactiviteiten. Met name de bodems met een laar- en holtpodzolprofiel hebben zeer gunstige landbouwkundige eigenschappen (vruchtbaar, iets siltig, goed bewerkbaar en gunstige grondwaterhuishouding). Ten opzichte van zandige gronden zijn kleiige, sterk lemige of venige bodems zonder technische middelen zeer moeilijk te bewerken. Ook gronden met stagnerende lagen (moer, klei en leem) zijn moeilijk te bewerken en niet aantrekkelijk geweest voor de eerste landbouwers. Deze hadden tot in de Romeinse Tijd niet de beschikking over een keerploeg om de grond te 'breken' en om te werken24. Pas met de invoering van de landbouwmechanisatie worden ook de marginale zwaardere gronden goed bereikbaar voor landbouwactiviteiten.

Dit betreft over het e e algemeen de jongere ontginningen uit de 19 en het begin van de 20 eeuw.

2.3

Bepaling gespecificeerde verwachting Bij het bepalen van de gespecificeerde archeologische verwachting per deeltraject is in dit bureauonderzoek gekeken naar het in het specifieke deeltraject aanwezige bodemtype in combinatie met de grondwaterstand en de hoogteligging op de AHN. Op grond van de historische ontwikkeling van het deeltraject is vervolgens bepaald of er sprake kan zijn van de aanwezigheid van een oud landbouwdek (eerdlaag) die een conserverende werking kan hebben gehad op eventuele onderliggende archeologische vindplaatsen. Aan de hand van een screening van de gegevens in Archis3 (landelijke archeologische database) is vervolgens in een straal van 500 meter rondom de betreffende maatregel gekeken naar het voorkomen van vondstmeldingen of onderzoeken waarin vindplaatsen zijn aangetroffen en zo ja uit welke periode (bijvoorbeeld Bronstijd of Nieuwe Tijd). Op grond hiervan is in vergelijking met de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Raalte bepaald of sprake is van een lage, middelhoge of hoge archeologische verwachting in de betreffende deeltrajecten van de N35. Waar nodig wordt geacht, is de specifieke archeologische verwachting gemotiveerd naar boven of beneden bijgesteld.

24

Roode, 2009, 98, Slicher van Bath, 1960.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

14 van 73

Project : BO Archeologie Plangebied N35, Deeltrajecten te Heino, Raalte, Mariënheem in de gemeente Raalte Kenmerk : DIR/HAMA/192294

3

Beknopte historie van Heino, Raalte, Mariënheem

3.1

Heino De eerste vermelding van Heino staat in een oorkonde van bisschop Otto III van Utrecht uit 1236. De titel van de oorkonde luidt: "Van der kercken van der Hayne ende van tenden (belastingen in natura)". 25 In de oorkonde deelt de bisschop mee, dat hij een deel van de inkomsten van de kerk van Heino schenkt aan het Benedictinessenklooster Mariënbergberg, dat drie jaar eerder aan het Zwartewater bij Hasselt was gesticht. In de Sallandse hoevenlijst van ca. 1300 worden onder de ‘marka Heyne’ al zo'n dertig boerderijen genoemd, maar van een dorp is dan nog geen sprake, want de eerste bewoners vestigen zich op de oostwest liggende dekzandrug, die vanaf de Brink (bij het zwembad), via de Kerkbrink (rondom de NH kerk) en de Sikkenbrink (hoek Canadastraat-Vlaminckhorstweg) aansluit op de grotere dekzandrug van de Zandsteeg (Lemelerveld-Laag-Zuthem). Zowel ten noorden als ten zuiden van de dekzandrug liggen natte, moerassige gebieden, die hoogstens geschikt zijn als hooi-of grasland. Van een dorp is meer en meer sprake vanaf de late middeleeuwen, maar vooral sinds de zeventiende eeuw. Vanaf die tijd vestigen velen zich als ambachtsman of neringdoende in de buurt van de NH kerk, het toenmalige centrum van de plattelandssamenleving.26

3.2

Raalte Over de oorsprong van de naam Raalte bestaat geen duidelijkheid. Dat er in de vroege Middeleeuwen al sprake moet zijn geweest van bewoning, kunnen we afleiden uit het bestaan van kroondomeinen bij Raalte in eigendom bij de Karolingers in Tongeren,. De oudste vermelding van de kerk van Raalte dateert waarschijnlijk uit het begin van de 12e eeuw.27 Vermoed word dat het eerste kerkje werd gesticht tijdens of vlak vóór de eerste kruistocht (1096-1099).28 In 1474 had het dorp 15 huizen, waarvan er 7 door paupers werden bewoond.29 De landbouw in het gebied concentreerde zich op de wat hoger gelegen gronden. De veeteelt vond doorgaans plaats op de naastgelegen lagere gebieden. De manier van bemesting, het vermengen van mest en plaggen zorgen voor een geleidelijke ophoging van de landbouwgronden, de essen of enken. Deze ontstaan vanaf ongeveer de 5e eeuw na 30 Christus. De trefkans op archeologische resten zijn op een dergelijke enk doorgaans vrij goed. Door voortdurende ophoging blijft immers veel van voorgaande perioden bewaard in de diepere lagen. Op de voornaamste enk, de Raalter Enk, hebben sinds de jaren vijftig van de 20e eeuw diverse bouwactiviteiten plaatsgevonden, waardoor het bodemprofiel deels verstoord is. Veel gronden waren lange tijd onontgonnen. De woeste gronden werden in het oosten van ons land doorgaans beheerd door de Marke.

Dit was een organisatie van de boeren, die op deze manier gezamenlijk het kappen van hout, maar ook de waterstaat regelden. Raalte telde maar liefst vijf Marken, waarvan de laatste in 31 1869 werd opgeheven. Het ‘dekzandeiland’ van Raalte vormt een microregio waarin veel archeologische vindplaatsen bekend zijn. Resten uit het Neolithicum in de omgeving van Raalte zijn vooral bekend door de vele losse vondsten van Neolithische bijlen, zoals bij Broekland, Luttenberg en ten zuidoosten van de Telgen. Haardkuilen uit de overgangsperiode van het Mesolithicum naar het Vroeg-Neolithicum zijn bekend 32 van de Kaamp. Het gaat hierbij vermoedelijk om kortstondige kampementen die op een dekzandverhoging in de nabijheid van een lager gelegen (moerasachtig) landschap gelegen waren. Op grond van vondsten van vuurstenen artefacten worden verder vergelijkbare kampementen verwacht op 33 de Boetelerenk en aan de zuidrand van Heeten (Veldegge ). Op grond van pollenanalyse uit het plangebied Hordelman kan geconcludeerd worden dat op de overgang van het Laat-Neolithicum naar de Vroege Bronstijd sprake moet zijn geweest van een half open landschap.34 Sporen uit de Late Bronstijd en Vroege IJzertijd komen in Raalte voor in Raalte-Noord, Raalte de Zegge IV, Raalte-de Zegge VI (Boetelerenk) en in Heeten-zuid (Hordelman en Telgen).

25

http://old.regiocanons.nl/overijssel/salland/heino/st-nicolaaskerk http://www.historischeverenigingheino.nl/geschiedenis_heino.html Thielen, 1981, pp.11-13. Thielen zet ook uiteen welke twijfels er bestaan betreffende de authenticiteit van de oorkonde. 28 Thielen, 1981 p.17 29 Hannink, 1978?), p.24 30 Hannink, 1969, inleiding. 31 Barends, 1992, p.17 32 Velde van der, H.M. 2011 33 Bouma, N. en J. Brijker, 2009 34 Velde van der, H.M. 2011 26 27

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

15 van 73

Project : BO Archeologie Plangebied N35, Deeltrajecten te Heino, Raalte, Mariënheem in de gemeente Raalte Kenmerk : DIR/HAMA/192294

Behalve urnenvelden zijn enkele boerderijplattegronden aangetroffen.35 De Raalterenk, een dekzandeiland met een omvang van oorspronkelijk circa 50 ha, heeft hierin mogelijk een centrale rol gespeeld. Op grond van de ontwikkeling van de bewoning, lijkt in de periode van de Vroege naar de Midden IJzertijd sprake te zijn van een sterke bevolkingstoename. Op grond van recent onderzoek kan gesuggereerd worden dat de Raalter Enk vrij continu bewoond moet zijn geweest, in ieder geval vanaf de Bronstijd. Sporen uit de Midden-IJzertijd zijn niet aangetroffen, wel aardewerkscherven uit deze 36 periode, zodat verwacht mag worden dat in deze periode bewoning heeft plaatsgevonden. Op grond van eerdere onderzoeken in Raalte op Heveaterrein37 en op De Enk38, is vast komen te staan dat na de Vroeg Romeinse tijd sprake is van discontinuïteit in de bewoning op de Raalter Enk en Boetelerenk. De oorzaak hiervan zou vooral te wijten zijn aan bodemdegradatie, waar door verdroging en versnelde podsolisatie de bewoning zich noodgedwongen verplaatste van de leemarme naar de leemrijke zandgronden. Kenmerkend voor Salland is dat veel nederzettingslocaties uit de Late IJzertijd/Vroeg-Romeinse tijd e e e tegen het einde van de 1 eeuw of het begin van de 2 eeuw verlaten worden. Pas vanaf de 10 eeuw 39 komen opnieuw bewoningsresten voor.

3.3

Mariënheem Het ontstaan van Mariënheem als dorp was aanvankelijk niet zo gepland. Het dorp is ontstaan dankzij de bouw van de R.K. kerk de O.L.V. ten Hemelopneming in 1937. Daarvoor hoorden de streekbewoners bij de parochie Haarle of bij Raalte. Op 10 aug. 1936 werd door de Aartsbisschop de zeer eerwaarde heer W.J. de Jong tot bouwpastoor benoemd, die zich vestigde in het R.K. Zieken- en Verzorgingshuis te Raalte. Als architect werd aangetrokken de heer G. Leeuwenberg te Utrecht.40 Hierna volgden een R.K. basisschool en kwamen er meer bewoners naar het gebied. Zo kwam er o.a. een smid, een kruidenier, enzovoort. Aanvankelijk waren geestelijken van de naburige plaatsen niet zo blij met de stichting van de parochie te Mariënheem. Deze zou immers parochianen van hen overnemen. De kerk is een driebeukige pseudobasiliek met een ingangsportaal onder een zadeldak. e Nabij de kerk staan een openluchtkapel uit circa 1937 en een laat-19 eeuws beeld van Maria met 41 Kind.

35

Velde van der, H.M. 2011 Helmich, C en H. Kremer, 2005. 37 Kremer, H. en E.E.A. van der Kuijl (red.), 2006 38 Helmich, C en H. Kremer, 2005 39 Velde, H.M. van der (red.), 2007 40 Omnihuus” Mariënheem, 2016 presentatie Onze Lieve Vrouwe ten Hemelopneming Marienheem (2016) 41 Mierlo van, 2012 36

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

16 van 73

Project : BO Archeologie Plangebied N35, Deeltrajecten te Heino, Raalte, Mariënheem in de gemeente Raalte Kenmerk : DIR/HAMA/192294

4

Deeltrajecten en geplande deeltraject specifieke maatregelen

4.1

Inleiding De deeltrajecten met de geplande deeltraject specifieke maatregelen zijn in de navolgende paragrafen uitgewerkt. De aspecten geologie, geomorfologie, hoogteligging en grondwatertrap worden separaat behandeld. Tevens wordt de historische ontwikkeling en het veranderende landgebruik per deeltraject op historische kaarten weergegeven. In het selectieadvies wordt per deeltraject aangegeven of er vindplaatsen te verwachten zijn en zo ja, of vervolgonderzoek noodzakelijk is om te voorkomen dat eventuele vindplaatsen ongedocumenteerd, verloren gaan door de geplande bodemingrepen.

Historische ontwikkeling tracé N35 Ten behoeve van het archeologisch onderzoek zijn diverse historische kaarten geraadpleegd, waaronder de kaart van Christiaan Groten uit 1573, de Hottinger Atlas uit circa 1785, de kadastrale minuut van 1811-1832 en recente kadastrale en (militaire) topografische kaarten. Op één van de eerste historische kaarten van het gebied uit 1573 vervaardigd door Christiaan Groten, is de N35 nog niet als weg afgebeeld (zie Afbeelding 2). Het gehele tracé is op dat moment gelegen in de ‘woeste gronden’ in de omgeving van de rivier ‘die Aa’ en haar aftakkingen. De dorpen die de huidige N35 kruist, Heino (Heynde), Raalte (Raelte) zijn al wel op kaart aanwezig. De enige doorgaande verbinding (= = = =) gaat van zuidwest naar noordoost en verbindt de plaatsen Deventer en Ommen.

Deeltraject Heino-Noord

Deeltraject Heino-Raalte: Parallelweg Oost en West

Faunapassage km 15,86 Faunapassage km 16,62 Faunapassage km 17,28 Faunapassage km 17,62

Deeltraject Mariënheem-West

Deeltraject Mariënheem-Oost

Afbeelding 2: Uitsnede uit de kaart van 1573 van Christiaan Sgroten met de globale locaties van de geplande maatregelen en faunapassages in rood gemarkeerd (gisopenbaar.overijssel.nl)

4.2

Deeltraject Heino-Noord Inleiding Het deeltraject Heino-Noord heeft de volgende geplande deeltraject specifieke maatregel: (zie Afbeelding 3 en voor detailkaart bijlage 1) • Opheffen perceelontsluitingen, aanleg noordelijke en zuidelijke parallelweg en aanleg gebundeld kruispunt tussen km 10,9 en 11,3. Het gebied heeft een oppervlakte van ca. 3.200 m².

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

17 van 73

Project : BO Archeologie Plangebied N35, Deeltrajecten te Heino, Raalte, Mariënheem in de gemeente Raalte Kenmerk : DIR/HAMA/192294

Afbeelding 3: Topografische kaart met de locatie van de geplande maatregel in het blauwe kader (Archis3)

Geomorfologie

Op de geomorfologische kaart42 ligt een dalvormige laagte zonder veen (2R2), in het noordelijk deel van de maatregel. In het zuidelijk deel ligt een dekzandwelving (+/- oud bouwlanddek, 3L5, zie Afbeelding 4).

Afbeelding 4: Geomorfologische kaart met de locatie van de geplande maatregel in het blauwe kader (Archis3) legenda: 1R1/2R2: Dalvormige laagte 2M24: Vlakte van ten dele verspoelde dekzanden 2M48: vergraven vlakte 3N5: Laagte zonder randwal 3/4K14: dekzandrug 3L5: dekzandwelving

Bodem en grondwater

43

De maatregel heeft op de bodemkaart in het noordelijk deel een vlakvaaggrond met lemig fijn zand (Zn23) als bodemtype met grondwatertrap IIIb. Het kleinere zuidelijke deel heeft een veldpodzol met leemarm en zwak lemig fijn zand met een eerddek van minder dan 30 cm dikte (Hn21) en grondwatertrap IV (zie Afbeelding 5).

42 43

Archis3 Archis3

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

18 van 73

Project : BO Archeologie Plangebied N35, Deeltrajecten te Heino, Raalte, Mariënheem in de gemeente Raalte Kenmerk : DIR/HAMA/192294

Zn21 V

Afbeelding 5: Bodemkaart met de locatie van de geplande maatregel in het blauwe kader (Archis3) legenda: Hn21: veldpodzol Zn21/23: Gooreerdgrond pZg23: Beekeerdgrond zEZ21:Hoge zwarte enkeerdgrond Zd21: Duinvaaggrond II/V/VI/VII: grondwaterstand

Hoogte De maatregel ligt in een landschap met oost-west lopende lagere delen van dalvormige laagten met een beekeerdgrond, middelhoge delen van dekzandwelvingen met gooreerd- en duinvaaggronden en hogere delen van dekzandruggen waarop hoge zwarte enkeerdgronden zijn gevormd (zie Afbeelding 4 in combinatie met Afbeelding 5 en Afbeelding 6). Op het Actueel Hoogtebestand Nederland44 (zie Afbeelding 6) ligt het deelgebied met de maatregel op een hoogte van 2,70 m+NAP. In alle windrichtingen liggen hogere delen om de maatregel.

2,70m+NAP

0

300m

Afbeelding 6: Hoogtekaart met de locatie van de geplande maatregel in het blauwe kader (AHN2 Maaiveld)

44

www.ahn.nl

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

19 van 73

Project : BO Archeologie Plangebied N35, Deeltrajecten te Heino, Raalte, Mariënheem in de gemeente Raalte Kenmerk : DIR/HAMA/192294

Milieu- en geotechnische gegevens Het project bevindt zich nog in de ontwerpfase, waarin nog geen concrete planvorming is voorzien. Derhalve zijn nog geen actuele milieutechnische en geotechnische rapporten voorhanden bij de opdrachtgever. Nabij de locatie van de maatregel zijn in het Dinoloket45 geen boringen die direct langs of op het wegtracé liggen. Een geologische boring die bij de kruising met de N35 en de Zuthemweg ligt, zo’n 46 1000 m zuidelijker (niet afgebeeld), is boring B27F0231. Deze geeft een beeld van de bodemopbouw tot 5 m-mv. Voor dit onderzoek is slechts de eerste 3 m-mv van belang. Deze geeft onder de niet benoemde bouwvoor van 0,80 cm, fijn zand tot 3 m-mv. Deze bodem behoort tot de Formatie van Boxtel. Er is geen eerdlaag benoemd.

Historische ontwikkeling

Op de kadastrale minuutplan van 181447 is de latere N35 al zichtbaar (zie Afbeelding 7). De weg is nog onverhard en loopt door een weidelandschap. Bij de geplande maatregel is er sprake van landbouwgrond.

0

200m

Afbeelding 7: Uitsnede uit het minuutplan 1814 Heino, Overijssel, sectie A, blad 03 met de locatie van de geplande maatregel in het blauwe kader. (Archis3).

Op het Bonneblad van 1896 is in de omgeving van de maatregel voor landbouw (groen) in gebruik geweest en bestaat uit akkerpercelen omzoomd door hagen of kleine bospercelen (zie Afbeelding 8). Op latere kaarten tot heden is dit nog steeds het geval.

45

www.dinoloket.nl Coördinaten 211.820, 496.000 47 minuutplan Heino, Overijssel, sectie A, blad 03 via http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl 46

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

20 van 73

Project : BO Archeologie Plangebied N35, Deeltrajecten te Heino, Raalte, Mariënheem in de gemeente Raalte Kenmerk : DIR/HAMA/192294

Afbeelding 8: Uitsnede uit de kaart van 1896 met de geplande maatregel in het gele kader (Archis3).

De maatregel ligt op en nabij de weg die op de historische kaarten altijd aanwezig is geweest. De N35 is in de loop van 20e eeuw uitgegroeid tot de Provinciale verbindingsweg zoals die er nu ligt.

Historische bebouwing Er is nu en in het verleden geen bebouwing aanwezig in de omgeving van de locatie van de maatregel.

Tweede Wereldoorlog De opdrachtgever heeft informatie aangeleverd over de situatie rond de N35 en het spoor ten westen van de N35 gedurende de Tweede Wereldoorlog (1940-1945). In deze oorlog waren dit twee belangrijke verkeersaders. Bij de geplande maatregel liggen relicten uit deze periode (Zie Afbeelding 9)

Afbeelding 9: Overzicht van mogelijk Niet Gesprongen Explosieven (NGE) uit WOII met de locatie van de geplande maatregel in het blauwe kader (opdrachtgever, bestand Situatie NGE.xls)

Verstoring Tijdens de aanleg van de N35 is de bodem tot een onbekende diepte verstoord geraakt. Verwacht mag 48 worden, dat de bodemverstoring door het uitgegraven fundatiebed, dieper dan 1,00 m-mv zal zijn. Daarbij zijn de archeologisch waardevolle lagen naar verwachting deels verstoord geraakt. De

48

CROW, 2013

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

21 van 73

Project : BO Archeologie Plangebied N35, Deeltrajecten te Heino, Raalte, Mariënheem in de gemeente Raalte Kenmerk : DIR/HAMA/192294

werkzaamheden die op het bestaande wegtracé plaatsvinden gaan niet dieper dan ca. 1,00 m-mv. Zij zullen dan ook geen nieuwe archeologische waarden verstoren. De werkzaamheden buiten het wegtracé vinden plaats op agrarische grond waarbij de bodem door ploegen en grondbewerking tot zo’n 30-50 cm-mv (gemiddelde ploegdiepte in deze regio) zal zijn verstoord. Hier is de mogelijkheid van een nieuwe verstoring aanwezig.

Archeologische waarden Binnen een straal van circa 500m zijn geen archeologische onderzoeken uitgevoerd (zie Afbeelding 10). Er zijn binnen deze straal ook geen AMK-terreinen of vondstmeldingen aanwezig.49 Het onderzoek dat is vermeld op de kaart is het onderhavige onderzoek met nummer (4564483100).

Afbeelding 10: Archeologische onderzoeksterreinen met de locatie van de geplande maatregel in het blauwe kader (Archis3).

Archeologische en bouwhistorische kronieken van de gemeente Raalte en de Provincie Overijssel 50 geven geen aanvullingen op al bekende en in dit rapport opgenomen gegevens. Van de AWN is tijdens het vervaardigen van de concepten en definitieve versie geen informatie ontvangen.

Archeologisch verwachting

Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Raalte51 ligt de maatregel in een gebied met een lage en middelhoge verwachting (zie Afbeelding 11). Vanwege de ligging in twee categorieën, geldt de hoogste als leidend voor het bepalen van de vrijstellingsgrens. De eis is om bij plangebieden groter dan 5.000 m² in het landelijk gebied en groter dan 250 m² in de bebouwde kom en/of gelegen binnen een straal van 50 m van AMK terreinen, geen bodemingrepen dieper dan 50 cm-mv te laten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=59a457ee-cd15-489c-be3a-c91698b230d2